Home
  By Author [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Title [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Language
all Classics books content using ISYS

Download this book: [ ASCII | HTML | PDF ]

Look for this book on Amazon


We have new books nearly every day.
If you would like a news letter once a week or once a month
fill out this form and we will give you a summary of the books for that week or month by email.

Title: Nederlandsche Doopnamen - Naar Oorsprong en Gebruik
Author: Graaf, Jacobus Joannes, 1839-1924
Language: Dutch
As this book started as an ASCII text book there are no pictures available.
Copyright Status: Not copyrighted in the United States. If you live elsewhere check the laws of your country before downloading this ebook. See comments about copyright issues at end of book.

*** Start of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Nederlandsche Doopnamen - Naar Oorsprong en Gebruik" ***

This book is indexed by ISYS Web Indexing system to allow the reader find any word or number within the document.



                    Nederlandsche doopnamen
                   naar oorsprong en gebruik


                        Door J. J. Graaf
                   Oud-deken en -pastoor van
                      Ouderkerk a/d Amstel



                       Bussum--Paul Brand
                              1915



INHOUD


Inleiding      1-27
Naamlijst      I-XC
Naamwijzer      XCI-CLVI
Beteekenis van oud-germaansche naamstammen      CLVII-CLX



AFKORTINGEN


        AB.                        Aartsbisschop
        Abd.                       Abdis
        Ap.                        Apostel
        B.                         Bisschop
        B. vóór den dag eener
        maand                      Bollandisten
        Bel.                       Belijder
        Eerb.                      Eerbiedwaardige
        Geloofspr.                 Geloofsprediker
        Gesln.                     Geslachtsnaam
        (Inter praeterm.) achter   Beduidt, dat de behandeling
        de aanhaling der           van den Heilige door hen nog
        Bollandisten.              om redenen is uitgesteld.
        Keiz.                      Keizer of Keizerin
        Kluiz.                     Kluizenaar
        Kon.                       Koning of Koningin
        Kr.                        Kronenburg: Neerlands Heiligen
        M.                         Maagd
        Ma.                        Martelaar of Martelares
        Mo.                        Monnik
        (m.)                       mannelijk
        S.                         Sint of Sinte = Heilige
        Vlv.                       Vleivorm
        (vr.)                      vrouwelijk
        Wed.                       Weduwe
        Zal.                       Zalige



Imprimatur:

G. A. MEIJER, O.P. Libr. Cens. Zwollis, die 4 Nov. 1914.


Om te gehoorzamen aan de besluiten van Paus Urbanus VIII, verklaar
ik, dat ik aan de titels van Heilige of Zalige, aan nog niet heilig
verklaarde personen gegeven, geen ander dan menschelijk gezag toeken,
behoudens die gevallen, welke reeds door den H. Apostolischen Stoel
bekrachtigd zijn.

J. J. GRAAF.



INLEIDING


In het Rituale Romanum--het boek dat door de H. Kerk aan hare priesters
ten gebruike is voorgeschreven bij de toediening der H.H. Sacramenten
en verdere zegeningen--wordt aanbevolen, [1] dat bij het H. Doopsel
aan de kinderen zooveel mogelijk de namen van Heiligen zullen gegeven
worden, opdat de doopelingen door hun voorbeeld tot godvruchtig leven
opgewekt, en door hunne voorspraak beschermd mogen worden. En onze
katholieken zijn loffelijk gewend, zich naar dien wenk te gedragen.

Wanneer het echter op de uitvoering aankomt, blijkt er niet zelden
eenig overleg noodig; want niet genoeg is het dat die naam eens
gegeven wordt: hij moet ook heel het leven door gedragen worden;
en de dragers ervan zijn evenzeer kinderen van een gemeenschappelijk
Nederlandsch vaderland als kinderen van de Katholieke Kerk. En zoo
behoort dan ook deze dubbele eigenschap zich zoowel bij het geven
als bij het dragen van den naam kenbaar te maken.

De keuze dan van den naam regelt zich naar het gezegde verlangen der
H. Kerk, maar ook naar de vaderlandsche zede, dat de kinderen tevens
genoemd worden naar de voorouders of bloedverwanten en bijzonderlijk
peters en meters. Niet zelden echter komt het voor, dat deze twee
belangen moeilijk te vereenigen blijken, voor zoover namelijk
niet juist genoeg geweten wordt, welke kerkelijk-latijnsche naam
beantwoordt aan den verlangden vaderlandschen vorm. En deze vraag
komt wel het veelvuldigst voor bij de Friezen, wijl zij meer dan de
andere Nederlanders aan de voorvaderlijke namen gehecht zijn.

Reeds vroeger is getracht, den ouders zoowel als den geestelijken
in deze moeilijkheid hulp te bieden door het opstellen van lijstjes
waarin de aloude "Hollandsche en Friesche namen in overeenstemming
gebracht worden met de namen der Heiligen die in de Kerk gevierd
worden." Deze poging, door een onbekenden geestelijke ten jare 1657
gedaan, had hare verdienste en heeft nut gedaan en gemak verschaft. [2]
Toch mag gezegd worden, dat ze te kort bleef in waardeering van de
aloude namen, welke door den opsteller voor weinig anders gerekend
werden dan "heidensche namen en die van Gothen en Wandalen".

Inmiddels echter hebben navorsching en studie het hare gedaan om
die oud-germaansche vormen beter tot hun recht te brengen. Meer
bepaaldelijk hebben in Duitschland de Koningsberger Professor _Eberhard
Gottlieb Graff_ (1780-1841) door zijn _Althochdeutscher Sprachschatz_,
en de Saksische Opperbibliothecaris _Ernst Förstemann_ (geb. 1822)
door zijn _Altdeutsches Namenbuch_, waarvan hij zelf nog in 1900
eene tweede uitgaaf mocht bewerken, de wetenschap op de eenig rechte
baan gevoerd. Bijzonderlijk heeft de laatste het namenstelsel der
west-germaansche volkeren van het vasteland uiteengezet door scheiding
in stammen, met onderverdeeling in groepen. Förstemann heeft daartoe
met de vlijt van een middeleeuwschen monnik, zoo mag men zeggen, alle
namen bijeenverzameld van de oudste oorkonden af tot het jaar 1100
toe. Het eigenlijke Noorden en de noordwestelijke eilanden echter waren
in zijn plan niet begrepen. Door zijnen arbeid is het thans, naar mijne
meening, mogelijk geworden juist te beoordeelen, op welke wijze bij het
Christen worden van westelijk Europa ook de persoonsnamen gekerstend
zijn, en de bevinding te maken dat deze kerstening een slechts zeer
langzamen voortgang heeft gehad. Reeds heb ik dat verloop trachten
te schetsen in een drietal opstellen, welke in _De Katholiek_ [3]
verschenen zijn. Het moge hier voldoende zijn daarnaar te verwijzen.

Toch behoort datzelfde hier in een kort overzicht te worden saamgevat.

Welke is de geschiedenis der voornamen (praenomina) bij de Westersche
Christenen? In de drie eerste eeuwen, die der vervolging, droegen
zij namen die deels niet onderscheiden waren van die der heidenen
maar ook deels een Christelijk kenmerk droegen. Voor het eerste
gedeelte kunnen ze onder wel vijftien hoofden worden gerangschikt:
[4] 1º naar _godheden_: Apollinaris, Bacchius; 2º naar _waarzegging_:
Augurius, Auspicius; 3º naar _getallen_: Primenius, Secundinus; 4º
naar _kleuren_: Albina, Fusca; 5º naar _dieren_: Agnes, Aquila; 6º
naar _landbouw_: Cicercula, Rustica; 7º naar _bloemen_: Florentius,
Liliosa; 8º naar _zeevaart_: Marinus, Navalis; 9º naar _rivieren_:
Cydnus, Nilus; 10º naar _landstreken_: Cyprianus, Dalmatius; 11º naar
_maanden_: Decembrina, Martius; 12º naar _lichaamsvorm_: Callistus,
Longina; 13º naar _geaardheid_: Constantia, Generosus; 14º naar
_slafelijke afkomst_: Servilius, Vernacula; 15º naar _historische
personen_: Apelles, Pompeius. Voor het andere deel kunnen ze
gerangschikt worden: 1º naar _geloofswaarheden_: Redemptus, Anastasius;
2º naar _feesten_: Epiphanius, Paschasia; 3º naar _deugden_: Charitas,
Elpis; 4º naar _vroomheid_: Deicola, Pientia; 5º naar _strijd voor het
geloof_: Valens, Victricius, en _vreugd om het geloof_: Gaudentius,
Hilaritas. Deze echt Christelijke namen waren de belijdenis van het
begrip, dat de bekeering uit het heidendom en het ontvangen van het
H. Doopsel de mystieke beteekenis hadden van een sterven en begraven
van den ouden mensch en eene wedergeboorte door Christus. Van eene
naamgeving naar eenen Heilige is in deze eeuwen maar zelden spraak,
of het mochten Apostelnamen zijn, meest nog die van St. Jan.

Zelfs in de drie volgende eeuwen waren de Heiligennamen in de
westersche Kerk nog volstrekt niet algemeen in gebruik. Ook na de
bekeering van westelijk Europa hebben de Heiligen hun deel onder de
doopnamen maar langzaam aan verkregen. Blijkbaar is het overgeleverde
gebruik om de kinderen naar de voorouders te blijven noemen bovenmate
taai en sterk geweest, zoodat ook bij de volkomen Christene volkeren
de oud-germaansche heidensche namen in gebruik bleven. Het bewijs
daarvoor wordt gemakkelijk gevonden in de Heiligen-lijsten welke
door schrijvers zooals Butler naar tijdsorde zijn opgesteld. In de
vijf eerste eeuwen der Kerk zijn van de Heiligen de persoonsnamen die
niet-grieksch of niet-latijnsch luiden zeer gering in getal. Van de
zesde eeuw echter af nemen ze meer en meer toe totdat in de achtste
eeuw de klassieke namen uitzonderingen worden. En zoo blijft het
doorgaan heel de middeleeuwen door.

Met de zestiende eeuw daarentegen verdwijnen de Heiligen die
germaansche namen dragen zeer opmerkelijk, blijkbaar door den invloed
van humanisme en klassieken geest, die de oud-germaansche namen als
barbaarsch begonnen te verachten.

Dat taai voortbestaan der oud-heidensche namen bij de Christenvolken
behoeft ons echter hoegenaamd niet te verwonderen, want dat zulks niets
meer dan natuurlijk is, wordt zeer eenvoudig bewezen door het feit, dat
de Roomsche Heiligennamen nog altijd trouw in gebruik zijn gebleven bij
onze eigene onkatholieke landgenooten. Immers, wat sinds de zestiende
eeuw met de persoonsnamen onder ons plaats had, mag ook vermoed worden
geschied te zijn bij de kerstening onzer voorouders. Hoe ging het hier
te lande tijdens en sedert de Hervorming? Vader verliet de Moederkerk,
maar behield natuurlijk zijn doopnaam, gelijk ook de kinderen. En al
ontvingen de nakomendende kinderen geen eigenlijken doopnaam meer:
ze bleven toch geregeld en hoofdzakelijk naar grootouders of naaste
verwanten genoemd worden. Dat leeren ons de doop- en grafboeken der
protestantsche kerken, gelijk ook de verdere archieven. Uitzonderingen
waren schaarsch; men kan er de gilde-schilders- en regentenlijsten
over naslaan tot bewijs. En ook thans gaat het nog niet anders, met
uitzondering alleen van de Friezen; maar dezen hebben altijd, ook in
de roomsche eeuwen, het minst gebruik gemaakt van de Heiligennamen
der Martyrologiën.

De studie dan van Förstemann's Namenbuch heeft mij de overtuiging
bezorgd, dat nagenoeg alles wat er van echt Nederlandsche namen onder
ons en vooral in Friesland is overgebleven, niet, volgens de al te
zeer verbreide misvatting, beschouwd moet worden als verbastering of
verminking van de deftig latijnsche of grieksche namen, maar dat over
het algemeen veeleer de klassieke namen uit de van ouds overgeleverde
oud-germaansche opgekomen zijn. Bewijzen daarvoor vermeen ik geleverd
te hebben in de reeds vermelde opstellen. [5]

Het zal nu mijne taak zijn, voor die nog gangbare Nederlandsche
namen de noodige en geschikte Heiligen aan te wijzen. En nu kan ik
al aanstonds verklaren, dat, meer dan ik verwacht had, de vervulling
van die taak mij gemakkelijk is gebleken door de bevinding, dat er
uit den overvloed van namen welke Förstemann verzamelde, zeer vele
door middeleeuwsche Heiligen gedragen zijn, en dus nog heden als
doopnamen kunnen worden toegekend.

Hoe heb ik nu kunnen samenbrengen wat er nog tegenwoordig van
oud-germaansche namen onder ons gevonden wordt? Daartoe is mij zeer
dienstig geweest, dat in het tijdschrift De _Navorscher_ van de
jaren 1868-72 uitvoerige lijsten verschenen zijn van Nederlandsche
voornamen, door _P. Leendertz Wz_. verzameld. [6] En wat meer
bijzonder de Friesche namen betreft, gaf mij de _Friesche Naamlijst_
door _Johan Winkler_ in 1896-98 bewerkt volledige opgaaf. Voor de
middeleeuwsche Heiligennamen eindelijk verkreeg ik alle begeerlijke
hulp uit de Algemeene Lijst die aan het eind van het groote werk
der _Bollandisten_ gegeven wordt als _Index alphabeticus generalis_
van al de Heiligen door hen behandeld, of, wat de maanden November
en December betreft, nog te bewerken.

De verzameling van Leendertz is thans reeds veertig jaar oud, en die
van Winkler vijf-en-twintig. Niet onwaarschijnlijk derhalve, dat menige
naam in die Lijsten voorkomend in onze dagen alreeds buiten gebruik
is geraakt. Vervolgens is het een feit, overigens zeer natuurlijk te
verklaren, dat onder de Friezen de oud-germaansche voornamen minder
voorkomen bij de roomsche dan bij de protestantsche bevolking. Om al
deze redenen moet ik wel vreezen, dat mijne Naamlijst, die toch haar
grootste doel vindt in het katholieke doopboek, eer te uitgebreid
dan te bekrompen zal worden bevonden. Toch geloof ik, dat het minder
erg zal zijn te misdoen door een te-veel dan door een te-weinig;
immers, ik mag rekenen, dat ook buiten het belang van het doopboek om,
mijne studie nog eenig nut kan hebben voor de geschiedenis van onze
vaderlandsche taal.



Vóór alles zal het nuttig zijn hier een goed en recht begrip te geven
van de oud-germaansche persoonsnamen.

"De oudsten onzer voorouders" (Friezen, Saksen en Franken) [7] "droegen
slechts éénen enkelen naam. En hoe ouder, hoe vroeger de namen der
Germanen in de geschiedboeken vermeld worden, zooveel te eenvoudiger
waren de namen. _Abo_, _Athal_, _Bercht_, _Dodo_, _Edo_, _Fritho_,
_Gero_ enz. waren zulke eenvoudige mansnamen. Deze namen waren, bij
honderden in getale, bij de verschillende volken van germaanschen
bloede in gebruik. Eenigen er van zijn ook tot op den dag van heden
in gebruik gebleven; bij de Friezen vooral is dit met betrekkelik
velen dezer namen het geval. Men noemt deze enkelvoudige namen wel
naamstammen, wijl de latere samengestelde namen uit deze naamstammen
ontstaan zijn en geformd. Weldra toch, bij toenemende volkrijkheid,
waren deze namen niet meer voldoende ter onderscheiding. Immers
kwam het wel voor dat verschillende personen, leden van een en den
zelfden stam, soms wel van eene en dezelfde maagschap, den zelfden
naam droegen. Dit gaf verwarring; maar tevens aanleiding om nieuwe
namen te zoeken. En men vond die, door twee namen, tot dus ver elk op
zich zelven in gebruik, te verbinden, saâm te voegen tot éénen enkelen
nieuwen naam. Van de enkelvoudige namen of naamstammen _Gero_ en _Hart_
b.v. maakte men _Gerhart_ (Gerard, Gerrit, Geert), van _Athal_ en
_Win_ formde men _Athalwin_ (Alewijn), en _Thiudo_ (Tiede) en _Rik_
voegde men samen tot _Thiudorik_, _Theodorik_ (Diederik, Dirk). De
samenstelling dezer namen was aan weinige of geene taalkundige
of andere wetten gebonden, behalven aan die der welluidendheid en
zoetvloeiendheid. Men kon in den regel de naamstammen samen voegen,
gelijk men wilde. Zoo kon men b.v. van de naamstammen _Gang_ en _Olf_
of _Wolf_ zoowel _Gangolf_ maken als _Wolfgang_; van _Hart_ en _Gero_
zoowel _Gerhart_ als _Hartger_; beide formen komen voor. Men had dus
tamelik vrij spel, en vooreerst geen gebrek aan eigennamen. Want zoo
de oude enkelvoudige namen bij honderden telden, door willekeurige
samenvoeging van al deze naamstammen kon men honderdduizenden van
nieue namen formen. Bij duizenden zijn deze samengestelde namen ons
in oude geschriften en oorkonden overgeleverd geworden; bij honderden
zijn ze nog onder ons in gebruik. Men kan er duizenden vermeld en
beschreven vinden in Förstemann's _Altdeutsches Namenbuch_."

Wijl mij nu gebleken was, dat dit werk een betrouwbare grondslag zou
zijn, waarop de verlangde Lijst van doopnamen kon worden gevestigd,
mag het dienstig geacht worden hier uiteen te zetten, op wat wijze
dat boek door mij gebruikt is.

Zooals pas gezegd werd, vinden we de oudgermaansche namen tweeledig
samengesteld. Het eerste lid kan _hoofdstam_, het tweede _bijstam_
worden genoemd. Tot bewijs van den overvloed aan hoofdstammen diene,
dat Förstemann er onder de letter A niet minder dan 58 en onder
B niet minder dan 68 gerangschikt heeft en nog meer groepsgewijze
onderverdeeld. De bijstammen zijn minder in getal doch duiden op hunne
beurt grootendeels aan, of we met een mansnaam dan wel vrouwennaam
te doen hebben. Zoo zijn de mannelijke kenbaar aan de bijstammen:
_bald_, _bercht_, _bod_, _brand_, _bord_, _dag_, _frith_, _funs_,
_gang_, _gar_, _gard_, _gast_, _gis_, _gisil_, _grim_, _hard_, _hari_,
_hath_, _helm_, _hraban_, _hroc_, _hrod_, _laic_, _laif_, _land_,
_man_, _mar_, _mod_, _mund_, _nanth_, _nod_, _rad_, _ric_, _rid_,
_scalc_, _stain_, _thanc_, _thiu_, _wald_, _ward_, _wig_, _win_,
_wulf_. Als vrouwelijke bijstammen worden aangetroffen: _balda_,
_berga_, _burga_, _berta_, _drudis_ en _trudis_, _fledis_, _garda_
en _gardis_, _gildis_, _gunda_ en _gundis_, _haid en heid_, _hilda_,
_hildis_, _lind_, _lindis_, _sind_ en _sinda_, _swind_, _widis_ en
_wis_. Met den hoofdstam ATHAL b.v. werden gevormd de mannelijke
voornamen: Athalbald, Athalbert, Athalfrid, Adelfuns, Athalger,
Adalhard, Athalwulf enz., en de vrouwelijke: Adalberga, Adaldrud,
Adelgardis, Adalhaid, Adalhildis, Adallindis, Adalsind enz.

Wanneer derhalve een patroonheilige werd verlangd bij een
oudnederlandschen persoonsnaam, had ik te zoeken onder welken hoofdstam
die te rangschikken zou zijn, en vervolgens of onder de groepen der met
bijstammen gevormde namen een Heilige van dien naam gevonden wordt,
nogtans met dien verstande dat de eene bijstam in de plaats van den
andere kan treden (dit blijkt dikwijls onvermijdelijk) ja ook wel
zóó dat toevlucht moet genomen worden tot een aanverwanten hoofdstam.

Om alles met een paar voorbeelden duidelijk te maken. Gesteld dat
een zekere _Gijsbert_ zijn patroonheilige verlangt te weten. Welnu,
gevonden wordt de hoofdstam GIS, waaronder de namen: Giso, Ghiso,
Gizo, Kizo, Gisipert, Gisebert, Gisbert, Gisibrand, Gisfrid, Gisolf
enz. We zijn alzoo met Gisebert, Gisbert, al aanstonds klaar. Toch nog
niet geheel; want ongelukkiglijk geven de lijsten der Bollandisten
geen Gisbertus onder de Heiligen aan. Gelukkig echter weer, dat GIS
eigenlijk maar "die einfache Gestalt des unten folgenden GISIL ist";
[8] en zoo gaan we dus tot den verwanten hoofdstam GISIL en vinden
daar, met een overvloed van naamvormen: Gisilbert, Ghisalbert,
Kyselbret, Giselbart, Gislebert, Gillibert, enz. enz. Daarmee
hebben we dan den geschikten Heilige bekomen: S. _Gislebertus_ of
_Gilbertus_, Bisschop van Meaux (Naamlijst No. 295). En nu verder
nog. De namen _Gijsbrand_ of _Gijsfried_ werden in geene lijsten door
mij aangetroffen als nog heden voorkomend. Maar wanneer dit nu eens wél
het geval ware, dan zou ik, wijl al evenmin Gisbrandus of Gisfridus
bij de Bollandisten vermeld staan, toch slechts den H. Gilbertus als
Heilige kunnen aangeven, wijl we vaak niet anders kunnen dan tevreden
zijn met een Heiligennaam, die, hoezeer verschillend in bijstam,
toch in hoofdstam, om zoo te spreken, van dezelfde familie is. Men
zal mij toegeven, dat zulk een naam ver te verkiezen is boven andere,
die naar de oude manier op den klank af uit de Grieksche of Latijnsche
namen van het Martyrologium werden aangesleept.

Niet altijd is het mij gelukt een passenden Heilige aan te geven, wiens
naam tot een Germaanschen hoofd- of bijstam terug te brengen is. In
zulke gevallen heb ik dan _bij aanpassing_ eenen Heilige opgenoemd,
wiens naam naar den vorm voldoende aan den Nederlandschen nabijkomt. Op
enkele, slechts 3 plaatsen, heb ik eenen naam geplaatst die in zijn
Latijnschen vorm eene vertaling bevat van den Nederlandschen (N. 168,
257, 812), en ja, in 2 gevallen bleek mij geheelonthouding de veiligste
weg (N. 244, 247).

Met opzet ben ik niet karig geweest in het opnemen van verschillende
vormen die aan de bijstammen hun bestaan danken. Doch er zijn
bovendien nog andere redenen. Vooreerst toch getuigen deze vormen
voor de omwisseling die er zoo vaak tusschen de letters, klinkers
zoowel als medeklinkers plaats greep en waardoor a en e, e en i,
o en u b en p, d en t, f en v werden omgezet. Men zal zien dat zulke
omwisselingen menigmaal van veel beteekenis zijn.

Vervolgens durf ik vertrouwen, dat nog wel menig lezer, die oude
naamvormen van genoeg taalkundig belang zal achten om er kennis mee
te maken.

Ten derde bleek mij eene ietwat ruime vermelding dier vormen, ook
al staan zij met de Heiligennamen in geen rechtstreeksch verband,
toch nog daarom nuttig, wijl er uit blijken kan, dat er van de
oudgermaansche _persoons_namen nog vele resten zijn overgebleven
in de hedendaagsche _geslachts_namen. Reeds al van zelf werd
mijne aandacht op dit feit gevestigd doordien Förstemann aan het
eind van zijn werk een "Register neuhochdeutscher Familiennamen"
heeft laten volgen. En ik moet bekennen, dat dit "Register" mij
menigmaal bij het nazoeken goeden dienst heeft bewezen, in verband
met de letterwisseling waarvan zoo even spraak was. B.v. ik had den
voornaam _Bamme_ te behandelen. Dien vond ik ook als hedendaagschen
Duitschen geslachtsnaam vermeld, doch met verwijzing naar _Pammo_,
_Pamo_ als "koseform aus unbestimbaren Quellen" (Zie N. 78). Of,
soms trokken Hoogduitsche geslachtsnamen van dat Register toevallig
mijne aandacht, als vroeger of thans nog voorkomend in ons eigen
land. (Men zie b.v. N. 113, 182, 212, 526). Om deze laatste reden
dan werden hier en daar hedendaagsche _geslachts_namen bijgevoegd,
nogtans zonder hoegenaamd eenigen toeleg op volledigheid; deze toch
zou de Naamlijst al te zeer hebben uitgebreid. Maar de toevoeging
bedoelt slechts een opwekken tot aandacht en belangstelling. De lezer
trouwens zal gemakkelijk zelf kunnen aanvullen.

Doch om hem beter daartoe in staat te stellen worde hier nog
het volgende gezegd. Algemeen bekend is, dat tal van familienamen
niet anders zijn dan een oude vadersnaam die van het oorspronkelijk
aangehechte: _'szoon_ alleen nog maar _son_, _sen_ of de enkele _s_ als
tweeden-naamvalsvorm overhield: Janson, Jansen, Jansz, Jans. Minder is
het bekend, dat er ook een tweeden-naamvalsvorm op _en_ bestaan heeft,
die ook nog hier en daar voortleeft, onder anderen in het zoogenaamde
"Strand-hollandsch" onzer zeedorpen, waar men spreekt van _Krynen_
dochter voor _Krijns_ dochter. Het minst algemeen bekend is wel,
dat in den oudsten tijd het achtervoegsel _ing_ of _ink_ gediend
heeft om het zoonschap aan te duiden. Zoo beteekent dan _Alink_ zoon
van Ale, _Bedding_ zoon van Bedde, _Poppink_ zoon van Poppe. "Dit
gebruik om patronymika (vadersnamen) met _ing_ "te formen, stierf na
't jaar 1000, ook niet overal in de nederlandsche gewesten gelijktydig
uit. Het eerste geschiedde dit by de frankische en friso-frankische
volksstammen in de zuidelike en westelike gouen. By de saksische en
friesche stammen in het oosten en in het noorden bleef het langer in
gebruik. By de Friesen waarschijnlik wel tot in de veertiende eeu." [9]
Het zijn daardoor in onze dagen meer bijzonder de friesche en twentsche
geslachtsnamen die aan _ing_ of _ink_ kenbaar zijn. Doch, meer algemeen
gesproken, zoo iemand thans een familienaam draagt, uitgaande op _s_,
op _en_, bijzonderlijk op _ing_ of _ink_, dan heeft hij kans om door
vergelijking met de oude persoonsnamen, de germaansche afkomst van
zijn geslacht op te voeren tot aan het jaar 1100, want de naamvormen
door Förstemann bijeengebracht zijn niet jonger dan de elfde eeuw. Van
de zoo geheel eigene tweede-naamvalsvormen der Friesche vadersnamen,
uitgaande op _inga_, _ia_, _a_, _ma_, _na_ en _sna_, kan ik zwijgen,
wijl zij van zelf kenbaar zijn en ook te groot in aantal om plaats
te verkrijgen.

Toch hebben de Friesche persoonsnamen, die gelijk reeds vroeger gezegd,
meestendeels oud-germaansche zijn, de eigenaardigheid, dat ze met de
achtervoegsels _se_, _te_, _le_, _tse_, _ke_ en _tsje_ voorkomen, die
wel oorspronkelijk als verkleinvormen (vleinamen) hebben gegolden,
thans echter bij de mansnamen die beteekenis niet meer hebben. Het
aanhechten dezer achtervoegsels heeft echter aan de Friesche Naamlijst
van Winkler zulk een overvloed van vormen verschaft, dat het mij
ondoenlijk gebleken is al die vormen voortdurend op te nemen. Het
moge daarom volstaan dit te vermelden. Ook zij hier eenmaal voor goed
bericht: [10] "de Friesche vrouwennamen zijn in den regel rechtstreeks
van de mansnamen afgeleid, door de achtervoeging van verkleinende
uitgangen... Het grootste gedeelte der Friesche vrouwennamen bestaat
dus eigenlijk uit mansnamen in verkleinvorm, soms in eigenaardigen
verkleinvorm." Ook daarvan was het niet mogelijk veel op te nemen
en veel minder nog, Heiligen daarvoor aan te geven. Toch heb ik nog
verscheidene oud-germaansche vrouwennamen aangetroffen die kunnen
worden aangewend.

De Naamlijst is alzoo volgenderwijze opgesteld: Voorop staan, in
aangedikte letter, de Nederlandsche namen voor welke de Heiligennaam
verlangd wordt. Dan volgen, als verklarend gedeelte, de oud-germaansche
namen met den hoofdstam in kapitale letter voorop, en in grootere of
kleinere verscheidenheid van lezing, naarmate zulks noodig of nuttig
is. Deze verscheidenheid is in de oude stukken lang niet gering,
wijl ze te wijten is niet slechts aan den volksmond maar ook en
vooral aan de Latijnsche vormen welke de namen in de oorkonden en
kronieken zoo vaak verkregen. Als uitkomst wordt ten laatste de
patroonheilige aangegeven, vaak meer dan een, volgens de Latijnsche
spelling der _Bollandisten_ met opgaaf van sterfdag en -jaar, [11]
alsook van den vierdag en de bladzijde van hun bekend werk de "_Acta
Sanctorum_". Bij de vaderlandsche Heiligen wordt ook verwezen naar
"_Neerlands Heiligen_ door Pr. _J. A. F. Kronenburg_".

Wijl het te omslachtig en plaatsroovend wezen zou, wanneer in de
Naamlijst elke Nederlandsche naam naar zijn letter van het ABC zou
moeten voorkomen, wordt elke namengroep van een eigen nommercijfer
voorzien, dienstig voor een opzoeken in den algemeenen Naamwijzer,
die aan het einde volgt. Raadzaam daarom, het zoeken allereerst te
beginnen met het naslaan van dezen Naamwijzer.

Hadden de oud-germaansche naamstammen ook hunne
beteekenis?--Oorspronkelijk zeker; en daarom volgt ook achteraan
nog een lijstje van die stammen, waarover genoemzame zekerheid
bestaat. De lezer zal met voldoening kunnen opmerken, hoe
nog van een groot aantal de beteekenis overeenstemt met ons
hedendaagsch Nederlandsch. Intusschen moeten we toch naar
Heintze's [12] waarschuwing, die beteekenissen niet zoo streng
opvatten. "Oorspronkelijk", zoo zegt hij, "hebben wel de ouders hun
kind den naam gegeven als een wensch, bijv. de knaap moge sterk zijn
als een beer: _Berinhard_; spoedig echter verstonden de Germanen zelf
niet meer alle namen, en zochten zij vaak voor het kind eenen naam,
welke dien der ouders op eenige wijze bevatte, zonder op den zin
te letten."



Tot hiertoe over de vraag: hoe er bij het _geven_ van den doopnaam
overeenstemming kan betracht worden tusschen Vaderland en Kerk. Maar
ook bij het _dragen_ van den voornaam, heel het leven door, komen
deze beiden met elkaar in aanraking. Hier hebben we te maken met de
verschillende omstandigheden en eischen van het leven, zooals daar
zijn: inschrijving in doopboek en burgerlijken stand, afkondiging in
de kerk, kennisgeving in de leesbladen, en het dagelijksch gebruik
in den huiselijken, gezelligen en vriendschappelijken kring. En nu
wil het mij altijd voorkomen, dat ten opzichte van dat alles onze
Nederlandsche katholieken wel het een en ander te verbeteren, of
althans ernstig te overwegen hebben.

Al aanstonds moet in het licht gesteld, dat er sedert het laatste paar
eeuwen bij ons Nederlanders een eigenaardige gewoonte is ontstaan,
waardoor wij eene uitzondering maken op alle natiën om ons heen. Onder
de knappe burgerij, vooral de katholieke, wordt, naar het wel lijkt,
een Nederlandsche naamvorm als iets minderwaardigs gerekend, of althans
niet fatsoenlijk, niet deftig genoeg. Men schijnt zich in te beelden,
dat Nederlandsche vormen niet veel meer zijn dan verbasteringen van
de Heiligennamen welke we als roomschen leerden kennen uit de deftige
levens der Heiligen, uit de Allerheiligen-litanie en de Kalenders. De
waarheid is echter deze, dat we in de laatste eeuwen der "deftigheid"
de goede vormen hebben verwaarloosd, waarmee ons katholiek voorgeslacht
gewoon was Gods lieve Heiligen te noemen. Gevolg is geweest, dat we
als Nederlandsche namen niet veel meer dan de afgekorte vormen van het
alledaagsche gebruik hebben overgehouden; en deze vinden we natuurlijk
"te ordinair". Andere volken echter schamen zich niet hunne vóórnamen,
ook bij de meest officiëele gelegenheid, in het gewaad der moedertaal
te kleeden, zooals: _Jean_, _Johan_, _John_, _Giovanni_, _Pierre_,
_Peter_, _Pietro_, _Jacques_, _Jacob_, _James_, _Giacomo_ enz. Zij
staan er zelfs op, in onze kerken afgelezen te worden met hunne eigene
Fransche, Duitsche, Engelsche, Italiaansche voornamen. Wij echter
meenen maar altijd, dat we, openlijk optredend, eerst dan naar behooren
voor den dag komen, als we in het Latijn worden aangediend. En toch
hebben we in den taalschat onzer vaderen wel degelijk vaderlandsche
namen, die, in goed Nederlandsch, waardige vormen zijn voor de
Grieksche of Latijnsche doopnamen. Maar ze zijn helaas, door onverstand
in minachting geraakt als waren ook zij slechts verbasteringen van een
alleen-fatsoenlijk Latijn, en ze zijn gelijk gesteld met de verkorte,
gemeenzame vormen van den alledaagschen omgang.

Zoo werden dan door het Latijn de van ouds geijkte Nederlandsche vormen
verdrongen; want we hebben ze toch in vroegere eeuwen wel echt bezeten
de namen, die geheel volgens het Nederlandsche taaleigen, op waardige
wijze de strikt kerkelijke namen vervingen. Petrus was _Pieter_,
Paulus _Pauwels_, Christophorus _Kristoffel_, Elisabeth _Liesebet_
of _Liesbet_, Martinus _Maarten_. En menige oud-vaderlandsche naam,
die door den Latijnschen vorm der kroniekschrijvers zijne zuiverheid
verloren had, droeg in de moedertaal veel ongerepter zijn afkomst en
beteekenis ten toon. _Volkert_ is zuiverder dan _Volquerus_, _Koenraad_
dan _Conradus_, _Rombout_ dan _Romualdus_ enz. Wat vrouwennamen aangaat
veranderde onze middeleeuwsche taal geregeld de _a_ van het Latijn
in de Nederlandsche _e_, gelijk ons dat door verscheidene nog heden
bestaande plaatsnamen vertoond wordt, zooals: S. _Anne ter Muiden_,
S. _Annenburg_, [13] _Den Annenburg_, _Geertruidenberg_, _Mariënboom_,
_Mariënbosch_, _Mariëndaal_. Zoo sprak en schreef men toen Ste
_Aagte_, Ste _Christiene_, Ste _Margriete_, S. _Agnieten-convent_
enz. En gelijk de oud-germaansche _persoons_namen thans nog voortleven
in de hoog- en nederduitsche _geslachts_namen, volgens hetgeen reeds
boven besproken is: zoo staan de middeleeuwsche, goed-nederlandsche
vormen nog te lezen in de hedendaagsche geslachten als _Evertsen_,
_Gijsberts_, _Jaspers_, _Leenderts_, _Martens_, _Roelofs_, _Rombouts_
enz., evenzoo in de plaatsnamen, en voor het overige natuurlijk in
de oorkonden onzer geschiedenis.

De strekking derhalve mijner nieuwe Naamlijst is ook deze: het
gebruik van die goede en waardige vaderlandsche namen te bevorderen,
en wel ten eerste als _doopnamen_. Dit wil zeggen, dat het niet
langer ongepast worde gerekend, aan den pastoor of den doopenden
priester den naam op te geven in de moedertaal. Zulks heeft ook
nog dit voordeel, dat er dan in overleg met hem kan bepaald worden,
welke naam, in den _vaderlandschen_ vorm zal worden ingeschreven bij
den _burgerlijken stand_. Het doopboek, waarvan de officiëele vorm
het Latijn is, neemt natuurlijk den kerkelijk-Latijnschen naam op,
die trouwens bij de toediening van het H. Sacrament wordt aangewend;
[14] doch de Nederlandsche vorm worde er, zoo noodig, met een enkel
woord naast gezet. Dit overleg zal moeilijkheid en last voorkomen,
welke anders nog wel eens later plegen te ontstaan door schuld van
slordige aangevers of letterziftende beambten. Ook acht ik aangifte
van den Nederlandschen naam bij den burgerlijken stand ten zeerste
nuttig om bij de on-katholieke beambten de meening uit te roeien,
alsof wij Roomschen met onze Latijnsche Heiligennamen maar halve
Nederlanders zouden zijn. De waarheid toch is, dat juist wij
katholieken "de oudste brieven hebben", omdat wij met de stukken
bewijzen kunnen dat ons middeleeuwsch voorgeslacht gewoon was, de
Heiligen met allen eerbied te noemen en aan te spreken als St. _Jan_,
St. _Pieter_, Ste _Aagte_, St. _Laurens_, St. _Baaf_, Ste _Liesebet_
enz. En waarom dan toch zou dit thans ongepast moeten heeten?

Ook moge hier tevens een goed woord gesproken worden tot aanbeveling
der namen van onze vaderlandsche Heiligen, mannen en vrouwen die op
onzen grond, geleefd, gestreden en geleden hebben. Daarom zal men in
achterstaande Naamlijst die namen bijzonderlijk herdacht vinden zoo
voor Zuid- als voor Noord-Nederland.

Vervolgens zijn er ook _afkondigingen van onze namen in de kerken_
te doen. Dit is, het moet bekend, een teer punt. Maar vooreerst dient
in het oog gehouden, dat we begonnen zijn met onderscheid te maken
tusschen waardige Nederlandsche vormen en de afgekorte, gemeenzame
van het dagelijksch verkeer. Vervolgens komt vaak in aanmerking
het onderscheid van plaats, stand en geslacht. Doch wanneer het
gelukken mocht, een algemeen gebruik van den Nederlandschen naam in
den eenvoudig netten vorm in te voeren, in der maniere zooals het
in den vreemde gebruikelijk is; wanneer dus de deftigheid van het
Latijn zou worden aan kant gezet, dan juist zou op de eenvoudigste
wijze een eind komen aan den last, welken de gevoeligheden, grillen en
aanmatiging van sommigen aan de parochiepastoors bereiden kunnen. In
de groote steden weliswaar komt dit niet zoo licht voor, omdat aldaar,
naar ik vermeen, als regel gehouden wordt: alle namen Latijn. Doch,
al is dit nu gemakkelijk: het is voor het volk niet altijd naar
behooren verstaanbaar en begrijpelijk; en het brengt het bezwaar
mede dat daardoor de dwaze uitzondering die we in de wereld maken
nog altijd meer bestendigd wordt. In de kleine steden echter en
ten platten lande--bij eenvoudiger zeden en algemeener bekendheid
der personen maar ook bekrompener opvatting--doet het verschil van
stand met zijne aanspraken zich te gemakkelijker gelden. Doch ook
daar juist behoort opgekomen te worden tegen het evenzeer dwaze als
onvaderlandsche dwaalbegrip, alsof de namen der eigene moedertaal goed
genoeg zouden zijn voor boerenknecht en daglooner maar te onfatsoenlijk
en te gemeen voor den gezeten boer of burger. En bovendien, goed
begrepen, klinkt het ten platten lande zelfs heel niet aardig wanneer
een goed bekende Dirk, Frans of Toon tot een witgedasten Theodorus,
Franciscus of Antonius worden opgeschikt.

We komen tot de _aankondigingen in de dagbladen_ bij overlijden
enz. Daarbij plegen wij, hetzij dan juist niet opzettelijk, voor
onze katholiciteit te getuigen door onze Heiligennamen in het Latijn
te schrijven. En ik vrees dan ook al de opwerping te hooren: "Met
Nederlandsche namen te onderteekenen staat zoo gereformeerd." Daar
is inderdaad iets van aan, doch juist door eigen schuld. Maar zoo pas
heb ik al met een enkel woord besproken wat er om onze schuwheid voor
vaderlandsche vormen tegen ons opgeworpen wordt, als waren we geen
echte vaderlanders. Derhalve komt het mij voor, dat er in dit geval
meer reden bestaat om te getuigen voor onze vaderlandsliefde dan voor
ons Roomsch geloof. Waarlijk men kan den ijver om als katholiek op
te treden gerust voor betere gelegenheden bewaren. Immers, als we
in _katholieke_ bladen onze kennisgevingen plaatsen, dan getuigt
dit alleen reeds dat we Roomsch zijn. _Onkatholieke_ bladen met
advertentiën te begunstigen en te steunen komt eigenlijk heel niet
te pas.

Intusschen begint er eene betere richting op te komen, die van de
vormelijkheid der Latijnsche namen gaat afwijken, niet zoozeer in de
namen der personen die als overleden enz. worden aangekondigd, maar
in de vóórnamen der familieleden die onderteekenen, en die daarbij het
gebruik aannemen om hun eigenlijken doopnaam voluit te schrijven. Dit
kan niet anders dan navolgenswaard genoemd worden. Vooreerst geschiedt
daardoor te meer hulde aan den Patroonheilige; en vervolgens klinkt
het veel vriendelijker en hartelijker dan met de simpele en saaie
beginletters alleen. Doch, in het voorbijgaan gezegd, dan moest men
ook tevens de vóórletters der overige namen maar inhouden; immers het
schrijven van bijv. Herman J. L. H. of van Frans C. J. W. enz. maakt
maar een erg peuterigen indruk. Bovendien zou het in onzen tijd, die
door het groot aantal van opkomende instellingen en vereenigingen,
waarlijk van beginletters ál te breed haar deel krijgt, een winst
zijn als er in het opsommen van vóórnaamletters wat opruiming plaats
vond. En tegelijk moge hier nog gevraagd worden, of het ook niet in
handel en bedrijf aanbeveling verdienen zou, dat bij aankondiging en
onderteekening doorgaans niet meer dan één voornaam, maar dan voluit,
geschreven werd?

Nu is mij echter juist uit die met vollen voornaam onderteekende
advertentiën gebleken, dat men onder ons jammerlijk weinig er aan
denkt om die persoonsnamen in het _Nederlandsch_ te schrijven. Latijn,
Fransch, Duitsch, Engelsch, alles warrelt in die onderteekeningen echt
wereldburgerlijk door elkaar, en de moedertaal komt er op droeve wijze
veel bij te kort. [15] Ik begrijp, dat in familiën met buitenlandsche
verwanten de vreemden in hun eigen taal optreden. Dat zij dit doen
strekt hun tot eer, maar moest dan ook juist ons ten voorbeeld
zijn. Wie echter een weinig acht wil geven op de advertentiën der
dagbladen zal telkens familiën aantreffen, bij welke van buitenlandsch
bloed geen spoor te bekennen is, en die toch met hare doopnamen
modezuchtig in het Fransch of Engelsch voor den dag komen.

Nu zal ik hier niet komen vorderen dat de stadsmenschen zich
bij hunne kennisgevingen als Aagtjen, Betjen of Kaatjen zullen
aandienen. Wanneer men op de "teekenen des tijds" wil letten, kan
men gemakkelijk begrijpen, dat persoonsnamen die met diminutieven
d. i. verkleiningsuitgangen gevormd worden, bij veel vrouwen
uit den booze zijn; maar daarom heeft ook de nieuwe Naamlijst de
bedoeling, aan te geven, op wat wijze de Latijnsche doopnamen naar
den eisch van staat en stand in beschaafd Nederlandsch kunnen worden
weergegeven. Onze katholieke voorouders hebben dat in de middeleeuwen
vaak niet ongeschikt uitgevoerd als zij den Latijnschen naam een
weinig naar den eisch der moedertaal wijzigden en bijv. _Aagte_
zeiden en schreven voor _Agatha_, _Barbele_ voor _Barbara_, _Baarte_
of _Berte_ voor _Bertha_, _Geertruide_ voor _Gertrudis_ enz. En zoo
zijn er ook thans nog namen genoeg, die in den vaderlandschen vorm
toch waardig en deftig genoeg klinken om bij den burgelijken stand,
bij afkondigingen en aankondigingen heel niet "ordinair" te heeten en
met eere gedragen te worden. Ziehier eene kleine opsomming: Adriaan,
Aagte, Agniete, Albert, Ambroos, Andries, Antoon, Antonie, Bernard,
Barend, Bastiaan, Boudewijn, Catriene, Cornelis, Diederik, Ernst,
Evert, Ferdinand, Fernand, Filips, Frank, Frans, Frederik, Frits,
Geerte, Geertruide, Gijsbert, Godfried, Govert, Herman, Huibert, Jacob,
Jan, Jasper, Jeroen, Joost, Karel, Kasper, Koenraad, Laurens, Leendert,
Lidwiene, Liesbet, Lodewijk, Maarten, Machtelt, Maurits, Max, Meindert,
Pauwels, Roelof, Rombout, Sanne, Steven, Volkert, Winand, Wilbert,
Willem, Wouter. Beginnen we maar vrij en kloek dergelijke namen te
gebruiken, dan zal spoedig de onredelijke noot van "te ordinair"
ervan afraken. Mij dunkt ook dat de groote namen onzer vaderlandsche
geschiedenis toch waarlijk aanzien en voornaamheid genoeg bijzetten
aan _Arnoud_ en _Diederik_, aan _Floris_ en _Karel_, aan _Maurits_,
_Frederik_, _Hendrik_ en _Willem_, zooals we onze graven en vorsten nog
altijd met eere noemen. En dan zullen we misschien ook nog aanleeren
liever _Wilhelmiene_, of waarom zelfs niet _Willemiene_ en _Juliane_,
te schrijven en te zeggen dan het toch altijd wat gemaakt-deftig
Wilhelmina en Juliana.

Een eeresaluut moet hier gebracht aan de Friezen, die in het openlijk
voeren van den oudvaderlijken naam en zelfs in het gemoedelijk bezigen
der verkleiningsvormen heel wat flinker en vrijer zijn dan wij. "Deze
zoogenaamde vleivormen der namen zijn bij geen enkel Germaansch
volk zoo veelvuldig, zoo algemeen in gebruik als bij de Friezen,
ja hebben zelfs bij hen volle recht verkregen als geijkte namen, zoo
bij de doopvont als in de registers van den burgerlijken stand." [16]
Doch ook buiten Friesland behoort aan die vleivormen en afkortingen
beter recht toe te komen dan gewoonlijk het geval is, ik bedoel _in
het huiselijk, gezellig en vriendschappelijk verkeer_.

Voorop echter moet gewaarschuwd, dat er degelijk onderscheid is
te maken tusschen echte en welbekende vleivormen en willekeurige
verminkingen, die menigmaal geen anderen oorsprong hebben dan den
stamelenden mond der kleinen. Reeds in 1657 werd er geklaagd: [17]
"Er is geen eind aan het afknotten, verminken en veranderen der
namen, zooals iedereen dat naar willekeur doet. En wat de kinderen
stamelend voor den dag brengen, dat herhalen de kindermeiden en ten
laatste raken allen eraan gewend." Men zal gereedelijk begrijpen,
dat er in de Naamlijst voor al zulke wanvormen geen plaats is, maar
daarom ook nog veel minder voor de hedendaagsche modezuchtige namen,
die naar vreemde talen, en het Engelsch in het bijzonder, of misschien
ook het Maleisch, gemaakt en dwaselijk gedragen worden. Al die spitse
en bitse naampjes op y en ie uitgaande (ik gaf er al een lijstje van
[18]) hebben toch waarlijk iets onbenulligs en stumperigs dat te zeer
aan de kinderkamer herinnert. Dáár mogen ze blijven!

Hoort toch dat gestamel eens aan!


        Addy       Kitty
        Aly        Leni
        Amy        Lizzy
        Annie      Lotty
        Betsy      Maddy
        Carry      Madzy
        Conny      Minny
        Corry      Molly
        Dolly      Nelly
        Dorry      Pommy
        Edi        Rossy
        Eddy       Sitty
        Emmy       Soezie
        Fanny      Teddy
        Ferry      Tilly
        Florry     Toetie
        Henny      Tommy
        Hetty      Wally
        Jenny      Willy
        Jettie     Wimmy


Voor het overige moet natuurlijk aan een ieder vrijheid blijven voor
de wijze waarop hij in het dagelijksch verkeer eenen doopnaam wille
vereenvoudigen, bekorten, samentrekken, vloeiend en vleiend maken. Men
kan hier zeggen: maak het zooals ge wilt; doch ééne voorwaarde moet
gesteld blijven, dat alles geschiede naar den aard der vaderlandsche
taal. Uit den aard der zaak echter kan ook aan deze vormen geen
plaats worden ingeruimd in de achterstaande Naamlijst. Ook past hier
nog een bijzonder woord tegen alzulke afkortingen die nergens anders
in bestaan dan in het half doorsnijden van een Latijnschen naam met
behoud van Latijnsche spelling, zooals: _Dorus_, _Janus_, _Kobus_,
_Manus_, _Theo_. Dit zijn wanspellingen die aan het Latijn evenzeer
als aan het Nederlandsch op dwaze wijze te kort doen.

Boven is reeds gesproken over de verkleinende achtervoegsels die
bij de Friezen in veelvuldig gebruik zijn, en die trouwens ook al
in de oudgermaansche namen zijn na te wijzen. Ook de hedendaagsche,
zoogenaamd Romaansche talen hebben met ons het vermogen om kinderen-
en vrouwennamen aanvallig te maken door een verkleiningsuitgang. De
Franschen b.v. hebben _on_, _ine_ en _ette_; de Italianen: _ino_
en _ina_, _ello_ en _ella_, _etto_ en _etta_. En wij hebben, (van
Friesland niet gesproken) nog maar alleen _je_ (oorspronkelijk _jen_,
_gen _ en _ken_), waarnaast de Duitschers _chen_.

Nu moge gerustelijk onze verkleiningsuitgang bij velen niet meer in
de gunst staan: ik durf toch zoo vrij zijn, dat innig te betreuren
als eene verarming der moedertaal en wezenlijke schade aan klank en
welluidendheid. En aangezien nu het gebruik van _jen_ en _ken_ nog
altijd in een aanmerkelijk deel van ons vaderland is blijven bestaan,
namelijk in het Geldersch, Overijselsch en Drentsch dialect en als
_ien_ nog in het Groningsch: [19] zoo verdient de volkomene vorm
daarvan wel degelijk nog in eer gehouden te worden. Reden waarom ik
dien in de Naamlijst overal gebruiken zal.

Nog behoort hier eene algemeene opmerking plaats te vinden,
om teleurstelling te voorkomen bij vele lezeressen die hare
H.H. patronessen zullen zoeken onder de -_dina_'s, -_mina_'s,
-_sina_'s en -_stina_'s. Ook deze naamvormen hebben naar mijne
bevinding oud-germaanschen oorsprong en werden gewis sinds eeuwen
gedragen, doch in den vorm ongeveer waarin ze onder ons voortbestaan
als _Dientjen_, _Mientjen_, _Sientjen_ en _Stientjen_. Zóó gingen
ze oorspronkelijk in eenvoudige volksdracht gekleed; maar ze werden
in de laatste tijden naar Fransche mode opgesierd als juffers die
eerst aan den uitheemschen vleivorm op _ine_, welke aan een mansnaam
werd aangehangen, haar fatsoen mochten danken. Vandaar onder ons
een bedenkelijk aantal _Arnoldines_, _Gerardines_, _Albertines_,
_Wilhelmines_, _Clasines_, _Ernestines_ enz. enz., die onder de
Heiligen niet te vinden zijn. Geschikte patronessen nu zal men
aantreffen onder de Nrs. 149, 546, 711, 736 en 866.

Natuurlijk mogen in de nieuwe Naamlijst ook de eenvoudige vormen niet
ontbreken, welke door onze eerzame landbouwers- en handwerkersstanden
gelukkig nog zonder schroom gedragen worden. Namen als: _Aart_, _Fop_,
_Jaap_, _Klaas_, _Krijn_, _Leen_, _Thijs_ enz. getuigen voor eenvoud
van zeden, zij spreken van opene trouwhartigheid; en, kort en krachtig
als ze zijn, verzinlijken ze niet ongeschikt den stevigen grondslag die
landman en werkman altijd voor de maatschappij zijn, en blijven zullen.

Zoo moge dan de Naamlijst, behalve den dienst, dien zij, naar ik
verhoop, bewijzen kan voor eene juiste keuze en gepaste toekenning van
den Heiligennaam, tevens opwekking geven tot nadenken, en vooral tot
het begrip, dat een katholiek vaderlander zorg behoort te hebben om,
naar den eisch van plaats, stand en geslacht, zijn doopnaam te dragen
in beschaafd _Nederlandsch_, van vreemde smetten vrij.

Aan het eind van deze Inleiding mag ik niet nalaten mijnen innigsten
dank te betuigen aan de Zeer Eerw. Heeren der Geestelijkheid die mij
bij dezen arbeid zeer welwillend hulp hebben verleend door aangifte van
gewestelijke vormen der vaderlandsche namen uit Friesland, Zeeland,
Breda, Noord-Brabant, Twente en Limburg, namelijk: Rector J. van den
Dries (Amsterdam), Kapelaan J. H. Laane (Breda), Rector Alf. Meijer
(Oostrum), Pastoor J. H. Scholten (De Steeg). Bij dezen echter moeten
meer bijzonder vermeld worden Kapelaan W. F. A. Overmeer (Zeddam) die,
Fries van geboorte, zich voor de namen zijner moedertaal bijzonder
beijverd heeft, en Rector J. van der Ven (Groesbeek) die bovendien
door een openlijk uitspreken van zijn verlangen naar eene nieuwe
Naamlijst, [20] mij aansporing gaf tot het doorzetten van eenen arbeid,
die, vóór verscheidene jaren aangevat, sedert door omstandigheden
onderbroken werd, doch thans in deze uitgave aan geestelijken en
leeken bescheidenlijk wordt aangeboden.


Overveen "Duinrust."

S. Aagtendag 1914.                                       J. J. GRAAF.



NAAMLIJST



A


_Aagjen, Eegje, Eke._ AG: Agia, Agga, Aga, Eecha, Egizza,
Egiburga. _S. Agia_ † 7e eeuw, Wed. te Orleans. B. 1 Sept. I, 266. [1

_Aagte, Aagtjen, Aagt._ _S. Agatha_ † 251, M. en Ma. in Sicilië. B. 5
Feb. I, 595. [2

_Aal (m.) Alo, Alle, Alewijn, Aalse._ ALA: Alo, Allo, Alako,
Allowin. _S. Alloynus_ = _S. Bavo_ † omstr. 657. B. 1 Oct. I,
199. Gesln. Alwin, Alewijn, Halewijn. [3

_Aaldrik, Aldrik, Alderk._ ATHAL: Adalric, Adalrad. _S. Aldricus_ †
856, B. v. Le Mans. B. 7 Jan. I, 387. Gesln. Aaldriks. [4

_Aalmoed._ ATHAL: Adalmod, Adalmuat, Adalmut, Almoth. _S. Almedha_
† 6e eeuw, M. en Ma. in Wales. B. 1 Aug. I, 70. [5

_Aalt, Alte._ ATHAL: Athalbald, Adalwald. _S. Adalbaldus_ † omstr. 645,
Hertog te Douay. B. 2 Febr. I, 295. [6

_Aaltruide._ ATHAL: Adaldrud, Adaltrut, Altrudis. _S. Adeltrudis_ †
7e eeuw, M. te Gent. B. 19 Mrt. III, 34. [7

_Aam, Aamke (m.), Amele, Amse._ AM: Amo, Amico, Emico. _S. Amo_ †
4e eeuw, B. v. Toul. B. 23 Oct. X, 48. _S. Amicus_ † 8e eeuw, Ma. te
Mortara. B. 12 Oct. VI, 124. [8

_Aamke (vr.), Eemke._ AM: Ama, Amica, Emmika, Emmiga. _S. Ama_ †
6e eeuw, M. te Joinville. B. 24 Sept. VI, 691. [9

_Aan, Anne, Aanke, Aanse, Ene, Een, Eenke._ AN: Anno, Annico, Enno,
Eniko, Enneco. _S. Anno_ † 1075, AB. v. Keulen. B. 4 Dec. [10

_Aanke, Eenskje._ AN: Anna, Enna, Ennika, Enike. Thans naar _S. Anna_,
Moeder v. O. L. Vrouw. [11

_Aant._ AND: Ando, Anthelm. _S. Anthelmus_ † 1178, B. v. Belley. B. 26
Juni VII, 226. [12

_Aart._ HARDU: Ardo, Herto, Harduwich, Hartwic, Hardwin,
Arduin. _S. Hartwicus_ † 11e eeuw, AB. v. Salzburg. B. 14 Juni VI,
127. _S. Arduinus_ † 7e eeuw, Bel. te Caprani. B. 25 Oct. XI, 650. [13

_Aartjen, Aarland._ HARJA: Aria, Hariberta, Hartrudis, Hariland,
Harlindis. _S. Herlindis_ † 8e eeuw, Abd. in België. B. 22 Mrt. III,
385. [14

_Abe, Abbe, Abke._ ABA: Abo, Abbo, Appo. _S. Abbo_ † 8e eeuw,
B. v. Metz. B. 5 Apr. II, 388. [15

_Abel, Abele, Apele._ ABA: Abo, Abilo, Ablebert, Abolin,
Appulin. _S. Abel_ † 760, Abt. v. Lobbes in Henegouwen. B. 5 Aug. II,
111. _S. Ablebertus_ † omstreeks 640, B. v. Kamerijk. B. 15 Jan. I,
1017. [16

_Ade (m.), Ate, Aat, Addik, Atse, Atser._ ATHA: Atte, Atti,
Atto, Addic. _S. Ado_ † 875, AB. v. Vienne in Frankrijk. B. 16
Dec. Gesln. Aats, Addiks. [17

_Ade (vr.), Aatje, Aatske._ Uit den verwanten stam ATHAR: Adarhilt,
Adrehildis. _S. Adrachildis_, (ook als _Ada_ voorkomend) † Abd. te
Le Mans in Frankrijk. B. 4 Dec. [18

_Adelaart, Adelaar, Aaldert, Allard, Allert, Edelhard, Eldert,
Ellart, Adel, Aal._ ATHAL: Adalhard, Edelhart, Adalhar,
Aethelhere. _S. Adelardus_ † 827, Abt van Corbei. B. 2 Jan. I,
95. _S. Adalarius_ † 755, Pr. Ma. met S. Bonifatius. B. 5 Jun. I,
452, Kr. III, 103. Gesln. Adelaar, Aalders. [19

_Adelbert, Albert._ ATHAL: Athalbraht, Athelberht, Aethelbert, Albreht,
Albert, Alpert. _S. Adalbertus_ † 740, Diaken te Egmond. B. 25 Juni V,
94. Kr. II, 126. Gesln. Alberdingk. [20

_Adele, [21] Adel, Aaltjen, Aalk, Adelken, Alandsje._ ATHAL: Athala,
Adela, Adila, Adalland, Aalant. Zal. _Adela_ † 693 in België. B. 23
Nov. _S. Adilia_ † omstr. 650, Non in Brabant. B. 30 Juni V, 587. [21

_Adelheid, Aleide, Aleit, Aaltjen, Eeltjen, Leisjen._ ATHAL: Adalhaid,
Adelheidis, Adelheit, Adelais, Ethelheid. _S. Aleydis_ † 13e eeuw,
Cisterc. non te Schaerbeek. B. 11 Juni II, 476. _S. Adelheidis_ †
omstreeks 1011, Abd. te Willick. B. 5 Feb. I, 713. "Alida" is geheel
af te keuren, als noch Latijn noch Nederlandsch. [22

_Adolf, Alof, Alef, Dolf._ ATHA: Athavulf, Athuolf, Adulf,
Hadulphus. _S. Hathewulfus_ † 755, Ma. met S. Bonifatius. B. 5
Juni I, 452. _S. Adolfus_ † 1222, B. v. Osnabrück. B. 11 Feb. II,
571. Gesln. Alofs, Alefs, Alfs. [23

_Adriaan, Ariaan, Arjen, Arie, Aart, Aai._ HARJA: Hari, Herio, Ario,
vr. Aria, Herin, Airin. Thans naar _S. Adrianus_ † omstr. 306, Ma. in
Nicomedië. B. 8 Sept. III, 309. _S. Adrianus_ van Hilvarenbeek †
1572, Ma. v. Gorc. B. 9 Juli II, 736. (Vrouw.) _Ariane, Adriaantjen,
Jaantjen._ [24

_Age, Aje, Aai, Akke, Eage, Ege._ AG: Ago, Agio, Agi, Aius, Ayo,
Eio, Acca, Acco, Eggo, Egio, Agarich. _S. Agericus_ † 7e eeuw,
Abt te Tours. B. 11 Apr. II, 30. _S. Acca_ † 8e eeuw, B. in
Eng. vaderl. geloofspred. B. 20 Oct. VIII, 965. [25

_Agnies, Agniese, Agniesjen, Agniete, Agnete, Neese, Neesken, Niesjen,
Niese, Niet._ _S. Agnes_ † 305, Ma. te Rome. B. 21 Jan. II, 350. [26

_Aye, Ayke._ AG: Agia, Aga, Aia, Aie. _S. Aya_ † 7e eeuw,
Grav. v. Henegouwen. B. 18 Apr. II, 579. [27

_Ayold, Aeiold._ AG: Ayo, Agiovald, Aggiold, Agiulf,
Aiulf. _S. Aiulfus_ † 850, AB. v. Bourges. B. 22 Mei V. 175. [28

_Aike, Aico._ AIG: Aigo, Aiko, Eicco, Aigulf, Eigolf. _S. Aigulfus_
† 7e eeuw, Ma. te Caprasia. B. 3 Sept. III, 728. [29

_Ailbert, Aile._ ALJA: Aliapert, Alibert, Aliprand,
Alifrid. Eerbw. _Ailbert_ † 1122, Pr. Stichter van Rolduc. B. 19
Sept. VI, 5b (Inter praeterm), Kr. VIII, 31. [30

_Aland, Eland._ ATHAL: Athalbert, Edalbold, Adalhard, Adalhelm,
Adalland. _S. Adalbertus_ † 740, Diak. te Egmond. B. 25 Juni V,
94. _S. Adelardus_ † 827, Abt v. Corbie. B. 2 Jan. I, 95. [31

_Albert._ ATHAL: Athalbraht, Athalbert, Alprecht, Albert. _S. Albertus_
† 12e eeuw, B. v. Luik, Ma. te Reims. B. 21 Nov. _S. Albertus_ †
8e eeuw, Graaf v. Oostervant. B. 22 Apr. III, 74. [32

_Albrik, Alfrik._ ALFI: Albirich, Albrich, Elberich, Albericcus,
Alferik. _S. Albricus_ † omstr. 784, B. v. Utrecht. B. 14 Nov. Kr. IV,
158. [33

_Ale, Alke, Alker, Aalse._ ALHI: Alacus, Alacho, Alahfrid, Alahker,
Alhwin, Alcwin. _S. Alcuinus_ † 9e eeuw, Mon. en Diak. in Gallië. B. 19
Mei, IV, 333. [34

_Alexis._ _S. Alexius_ † 5e eeuw, Bel. te Rome. B. 17 Juli IV, 238. [35

_Alfert, Alfer._ ALFI: Alpho, Alfhard, Albefret, Alfrid,
Alfher. _S. Alfardus_ † omstr. 1055, Ma. in Zweden. B. 15 Feb. II,
851. Gesln. Alferink. [36

_Alfons._ ATHAL: Adalfuns, Aldephons, Alfunsus. _S. Alfonsus_ † 10e
eeuw, B. v. Astorga. B. 26 Jan. II, 366. _S. Alfonsus de Ligorio_ †
1787, B. v. S. Agatha. B. 2. Aug. [37

_Alfred, Alfert._ ALDA: Aldofrid, Aldefred, Altfred,
Olfred. _S. Altfridus_ † 875, B. v. Hildesheim. B. 15 Aug. III,
210. [38

_Alger, Alker, Adger._ ATHAL: Adalgar, Adalcar, Athalgis,
Adelgis. _S. Adelgisus_ † 9e eeuw, B. v. Novara. B. 7 Oct. III,
943. [39

_Allegonde, Alkje, Gonde._ ALDA: Aldagondis, Aldegundis,
Altigund. _S. Aldegundis_ † omstr. 989, M. te Maubeuge. 30 Jan. II,
1034. _S. Aldegundis_ † 7e eeuw, Ma. bij Gent. B. 20 Juni V, 25. [40

_Alman._ ATHAL: Athalbert, Adalman, Alman. _S. Adalbertus_ † 740,
Diaken te Egmond. B. 25 Juni V, 94. [41

_Almer._ ALA: Alamar, Almar. _S. Almarus_ † 6e eeuw, Ma. te
Chartres. B. 16 Mei III, 595. [42

_Aloys, Alowies, Lowies, Wies._ _S. Aloysius_ † 1591, Bel. B. 21
Juni IV, 847. Aloysius is een verlatiniseerd Italiaansch Aluigi =
Ludovicus, ons Lodewijk. [43

_Amel (m.), Amele, Amelis, Ameldonk._ AMAL: Amalo, Amolo, Amilius,
Amelius, Amalung, Amalunc, Amalong. _S. Amelius_ † 8e eeuw, Ma. in
Tirol. B. 12 Oct. VI, 124. Gesln. Amelung. [44

_Amel (vr.), Amelke._ AMAL: Amalia, Amila, Amalaberga,
Amaltrudis. _S. Amelberga_ † 10e eeuw, Abd. te Susteren. B. 21
Nov. Kr. V, 114. _S. Amalberga_ † omstr. 690, Wed. te Lobbes in
België. B. 10 Juli III, 63. [45

_Andele, Andel._ AND: Ando, Andolenus, Andobald,
Antipert. _S. Andeolus_ † 208, Subdiak. Ma. te Vivarais. B. 1 Mei,
I, 35. _S. Andoletus_ † 8e eeuw. Ma. met S. Lambertus te Luik. B. 17
Sept. V. 518. [46

_Andries, Dries._ AND: Andahar, Anteres, Andarich, Andricus,
Antrich. Thans naar _S. Andreas_ Ap. 30 Nov. _S. Andreas_ † 7e eeuw,
Abt v. S. Amand. B. 6 Feb. I, 903. _S. Andreas Wouters_ † 1572,
Ma. v. Gorc. B. 9 Juli II, 736. Gesln. Anders. [47

_Anne (m.), Anse, Anske._ AN: Anno, Enno, Annico. _S. Anno_ † 1075,
AB. v. Keulen. B. 4 Dec. Gesln. Annink. [48

_Anne (vr.), Antjen, Anneken, Annigje, Aant, Naatjen._ AN: Anna, Ana,
Enna, Ennika, Anahildis. _S. Anna_, Moeder v. O. L. Vrouw, 26 Juli. [49

_Anneka,_ saamgetrokken uit _Anna_ en _Catharina_, doch niet
onwaarschijnlijk in zijn geheel oorspronkelijk uit den stam AN: Anna,
Ana, Enna, Ennika, Enca. [50

_Anselm, Ansem._ ANSI: Ansehelm, Anshelm. _S. Anselmus_ † 1109,
AB. v. Cantelberg. B. 21 Apr. II, 865. Gesln. Ansems. [51

_Ansfried._ ANSI: Anso, Ansbald, Ansifrid. _S. Ansfridus_ † 1010,
B. v. Utrecht. B. 3 Mei, I, 428. Kr. V, 129. [52

_Ansgar, Ansger, Oscar._ ANSI: Ansger, Ansker, Asger, Osger, Ansigar,
Ansgar, Anskar, Osegar. _S. Anscharius_ † 865, B. v. Hamburg en
Bremen. B. 3 Feb. I, 391. [53

_Anskje, Ansje._ ANSI: Ansberga, Ansigildis, Ansoaldis. _S. Ansoaldis_
† 7e eeuw, M. te Maubeuge. B. 24 Aug. IV, 742 c (Inter praeterm.). [54

_Anthelm, And._ AND: Ando, Andobald, Anthelm. _S. Anthelmus_ † 12e
eeuw, B. v. Belley. B. 26 Juni, VII, 226, [55

_Antoon, Antonie, Tone, Toon, Teunis, Teune._ _S. Antonius_ † 356,
Kluiz. B. 17 Jan. II, 107. _S. Antonius_ v. Padua † 1231. B. 13
Jan. II, 703. _S. Antonius_ v. Weert en _S. Antonius_ v. Hoornaer †
1572. Ma. v. Gorc. B. 9 Juli II, 736. Kr. IX, 15. [56

_Aontjan = Arend-Jan_ (in Twente) doch oorspronkelijk wel uit den
stam AND, waaronder Förstemann vermeldt: Antegan als vermoedelijk
gelijk aan Antdegan. [57

_Appe, Apple, Aploon._ ABA: Abili, Appili, Abilo, Abbilin, Abolin,
Appulin. _S. Appolonius_ † 2e eeuw, B. v. Brixen. B. 7 Juli, II,
453. [58

_Aris._ ARA: Aragis, Arigis, Arecis, Arahad, Ared. _S. Arigius_
of _Aredius_ † 7e eeuw, AB. v. Lyon. B. 10 Aug. II, 543. [59

_Arnold, Arnoud, Arent, Aarn, Aart._ ARIN: Arnoald, Arnald,
Harnold. _S. Arnoaldus_ of _Arnoldus_ † 607, B. v. Metz. B. 9 Oct. IV,
1008. _S. Arnoldus_ † 9e eeuw, Bel. te Arnswiler. B. 18 Juli IV,
447. Eerbiedw. _Arnoud_ † 993, Graaf v. Holland. B. 18 Sept. V, 759b
(Inter praeterm.). Kr. VIII, 3. Gesln. Aarnink. [60

_Arnulf, Arnolf._ ARIN: Arenulph, Harnulf, Arnolf. _S. Arnulfus_ †
1087, B. v. Soissons. B. 15 Aug. III, 221. [61

_Asinga, Asing, Asigo, Asge._ ANSI: Anso, Asi, Ansich, Asico,
Ansbald, Ansobert, Ansifrid, Asman, Osman. _S. Ansbertus_ † 698,
AB. v. Rouaen. B. 9 Febr. II, 342. Gesln. Asmans. [62

_Askje, Asseltsje._ ASCA: Ascila, Ascelina. _S. Ascelina_ † 12e eeuw,
Cisterc. non in Champagne. B. 23 Aug. IV, 650. [63

_Asweer, Aswerus, Asse._ ANSI: Ansverus, Asuarus, Asuerus, Aswer,
Ansuard, Asuward. _S. Ansuerus_ † 1066, Ma. te Ratzeburg. B. 15 Juli,
IV, 97. [64

_Auke._ AUGA: Augo, Augram, Auguart, Auculf. _S. Augebertus_ † 690,
Kluiz. bij Atrecht. B. 21 Nov. [65

_Aukje._ AUGA: Augis, Augoflada. Uit den stam AG: _S. Agia_, Ma. te
Apt in Frankrijk. B. 14 Mei, III, 285. [66

_Aute, Autger, Auwel, Auwe._ AUDA: Audo, Auto, Aadogar, Audilo,
Audobald, Audobert, Autbodo, Audovald, _S. Autbertus_ † 965,
B. v. Kamerijk. B. 13 Dec. _S. Autbodus_ † 690, Kluiz. bij
Atrecht. B. 21 Nov. [67

_Ave, Aafjen, Aafkje, Aaft, Eefjen, Eefke._ AIVA: Aeva, Evike,
Eveza. _S. Ava_ † 9e eeuw. B. 29 Apr. III, 628. [68



B

_Baaltsje, Baalke._ BALDA: Palda, Baldetrudis. _S. Balda_ † ?,
Abd. v. Jouarre. B. 9 Dec. [69

_Baard, Barde, Baarte, Bartelt, Bartel, Bart._ BARDA: Bardo, Pardo,
Barda, Barto, Bardilo, Bartholf. _S. Bardo_ † 1053, AB. v. Mainz. B. 10
Juni, II, 299. Thans naar _S. Bartholomeus_, Ap. Gesln. Baart. [70

_Baatjen, Batjen, Bate, Baye, Baaike, Beyke._ BADU: Badda, Beta, Peda,
Baduhilt, Badhildis. _S. Badhildis_ † 680, Kon. in Gallië. B. 30
Jan. II, 732. Thans vleivormen van _S. Barbara_ † 306, M. Ma. B. 4
Dec. [71

_Babbe, Bab, Pape._ BAB: Babo, Pabo, Bave, Babilo, Babolenus. _S. Bavo_
† omstr. 657, Bel. te Gent. B. 1 Oct. I, 199. _S. Babolenus_ † 7e eeuw,
Abt v. Stavelot. B. 26 Juni, V, 179. [72

_Badeloge, Baligjen, Balig, Beilige. BADU: Badeloch, Baduila, Badila,
Badehildis._ Bij toepassing uit den stam BALDA: _S. Balda_ † ?,
Abd. v. Jouarre. B. 9 Dec. [73

_Baye, Baike, Baitse, Beitse._ BAID: Baidilo, Baithanus. _S. Badilo_
† 10e eeuw, Abt in Henegouwen. B. 8 Oct. IV, 349. _S. Baithanus_ †
?, Bel. in Schotland. B. 25 Dec. [74

_Bake._ BAGA: Bago, Bacco, Bachilo, Bagulf. _S. Baculus_ † 565,
B. v. Sorrente. B. 29 Jan. II, 950. Gesln. Bake, Bakke, Bakkes. [75

_Balderik, Balde, Balte, Balster, Bolt, Bout, Boudaard._ BALDA:
Baldo, Balther, Baldhard, Baldarat, Baldarit, Balderich. _S. Baldus_
† 7e eeuw, Bel. te Sens. B. 29 Oct. XII, 872. _S. Baldus_ †
?, AB. v. Tours. B. 7 Nov. _S. Baldericus_ † 7e eeuw, Bel. te
Montfaucon. B. 16 Oct. VII P. 11, 923. [76

_Balle, Baling, Balins, Paele, Palle, Pals, Palse._ BALVA: Ballo,
Pallo, Balfrid, Palfrid, Balhart. Bij toepassing uit den stam BALDA:
_S. Baldericus_ † 7e eeuw, Bel. te Montfaucon. B. 16 Oct. VII, P. II,
923. Gesln. Bal, Balling, Paling. [77

_Bamme._ Pammo, Pamo. _S. Pambo_ † 4e eeuw, Abt in Hongarije. B. 1
Juli, I, 33. Gesln. Bam. [78

_Bane, Banne, Bange, Banke, Banse, Bannert, Beine, Beint,
Banier._ BAINA: Baino, Bainus, Baining, Beinher. _S. Bainus_ † 685,
B. v. Terouanne. B. 20 Juni, IV, 26. Gesln. Banen, Banning, Bannes,
Ban, Beynes, Beentjes, Banier. [79

_Barbele, Barber, Berber, Barbertsje._ _S. Barbara_ † 306, M. Ma. B. 4
Dec. [80

_Barre, Barries, Barse, Barwald, Bareld, Braalt._ BARA: Paro, Barilo,
Baring, Baribert, Barfrid, Baroald. _S. Barrus_ † 7e eeuw, B. v. Cork
in Ierland. B. 25 Sept. VII, 142. Gesln. Bara. [81

_Bas, Basje, Basiel._ BASI: Baso, Basso, Basolus, Basinus. _S. Basinus_
† 7e eeuw, Ma. te Meides. B. 14 Juli, III, 699. _S. Basolus_ † 620,
Kluiz. te Reims. B. 26 Nov. Gesln. Bas. [82

_Bate, Bato, Battele._ BADU: Bado, Bato, Badilo. _S. Badilo_ † 10e
eeuw, Abt v. Leuze. B. 8 Oct. IV, 349. Gesln. Baede, Baaten. [83

_Baudewijn, Boudewijn, Bauwen, Bouwen._ BALDA: Baldavin, Balduvin,
Paldewin, Bauduin. _S. Balduinus_ † 12e eeuw, Abt te Reate in
Italië. B. 21 Aug, IV, 450. Gesln. Bauduin. [84

_Baudewijntjen, Baukje._ BALDA: Baldegardis, Baldegildis,
Baldetrudis. _S. Baldegundis_ † ?, Abdis. B. 10 Feb. II, 429. [85

_Bave, Baaf, Bauwe, Bauke._ BAB: Babo, Bave. _S. Bavo_ † omstr. 657,
Bel. te Gent. B. 1 Oct. I, 198. Gesln. Bavink. [86

_Bede, Bete, Betse, Peet._ BADU: Bado, Bato, Beddo, Beto,
Petto. _S. Beda Ven._ † 735, Pr. Krkl. in Engeland. B. 27 Mei, VI,
718. _S. Betto_, B. v. Auxerre. B. 27 Oct. XII, 374. Gesln. Bedding,
Peet. [87

_Beentsje._ BEN: Benna, Beninga, Benoildis. _S. Benildis_ † 9e eeuw,
Ma. te Cordova. B. 15 Juni, III, 1070. [88

_Begge, Byke._ BIG: Begga, Bega. _S. Begga_ † 694, Wed. te Andenne
in België. B. 17 Dec. [89

_Beike._ BOJ: Baia, Beia, Baihildis. _S. Beia_, M. in Schotland. B. 1
Nov. [90

_Beke, Beake, Peke, Bakke._ BAGA: Bago, Bacco, Pago,
Bagulf. _S. Baculus_ † 565, B. v. Sorrente. B. 29 Jan. II,
950. Gesln. Beke. [91

_Bele, Beliaan._ BILI: Bilifrid, Belimar. _S. Bilfridus_ † omstr. 757,
Kluiz. in Engeland. B. 6 Mrt. I, 448. Gesln. Beelen. [92

_Bely, Belitjen, Beelken._ BILI: Belia, Biliza,
Bilihild. _S. Bilhildis_ † 7e eeuw, Stichtster van Oud-Munster te
Mainz. B. 27 Nov. [93

_Bene, Been, Bense, Bente, Binne, Binke, Bennert, Biense, Biente._
BEN: Benni, Beno, Bennico, Benned, Bennid, Benehard. _S. Benno_
† 1106, B. v. Meiszen. B. 16 Juni, III, 145. Gesln. Been, Beens,
Beynes, Binkes, Beentjes. [94

_Berchart, Berke, Barge._ BERGA: Bergher, Perahger, Parecger,
Berchgart. _S. Bercharius_ † 7e eeuw, Ma. in Catalonië. B. 16 Oct. VII,
P. II, 1118. Gesln. Berger, Barge. [95

_Berlindis, Berlinde, Berendje._ BERIN: Bernhildis. _S. Berlendis_
† 7e eeuw, Non te Meerbeek. B. 3 Feb. I, 377. [96

_Bernard, Berend, Beert, Bern, Barend, Bernke._ BERIN: Berinhard,
Berenard, Pernahart, _S. Bernardus_ † 1153, Abt en Krkl. B. 20 Aug. IV,
101. [97

_Bernulf, Bernlef, Bernauw._ BERIN: Bernwelf, Bernulf, Bernolf,
Barnulf. _S. Bernulfus_ † 1054, B. v. Utrecht. B. 19 Juli, IV, 654. [98

_Bert, Brecht (m.), Bertolf._ BERHTA: Berht, Bertus, Braht,
Perht, Bertin, Bertwin, Berhtolf, Bertulf. _S. Bertinus_ † 698,
Abt v. S. Omer, B. 5 Sept. II, 549. _S. Bertwinus_ † 650, Ma. bij
Namen. B. 8 Sept. III, 259. _S. Bertulfus_ † omstr. 705, Abt
v. Renty. B. 5 Febr. I, 674. [99

_Berte, Bertken, Baarte._ BERHTA: Berchta, Berahta, Berta,
Bertila. _S. Bertha_ † 7e eeuw, Abd. Ma. te Avenay. B. 1 Mei,
I, 112. _S. Bertilia_ † omstr. 687, M. te Mareol. B. 3 Jan. I,
155. _S. Bertilia_ † 7e eeuw, Grav. in Henegouwen. B. 11 Mei, II,
633. Behoort niet gebruikt te worden als vleivorm voor Barbara. [100

_Berthold, Bartold, Bartelt, Bertout, Bartout._ BERHTA: Berchtwald,
Berctold, Perichtolt, Bertelt. Zal. _Berchtoldus_ † 13e eeuw, Mo. in
Westfalen. B. 20 Juni, VI, 469. [101

_Bertram._ BERHTA: Berahtraban, Berahtram, Peratram. _S. Bertichramnus_
† 7e eeuw, B. v. Le Mans. B. 6 Juni, I, 710. [102

_Bertrand._ BERHTA: Bertrand. _S. Bertrandus_ † 1123,
B. v. Comminges. B. 16 Oct. VIII, P. II, 1140. [103

_Berwout._ BERIN: Beroald, Perovald, Bernlef, Bernulf. _S. Bernulfus_
† 1054, B. v. Utrecht. B. 19 Juli, IV, 654. [104

_Bessele, Bessel._ BAZ: Bazzo, Bezo, Becili, Bezelin,
Bazzulf. _S. Basolus_ † 620, Kluiz. bij Reims. B. 26
Nov. Bij misverstand tot _Basiel_ geworden, naar
_S. Basilius_. Gesln. Besseling. [105

_Betjen, Betske._ BADU: Badda, Beta, Betta, Bettika, Beteke. Thans
vlv. v. _S. Elisabeth_ † 1231, Wed. in Hongarije. B. 19
Nov. _S. Elisabeth_ † 1336, Kon. v. Portugal. B. 4 Juli, II, 169. [106

_Birgitte, Brigitte, Brechtjen, Brechtland, Brecht, Brigiet, Breye,
Brita._ BERGA: Berga, Perga, Berchgis, Bercheid. _S. Birgitta_ †
1373, Wed. te Rome. B. 8 Oct. IV, 368. [107

_Blaas, Blees._ _S. Blasius_ † 316, B. Ma. te Sebaste. B. 3 Feb. I,
331. [108

_Bleike, Plechelm._ BLIC: Blecco, Blecger, Plechelm,
Blekulf. _S. Plechelmus_ † 713, B. Geloofsverk. te Oldenzaal en
S. Odiliënberg. B. 15 Juli, IV, 50. Kr. III, 3. [109

_Bode, Bodis, Bote, Bodert, Pote, Potte._ BOD: Bodo, Boddo,
Poto, Bodilo. _S. Bodo_ † 7e eeuw, B. v. Toul. B. 11 Sept. III,
838. Gesln. Botes. [110

_Boele, Bole, Bolke, Bolte._ BOD: Bodilo, Bodolo. _S. Bodo_ † 7e eeuw,
B. v. Toul. B. 11 Sept. III, 838. Gesln. Boelen, Boeles. [111

_Boye, Boike, Boite, Bea, Beauwe, Beije._ BOJ: Boio, Baio, Boiko,
Beia, Beius. _S. Boius_ † ?, Ma. te Issoudun. B. 30 Oct. Gesln. Boysen,
Bojesen. [112

_Bone, Boon, Boonke, Bonge, Bonsen, Bonte._ BON: Bono, Bonigo, Bonizo,
Ponzo, Bonarich, Bonarius. _S. Bonitus_ † 710. B. v. Auvergne, B. 15
Jan. I, 1069. Gesln. Bon, Boon, Bonarius, Bonke, Bonte. [113

_Bonefaas, Faas._ _S. Bonefatius_ † 755, AB. v. Mainz. B. 5 Juni, I,
452. Kr. III, 41. [114

_Boonke, Bonne, Bontsje._ BON: Bona, Bonica, Bonila,
Ponza. _S. Bonizella_ † 13e eeuw, Wed. te Sens. B. 6 Mei, II, 121. [115

_Bossaart, Bosschaart, Botsaart, Bodse, Bos, Bosje, Busje, Buse,
Buys, Bus._ BOZ: Bozo, Bosso, Buazo, Buzo, Buzili, Buzio, Bozhar,
Boazman, Buozrat. _S. Boso_ † 755, Ma. met S. Bonifatius. B. 5 Juni,
I, 452. Gesln. Bos, Bosman, Buys, Busing. [116

_Bouwe, Bouke._ BOB: Bobo, Buobo, Buovo, Bobilo,
Bobolin. _S. Bobolinus_ † 8e eeuw, B. v. Vienne. B. 26 Mei, VI,
446. [117

_Brandaan, Brand, Brandje, Brent._ BRANDA: Prando, Brantio, Brendeke,
Brandanus, Brandericus. _S. Brandanus (Brendanus)_ † 6e eeuw, Abt in
Ierland. B. 16 Mei, III, 599. Gesln. Brand, Brands, Brantjes. [118

_Broer, Broor, Broederik._ BROD: Brodulf, Brothar. _S. Brothenus_ †
6e eeuw. Bel. in Wales. B. 18 Oct. VIII, 358. Gesln. Broders, Broere,
Broers, Breure. [119

_Bronger, Brunger._ BRUNJA: Bruno, Brunger. _S. Bruno_ † 965, Stichter
der Karthuizers. B. 6 Oct. III, 491. Gesln. Brongers. [120

_Broos._ BROZ: Brozo, Prozilo, Prozolt. Thans naar _S. Ambrosius_ †
397, AB. v. Milaan. B. 7 Dec. [121

_Bruin, Bruinis, Breunis, Bruning._ BRUNJA: Bruno, Brun,
Bruning, Brunhard, Brunold. _S. Bruno_ † 965, AB. v. Keulen en
Ordestichter. B. 6 Oct. III, 491. Gesln. Bruyn, Bruning, Bruntink,
Brunolt. [122

_Bruisse, Bruist, Bruistijn, Brusten._ BRUNJA: Brunist, Prunstein,
Brunsten. _S. Bruno._ Zie Bruin. Gesln. Bruystens. [123

_Brum, Brummer._ BRUM: Brumilo, Brumhar, Brumman. Bij toepassing:
_S. Bruno._ Zie Bruin. Gesln. Brom, Brommer. [124

_Buddo, Butter, Bitter, Boete._ BOD: Buddo, But, Podard, Botthar,
Buotrit. _S. Bodo_ † 7e eeuw, B. v. Toul. B. 11 Sept. III,
830. Gesln. Buddingh, Bitter. [125

_Buger, Beukel, Beute, Beuwe, Boke, Bokel._ BUG: Bugo, Buggo, Bucco,
Buchilo. Bij toepassing: _S. Bucolus_ † 1e eeuw, B. v. Smyrna. B. 6
Feb. I, 766. Gesln. Buck, Bugge. [126

_Burchart, Burke, Bure, Borger, Borre._ BURGI: Burco, Burchar,
Burghart, Burgman, Purcman, Burichink. _S. Burchardus_ † 8e eeuw,
B. v. Würzburg. B. 14 Oct. VI, 557. Gesln. Borger, Burgers, Borcherts,
Bor, Borring, Burgerman. [127

_Burde, Birde._ BURDI: Burdo, Burdin. Bij toepassing: _S. Burchardus_
† 8e eeuw, B. v. Würzburg. B. 14 Oct. VI, 557. [128

_Burgje._ BURGI: Burga, Burgareda. _S. Walburgis_ † 779,
Abd. v. Eichstadt. B. 25 Feb. III, 511. _S. Nothburga_ † 14e eeuw,
M. te Rottenburg. B. 14 Sept. IV, 709. [129

_Buwe, Buwke._ BU: Buo, Puwo, Buvo, Buman, Burad. Uit den verwanten
stam BOB: Buobo, Buovo. _S. Bobolinus_ † 8e eeuw, B. v. Vienne. B. 26
Mei, VI, 446. Vergelijk _Bouwe_. [130



C

_Cecieltjen._ Naar _S. Cæcilia_, M. Ma. te Rome † 230. B. 22 Nov. [131

_Ceriel._ Thans naar _S. Cyrillus_, Patr. v. Alexandrië † 444, doch
zie _Seriel_. [132



D

_Daam, Dammes, Damme, Damt, Tame, Tames, Tammerus, Tamme, Temme._
DAM: Dammo, Tamard; DANA: Dano, Danamar, Temmar. _S. Tammarus_ † 6e
eeuw, B. v. Benevento. B. 15 Oct. VII, P. I, 35. Thans ook _Damiaan_
naar _S. Damianus_ † omstr. 303. Ma. 27 Sept. Gesln. Dammes. [133

_Daan, Danel, Tane, Tanne, Tenne._ DANA: Dano, Denno, Tano, Danius,
Danila (m.). _S. Danius_ † 1184, Pr. te Bologna. B. 12 Mei, III,
180. [134

_Daantjen._ DANA: Danna, Tannecha, Tanfrida, Danageldis,
Danahildis. _S. Tancha_ † ?, Ma. in Champagne. B. 10 Oct. V, 120. [135

_Daatjen._ DADI: Dada, Dedda, Detta, Dadolena. _S. Dada_, † 4e eeuw,
Ma. in Bulgarije. B. 13 April, II, 126. [136

_Dade, Date._ DADI: Dado, Dato, Dazzo, Tate. _S. Dathus_ † 2e eeuw,
B. v. Ravenna. B. 3 Juli, I, 635. [137

_Dankaart, Dankert, Tanke._ THANC: Tanco, Danko, Thanchard. _S. Tanco_
† 815, B. v. Verden. B. 16 Feb. II, 889. [138

_Dedde, Dedjer, Deitse._ DADI: Dado, Deddo, Dedmar, Tetger. _S. Dathus_
† 2e eeuw, B. v. Ravenna. B. 3 Juli, I, 635. [139

_Deliaantje, Deeltsje, Dielke._ OTHAL: Odila, Odilia, Odilberga,
Odiltrudis, Odallind. _S. Odilia_ † 720, Abd. v. Hohenburg. B. 13
Dec. [140

_Dene, Deen._ DAND: Dandi, Dendi, Dantlin, Dentelin. _S. Dentlinus_
† 7e eeuw, kind v. S. Waldetrudis in Henegouwen. B. 14 Juli, III,
689. Gesln. Deen. [141

_Dere, Deeris, Djeurre._ DEURJA: Teor, Dioro, Tier, Teuriscus. Thans
naar _S. Theodericus_. Zie _Diederik_. Gesln. Thier. [142

_Derre._ DAR: Tara, Terra, Ternod, Daroin, Thernolt. _S. Ternus_ †
4e eeuw, Ma. te Troyes. B. 21 Juli, V, 132. [143

_Dibberich, Diebrechjen._ THEUDA: Thioda, Theutbirg, Theotbirich,
Thiathildis. _S. Thiadildis_ † 9e eeuw, Abd. v. Freckenhorst. B. 30
Jan. II, App. 1154. [144

_Didmer, Diemer._ THEUDA: Theudemar, Diotmar, Diethmar. _S. Thetmarus_
† 12e eeuw, Pr. in Holstein. B. 17 Mei. IV, 41. Gesln. Diemers. [145

_Diederik, Dirk, Derk, Tsjerk._ THEUDA: Theutrich, Thiadric,
Tiutrich, Thioterich, Dieterich, enz. _S. Theodericus_ van der Eem
† 1572, Ma. v. Gorc. B. 9 Juli, II. 736. _S. Theodericus_ † 880,
B. v. Minden. B. 2 Feb. I, 309. [146

_Diedert, Diede, Duterd, Duurd._ THEUDA: Theuthard, Theuthar, Theuther,
Teodard, Diethart. _S. Theodardus_ † 668, B. v. Maastricht, Ma. B. 10
Sept. III, 580. Gesln. Dieters, Duurs. [147

_Diedsen, Ties, Tieze._ DISJA: Disi, Disso, Tiso,
Disibod. _S. Disibodus_ † 7e eeuw, B. te Dysenberg bij Mainz. B. 8
Juli, II, 581. [148

_Dientjen, Tine, Tintje, Tynke._ DIN: Dina: THINGA: Thingund,
Dingunda. Bij aanpassing: _S. Theonilla_ † 3e eeuw, Ma. in
Cilicie. B. 23 Aug. IV. 567. [149

_Dievertjen, Dieuwer, Dieduwe, Dieuwke, Djoeke._ THEUDA: Theudoara,
Thiutwara, Didwara, Thiathildis. _S. Thiadildis_ † 9e eeuw,
Abd. v. Freckenhorst. B. 30 Jan. II. App. 1154. [150

_Digge, Dike, Deke, Dekken._ THIH: Ticho, Tieco, Tichman,
Ticwin. _S. Teocus_ † ?, Kluiz. te Theokesbury. B. 28 Mei, VI, 732 f
(Inter praet.). Gesln. Diekes, Diekman, Dekens. [151

_Dignum (m.), Dingenis, Dinger, Dingeman, Dinglum, Dingle._ THEGAN:
Degan, Dignus, Theganher, Dignowar. _S. Tigernacus_ † 6e eeuw, B. in
Ierland. B. 5 Apr. I, 401. Gesln. Degen, Dingemans. [152

_Dignum (vr.), Dingene._ THEGAN: Thegena, Digna. _S. Digna_, Ma. in
Pontus. B. 1 Oct. I, 30. [153

_Dille, Djille, Dilke, Dielis._ DIL: Dillo, Thilo. _S._ _Tilbertus_
† 780 B. v. Hexam in Engeland. B. 7 Sept. III, 112. Gesln. Dille. [154

_Dimfne:_ _S. Dympna_ † 7e eeuw, M. Ma. te Gheel. B. 15 Mei, III,
477. [155

_Ditjen, Ditsje, Tietje, Tiedske._ THEUDA: Teodildis,
Theathildis. _S. Thiadildis_ † 9e eeuw, Abd. v. Freckenhorst. B. 30
Jan. II, 1154. [156

_Ditlof, Detlef._ THEUDA: Theudulf, Deodulf, Ditolf,
Thiatlef. _S. Theodulfus_ † 7e eeuw, Abt en B. te Lobes. B. 24 Juni,
V, 820. Gesln. Detelfs. [157

_Dode, Doede, Dotte, Totte, Doke, Douke._ DOD: Dodo, Duodo, Duda,
Dodico, Dodoko. _S. Dodo_ † 8e eeuw, Abt bij Kameryk. B. 28 Oct. XII,
625. Zal. _Dodo_ † 1231, Praemonstr. Mo. in Friesland. B. 30 Mrt. III,
850. Kr. VII, 146. Gesln. Dood, Doedes. [158

_Doeke, Doekele, Doke, Tuik._ DUG: Tuco, Duoco, Tugilo,
Tugolf. _S. Tugdualus_ † omstr. 550, B. v. Tréguier in Bretagne. B. 30
Nov. [159

_Doetjen, Doetsje, Totsje._ DOD: Doda, Duata, Tuota, Toza. _S. Doda_
† 7e eeuw, Non te Reims. B. 24 Apr. III, 283. [160

_Doman._ DOMA: Duomelo, Domlin, Domnolin. _S. Domnolenus_ † 7e eeuw,
Bel. te Auxere. B. 21 Oct. IX, 325. Gesln. Doemen. [161

_Domis, Domus._ DOMA: Domigis, Domgis. _S. Domitianus_ † 560,
B. v. Maastricht. B. 7 Mei, II, 146. Gesln. Domis. [162

_Donne, Donke, Doen._ DON: Dono, Tuoni, Donizo,
Donazau. _S. Donatianus_ † 4e eeuw, AB. van Reims, en Patroon
v. Brugge. B. 14 Oct. VI, 487. Gesln. Dons. [163

_Doortjen, Dorentsje, Doorke._ THUR: Thura. Thans naar _S. Dorothea_
† 4e eeuw, M. Ma. te Caesarea. B. 6 Feb. I, 771, en _S. Theodora_ †
304, Ma. te Alexandrië. B. 28 Apr. III, 573. [164

_Douwe, Doewe, Dobbe._ DUB: Dubi, Tubo, Dubanus,
Duvinus. _S. Dubricius_ † omstr. 510, B. in Wales. B. 14
Nov. Gesln. Douwes, Doude, Dobbe. [165

_Dreves, Drewes, Dreefs, Drieuwe, Dreuw._ DRIB: Drebi, Drewich,
Trebel, Trebwin. _S. Treverius_ † 6e eeuw, Mo. in Gallië. B. 16
Jan. II, 33. Gesln. Dreevsen. [166

_Droon._ THRAU: Throand, Truont, Droant, Droan. _S. Drogo (Druon)_
† 1186, Kluiz. in Henegouwen. B. 16 Apr. II, 441. [167

_Duifjen, Duuwke, Douwske._ DUB: Duva, Duvigild. Als vertaling
toegepast: _S. Columba_ † 3e eeuw, M. Ma. te Sens. B. 31 Dec. [168



E

_Eabeltsje._ EB: Eba, Ebila. _S. Ebba_ † 683, Abd. in Engeland. B. 25
Aug. V, 265. [169

_Eadske, Edou._ ED: Eda, Etta, Edica, Ettecha. _S. Eadburga_ † 10e
eeuw, Kon.-dochter in Engeland. B. 15 Juni II, 1070. [170

_Ebe, Ebo, Ebbing, Epke, Hebe, Heppe, Hibbe._ EB: Ebo, Epo, Ebbo,
Eppiko, Hebo, Ebulo, Epilo. _S. Ebbo_ † omstr. 750, B. v. Sens. B. 27
Aug. VI, 94. _S. Eppo_ † 11e eeuw, Pr. in Slavonië. B. 7 Juni, II,
40. Gesln. Eppens, Eppink, Ebels, Ebeling. [171

_Ede, Eade, Eddo, Ette, Etse._ ED: Edo, Eddo, Edward, Etto,
Etisco. _S. Eduardus_ † 978, Kon. v. Engl. B. 18 Mrt. II,
638. _S. Etto_ † omstr. 770, B. Geloofspred. in België. B. 10 Juli,
III, 48. Gesln. Eden, Edsen. [172

_Edel, Edeling._ ATHAL: Adalung, Edelung, Athalberht. _S. Adalbertus_
† 740, Diak. te Egmond. B. 25 Juni. V, 94. Gesln. Edel. [173

_Edger, Edgar._ ED: Edo, Etiger. _S. Edgarus_ † 10e eeuw,
Kon. v. Engeland. B. 8 Juli, II. 659. [174

_Edmund, Edmond, Emond, Emmen, Mon._ ED: Etmunt. _S. Eadmundus_
† 870, Kon. v. Engeland. B. 26 Nov. _S. Eadmundus_ † 1242,
AB. v. Kantelberg. B. 16 Nov. [175

_Edsart, Edser, Adsert, Edse, Edsger._ ED: Etto, Etisco,
Etiger. _S. Eadmundus_ of _S. Eduardus_. Zie Edmund (175) en Eduwaart
(177). [176

_Eduwaart, Edwart, Ward._ ED: Edward. _S. Eduardus_ † 978,
Kon. v. Eng. B. 18 Mrt. II, 638. [177

_Eelke, Egle, Eile, Ele._ AGIL: Egil, Egilo, Eilo,
Eiliko. _S. Agilolfus_ † omstr. 770, AB. v. Keulen en Ma. B. 9
Juli, II, 714. Zal. _Eelco Liauckama_ † 1332, Abt v. Lidlum en
Past. v. Belcum, Ma. in Friesland. B. 22 Mrt. III, 396. Kr. VII,
155. [178

_Eelkje._ AGIL: Agila, Egila, Eila, Eilica, Acleberta,
Agleverta. _S. Agilberta_ † 7e eeuw, Abd. v. Jouarre. B. 11 Aug. II,
656. [179

_Eerde, Eerd._ HARDU: Ardo, Herti, Hartager, Erdiger, Hardman, Hertman,
Harduwich, Hartwich. _S. Hartwicus_ † 11e eeuw, B. v. Salzburg. B. 14
Juni, VI, App. 127. Gesln. Hartman. [180

_Eertje, Eerke, Erken._ ERA, ERIN: Ericha, Erelieva, Erembalda,
Erindrud. _S. Erendrudis_ † 7e eeuw, Abd. te Salzburg. B. 30 Juni,
V, 580. [181

_Eesge, Eesger, Aesch, Aetske._ ASCA: Asco, Aschari, Ascher, Ascalo,
Eskel, Ascarich, Eskerich, Escrich. _S. Eskillus_ † 11e eeuw, B. Ma. in
Zweden. B. 12 Juni, II, 598. Gesln. Escherich, Eskes. [182

_Ege, Eggo, Egger, Eggerik, Eggert, Egbert, Ebbert, Eibert._ AG: Acco,
Ego, Eggo, Agihar, Eghihart, Agabert, Eggebert, Ekkerich. _S. Egbertus_
† 729, Abt en vaderl. Geloofspred. B. 24 Apr. III, 313. Kr. II,
29. Eerbw. _Egbertus_ † 993, B. v. Trier. B. 9 Dec. Kr. VIII,
12. Gesln. Ego, Eg, Egges, Eggink. [183

_Egele._ AGIL: Aigil, Egilbert, Egil, Egilger, Agilulf. _S. Agilolfus_
† omstr. 770, AB. v. Keulen en Ma. B. 9 Juli, II, 714. [184

_Egmond, Emond._ AG: Agimund, Eckimunt, Agabert,
Eggibert. _S. Egbertus_ † 729, Abt en vaderl. Geloofspred. B. 24
Apr. III, 313. [185

_Eie._ AG: Agio, Egio, Ayo, Eio, Agiwin. _S. Egwinus_ † 717,
B. v. Worcester. B. 11 Jan. I, 707. [186

_Eilof._ AGIL: Agilulf, Agilolf, Egilof, Eilulf. _S. Agilolfus_ †
omstr. 770, AB. v. Keulen. B. 19 Juli, II, 714. [187

_Eiold._ AG: Agiovald, Achiolt, Eggiold, Aioald. _S. Egwinus_. Zie Eie
(186). [188

_Eise, Eiso._ AGIS: Agiso, Achso, Ehso. Zal. _Eiso_ † omstr. 1191,
Cisterc. Mo. v. Klaarkamp. 24 Mrt. Kr. VIII, 118. [189

_Eke, Ekke._ AG: Acco, Acca, Ecco, Ekho. _S. Acca_ † 8e eeuw, B. in
Engel. vaderl. Geloofspred. B. 20 Oct. VIII, 965. [190

_Elbert._ AGIL: Agilbert, Egilbert, Eylbert, Aglibert,
Heilbert. _S. Aglibertus_ † omstr. 400, Ma. bij Parijs. B. 25 Juni,
V, 814. [191

_Elbrigje, Elbrig._ ATHAL: Athal, Ethil, Aethelbert, Adalberta,
Athalburg. _S. Ethelburga_ † 7e eeuw, Abd. in Engeland. B. 11 Oct. V,
648. [192

_Eldert, Ellart, Eylaart, Elirt._ AGIL: Agilard, Egilhart, Ailhard,
Eilard. _S. Aglibertus_ † omstr. 400, Ma. bij Parijs. B. 25 Juni, V,
814. Gesln. Alders, Elders, Eldering, Eilders, Eilers. [193

_Elger._ AGIL: Agilhar, Egilhar, Agilulf. _S. Agilolfus_ † omstr. 770,
AB. v. Keulen en Ma. B. 9 Jul. II, 714. Gesln. Elgering. [194

_Elo, Elle, Else._ AGIL: Agilo, Egilo, Eilo. _S. Agilus_ † 587,
Bel. in Gallië. B. 30 Aug. VI, 569. Gesln. Eling, Elsen. [195

_Eloy, Loy, Loys._ ALJA: Elli, Aliko, Elicho, Elizo, Elizi,
Elois. _S. Eligius_ † 659, B. v. Noyons. B. 1 Dec. [196

_Elsjen, Elsken._ ALIS: Elis, Elisa, Elisba, Elisdrud. Bij toepassing
_S. Elisabeth_. [197

_Elte._ ALDA: Aldo, Alto, Elto. _S. Alto_ † 8e eeuw, Abt in
Beijeren. B. 9 Febr. III, 353. Gesln. Eeltjes. [198

_Embert, Embrecht, Ember, Emmer, Heimerik, Emmerik, Amerik, Ammer_. IM:
Imbert, Emebert, Eimbert, Emaher, Emeher, Emmerich. _S. Emebertus_
† 8e eeuw, B. v. Kameryk. B. 15 Jan. I, 1077. _S. Emericus_ † 11e
eeuw, Kon.-zoon in Hongarije. B. 4 Nov. _S. Amor_ † 9e eeuw, Bel. te
Monster-Bilsen. B. 8 Oct. IV, 335. Gesln. Emmery, Emmer. [199

_Emele, Eame, Emke._ AMAL: Amalo, Emilo, Emila (m.). _S. Emila_ †
9e eeuw, Diaken, Ma. te Cordova. B. 15 Sept. V, 102. [200

_Emiel, Miel._ AMAL: Amilo, Emilo, Amilius, Emilius. _S. Emilius_,
Ma. in Getulia. B. 19 Mei, IV, 308. [201

_Emmanuel._ AMAN: Amanold, Eminolt. Zal. _Emmanuel_ † 1298,
Cisterc. Mo. v. Aduard in Friesland, B. v. Cremona. B. 27 Feb. III,
672 c. (Inter praeterm.) Kr. VIII, 136. [202

_Emme (m.), Eme, Eime._ IM: Immo, Himmo,
Emmerammus. Heimram. _S. Emmerammus_ † 652, B. en Ma. in
Beijeren. B. 22 Sept. VI, 454. [203

_Emme (vr.)._ IM: Imma, Emma, Imme. _S. Emma_ † 1040, Wed. in
Saxen. B. 19 Apr. II, 962, App. [204

_Ene, Eenke, Ente._ AGIN: Agino, Agina (m.), Egino
Eino. _S. Enna (Endeus)_ † 540, Abt in Ierland. B. 21 Mrt. III,
267. Gesln. Aghina. [205

_Engbert._ INGUI: Inguperht, Ingibert, Engibart; ANGIL: Angelberct,
Engilperht. _S. Engelbertus_ † 1225, AB. v. Keulen. B. 7 Nov. [206

_Engele, Engel._ ANGIL: Engeli, Eingil, Angilo, Engelo, Angilberct,
Angelmund, Engilmunt. _S. Engelmundus_ † 8e eeuw, Abt te Velsen. B. 21
Juni, 115. _S. Engelbertus_ † 1225, AB. v. Keulen. B. 7 Nov. [207

_Engeltjen, Engelientjen._ ANGIL: Angala, Angila, Engila,
Engela. _S. Angela Merici_ † 1540, kloosterst. der Ursul. B. 21
Mrt. III, 257a. [208

_Epje, Eigjen, Iepkje, Ibeltsje._ EB: Eba, Epa, Eppica. _S. Ebba_ †
683, Abd. in Engeland. B. 25 Aug. V, 194 en 265. [209

_Erard, Errit, Hare, Haarke._ HARJA: Herio, Haric, Harihard, Herhard,
Eirard. _S. Herardus_ † ?, Bel. in Gallië. B. 13 Nov. [210

_Erenbrecht, Ere._ ERA, ERIN: Ero, Erinbert, Ermbert. _S. Erembertus_
† 671. B. v. Toulouse. B. 14 Mei, 111, 389. [211

_Erik, Eerke, Herke._ ERCAN: Ercanbald, Ercanbert, Erchanbod,
Erkenbodo, Ercanrad, Erchenrat, Herchenrad. _S. Eric_ † 1151,
Kon. v. Zweden, Ma. B. 18 Mei, IV, 187. _S. Erkembodo_ † 742,
B. v. Therouanne. B. 12 Apr. II, 92. Gesln. Ercks, Heerkens,
Herckenrath. [212

_Erland._ HARJA: Hariland, Eriland, Harlindis, Erlindis. _S. Harlindis_
† 8e eeuw, Non bij Meeseyck. B. 22 Mrt. III, 315. Kr. IV, 35. [213

_Erm, Ermt._ ERMIN: Ermeno, Ermino, Erminold. _S. Erminus_ † 737,
Abt te Lobes in Henegouwen. B. 25 Apr. III, 375. [214

_Ermiene, Hermiene, Ermgard, Ermpjen, Emerens, Amerens._ ERMIN:
Ermina, Ermena, Ermingarda, Erminhilt, Erminlint. _S. Ermelendis_ †
6e eeuw, M. in Brabant. B. 29 Oct. XII, 847. _S. Ermenilda_ † 7e eeuw,
Kon. in Engeland. B. 13 Feb. II, 686. [215

_Ernest, Ernst, Arn, Arnest._ ERIN: Ernust, Ernist,
Ernest. _S. Ernestus_, Abt in Schwaben. B. 8 Nov. [216

_Esse, Easse, Eiske, Eske._ AZA: Azo, Ezo, Etzo. _S. Asaphus_ †
6e eeuw, B. in Wales. B. 1 Mei, I, 82. Gesln. Essink, Eskes. [217

_Etsje, Eatske._ ED: Eda, Etta. _S. Editha (Eadgitha)_ † 10e eeuw,
Non in Engeland. B. 16 Sept. V, 364. [218

_Eube, Euse._ AIVA: Aevo, Evo, Eoban, Eubert, Evizo,
Evezo. _S. Eubertus_ † 3e eeuw, B. Patr. v. Rijssel. B. 1 Feb. I,
45. _S. Eobanus_ † 755, B. Ma. met S. Bonifatius. B. 5 Juni, I,
452. [219

_Everbert, Everwijn, Everen, Ewart, Eibert._ EBUR: Ebarhard,
Everbert, Ebermar, Eburwin, Ebergis. _S. Evrardus_ † omstr. 860,
Graaf v. Doornik. B. 16 Dec. _S. Evermarus_ † omstr. 700, Friesch
edelman. B. 1 Mei, I, 120. Kr. III, 28. _S. Ebregisus_ † 7e eeuw,
B. v. Maastricht. B. 24 Oct. X, 818. [220

_Evertsje._ EBUR: Eburhelt, Ebrehildis. _S. Everildis_ † 7e eeuw,
M. in Engeland. B. 9 Juli, II, 713. [221

_Ewald, Ewold, Ewout, Ewet._ AIVA: Eoald, Ewald, Ewitet. _S. Ewaldus_
† 8e eeuw, vaderl. Geloofspred. Ma. B. 3 Oct. II, 180. [222

_Ewe, Eeuwe._ AIVA: Aevo, Eoban, Eoman, Euarix, Eowig. _S. Eobanus_
† 755, Ma. met S. Bonifatius. B. 5 Juni, I, 452. Kr. III,
41. _S. Evingus_ † 782, vaderl. Geloofspred. Ma. B. 30 Nov. Kr. III,
181. Gesln. Eeuwens. [223



F


_Faas._ FASA: Faso, Fasolt. _S. Facius_ † 1272, Bel. te Cremona. B. 18
Jan, II, 201. Thans ook naar _S. Bonifatius_ † 755, B. Ma. B. 5 Juni,
I, 452. Gesln. Faas, Fasen. [224

_Falke, Falk._ FALHA: Falho, Falacho, Falco. _S. Falco_ † 5e eeuw,
B. v. Maastricht. B. 20 Feb. III, 177. [225

_Farailde, Verele, Veirle._ FARA: Faregildis, Farohildis,
Ferhildis. _S. Pharaildis_ † 7e eeuw, M. in Brabant. B. 4 Jan. I,
170. [226

_Fare._ FARA: Faro, Farabert, Faramund. _S. Faro_ † 7e eeuw,
B. v. Meaux. B. 28 Oct. XII, 593. [227

_Fastert, Vasmar, Vast._ FASTI: Fastarat, Fastmar, Fastrad, Vastrad,
Vastrat. Zal. _Fastredus_ † 1163, Abt v. Cambron in Henegouwen. Butler,
19 Mei, III, 189. [228

_Fekke, Fecco, Feken, Feie, Fik._ FIG: Fiecho, Vihho,
Figipret. _S. Fiecus_ † 5e eeuw, B. in Ierland. B. 12 Oct. VI,
96. Thans Fik ook naar _S. Victor_ † 202. P. Ma. B. 28 Juli V,
534. Gesln. Fekken, Fik, Feie. [229

_Felten._ FILA: Filibert, Filomar. _S. Philibertus_ † 7e eeuw, Abt
in Gallië. B. 20 Aug. IV, 66. Gesln. Feltens. [230

_Femme, Fimme._ FAGIN: Feginmar. _S. Fagnanus_ † 6e eeuw, B. in
Ierland. B. 14 Aug. VI, Suppl. 824. (Vrouw.) _Femmetjen, Femke,
Feemeken._ Thans naar _S. Euphemia_ † 4e eeuw, M. en Ma. te
Aquileja. B. 3 Sept. I, 607. [231

_Fenne, Fennert, Finne._ FAGIN: Fekin, Feginger, Feginmar,
Feginolt. _S. Fagnanus_ † 6e eeuw, B. in Ierland. B. 14 Aug. VI,
Suppl. 824. [232

_Ferdinand, Fernand, Ferd._ FARDI: Ferding, Ferdinand,
Ferdulf. _S. Ferdinandus_ † 1252, Kon. v. Kastilië. B. 30 Mei. VII,
280. [233

_Fere, Veer, Ferk._ FERHU: Ferahbald, Feracher, Ferholt. _S. Ferreolus_
† 304, B. v. Vienne. B. 18 Sept. B. V, 760. Gesln. Ferens. [234

_Fidde, Feite, Fetse._ FID: Fito, Fidal, Fidolus,
Fidubert. _S. Fidolus_ † omstr. 550, Abt te Troyes. B. 16 Mei, III,
588. Gesln. Fit. [235

_Fietjen, Fijtjen, Fijken, Fie._ FIT: Fizecha, Fizila. _S. Fidis_ †
4e eeuw, Ma. te Agen. B. 20 Oct. VIII, 823. Thans ook naar _S. Sophia_
M. Ma. te Firmo. B. 30 Apr. III, 733. [236

_Filips, Filip._ FILU: Filo, Filibert, Filomar. _S. Filibertus_ †
684, Abt v. Jumiége. B. 20 Aug. IV, 66. _S. Philippus_ Ap. B. 1 Mei,
I, 7. [237

_Finke._ FIN: Fino, Finan, Finnold. _S. Finanus_ † 6e eeuw, B. in
Engeland. B. 17 Feb. III, 21. [238

_Flere, Flerik._ FLADI: Fladebert, Fledpret, Fledrad. _S. Fledericus_,
Pastoor van Vlierzeele. B. 13 Sept. IV, 133. [239

_Floris, Florens, Floor._ FLOR: Florin, Florebert. _S. Florentius
(Florentinus)_ † 3e eeuw, B. v. Trier en Tongeren. B. 17 Oct. VIII,
16. _S. Floribertus_ † 7e eeuw, B. v. Luik. B. 25 Apr. III,
377. Gesln. Floor. [240

_Florisken._ FLOR: Florasind, Florisinna, Floremberga. _S. Florina_
† 4e eeuw, M. Ma. in Auvergne. B. 1 Mei, I, 47. [241

_Folbert, Folbrecht, Folpert, Volbrecht, Fulp._ FULCA: Folcobert,
Folbert, Fulbert. Zal. _Fulbertus_ † 1029, B. v. Chartres. B. 10
Apr. B. 856b (Inter praet.) Gesln. Vollebrecht. [242

_Folkert, Folker, Volker, Fokke._ FULCA: Fulco, Folcobert, Folcker,
Folcger, Fulgar. _S. Volkerus_ † 12e eeuw, Ma. in Holstein. B. 9
Mrt. I, 653. Gesln. Fokking, Foekens, Volkers, Fol, Volles. [243

_Folkje, Foekje, Fokeltsje, Vokeltje, Folkou._ FULCA: Fulca, Fulberta,
Fulchildis, Folcsind, Folcswind enz. Geen vrouwelijke Heilige uit
deze groep bekend. [244

_Folkwien, Volkwien, Folken._ FULCA: Folcwine, Folcvin,
Fulcoin. _S. Folcuinus_ † 855, B. v. Therouanne. B. 14 Dec. [245

_Folmer, Volmer._ VULFA: Wolfmar, Volvmar, Vulmar. _S. Vulmarus_ †
710, Abt in Picardië. B. 20 Juli, V, 81. [246

_Fonger._ VUNJA: Wunno, Vunniger, Vunger. Een Heilige uit deze groep
niet bekend. [247

_Foort._ FARDI: Fardo, Fordrad, Fartman, Fardolf. _S. Fortis_,
B. Ma. te Bordeaux. B. 16 Mei, III, 573. Gesln. Voorting. [248

_Former, Formert._ FRAVI: Froja, Fraomarius, Froimar, Frowimund,
Fromund. _S. Fromundus_ † 7e eeuw, B. v. Arles. B. 24 Oct. X, 842. [249

_Frank, Frans._ FRANC: Franco, Francio, Francard,
Francarius. _S. Franciscus_ v. Assisië † 1226, Ordest. B. 4 Oct. II,
545. _S. Franciscus_ de Roye † 1572, Ma. v. Gorc. B. 9 Juli, II,
736. [250

_Fransjen._ FRANC: Francha, Francula, Franchia. _S. Francia_ † 1218,
Abd. te Piacenza. B. 25 Apr. III, 379. _S. Francisca_ † 1440, Wed. te
Rome. B. 9 Mrt. II, 88. [251

_Frede, Free, Frie, Fridolijn, Friede, Fridse, Frits._ FRITHU:
Frido, Fridulin, Fridugis, Friduwiz, Fretgis, Frithezo, Frizo,
Fredegandt. _S. Fridolinus_ † 538, Abt te Seckingen. B. 6 Mrt. I,
430. _S. Fredegandus_ † 7e eeuw, Abt v. Doorne bij Antwerpen. B. 17
Juli, IV, 288. Gesln. Fritsen. [252

_Frederik, Freerk, Freer, Frer._ FRITHU: Frido, Fritto,
Frithuric, Fridorich, Fritheric, Frederic. _S. Fredericus_ † 838,
B. v. Utrecht. B. 18 Juli, IV, 452. Kr. V, 14. _S. Frederius_ † 1121,
B. v. Luik. B. 27 Mei, B. VI, 724. Gesln. Frerken. [253

_Freek._ FRICA: Fricco, Fricceo, Frecco, Fricher. _S. Fregorius_ †
7e eeuw, Bel. in Picardië. B. 30 Mei, VII, 262. Zal. _Freico_ † 1175,
Past. v. Hallum en Abt v. Mariëngaard in Friesland. B. 3 Mrt. I,
286. Kr. VII, 57. Thans ook vlv. van _Frederik_. [254

_Freekjen, Freerkje._ FRITHU: Fridecha, Fridulind, Frideswind,
Friduidis, Fridewi. _S. Fridiswida_ † 8e eeuw, M. in Engeland. B. 19
Oct. VIII, 533. [255

_Friese, Friso, Friesger, Fres, Friens, Vreys._ FRISA: Friso, Friskaer,
Fresger, Friasini, Friesin. _S. Frisius_ † 8e eeuw, Ma. in Aquitanië,
B. 24 Juni, IV, 818. Kr. IV, 46. [256

_Frode, Vrode, Vroede._ FRODA: Fruda, Frotbolda, Frottrudis,
Frodelindis. Bij vertaling, wijl de oude stam wijs, vroed
(vroed[e]vrouw) beteekent: _S. Prudentia_ † 14e eeuw, Augustiner non
te Como. B. 6 Mei, II, 120. [257

_Frone (m.), Vrone (m.)._ FRODA: Frodin, Fruotin, Frotini. _S. Veronus_
† 9e eeuw, Bel. in Henegouwen. B. 30 Mrt. III, 844. [258

_Frone (vr.), Froene, Vrone (vr.)._ FRODA: Frudina,
Fruduina. _S. Verona_ † 9e eeuw, M. bij Leuven. B. 29 Aug. VI,
525. Vermoedelijk in de middeleeuwen verworden tot _Fronica_,
in verband met de _Veronica_ van den Kruisweg. Als Heiligen
worden vereerd: _S. Veronica de Binasco_ † 15e eeuw, Augustines te
Milaan. B. 13 Jan. II, 887 en _S. Veronica Giuliani_ † 1727, Klarisse
te Tiferno. B. 9 Juli. [259



G


_Gaaf._ GAVJA: Gauius, Gawo, Gaufrid. _S. Gaufridus_ † 13e eeuw,
B. v. Le Mans. B. 3 Aug. I, 277. [260

_Gabe, Gabbe._ GABA: Gabo. _S. Gabinus_ † 3e eeuw, Ma. in
Sardinië. B. 30 Mei, VII, 235. [261

_Gade._ GAD: Gaddo, Gato, Geddo, Gadafrid, Gadoald. _S. Cadeoldus_
† 7e eeuw, B. v. Vienne. B. 14 Jan. I, 975. [262

_Gadert, Gaard, Grate._ GARDI: Gardo, Gardrad, Cardebert, Cartheri,
Gardulf. _S. Gradulfus_ † omstr. 975, Abt v. Fontanelle. B. 6
Mrt. B. I, 420e (Inter praeterm). [263

_Gaike, Gaitse._ GAIDU: Gaido, Caide, Gaidulf, Keidolf. _S. Caideus_ †
6e eeuw, Bel. in Ierland. B. 25 Oct. XI, 647. _S. Caidocus_ † 7e eeuw,
Bel. in Ierland. B. 30 Mei, VII, 262. [264

_Gale, Galke, Gelke._ GAL: Galand, Galaman, Galeman; GAILA: Geilo,
Gailulf. _S. Gallanus_, Mo. in Ierland. B. 7 Dec. Gesln. Gales. [265

_Gangulf, Gangolf, Gangelof, Kanke._ GANG: Gangi, Kanko, Gangulf,
Gengulf, Gingulf. _S. Gangulfus_ † 8e eeuw. Ma. te Varennes. B. 11 Mei,
II, 642. Kr. II, 176. Gesln. Gangslofs. [266

_Gartjan._ Dubbelnaam in Twente gebruikelijk voor
Gerard-Jan. Gesln. Garjeanne(?) [267

_Gauwe, Gouwe, Gokke, Geeuwke._ GAVJA: Gawo, Gawirich, Gaurigus,
Goericus. _S. Gaugericus_ † 619. B. v. Kamerijk. B. 11 Aug. II,
664. Gesln. Goukes. [268

_Gauwkje._ GAVJA: Cauwa, Cauwila, Gautrudis, Gawildis,
Gaugina. _S. Gavina_ † 4e eeuw, Ma. te Milaan. B. 6 Mei. II, 101. [269

_Gebke (m.), Gepke._ GIB: Gebi, Gibo, Gebahard, Gebohard,
Gebhard. _S. Gebehardus_ † 996, B. v. Constanz. B. 27 Aug. VI,
106. Gesl. Gebken, Gebhard. [270

_Gebke (vr.)._ GIB: Geba, Gibica, Gibitrudis. _S. Gebedrudis_ Abd. †
Vicovenza. B. 7 Nov. [271

_Geen._ GEN: Genno, Genobaud, Genebaud. _S. Genebaudus (Genebaldus)_ †
6e eeuw, B. v. Laudun. B. 5 Sept. II, 537. Thans ook naar _S. Eugenius_
† 7e eeuw, Paus. B. 2 Juni, I, 220. Gesln. Geenen. [272

_Geertruide, Geertrui, Geertjen, Geerte, Geerken, Truitjen,
Truiken._ GAIRU: Geredrudis, Gerdrud, Gerthrudis, Gerland,
Gerilinda. _S. Gertrudis_ † 664, Abd. v. Nijvels. B. 17 Mrt. II,
502. Kr. I, 116. _S. Gertrudis_ † 1292, M. te Eisleben. B. 15
Nov. NB. "Geertruida" is wanspelling, als noch Latijn, noch
Nederlandsch. [273

_Geesjen, Geesken, Geisken, Gijsjen, Gelske._ GIS: Gisa, Gysa;
GAIS: Geisa, Gesa; GISIL: Gisila, Gisleheidis, Gisallendis,
Gislindis. _S. Giselindis_, M. te Maurienne. B. 30 Nov. _S. Gisleidis_
† omstr. 870, Gemalin v. S. Everard, bij Doornik. B. 16 Dec. [274

_Geldert, Gelder, Geld._ GILD: Gildo, Giltbert, Gelderad,
Gelther. _S. Gildardus_ † 6e eeuw, B. v. Rouen. B. 8 Juni, II, 67. [275

_Gelein, Galein, Gilein, Glijn._ GISIL: Gisilo, Gislin,
Gislenus. _S. Gislenus_ † 7e eeuw, Bel. in Henegouwen. B. 9 Oct. IV,
1010. Gesln. Gelein, Galijn. [276

_Gelf._ GIL: Gilabert, Gilulf. _S. Gilbertus_ † 1240, B. v. Cathness
in Schotland. B. 1 Apr. I, 49. [277

_Gelle, Gelke, Geil._ GIL: Gilio, Gilabert, Gillald. _S. Gilbertus_
† 1240, B. in Schotland. [278

_Gelmer._ GISIL: Gisilo, Gisalmar, Gislemar. _S. Gislemerius_ †
4e eeuw, Ma. in Italië. B. 16 Sept. V, 313. [279

_Gemke (vr.)._ GIN: Ginnana, Gimbergia, Genia, Gemma. _S. Gemma_,
Ma. te Saintes. B. 20 Juni, V, 8. [280

_Gemme, Gemke (m.), Kempe, Kampe._ GIN: Gimbolt, Gimbert,
Gimmund. _S. Gemmulus_ † 4e eeuw, Ma. bij Milaan. B. 4 Feb. I,
566. [281

_Gerard, Geert, Gerrit, Gere, Gorrit, Gaart, Graats._ GAIRU: Gairo,
Gero, Gairard, Gaerhart, Kherhart, Garhad, Kherhart. _S. Gerardus_
† 959, Abt te Braine-le-Comte. B. 3 Oct. III, 220. Gesln. Geerink,
Geerdink. [282

_Gerbert, Gerwert, Gerbrand, Gerbren, Gerben._ GAIRU: Gairbert,
Gerbrand, Kerbrant, Gerbern, Gerwart. _S. Gerebernus_ † 7e eeuw,
Pr. Ma. te Gheel. B. 15 Mei, III, 477. Zal. _Gerbrandus_ †
1218, Abt v. Klaarkamp in Friesland. B. 13 Oct. VI, 166a (Inter
praeterm). Kr. VIII, 119. Gesln. Gerbens. [283

_Gerbrig._ GAIRU: Gairberga, Gerbirg, Gerland, Geredrudis,
Gerlinda. _S. Gertrudis_ † 664, Abd. v. Nijvels. B. 17 Mrt. B II,
502. [284

_Gerke, Gerrik, Geurik._ GAIRA: Gerich, Kerhic, Gericho,
Kericho. _S. Guericus (Gericus)_ † 8e eeuw, B. v. Sens. B. 27 Aug. VI,
94. Gesln. Gerekink. [285

_Gerlach._ GAIRU: Gerolah, Gerlah, Gherlag, Gerleg. _S. Gerlacus_ †
1170, Kluiz. bij Maastricht. B. 5 Jan. I, 304. Kr. VIII, 78. [286

_Gerlantsje._ GAIRU: Geredrudis, Gerland, Gerelindis. _S. Gertrudis_
† 664, Abd. v. Nijvels. B. 17 Mrt. B. II, 502. [287

_Gerlof, Geerlof, Gerlif._ GAIRU: Gairulf, Gerolf, Kerwolf, Kaerleip,
Gerief. _S. Gerulfus_ † 8e eeuw, Ma. te Tronchiennes. B. 21 Sept. VI,
250. [288

_Germ, German, Germen._ GAIRU: Geremar, Germar, Kermer,
Gereman. _S. Germerius_ † 560, B. v. Toulouse. B. 16 Mei, III,
591. _S. Germanus_ † 576, B. v. Parijs. B. 28 Mei, VI, 774. [289

_Gerolt, Greault, Greult._ GAIRU: Gairoald, Geroald, Gerolth,
Gerholt. _S. Geroldus_ † 13e eeuw, Ma. te Keulen. B. 7 Oct. III,
955. Gesln. Gerrelts. [290

_Getse._ GAZ: Gezo, Gecelin, Gezeman. _S. Gezzelinus_ (Gitzelinus)
† omstr. 1135, Kluiz. te Keulen. B. 6 Aug. II, 172. [291

_Geurtjen, Guurtjen._ GUDA: Gotberga, Gotharda,
Godelindis. _S. Godeberta_ † 7e eeuw, M. te Noyon. B. 11 Apr. II,
31. [292

_Gilbert, Gilbaud, Giele, Bert._ GIL: Gilio, Gilbald, Gilabert,
Kilibrant, Gilulf. _S. Gilbertus_ † 1009, B. v. Meaux, B. 13 Feb. II,
717. Gesln. Gillibaert [293

_Gillis, Gilles, Jillis, Jeil, Jilke, Jille, Jilbert, Jildert, Jilt._
GIL: Gilio, Gilabert. Niet duidelijk is het verband, dat er al sinds
lang gelegd is tusschen Gillis enz. en _S. Egidius_ † 7e eeuw, Abt in
Languedoc. B. 1 Sept. I, 284. Thans ook Jeil voor _S. Joannes_ Ap. [294

_Gisbert, Gysbert, Gise, Gijs._ GIS: Giso, Gisebert, Gisevert; GISIL:
Gisilo, Gisilbert, Kysalbret, Gislibert. Gillebert. _S. Gislebertus
(Gilbertus)_ † 1009, B. v. Meaux. B. 13 Feb. II, 717. [295

_Gjelt, Gjalt, Gjolt._ GILD: Gildo, Gildwin, Gilting, Gildard,
Gildulf. _S. Gilduinus_ † 2e eeuw, Kan. v. Deal in Kent. B. 27
Jan. II, 485. _S. Gildardus_ † 6e eeuw, B. v. Rouen. B. 8 Juni, II,
67. Gesln. Giltjes. [296

_Glaudi, Gloudi, Claudi._ HLODA: Chlodio, Chlodobert,
Clodowald. _S. Clodoaldus_ † 6e eeuw, Pr. bij Parijs. B. 7 Sept. III,
91. [297

_Gobel, Goebel._ GUB: Gubo. _S. Gobanus_ † 7e eeuw, Ma. te
S. Gobin. B. 20 Juni, V, 21. [298

_Gobert, Jobert._ GUDA: Godabert, Gobert. _S. Gobertus_ † 13e eeuw,
Mo. te Villers bij Brussel. B. 20 Aug. IV, 370. [299

_Godard, Goerd, Geurt, Guurt._ GUDA: Gotahard, Godhard. _S. Godehardus_
† 1038, B. v. Hildesheim. B. 4 Mei, I, 501, [300

_Godelieve, Goolken._ GUDA: Gotbolda, Gotberga, Godeliaf,
Godelif. _S. Godeleva_ † 1070. Ma. in Vlaanderen. B. 6 Juli, II,
359. [301

_Godeward, Gouwert, Gouw._ GUDA: Gotahard, Godoward,
Gotward. _S. Godehardus_ † 1038, B. v. Hildesheim. B. 4 Mei, I,
501. [302

_Godewijn._ GUDA: Godowin, Godoin, Goduin, Gotini. _S. Godwinus_ †
10e eeuw, Abt v. Stavelot. B. 28 Oct. XII, 706. [303

_Godfried, Govert, Goffert, Godert, Goffe, Gofke, Goof._ GUDA:
Godafrid, Gotafred, Gottifrid, Goffred. _S. Godefridus_ van Duynen
en _S. Godefridus_ van Mervel, beide Martt. v. Gorc. B. 9 Juli, II,
706. Kr. IX, 26 en 15. [304

_Godschalk, Schalk._ GUDA: Godascale, Gotescalc. _S. Godscalcus_ †
11e eeuw, Vorst in Slavonië. B. 7 Juli, II, 40. [305

_Goedele, Goedel, Goele, Gooltjen, Goudjen, Guyleken._ GUDA: Gudilia,
Gudelina. _S. Gudila (Gudula)_ † 712, M. te Brussel. B. 8 Jan. I,
513. [306

_Goetse._ GODA: Godo, Gudo, Godino, Godin, Gudebert, Gudfrit,
Guduald. _S. Gudwalus_ † 6e eeuw, Britsche B. te St. Malo. B. 6 Juni,
I, 728. Gesln. Goed, Godin. [307

_Gommer, Gomme, Gomprecht, Kommer, Kumer._ GUMA: Goma, Gumemar, Gummar,
Komperth, Gombert. _S. Gummarus_ † 774, Bel. te Lier. B. 11 Oct. V,
674. Gesln. Gompertz, Kommer, Kommerden. [308

_Gooike, Gooitse, Gooye._ GAUTA: Gautius, Gaudelenus, Gauzelin,
Gosselin. _S. Gauzlinus_ † 10e eeuw, B. v. Toul. B. 3 Sept. III,
129. [309

_Gooitske._ GAUTA: Gauda, Gaudia, Gaudina. _S. Gaudola_ 3e eeuw,
Ma. te Milaan. B. 6 Mei, II, 101. [310

_Gosen, Gosse, Goslik, Gosling, Gozewijn._ GAUTA: Gauto, Gozzo,
Gozzilin, Gautvin, Gauzoin, Goswin. _S. Gosselinus_ † 460,
B. v. Metz. B. 31 Juli, VII, 304. _S. Goswinus_ † 12e eeuw,
Abt v. Achin in Henegouwen. B. 9 Oct. IV. 1084. Gesln. Goseling,
Joscelin. [311

_Gotte._ GODA: Godo, Guoto. _S. Godo_ † 7e eeuw, Abt te Trier. B. 26
Mei, VI, 444. [312

_Graald, Greeld, Greuld._ GAIRU: Gairoald, Gerwald, Geroald, Gerolah,
Gerlah. _S. Gerlacus_ † 1170, Kluiz. bij Maastricht. B. 5 Jan. I,
304. Kr. VIII, 78. [313

_Grimbert, Grimmert, Gribbert, Grimme._ GRIMA: Grimo, Grimoald,
Grimbald, Grimbert. _S. Grimoaldus_ † 7e eeuw, Subdiaken Ma. te
Saintes. B. 16 Juli, IV, 173. Gesln. Grim. [314

_Gumbert, Gumpert._ GUNDI: Gundo, Gundobald, Gundobert,
Gumbert. _S. Gumbertus_ † omstr. 675, B. v. Sens. B. 21 Feb. III,
262. [315

_Gunne, Gonne._ GUNDI: Gundio, Gunzio, Gondesalvus,
Gundulf. _S. Gondulfus_ † omst. 607, B. v. Maastricht. B. 16 Juli,
IV, 159. _S. Gondulfus_ † 7e eeuw, Ma. bij Halle. B. 16 Juli, IV,
173. Gesln. Gunning, Gunst. [316

_Gunter._ GUNDI: Gundahar, Gonthar, Gunder. _S. Guntherus_ † 11e eeuw,
Bened. Mo. in Bohemen. B. 9 Oct. IV, 1054. _S. Gundaharus_ † 755,
Ma. met S. Bonifatius. B. 5 Juni, I, 452. [317

_Gustaaf, Gust, Kost, Kosten._ CHUD: Chudo, Chuzo, Chustaffus;
CUST: Custalf, Chustaflus. Wijl er geen _S. Gustavus_ onder de
Heiligen voorkomt, daarom bij aanpassing: _S. Augustinus_ † 430,
AB. v. Milaan. B. 28 Aug. VI, 213. [318

_Gutte, Gutke._ GUDA: Gutbald, Godebert, Gotehelm,
Cotesdegan. _S. Guthagonus_ † omstr. 1060, Kluiz. te Oostkerke. B. 3
Juli, I, 668. Gesln. Gutteling. [319



H

_Haan, Haans._ HAN: Hano, Hanolt, Henno, Hanulf, Henrad. _S. Anno_ †
1075, AB. v. Keulen. B. 4 Dec. Gesln. Haans, Haantjes, Haanraads. [320

_Haas._ HAZ: Hazo, Hazilo, Hazaman, Hezeman. Thans afkorting van
Hannes, voor _S. Joannes_ Ap. Gesln. Hase, Hazeman, Hesemans. [321

_Haasjen, Haasken._ HAZ: Haza, Hazeka, Hazega, Hazucha. Zal. _Haseka_
† 1261, M. in Westfalen. B. 26 Jan. II, 758. [322

_Hadewy, Hadewig, Hedwig, Haetsje._ HATHU: Hatha, Hathawie, Hadewich,
Hedewiga. _S. Hedwigis_ † 1243, Wed. B. 17 Oct. VIII, 198. [323

_Hadewijn._ HATHU: Hadawin, Haduin, Hadouind. _S. Hadoindus_ † 7e eeuw,
B. v. Le Mans. B. 20 Jan. II. App. 1140. [324

_Hagen._ HAGAN: Hagano, Hagno. _S. Hagnas_ † omstreeks 370, Ma. in
Gotland. B. 26 Mrt. III, 619. [325

_Haike, Haije, Heije._ HAH: Haho, Haccho, Hahicho, Hahit,
Hakit. _S. Haketus_, Abt v. Downe. B. 4 Nov. Gesln. Haket, Heije. [326

_Haytse, Haytso._ HAIDU: Haydo, Haito, Haizo; HATHU: Hathovulf,
Hadulf. _S. Hathewulfus_ † 755, Ma. met S. Bonifatius te Dokkum. B. 5
Juni, I, 452. Gesln. Haites. [327

_Hake, Hakke._ HAG: Haco, Hacco; HAH: Haccho, Hachili,
Hakit. _S. Haketus_, Abt v. Downe. B. 4 Nov. Gesln. Hakke,
Hakkeling. [328

_Halbe, Helbe._ HAL: Halo, Halabold, Haliulf. _S. Halilulfus_ †
9e eeuw, Ridder en Ma. in Saksen. B. 2 Feb. I, 309. Gesln. Halbes. [329

_Halle._ HAL: Halo, Haliulf. _S. Halilulfus_ † 9e eeuw. Ridder en
Ma. in Saksen. B. 2 Feb. I, 309. [330

_Hamke, Hammo, Hemke._ HAM: Hammi, Hamerich, Hemma, Hemfrid,
Hamund. _S. Hamundus_ † 755, Diak. Ma. met S. Bonifatius te
Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. Gesln. Ham, Hammer, Hamer. [331

_Hanne (m.). Hanke, Hanso, Hans, Hantje, Han._ HANDU: Hanto, Hanzo,
Henzo. _S. Anno_ † 1075, AB. v. Keulen. B. 4 Dec. Thans _Hans_ en _Han_
voor _Joannes_. Gesln. Hansen, Han. [332

_Hanne (vr.), Hansjen, Hansken._ HAN: Hana, Hansuind. _S. Joanna_
v. Valois † 1505, Kon. v. Frankrijk. B. 4 Feb. I, 574. [333

_Hartger, Hartman, Hartsen, Hertsen, Hartig, Hartog._ HARDU: Hartager,
Hardegar, Harding, Hardman, Harduwig, Hartvig. _S. Hartwicus_ † 1023,
B. v. Salzburg. B. 14 Juni, VI, App. 127. Gesln. Hartman, Hartogh. [334

_Hate, Hatte, Hattem._ HATHU: Haddi, Haddo, Hetto, Hetin,
Hathumar, Hathubrand, Hathovulf, Hadelin. _S. Hathebrandus_ †
1198, Ben. Abt in de Gron. Ommelanden. B. 30 Juli, VII, 161. Kr. VI,
107. _S. Hathewulfus_ † 755, Ma. met S. Bonif. 5 Juni. _S. Hadelinus_
† omstr. 690, Abt v. Celles bij Dinant. B. 3 Febr. I, 366. [335

_Hauke, Havik, Hauwert._ HUGU: Huguo, Hucco, Hucbald, Hucbert,
Ucbert. _S. Hucbertus_ † 8e eeuw, Mo. in Gallië. B. 30 Mei, VII,
271. Gesln. Havekes. [336

_Haukje._ HUGU: Hugilind, Hugileuba, Hugilinda. _S. Hugolina_ † 1300,
M. te Vercelli. B. 8 Aug. II, 395. [337

_Hebe, Hebbe, Heabele._ HAB: Habo, Habilo, Habbraht,
Habert. _S. Hebertus_, B. v. Rennes. B. 10 Dec. Gesln. Habertz,
Habets. [338

_Hedde._ HATHU: Hatho, Hedo, Hadurih, Hadarich, Hederich. _S. Hedda_
† 705, B. v. Winchester. B. 7 Juli, II, 482. Gesln. Hederik. [339

_Heere, Heare, Heert, Hering, Haring, Heerke._ HARJA: Heri,
Herio, Heric, Hairing, Herinc, Heribert. _S. Heribertus_ † 1022,
AB. v. Keulen. B. 16 Mrt. II, 464. Gesln. Heeres, Hering, Haring,
Heerkes. [340

_Heertjen._ HARJA: Harelinde, Herlindis, Heriswind,
Hereswit. _S. Herlindis_ † 8e eeuw, Abd. te Maeseyck. B. 22 Mrt. III,
385. Kr. IV, 35. [341

_Heilke, Heldolf, Heilger._ HAILA: Heile, Heilo, Heland, Heilker,
Haildulf. _S. Helanus_ † 6e eeuw, Pr. bij Reims. B. 7 Oct. III,
903. Gesln. Hellegers, Heyligers, Hillegers, Hillegeer. [342

_Heiltjen, Heilwig, Heilzoete, Hielkje, Elen, Eeltsje, Elke._ HILDI:
Hildis, Hildia, Hildila, Hildiberga, Hilditrut. _S. Hiltrudis_ †
omstr. 785, Non te Liessies in Henegouwen. B. 27 Sept. VII, 488. [343

_Heime, Heimen._ HAIMI: Haimo, Haimin, Haimerad. _S. Heimeradus_ †
1019, Pr. in Hessen. B. 28 Juni, B. V, 385. Gesln. Heimes, Hemkes. [344

_Heintjen, Hendrikjen._ HAGAN: Hagina, Hagana. _S. Heyna_, Wed. in
Northumberland. B. 31 Oct. [345

_Heite, Heito._ HAIDU: Heitti, Haitto, Heito. Uit den verwanten
stam HATHU: _S. Hedda_ † 705, B. v. Winchester. B. 7 Juli, II,
482. Gesln. Heiting. [346

_Helmer, Helmich._ HELMA: Helmger, Helmichis, Helmker; HILDI: Hildemar,
Heltmar. _S. Heldemarus_ † 12e eeuw, kloosterst. te Arronaise. B. 13
Jan. I, 830. Gesln. Helmers, Helmering, Helming. [347

_Helper._ HILP: Helpo, Helpfrid, Helpric, Heipuin. _S. Helbianus_ †
3e eeuw, Ma. B. 3 Mrt. I, 226. Gesln. Helper. [348

_Hemkje, Hemke, Himen._ HAM: Hemma, Hemhild. _S. Hemma_ † 880,
Wed. in Karinthie. B. 29 Juni, VI, 498. [349

_Henne, Henke, Hense, Hente, Hendrik, Hein, Hinke._ HAN: Henno,
Hannicho, Henniken; HAGAN: Hageno, Heino, Haganrih, Hainrich,
Henric. _S. Henricus_ † 1024, Keizer v. Duitschland. B. 15 Juli, III,
711. Gesln. Henkes, Heynis, Hensen, Hens. [350

_Herbert, Herbern, Herbrand, Harpert._ HARJA: Haribert, Haribrant,
Harbert, Heirbert. _S. Heribertus_ † 1022, AB. v. Keulen. B. 16
Mrt. II, 464. Gesln. Herbers. [351

_Herke, Herko._ HARJA: Herio, Haric, Heric, Herekin, Hericus,
Hariulf. _S. Herulfus_, B. v. Chartres. B. 13 Aug. III, 3 c (Inter
praeterm.). [352

_Herman, Hereman, Herm, Harmen, Harm, Haarm._ HARJA: Hariman,
Heiriman, Heriman, Airman, Eriman, Erman. _Zal. Hermanus Joseph_ †
1236, Bel. in Steinfeld. B. 7 Apr. I, 682. Gesln. Erman. [353

_Herrent, Herne._ HARJA: Herin, Heriand, Herrant. _S. Herinus_ †
4e eeuw, Ma. te Milaan. B. 6 Mei, II, 101. [354

_Hertsje._ HARJA: Heriswind, Hereswit. _Zal. Heteswit_ † omstr. 995,
Echtg. v. S. Ansfried te Gilze. Kr. V, 157. [355

_Herwig._ HARJA: Heriwalt, Hariwich, Heriwig. _S. Herwaldus_ † 1028,
Ma. in Noorwegen. B. 14 Mei, III, 401. [356

_Hesse, Hessel, Hesling._ HAZ: Hezo, Hezel, Hecilin, Hazaman, Hezaman,
Hezeman. Bij aanpassing: _S. Helanus_ † 6e eeuw, Pr. te Reims. B. 7
Oct. III, 983. Gesln. Hessels, Hesseling. [357

_Hetsje, Hetske._ HATHU: Haddi, Hetti, Hatha, Heta, Hetta, Hadala,
Hadaloc, Hadeloa. _S. Hadeloga_ † 8e eeuw, M. te Kitzingen. B. 2
Feb. I, 303. [358

_Hette, Hetse._ HATHU: Hedo, Hetto. _S. Hedda_ † 705, B. in
Brittannië. B. 7 Juli, II, 482. [359

_Heussen, Heus._ HUSA: Huso, Husinc, Huseman, Husward. _S. Husandus_
† ?, Ma. in "Castro Aioviae", B. 27 Apr. III, 487. _S. Uzanus_,
Bel. te Toulouse. B. 8 Dec. Gesln. Husing, Huyskes, Heus. [360

_Hidde, Hitte._ HID: Hiddo, Hitto, Hidulf. _S. Hidulfus_ † 8e eeuw,
Hertog te Lobbes. B. 23 Juni, IV, 582. [361

_Hidtsje, Hidke._ HID: Hidda, Hida. Hidegardis. Bij aanpassing:
_S. Hedwigis_ † 1243, Wed. in Polen. B. 17 Oct. VIII, 198. [362

_Hiere, Jeroen._ HIRU: Hiro, Hiero, Hiribert. _S. Iero_ † 856, Pr. en
Ma. te Noordwijk. B. 18 Aug. III, 475, Kr. V, 55. [363

_Hilbert, Hibbert, Hille._ HILDI: Hildo, Hildiberht,
Hildirad, _S. Hildebertus_ † 12e eeuw, B. v. Le Mans en
Tours. B. 18 Dec. _S. Hildebertus_, Abt en Ma. te Gent. B. 1
Dec. Gesln. Hillen. [364

_Hildert._ HILDI: Hildiward, Hildoard. _S. Hilduardus_ † 750,
B. v. Toul. B. 8 Dec. _S. Hildegrimus_ † 827, B. v. Chalons. B. 19
Juni, III, 889. Kr. IV, 145. [365

_Hildebrand, Hillebrand._ HILDI: Hildibrand, Hiltbrand,
Hilprant. _S. Hildebrandus_ † 755, Ma. met S. Bonifatius te
Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. Gesln. Hildebrands. [366

_Hillegonde, Hille, Hilletjen, Hilkje._ HILDI: Hildegunda, Hildegundis,
Hildegunt. _S. Hildegundis_ † 1188, Cisterc. non te Schönau. B. 6
Feb. I, 916. [367

_Hilletjen, Hilkje, Hikke, Illige, Hijltjen._ HILDI: Hildigard,
Hildegerdis, Hildedrudis, Hilditrut. _S. Hildegardis_ † 1179, Abd. bij
Bingen. 17 Sept. _S. Hildegardis_ † 8e eeuw, Kon. in Schwaben. B. 30
Apr. III, 788. _S. Hiltrudis_ † omstr. 785, M. in Henegouwen. B. 27
Sept. VII, 488. [368

_Hilme, Hemme._ HIMILA: Himilo, Himilger. _S. Himelinus_ † 8e eeuw,
Abt te Vissenaken. B. 10 Mrt. II, 46. [369

_Hiskje._ HIZ: Hiza, Hizaka. Bij aanpassing: _S. Hedwigis_ † 1243,
Wed. in Polen. B. 17 Oct. VIII, 198. [370

_Hobbe, Hopke, Hoppe, Hopper._ HUGU: door verkorting van
Hugb. tot Hubb., Hugibald, Ucbald, Upald, Hugubert, Ucbert,
Uppert. _S. Hucbertus_ † 8e eeuw, Britsche Mo. te Soissons. B. 30 Mei,
VII, 271. _S. Hubertus_ † 727, B. v. Maastricht. B. 3 Nov. Kr. I,
195. Gesln. Hoppe, Hoppers. [371

_Hokke, Houke, Houwe, Hoeke._ HUGU: Huguo, Hucco. _S. Hugo_ † 1109,
Abt v. Cluny. B. 29 Apr. III, 628. Gesln. Hoek. [372

_Holle, Holke, Holst._ HUGU: Hukili, Huguli, Hugolus,
Huglin. _S. Hugolinus_ † 13e eeuw, Minderbr. Ma. in Africa. B. 13
Oct. VI, 384. [373

_Homme, Hume._ [22] Homa, Huomo, Homi. Bij aanpassing: _S. Homobonus_
† 1197, Bel. te Cremona. B. 13 Nov. Gesln. Hommes. [374

_Horne._ HOR: Horin, Horant. _S. Hor_, Abt in Hongarije. B. 12
Nov. [375

_Hortse._ HORDA: Horthar, Hordward, Hortuin. _S. Hordeonius_, Bel. in
Bretagne. B. 24 Nov. [376

_Hotte, Hotse, Hoite._ HOD: Hodo, Huoto, Hodezo, Hozo, Hozeman, Hozman,
Huzman. _S. Hotgerus_, B. v. Bremen. B. 29 Dec. Gesln. Hoosemans,
Hosman. [377

_Hubert, Huibert, Hubrecht, Huib, Houwen._ HUGU: Hugobert, Hukibert,
Hubert. _S. Hubertus_ † 727, B. v. Maastricht. B. 3 Nov. Kr. I,
195. [378

_Hubertsje, Huibjen._ HUGU: Hugilind, Hugileuba,
Hugisinda. _S. Hugolina_ † 1300, M. te Vercelli. B. 8 Aug. II,
395. [379

_Huig, Uge, Oege._ HUGU: Hugi, Huguo, Hugo, Ugo. _S. Hugo_ † 1109, Abt
v. Cluny. B. 29 Apr. III, 628. _S. Hugo_ † 8e eeuw, AB. v. Rouen. B. 9
Apr. II, 843. [380

_Huigjen._ HUGU: Hugilind, Hugileuba, Hugisinda. _S. Hugolina_ †
1300, M. te Vercelli. B. 8 Aug. II, 395. [381

_Humbert, Hume._ HUNI: Hunberct, Humberct, Humbert. _S. Humbertus_
† 682, Abt in Henegouwen. B. 25 Mrt. III, 559. [382

_Hunfried, Hune, Hunte._ HUNI: Huno, Hunibald, Hunfrid, Hungar,
Hunger. _S. Hungerus_ † 866, B. v. Utrecht. B. 22 Dec. Kr. V,
76. _S. Hunfridus_ † 871, B. v. Therouanne. B. 8 Mrt. I, 790. [383



I

_Ibe, Ibbe, Ibele, Ipe, Ipke._ IB: Ibo, Ippo, Ibiko, Ibbil,
Ibbolenus. _S. Ibarus_ † 5e eeuw, B. in Ierland. B. 23 Apr. III,
173. Gesln. Ibels. [384

_Ide (m.), Idske, Idsert, Itse._ ID: Ido, Itto, Izo, Ithart,
Ithar. _S. Itherius_ † 696, B. v. Nevers. B. 8 Juli, II,
629. Gesln. Ides, Idsing. [385

_Ide (vr.), Itte, Itjen, Idske, Iken._ ID: Ida, Idda, Itta,
Iduberga. _S. Itta_ v. Toggenburg † 13e eeuw, Wed. B. 2
Nov. _S. Itisberga_ † omstr. 800, M. te IJbergen. B. 21 Mei, V,
44. [386

_Ief, Ivo, Juw, Jouw, Jouke, Jukke._ IV: Ivo, Juo, Yuo. _S. Ivo_, †
1115, B. v. Chartres. B. 20 Mei, V, 247. [387

_Iefke, Ifke, Ivetken._ IV: Iva, Iwina, Ivinga. _S. Ivetta_ † 13e eeuw,
Kluiz. te Hoey. B. 13 Jan. I, 863. [388

_Ige, Ike, Igram, Igeraan._ IG: Igo, Igil, Igeram. _S. Igomonus_,
B. v. Autun. B. 8 Jan. I, 473. Gesln. Igesz. [389

_Ile, Ilke, Ilsing._ IL: Ilo, Illehere, Ilimot, Iliwin. _S. Illehere_
† 755, Ma. met S. Bonifatius te Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. [390

_Illebrecht, Ille._ HILDI: Hildiberht, Heldebert,
Eldebercht. _S. Hildibertus_ † 752, Abt te Gent. B. 1 Dec. [391

_Ime, Iman, Imbert, Imke._ IM: Immo, Imbert, Emehart, Emaher,
Hemmeram. _S. Imarius_, Bel. B. 12 Nov. _S. Emmerammus_ † 652, B. in
Beyeren. B. 22 Sept. VI, 454. Gesln. Imming. [392

_Immetjen, Immigje, Imkje, Imeltjen._ IM: Imma, Imala,
Emihild. _S. Imelda_ † 13e eeuw, M. in Bologna. B. 12 Mei, III,
183. [393

_Ine, Ingel, Inse, Inte._ IN: Inno, Infrid, Ingildo, Inilgaud. _S. Ina_
(m.) † 8e eeuw, Saksisch Vorst in Engeland. B. 6 Feb. I,
905. _S. Inanus_ † 9e eeuw, Bel. in Schotland. B. 18 Aug. III,
663. [394

_Irmgard._ IR: Ira, Irumberta, Irimgarde. _S. Irmgardis_ † 1089,
M. te Keulen. B. 4 Sept. II, 270. Kr. VI, 55. [395

_Ise, Isfried, Isbert, Isbrand, IJsbrand, Isenoud._ IS,
ISAL, ISAN: Iso, Isambert, Isanbrand, Isanfrid, Iseger, Isker,
Isinolt. _S. Isfridus_ † 1204, Norbertijn, B. v. Ratzeburg. B. 15 Juni,
II, 1089. [396

_Itisberga._ IDIS: Itis, Itisberga, Itisgart. _S. Itisberga_ †
omstr. 800. M. in Artois. B. 21 Mei, V, 44. [397



J

_Jaantjen, Jannetjen, Janneken, Janne, Jannigje, Jenneken,
Jansjen, Hansjen, Naatjen:_ naar _S. Joanna_ v. Valois † 1506,
Kon. v. Frankrijk. B. 4 Feb. I, 574. [398

_Jacob, Japik, Jappen, Jaap:_ naar _S. Jacobus_ Ap. 25 Juli. [399

_Jakkele, Jalke, Jalle, Jekke._ IAG: Jacco, Jeckili, Jagobert,
Jager. Thans naar _S. Jacobus_ Ap. 25 Juli. Gesln. Jakles. [400

_Jamme._ GAMAL: Gamalbald, Gamalbert, Gamalher. _S. Gamelbertus_ †
omstr. 800, Pr. in Beijeren. B. 27 Jan. II, 783. [401

_Jan, Johan, Janke, Janne, Jannes:_ naar _S. Joannes_ Ap. 27 Dec. [402

_Jantis:_ samentrekking van _Jan Baptist_. [403

_Jare, Jareg, Jaring._ GAIRU: Gairo, Gairicho,
Gairebald. _S. Garibaldus_ † 8e eeuw, B. v. Regensburg. B. 8 Jan. I,
546. Gesln. Jarigse. [404

_Jeil._ GAILA: Gailo, Geylo, Gelo. Thans nog in N. Brab. in gebruik
voor _Joannes_. [405

_Jelle, Jelbout, Jelger, Jelmer, Jelte, Jolle, Jolke._ GAILA:
Geilo, Gelico, Gelbold, Geilamir, Geltet, Kelolt; GIL: Gilo,
Gilabert. _S. Gilbertus_ † 1009, B. v. Meaux. B. 14 Febr. II, 717. [406

_Jenne, Jenke, Jeen, Jente, Jins, Jemme._ GIN: Ginno, Gimmund,
Gemûn. _S. Gemmulus_ † 4e eeuw, Ma. te Milaan. B. 4 Feb. I, 566. [407

_Jennevieve, Vyfken._ GEN: Genia, Genedrudis, Genovefa,
Genofeva. _S. Genovefa_ † 512, M. te Parijs. B. 3 Jan. I, 137. [408

_Jepe, Jeble, Jippe._ GIB: Gibo, Gebo, Gebeloh, Jebo, Jepo, Gebahard,
Gebhard. _S. Gebehardus_ † 10e eeuw, B. v. Constanz. B. 27 Aug. VI,
106. [409

_Jepke, Jefke._ GIB: Geba, Jeppa, Gibitrudis. _S. Gebedrudis_ Abd. te
Vicovenza. B. 7 Nov. [410

_Jerre, Jerfaas._ GAIRU: Gairo, Gero, Gairoin, Gerewin, Gervas,
Geirwas. _S. Gervinus_ † 1117, Abt v. Oudenburg. B. 17 Apr. II,
495. _S. Gervasius_ † 9e eeuw, Ma. te Bayonne. B. 1 Mrt. I, 89. [411

_Jeuntjen._ JUN: Junegildis, Junildis, Junzela. _S. Junilla (Jonilla)_
† 3e eeuw, Ma. te Langres. B. 17 Jan. II, 73. [412

_Jisk, Jiesk._ GIS: Geso, Gisikin: GAZ: Gezo, Gecelin,
Gezini. _S. Gitzelinus_ † omstr. 1135, Bel. te Keulen. B. 6
Aug. II. 172. [413

_Jitske, Jetjen._ GIS: Gisa, Gislindis, Giselint. _S. Giselindis_,
M. te Messines in België. B. 30 Nov. [414

_Jobert._ [23] Joperht, Joberht, Jopert. Thans als samentrekking van
Jozef en Bertus. Zie ook _Gobert_ (299). [415

_Jochem._ _S. Joachim_, Vader der H. Maagd. 20 Mrt. [416

_Joon, Jonge._ JUN: Juni, Junzo; JUNGA: Jungan, Jungman,
Junhman. _S. Junianus_ † 587, Abt te Poitiers. B. 13 Aug. III,
32. Gesln. Jongmans. [417

_Joop._ Joppo als vermoedelijke samentrekking voorkomend in de 9e
eeuw. Thans als vleivorm voor _Jozef_, gelijk _Joopjen, Jobjen_
en _Jeupken_ van _Josefa_, die echter onder de Heiligen niet
voorkomt. [418

_Joost, Joos._ JUST: onzekere stam. Waarschijnlijker: GAUTA: Gozo,
Gozzo, Jozo, Josco. _S. Justus_, 4e eeuw, B. v. Straatsburg. B. 2
Sept. I, 377. [419

_Jordaan, Jorden, Joord, Joder, Jurriaan, Jurjen._ JORD: onzekere
stam. _S. Jordanus_, 13e eeuw, Dominikaan. B. 13 Feb. II, 720. [420

_Jorke, Jorre, Jourik, Jurgen, Jorrit, Joris, Goris._ Oud-germ. stam
misschien: GAIRU: Gaericho, waaronder Förstemann als nieuwhoogd. den
naam Görcke, Göricke rangschikt. _S. Jorius_ † 11e eeuw,
B. v. Bethune. B. 26 Juli, VI, 340. Thans naar _S. Georgius_
† omstreeks 303, Ma. in Palestina. B. 23 Apr. III, 100, en naar
_S. Gregorius_ † 604, Paus. B. 12 Mrt. II, 121. Gesln. Jooren, Jorink,
Jurgens. [421

_Jotte, Jotse, Josse._ GAUTA: Gauto, Gauso, Gozo, Gozzo, Jozo, Josco,
_S. Joscio_, Mo. te Sitten in Zwitserland. B. 30 Nov. In Frankrijk
en België geldt S. _Josse_ voor _S. Judocus_ † omstr. 668, Pr. te
Ponthieu. B. 13 Dec. [422

_Julle._ _S. Julianus_ † 7e eeuw, Bel. te Wintershoven. B. 19 Mrt. III,
34. [423

_Jutte, Jodsert, Jukke, Jouke._ JUD: Juto, Jutrad, Judoald. _S. Judocus
_ † omstr. 668, Pr. te Ponthieu. B. 13 Dec. Gesln. Jutte. [424

_Jutjen, Juytken, Judigje, Jutte, Jote._ JUD: Judda, Jutta, Juta,
Judida. _S. Judita_, Kluiz. te Disiboden. B. 22 Dec. _S. Jutta_ †
3e eeuw, Wed. te Kulm. B. 5 Mei, II, App. 602. [425



K


_Kaatjen, Kalle, Kalleken._ CATH: Catla; GAD: Katila, Katalind,
Gatani. Thans naar _S. Catharina_ † 4e eeuw, M. Ma. te
Alexandrië. B. 25 Nov. [426

_Kaei, Kei, Koye._ GAIDU: Gaido, Caide, Gaibald, Gaidericus,
Gaiduald. _S. Caideus (Caidoeus)_ † 6e eeuw, Bel. in Ierland. B. 25
Oct. XI, 647. [427

_Kamiel._ Kemmulo, Kemmil komen voor in de 8e eeuw, _S. Camillus_
de Lellis † 1614. B. 18 Juli. [428

_Kanter, Kantert._ GANDI: Gando, Canto, Gandin, Ganthar,
Gandericus. _S. Gandinus_ † 8e eeuw, B. v. Soissons en Ma. B. 11
Feb. II, 553. Gesln. Canters. [429

_Karel._ CARL: Carlofred, Carlman. _S. Carolus_ † 1584,
B. v. Milaan. B. 4 Nov. _S. Carolus Bonus_ † 1126, Graaf
v. Vlaanderen en Ma. B. 2 Mrt. I, 152. _Eerb. Karloman_ † 735, Vorst
v. Austrasië. B. 17 Aug. III, 417 e (Inter praeterm) Kr. IV, 51. [430

_Karsten, Kars, Kerstant, Kerst._ _Zal. Christianus_, Bel. te
Duay. B. 7 Apr. I, 723. Gesln. Karsjes. [431

_Kase, Kas, Kaseke, Kazijn._ CAZ: Cazo, Cazzo, Kazelin,
Caciprand. _S. Cassericus_ † 4e eeuw. Ma. te Milaan. B. 6 Mei, II,
101. [432

_Kasper, Jasper._ GAUTA: Gautbert, Gausbert, Gauspert. _S. Gausbertus_,
11e eeuw, Kluiz. in Auvergne. B. 27 Mei, VI, 723. Thans naar
_S. Gaspar_ 6 Jan. [433

_Katriene, Katryn, Trientjen, Trijntjen._ _S. Catharina_ † 4e eeuw,
M. Ma. te Alexandrië. B. 25 Nov. [434

_Kees, Keetjen._ CAZ: Kazo, Chezelo, Kezila (vr.), Kezelin,
Kezeman, Kezzman, Kecil, Ketil, Ketel. Thans naar _SS. Cornelius_
en _Cornelia_. Gesln. Ketel, Keetell. [435

_Kene, Kenne, Kine, Kinge._ GEN: Geno, Gening, Genbert,
Genard. _S. Kennanus_, Bel. in Ierland. B. 24 Nov. _S. Cannicus_ †
599, Abt v. Kilkenny. B. 11 Oct. V, 642. [436

_Kenske, Kenou, Kingsken, Jenne, Jenneken._ GEN: Genia, Genbolda,
Genovefa, Genofeva. _S. Genovefa_ † 512, M. te Parijs. B. 3 jan. I,
137. [437

_Kiliaan, Kiel, Kil._ GIL: Gilo, Gilio, Gillin. _S. Kilianus_ † 689,
B. v. Würzburg. B. 8 Juli, II, 599. [438

_Klaartjen._ CLAR: Clarebald, Clarmunt, Clarembald. _S. Clara_ †
1253. Ordest. te Assisië. B. 12 Aug. II, 739. [439

_Kobe, Kobbe, Koppen, Koop, Keub._ GUB: "denkelijk samentrekking uit
Gudb." (Förstem.); GUDA: Godabert, Gotbert, Gobert. _S. Gobertus_,
Bel. te Reims. B. 23 Nov. _S. Gobbanus_, Abt in Engeland. B. 23
Nov. Thans ook naar _S. Jacobus_, Ap. Gesln. Koops, Koppes, Kops. [440

_Koenraad, Koene, Koendert, Koert._ CONJA: Cono, Kuono, Conno, Cuonrad,
Konrad. _S. Conradus (Cuno)_ † 1066, verkozen B. v. Trier en Ma. B. 1
Juni, I, 126. [441

_Koentjen, Kuintjen, Keuntjen, Kunske._ CUNI: Cuna, Cuniza,
Chunidrud, Cunigard, Cunigundis, Cunihild. _S. Cunigundis_ † 1040,
Keiz. v. Duitschland. B. 3 Mrt. I, 266. [442

_Kolette._ COL: Colo, Colobert, Coloman. _S. Coleta_ † 1447, Clarisse
te Gent. B. 6 Mrt. I, 532. [443

_Kolyn, Klijn._ COL: Colo, Cholensus. _S. Colianus_, B. v. Adria. B. 7
Feb. II, 69. Gesln. Koolen, Kooltjes, Klijn. [444

_Kollaart, Koelman._ COL: Colobert, Coloman, Colman. _S. Colmanus_
† 7e eeuw, B. v. Lindisfarn. B. 18 Feb. III, 82. _S. Colmannus_ †
11e eeuw, Ma. in Oostenrijk. B. 13 Oct. VI, 342. Gesln. Koeleman. [445

_Konstans, Konstant, Stans._ _S. Constans_ † 4e eeuw, Ma. te
Trier. B. 5 Oct. III, 18. [446

_Konstansjen, Stansjen._ _S. Constantia_ † 4e eeuw, Keiz. te
Rome. B. 18 Feb. III, 67. [447

_Koos, Kos, Kozijn, Kostijn, Kosten, Kost._ GAUTA: Gauto, Gozzo, Cozo,
Gozekin, Gozvin, Goswin. _S. Goswinus_ † 12e eeuw, Abt v. Achin in
Henegouwen. B. 9 Oct. IV, 1084. Thans _Koos_ vlv. v. _S. Jacobus_
Ap. en _Kos_ van _S. Cosmas_ Ma. 27 Sept. Gesln. Kos, Gosens. [448

_Kornelis, Krelis, Knelis, Nelis, Niels, Nel._ _S. Cornelius_ † 252,
P. Ma. B. 14 Sept. IV, 143. [449

_Krees._ GRISJA: Krisa. Thans in België vlv. v. _S. Lucretia_,
Clarisse te Ferrara. B. 28 Nov. [450

_Krijn, Karijn._ GAIRU: Gairo, Gairin, Gerin, Kerini,
Kerine. _S. Gerinus_ † 7e eeuw, Ma. te Autun. B. 2 Oct. I, 355. Thans
verstaan als vlv. v. _S. Quirinus_ † 2e eeuw, Romeinsch tribuun,
Ma. te Rome, en wiens relieken sinds 1050 te Neuss berusten. B. 30
Mrt. III, 811. [451

_Krispyn, Kerspyn._ _S. Crispinus_ † 287, Ma. te Soissons. B. 25
Oct. XI, 495. [452

_Kristiaan, Korstiaan, Korsten, Kors._ _Zal. Christianus_, Bel. te
Duay. B. 7 Apr. I, 723. [453

_Kristiene, Kristientjen, Kristjen, Karstjen._ _S. Christina_,
de Wonderbare, † 1224, M. te S. Truyen. B. 24 Juli, V,
637. _S. Christiana_ † 8e eeuw, M. in Vlaanderen. B. 26 Juli, VI,
311. [454

_Kristoffer, Kristoffel, Stoffel._ _S. Christophorus_ † 3e eeuw,
Ma. in Lycië. B. 25 Juli, VI, 125. [455

_Kune, Kuner._ CUNI: Cuno, Cunibert, Gumpert, Quumperht. _S. Cuno_ †
10e eeuw, Bened. Mo. in Rhetia. B. 19 Apr. II, 628. _S. Quinibertus_,
Mo. in Henegouwen. B. 18 Mei, IV, 184. [456

_Kuniere, Kniertjen, Kundertsje, Knier, Kneur._ CUNI: Cunnia,
Chunihari, Cunirih. _S. Cunera_ † omstr. 450, Ma. te Rhenen. B. 12
Juni. II, 557. Kr. II, 8. [457

_Kweldrik._ VILJA: Willierich, Wileric, Wilrec,
Weleric. _S. Willericus_ † 837, B. v. Bremen. B. 4 Mei, I, 437 a
(Inter praeterm.). [458

_Quint, Quintijn._ WINI: Gwine, Winithiu; VIND: Winizo, Guinizzo,
Quindulfus. _S. Quindeus (Gindeus)_, Ma. in Bulgarije. B. 9 Mei, II,
363. Thans ook naar _S. Qiuntinus_ † 287, Ma. te S. Quentin. B. 31
Oct. XIII, 725. [459



L


_Lambert, [24] Lambrecht, Lamfert, Lammen, Laam, Lemke, Lemmen,
Bert, Brecht._ LANDA: Lando, Landobereth, Lanthpert, Lanbert,
Lambert. _S. Lambertus_ † omstr. 698, B. v, Maastricht en Ma. B. 17
Sept. V, 518. Kr. I, 135. Gesln. Lam, Lampen, Lamping, Lemkes,
Lemmens. [460

_Lamkje._ LANDA: Landa, Lanna, Landrada. _S. Landrada_ † 7e eeuw,
Abd. v. Belsen bij Luik. B. 8 Juli, II, 619. [461

_Lancelot, Landsloot, Lootje._ LANDA: Lando, Lanzo, Lancelin,
Lanteloh. _Lancelottus_ = _S. Andreas Avellinus_ "dictus antea
_Lancelottus_" † 1590. Theatijner Mo. B. 10 Nov. Gesln. Landslots. [462

_Lande, Lanne._ LANDA: Lanno, Lantwald, Landoald,
Landolin. _S. Landoaldus_ † 668, Aartspr. te Wintershoven. B. 19
Mrt. III, 34. _S. Landelinus_ † 686, Abt v. Crepin. B. 15 Juni, III,
1062. Gesln. Lans. [463

_Lang, Lan._ LANGA: Lango, Lancpert, Langbard. Uit den verwanten
stam LANDA: Lantwald. _S. Landoaldus_ † 668, Aartspriester te
Wintershoven. B. 19 Mrt. III, 34. [464

_Laurens, Lauris, Lauw, Rens._ LAV: Laufred, Laurad, Laulf. Thans
naar _S. Laurentius_ † 258, Ma. B. 10 Aug. II, 485. [465

_Lauwerientjen._ _S. Laurentia_ † 4e eeuw, M. Ma. te Ancona. B. 8
Oct. IV, 47. [466

_Ledewiene, Lidewij._ LAITA: Leta, Leitrudis, Ledewif, Ledivia,
Laidoin. _S. Lidwina (Lidwigis)_ † 1433, M. te Schiedam. B. 14 Apr. II,
267. Kr. VI, 156. [467

_Leenaard, Leendert, Leonard, Lendert, Lindert, Leenke, Leeke,
Leen, Lioen, Loen._ LEVON: Leuan, Leon, Leonard, Levienard, Levald,
Levulf. _S. Leonardus_ v. Vechel † 1572, Gorc. Ma. B. 9 Juli, II,
736. Kr. IX, 17. _S. Leonardus_ † 570, Bel. te Corbigny. B. 15
Oct. VIII, P. I, 45. [468

_Leene, Leentjen, Leenke._ ALJAN: Alyan, Elana, Ellina,
Elena. Middelnederl. Alyn. _S. Alena_ † 7e eeuw, M. Ma. te Forest bij
Brussel. B. 17 Juni, III, 384. Thans ook naar _S. Helena_ Keiz. B. 18
Aug. III, 548, of ook naar _S. Magdalena_, 22 Juli. [469

_Leeuke, Leeuwke._ LEUC: Luico, Leuchant, Luiching. _S. Leuconius_
† 7e eeuw, B. v. Troyes. B. 1 Apr. I, 12. [470

_Leffert, Liffert, Leppe, Lippe._ LIBA: Libo, Lippo, Liphart, Lifard,
Lifthart. _S. Lietfardus_ † 635, B. Ma. in België. B. 4 Feb. I,
495. [471

_Lein, Lens, Leunis._ LIN: Lino, Linwiz. _S. Linentius_, Bel. bij
Tours. B. II, 628. Gesln. Lens. [472

_Leopold, Liepe._ LEUDI: Leudbald, Luitbold, Leupold,
Leopold. _S. Leopoldus_ † 1136, Markgr. in Oostenrijk. B. 15 Nov. [473

_Letjen._ LEUDI: Leuta, Leota, Liuta, Leutberga. _S. Leutbergis_,
M. Kluiz. bij Halberstadt. B. 30 Dec. [474

_Lette, Litse._ LAITHA: Laitu, Leto, Leth, Lethard. _S. Letardus_ †
7e eeuw, B. v. Senlis. B. 24 Feb. III, 468. [475

_Leune, Leuntjen, Lone, Loontjen._ LEVON: Leona, Leonza. _S. Lewinna_
† 7e eeuw, Britsche M. Ma. B. 24 Juli, V, 608. Thans naar _Apollonia_
† 249, M. Ma. te Alexandrië. B. 9 Feb. II, 278. [476

_Libbe._ LIBA: Libo, Lippo, Lifard, Liphart, Lipher, Lipman, Lipmar,
Lifward. _S. Liffardus (Lietfardus)_ † 635, B. v. Kameryk Ma. B. 4
Feb. I, 492. Gesln. Lips, Libbers, Lipman, Lipjes. [477

_Libbeken, Lipkje._ LIBA: Liba, Lina, Libila. _S. Lioba_ † 779,
Abd. v. Bischofsheim. B. 28 Sept. VII, 748. [478

_Librecht, Libert, Libbe._ LEUDI: Leudbald, Leudobert,
Lietbert. _S. Libertus_ † omstr. 635, Ma. te S. Truyen. B. 14 Juli,
III, 704. [479

_Lientjen._ LIN: Lina, Linburga, Linheit. Thans naar vleivormen van
Fransche namen: zooals Pauline enz. [480

_Liesbet, Liese, Liesjen, Lijsjen._ LIS: Lisa, Lisperga, Lisegundis,
Lisinia. Thans naar _S. Elisabeth_ † 1231, Kon. v. Hongarije. B. 19
Nov. In België: _Belleken_, uit den Spaanschen vorm: Isabella. [481

_Lieuke, Liewke._ LEVON: Leona, Leonza. _S. Lewinna_ † 7e eeuw,
Britsche M. Ma. B. 24 Juli, V, 608. [482

_Lieuwe, Luwe._ LEV: Leuo, Levald, Leuan. _S. Levanius_ † 7e eeuw,
B. v. Troyes. B. 1 Apr. I, 12. [483

_Lieven, Liebe._ LEUBA: Leubin, Liubwi, Leubwin, Liubman,
Liefman. _S. Lebuinus_ † omstr. 776, Pr. te Deventer. B. 12
Nov. Kr. III, 152. _S. Livinus_ † 657, B. Ma. te Houthem. B. 12
Nov. Gesln. Liwijn, Lievense, Leefmans. [484

_Lykele_, ontstaan uit _Nykele_. Zie _Nicolaas_. [485

_Limke._ LEUBA: Leobman, Liubman, Liuman. _S. Liminius_ † 3e eeuw,
Ma. te Clermont. B. 29 Mrt. III, 769. [486

_Linse, Linso._ LINDI: Linto, Linzo, Lintilin. _S. Linentius_ †
6e eeuw, Bel. te Tours. B. 25 Jan. III, 242. [487

_Lisse, Liske, Lies._ LIS: Lisbrand, Liscard, Lisolf. _S. Lisardus_
† 6e eeuw, Abt. v. Mehun-sur Yèvre. B. 3 Juni, I, 298. [488

_Lodewijk, Loys, Loy, Loos, Lowies, Loth._ HLODA Chlodio, Chlodobert,
Lotfrid, Chlodochar, Chlodovech, Chlodowich, Hlodwicus, Hlutwig,
Lodewig. _S. Ludovicus_ † 1270, Kon. v. Frankrijk. B. 25 Aug. V,
275. [489

_Loef, Louwe, Louwert._ LEUBA: Leubo, Lubo, Liubinzo. _S. Lubentius_
† 4e eeuw, Pr. te Trier. B. 13 Oct. VI, 200. [490

_Loesken, Lowiesken, Lowiese._ LEUDI: Leuta, Liuza, Luiza, Liuzich. Uit
den stam HLODA. Vergelijk Ludovicus. _S. Ludovica_ Albertoni † 16e
eeuw, Wed. te Rome. B. 31 Jan. II, 1078. [491

_Lolle, Lolke, Loilif._ Lullus, Lullo, Lollo. _S. Lullus_ † 787,
B. v. Mainz. B. 16 Oct. VII, P. II, 1050. _S. Lolanus_ † 11e
eeuw, B. in Schotland. B. 22 Sept. V, 533. Gesln. Lol, Lolkesz,
Lollekens. [492

_Lomme, Lumman, Lummert, Lume._ LOH: Lobald, Loman,
Lomund. _S. Lomanus_ † 433, B. in Ierland. B. 17 Feb. III,
13. Gesln. Lohman, Lomans. [493

_Loner._ LAUNA: Lono, Lonhar, Launomar. _S. Launomarus_ † 593, Abt
in Gallië. B. 19 Jan. II, 229. [494

_Loo._ LAUDA: Laudus, Laudo, Laudomar, Laudulf. _S. Laudus_ † 568,
B. v. Coutances. B. 21 Sept. VI, 438. [495

_Lubbe, Lobbe, Lubbert._ LEUBA: Lupo, Luppo, Leubin, Leobin,
Lubin. _S. Leubinus (Leobinus)_ † 537, B. v. Chartres. B. 14 Mrt. II,
349. Gesln. Lubberden, Lubbinge, Leupen. [496

_Lubbertsje, Lupke, Lubbrich, Lobke, Lubbegien._ LEUBA:
Liuba, Lioba, Luba, Leobgid. _S. Lioba (Leobgytha)_ † 779,
Abd. v. Bischoffsheim. B. 28 Sept. II, 748. [497

_Luderik, Luurk._ HLODA: Chloderich, Luderich. _S. Ludgerus_ † 809,
B. v. Munster. B. 26 Mrt. III, 626. [498

_Ludger, Luder, Luddo, Logier._ HLODA: Lothger, Ludiger. _S. Ludgerus_
† 809, B. v. Munster. B. 26 Mrt. III, 626. [499

_Ludmer._ HLODA: Chlodomir, Hlodmar, Ludimar, Lutmar. _S. Ludgerus_
† 809, B. v. Munster. B. 26 Mrt. III, 626. Kr. IV, 78. [500

_Ludolf, Lulof, Lullif._ HLODA: Hlodolf. Hludolf, Ludulf,
Lutolf. _S. Ludolfus_ † 983, Abt van Corbie in Westfalen. B. 13
Aug. III, 136. [501

_Ludwijn, Luden._ HLODA: Hlotwin, Hludwin, Luotwin. _S. Ludwinus_ †
713, B. v. Trier. B. 29 Sept. VIII, 159. Gesl. Luden. [502

_Luit, Lude, Lutse._ HLODA: Chlodio, Lodo, Ludo, Luzo,
Lutto. _S. Ludwinus_ † 713, B. v. Trier. B. 29 Sept. VIII,
159. Gesln. Lutz. [503

_Luidse, Lioedse._ LEUDI: Leudo, Liuto, Liuzo, Leudefred,
Liutefrid, Leudagar, Liutger, Liuttolf. _S. Liutfredus_ † 9e eeuw,
B. v. Pavia. B. 8 Mrt. I, 793. _S. Leodegarius_ † 678, B. v. Autun
Ma. B. 2 Oct. I, 355. _S. Liutolfus_ † 9e eeuw Ma. in Saksen. B. 2
Feb. I, 309. [504

_Lumke._ LEUDI: Leudomalla. _S. Ludmilla_ † 927, Wed. Ma. in
Boheme. B. 16 Sept. V, 339. [505

_Lutjen, Lotjen._ HLODA: Lutta, Lotberga, Lutecardis, Lutgart,
Luttrut. _S. Lutgardis_ † 1246, Non in Brabant. B. 6 Juni, III,
231. _S. Lutrudis_ † 6e eeuw, M. te Chalons. B. 22 Sept. VI, 448. [506

_Luwert, Luurt._ HLODA: Ludewart, Ludward. _S. Ludgerus_ † 809,
B. v. Munster. B. 26 Mrt. III, 626. Gesln. Luurts. [507



M

_Maagjen._ MAG: Maga, Makka, Maghildis, Magilind. _S. Maggina_
† 4e eeuw, Ma. B. 12 Apr. II, 81. Thans voor _S. Maria_ of
_S. Magdalena_. [508

_Maan._ MAGAN: Maganus, Megino, Magno, Magnobod,
Magnerich. _S. Magnobodus_ † 654, B. v. Angers. B. 16 Oct. VII,
P. II, 928, _S. Magnericus_ † 6e eeuw, B. v. Trier. B, 25 Juli, VI,
168. Gesln. Maan. [509

_Maarten, Marten, Martien, Maart._ _S. Martinus_ † 400,
B. v. Tours. B. 11 Nov. _S. Martinus_ † omstr. 276,
B. v. Tongeren. B. 21 Juni, IV, 69. [510

_Maartjen, Martjen, Martientjen, Martentsje._ _S. Martina_ † 3e eeuw,
Ma. B. 30 Jan. I, 11. [511

_Maas, Maaske._ MAS: Maso, Masso. _S. Masserius (Mastredus)_ Ma. B. 21
Feb. III, 243. [512

_Mabel, Mabelie_, vermoedelijk samentrekking uit Madalbelie. MATHAL:
Madala, Madalberta, Madalindis. _S. Madelberta_ † 8e eeuw,
Abd. v. Maubeuge. B. 7 Sept. III, 103. [513

_Machtelt, Mechtelt, Macheltjen, Maatjen, Matjen, Metjen._ MAHTI:
Mahthildis, Machthilt, Mahtilt, Mechtilt, Mettilt. _S. Mathildis_ †
968, Kon. v. Germanie. B. 14 Mrt. II, 356. [514

_Machuyt, Makke, Mokke._ MAG: Mago, Makko, Magoald, Magulf, Magolf,
Maigol, Mailo. _S. Machutus (Maclovius)_ † 565, B. in Bretagne
(St. Malo). B. 15 Nov. [515

_Mage, Magerhan, Majerhan._ MAGAN: Maganhar, Maginrannus,
Magnerich. _S. Magnericus_ † 596, B. v. Trier. B. 25 Juli, VI,
168. [516

_Maggelientjen, Mechliene, Maleene._ _S. Magdalena_. 22 Juli. [517

_Malchert, Maljaart._ MATHAL: Madalger, Madelgard,
Madelhard. _S. Madelgarius_ † 677, Bel. te Soignies. B. 14 Juli, III,
656. [518

_Mamme._ MAM: Mamo, Mammo, Mammalus. _S. Mamatus_, B. v. Vienne,
B. 17 Nov. Gesln. Mammen. [519

_Manke._ MANAG: Mango, Managold, Mangold. _S. Manegoldus_, Abt in
Schwaben. B. 18 Feb. III, 52b (Inter praeterm). Gesln. Mank. [520

_Manne (m.), Mante._ MANA: Manno, Manifred, Mannato; MAND: Manto,
Mantfred. _S. Manfredus_ † 1430, Kluiz. in Lombardije. B. 28 Jan. III,
525. Gesln. Manting. [521

_Manne (vr.)._ MANA: Manna, Menika, Manehildis. _S. Manna (Menna)_
4e eeuw, M. in Lotharingen. B. 3 Oct. II, 150. [522

_Margriete, Margrete, Margrietjen, Grietjen, Gretske._ _S. Margarita_
† 1093, Kon. v. Schotland. B. 10 Juni, II, 320. _S. Margareta_ †
13e eeuw, M. Ma. te Leuven. B. 2 Sept. II, 582. [523

_Marië, [25] Marietjen, Marijtjen, Mariete, Miete, Mietjen, Mieken._
_S. Maria_. [524

_Marijn._ MARU: Maro, Mario, Mairinus, Marinus, Maring. _S. Marinus_ †
4e eeuw, Diaken te S. Marino. B. 4 Sept. II, 208. Gesln. Marijnen. [525

_Mark, Merk, Marcelis._ MARCA: Marcbold, Marcfrid, Marchoward,
Marcuart, Marcoald, Marchard. _S. Marchelmus_ † 8e eeuw, Pr. te
Deventer. B. 14 Juli, III, 702. Kr. III, 169. Gesln. Markwart,
Markvoort. [526

_Marrigjen, Marretjen, Martjen, Maartjen._ MARU: Merica, Margildis,
Margundis, Marwi. Thans voor _S. Maria_. [527

_Mate, Maat._ MAHTI: Math, Meth, Mathin, Mahting,
Mahtulf. _S. Mathulus_, B. in Schotland. B. 15 Nov. Gesln. Maat,
Maatjes. [528

_Matern._ _S. Maternus_ † 130, B. v. Keulen en Trier. B. 14 Sept. IV,
354. Kr. I, 7. [529

_Matjen, Metjen, Metken, Mettentsje._ MATHA: Matta, Medana, Mathgunda,
Madanildis. Thans voor _S. Maria_ of _S. Martha_. [530

_Matse (vr.)._ MAZ: Maza, Mazaka, Mazhild. _S. Mazota_, M. in
Schotland. B. 23 Dec. [531

_Matte, Mathijs._ MATHA: Matto, Mathfrid, Mathgis. _S. Maternus_
† 130, B. v. Keulen en Trier. B. 14 Sept. IV, 354. Kr. I,
7. _S. Mathias_. Ap. 24 Feb. [532

_Maurijn._ MAURA: Mauro, Mauring, Morand, Morinzo. _S. Maurinus_,
Abt te Keulen. B. 10 Juni, II, 279. _S. Maurontus_ † 706, Abt
v. Marchiennes. B. 5 Mei, II, 52. [533

_Maurits, Mauris, Moris, Moor._ MAURA: Maur, Moor, Mauring,
Morizzo. Thans naar _S. Mauritius_ † 286, Ma. B. 22 Sept. VI, 308. Onze
Prins Maurits werd vroeger door het volk ook _Maurijn_ en _Mauring_
genoemd. [534

_Medard, Mede, Mette, Metse._ MATHA: Mado, Matto, Medardus,
Mather. _S. Medardus_ † 556, B. v. Noyons. B. 8 Juni, II, 72. [535

_Mees, Meeus, Mewis, Mievis, Meeuwe._ MAZ: Mazo, Mezo, Mezzi. Thans
naar _S. Bartholomeus_ Ap. Gesln. Mees, Meeus, Meeuwse, Meys,
Meysing. [536

_Meie, Meiert._ MAG: Magio, Maio, Meio. _S. Machutus_ † 565, B. in
Bretagne. B. 15 Nov. [537

_Meinaart, Meindert, Meinert._ MAGAN: Maganhard, Meginart,
Meinhart, Meginrad, Meinrad. _S. Meinradus_ † 863, Kluiz. en Ma. in
Zwitserland. B. 21 Jan. II, 381. [538

_Meinolf._ MAGAN: Maginulf, Meginulf, Meynulf. _S. Meinulfus_ † 847,
Diak. te Bedike. B. 5 Oct. 111, 171. [539

_Meinsjen, Mensjen, Ments, Meinou._ MAGAN: Magina, Megina, Maina,
Meina. _S. Maggina_, Ma. B. 12 Apr. II, 81. [540

_Meke, Mijke._ MAG: Maco, Meco, Mekilo. _S. Machutus_ † 565, B. in
Bretagne. B. 15 Nov. Gesln. Meken, Mekel. [541

_Melke, Melchert._ MALV: Mello, Malicho, Malgoz. _S. Melchus_ † 5e
eeuw, B. in Ierland. B. 6 Feb. I, 778. Thans ook naar _S. Melchior_
(Driekon.). [542

_Melle, Mel, Meile, Meleye, Melse._ MIL: Milo, Mello, Milizzo. _S. Mel_
† 5e eeuw, B. in Ierland. B. 6 Feb. I, 778. Gesln. Mellen. [543

_Meltsje, Meeltsje._ MIL: Mila, Milizza, Milburc,
Milburg. _S. Milburga_ † 7e eeuw, M. in Engeland. B. 23 Febr. III,
388. [544

_Menne, Menno, Menke, Mense, Mennolt, Mein, Mente, Mints._ MAGAN:
Megino, Meino, Megenzo, Meinzo, Megingaud, Megengoz, Meginolt,
Meinolt, Meginwerc, Meinwerc. _S. Megingaudus (Megingos)_ † 1010,
Bel. te Willich. B. 19 Dec. Kr. VI. 3. _S. Meinwercus_ † 1036,
B. v. Paderborn, B. 5 Juni, I, 508. Kr. VI, 21. _S. Mengoldus_
† 9e eeuw, Ma. te Hoey. B. 8 Feb. II, 186. Gesln. Mens, Mensing,
Meynout. [545

_Miene, Mientjen, Mijntjen, Mintsje._ MIN: Minna, Mina, Minia,
Minnona. Bij aanpassing _S. Firmina_ en _S. Samina_, Romeinsche
Martt. B. 2 Juni, I, 168. [546

_Minne, Mynko, Minse, Mynt, Minnert, Myn._ MIN: Minno, Minnico,
Minizo, Minard. Thans voor _S. Dominicus_ † 1231, Ordest. B. 4 Aug. I,
358. Gesln. Minses, Minderts. [547

_Moeder (m.)._ MODA: Mot. Muodo, Mothar, Muther, Modowald,
Modoald. _S. Modoaldus_ † 640, B. v. Trier. B. 12 Mei, III, 50. [548

_Moeder (vr.)._ MODA: Moda, Muota, Modena, Modunna,
Modericha. _S. Moduenna_ † 6e eeuw, M. in Ierland. B. II, 241. [549

_Moen, Monne, Monse._ MUNI: Muno, Muning. Munizo, Monefons,
Monulf. _S. Monon_ † 645, Kluiz. en Ma. te Nassoin. B. 18 Oct. VIII,
369. _S. Monulfus_ † omstr. 599, B. v. Maastricht. B. 16 Juli, IV,
152. Kr. I, 69. Gesln. Moens. [550

_Molle, Mollo_, vermoedelijk samengesteld uit Modilo. MODA:
Muodo, Motilo, Modoald, Mowald. _S. Modoaldus_ † omstr. 640,
AB. v. Trier. B. 12 Mei, III, 50. Gesln. Moll, Mollen. [551

_Momme._ MUM: Mummulus, Mummolin. _S. Mummolus_ † 7e eeuw, Abt te
Bordeaux. B. 8 Aug. II, 351. _S. Mummolinus_ † 685, B. v. Noyons en
Doornik. B. 16 Oct. VII, P. II, 953. Gesln. Mommers. [552

_Monte, Munte._ MUNDA: Mundo, Munto, Monderich. _S. Mundus_ † 10e eeuw,
Abt in Schotland. B. 15 Apr. III, 388. Gesln. Muntinghe. [553

_Muntsje._ MUNDA: Munda, Mundofaeda. _S. Mundana_ † 10e eeuw, Wed. te
Sarlat. B, 5 Mei, II, 11. [554

_Murk, Mourk._ MAURA: Mauruch, Moric, Moruch. _S. Mauritius_ † 286,
Ma. B. 22 Sept. VI. 308. _S. Maurinus_, Abt te Keulen. B. 10 Juni,
II, 279. Gesln. Murk. [555

_Murkje._ MAURA: Maura, Mora, Mauremia, Mauringa. _S. Maura_ † 850,
M. te Troyes. B. 20 Sept. VI, 271. [556



N

_Naas, Naats._ NAS: Nasse, Nasco, Nasolt. _S. Nasadius_, B. in
Ierland. B. 26 Oct. XI, 893. Thans ook voor _S. Ignatius_, en ook
wel voor _S. Bernardus_. [557

_Naleken, Nelde, Neldeken, Naatjen._ NATH: Nadala, Nadalina,
Nadalindis. _S. Natalena_, M. in Aquitanië. B. 5 Nov. [558

_Nammen, Nammele._ NAM: Namo, Namucho. _S. Namatius_ † 5e eeuw,
B. v. Clermont. B. 27 Oct. XII, 254. [559

_Nane, Nanne, Nanning, Nandes._ NAN: Nanno, Nannigo, Naning;
NANTHI: Nanding, Nanther. _S. Nanterus_, Abt in Lotharingen. B. 30
Oct. Gesln. Nanning, Nankes, Nan. [560

_Nantsje, Neantsje._ NAN: Nanna, Nana, Nannicha. _S. Nana_,
Bened. non. B. 22 Nov. [561

_Neeltjen, Nelle, Nelletjen, Knelie, Neeke_, naar _S. Cornelia_ †
3e eeuw, Ma. in Africa. B. 31 Mrt. III, 905. [562

_Neke._ NAHTI: Necto, Nahthert, Nectard, Nectarius. _S. Nectarius_,
Bel. in Auvergne. B. 9 Dec. [563

_Nette, Nitte._ NEUTA: Neozzo, Niudhart. _S. Neotus_ † 7e eeuw,
Bel. in Engeland. B. 31 Juli, VII, 314. Gesln. Nettes, Netjes. [564

_Nike, Nikele, Nicolaas, Niklaas, Klaas, Kleis._ NICU: Niko, Nichbod,
Nihhard, Nihhar. _S. Nicasius_ van Heeze † 1572, M. v. Gorcum. 9
Juli. Kr. IX, 12. Thans naar _S. Nicolaus_ † 342, B. v. Myra. B. 6
Dec. Vrouwennaam: _Klaasjen, Klaasken._ Gesln. Nix. [565

_Nienke, Nienske. Niona, Niunta._ _S. Nina_, Ma. te Lyon. B. 2 Juni,
I, 168. [566

_Nieske, Nies (m.), Nitsaart, Nitterd._ NITHA: Nitho, Nitto, Nizo,
Nizzo, Nidhard, Nitart. _S. Nithardus_ † 9e eeuw, Pr. in Zweden. B. 3
Feb. I, 390. [567

_Noed, Noyde, Nooi, Neude, Nutte, Nutger._ NODI: Noto, Noti, Notger,
Nothelm. _Zal. Notkerus_ † 912, Abt v. S. Gallen. B. 6 Sept. I,
576. _S. Nothelmus_ † 8e eeuw, B. v. Canterbury. B. 17 Oct. VIII,
117. Gesln. Nooy, Nooten. [568

_Noen, Noenke._ NUN: Nunno, Nono, Nunnechius, Nuntio. _S. Nuncius_
† 7e eeuw, Bel. te Hastière bij Namen. B. 10 Oct. V,
124. Gesln. Nonkes. [569

_Nolle, Nolke, Nol._ NODI: Nodolt, Nodulf, Notolf, Nodelus,
Noldolf. Thans vlv. v. _Arnold_. [570

_Nome, Noom._ _S. Nomius_, Bel. bij Parijs. B. 8 Juli, II,
650. Gesln. Nooms. [571

_Norbert, Noor._ NOR: Noro, Norinc, Norman, Norpert,
Noroberet. _S. Norbertus_ † 1134, B. v. Maagdenburg. B. 6 Juni, I,
809. Kr. VII, 3. Gesln. Noorman. [572

_Nore, Noorken, Noordeken, Noor._ NOR: Nora, Nortrudis, Norgildis,
Norlindis. Thans voor _S. Eleonora_ † 1556, Domin. non in Spanje. B. 11
Mei, II, 611, f (Inter praeterm.). [573



O

_Obe, Oepke, Offe, Obrecht._ OB, door samentrekking uit den stam AUDA:
Audobereth, Audibert, Othbert, Oppert, Obert. _S. Autbertus_ † 8e eeuw,
B. v. Avranches. B. 18 Juni, IV, 603. Gesln. Audibert. [574

_Ode (m.), Oedse._ AUDA: Audo, Oudo, Odo, Otho,
Audowin. Odwin. _S. Odo_ † 12e eeuw, B. v. Doornik. B. 19
Juni, IV, 910. _S. Odwinus_, Pr. te Hougaerde. B. 25 Juni, V,
149. Gesln. Oetgens. [575

_Ode (vr.), Odeken, Otjen, Oede, Oetjen, Uken._ AUDA: Auta, Ouda, Oda,
Ota, Audrada. _S. Oda_ † 726, M. te S. Oedenrode. B. 27 Nov. Kr. I,
178. _S. Odrada_ † 12e eeuw, M. bij Alem in N. Brab. B. 3 Nov. Kr. VI,
140. [576

_Odilde._ AUDA: Audechildis, Audildis, Othilt. _S. Othilda_, Bened. non
in Duitschland. B. 16 Nov. [577

_Odilie, Oole, Oolken._ OTHAL: Odala, Odila, Odilia,
Otilia. _S. Odilia_ † omstr. 720, Abd. v. Hohenburg. B. 13 Dec. [578

_Odulf, Olof, Olf, Olpke._ AUDA: Audulf, Autolf, Ottulf,
Otulp. _S. Odulfus_ † omstr. 865, Pr. te Oirschot. B. 12 Juni, II,
591. Kr. V, 43. [579

_Oelbert, Olbert, Ole._ ALDA: Aldabert, Oldibert, Oldebert,
Olbert. _S. Odelbertus_ † 12e eeuw, Ma. te Oosterhout. B. 22 Oct. IX,
692. Kr. VI, 153. Gesln. Olberding. [580

_Oeltjen._ AUL: Olika, Olburgis. _S. Olla_ † 12e eeuw, M. bij
Kameryk. B. 9 Oct. IV, 1045. [581

_Oene, Oentse, Unico, Uneke, Unke._ UN: Unno, Unni, Unizo. _S. Unnus
(Unno)_, B. v. Bremen. B. 29 Dec. _S. Unnis_ † 10e eeuw,
B. v. Hamburg. B. 21 Oct. IX. 273. Gesln. Oenen, Oenes. [582

_Ogier, Oyer, Okker, Okke, Oege._ AUDA: Autker, Okger,
Oger. _S. Otgerus_ † omstr. 713, Diaken in Oldenzaal. B. 10 Sept. III,
612. Gesln. Ocke. [583

_Olaf._ OLF: Olaf, Olof, Olef. _S. Olavus (Olaus)_ † 1030,
Kon. v. Noorwegen. B. 29 Juli, VI, 87. Gesln. Oleffs. [584

_Olbrand, Olbren._ ALDA: Aldeprand, Altbrand,
Oldeprand. _S. Aldebrandus_ † 12e eeuw, B. in Umbrië. B. 1 Mei, I,
158. [585

_Olger, Okkele, Olke._ ALDA: Aldiger, Aldger, Aldegar. _S. Oldegarius_
† 1137, B. v. Barcelona. B. 6 Mrt. I, 481. Gesln. Oolgaard, Okeles,
Okkes. [586

_Olivier, Olfert, Olifbrand._ VULFA: Vulfhar, Wolfar, Vulfier,
Wolfheri, Wolfbrand. _S. Ulferius_, Ma. te Tonnerre. B. 11
Dec. Gesln. Olferts. [587

_Oopjen, Obkje, Obrich, Ouburg._ AUDA (vergelijk Obbe): Auta,
Oda, Autberta, Autburg. _S. Oda_ † 726, M. te S. Oedenrode. B. 27
Nov. Kr. I, 178. [588

_Orte, Oort._ ORTA: Ort, Ortger, Ortahar, Ordwig, Ortwin,
Ordulf. _S. Ortarius_ † 5e eeuw, Abt in Normandië. B. 21 Mei, V,
36. Gesln. Oort, Oortwijn. [589

_Ortjen._ [26] HROTHI: Hroddrud, Chrotrudis, Roddrudis. _S. Rotrudis
(Ortrudis)_ † 7e eeuw, M. in Vlaanderen. B. 22 Juni, B. IV, 255. [590

_Oswald, Oswoud, Osewout._ ANSI: Ansovald, Answald,
Oswald. _S. Oswaldus_ † 642, Kon. in Brittannië, Ma. B. 5 Aug. II,
83. Gesln. Osewoudt [591

_Otger, Outger, Outker._ AUDA: Autger, Autker, Okger,
Oger. _S. Otgerus_ † omstr. 713, Diaken in Oldenzaal. B. 10 Sept. III,
612. [592

_Otmar, Ot, Oomer, Oem, Oomke._ AUDA: Audamar, Automar, Otmar,
Odmar, Ommar. _S. Audomarus_ † 670, B. v. S. Omer. B. 9 Sept. III,
384. Gesln. Ootmar, Oomen, Ooms. [593

_Otte._ AUDA: Audo, Oudo, Odho, Otho, Hotto. _S. Otto_ †
1139. B. v. Bamberg. B. 2 Juli, I, 349. Gesln. Otting. [594

_Out, Outje, Ouwe, Otse._ OD: Oato, Uato, Uodo, Uottizo,
Ozo. _S. Oudoceus_ † 6e eeuw, B. v. Landaff. B. 2 Juli, I,
318. Gesln. Out. [595



P

_Pabe, Pape._ BAB; Babo, Pabo, Bavo, Bave. _S. Bavo_ † omstr. 657,
Bel. te Gent. B. 1 Oct. I, 199. _S. Papulus_ † 3e eeuw, Ma. in
Languedoc. B. 3 Nov. I, 587. Gesln. Pape, Pabes, Paaps. [596

_Paye._ BADU: Patio; BAID: Baidilo, Baithanus. _S. Badilo_ †
omstr. 900, Abt in Henegouwen. B. 8 Oct. IV, 349. [597

_Pale, Palle, Pals, Palse._ BALDA: Bald, Pald, Paldus,
Palto. _S. Paladius_ † 6e eeuw, B. v. Embrun in Catalonië. B. 21 Juni,
V, 95. [598

_Palskje, Palsk._ BALDA: Palda, Paldila, Baltfrida. _S. Palladia_ †
5e eeuw, M. te Auxerre. B. 8 Oct IV, 269. [599

_Pank, Pankras._ BANK: Penko, Bancgot, Pancoard. Thans
naar _S. Pancratius_ † 403, Ma. te Rome. B. 12 Mei, III,
17. Gesln. Bank. [600

_Pas (vr.)._ BASI: Basilla, Basina. _S. Basilla_ † 3e eeuw, Ma. te
Rome. B. 20 Mei, V, 173. [601

_Pauwels, Pauw, Pauke, Pouw._ _S. Paulus_ Ap. [602

_Perk._ BERA: Berich, Perrec, Piric, Pericho, Pircho, Berachar,
Berhar. _S. Berachus (Berachius)_ † 6e eeuw, Abt en B. in
Ierland. B. 15 Feb. II, 833. _S. Bercharius_ † 7e eeuw, Abt in
Catalonië. B. 16 Oct. VII, P. II, 986. Gesln. Perk, Pierik, [603

_Persein, Persyn._ BERHTA: Berathwini, Perhtuin,
Bertwin. _S. Berthuwinus_, Ma. te Le Mans. B. 8 Sept. III,
259. Gesln. Persijn. [604

_Pibe, Pibo._ BIB: Pippi, Bibo, Pibo, Pippo, Pepo, Pipin, Pibbin,
Bibbin. _S. Pippinus_ van Landen † 640, Vorst v. Austrasië. B. 21
Febr. III, 250. [605

_Pieke._ BIC: Bicco, Piccho, Pike, Bikilo, Becco. _S. Beccelinus_ †
7e eeuw, Kluiz. in Engeland. B. 9 Sept. III, 446. Gesln. Pieck. [606

_Pieter, Peter, Piet, Peet, Peer, Peerken._ _S. Petrus_ Ap. _Peerjan_:
samenkoppeling van Pieter en Jan. [607

_Pieternelle, Pernelle, Pietertjen, Pietjen, Pierken._ _S. Petronilla_
† 1e eeuw, M. te Rome. B. 31 Mei, VII, 420. [608

_Pelgrum, Pelgrom, Pilger, Pelle._ BILI: Biligrim, Piligrim,
Piligrinnus, Pilgrin, Bilgerim, Belgrim. _S. Piligrimus_ † 10e eeuw,
B. v. Passau. B. 31 Mei, VII, 418 f (Inter praeterm.). _S. Peregrinus_
† 1345, Mo. v. d. Orde der Serviten te Forli. B. 30 Apr. III, 836. [609

_Pille, Pilke._ BILI: Bilo, Pillo, Pilicho, Pilifrid. _S. Bilfridus_
† 8e eeuw, Kluiz. in Engeland. B. 6 Mrt. I, 448. [610

_Pilleken._ BILI: Bilihild, Pilihilda, Pilehilt. _S. Bilhildis_ †
7e eeuw, Abd. v. Altmunster bij Mainz. B. 27 Nov. [611

_Pleuntjen, Ploontjen, Plonie, Ploon._ BOL: Polla, Puolin. _S. Pollena
(Pollina)_, Ma. bij Kameryk. B. 8 Oct. IV, 289. Thans naar
_S. Apollonia_ † 249, Ma. te Alexandrië. B. 9 Feb. II, 278. [612

_Plis, Plissis._ BILI: Biligis, Piligis, Pilefrid. _S. Bilfridus_ †
8e eeuw, Kluiz. in Engeland. B. 6 Mrt. I, 448. [613

_Polle, Pool, Pooltis._ [27] BOL: Bolo, Pollo, Bolzo. Bij
toepassing: _S. Hippólytus_ † 258, Ma. te Rome. B. 13 Aug. III,
4. Gesln. Polling. [614

_Pons, Pontiaan._ BON: Pono, Bonizo, Ponzo. _S. Bonitus (Bonus)_ †
8e eeuw, B. v. Clermont. B. 15 Jan. I, 1069. _S. Pontianus_ † 235,
P. Ma. B. 19 Nov. [615

_Poonken._ BON: Bona, Bonica, Ponza. _S. Bonizella_ † 13e eeuw,
Wed. te Sens. B. 6 Mei, II, 121. [616

_Poppe, Popke._ BOB: Bobo, Pobo, Poppo. _S. Poppo_ † 1048, Abt
v. Stavelot. B. 25 Jan. III, 637. Gesln. Poppe, Poppen. [617

_Pronik._ BRUNJA: Bruno, Pruno, Brunic, Prunicho,
Prunico. _S. Pronicus_ † 4e eeuw, Ma. te Rome. B. 25 Juni, V,
11. Gesln. Pronk. [618



R


_Raap, Raep._ HRABAN: Rhaban, Rabanus, Ramnus. _S. Rabanus_ Maurus †
856, AB. v. Mainz. B. 4 Feb. I, 500. Gesln. Raap. [619

_Raas._ RADI: Razo, Razzo, Ratso. _Zal. Razzo_, Mo. te Werden. B. 18
Mei, IV, 804 in Append. [620

_Rabo, Rabbe._ RAB als samentrekking uit RATB, alzoo: RADI: Radbald,
Radobod, Radbod. _S. Radbodus_ † omstr. 987, B. v. Utrecht. B. 29
Nov. Kr. V, 89. [621

_Radboud, Rade._ RADI: Rading, Rathar, Rather, Radobod, Rathpoto,
Ratbot. _S. Radbodus_ † omstr. 917, B. v. Utrecht. B. 29 Nov. Kr. V,
89. _S. Radfridus_ † omstr. 810, Ma. met S. Waldfried te Bedum. B. 3
Dec. Kr. V, 3. Gesln. Raat, Raats, Rading, Radier, Rather, Ratté
(?). [622

_Radegonde, Ragonde._ RADI: Radaberga, Rattrudis,
Radagundis. _S. Radegundis_ † 587, Kon. in Gallië. B. 13 Aug. III,
93. [623

_Radfried._ RADI: Ratifrid, Ratfred. _S. Radfridus_ † omstr. 810,
Ma. met S. Waldfried te Bedum. B. 3 Dec. Kr. V, 3. [624

_Radulf, Redolf, Reilif._ RADI: Radulf, Redulf. _S. Radulfus_ †
AB. v. Berry. B. 21 Juni, IV, 107. [625

_Rauwert._ RADI: Radobert, Rathpert, Rappert. _S. Radbodus_ †
omstr. 917, B. v. Utrecht. B. 29 Nov. Kr. V, 89. [626

_Redert, Ridder._ RADI: Rathard, Redhard, Rederth, Radheri, Rether,
Redir. _S. Rathardus_ † 9e eeuw, Pr. in Beijeren. B. 8 Aug. II,
354. Gesln. Reterink, Ridders. [627

_Redmer._ RADI: Ratamar, Radmer, Redmer. _S. Radfridus_ † omstr. 810,
Ma. te Bedum. B. 3 Dec. Kr. V, 3. [628

_Reiger, Reijer._ RADI: Radiger, Redger, Radheri. _S. Radfridus_ †
omstr. 810, Ma. te Bedum. B. 3 Dec. Gesln. Reigers. [629

_Rein, Reinke, Rinne, Riense, Renso, Rens, Reinier._ RAGAN:
Regino, Raino, Reinco, Reginzo, Raganhar, Renger, Rainher,
Reiner. _S. Rainerius_ † 12e eeuw, AB. v. Spalato. B. 4 Aug. I,
354. Gesln. Rensen. [630

_Reinhart, Reinaart, Rennert, Riender, Reint._ RAGAN: Raginhard,
Reginhard, Reinhard. _S. Rainerius_ † 12e eeuw, AB. v. Spalato. B. 4
Aug. I, 354. [631

_Reinilde._ RAGAN: Raganhildis, Regnildis, Reinhild,
Reinildis. _S. Renildis_ † 8e eeuw, Abd. te Maeseyck, B. 22 Mrt. III,
385. Kr. IV, 35. [632

_Reinold, Reinoud, Rijnhout, Reinolf._ RAGAN: Ragenald, Reginald,
Reginholt, Rainald, Reinold, Raginolf, Rainulf. _S. Reinoldus_,
Mon. te Keulen. B. 7 Jan. I, 385. _S. Ragnulfus_ † omstr. 700,
Ma. bij Atrecht. B. 27 Mei, IV, 717. [633

_Reintjen, Reinkje, Renskje, Rintsje, Rengetsje, Reinou, Reine._ RAGAN:
Regina, Reinike, Ragenfredis, Reginulfa. _S. Regina_ [28] † 8e eeuw,
Wed. Gravin v. Ostravant. B. 1 Juli, I, 266. _S. Ragenfredis_, dochter
v. S. Regina en Abd. in Henegouwen. B. 8 Oct. IV, 295. _S. Raginufla_
† 7e eeuw ("Sinte Reinoffel te Incourt") M. B. 14 Juli, III, 691. [634

_Relinde._ RAGAN: Ragenlindes, Reginlinda, Regenlind. _S. Relindis_
† 10e eeuw, Non te Susteren. B. 17 Aug. II, 569, Kr. V, 114. [635

_Rembert, Remmert, Reimer._ RAGAN: Raganbert, Reginbert, Rainbert,
Raimpert. _S. Regimbertus (Rembertus)_ † 9e eeuw, AB. v. Hamburg en
Bremen. B. 4 Feb. I, 559. Gesln. Remmers. [636

_Rembold, Remmelt._ RAGAN: Raganbald, Regenbold,
Reimbold. _S. Reginbaldus_ † 1039, B. v. Spiers. B. 13 Oct. VI,
166 f. Auctar. 28. [637

_Rembrand, Reinbrand._ RAGAN: Ragemprand, Rainprand,
Reinbrand. _S. Rembertus_ † 9e eeuw, AB. v. Hamburg en Bremen. B. 4
Feb. I, 559. [638

_Remko, Remme, Remment, Rempt, Rieme._ RIM: Rimmo, Rimicho,
Rimigis, Remoald. _S. Remigius_ † 533, B. v. Reims. B. 1 Oct. I,
59. _S. Remaclus_ † omstr. 670, B. v. Maastricht. B. 3 Sept. I,
669. Kr. I, 130. Gesln. Rems, Rempt. [639

_Renke, Renik._ RAGAN: Raganrich, Rainrich. _S. Rainerius_ † 12e eeuw,
AB. v. Spalato. B. 4 Aug. I. 354. Gesln. Renkes, Rengs. [640

_Renwer, Renger._ RAGAN: Reginwar. _S. Rainerius_ † 12e eeuw,
AB. v. Spalato. B. 4 Aug. I, 354. [641

_Rette, Reitse, Reid, Redle._ RADI: Rato, Razo, Retto,
Radobod, Ratilo. _S. Radbodus_ † 917, B. v. Utrecht. B. 29
Nov. Gesln. Reits. [642

_Richard, Ritsaart, Wridsaart._ [29] RICJA: Ricohard, Richhart,
Rikhart. _Eerb. Richardus_ † 1266, Cisterc. Abt van Aduard in
Friesland. B. 21 Dec. Kr. VIII, 125. _S. Richardus_ † 722, Abt te
Verdun. B. 14 Juni, II, 974. Gesln. Rikkers, Rijckaert. [643

_Richolt, Rikelt, Rijkout._ RICJA: Ricoald, Rigwald,
Richolt. _S. Richarius_ en _Eerb. Richardus_. Zie _Richard_ (643). [644

_Riepe, Riepke, Reeb._ RIPJA: Ripo, Ripher. _S. Riberius_, Mo. in
Frankrijk. B. 19 Dec. Gesln. Reeb. [645

_Rieuwert._ RID: Rido, Ridperht, Ridward. _S. Rithbertus_ † 7e eeuw,
Bel. in Picardië. B. 15 Sept. V, 79. [646

_Rijk, Rijkert, Rikke, Rigt, Rijklof, Richel, Rieuwke, Riek._
RICJA: Rico, Ricohard, Rikhart, Richari, Ricar, Ricvulf,
Rigolf. _S. Richardus_, Abt, _Eerb. Richardus_, Abt. Zie _Richard_
(643). _S. Richarius_ † 7e eeuw, Abt v. Saint-Riquier. B. 26 Apr. III,
441. Gesln. Rijcken, Richelle. [647

_Rijkjen, Riekjen, Rikje, Richtsje, Rijkland._ RICJA: Ricca, Rikila,
Ricdrudis, Rihlant, Richardis, Richarda. _S. Rictrudis_ † 7e eeuw,
Abd. te Marchiennes. B. 12 Mei, III, 79. _S. Richardis_ † 10e eeuw,
Keiz. in den Elzas. B. 18 Sept. V, 793. [648

_Rijnsburg, Rensburg, Rembrig, Reimborg._ RAGAN: Ragamburgis,
Reginburg, Rainburgis, Raginswinda, Reginswind. _S. Reginswindis_ †
9e eeuw, M. Ma. in Schwaben. B. 15 Juli, IV, 90. [649

_Rijnvis._ RAGAN: Ragnois, Rainuis, Regimbert. _S. Regimbertus_,
Abt v. Echternach. B. 3 Dec. [650

_Rijpe, Rippe._ RIPJA: Ripo, Ripher, Rifarius. _S. Ribarius_, Bel. in
Normandië. B. 19 Dec. [651

_Rimmer, Rimmert._ RIM: Rimberht, Rimbert. _S. Rembertus_ † 888,
AB. v. Hamburg en Bremen. B. 4 Feb. I, 554. [652

_Rippert, Riprant._ RICJA: Ricberht, Rigobert, Ribert, Ripert,
Ribrand. _S. Rigobertus_ † omstr. 740, B. v. Reims. B. 4 Jan. I,
174. [653

_Riske, Ritske._ RIZ: Rizo, Rizbert. _S. Rithbertus_ † 7e eeuw,
Bel. in Picardië. B. 15 Sept. V, 79. [654

_Risje, Riske._ RIZ: Riza, Rizla, Rizawib. _S. Ritza_ † 11e eeuw,
M. te Koblenz. B. 30 Aug. VI, 624. [655

_Ritsert, Ritse, Ryet, Ryts._ RIZ: Rizo, Rizbert. _S. Rithbertus_ †
7e eeuw, Bel. in Picardië. B. 15 Sept. V, 79. [656

_Robert, Robbert, Robrecht, Roppert, Robbe._ HROTHI: Hrodebert,
Chrodobert, Hruodbert, Rodebert, Roppert. _S. Robertus_ † 1110,
Abt te Molesme. B. 29 Apr. III, 662. _Eerb. Robertus_ † 1170, Abt
v. Mariënweerd. B. 29 Oct. XII, 778, b. (Inter praeterm). Kr. VIII,
55. Gesln. Robbe. [657

_Roderik, Ruward, Ruurd._ HROTHI: Hrodric, Ruadrich, Ruderic, Hroding,
Hrodoward, Rutwart. _S. Rodingus (Chraudingus)_ † omstr. 680, Abt
v. Beaulieu. B. 17 Sept. V, 508. [658

_Rodmer._ HROTHI: Hrotmar, Rodemar, Ruthmar, Hrodhard,
Hrothad. _S. Rothardus (Rothadus)_, B. v. Kamerijk. B. 14 Oct. VI,
399, c. (Inter praeterm.) [659

_Roeder, Roetert._ HROTHI: Rotehar, Rudher, Routhart,
Rutart. _S. Rothardus (Rothadus)_, B. v. Kameryk. B. 14 Oct. VI, 399,
c. (Inter praeterm.) [660

_Roeland, Roland, Roel, Rolle, Rolmus._ HROTHI: Hrodland, Chrodoland,
Rodland, Rolland. _S. Rolandus_ de Medicis, † 14e eeuw, Kluiz. in
Italië. B. 15 Sept. V, 117. Gesln. Rol, Rollé. [661

_Roeltjen, Roelke, Roelandjen._ HROTHI: Hrodlind, Rodelindis,
Rodelenda. _S. Rolendis_ † 8e eeuw, M. bij Luik. B. 13 Mei, III,
242. [662

_Roemer, Roimer, Rombert, Rommert, Romein, Rommen, Romke._ HROMA:
Ruomo, Ruoman, Romenus, Rumbert, Hrumheri, Rumhar, Rumerich,
Romaricus. _S. Romaricus_, Abt v. Luxeuil. B. 8 Dec. _S. Romanus_
† 6e eeuw, AB. v. Reims. B. 28 Feb. III, 748. Gesln. Roem, Romar,
Romen, Romijn. [663

_Rombout, Rompt, Rumold._ HROMA: Ruom, Ruombald, Rumbold, Romuald,
Rumold, Rumerich. _S. Rumoldus_ † 775, B. Ma. te Mechelen. B. 1 Juli,
I, 169. _S. Romualdus_ † 1027, Abt en Ordest. in Italië. B. 7 Feb. II,
101. [664

_Romkje, Rombrig._ HROMA: Roma, Ruama, Rumetruda, Romilda. _S. Romana_
† 4e eeuw, M. te Beauvais. B. 3 Oct. II, 130. [665

_Ronne, Ronge._ RUNA: Ronic, Runing, Runant, Runger. _S. Ronanus_ †
6e eeuw, B. in Bretagne. B. 1 Juni, I, 79. Gesln. Ronning, Ronse. [666

_Roos._ HROTHI: Hrozo, Ruozo, Rozzo. _S. Rossius_ † 4e eeuw, B. te
Soissons. B. 16 Mei, III, 577. Gesln. Roozen. [667

_Roosjen, Roosken, Roselientjen._ HROTHI: Roza, Ruoza, Ruza, Rozila,
_S. Rosa_ v. Lima † 1617, M. B. 26 Aug. V, 892. _S. Rosselina_ †
13e eeuw, Karth. non te Arcueil. B. 11 Juni, II, 489. [668

_Rouke, Rokus, Roekus._ HROC: Rocco, Rucco, Roho, Roo. _S. Rochus_
† 14e eeuw, Bel. te Montpellier. B. 14 Aug. III, 725. _S. Rocchus_,
Ma. te Antwerpen. B. 28 Feb. III, 725. Gesln. Roukens. [669

_Rubben, Rubyn, Robyn._ RUB: Rubo, Rubone, Ruvun,
Rubinus. _S. Rubianus_, B. v. Como. B. 15 Dec. Gesln. Rubbens. [670

_Rudolf, Roelof, Roelf, Roel._ HROTHI: Hrodulf, Hruodolf, Rodvulf,
Rudulf. _B. Rudolfus Aquaviva_ S.J. † 1583, Ma. bij Goa. B. 15 Juli,
IV, 5, c. _S. Rudolfus_ † 13e eeuw, Knaap Ma. in Zwitserland. B. 17
Apr. II, 504. Gesln. Roelvink. [671

_Ruisch._ HROTHI: Ruozi, Rozzius, Ruozo. _S. Rossius_ † 4e eeuw,
B. te Soissons. B. 16 Mei, III, 577. [672

_Rupert._ HROTHI: Hrodebert, Rudipert, Ruopert, Ruppert. _S. Rudbertus
(Rupertus)_ † 8e eeuw, B. v. Salisbury. B. 27 Mrt. III, 699. [673

_Rut, Ruut._ HROTHI: Rodi, Ruadi, Roth, Ruth, Rudipert. _S. Rudbertus
(Rupertus)_ † 8e eeuw, B. v. Salisbury. B. 27 Mrt. III,
699. Gesln. Rutte. [674

_Rutger, Rogger, Rogge, Rogier, Rosier._ HROTHI: Hrodgaer, Rothger,
Rutger, Rogger, Roger. _S. Rogerius_ † 1368, B. v. Berry. B. 1 Mrt. I,
119. Gesln. Rogge. [675

_Ruurdtje._ HROTHI: Hroddrud, Hrottrudis, Roddrudis,
Rotrud. _S. Rotrudis_, M. te S. Omer. B. 22 Juni, IV, 255. [676



S


_Saartjen._ SARVA: Sarra, Sara, Saraburga, Sarohildis, Saroara. Thans
naar _Sara_ v. h. Oude Testament, doch beter _S. Sara _ † 4e eeuw,
Abd. in Lybië. B. 13 Juli III, 484. [677

_Sabe, Sabbe, Sjabbe._ SAB: Saba, Sabarich. _S. Sabas_ † 1e eeuw,
AB. in Servië. B. 14 Jan. II, 979. [678

_Saepke, Sapke._ SVABA: Suavegotta, Swablind, Swabahilt. Thans naar
_S. Sabina_ † 3e eeuw, M. Ma. te Troyes. B. 29 Jan. II, 937. [679

_Saeske, Satske._ SANTHA: Sadi, Sanda, Sanza, Satburch. _S. Sancia_
† 12e eeuw, M. Koningsdochter in Portugal. B. 17 Juni, II, 471. [680

_Sake, Saco, Sakele._ SACA: Sacco, Sago, Sahker. _S. Saccus_, Ma. in
Africa. B. 27 Mei, VI, 679. Gesln. Saks. [681

_Sale, Saalt, Salves._ SALVA: Salvo, Salao, Saluwo. _S. Salvius_ †
7e eeuw, B. v. Amiens. B. 11 Jan, I, _703_. Gesln. Saal. [682

_Sander, Sanne (m.)._ SANTHA: Santher, Sandrad. _S. Sanderadus_ †
985, Abt v. Gladbach. B. 24 Aug. IV, 742, c. (Inter praeterm.) [683

_Sanne (vr.), Sanneken._ SANJA: Sania, Sana, Sanda. _S. Susanna_ †
9e eeuw, M. te Muisen in België. B. 9 Feb. II, 339. [684

_Saris, Sars, Seerske, Ser._ SARVA: Sarus, Sario, Saro, Saralo,
Serulus, Serlo. _S. Sarius_, Pr. te Kameryk. B. 24 Nov. _S. Serlo_
† 12e eeuw, Abt v. Savignac. B. 20 Oct. VIII, 1007. Gesln. Sars,
Saris. [685

_Sasbold, Sasbout._ SAHS: Saxo, Sakko, Sahsbert, Sasbald, Sasbold. Bij
aanpassing: _S. Sabas_ † 1e eeuw, AB. in Servië. B. 14 Jan. II,
979. [686

_Sasse, Sasker._ SAHS: Saxo, Sasso, Sahsger. Bij aanpassing: _S. Sabas_
† 1e eeuw, AB. in Servië. B. 14 Jan. II, 979. Gesln. Sassing. [687

_Schalk._ SCALCA: Scalco, Scalcaman. _S. Godescalcus_ † 1066, Vorst
der West-Vandalen, Ma. B. 7 Jan. II, 40. [688

_Scato, Schette._ SCAZ: Scazo, Scazelo, Scatto. _S. Schetzlo_ †
12e eeuw, Bel. in Luxemburg. B. 6 Aug. II, 175. [689

_Schelte, Schilte._ SCILDU: Scilto, Sciltung, Sciltolf. Bij aanpassing
_S. Scophilus_. Zie _Scholte_ (691). Gesln. Schilte. [690

_Scholte, Schoute, Schutte._ Scudilo, Scuffilo, Sculd. _S. Scophilus_,
Abt in Brittannië. B. 17 Oct. VIII, 57. Gesln. Scholting. [691

_Schrevel._ SCARPA: Scerfhilt, Skerfolt, Scerpfolf. _S. Schirbaldus_
† 755, Leviet Ma. met S. Bonifacius te Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. [692

_Sebald._ SEVA: Sebald, Sebold, Seboald. _S. Sebaldus_ † 8e eeuw,
Kluiz. bij Neuremberg. B. 19 Aug. III, 762. [693

_Sebastiaan, Bastiaan, Bas._ _S. Sebastianus_ † 250, Ma. te Rome. 20
Januari. [694

_Sebe, Seppe, Sibe, Sipke, Sibele._ SIBJA: Sibo, Sibico, Sibilo,
Siboald. _S. Sebbus_ † omstr. 697, Saksisch Vorst in Engeland. B. 29
Aug. VI, 516. Gesln. Sibbles, Seveke. [695

_Seerp, Sjerp._ SEVA: Sebern, Sebert, Sefrid, Seboald. _S. Sebaldus_
† 8e eeuw, Kluiz. bij Neuremberg. B. 19 Aug. III, 762. [696

_Seye._ SEVI: Sevia, Severit, Sevard. _S. Siviardus_ † 8e eeuw,
Abt v. St. Calais. B. 1 Mrt. I, 65. [697

_Sekele, Selle, Selis._ SIGU: Sikko, Sigili, Sigolenus. _S. Sigo_ †
9e eeuw, B. v. Clermont. B. 10 Feb. II, 429. _S. Sigolinus_ † 9e eeuw,
Abt v. Stavelot. B. 28 Oct. XII, 706. Gesln. Selle. [698

_Semme._ SAMA: Samo, Seminus, Sambo. _S. Sambatus_, B. v. Metz. B. 28
Oct. XII, 670. Gesln. Sem. [699

_Senne._ SANJA: Sanno, Senocus, Senbert, Senuald, Senwin. _S. Senocus_
† 579, Abt bij Tours. B. 24 Oct. X, 764. [700

_Sent, Sind, Sens._ SINTHA: Sindo, Sinzo, Sinduni,
Sindolf. _S. Sindulfus_ † 7e eeuw, Kluiz. bij Reims. B. 20 Oct. VIII,
890. Gesln. Sentenie. [701

_Sentsje._ SANTHA: Sanza, Sandhilt, _S. Sancia_ † 12e eeuw,
M. Koningsdochter in Portugal. B. 17 Juni, II, 471. [702

_Seriel._ SARVA: Serulus, Saralo, Sarelo, Serlo. _S. Serlo_ † 12e
eeuw, Abt v. Savignac. B. 20 Oct. VIII, 1007. Verkeerd _Ceriel_
te schrijven als naar _S. Cyrillus_. [703

_Sibald, Sibod, Sibold, Sibout._ SIGU: Sigibald, Sikibold, Sigbold,
Sibald, Sibold. _S. Sigebaldus_ † 8e eeuw, B. v. Metz. B. 26 Oct. XI,
931. [704

_Sibet, Sibbe._ SIGU: Sigiboto, Siboto. _S. Sigebertus_ † 656, Vorst
v. Austrasië. B. 1 Feb. I, 206. [705

_Sibbeltsje, Sipkje._ SIBJA: Sibilo, Sibtrud. _S. Sibillina_ † 14e
eeuw, Non te Pavia. B. 19 Mrt. III, 67. [706

_Sibrand, Sibran, Sybren._ SIGU: Sigibrand, Sigiprand,
Siebrand. _S. Sigebertus_ † 656, Vorst v. Austrasië. B. 1 Feb. I,
206. _S. Sigebaldus_ † 8e eeuw, B. v. Metz. B. 26 Oct. XI, 931. [707

_Side, Siedse, Sytse, Setse._ SIDU: Sito, Sitilin, Sicin, Sizo,
Sizzo. _S. Sesnius_ † 6e eeuw, Abt in Bretagne. B. 6 Mrt. I,
429. _S. Sisinnius_ † 4e eeuw, Ma. bij Trente. B. 29 Mei, VII, 38. [708

_Siegfried, Suffried._ SIGU: Sigifrith, Sigofrid,
Seifrid. _S. Sigfridus_ † 7e eeuw, Abt in Engeland. B. 22 Aug. IV,
536. Gesln. Siegfried. [709

_Siel, Sielke._ SIL: Silo, Silach, Silico, Silhard. _S. Silaüs_ †
11e eeuw. Iersche B. te Loches. B. 21 Mrt. V, 62. [710

_Sientjen._ SINTHA: Sinda, Sindis, Sinza, Sintfreda. _S. Glodesindis_
† omstr. 778, M. te Metz. B. 25 Juli, VI, 198. [711

_Siert, Syrt._ SIGU: Sigihard, Sigard, Sehard, Seiard. _S. Siardus_
† 1230, Abt v. Mariëngaarde. B. 13 Nov. [712

_Sies, Sie._ SIS: Siso, Sisibald, Sisemund, Sisinanth. _S. Sisenandus_
† 9e eeuw, Diak. Ma, te Cordova. B. 16 Juli, IV, 181. [713

_Sietjen, Sijtjen, Sietsje, Setske._ SIDU: Sita, Sitiza, Sitioma,
Sizila. Thans naar _S. Lucia_ † 304, M. Ma., maar dan met Italiaanschen
klemtoon op ci. [714

_Sigebert, Sibert, Sibrecht, Sievert._ SIGU: Sigiberht,
Sigobert, Segebert, Sibret, Sievert. _S. Sigebertus_ † 656, Vorst
v. Austrasië. B. 1 Feb. I, 206. Kr. IV, 3. Gesln. Sieverts. [715

_Siger, Seger, Zeger, Sire, Sjerk, Sirik._ SIGU: Sigo, Sigur, Sigiheri,
Sigher, Sigirie, Sirik, Sigihram, Sigerannus, Sirannus. _S. Sigo_ †
9e eeuw, B. v. Clermont. B. 10 Feb. II, 429. _S. Sigirannus_, Abt te
Berry. B. 4 Dec. Gesln. Segers, Zegers. [716

_Sigertsje, Segertsje, Sibrechtsje, Sibrentsje, Siburg,
Siebrecht._ SIGU: Sigga, Sigila, Siguberga, Sigibrig, Sichildis,
Sigrada. _S. Sichildis_ † 8e eeuw, M. te Le Mans. B. 22 Juni, IV,
259. _S. Sigrada_ † 7e eeuw, Wed. te Soissons. B. 4 Aug. I, 353. [717

_Sigismund._ SIGU: Sigimund, Sigismund, Simund. _S. Sigismundus_ †
524, Vorst v. Burgondië, Ma. B. 1 Mei, I, 83. [718

_Syske, Syserik._ SIS: Siso, Seso, Sirie, Sisemund,
Sisinanth. _S. Sisenandus_ † 851, Diak. Ma. te Cordova. B, 16 Juli,
IV, 181. [719

_Sikje._ SIGU: Sigihilda, Sichildis. _S. Sichildis_ † 8e eeuw, M. te
Le Mans. B. 22 Juni, IV, 259. [720

_Sikke._ SIGU: Sighi, Secki, Sigo, Sikko. _S. Sigo_ † 873,
B. v. Clermont. B. 10 Feb. II, 429. Gesln. Sikkes. [721

_Simen, Symen, Simke, Simme._ SIGU: Sigiman, Sigeman, Siman. _S. Sigo_
† 9e eeuw, B. v. Clermont. B. 10 Feb. II, 429. _S. Sigismundus_ †
524, Vorst v. Burgondië, Ma. B. 1 Mei, I, 83. Gesln. Simens. Thans
ook naar _S. Simon_, Ap. [722

_Sind, Sinse, Sinsis._ SINTHA: Sindo, Sinzo, Sindigis; SIN: Sini,
Sino, Sinigus. _S. Sinicius_ † omstr. 300, B. v. Reims. B. 1 Sept. I,
118. [723

_Sine, Seine._ SIN: Sini, Sino, Sinigus. _S. Sinicius_ † omst. 300,
B. v. Reims. B, 1 Sept. I, 118. Gesln. Synen. [724

_Siwert, Sivert, Siuwe, Sieuw._ SIGU: Sigiward, Siward, Sifard,
Sigofrid, Seifrid. _S. Sigfridus_ † 10e eeuw, B. Ma. in Schwaben. B. 15
Feb. II, 847. Gesln. Sieuwerts, Cijffers. [725

_Sjaard._ SIGU: Sigihard, Sihard, Siiard. _Zal. Siardus_ † 1230,
Abt v. Mariengaarde in Friesland. B. 13 Nov. Kr. VII, 109. [726

_Sjoeke, Sjouke, Sjouwe, Sjieuwe, Sjeuke._ SIV: Siwo,
Siuko. _S. Siviardus_ † 8e eeuw, Abt in Gallië. B. 1 Mrt. I, 65. [727

_Sjoert, Sjut._ SIGU: Sigirod, Sigiward, Sigevrid. _S. Sigfridus_ †
10e eeuw, B. Ma. in Schwaben. B. 15 Feb. II, 847. [728

_Snelle, Snelger, Snellart._ SNEL: Snelli, Snello, Snelperht,
Snelman, Snelhard. Uit den stam SANJA: Sanilo, Senilo, Senelhard,
Senwin. _S. Senanus_ † 6e eeuw, B. Abt in Ierland. B. 8 Mrt. I,
760. Gesln. Snel, Snellens, Snelleman, Sneltjes. [729

_Soet, Soeteman._ Sudo, Suto. Uit den verwanten stam SVINTHA:
Swindberct, Suwidbert, Suidbert. _S. Suidbertus_ † 713, B. en
Geloofspr. in Nederl, B. 1 Mrt. I, 67. Kr. II, 119. Gesln. Soet. [730

_Sofie, Sofietjen._ _S. Sophia_, M. Ma. te Firmo. B. 30 Apr. III,
733. [731

_Solke._ SOL: Sola (m.), Solio, Suolo, Solher, _S. Solarius_ † 560,
B. v. Straatsburg. B. 16 Juli, IV, 121 a. (Inter praeterm.) _S. Solas_,
Mon. te Eichstadt. B. 3 Dec. Gesln. Solkes. [732

_Staats, Staas, Stasis._ STAD: Stadapreth, Stadald, Stadelbert,
Stadolf. _S. Stathaeus_, Ma. te Cordova. B. 27 Juni, V,
252. Gesln. Staats, Staas. [733

_Stein, Stendert, Stijn._ STAINA: Steining, Stainfrid, Stainhard,
Steinher. Thans naar _S. Stephanus_, Diak. Ma. 26 Dec. [734

_Steven, Steffen._ Thans naar _S. Stephanus_, Diak. Ma. 26 Dec. [735

_Stiene, Stientjen, Stijntjen._ STAINA: Steina, Steinburga. Thans
naar _S. Christina_. Zie _Kristiene_. (454). [736

_Sure, Surtsje._ SIGU: Sigoara, Siwara (Middelnederl. Suwaerte,
Sieuwertjen). _S. Sura (Suwarda)_ † 12e eeuw, M. Ma. te
Dordrecht. B. 10 Feb. II, 430. Kr. VI, 128. [737

_Suse, Susjen, Suster._ SUS: Susinna, Susgosa, Susuhagdis. Thans
_S. Susanna_ † 9e eeuw, M. te Muisen in België. B. 9 Feb. II, 399. [738

_Suwe, Suwtjen._ SVABA: Swaburc, Suavegotta, Swabahilt. Bij aanpassing
_S. Sura (Suwarda)_, M. Ma. te Dordrecht. B. 10 Feb. II, 430. Kr. VI,
128. [739

_Swaantjen, Zwaantjen._ SVANA: Suana, Swanekinna, Suanila,
Swanaburga, Swanahilda. Bij aanpassing _S. Sura (Suwarda)_,
M. Ma. te Dordrecht. B. 10 Feb. II, 430. Kr. VI, 128. Gesln. Swaenen,
Swaens. [740

_Swanik, Zwanik._ SVANA: Suano, Suanucho, Suanabald. Bij aanpassing
_S. Swentibold_. Zie aldaar (743). [741

_Sweder, Zweder, Sweer, Swier._ SVINTHA: Swidiger, Swindheri, Swinther,
Suither. _S. Suidbertus_ † 713, B. en Geloofspr. in Nederl. B. 1
Mrt. I, 67. Gesln. Sweerts, Swerts. [742

_Swentibold, Zwentibold._ SVINTHA: Suint, Suidebold, Swidbold,
Swindebald. _S. Swentiboldus_ † 900, Vorst in Limburg te
Susteren. B. 13 Aug. III, 138. Kr. V, 114. [743

_Swiedbert, Swebert, Swittert, Switer, Sweitse._ SVINTHA: Suindpert,
Swintpret, Suitpert, Swidhard, Suizgar. _S. Suidbertus_ † 713, B. en
Geloofspred. in Ned. B. 1 Mrt. I. 67. Kr. II, 119. [744

_Swobke, Swobkje._ SVABA: Suaf, Swabin, Swaburc, Suavegotta,
Swabahilt. Bij aanpassing _S. Sura (Suwarda)_ M. Ma. te
Dordrecht. B. 10 Feb. II, 430. Kr. VI, 128. [745



T


_Tabe, Tabbe, Tebbe._ DAB: Dabo, Tabo, Tapo. DAVA: Davo, Tewa,
Davipert, Dawin, Tavold. _S. Davinus_ † 11e eeuw, Bel. te Lucca. B. 3
Juni, I, 326. Gesln. Tabinge. [746

_Taco, Taye, Taike._ DAGA: Dago, Taco, Tacco, Daiko, Dagaperht,
Dagovert, Tacobert. _S. Dagobertus_ † 680, Vorst v. Austrasië. B. 19
Jan. II, 213 b. (Inter praeterm). Kr. IV, 21. _S. Dagaeus (Dega)_ †
6e eeuw, B. in Ierland. B. 18 Aug. III, 656. Gesln. Taconis. [747

_Tade, Tadik, Tading, Taat, Tadt, Tedman._ DADI: Tati, Dado, Tado,
Dedic, Tadican, Daduin, Tatwin. _S. Dado_ † 683, B. v. Rouen. B. 24
Aug. IV, 794. _S. Tatwinus_ † 8e eeuw, B. v. Kantelberg. B. 30 Juli,
VII, 159. Gesln. Taat, Tates. [748

_Tale, Talte, Teel._ DALA: Tallo, Talo, Tello, Telo, Dalman, Dalbert,
Dalferi. _S. Dalfinus_ † 7e eeuw, B. v. Laon, Ma. B. 28 Sept. VII,
720. Gesln. Taalman, Daalmans. [749

_Tanne, Tantsje._ DANA: Danna, Tannecha, Danagildis. _S. Tancha_,
M. Ma. in Champagne. B. 10 Oct. V, 120. Thans ook naar _S. Antonia_,
Ma. B. 12 Apr. II, 81. [750

_Tedde, Tetse, Teise._ TAITA: Teto, Tedo, Zeizo, Tetbald, Tetfrid,
Tetrad. _S. Tetricus_ † 572, B. v. Langres. B. 18 Mrt. II,
633. _S. Tetradius_ † omstr. 505, B. v. Berry. B. 16 Feb. II,
888. Gesln. Teding. [751

_Tee, Tea, Teekje._ THIVA: Thieild, Thiolind, Thelind, Thienni,
Thiosint. _S. Thiadildis_ † 9e eeuw, Abd. v. Freckenhorst. B. 30
Jan. II, 1154. [752

_Teetje, Teetske._ TAITA: Teta, Tetta. _S. Tetta_, Abd. in
Engeland. B. 17 Dec. [753

_Teger._ DAGA: Dago, Taggo, Tahechar, Dagarius, Daiher. _S. Dagarus_,
Ma. in Tunis. B. 30 Apr. III, 751. [754

_Tetard, Testaard, Tete._ DADI: Dado, Teto, Tethart, Theter, Teterat,
Theterich. _S. Tetradius_ † omstr. 505, B. v. Berry. B. 16 Feb. II,
888. [755

_Tewis, Teuw._ _S. Matthaeus_, Ap. Ev. 21 Sept. [756

_Theobald, Tibaut, Tibbolt, Tibbout, Tibbe, Dibbet, Dubbelt._
THEUDA: Theudobalt, Teutbolt, Thietpolt, Tiepolt, Theutobod,
Diebot. _S. Theobaldus_ † 9e eeuw, B. v. Vienne. B. 21 Mei, V,
46. _S. Theobaldus_ † 11e eeuw. Kluiz. te Vicenza. B. 30 Juni, V,
588. Gesln. Thiebaut, Dibbits, Debets, Dibbels, Dubbeld. [757

_Theodoor, Door._ _S. Theodorus_ † 306, Krijger en Ma. te Amasea. B. 9
Nov. [758

_Tidde, Tietse, Tesse, Tiedger._ THEUDA: Theudo, Tiedo, Tido, Teutger,
Dietger, Theudemar, Teuzo, Titzo. _S. Thetmarus_ † 12e eeuw. Pr. in
Holstein. B. 17 Mei, IV, 41. [759

_Tiele, Tieleman, Tyel, Telle._ DIL: Dillo, Thilo, Tilemir. _S. Tillo_
† 7e eeuw, Mon. in Gallië. B. 7 Jan. I, 376. _S. Tilbertus_ † 8e eeuw,
B. in Engeland. B. 7 Sept. III, 112. Gesln. Tielen, Tieleman. [760

_Tiesse, Ties._ THEUDA: Teuzo, Thiezo, Thiezilin,
Tietzelin. _S. Tezelinus_, Mo. v. Clairvaud. B. 3 Nov. [761

_Timen, Tymen, Tiedeman, Tedman, Tadman._ THIVA: Thio,
Theoman, Diemman; THEUDA: Teutman, Dietman, Titman, Theodemer,
Theodemir. _S. Theodemirus_ † 9e eeuw, Mo. te Cordova. B. 25 Juli,
VI, 227. Gesln. Timens, Timans, Tiedeman. [762

_Tinke, Tinne._ THEGAN: Degan, Dignus, Tegeno,
Dignowar. _S. Tigernacus_ † 6e eeuw, B. in Ierland. B. 5 Apr. I,
401. Vergelijk _Dignum_ (152). [763

_Toers._ THUR: Turo, Thurfrid, Thurmar. _S. Turianus (Turiavus)_ †
8e eeuw, B. v. Deols in Bretagne. B. 13 Juli, III, 614. [764

_Tome, Tomis, Tomme._ DOMA: Duomo, Dommelus, Domlin,
Domnolenus. _S. Domnolus_ † 6e eeuw, B. v. Le Mans. B. 16 Mei, III,
603. _S. Domnolenus_ † 7e eeuw, Bel. in Auxerre. B. 21 Oct. IX,
325. Thans naar _S. Thomas_, Ap. Gesln. Toms, Tomsen. [765

_Toontjen, Teuntjen, Teunisjen, Teunisken, Teuneken._ DON: Dona,
Tuona, Donemia, Thuonlind. Thans naar _S. Antonia_ † 2e eeuw, Ma. te
Lyon. B. 2 Juni, II, 160. [766

_Tossanus._ (Aank. in "De Tijd" v. 19 Jan. 1894). Waarschijnlijkst de
Fransche naam _Toussaint_ verlatijnscht, gelijk ook wel _S. Toussanus_,
Mo. v. Cluny. B. 25 Nov. Als oud-germaansche naam echter DOD: Dodo,
Todo, Tozo, Tozzi. _S. Tozzo_ † 8e eeuw, B. v. Augsburg. B. 16 Jan. II,
55. [767

_Treese, Treesjen._ _S. Teresia_ † 1582, Carmelit. non in Spanje. B. 15
Oct. VII, P. I. 109. [768

_Trui (m.), Troye._ DRUDI: Drudo, Trudi, Drudbald, Drudewin. _S. Trudo_
† 693, Pr. in Hesbay. B. 23 Nov. Gesln. Truyens. [769

_Truitjen, Truiken, Truigen._ DRUDI: Druda, Truta, Trudila, Truza,
Trutgardis, Trutgildis. _S. Truthgeba_ (dezelfde als _S. Lioba_) †
8e eeuw, Abd. v. Bischoffsheim. B. 28 Sept. VII, 648. Thans ook naar
S. _Gertrudis_ Zie _Geertruide_ (273). [770

 [30]_Tsjaard_ = _Gaard._ Zie aldaar (263). [771

_Tsjabbe_ = _Gabbe._ Zie Gabe (261). [772

_Tsjade_ = _Gade._ Zie aldaar (262). [773

_Tsjakke,_ als saamgetrokken uit Tsjaddeke, verkleiningsvorm van
_Tsjadde_: Zie _Gade_ (262). [774

_Tsjalle, Tsjalke, Tsjalling, Tsjallef._ GAL: Galand, Galafred,
Galeman. _S. Gallanus_, Mo. in Ierland. B. 7 Dec. Zie Gale (265). [775

_Tsjamme, Tsjamke, Tsjemme._ GAM: Gammo, Kammo, Camo, Gamard,
Gamer. _S. Gamaris_, Kluiz. B. 4 Nov. [776

_Tsjasse_ = _Kase._ Zie aldaar (432). [777

_Tsjeard_ = _Geert._ Zie _Gerard_ (282). [778

_Tsjeartsje_ = _Geertjen._ Zie _Geertruide_ (273). [779

_Tsjebbe, Tsjepke, Tsjiep_ = _Gebke._ Zie aldaar (270). [780

_Tsjemme, Tsjimme_ = _Gemme._ Zie aldaar (281) [781

_Tsjepkje, Tsjipkje_ = _Gebken._ Zie aldaar (271). [782

_Tsjerk, Tsjark_ = _Gerke._ Zie aldaar (285). [783

_Tsjerk_ ook = _Thiadrik._ Zie _Diederik_ (146). [784

_Tsjerne_ = _Krijn._ Zie aldaar (451). [785

_Tsjesse, Tsjetse_ = _Kees._ Zie aldaar (435). [786

_Tsjeuke_ = _Geeuwke._ Zie _Gauwe_ (268). [787

_Tsjitte, Tsjitger._ KID: Kedi, Ketto, Chitzo, Chitzilo. _S. Gitzelinus
(Gezzelinus)_ † 1135, Bel. te Keulen. B. 6 Aug. II, 172. [788

_Tsjomme_ = _Gomme._ Zie _Gommer_ (308). [789



U


_Ube, Ubke, Ubele, Oele._ UB: Ubbi, Ubo, Ubilo. _S. Ubaldus_ † 1160,
B. v. Gubbio. B. 16 Mei, III, 628. Gesln. Ubbens, Ubbels. [790

_Udo, Uteke._ UD: Udo, Utto, Udurat. _S. Utho_ † 820, Abt
v. Mettern. B. 3 Oct. II, 207. _S. Udardus_, B. in Schotland. B. 4
Nov. Gesln. Udens. [791

_Uge, Ukke._ HUGU: Hugi, Huc, Huguo, Hucco. _S. Hugo_ † omstr. 930,
Abt v. Cluny. B. 29 Apr. III, 628. [792

_Ulbe, Ulbo, Ulke._ UL: Ulbrand, Ulfrid, Ulgis, Ulmar. _Zal. Ulboldus_
† 1240, Cisterc. Mo. in Friesland. B. 26 Jan. II, 690 f. (Inter
praeterm.) Kr. VIII, 124. _S. Ulgisus (Wulgisus)_ † 8e eeuw, B. en Abt
te Lobbes. B. 4 Feb. I, 498. Gesln. Uyl, Ulens, Uiling, Uilkens. [793

_Ulbetjen, Ulpke._ VULFA: Wolfa, Ulfa, Ulfina, Vulfula. _S. Ulphia_
† 8e eeuw, M. te Amiens. B. 31 Jan. II, 1121. [794

_Ulfert, Olfert._ VULFA: Vulfhard, Wulfart, Wolfert, Ulfari,
Vulfer. _S. Ulferius_, Mo. te Tonnerre. B. 11 Dec. Gesln. Olferts,
Ulffers. [795

_Ulfertsje, Olfertsje._ VULFA: Wolfa, Vulfula, Vulfemia,
Ulfuldis. _S. Ulphia_ † 8e eeuw, M. te Amiens. B. 31 Jan. II,
1121. [796

_Ulrik, Ulde._ OTHAL: Udalric, Odalric, Ulderich,
Ulrich. _S. Udalricus_ † 973, B. v. Augsburg. B. 4 Juli, II, 73. [797

_Uneke, Onno, Onne._ UN: Unni, Unno, Unako, Unicho. _S. Unnis_ †
10e eeuw, AB. v. Hamburg en Bremen. B. 21 Oct. IX, 373. [798

_Urseltjen, Orseltsje._ URSA: Urs, Ursa, Ursitrude. _S. Ursula_ †
omstr. 453, M. Ma. te Keulen. B. 21 Oct. IV, 73. [799

_Usmar_, als verkorting van _Ursmar_. URSA: Ursemar,
Ursmar. _S. Ursmarus_ † 1213, Abt en B. te Avesnes. B. 18 Apr. II,
557. [800

_Usso, Oske._ US: Usso, Usuald, Uswart. _S. Uzanus_,
B. v. Toulouse. B. 8 Dec. [801

_Uwe._ UV: Uvo, Uvilo, Uwunzo, Uzant. _S. Uzanus_, B. v. Toulouse. B. 8
Dec. Gesln. Uwen. [802



V

_Vaas._ VAZ: Vazo, Uazo, Wazo. _S. Vasius_ † omstr. 500, Ma. te Les
Saintes. B. 15 Apr. II, 423. Gesln. Vasen, Vasse. [803

_Vaast._ VADJA: Wetti, Wado, Vadiko, Vedastus, Vadulf. _S. Vedastus_
† 539, B. v. Atrecht. B. 6 Feb. I, 782. [804

_Valeer._ VALHA: Walaheri, Walher, Walherich, Valerich. _S. Valericus_
† 6e eeuw, Kluiz. in Gallië. B. 10 Jan. I, 617. [805

_Valke, Valk._ Zie _Falke_ (225). [806

_Vechter,_ waarschijnlijk gevormd naar _S. Victor_ †
286, Ma. v. h. Thebaansche legioen. B. 22 Sept. VI,
308. Gesln. Fechter. [807

_Velten._ Zie _Felten_ (230). [808

_Verele, Verle._ FARA: Faregildis, Farohildis,
Ferhildis. _S. Pharaildis_ † 7e eeuw, M. in Brabant, "Sinte
Veirle". B. 4 Jan. I, 170. [809

_Vijgel, Wigle._ VIGA: Wigilo, Wighelm, Wikelin. _S. Vigilius_ † 743,
B. v. Auxerre. B. 11 Mrt. II, 72. Gesln. Wikel. [810

_Vincent._ _S. Vincentius a Paulo_ † 1660, Pr. te Parijs. B. 27
Sept. VII, 365 c (19 Juli). [811

_Vriend, Vrind, Friens._ FRIUND: Vriandis, Friuntbert, Friunthelm. Bij
vertaling, wijl de oud-germaansche stam "amicus" beduidt: _S. Amicus_
8e eeuw, Ma. te Mortara. B. 12 Oct VI, 124. Gesln. Vriend, Vrind,
Vriens. [812



W


_Waaie._ VAID: Waido, Weido. _S. Weeda_ (m.), Abt v. Peterborough. B. 2
Dec. Gesln. Waaijer. [813

_Waalke, Walke, Walle, Waalte._ VALHA: Walh, Walah, Walho. _S. Walo_,
B. v. Metz. B. 1 Nov. [814

_Waaltsje._ VALD: Walda, Waldedrudis, Walderada. _S. Waldetrudis_ †
7e eeuw, Abd. te Metz. B. 5 Mei, II, 51. [815

_Waarmond._ VAR: Varo, Wero, Waramunt, Warmund, Werimund,
Veremund. _S. Veremundus_ † 11e eeuw, Abt in Navarre. B. 8 Mrt. I,
794. Gesln. Waare. [816

_Waas, Waatse._ VASU: Waso, Wasung, Wasmot, Wasnulf. _S. Vasius_
† 5e eeuw, Ma. te Saintonge. B. 16 Apr. II, 423. _S. Wasnulfus_ †
8e eeuw, Bel. in Henegouwen. B. 1 Oct. I, 303. [817

_Wabbe (vr.), Wabbel, Waltsje, Wallekey._ VALD: Walda, Waltberga,
Waldadrudis. _S. Waldetrudis_ † 686, kloosterst. te Bergen in
Henegouwen. B. 9 Apr. I, 829. [818

_Wakker, Wachtel, Wachtelaar._ VACAR: Wacar, Waccar,
Wacarolf. _S. Waccarus_ † 755, Mo., Ma. met S. Bonifatius te
Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. Gesln. Wakkers, Wagtel, Wachtelaer. [819

_Walbert, Wabbe, Wapke, Wable._ VALD: Waldobert, Waldberht,
Gualpert. _S. Walbertus _ † 7e eeuw, Graaf v. Henegouwen. B. 11 Mei,
II, 633. [820

_Walburg, Walleken._ VALD: Waldeburg, Waltpurgis,
Walpurgis. _S. Walburgis_ † 779, Abd. v. Heidenheim. B. 25 Feb. III,
511. [821

_Wale, Wael._ VALHA: Walherich, Walarich, Walrich. _S. Walaricus_
† omstr. 620, Abt in Picardië. B. 1 Apr. I, 14. Gesln. Walles,
Waalkes. [822

_Walewein._ VOLA: Wolbodo, Wolamunt, Wolamot, Wolwini,
Wolwin. _S. Wolbodo_ † 1021, B. v. Luik. B. 21 Apr. II, 855. [823

_Walig, Waling._ VALHA: Walho, Walacho, Walicho,
Walrich. _S. Walaricus_ † omstr. 620, Abt in Picardië. B. 1 Apr. I,
14. Gesln. Wallich. [824

_Walraad._ VALHA: Walho, Walarad, Walrad, Walarich. _S. Walaricus_
† omstr. 620, Abt in Picardië. A. 1 Apr. I, 14. [825

_Walrade._ VALHA: Wala, Wallia, Waledrudis, Walderada. _S. Waldrada_
† 7e eeuw, Abd. te Metz. B. 5 Mei, II, 51. [826

_Walraven, Walram, Walrand._ VALHA: Walahram, Waluramnus, Walarannus,
Walraban, Walerich, Walerand, Walrauin. _S. Walaricus_ † omstr. 620,
Abt in Picardië. B. 1 Apr. I. 14. Gesln. Walraven. [827

_Walte, Waldrik, Walfried._ VALD: Waldo, Walto, Waldobert, Waldifrid,
Waldarich. _S. Waldebertus_ † 7e eeuw, Abt v. Luxeuil. B. 2 Mei,
I, 274. _S. Waldefridus_ † omstr. 810, Ma. met S. Rathfridus te
Bedum. B. 3 Dec. Kr. V, 3. [828

_Walter, Wauter, Wolter, Wouter, Wout, Woutrien._ VALD: Walto, Wolto,
Waldhar, Waldher, Walter, Gualter, Waldrun. _S. Walterus_ † 755,
Ma. met S. Bonifatius te Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. _S. Walterus_ †
13e eeuw, Cisterc. Mo. te Birbeke, B. 22 Jan. III, 447. [829

_Wander, Waander, Wendel._ VAND: Wando, Wendo, Wendel, Wanther,
Wandregisil, Wendelheri, Vandalarius. _S. Wandregesilus_ † 666,
Abt v. Fontanelle. B. 22 Juli, V, 253. Gesln. Waanders, Wendelaar. [830

_Wannes._ VAN: Wan, Wano, Waning, Wangis. Hier en daar in gebruik
gebleven voor _Joannes_. Gesln. Wanning, Waning. [831

_Warbold, Warbout, Warmbout, Warmold._ VARIN: Warinbold, Warembold,
Werinbold, Werinbald. _S. Verembaldus_, Mo. te Hirschau. B. 10
Nov. [832

_Ward._ VARDU: Wardo, Warido, Warto. _S. Edwardus (Eduardus)_ † 978,
Kon. v. Engeland. B. 18 Mrt. II, 638. [833

_Warnar, Warne, Werner._ VARIN: Warinhari, Warinher, Warnher,
Wernhar. _S. Wernherus_ † 1287, Knaap Ma. te Wesel. B. 19 Apr. II,
697. Gesln. Warnaars, Warnink. [834

_Wasse, Was, Wasman._ VAZ: Wazo, Wazzo, Wezilo, Waceleif, Wazeman,
Wezeman. _S. Wasnulfus_ † 651, Pr. Geloofspred. in Henegouwen. B. 1
Oct. I, 303. Gesln. Wassen, Wassink, Wasman, Weseman. [835

_Watte, Waatse, Wedse._ VADJA: Wado, Wato, Wazo, Vedastus,
Wadulf, Vedulf. _S. Vedastus_ † 539, B. van Atrecht. B. 6 Feb. I,
782. _S. Vedulfus_, B. v. Atrecht. B. 6 Feb. I, 763 f (Inter
praeterm.). [836

_Weid, Wetse._ VADJA: Wetti, Weti, Veduco, Vedastus. _S. Vedastus_
† 539, B. v. Atrecht. B. 6 Feb. I, 782. Gesln. Weitingh. [837

_Welbe._ VILJA: Willibad, Willebert, Willebut,
Wilbod. _S. Willibrordus_ † 738, B. v. Utrecht. B. 7
Nov. Gesln. Welp. [838

_Welke, Wielke, Wilke._ VILJA: Willico, Willic, Willihad,
Willehath. _S. Willehadus_ † 789, B. van Bremen. B. 8 Nov. Kr. III,
173. _S. Willehadus_ † 1572, een der Gorc. Martt. B. 9 Juli, II,
736. Gesln. Wilkens. [839

_Welmoet, Wendelmoet, Wijdemoet._ VILJA: Willimod (vr.), Willemot,
Willefrid. _S. Wilfreda_ † 10e eeuw, Abd. in Brittannië. B. 9
Sept. III, 453. [840

_Wendel, Wijndel._ VAND: Wendo, Wendil, Wandilo,
Wendelin. _S. Wendelinus_ 7e eeuw, Kluiz. te Trier. B. 21 Oct. IX,
343. [841

_Wender._ VINTAR: Winther, Wintarung, Wintrug. _S. Wintrungus_ † 755,
Ma. met S. Bonifatius te Dokkum. B. 5 Juni, I, 452. [842

_Wenne, Wenneke._ VAN: Wano, Weni, Wanicho, Wenniko,
Waningo. _S. Waningus_ † 688, Kloosterst. te Fécamp. B. 9 Jan. I,
590. Gesln. Wennen, Wennekes. [843

_Wenzel, Wentsel, Wessel._ VAND: Vanzo, Wanzo, Wenzil. _S. Wenceslaus_
† 938, Hertog in Boheme. B. 21 Sept. VI, 770. [844

_Werenfried, Were, Wervel._ VARIN: Varinfrid, Warnefrid,
Werinfrid. _S. Werenfridus_ † omstr. 760, Pr. Geloofspred. in
Ned. B. 27 Aug. VI, 100. Kr. II, 153. [845

_Werp, Worp._ VAR: Warbald, Warbraht, Warbod; VARIN: Varinfrid,
Warnefrid. _S. Werenfridus_ † omstr. 760, Pr. Geloofspred. in
Ned. B. 27 Aug. VI, 100. Kr. II, 153. Gesln. Worp. [846

_Wessel._ VAZ: Vazo, Wezo, Wazili, Wezil, Weselus, Wezelo. _S. Vasius_
† 5e eeuw, Ma. te Les Saintes. B. 16 Apr. II, 423. Gesln. Wessels,
Wesseling. [847

_Wiard, Wierde, Wirdmer._ VERTHA: Verdo, Werdo, Wirdo, Viridomar. Bij
aanpassing: _S. Guericus_ † 8e eeuw, B. v. Sens. B. 27 Aug. VI,
94. Gesln. Wierts. [848

_Wibe, Wibo, Webbe._ VIB: Wibi, Vibo, Wipo, Wibil, Wibelin; VIGA:
Wicco, Wigberht, Wippert. _S. Wigbertus_ † 7e eeuw, Pr. Geloofspred. in
Ned. B. 13 Aug. III, 132. Gesln. Wibo, Wiben, Wiebes. [849

_Wibren, Wibrentsje, Wybrigje, Wyke._ VIGA: Wigbrun,
Wiheprun. _S. Wibrandis_ † 10e eeuw, M. te Konstanz. B. 16 Juni, IV,
96. [850

_Wichard._ VIGA: Wighard, Wichhart, Wyhard, Weichart. _S. Wigbertus_
† 7e eeuw, Pr. Geloofspred. in Ned. B. 13 Aug. III, 132. [851

_Wientjen, Wyntjen._ VINI: Vina, Wina, Winiberta, Winefreda. _S. Wivina
(Vivina)_ † 1170, Priorin van Groot-Beygaerde in Vlaanderen. B. 17
Dec. _S. Winefreda_ † omstr. 650, M. Ma. in Noord-Wales. B. 3 Nov. [852

_Wier._ VIGA: Wigiroh, Wicroh. _S. Wiro_ † omstr. 710, B. te
Roermond. B. 8 Mei II, 309. Kr. III, 3. [853

_Wierik._ VIGA: Wigirich, Wigrich, Wiric, Guirichus. _S. Guericus_
† 8e eeuw, B. v. Sens. B. 17 Aug. VI, 94. [854

_Wiesjen, Wiskje._ VIS: Wisla, Guisperga, Wisigardis,
Wisegozza. _S. Vissia_ † 3e eeuw, M. Ma. te Fermo. B. 12 Apr. II,
81. Verkeerdelijk naar het Fransche Louise voor Ludovica. [855

_Wigbert, Wibert._ VIGA: Wigberht, Vigobert, Wicbret, Wippert,
Guibert. _S. Wigbertus_ † 7e eeuw, Pr. Geloofspred. in Ned. B. 13
Aug. III, 132. _S. Guibertus_ † 962, Stichter der abdij van
Gembloux. B. 23 Mei, V, 59. [856

_Wigbold, Wibout, Wigbele._ VIGA: Wigibald, Wigbold, Wicbolt, Wibold,
Guibald. _S. Wigbertus_ † 7e eeuw, Pr. Geloofspred. in Ned. B. 13
Aug. III, 132. Gesln. Wigbout, Wigbolts, Wiebols, Wibaut. [857

_Wigbrand, Wibrand, Wibren._ VIGA: Wigbrand, Wicprant,
Wibrant. _S. Wigbertus_ † 7e eeuw, Pr. Geloofspred. in Ned. B. 13
Aug. III, 132. Gesln. Wigbrans, Wegbrans. [858

_Wigge, Wigger, Wiggert, Wike, Wiggele._ VIGA: Wiggo, Wigger,
Wicher, Wighard, Wigilo, Wigand, Wigman, Wihman. _S. Wigardus_,
Cisterc. Mo. B. 22 Oct. IX 434 d. (Inter praeterm.). _S. Wigmannus_
† 9e eeuw, Saksisch Graaf, Ma. te Ebbekesdorf. B. 2 Feb. I,
309. Gesln. Wiggers, Wikel, Wiegant, Wiegman, Wichman. [859

_Wye, Weyen._ VIHA: Wiho, Vio, Weo. _S. Wiho_ † omstr. 807,
B. v. Osnabrück. B. 20 Apr. II, 761. Kr. IV, 153. [860

_Wilbert, Willebrord, Wille._ VILJA: Villo, Willo, Willibald,
Willebert, Wilpert, Willebort, Willihad, Willehath. _S. Willibrordus_
† 739, B. v. Utrecht. B. 7 Nov. _S. Willibaldus_ † 8e eeuw,
B. v. Eichstadt, B. 7 Juli, II, 485. _S. Willehadus_ † 1572,
Ma. v. Gorc. B. 9 Juli, II, 736. Kr. IX, 14. [861

_Wilfried._ VILJA: Viliafred, Wilgefrid, Willefrid. _S. Wilfridus_
† 709, B. v. York, Geloofspred. in Ned. B. 24 Apr. III, 292 en 29
Apr. III, 626. Kr. II, 25. [862

_Wilke, Wilse._ VILJA: Willic, Willico, Willec, Wilsind. _S. Willeicus_
† omstr. 726, Pr. te Werden. B. 2 Mrt. I, 148. Kr. II,
124. Gesln. Wilkens. [863

_Willem, Giljam, Helm._ VILJA: Willahelm, Willehalm, Willehelm,
Guilhelm. _S. Wilhelmus_ † 813, Mo. van Gellone (Willem van
Oranje). B. 28 Mei, VI, 809. _S. Guilielmus_ † 1142, Abt
v. Monte-vergine. B. 25 Juni, V, 112. [864

_Willemar._ VILJA: Willamar, Villimar, Willimer,
Wilmer. _S. Willibrordus_, _S. Willibaldus_, _S. Willehadus_. Zie
_Wilbert_ (861). Gesln. Wilmer, Wilmers. [865

_Willempjen, Willemken, Wimken, Wilhelmiene, Willemiene,
Wilskje._ VILJA: Wilia, Willica, Wiltrudis, Viliafred, Willigard,
Willigund. _S. Wilfreda_ † 11e eeuw, Abd. in Brittanië. B. 9 Sept. III,
454. _Wilhelma_ of _Wilhelmina_ komen op de Heiligenlijsten niet
voor. [866

_Wilte, Wiltse._ VILDJA: Wilto, Wiltfrid, Wildehar,
Wildulf. Naar den verwanten stam VILJA: _S. Wilfridus._ Zie
_Wilfried_. Gesln. Wiltink. [867

_Wimmer, Wemmer, Wemberich, Wimke._ VIGA: Wigmar, Wimar, Wimmer,
Wigman, Wichman. _S. Wigmannus_ † 9e eeuw, Saksisch Graaf, Ma. te
Ebbekesdorf. B. 2 Feb. I, 309. Gesln. Wiemers. [868

_Wine, Winer, Weyn, Winert, Winering, Winrik, Winolt, Winand, Wineke._
VINI: Wino, Winand, Winifrid, Winihard, Winiker, Winigaud, Winnicoz,
Winnocus, Winevold. _S. Winocus_ † 717, Abt van Wormhout. B. 6
Nov. Ook _S. Bonifatius_, wiens naam eigenlijk _Winfried_ was, †
755, AB. v. Mainz, Ma. B. 5 Juni, I, 452. Gesln. Wijnne, Wijntjes,
Wijnands, Wijnker, Wenneker, Wenker. [869

_Winte, Wind, Wintse._ VIND: Winid, Went, Winizo, Winither;
VINTAR: Wintarung, Wintrung. _S. Wintrungus_ † 755, Pr. Ma. met
S. Bonifatius. B. 5 Juni, I, 452. Gesln. Winters, Winterink. [870

_Wisse, Wiske, Wiezer._ VIS: Wiso, Wisbraht, Goisbert, Wisefred,
Wiseman, Wisman. _S. Guisbertus_, Cisterc. Mo. B. 7 Nov. Gesln. Wisse,
Wissing, Wiseman, Weismann. [871

_Wismar, Widmer._ VIZ: Wizzo, Wizmar. _S. Witmarus_, Abt in
Normandië. B. 10 Dec. [872

_Witke, Witte, Witman, Wette, Wijdt._ VID: Wido, Guido, Hvito, Gido,
Widbert, Witgar, Withard, Widderd, Widiman, Videman. _S. Guido_ †
1112, Bel. te Anderlecht. B. 12 Sept. IV, 36. Gesln. Witte, Witsen,
Wittert. [873

_Witske._ VID: Wida, Witberga, Witburch, Guitburgis. _S. Witburga_
† 8e eeuw, M. te Derham. B. 17 Mrt. II, 605. [874

_Wobbe, Wopke, Voppe, Fobbe, Foppe, Fop._ Volgens Förstemann:
"VOB: Jedenfalls ein secundärer Stamm: Wobo, Wobbo." Of volgens
Heintze: "FULCA: Zweistämmige Kürzung: Fulcb-, Foppo, Fobbe,
Fopp." _Zal. Fulbertus_ en _S. Volkerus_. Zie _Folbert_ (242) en
_Folkert_ (243). Gesln. Wobbe, Wopkes, Fobbe, Foppe. [875

_Wolbert, Wolbrand, Wolmer, Wobbel, Wouwerik, Wolwijn, Wol,
Wul, Woelke._ VOLA: Wolo, Wolpert, Wolprant, Wolamar, Wolarih,
Wolwini. _S. Wolbodo_ † 1021, B. v. Luik. B. 21 Apr. II, 855. Kr. VI,
71. _S. Vulmarus_ † 710, Abt v. Samer in Picardië. B. 20 Juli, V,
81. Gesln. Wulbrands. [876

_Wolfgang, Wolfert, Wolfger, Wolfbrand, Wolf._ VULFA: Vulvo, Wolvo,
Vulfing, Wolffrid, Vulfgang, Vulfeger, Wulfhard. _S. Wolfgangus_ †
994, B. v. Regensburg. B. 31 Oct. Gesln. Wolven, Wulfing. [877

_Wonne, Wunne, Womke._ VUNJA: Wunno, Vunnolf; VONAD:
Wonedulph. _S. Wonedulfus_, Deken van Anderlecht. B. 12 Sept. IV. 3 a
(Inter praeterm.). Gesln. Wonnink. [878

_Wulfram, Wulf._ VULFA: Wolfhraban, Wolferam, Vulframnus, Wulfram,
Wolvram. _S. Wulframnus_ † 729, B. v. Sens. B. 20 Mrt. III,
143. Kr. II, 163. [879



NAAMWIJZER


De cijfers verwijzen naar de groepen van de _Naamlijst_; enkele echter,
door _blz._ voorafgegaan, naar de bladzijden van de _Inleiding_



A

Aafjen: S. Ava                                                 68
Aafkje: S. Ava                                                 68
Aaft: S. Ava                                                   68
Aagjen: S. Agia                                                 1
Aagt: S. Agatha                                                 2
Aagte: S. Agatha                                 2 en blz. 18, 22.
Aagtjen: S. Agatha                                              2
Aai: S. Adrianus                                               24
Aai: S. Agericus                                               25
Aal (m.): S. Adalarius                                         19
Aal S.   Alloynus                                               3
Aalders: Gesln.                                                19
Aaldert: S. Adelardus                                          19
Aaldrik: S. Aldricus                                            4
Aaldriks: Gesln.                                                4
Aalk: S. Adilia                                                21
Aalk: Zal. Adela                                               21
Aalmoed: S. Almedha                                             5
Aalse: S. Alcuinus                                             34
Aalse: S. Alloynus                                              3
Aalt: S. Adalbaldus                                             6
Aaltjen: S. Adilia                                             21
Aaltjen: Zal. Adela                                            21
Aaltjen: S. Aleydis                                            22
Aaltjen: S. Adelheidis                                         22
Aaltruide: S. Adeltrudis                                        7
Aam: S. Amo                                                     8
Aam: S. Amicus                                                  8
Aamke: S. Amo                                                   8
Aamke: S. Amicus                                                8
Aamke (vr.):   S. Ama                                           9
Aan: S. Anno                                                   10
Aanke (m.):  S. Anno                                           10
Aanke (vr.):  S. Anna                                          11
Aanse: S. Anno                                                 10
Aant: S. Anthelmus                                             12
Aant (vr.): S. Anna                                            49
Aarland: S. Herlindis                                          14
Aarn: S. Arnoaldus (Arnoldus)                                  60
Aarnink: Gesln.                                                60
Aart: S. Adrianus                                   24 en blz. 26.
Aart: S. Arnoaldus (Arnoldus)                                  60
Aart: S. Arduinus                                              13
Aart: S. Hartwicus                                             13
Aartjen: S. Herlindis                                          14
Aat: S. Ado                                                    17
Aatje: S. Adrachildis (Ada)                                    18
Aats: Gesln.                                                   17
Aatske: S. Adrachildis (Ada)                                   18
Abbe: S. Abbo                                                  15
S. Abbo                                                        15
Abe: S. Abbo                                                   15
Abel: S. Abel                                                  16
Abel: S. Ablebertus                                            16
S. Abel                                                        16
Abele: S. Abel                                                 16
Abele: S. Ablebertus                                           16
Abke: S. Abbo                                                  15
S. Ablebertus                                                  16
S. Acca                                                   25, 190
S. Ada                                                         18
S. Adalarius                                                   19
S. Adalbaldus                                                   6
S. Adalbertus                                     20, 31, 41, 173
Addik: S. Ado                                                  17
Addiks: Gesln.                                                 17
Ade (m.): S. Ado                                               17
Ade (vr.): S. Adrachildis (Ada)                                18
Adel: S. Adalarius                                             19
Adel: S. Adilia                                                21
Adel: Zal. Adela                                               21
Zal. Adela                                                     21
Adelaar: S. Adalarius                                          19
Adelaar: Gesln.                                                19
Adelaart: Adelardus                                            19
S. Adelardus                                               19, 31
Adelbert: S. Adalbertus                                        20
Adele: S. Adilia                                               21
Adele: Zal. Adela                                              21
S. Adelgisus                                                   39
Adelheid: S. Adelheidis                                        22
Adelheid: S. Aleydis                                           22
S. Adelheidis                                                  22
Adelken: S. Adilia                                             21
Adelken: Zal. Adela                                            21
S. Adeltrudis                                                   7
Adger: S. Adelgisus                                            39
S. Adilia                                                      21
S. Ado                                                         17
Adolf: S. Adolfus                                              23
Adolf: S. Hathewulfus                                          23
S. Adolfus                                                     23
S. Adrachildis                                                 18
Adriaan: S. Adrianus                                24 en blz. 22.
Adriaantjen: (S. Adrianus)                                     24
S. Adrianus                                                    24
Adsert: S. Edmundus, S. Eduardus                              176
Aeiold: S. Aiulfus                                             28
Aesch: S. Eskillus                                            182
Aetske: S. Eskillus                                           182
S. Agatha                                                       2
Age: S. Agericus                                               25
S. Agericus                                                    25
Aghina: Gesln.                                                205
S. Agia                                                     1, 66
S. Agilberta                                                  179
S. Agilolfus                                   178, 184, 187, 194
S. Agilus                                                     195
S. Aglibertus                                            191, 193
S. Agnes                                                       26
Agnete                                             26 en blz. 22.
Agnies: S. Agnes                                               26
Agniese: S. Agnes                                              26
Agniesjen: S. Agnes                                            26
Agniete: S. Agnes                                  26 en blz. 22.
S. Aigulfus                                                    29
Aike: S. Aigulfus                                              29
Ailbert: Eerb. Ailbert                                         30
Eerb. Ailbert                                                  30
Aile: Eerb. Ailbert                                            30
S. Aiulfus                                                     28
Aje: S. Agericus                                               25
S. Aya                                                         27
Aye: S. Aya                                                    27
Ayke: S. Aya                                                   27
Ayold: S. Aiulfus                                              28
Akke: S. Acca                                                  25
Aland: S. Adalbertus                                           31
Alandsje: S. Adilia                                            21
Alandsje: Zal. Adela                                           21
Alberdingk: Gesln.                                             20
Albert: S. Albertus                                 32 en blz. 22.
Albert: S. Adalbertus                                          20
S. Albertus                                                    32
S. Albricus                                                    33
Albrik: S. Albricus                                            33
S. Alcuinus                                                    34
S. Aldebrandus                                                585
S. Aldegundis                                                  40
Alderk: S. Aldricus                                             4
Alders: Gesln.                                                193
S. Aldricus                                                     4
Aldrik: S. Aldricus                                             4
Ale: S. Alcuinus                                               34
Alef: S. Adolfus                                               23
Alef: S. Hathewulfus                                           23
Alefs: Gesln.                                                  23
Aleide: S. Aleydis                                             22
S. Aleydis                                                     22
Aleit: S. Aleydis                                              22
S. Alena                                                      469
Alewijn: S. Alloynus                                            3
Alewijn: Gesln.                                                 3
Alexis: S. Alexius                                             35
S. Alexius                                                     35
S. Alfardus                                                    36
Alfer: S. Alfardus                                             36
Alferink: Gesln.                                               36
Alfert: S. Alfardus                                            36
Alfert: S. Altfridus                                           38
Alfons: S. Alfonsus                                            37
S. Alfonsus                                                    37
Alfred: S. Altfridus                                           38
Alfrik: S. Albricus                                            33
Alfs: Gesln.                                                   23
Alger: S. Adelgisus                                            39
Alke: S. Alcuinus                                              34
Alkar: S. Adelgisus                                            39
Alkar: S. Alcuinus                                             34
Alkje: S. Aldegundis                                           40
Allard: S. Adelardus                                           19
Alle: S. Alloynus                                               3
Allegonde: S. Aldegundis                                       40
Allert: S. Adelardus                                           19
Alman: S. Adalbertus                                           41
S. Almarus                                                     42
S. Almedha                                                      5
Almer: S. Almarus                                              42
Alo: S. Alloynus                                                3
Alof: S. Adolfus                                               23
Alof: S. Hathewulfus                                           23
Alofs: Gesln.                                                  23
Aloys: S. Aloysius                                             43
S. Aloysius                                                    43
Alowies: S. Aloysius                                           43
Alte: S. Adalbaldus                                             6
S. Altfridus                                                   38
S. Alto                                                       198
Alwin: Gesln.                                                   3
S. Ama                                                          9
S. Amalberga                                                   45
Ambroos:                                                  blz. 22.
S. Ambrosius                                                  121
Amel (m.): S. Amelius                                          44
Amel (vr.)  S. Amalberga                                       45
Amel (vr.) S. Amelberga                                        45
S. Amelberga                                                   45
Ameldonk: S. Amelius                                           44
Amele: S. Amelius                                              44
Amele: S. Amo                                                   8
Amele: S. Amicus                                                8
Amelis: S. Amelius                                             44
S. Amelius                                                     44
Amelke: S. Amelberga                                           45
Amerens: S. Ermelendis, S. Ermenilda                          215
Amerik: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                    199
S. Amicus                                                  8, 812
Amke: S. Amo.                                                   8
Ammer: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                     199
S. Amo                                                          8
S. Amor                                                       199
Amse: S. Amo                                                    8
Amse: S. Amicus                                                 8
Andel: S. Andeolus                                             46
Andele: S. Andeolus                                            46
S. Andeolus                                                    46
Anders: Gesln.                                                 47
S. Andoletus                                                   46
S. Andreas                                                     47
S. Andreas Avellinus                                          462
Andries: S. Andreas                                 47 en blz. 22.
S. Angela                                                     208
S. Anna                                                    11, 49
Anne (m): S. Anno                                              10
Anne (vr.): S. Anna                                            49
Anneka: Anna Catharina                                         50
Anneken: S. Anna                                               49
S. Anno                                               10, 48, 320
Annigje: S. Anna                                               49
Annink: Gesln.                                                 48
S. Ansbertus                                                   62
S. Anscharius                                                  53
Anse: S. Anno                                                  48
Anselm: S. Anselmus                                            51
S. Anselmus                                                    51
Ansem: S. Anselmus                                             51
Ansems: Gesln.                                                 51
S. Ansfridus                                                   52
Ansfried: S. Ansfridus                                         52
Ansgar: S. Anscharius                                          53
Ansger: S. Anscharius                                          53
Ansje: S. Ansoaldis                                            54
Anske: S. Anno                                                 48
Anskje: S. Ansoaldis                                           54
S. Ansoaldis                                                   54
S. Ansuerus                                                    64
Anthelm: S. Anthelmus                                          55
S. Anthelmus                                               12, 55
Antjen: S. Anna                                                49
S. Antonia                                               750, 766
Antonie: S. Antonius                                56 en blz. 22.
S. Antonius                                                    56
Antoon: S. Antonius                                 56 en blz. 22.
Aontjan = Arend-Jan                                            57
Apele: S. Abel                                                 16
Apele: S. Ablebertus                                           16
Aploon: S. Apollonius                                          58
S. Apollonia                                                  612
S. Apollonius                                                  58
Appe: S. Apollonius                                            58
Apple: S. Apollonius                                           58
S. Arduinus                                                    13
S. Aredius                                                     59
Arent: S. Arnoaldus (Arnoldus)                                 60
Ariaan: S. Adrianus                                            24
Ariane: vr. (S. Adrianus)                                      24
Arie: S. Adrianus                                              24
S. Arigius                                                     59
Aris: S. Arigius (Aredius)                                     59
Arjen: S. Adrianus                                             24
S. Arnoaldus                                                   60
Arnold: S. Arnoaldus (Arnoldus)                                60
S. Arnoldus                                               60, 570
Arnolf: S. Arnulfus                                            61
Arnoud: S. Arnoaldus (Arnoldus)                     60 en blz. 22.
Eerb. Arnoud                                                   60
Arnout: S. Arnoaldus (Arnoldus)                     60 en blz. 22.
Arnulf: S. Arnulfus                                            61
S. Arnulfus                                                    61
S. Asaphus                                                    217
S. Ascelina                                                    63
Asge: S. Ansbertus                                             62
Asigo: S. Ansbertus                                            62
Asing: S. Ansbertus                                            62
Asinga: S. Ansbertus                                           62
Askje: S. Ascelina                                             63
Asmans: Gesln.                                                 62
Asse: S. Ansuerus                                              64
Asseltsje: S. Ascelina                                         63
Asweer: S. Ansuerus                                            64
Aswerus: S. Ansuerus                                           64
Ate: S. Ado                                                    17
Atse: S. Ado                                                   17
Atser: S. Ado                                                  17
Audibert: Gesln.                                              574
S. Audomarus                                                  593
S. Augebertus                                                  65
Auke: S. Augebertus                                            65
Aukje: S. Agia                                                 66
S. Autbertus                                              67, 574
S. Autbodus                                                    67
Aute:   S. Autbertus, S. Autbodus                              67
Autger: S. Autbertus, S. Autbodus                              67
Auwe:   S. Autbertus, S. Autbodus                              67
Auwel:  S. Autbertus, S. Autbodus                              67
S. Ava                                                         68
Ave: S. Ava                                                    68



B

Baaf: S. Bavo                                       86 en blz. 18.
Baaike: S. Bathildis, S. Barbara                               71
Baalke: S. Balda                                               69
Baaltsje: S. Balda                                             69
Baart: S. Bardo, S. Bartholomeus                               70
Baart: Gesln.                                                  70
Baarte (m.): S. Bardo, S. Bartholomeus.                        70
Baarte (vr.): S. Bertha, S. Bertilia               100 en blz. 22.
Baaten: Gesln.                                                 83
Baatjen: S. Bathildis, S. Barbara                              71
Bab: S. Bavo, S. Babolenus                                     72
Babbe: S. Bavo, S. Babolenus                                   72
S. Babolenus                                                   72
S. Baculus                                                 75, 91
Badeloge: S. Balda                                             73
S. Badilo                                             74, 83, 597
Baede: Gesln.                                                  83
Baye (m.): S. Baithanus                                        74
Baye (vr.): S. Bathildis, S. Barbara                           71
Baike: S. Baithanus                                            74
S. Bainus                                                      79
S. Baithanus                                                   74
Baitse: S. Baithanus                                           74
Bake: S. Baculus                                               75
Bake: Gesln.                                                   75
Bakke: S. Baculus                                              91
Bakke: Gesln.                                                  75
Bakkes: Gesln.                                                 75
Bal: Gesln.                                                    77
S. Balda                                                   69, 73
Balde: S. Baldus, S. Baldericus                                76
S. Baldegundis                                                 85
S. Baldericus                                              76, 77
Balderik: S. Baldus, S. Baldericus                             76
S. Balduinus                                                   84
S. Baldus                                                      76
Balig: S. Balda                                                73
Baligjen: S. Balda                                             73
Baling: S. Baldericus                                          77
Balins: S. Baldericus                                          77
Balle: S. Baldericus                                           77
Balling: Gesln.                                                77
Balster: S. Baldus, S. Baldericus                              76
Balte: S. Baldus, S. Baldericus                                76
Bam: Gesln.                                                    78
Bamme: S. Pambo                                     78 en blz. 12.
Ban: Gesln.                                                    79
Bane: S. Bainus                                                79
Banen: Gesln.                                                  79
Bange: S. Bainus                                               79
Banier: S. Bainus                                              79
Bank: Gesln.                                                  600
Banke: S. Bainus                                               79
Banne: S. Bainus                                               79
Bannert: S. Bainus                                             79
Bannes: Gesln.                                                 79
Banning: Gesln.                                                79
Banse: S. Bainus                                               79
Bara: Gesln.                                                   81
S. Barbara                                                 71, 80
Barbele: S. Barbara                                 80 en blz. 22.
Barber: S. Barbara                                             80
Barbertsje: S. Barbara                                         80
Barde: S. Bardo, S. Bartholomeus                               70
S. Bardo                                                       70
Bareld: S. Barrus                                              81
Barend: S. Bernardus                                97 en blz. 22.
Barge: S. Bercharius                                           95
Barge: Gesln.                                                  95
Barre: S. Barrus                                               81
Barries: S. Barrus                                             81
S. Barrus                                                      81
Barse: S. Barrus                                               81
Bart: S. Bardo, S. Bartholomeus                                70
Bartelt: S. Bardo, S.  Bartholomeus                            70
Bartelt: Zal. Berchtoldus                                     101
S. Bartholomeus                                           70, 536
Bartold: Zal. Berchtoldus                                     101
Bartout: Zal. Berchtoldus                                     101
Barwald: S. Barrus                                             81
Bas: S. Basinus, S. Basolus                                    82
Bas: S. Sebastianus                                           694
Bas: Gesln.                                                    82
Basiel: S. Basinus, S. Basolus                            82, 105
S. Basilius                                                   105
S. Basilla                                                    601
Basje: S. Basinus, S. Basolus                                  82
S. Basolus                                                82, 105
Bastiaan: S. Sebastianus                           694 en blz. 22.
Bate: (m.): S. Badilo                                          83
Bate: (vr.): S. Bathildis, S. Barbara                          71
S. Bathildis                                                   71
Batjen: S. Bathildis, S.  Barbara                              71
Bato: S. Badilo                                                83
Battele: S. Badilo                                             83
Baudewijn: S. Balduinus                                        84
Baudewijntjen: S. Baldegundis                                  85
Bauduin: Gesln.                                                84
Bauke: S. Bavo                                                 86
Baukje: S. Baldegundis                                         85
Bauwe: S. Bavo                                                 86
Bauwen: S. Balduinus                                           84
Bave: S. Bavo                                                  86
Bavink: Gesln.                                                 86
S. Bavo                                            3, 72, 86, 596
Bea: S. Boius                                                 112
Beake: S. Baculus                                              91
Beauwe: S. Boius                                              112
S. Beccelinus                                                 606
S. Beda                                                        87
Bedding: Gesln.                                     87 en blz. 12.
Bede: S. Beda, S. Betto,                                       87
Beelken: S. Bilhildis                                          93
Been: S. Benno                                                 94
Been: Gesln.                                                   94
Beens: Gesln.                                                  94
Beentjes: Gesln.                                               94
Beentsje: S. Benildis                                          88
Beert: S. Bernardus                                            97
S. Begga                                                       89
Begge: S. Begga                                                89
S. Beia                                                        90
Beije: S. Boius                                               112
Beike: S. Beia                                                 90
Beyke: S. Bathildis, S. Barbara                                71
Beilige: S. Balda                                              73
Beine: S. Bainus                                               79
Beines: Gesln.                                                 94
Beint: S. Bainus                                               79
Beitse: S. Baithanus                                           74
Beke: S. Baculus                                               91
Beke: Gesln.                                                   91
Bele: S. Bilfridus                                             92
Beliaan: S. Bilfridus                                          92
Bely: S. Bilhildis                                             93
Belitjen: S. Bilhildis                                         93
Belleken: S. Elisabeth                                        481
Bene: S. Benno                                                 94
S. Benildis                                                    88
Bennert: S. Benno                                              94
S. Benno:                                                      94
Bense: S. Benno                                                94
Bente: S. Benno                                                94
S. Berachius                                                  603
S. Berachus                                                   603
Berber: S. Barbara                                             80
S. Bercharius                                             95, 603
Berchart: S. Bercharius                                        95
Zal. Berchtoldus                                              101
Berendje: S. Berlendis                                         96
Berent: S. Bernardus                                           97
Berger: Gesln.                                                 95
Berke: S. Bercharius                                           95
Bernlef: S. Bernulfus                                          98
S. Berlendis                                                   96
Berlinde: S. Berlendis                                         96
S. Berlindis                                                   96
Bern: S. Bernardus                                             97
Bernard: S. Bernardus                              97  en blz. 22.
S. Bernardus                                              97, 557
Bernke: S. Bernardus                                           97
Bernouw: S. Bernulfus                                          98
Bernulf: S. Bernulfus                                          98
S. Bernulfus                                              98, 104
Bert: S. Bertinus, S. Bertwinus, S. Bertulfus                  99
Bert: S. Gilbertus                                            293
Bert: S. Lambertus                                            460
Berte: S. Bertha, S. Bertilia                                 100
S. Bertha                                                     100
Berthold: Zal. Berchtoldus                                    101
S. Berthuwinus                                                604
Bertken: S. Bertha, S.  Bertilia                              100
S. Bertichramnus                                              102
S. Bertilia                                                   100
S. Bertinus                                                    99
Bertolf: S. Bertinus, S. Bertwinus, S. Bertulfus               99
Bertout: Zal. Berchtoldus                                     101
Bertram: S. Bertichramnus                                     102
Bertrand: S. Bertrandus                                       103
S. Bertrandus                                                 103
S. Bertulfus                                                   99
S. Bertwinus                                                   99
Berwout: S. Bernulfus                                         104
Bessel: S. Basolus                                            105
Bessele: S. Basolus                                           105
Bete: S. Beda, S. Betto                                        87
Betjen: S. Elisabeth                                          106
Betse: S. Beda, S. Betto                                       87
Betske: S. Elisabeth                                          106
S. Betto                                                       87
Beukel: S. Bucolus                                            126
Beute: S. Bucolus                                             126
Beuwe: S. Bucolus                                             126
Byke: S. Begga                                                 89
S. Bilfridus                                         92, 610, 613
S. Bilhildis                                                   93
Binke: S. Benno                                                94
Binkes: Gesln.                                                 94
Binne: S. Benno                                                94
Birde: S. Burchardus                                          128
S. Birgitta                                                   107
Birgitte: S. Birgitta                                         107
Bitter: S. Bodo                                               125
Bitter: Gesln.                                                125
Blaas: S. Blasius                                             108
S. Blasius                                                    108
Blees: S. Blasius                                             108
Bleike: S. Plechelmus                                         109
S. Bobolinus                                             117, 130
Bode: S. Bodo                                                 110
Bodert: S. Bodo                                               110
Bodis: S. Bodo                                                110
S. Bodo                                             110, 111, 125
Bodse: S. Boso                                                116
Boele: S. Bodo                                                111
Boelen: Gesln.                                                111
Boeles: Gesln.                                                111
Boete: S. Bodo                                                125
Boike: S. Boius                                               112
Boite: S. Boius                                               112
S. Boius                                                      112
Bojesen: Gesln.                                               112
Boye: S. Boius                                                112
Boysen: Gesln.                                                112
Boke: S. Bucolus                                              126
Bokel: S. Bucolus                                             126
Bole: S. Bodo                                                 111
Bolke: S. Bodo                                                111
Bolt: S. Baldus, S. Baldericus                                 76
Bolte: S. Bodo                                                111
Bon: Gesln.                                                   113
Bonarius: Gesln.                                              113
Bone: S. Bonitus                                              113
Bonefaas: S. Bonifatius                                       114
Bonge: S. Bonitus                                             113
S. Bonifatius                                       114, 224, 869
S. Bonitus                                               113, 615
S. Bonizella                                             115, 616
Bonke: Gesln.                                                 113
Bonne: S. Bonizella                                           115
Boon: S. Bonitus                                              113
Boon: Gesln.                                                  113
Boonke: S. Bonitus                                            113
Boonken: S. Bonizella                                         115
Bonsen: S. Bonitus                                            113
Bonte: S. Bonitus                                             113
Bonte: Gesln.                                                 113
Bontsje: S. Bonizella                                         115
S. Bonus                                                      615
Bor: Gesln.                                                   127
Borcherts: Gesln.                                             127
Borger: S. Burchardus                                         127
Borger: Gesln.                                                127
Borre: S. Burchardus                                          127
Borring: Gesln.                                               127
Bos: S. Boso.                                                 116
Bos: Gesln.                                                   116
Bosje: S. Boso                                                116
Bosman: Gesln.                                                116
S. Boso                                                       116
Bossaart: S. Boso                                             116
Bosschaart: S. Boso                                           116
Bote: S. Bodo                                                 110
Botes: Gesln.                                                 110
Botsaart: S. Boso                                             116
Boudaard: S. Baldus, S. Baldericus                             76
Boudewyn: S. Balduinus                              14 en blz. 22.
Bouke: S. Bobolinus                                           117
Boukjen: S. Baldegundis                                        85
Bout: S. Baldus, S. Baldericus                                 76
Bouwe: S. Bobolinus                                           117
Bouwen: S. Balduinus                                           84
Bouwtjen: S. Baldegundis                                       85
Braalt: S. Barrus                                              81
Brand: S. Brandanus (Brendanus)                               118
Brand: Gesln.                                                 118
Brandaan: S. Brandanus  (Brendanus)                           118
S. Brandanus                                                  118
Brandje; S. Brandanus (Brendanus)                             118
Brands: Gesln.                                                118
Brantjes: Gesln.                                              118
Brecht (m.): S. Bertinus, S. Bertwinus, S. Bertulfus           99
Brecht: S. Lambertus                                          460
Brechtjen: S. Birgitta                                        107
Brechtland: S. Birgitta                                       107
Breye: S. Birgitta                                            107
S. Brendanus                                                  118
Brent: S. Brandanus (Brendanus)                               118
Breunis: S. Bruno                                             122
Breure: Gesln.                                                119
Brigiet: S. Birgitta                                          107
Brigitte: S. Birgitta                                         107
Brita: S. Birgitta                                            107
Broders: Gesln.                                               119
Broederik: S. Brothenus                                       119
Broer: S. Brothenus                                           119
Broere: Gesln.                                                119
Broers: Gesln.                                                119
Brom: Gesln.                                                  124
Brommer: Gesln.                                               124
Bronger: S. Bruno                                             120
Brongers: Gesln.                                              120
Broor: S. Brothenus                                           119
Broos: S. Ambrosius                                           121
S. Brothenus                                                  119
Bruin: S. Bruno                                               122
Bruinis: S. Bruno                                             122
Bruisse: S. Bruno                                             123
Bruist: S. Bruno                                              123
Bruistijn: S. Bruno                                           123
Bruyn: Gesln.                                                 122
Bruystens: Gesln.                                             123
Brum: S. Bruno                                                124
Brummer: S. Bruno                                             124
Brunger: S. Bruno                                             120
Bruning: S. Bruno                                             122
Bruning: Gesln.                                               122
S. Bruno                                       120, 122, 123, 124
Brunolt: Gesln.                                               122
Bruntink: Gesln.                                              122
Brusten: S. Bruno                                             123
S. Bucolus                                                    126
Buck: Gesln.                                                  126
Buddo: S. Bodo                                                125
Buddingh: Gesln.                                              125
Buger: S. Bucolus                                             126
Bugge: Gesln.                                                 126
S. Burchardus                                            127, 128
Burchart: S. Burchardus                                       127
Burde: S. Burchardus                                          128
Bure: S. Burchardus                                           127
Burgerman: Gesln.                                             127
Burgers: Gesln.                                               127
Burgje: S. Walburgis, S. Nothburga                            129
Burke: S. Burchardus                                          127
Bus: S. Boso                                                  116
Buse: S. Boso                                                 116
Busing: Gesln.                                                116
Busje: S. Boso                                                116
Buys: S. Boso                                                 116
Buys: Gesln.                                                  116
Butter: S. Bodo                                               125
Buwe: S. Bobolinus                                            130
Buwke: S. Bobolinus                                           130



C

S. Cadeoldus                                        262, 773, 774
S. Caecilia                                                   131
S. Caideus                                               264, 427
S. Caidocus                                              264, 427
S. Camillus                                                   428
S. Carolus                                                    430
S. Caspar                                                     433
S. Cassericus                                            432, 717
S. Catharina                                             426, 434
Catriene                                                 blz. 22.
Cecieltjen: S. Caecilia                                       131
Ceriel: S. Cyrillus                                      135, 703
S. Chraudingus                                                658
S. Christiana                                                 454
Zal. Christianus                                         431, 453
S. Christina                                             454, 736
S. Christophorus                                              455
Cijffers: Gesln.                                              725
S. Cyrillus                                              132, 703
S. Clara                                                      439
S. Clodoaldus                                                 297
S. Coleta                                                     443
S. Colianus                                                   444
S. Colmannus                                                  445
S. Colmanus                                                   445
S. Columba                                                    168
S. Conradus                                        441 en blz. 17.
S. Constans                                                   446
S. Constantia                                                 447
S. Cornelia                                              435, 562
Cornelis                                                  blz. 22.
S. Cornelius                                        435, 449, 786
S. Crispinus                                                  452
S. Cunera                                                     457
S. Cunigundis                                                 442
S. Cuno                                                  441, 456



D

Daalmans: Gesln.                                              749
Daam: S. Tammarus, S. Damianus                                133
Daan: S. Danius                                               134
Daatjen: S. Dada                                              136
Daantjen: S. Tancha                                           135
S. Dada                                                       136
Dade: S. Dathus                                               137
S. Dado                                                       748
S. Dagaeus                                                    747
S. Dagarus                                                    754
S. Dagobertus                                                 747
S. Dalfinus                                                   749
Damiaan: S. Damianus                                          133
S. Damianus                                                   133
Damme: S. Tammarus, S. Damianus                               133
Dammes: S. Tammarus, S. Damianus                              133
Dammes: Gesln.                                                133
Damt: S. Tammarus, S. Damianus                                133
Danel: S. Danius                                              134
S. Danius                                                     134
Dankaart: S. Tanco                                            138
Dankert: S. Tanco                                             138
Date: S. Dathus                                               137
S. Dathus                                                137, 139
S. Davinus                                                    746
Debets: Gesln.                                                757
Dedde: S. Dathus                                              139
Dedjer: S. Dathus                                             139
Deeltsje: S. Odilia                                           140
Deen: S. Dentlinus                                            141
Deeris: S. Theodericus                                        142
S. Dega                                                       747
Degen: Gesln.                                                 152
Deitse: S. Dathus                                             139
Deke: S. Teocus                                               151
Dekens: Gesln.                                                151
Dekken: S. Teocus                                             151
Deliaantje:  S. Odilia                                        140
Dene: S. Dentlinus                                            141
S. Dentlinus                                                  141
Dere: S. Theodericus                                          142
Derk: S. Theodericus                                          146
Derre: S. Ternus                                              143
Detlef: S. Theodulfus                                         157
Dibberich: S. Thiadildis                                      144
Dibbels: Gesln.                                               757
Dibbet: S. Theobaldus                                         757
Dibbits: Gesln.                                               757
Didmer: S. Thetmarus                                          145
Diebrechjen: S. Thiadildis                                    144
Diede: S. Theodardus                                          147
Diederik: S. Theodericus                           146 en blz. 22.
Diedert: S. Theodardus                                        147
Diedsen: S. Disibodus                                         149
Dieduwe: S. Thiadildis                                        150
Diekes: Gesln.                                                151
Diekman: Gesln.                                               151
Dielis: S. Tilbertus                                          154
Dielke: S. Odilia                                             140
Diemer: S. Thetmarus                                          145
Diemers: Gesln.                                               145
Dientjen: S. Theonilla                             148 en blz. 25.
Dieters: Gesln.                                               147
Dieuwer: S. Thiadildis                                        150
Dieuwke: S. Thiadildis                                        150
Dievertjen: S. Thiadildis                                     150
Digge: S. Teocus                                              151
S. Digna                                                      153
Dignum (m.): S. Tigernacus                                    152
Dignum (vr.): S. Digna                                        153
S. Dympna                                                     155
Dike: S. Teocus                                               151
Dilke: S. Tilbertus                                           154
Dille: S. Tilbertus                                           154
Dimfne: S. Dympna                                             155
Dingeman: S. Tigernacus                                       152
Dingemans: Gesln.                                             152
Dingene: S. Digna                                             153
Dingenis: S. Tigernacus                                       152
Dinger: S. Tigernacus                                         152
Dingle: S. Tigernacus                                         152
Dinglum: S. Tigernacus                                        152
Dirk: S. Theodericus                               146 en blz. 20.
S. Disibodus                                                  149
Ditjen: S. Thiadildis                                         156
Ditlof: S. Theodulfus                                         157
Ditsje: S. Thiadildis                                         156
Djeurre: S. Theodericus                                       142
Djille: S. Tilbertus                                          154
Djoeke: S. Thiadildis                                         150
Dobbe: S. Dubricius                                           165
Dobbe: Gesln.                                                 165
S. Doda                                                       160
Dode: S. Dodo                                                 158
S. Dodo                                                       158
Zal. Dodo                                                     158
Doede: S. Dodo                                                158
Doedes: Gesln.                                                158
Doeke: S. Tugdualus                                           159
Doekele: S. Tugdualus                                         159
Doemen: Gesln.                                                161
Doen: S. Donatianus                                           163
Doetjen: S. Doda                                              160
Doewe: S. Dubricius                                           165
Doke: S. Dodo                                                 158
Doke: S. Tugdualus                                            159
Dolf: S. Adolfus                                               23
Doman: S. Domnolenus                                          161
S. Dominicus                                                  547
Domis: S. Domitianus                                          162
Domis: Gesln.                                                 162
S. Domitianus                                                 162
S. Domnolenus                                            161, 765
S. Domnolus                                                   765
Domus: S. Domitianus                                          162
S. Donatianus                                                 163
Donke: S. Donatianus                                          163
Donne: S. Donatianus                                          163
Dons: Gesln.                                                  163
Dood: Gesln.                                                  158
Door: S. Theodorus                                            758
Doorke: S. Dorothea, S. Theodora                              164
Doortjen: S. Dorothea, S. Theodora                            164
Dorentsje; S. Dorothea, S. Theodora                           164
S. Dorothea.                                                  164
Dotte: S. Dodo                                                158
Doude: Gesln.                                                 165
Douke: S. Dodo                                                158
Douwe: S. Dubricius                                           165
Douwes: Gesln.                                                165
Douwske: S. Columba                                           168
Dreefs: S. Treverius                                          166
Dreevsen: Gesln.                                              166
Dreuw: S. Treverius                                           166
Dreves: S. Treverius                                          166
Drewes: S. Treverius                                          166
Dries: S. Andreas                                              47
Drieuwe: S. Treverius                                         166
S. Drogo                                                      167
Droon: S. Drogo                                               167
Dubbeld: Gesln.                                               757
Dubbelt: S. Theobaldus                                        757
S. Dubricius.                                                 165
Duifjen: S. Columba                                           168
Duterd: S. Theodardus                                         147
Duttsje: S. Doda                                              160
Duurd: S. Theodardus                                          147
Duurs: Gesln.                                                 147
Duuwke: S. Columba                                            168



E

Eabeltsje: S. Ebba                                            169
S. Eadburga                                                   170
Eade: S. Etto, S. Eduardus                                    172
S. Eadgitha                                                   218
S. Eadmundus                                             175, 176
Eadske: S. Eadburga                                           170
Eage: S. Agericus                                              25
Eame: S. Emila (m.)                                           200
Easse: S. Asaphus                                             217
Eatske: Editha                                                218
S. Ebba                                                  169, 209
Ebbert: S. Egbertus                                           183
Ebbing: S. Ebbo, S. Eppo                                      171
S. Ebbo                                                       171
Ebe: S. Ebbo, S. Eppo                                         171
Ebeling: Gesln.                                               171
Ebels: Gesln.                                                 171
Ebo: S. Ebbo, S. Eppo                                         171
S. Ebregisus                                                  220
Eddo: S. Etto, S. Eduardus                                    172
Ede: S. Etto, S. Eduardus                                     172
Edel: S. Adalbertus                                           173
Edel: Gesln.                                                  173
Edelhard: S. Adelardus                                         19
Edeling: S. Adalbertus                                        173
Eden: Gesln.                                                  172
Edgar: S. Edgarus                                             174
S. Edgarus                                                    174
Edger: S. Edgarus                                             174
S. Editha                                                     218
Edmond: S. Eadmundus                                          175
Edmund: S. Eadmundus                                          175
Edou: S. Eadburga                                             170
Edsart: S. Edmundus, S. Eduardus                              176
Edse: S. Edmundus, S. Eduardus                                176
Edsen: Gesln.                                                 172
Edser: S. Edmundus, S. Eduardus                               176
Edsger: S. Edmundus, S. Eduardus                              176
S. Eduardus                                    172, 176, 177, 833
Eduwaart: S. Eduardus                                         177
Edwart: S. Eduardus                                           177
Eefjen: S. Ava                                                 68
Eefke: S. Ava                                                  68
Eegje: S. Agia                                                  1
Zal. Eelco                                                    178
Eelke: S. Agilolfus, Zal. Eelco                               178
Eelkje: S. Agilberta                                          179
Eeltjen: S. Aleydis                                            22
Eeltjes: Gesln.                                               198
Eeltsje: S. Hiltrudis                                         343
Eemken: S. Ama                                                  9
Een: S. Anno                                                   10
Eenke: E. Enna                                                205
Eenskje: S. Anna                                               11
Eerd: S. Hartwicus                                            180
Eerde: S. Hartwicus                                           180
Eerke (m.): S. Eric, S. Erkembodo                             212
Eerke (vr.): S. Erendrudis                                    181
Eertje: S. Erendrudis                                         181
Eesge: S. Eskillus                                            182
Eesger: S. Eskillus                                           182
Eeuwe: S. Eobanus, S. Evingus                                 223
Eeuwens: Gesln.                                               223
Eg: Gesln.                                                    183
Egbert: S. Egbertus                                           183
S. Egbertus                                              183, 185
Ege: S. Agericus                                               25
Ege: S. Egbertus                                              183
Egele: S. Agilolfus                                           184
Egger: S. Egbertus                                            183
Eggerik: S. Egbertus                                          183
Eggert: S. Egbertus                                           183
Egges: Gesln.                                                 183
Eggink: Gesl.                                                 183
Eggo: S. Egbertus                                             183
S. Egidius                                                    294
Egle: S. Agilolfus, Zal. Eelco                                178
Egmond: S. Egbertus                                           185
S. Egwinus                                               186, 188
Eibert: S. Egbertus                                           183
Eibert: S. Evrardus, S. Evermarus,  S. Ebregisus              220
Eie: S. Egwinus                                               186
Eilders: Gesln.                                               193
Eile: S. Agilolfus, Zal. Eelco                                178
Eilers: Gesln.                                                193
Eilof: S. Agilolfus                                           187
Eylaart: S. Aglibertus                                        193
Eime: S. Emmerammus                                           203
Eiold: S. Egwinus                                             188
Eipjen: S. Ebba                                               209
Eiske: S. Asaphus                                             217
Eiso: Zal. Eiso                                               189
Zal. Eiso                                                     189
Eke: (m.) S. Acca                                             190
Eke: (vr.) Agia                                                 1
Ekke: S. Acca                                                 190
Eland: S. Adalbertus                                           31
Elbert: S. Aglibertus                                         191
Elbregje: S. Ethelburga                                       192
Elbrig: S. Ethelburga                                         192
Eldering: Gesln.                                              193
Elders: Gesln.                                                193
Eldert: S. Adelardus                                           19
Eldert: S. Aglibertus                                         193
Ele: S. Agilolfus, Zal. Eelco                                 178
Elen: S. Hiltrudis                                            343
S. Eleonora                                                   573
Elger: S. Agilolfus                                           194
Elgering: Gesln.                                              194
S. Eligius                                                    196
Eling: Gesln.                                                 195
Elirt: S. Aglibertus                                          193
S. Elisabeth                                        106, 197, 481
Elke: S. Hiltrudis                                            343
Ellart: S. Adelardus                                           19
Ellart: S. Aglibertus                                         193
Elle: S. Agilus                                               195
Elo: S. Agilus                                                195
Eloy: S. Eligius                                              196
Else: S. Agilus                                               195
Elsen: Gesln.                                                 195
Elsjen: S. Elisabeth                                          197
Elsken: S. Elisabeth                                          197
Elte: S. Alto                                                 198
Ember: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                     199
Embert: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                    199
Embrecht: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                  199
Eme: S. Emmerammus                                            203
S. Emebertus                                                  199
Emele: S. Emila (m.)                                          200
Emerens: S. Ermelendis, S. Ermenilda                          215
S. Emericus                                                   199
Emiel: S. Emilius                                             201
S. Emila                                                      200
S. Emilius                                                    201
Emke (m.): S. Emila (m.)                                      200
S. Emma                                                       204
Emmanuel: Zal. Emmanuel                                       202
Zal. Emmanuel                                                 202
Emme (m.): S. Emmerammus                                      203
Emme (vr.): S. Emma                                           204
Emmen: S. Eadmundus                                           175
Emmer: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                     199
Emmer: Gesln.                                                 199
S. Emmerammus                                            203, 392
Emmerik: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                   199
Emmery: Gesln.                                                199
Emond: S. Eadmundus                                           175
Emond: S. Egbertus                                            185
S. Endeus                                                     205
Ene: S. Anno                                                   10
Ene: (m.) S. Enna                                             205
Engbert: S. Engelbertus                                       206
Engel: S. Engelmundus, S. Engelbertus                         207
S. Engelbertus                                           206, 207
Engele: S. Engelmundus, S. Engelbertus                        207
Engelientjen: S. Angela                                       208
S. Engelmundus                                                207
Engeltjen: S. Angela                                          208
S. Enna                                                       205
Ente: S. Enna                                                 205
S. Eobanus                                               219, 223
Eppink: Gesln.                                                171
Epje: S. Ebba                                                 209
Epke: S. Ebbo, S. Eppo                                        171
Eppens: Gesln.                                                171
S. Eppo                                                       171
Erard: S. Herardus                                            210
Ercks: Gesln.                                                 212
Ere: S. Erembertus                                            211
S. Erembertus                                                 211
Erenbrecht: S. Erembertus                                     211
S. Erendrudis                                                 181
S. Eric                                                       212
Erik: S. Eric, S. Erkembodo                                   212
S. Erkembodo                                                  212
Erken: S. Erendrudis                                          181
Erland: S. Harlindis                                          213
Erm: S. Erminus                                               214
Erman: Gesln.                                                 353
S. Ermelendis                                                 215
S. Ermenilda                                                  215
Ermgard: S. Ermelendis, S. Ermenilda                          215
Ermiene: S. Ermelendis, S. Ermenilda                          215
S. Erminus                                                    214
Ermpjen: S. Ermelendis, S. Ermenilda                          215
Ermt: S. Erminus                                              214
Ernest: S. Ernestus                                           216
S. Ernestus                                                   216
Ernst: S. Ernestus                                 216 en blz. 22.
Errit: S. Herardus                                            210
Escherich: Gesln.                                             182
Eske: S. Asaphus                                              217
Eskes: Gesln.                                            182, 217
S. Eskillus                                                   182
Esse: S. Asaphus                                              217
Essink: Gesln.                                                217
S. Ethelburga                                                 192
Etse: S. Etto, S. Eduardus                                    172
Etsje: S. Editha                                              218
Ette: S. Etto, S. Eduardus                                    172
Eube: S. Eubertus, S. Eobanus                                 219
S. Eubertus                                                   219
S. Euphemia                                                   231
Euse: S. Eubertus, S. Eobanus                                 219
Everbert: S. Evrardus, S. Evermarus, S. Ebregisus             220
Everen: S. Evrardus, S. Evermarus, S. Ebregisus               220
S. Everildis                                                  221
S. Evermarus                                                  220
Evert                                              220 en blz. 22.
Evertsje: S. Everildis                                        221
Everwijn: S. Evrardus, S. Evermarus, S. Ebregisus             220
S. Evingus                                                    223
S. Evrardus                                                   220
Ewald: S. Ewaldus                                             222
S. Ewaldus                                                    222
Ewart: S. Evrardus                                            220
Ewe: S. Eobanus, S. Evingus                                   223
Ewet: S. Ewaldus                                              222
Ewold: S. Ewaldus                                             222
Ewout: S. Ewaldus                                             222



F

Faas: S. Facius                                               224
Faas: S. Bonifatius                                           114
Faas: Gesln.                                                  224
S. Facius                                                     224
S. Fagnanus                                              231, 232
S. Falco                                                 225, 806
Falk: S. Falco                                                225
Falke: S. Falco                                               225
Farailde: S. Pharaildis                                       226
Fare: S. Faro                                                 227
S. Faro                                                       227
Fasen: Gesln.                                                 224
Fastert: Zal. Fastredus                                       228
Zal. Fastredus                                                228
Fechter: Gesln.                                               807
Feemeken: S. Euphemia                                         231
Feie: S. Fiecus                                               229
Feie: Gesln.                                                  229
Feite: S. Fidolus                                             235
Feken: S. Fiecus                                              229
Fekke: S. Fiecus                                              229
Fekken: Gesln.                                                229
Felten: S. Philibertus                                        230
Feltens: Gesln.                                               230
Femke: S. Euphemia                                            231
Femme: S. Fagnanus                                            231
Femmetjen: S. Euphemia                                        231
Fenne: S. Fagnanus                                            232
Fennert: S. Fagnanus                                          232
Ferd: S. Ferdinandus                                          233
Ferdinand: S. Ferdinandus                          233 en blz. 22.
S. Ferdinandus                                                233
Fere: S. Ferreolus                                            234
Ferens: Gesln.                                                234
Ferk: S. Ferreolus                                            234
Fernand: S. Ferdinandus                            233 en blz. 22.
S. Ferreolus                                                  234
Fetse: S. Fidolus                                             235
Fidde: S. Fidolus                                             235
S. Fidolus                                                    235
Fie: S. Fidis, S. Sophia                                      236
S. Fiecus                                                     229
Fietjen: S. Fidis, S. Sophia                                  236
Fijtjen: S. Fidis, S. Sophia                                  236
Fijken: S. Fidis, S. Sophia                                   236
Fik: S. Fiecus, S. Victor                                     229
Fik: Gesln.                                                   229
S. Filibertus                                                 237
Filip: S. Filibertus. S. Philippus                            237
Filips: S. Filibertus, S. Philippus                237 en blz. 22.
Fimme: S. Fagnanus                                            231
S. Finanus                                                    238
Finke: S. Finanus                                             238
Finne: S. Fagnanus                                            232
S. Firmina                                                    546
Fit: Gesln.                                                   235
S. Fledericus                                                 239
Flere: S. Fledericus                                          239
Flerik: S. Fledericus                                         239
Floor: S. Floribertus                                         240
Floor: Gesln.                                                 240
Florens: S. Florentius (Florentinus)                          240
S. Florentinus                                                240
S. Florentius                                                 240
S. Floribertus                                                240
S. Florina                                                    241
Floris: S. Floribertus                                        240
Fobbe: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                            875
Fobbe: Gesln.                                                 875
Foekens: Gesln.                                               243
Foekje:                                                       244
Florisken: S. Florina                                         241
Fokeltsje:                                                    244
Fokke: S. Volkerus                                            243
Fokking: Gesln.                                               243
Fol: Gesln.                                                   243
Folbert: Zal. Fulbertus                                       242
Folbrecht: Zal. Fulbertus                                     242
S. Folcuinus                                                  245
Folken: S. Folcuinus                                          245
Folker: S. Volkerus                                243 en blz. 17.
Folkert: S. Volkerus                               243 en blz. 17.
Folkje                                                        244
Folkou                                                        244
Folkwien: S. Folcuinus                                        245
Folmer: S. Vulmarus                                           246
Folpert: Zal. Fulbertus                                       242
Fonger                                                        247
Foort: S. Fortis                                              248
Fop: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                              875
Foppe: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                            875
Foppe: Gesln.                                                 875
Former: S. Fromundus                                          249
Formert: S. Fromundus                                         249
S. Fortis                                                     248
S. Francisca                                                  251
S. Franciscus                                                 250
Frank: S. Franciscus                               250 en blz. 22.
Frans: S. Franciscus                           250 en blz. 20, 22.
Fransjen: S. Francia, S. Francisca                            251
Frede: S. Fridolinus, S. Fredegandus                          252
S. Fredegandus                                                252
S. Fredericus                                            253, 254
Frederik: S. Fredericus                            253 en blz. 22.
Free: S. Fridolinus, S. Fredegandus                           252
Freek: S. Fregorius, Zal. Freico, S. Fredericus               254
Freekjen: S. Fridiswida                                       255
Freer: S. Fredericus                                          253
Freerk: S. Fredericus                                         253
Freerkje: S. Fridiswida                                       255
Zal. Freico                                                   254
Frer: S. Fredericus                                           253
Frerken: Gesln.                                               253
Fres: S. Frisius                                              256
S. Fridiswida                                                 255
S. Fridolinus                                                 252
Fridolijn: S. Fridolinus                                      251
Fridse: S. Fridolinus                                         252
Frie: S. Fridolinus, S. Fredegandus                           252
Friede: S. Fridolinus                                         252
Friens: S. Frisius                                            256
Friens: S. Amicus                                             812
Friese: S. Frisius                                            256
Friesger: S. Frisius                                          256
S. Frisius                                                    256
Friso: S. Frisius                                             256
Frits: S. Fridolinus                               252 en blz. 22.
Fritsen: Gesln.                                               252
Frode: S. Prudentia                                           257
Froene: S. Verona                                             259
S. Fromundus                                                  249
Frone (m.): S. Veronus                                        258
Frone (vr.): S. Verona                                        259
Fronica                                                       259
Fronica: Veronica                                             259
Zal. Fulbertus                                           242, 875
Fulp: Zal. Fulbertus                                          242



G

Gaaf: S. Gaufridus                                            260
Gaard: S. Gradulfus                                           263
Gaart: S. Gerardus                                            282
Gabbe: S. Gabinus                                             261
Gabe: S. Gabinus                                              261
S. Gabinus                                               261, 772
Gade: S. Cadeoldus                                            262
Gadert: S. Gradulfus                                          263
Gaike: S. Caideus                                             264
Gaitse: S. Caideus                                            264
Gale: S. Gallanus                                             265
Galein: S. Gislenus                                           276
Gales: Gesln.                                                 265
Galijn: Gesln.                                                276
Galke: S. Gallanus                                            265
S. Gallanus                                              265, 775
S. Gamaris                                                    776
S. Gamelbertus                                                401
S. Gandinus                                                   429
Gangelof: S. Gangulfus                                        266
Gangolf: S. Gangulfus                               266 en blz. 8.
Gangslofs: Gesln.                                             266
Gangulf: S. Gangulfus                               266 en blz. 8.
S. Gangulfus                                                  266
S. Garibaldus                                                 404
Garjeanne: Gesln. (?)                                         267
Gartjan                                                       267
S. Gaudola                                                    310
S. Gaufridus                                                  260
S. Gaugericus                                            268, 787
S. Gausbertus                                                 433
Gauwe: S. Gaugericus                                          268
Gauwkje: S. Gavina                                            269
S. Gauzlinus                                                  309
S. Gavina                                                     269
S. Gebedrudis                                       271, 410, 782
S. Gebehardus                                       270, 409, 778
Gebhard: Gesln.                                               270
Gebke (m.): S. Gebhardus                                      270
Gebke (vr.): S. Gebedrudis                                    271
Geen: S. Genebaudus                                           272
Geenen: Gesln.                                                272
Geerdink: Gesln.                                              282
Geerink: Gesln.                                               282
Geerken: S. Gertrudis                                         273
Geerlof: S. Gerulfus                                          288
Geert: S. Gerardus                                            282
Geerte: S. Gertrudis                               273 en blz. 22.
Geertjen: S. Gertrudis                                        273
Geertrui: S. Gertrudis                                        273
Geertruide: S. Gertrudis                           273 en blz. 22.
Geesjen: S. Ghiselindis, S. Gisleidis                         274
Geesken: S. Ghiselindis, S. Gisleidis                         274
Geeuwke: S. Gaugericus                                        268
Geil: S. Gilbertus                                            278
Geisken: S. Ghiselindis, S. Gisleidis                         274
Geld: S. Gildardus                                            275
Getse: S. Gezzelinus
Gelder: S. Gildardus                                          275
Geldert: S. Gildardus                                         275
Gelein: S. Gislenus                                           276
Gelein: Gesln.                                                276
Gelf: S. Gilbertus                                            277
Gelke: S. Gallanus                                            265
Gelke: S. Gilbertus                                           278
Gelle: S. Gilbertus                                           278
Gelmer: S. Gislemerius                                        279
Gelske: S. Ghiselindis, S. Gisleidis                          274
Gemke  (m.) S. Gemmulus                                       281
Gemke (vr.) S. Gemma                                          280
S. Gemma                                                      280
Gemme: S. Gemmulus                                            281
S. Gemmulus                                         281, 407, 781
S. Genebaudus                                                 272
S. Genovefa                                              408, 437
Gepke (m.) S. Gebhardus                                       270
Gepke: S. Gebedrudis                                          270
Gerard: S. Gerardus                                           282
S. Gerardus                                              282, 779
Gerben: S. Gerebernus                                         283
Gerbert: S. Gerebernus, Zal. Gerbrandus                       283
Gerbrand: Z. Gerbrandus                                       283
Zal. Gerbrandus                                               283
Gerbren: S. Gerebernus                                        283
Gerbrig: S. Gertrudis                                         284
Gere: S. Gerardus                                             282
S. Gerebernus                                                 283
Gerekink: Gesln.                                              285
S. Gericus                                               285, 783
S. Gerinus                                                    451
Gerke: S. Guericus (Gericus)                                  285
Gerlach: S. Gerlacus                                          286
S. Gerlacus                                              286, 313
Gerlantsje: S. Gertrudis                                      287
Gerlif: S. Gerulfus                                           288
Gerlof: S. Gerulfus                                           288
Germ: S. Germerius, S. Germanus                               289
German: S. Germerius, S. Germerius                            289
S. Germanus                                                   289
Germen: S. Germanus, S. Germerius                             289
S. Germerius                                                  289
S. Geroldus                                                   290
Gerolt: S. Geroldus                                           290
Gerrelts: Gesln.                                              290
Gerrik: S. Guericus (Gericus)                                 285
Gerrit: S. Gerardus                                           282
S. Gertrudis                              273, 284, 287, 770, 780
S. Gerulfus                                                   288
S. Gervasius                                                  411
S. Gervinus                                                   411
Gerwert: S. Gerebernus, Zal. Gerbrandus                       283
Getse: S. Gezzelinus (Gitzilinus)                             291
Geurik: S. Guericus (Gericus)                                 285
Geurt: S. Godehardus                                          300
Geurtjen: S. Godeberta                                        292
S. Gezzelinus                                            291, 788
Giele: S. Gilbertus                                           293
Gijs: S. Gislebertus (Gilbertus)                   295 en blz. 10.
Gijsbert: S. Gislebertus (Gilbertus)           295 en blz. 10, 22.
Gijsjen: S. Ghiselindis, S. Gisleidis                         274
Gilbert: S. Gilbertus                              293 en blz. 10.
S. Gilbertus              277, 278, 293, 294, 295, 406 en blz. 10.
Gilbrand: S. Gilbertus                                        293
S. Gildardus                                             275, 296
S. Gilduinus                                                  296
Gilein: S. Gislenus                                           276
Giljam: S. Guilielmus                                         864
Gilles: S. Gilbertus, S. Egidius                              294
Gillibaert: Gesln.                                            293
Gillis: S. Gilbertus, S. Egidius                              294
Giltjes: Gesln.                                               296
S. Gindeus                                                    459
Gisbert: S. Gislebertus (Gilbertus)                295 en blz. 10.
Gise: S. Gislebertus (Gilbertus)                   295 en blz. 10.
S. Giselindis                                            274, 414
S. Gislebertus                                     295 en blz. 10.
S. Gisleidis                                                  274
S. Gislemerius                                                279
S. Gislenus                                                   276
S. Gitzelinus (Gezzelinus)                          291, 413, 788
Gjalt: S. Gilduinus, S. Gildardus                             296
Gjelt: S. Gilduinus, S. Gildardus                             296
Gjolt: S. Gilduinus, S. Gildardus                             296
Glaudi: S. Clodoaldus                                         297
Glijn: S. Gislenus                                            276
S. Glodesindis                                                711
Gloudi: S. Clodoaldus                                         297
S. Gobanus                                                    298
Gobel: S. Gobanus                                             298
Gobert: S. Gobertus                                           299
S. Gobertus                                         299, 415, 440
Godard: S. Godehardus                                         300
S. Godeberta                                                  292
S. Godefridus                                                 304
S. Godehardus                                            300, 302
S. Godeleva                                                   301
Godelieve: S. Godeleva                                        301
S. Godescalcus                                                688
Godeward: S. Godehardus                                       302
Godewijn: S. Godwinus                                         303
Godfried: S. Godefridus                            304 en blz. 22.
S. Godo                                                       312
S. Godscalcus                                                 305
Godschalk: S. Godscalcus                                      305
S. Godwinus                                                   303
Goebel: S. Gobanus                                            298
Goedel: S. Gudila (Gudula)                                    306
Goedele: S. Gudila (Gudula)                                   306
Goele: S. Gudila (Gudula)                                     306
Goerd: S. Godehardus                                          300
Goetse: S. Gudwalus                                           307
Goffert: S. Godefridus                                        304
Goffe: S. Godefridus                                          304
Gokke: S. Gaugericus                                          268
Gommer: S. Gummarus                                           308
Gomme: S. Gummarus                                            308
Gompertz: Gesln.                                              308
Gomprecht: S. Gummarus                                        308
Gonde: S. Aldegundis                                           40
S. Gondulfus                                                  316
Gonne: S. Gondulfus                                           316
Goof: S. Godefridus                                           304
Gooye: S. Gauzlinus                                           309
Gooike: S. Gauzlinus                                          309
Gooitse: S. Gauzlinus                                         309
Gooitske: S. Gaudola                                          310
Goolken: S. Godeleva                                          301
Gooltjen: S. Gudila (Gudula)                                  306
Goris: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                   421
Gorrit: S. Gerardus                                           282
Goseling: Gesln.                                              311
Gosen: S. Gosselinus                                          311
Gosens: Gesln.                                                448
Goslik: S. Gosselinus                                         311
Gosling: S. Gosselinus                                        311
Gosse: S. Gosselinus                                          311
S. Gosselinus                                                 311
S. Goswinus                                              311, 448
Gotte: S. Godo                                                312
Goudjen: S. Gudila (Gudula)                                   306
Goukes: Gesln.                                                268
Gouw: S. Godehardus                                           302
Gouwe: S. Gaugericus                                          268
Gouwert: S. Godehardus                                        302
Govert: S. Godefridus                              304 en blz. 22.
Gozewijn: S. Goswinus                                         311
Graald: S. Gerlacus                                           313
Graats: S. Gerardus                                           282
S. Gradulfus                                             263, 771
Grate: S. Gradulfus                                           263
Greault: S. Geroldus                                          290
Greeld: S. Gerlacus                                           313
Gretske: S. Margarita                                         523
Greuld: S. Gerlacus                                           313
Greult: S. Geroldus                                           290
Gribbert: S. Grimoaldus                                       314
Grietjen: S. Margarita                                        523
Grim: Gesln.                                                  314
Grimbert: S. Grimoaldus                                       314
Grimme: S. Grimoaldus                                         314
Grimmert: S. Grimoaldus                                       314
S. Grimoaldus                                                 314
S. Gudila                                                     306
S. Gudula                                                     306
S. Gudwalus                                                   307
S. Guericus                                         285, 848, 855
S. Guibertus                                                  856
S. Guido                                                      873
Guyleken: S. Gudila (Gudula)                                  306
S. Guilielmus                                                 864
S. Guisbertus                                                 871
Gumbert: S. Gumbertus                                         315
S. Gumbertus                                                  315
S. Gummarus                                              308, 789
Gumpert: S. Gumbertus                                         315
S. Gundeharus                                                 317
Gunne: S. Gondulfus                                           316
Gunning: Gesln.                                               316
Gunst: Gesln.                                                 316
Gunter: S. Guntherus, S. Gundeharus                           317
S. Guntherus                                                  317
Gust: S. Augustinus                                           318
Gustaaf: S. Augustinus                                        318
S. Guthagonus                                                 319
Gutke: S. Guthagonus                                          319
Gutte: S. Guthagonus                                          319
Gutteling: Gesln.                                             319
Guurt: S. Godehardus                                          300
Guurtjen: S. Godeberta                                        292



H

Haan: S. Anno                                                 320
Haanraads: Gesln.                                             320
Haans: S. Anno                                                320
Haans: Gesln.                                                 320
Haantjes: Gesln.                                              320
Haarke: S. Herardus                                           210
Haarm: Zal. Hermannus                                         353
Haas: S. Joannes                                              321
Haasjen: Zal. Haseka                                          322
Haasken: Zal. Haseka                                          322
Habertz: Gesln.                                               338
Habets: Gesln.                                                338
S. Hadelinus                                                  335
S. Hadeloga                                                   358
Hadewig: S. Hedwigis                                          323
Hadewy: S. Hedwigis                                           323
Hadewijn: S. Hadoindus                                        324
Haetsje: S. Hedwigis                                          323
Hagen: S. Hagnas                                              325
S. Hagnas                                                     325
Haije: S. Haketus                                             326
Haytse: S. Hathewulfus                                        327
Haytso: S. Hathewulfus                                        327
Haike: S. Haketus                                             326
Haites: Gesln.                                                327
Hake: S. Haketus                                              328
Hakke: S. Haketus                                             328
Hakke: Gesln.                                                 328
Hakkeling: Gesln.                                             328
Haket: Gesln.                                                 326
S. Haketus                                               326, 328
Halbe: S. Halilulfus                                          329
Halewijn: Gesln.                                                3
S. Halilulfus                                            329, 330
Halle: S. Halilulfus                                          330
Ham: Gesln.                                                   331
Hamer: Gesln.                                                 331
Hamke: S. Hamundus                                            331
Hammer: Gesln.                                                331
Hammo: S. Hamundus                                            331
S. Hamundus                                                   331
Han: S. Anno, S. Joannes                                      332
Han: Gesln.                                                   332
Hanke: S. Anno                                                332
Hanne (m.): S. Anno                                           332
Hanne (vr.): S. Joanna                                        333
Hannes: S. Joannes                                            321
Hans: S. Anno, S. Joannes                                     332
Hanse: S. Anno                                                332
Hansen: Gesln.                                                332
Hansjen: S. Joanna                                            333
Hansken: S. Joanna                                            333
Hantje: S. Anno                                               332
Hare: S. Herardus                                             210
Haring: S. Heribertus                                         340
Haring: Gesln.                                                340
S. Harlindis                                                  213
Harmen: Zal. Hermannus                                        353
Harpert: S. Heribertus                                        351
Hartger: S. Hartwicus                                         334
Hartman: S. Hartwicus                                         334
Hartman: Gesln.                                          180, 334
Hartog: S. Hartwicus                                          334
Hartogh: Gesln.                                               334
Hartsen: S. Hartwicus                                         334
S. Hartwicus                                         13, 180, 334
Hase: Gesln.                                                  321
Zal. Haseka                                                   322
Hate: S. Hathebrandus, S. Hathewulfus, S. Hadelinus           335
S. Hathebrandus                                               335
S. Hathewulfus                                       23, 327, 335
Hatte: S. Hathebrandus, S. Hathewulfus, S. Hadelinus          335
Hathem: S. Hathebrandus, S. Hathewulfus, S. Hadelinus         335
Hauke: S. Hucbertus                                           336
Haukje: S. Hugolina                                           337
Hauwert: S. Hucbertus                                         337
Havekes: Gesln.                                               336
Havik: S. Hucbertus                                           336
Hazeman: Gesln.                                               321
Heabele: S. Hebertus                                          338
Heare: S. Heribertus                                          340
Hebbe: S. Hebertus                                            338
Hebe: S. Hebertus                                             338
S. Hebertus                                                   338
S. Hedda                                            339, 345, 359
Hedde: S. Hedda                                               359
Hederik: Gesln.                                               339
S. Hedwigis                                         323, 362, 370
Heeres: Gesln.                                                340
Heerke: S. Heribertus                                         340
Heerkens: Gesln.                                              212
Heerkes: Gesln.                                               340
Heert: S. Heribertus                                          340
Heertjen: S. Herlindis                                        341
Heije: S. Haketus                                             326
Heije: Gesln.                                                 326
Heyligers: Gesln.                                             342
Heilger: S. Helanus                                           342
Heilke: S. Helanus                                            342
Heiltjen: S. Hiltrudis                                        343
Heilwig: S. Hiltrudis                                         343
Heilzoete: S. Hiltrudis                                       343
Heime: S. Heimeradus                                          344
Heimen: S. Heimeradus                                         344
S. Heimeradus                                                 344
Heimerik: S. Emebertus, S. Emericus, S. Amor                  199
Heimes: Gesln.                                                344
Hein: S. Henricus                                             350
S. Heyna                                                      349
Heynis: Gesln.                                                350
Heintjen: S. Heyna                                            349
Heite: S. Hedda                                               345
Heiting: Gesln.                                               345
Heito: S. Hedda                                               345
S. Helanus                                               342, 357
Helbe: S. Halilulfus                                          329
S. Helbianus                                                  347
S. Heldemarus                                                 346
Heldolf: S. Helanus                                           342
S. Helena                                                     469
Hellegers: Gesln.                                             342
Helm: S. Wilhelmus                                            864
Helmer: S. Heldemarus                                         346
Helmering: Gesln.                                             347
Helmers: Gesln.                                               347
Helmich: S. Heldemarus                                        347
Helming: Gesln.                                               347
Helper: S. Helbianus                                          348
Helper: Gesln.                                                348
Hemke (m.): S. Hamundus                                       331
Hemke (vr.): S. Hemme                                         349
Hemkes: Gesln.                                                344
Hemkje: S. Hemma                                              349
S. Hemma                                                      349
Hemme: S. Himelinus                                           369
Hendrik:  S. Henricus                              350 en blz. 22.
Hendrikjen: S. Heyna                                          349
Henke: S. Henricus                                            350
Henkes: Gesln.                                                350
Henne: S. Henricus                                            350
S. Henricus                                                   350
Hens: Gesln.                                                  350
Hense: S. Henricus                                            350
Hensen: Gesln.                                                350
Hente: S. Henricus                                            350
S. Herardus                                                   210
Herbern: S. Heribertus                                        351
Herbers: Gesln.                                               351
Herbert: S. Heribertus                                        351
Herbrand: S. Heribertus                                       351
Herckenrath: Gesln.                                           212
Hereman: Zal. Hermannus                                       353
Zal. Hereswit                                                 355
S. Heribertus                                            340, 351
Hering: S. Heribertus                                         340
Hering: Gesln.                                                340
S. Herinus                                                    354
Herke: S. Eric, S. Erkembodo                                  212
Herke: S. Herulfus                                            352
S. Herlindis                                              14, 341
Herm: Zal. Hermannus                                          353
Herman: Zal. Hermannus                             353 en blz. 22.
Zal. Hermannus                                                353
Hermiene: S. Ermelendis, S. Ermenilda                         215
Herne: S. Herinus                                             354
Herrent: S. Herinus                                           354
Hertig: S. Hartwicus                                          334
Hertsen: S. Hartwicus                                         334
Hertsje: Zal. Hereswit                                        355
S. Herulfus                                                   352
S. Herwaldus                                                  356
Herwig: S. Herwaldus                                          356
Hesemans: Gesln.                                              321
Hesling: S. Helanus                                           357
Hesse: S. Helanus                                             357
Hessel: S. Helanus                                            357
Hesseling: Gesln.                                             357
Hessels: Gesln.                                               357
Hetse: S. Hedda                                               359
Hetsje: S. Hadeloga                                           358
Hetske: S. Hadeloga                                           358
Hette: S. Hedda                                               359
Heus: S. Uzanus                                               360
Heus: Gesln.                                                  360
Heussen: S. Uzanus                                            360
Hibbert: S. Hildebertus                                       364
Hidde: S. Hidulfus                                            361
Hidke: S. Hedwigis                                            362
Hidtsje: S. Hedwigis                                          362
S. Hidulfus                                                   361
Hielkje: S. Hiltrudis                                         343
Hiere: S. Iero                                                363
Hijltjen: S. Hildegardis, S. Hiltrudis                        368
Hikke: S. Hildegardis, S. Hiltrudis                           368
Hilbert: S. Hildebertus                                       364
S. Hildebertus                                           364, 391
Hildebrand: S. Hildebrandus                                   366
S. Hildebrandus                                               366
S. Hildegardis                                                368
S. Hildegundis                                                367
S. Hildegrimus                                                365
Hildert: S. Hilduardus, S. Hildegrimus                        365
S. Hilduardus                                                 365
Hilkje: S. Hildegundis                                        367
Hilkje: S. Hildegardis, S. Hiltrudis                          368
Hille (m.): S. Hildebertus                                    364
Hille (vr.): S. Hildegundis                                   367
Hillebrand: S. Hildebrandus                                   366
Hillegeer: Gesln.                                             342
Hillegers: Gesln.                                             342
Hillegonde: S. Hildegundis                                    367
Hillen: Gesln.                                                364
Hilletjen: S. Hildegundis                                     367
Hilletjen: S. Hildegardis, S. Hiltrudis                       368
Hilme: S. Himelinus                                           369
S. Hiltrudis                                             343, 368
S. Himelinus                                                  369
Himen: S. Hemma                                               348
Hinke: S. Henricus                                            350
S. Hippolytus                                                 614
Hiskje: S. Hedwigis                                           370
Hitte: S. Hidulfus                                            361
Hobbe: S. Hucbertus, S. Hubertus                              371
Hoek: Gesln.                                                  372
Hoeke: S. Hugo                                                372
Hoite: S. Hotgerus                                            377
Hokke: S. Hugo                                                372
Holke: S. Hugolinus                                           373
Holle: S. Hugolinus                                           373
Holst: S. Hugolinus                                           373
Homme: S. Homobonus                                           374
Hommes: Gesln.                                                374
S. Homobonus                                                  374
Hoosemans: Gesln.                                             377
Hopke: S. Hucbertus, S. Hubertus                              371
Hoppe: S. Hucbertus, S. Hubertus                              371
Hoppe: Gesln.                                                 371
Hopper: S. Hucbertus, S. Hubertus                             371
Hoppers: Gesln.                                               371
S. Hor                                                        375
S. Hordeonius                                                 376
Horne: S. Hor                                                 375
Hortse: S. Hordeonius                                         376
Hosman: Gesln.                                                377
S. Hotgerus                                                   377
Hotse: S. Hotgerus                                            377
Hotte: S. Hotgerus                                            377
Houke: S. Hugo                                                372
Houwe: S. Hugo                                                372
Houwen: S. Hubertus                                           378
Hubert: S. Hubertus                                           378
Hubertsje: S. Hugolina                                        379
S. Hubertus                                                   371
Hubrecht: S. Hubertus                                         378
S. Hucbertus                                             336, 371
S. Hugo                                        372, 378, 380, 792
S. Hugolina                                         337, 379, 381
S. Hugolinus                                                  373
Huib: S. Hubertus                                             378
Huibert: S. Hubertus                               378 en blz. 22.
Huibjen: S. Hugolina                                          379
Huig: S. Hugo                                                 380
Huigjen: S. Hugolina                                          381
Huyskes: Gesln.                                               360
Humbert: S. Humbertus                                         382
S. Humbertus                                                  382
Hume: S. Homobonus                                            374
Hume: S. Humbertus                                            382
Hune: S. Hungerus, S. Hunfridus                               383
S. Hunfridus                                                  383
Hunfried: S. Hunfridus                                        383
S. Hungerus                                                   383
Hunte: S. Hungerus, S. Hunfridus                              383
S. Husandus                                                   360
Husing: Gesln.                                                360


I

S. Ibarus                                                     384
Ibbe: S. Ibarus                                               384
Ibe: S. Ibarus                                                384
Ibele: S. Ibarus                                              384
Ibels: Gesln.                                                 384
Ibeltsje: S. Ebba                                             209
Ide: (m.) S. Itherius                                         385
Ide: (vr.) S. Itta, S. Itisberga                              386
Ides: Gesln.                                                  385
Idsert: S. Itherius                                           385
Idsing: Gesln.                                                385
Idske: (m.): S. Itherius                                      385
Idske: (vr.): S. Itta, S. Itisberga                           386
Ief: S. Ivo                                                   387
Iefke: S. Ivetta                                              388
Iepkje: S. Ebba                                               209
S. Iero                                                       363
Ifke: S. Ivetta                                               388
Ige: S. Igomonus                                              389
Igeraan: S. Igomonus                                          389
Igesz: Gesln.                                                 389
S. Ignatius                                                   557
S. Igomonus                                                   389
Igram: S. Igomonus                                            389
IJsbrand: S. Isfridus                                         396
Ike: S. Igomonus                                              389
Iken: S. Itta, S. Itisberga                                   386
Ile: S. Illehere                                              390
Ilke: S. Illehere                                             390
Ille: S. Hildebertus                                          391
Illebrecht: S. Hildebertus                                    391
S. Illehere                                                   390
Illige: S. Hildegardis, S. Hiltrudis                          368
Ilsing: S. Illehere                                           390
Iman: S. Imarius, S. Emmerammus                               392
S. Imarius                                                    392
Imbert: S. Imarius, S. Emmerammus                             392
Ime: S. Imarius                                               392
S. Imelda                                                     393
Imeltjen: S. Imelda                                           393
Imke: S. Imarius, S. Emmerammus                               392
Imkje: S. Imelda                                              393
Immetjen: S. Imelda                                           393
Immigje: S. Imelda                                            393
Imming: Gesln.                                                392
S. Ina (m.)                                                   394
S. Inanus                                                     394
Ine: S. Ina, S. Inanus                                        394
Ingel: S. Ina, S. Inanus                                      394
Inse: S. Ina, S. Inanus                                       394
Inte: S. Ina, S. Inanus                                       394
Ipe: S. Ibarus                                                384
Ipke: S. Ibarus                                               384
Irmgard: S. Irmgardis                                         395
S. Irmgardis                                                  395
Isabella: S. Elisabeth                                        481
Isbert: S. Isfridus                                           396
Isbrand: S. Isfridus                                          396
Ise: S. Isfridus                                              396
Isenoud: S. Isfridus                                          396
S. Isfridus                                                   396
Isfried: S. Isfridus                                          396
S. Itherius                                                   385
S. Itisberga                                             386, 397
Itisberge: S. Itisberga                                       397
Itjen: S. Itta, S. Itisberga                                  386
Itse: S. Itherius                                             385
S. Itta                                                       386
Itte: S. Itta, S. Itisberga                                   386
Ivetken: S. Ivetta                                            388
S. Ivetta                                                     388
Ivo: S. Ivo                                                   387
S. Ivo                                                        387



J

Jaantjen: S. Joanna                                           398
     (S. Adrianus)                                             24
Jaap: S. Jacobus                                   399 en blz. 26.
Jacob: S. Jacobus                                  399 en blz. 22.
S. Jacobus                                          399, 400, 448
Jakkele: S. Jacobus                                           400
Jakles: Gesln.                                                400
Jalke: S. Jacobus                                             400
Jalle: S. Jacobus                                             400
Jamme: S. Gamelbertus                                         401
Jan: S. Joannes                                402 en blz. 18, 22.
Janke: S. Joannes                                             402
Janne  (m.): S. Joannes                                       402
Janne (vr.): S. Joanna                                        398
Janneken: S. Joanna                                           398
Jannes: S. Joannes                                            402
Jannetjen: S. Joanna                                          398
Jannigje: S. Joanna                                           398
Jantis: S. Jan Baptist                                        403
Japik: S. Jacobus                                             399
Jappen: S. Jacobus                                            399
Jare: S. Garibaldus                                           404
Jarig: S. Garibaldus                                          404
Jarigse: Gesln.                                               404
Jaring: S. Garibaldus                                         404
Jasper: S. Gausbertus, S. Caspar                   433 en blz. 22.
Jeen: S. Gemmulus                                             407
Jefke: S. Gebedrudis                                          410
Jeil: S. Gilbertus, S. Joannes                                294
Jeil: S. Joannes                                              405
Jekke: S. Jacobus                                             400
Jelbout: S. Gilbertus                                         406
Jelger: S. Gilbertus                                          406
Jelle: S. Gilbertus                                           406
Jelmer: S. Gilbertus                                          406
Jelte: S. Gilbertus                                           406
Jemme: S. Gemmulus                                            407
Jenke: S. Gemmulus                                            407
Jenne  (m.): S. Gemmulus                                      407
Jenne (vr.): S. Genovefa                                      437
Jenneken: S. Genovefa                                         437
Jenneken: S. Joanna                                           398
Jennevieve: S. Genovefa                                       408
Jente: S. Gemmulus                                            407
Jepe: S. Gebehardus                                           409
Jepke: S. Gebedrudis                                          410
Jerfaas: S. Gervasius                                         411
Jeroen: S. Iero                                    363 en blz. 22.
Jerre: S. Gervinus, S. Gervasius                              411
Jetjen: S. Giselindis                                         414
Jeuntjen: S. Junilla (Jonilla)                                412
Jeupken                                                       418
Jiesk: S. Gitzilinus                                          413
Jilbert: S. Gilbertus                                         294
Jildert: S. Gilbertus                                         294
Jilke: S. Gilbertus                                           294
Jille: S. Gilbertus                                           294
Jillis: S. Gilbertus, S. Egidius                              294
Jilt: S. Gilbertus                                            294
Jins: S. Gemmulus                                             407
Jippe: S. Gebehardus                                          409
Jisk: S. Gitzilinus                                           413
Jitske: S. Giselindis                                         414
S. Joachim                                                    416
S. Joanna                                                333, 398
S. Joannes                      294, 321, 332, 402, 403, 405, 831
Jobert: S. Gobertus                                           299
Jobert: 415 = Gobert                                          299
Jobjen                                                        418
Jochem: S. Joachim                                            416
Joder: S. Jordanus                                            420
Jodsert: S. Judocus                                           424
Johan: S. Joannes                                             402
Jolke: S. Gilbertus                                           406
Jolle: S. Gilbertus                                           406
Jonge: S. Junianus                                            417
Jongmans: Gesln.                                              417
Joon: S. Junianus                                             417
Joop: S. Joseph                                               418
Joopjen                                                       418
Joord: S. Jordanus                                            420
Jooren: Gesln.                                                421
Joos: S. Justus                                               419
Joost: S. Justus                                   419 en blz. 22.
Jordaan: S. Jordanus                                          420
S. Jordanus                                                   420
Jorden: S. Jordanus                                           420
Jorink: Gesln.                                                421
Joris: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                   421
S. Jorius                                                     421
Jorke: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                   421
Jorre: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                   421
Jorrit: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                  421
Joscelin: Gesln.                                              311
S. Joscio                                                     422
Josse: S. Joscio, S. Judocus                                  422
Jote: S. Jutta                                                425
Jotse: S. Joscio                                              422
Jotte: S. Joscio                                              422
Jouke: S. Ivo                                                 387
Jouke: S. Judocus                                             424
Jourik: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                  431
Jouw: S. Ivo                                                  387
Judigje: S. Jutta, S. Judita                                  425
S. Judocus                                               422, 424
Juytken: S. Jutta, S. Judita                                  425
Jukke: S. Ivo                                                 387
Jukke: S. Judocus                                             424
S. Julianus                                                   423
Julle: S. Julianus                                            423
S. Junianus                                                   417
S. Junilla                                                    412
Jurgen: S. Jorius, S. Georgius, S. Gregorius                  421
Jurgens: Gesln.                                               421
Jurjen: S. Jordanus                                           420
Jurriaan: S. Jordanus                                         420
S. Justus                                                     419
S. Jutta                                                      425
Jutte: Gesln.                                                 424
Jutjen: S. Jutta, S. Judita                                   425
Jutte: S. Judocus                                             424
Juw: S. Ivo                                                   387



K

Kaatjen: S. Catharina                                         426
Kaei: S. Caideus (Caidocus)                                   427
Kalle: S. Catharina                                           426
Kalleken: S. Catharina                                        426
Kamiel: S. Camillus                                           428
Kampe: S. Gemmulus                                            281
Kanke: S. Gangulfus                                           266
Kanter: S. Gandinus                                           429
Kantert: S. Gandinus                                          429
Karel: S. Carolus, Eerb. Karloman                  430 en blz. 22.
Karijn: S. Gerinus, S. Quirinus                               451
Eerb. Karloman                                                430
Kars: Zal. Christianus                                        431
Karsjes: Gesln.                                               431
Karsten: Z. Christianus                                       431
Karstjen: S.  Christina                                       454
Kas: S. Cassericus                                            432
Kase: S. Cassericus                                           432
Kaseke: S. Cassericus                                         432
Kasper: S. Gausbertus, S. Caspar                   433 en blz. 22.
Katriene: S. Catharina                                        434
Katrijn: S. Catharina                                         434
Kazijn: S. Cassericus                                         432
Kees: S. Cornelius                                       435, 449
Keetjen: S. Cornelia                                     435, 562
Keetell: Gesln.                                               435
Kei: S. Caideus (Caidocus)                                    427
Kempe: S. Gemmulus                                            281
Kene: S. Kennanus, S. Cannicus                                436
S. Kennanus                                                   436
Kenne: S. Kennanus, S. Cannicus                               436
Kenou: S. Genovefa                                            437
Kenske: S. Genovefa                                           437
Kerspijn: S. Crispinus                                        452
Kerst: Zal. Christianus                                       431
Kerstant: Z. Christianus                                      431
Ketel: Gesln.                                                 435
Keub: S. Gobbanus, S. Gobertus, S. Jacobus                    440
Keuntjen: S. Cunigundis                                       442
Kiel: S. Kilianus                                             438
Kil: S. Kilianus                                              438
Kiliaan: S. Kilianus                                          438
S. Kilianus                                                   438
Kinge: S. Kennanus, S. Cannicus                               436
Kingske: S. Genovefa                                          437
Klaartjen: S. Clara                                           439
Klaas: S. Nicolaus                                 565 en blz. 26.
Klaasjen: (S. Nicolaus)                                       565
Klaasken: (S. Nicolaus)                                       565
Claudi: S. Clodoaldus                                         297
Kleis: S. Nicolaus                                            565
Klijn: S. Colianus                                            444
Klijn: Gesln.                                                 444
Knelie: S. Cornelia                                           562
Knelis: S. Cornelius                                          449
Kniertjen: S. Cunera                                          457
Kobbe: S. Gobbanus, S. Gobertus, S. Jacobus                   440
Kobe: S. Gobbanus, S. Gobertus, S. Jacobus                    440
Koeleman: Gesln.                                              445
Koelman: S. Colmannus (Colmanus)                              445
Koendert: S. Conradus (Cuno)                                  441
Koene: S. Conradus (Cuno)                                     441
Koenraad: S. Conradus (Cuno)                   441 en blz. 17, 22.
Koentjen: S. Cunigundis                                       442
Koert: S. Conradus (Cuno)                                     441
Koye: S. Caideus (Caidocus)                                   427
Kolette: S. Coleta                                            443
Kolijn: S. Colianus                                           444
Kollaart: S. Colmannus (Colmanus)                             445
Kommer: S. Gummarus                                           308
Kommer: Gesln.                                                308
Kommerden: Gesln.                                             308
Konstans: S. Constans                                         446
Konstansjen: S. Constantia                                    446
Konstant: S. Constans                                         446
Koolen: Gesln.                                                444
Kooltjes: Gesln.                                              444
Koop: S. Gobbanus, S. Gobertus, S. Jacobus                    440
Koops: Gesln.                                                 440
Koos: S. Goswinus, S. Jacobus                                 448
Koppen: S. Gobbanus, S. Gobertus, S. Jacobus                  440
Koppes: Gesln.                                                440
Kops: Gesln.                                                  440
Kornelis: S. Cornelius                                        449
Kors: Zal. Christianus                                        453
Korsten: Zal. Christianus                                     453
Korstiaan: Zal. Christianus                                   453
Kos: S. Goswinus, S. Cosmas                                   448
Kos: Gesln.                                                   448
Kost: S. Goswinus                                             448
Kost: S. Augustinus                                           318
Kosten: S. Goswinus                                           448
Kosten: S. Augustinus                                         318
Kostijn: S. Goswinus                                          448
Kozijn: S. Goswinus                                           448
Krees: S. Lucretia                                            450
Krelis: S. Cornelius                                          449
Krijn: S. Gerinus, S. Quirinus                     451 en blz. 26.
Krispijn: S. Crispinus                                        452
Kristiaan: Zal. Christianus                                   453
Kristiene: S. Christina                                       454
Kristientjen: S. Christina                                    454
Kristjen: S. Christina                                        454
Kristoffel: S. Christophorus                       455 en blz. 17.
Kristoffer: S. Christophorus                                  455
Kuintjen: S. Cunigundis                                       442
Kumer: S. Gummarus                                            308
Kundertsje: S. Cunera                                         457
Kune: S. Cuno, S. Quinibertus                                 456
Kuner: S. Cuno, S. Quinibertus                                456
Kuniere: S. Cunera                                            457
Kunske: S. Cunigundis                                         442
Kweldrik: S. Willericus                                       458



L

Laam: S. Lambertus                                            460
Lam: Gesln.                                                   460
Lambert: S. Lambertus                                         460
S. Lambertus                                                  460
Lambrecht: S. Lambertus                                       460
Lamfert: S. Lambertus                                         460
Lamkje: S. Landrada                                           461
Lammen: S. Lambertus                                          460
Lampen: Gesln.                                                460
Lan: S. Landoaldus                                            464
Lancelot: S. Andreas Avellinus                                462
Lande: S. Landoaldus, S. Landelinus                           463
S. Landelinus                                                 463
S. Landoaldus                                            463, 464
S. Landrada                                                   461
Landsloot: S. Andreas Avellinus                               462
Landslots: Gesln.                                             462
Lang: S. Landoaldus                                           464
Lanne: S. Landoaldus, S. Landelinus                           463
Lans: Gesln.                                                  463
S. Laudus                                                     495
S. Launomarus                                                 494
Laurens: S. Laurentius                         465 en blz. 18, 22.
S. Laurentia                                                  466
S. Laurentius                                                 465
Lauris: S. Laurentius                                         465
Lauw: S. Laurentius                                           465
Lauwerientjen: S. Laurentia                                   466
S. Lebuinus                                                   484
Ledewiene: S. Lidwina (Lidwigis)                   467 en blz. 22.
Leefmans: Gesln.                                              484
Leeke: S. Leonardus                                           468
Leen: S. Leonardus                                 468 en blz. 26.
Leenaard: S. Leonardus                                        468
Leendert: S. Leonardus                             468 en blz. 22.
Leene: S. Alena, S. Helena, S. Magdalena                      469
Leenke (m.): S. Leonardus                                     468
Leenke (vr.): S. Alena, S. Helena, S. Magdalena               469
Leentjen: S. Alena, S. Helena, S. Magdalena                   469
Leeuke: S. Leuconius                                          470
Leeuwke: S. Leuconius                                         470
Leffert: S. Lietfardus                                        471
Lein: S. Linentius                                            472
Leisjen: S. Aleydis                                            22
Lemke: S. Lambertus                                           460
Lemkes: Gesln.                                                460
Lemmen: S. Lambertus                                          460
Lemmens: Gesln.                                               460
Lendert: S. Leonardus                                         468
Lens: S. Linentius                                            472
Lens: Gesln.                                                  472
S. Leobinus                                                   496
S. Leodegarius                                                504
Leonard: S. Leonardus                                         468
S. Leonardus                                                  468
Leopold: S. Leopoldus                                         473
S. Leopoldus                                                  473
Leppe: S. Lietfardus                                          471
S. Letardus                                                   475
Letjen: S. Leutbergis                                         474
Lette: S. Letardus                                            475
S. Leubinus                                                   496
S. Leuconius                                                  470
Leune: S. Lewinna, S. Apollonia                               476
Leunis: S. Linentius                                          472
Leuntjen: S. Lewinna, S. Apollonia                            476
Leupen: Gesln.                                                496
S. Leutbergis                                                 474
S. Levanius                                                   483
S. Lewinna                                                    482
Libbe: S. Liffardus (Lietfardus) 477, S. Libertus             479
Libbeken: S. Lioba                                            478
Libbers: Gesln.                                               477
Libert: S. Libertus                                           479
S. Libertus                                                   479
Librecht: S. Libertus                                         479
Lidewy: S. Lidwina (Lidwigis)                                 467
S. Lidwigis                                                   467
S. Lidwina                                                    467
Liebe: S. Lebuinus, S. Livinus                                484
Lientjen                                                      480
Liepe: S. Leopoldus                                           473
Lies: S. Lisardus                                             488
Liesbet: S. Elisabeth                      481 en blz. 17, 18, 22.
Liese: S. Elisabeth                                           481
Liesjen: S. Elisabeth                                         481
S. Lietfardus                                            471, 477
Lieuke: S. Lewinna                                            482
Lieuwe: S. Levanius                                           483
Lieven: S. Lebuinus, S. Livinus                               484
Lievense: Gesln.                                              484
Liewke: S. Lewinna                                            482
S. Liffardus                                             471, 477
Liffert: S. Lietfardus                                        471
Lykele: S. Nicolaus                                           485
Lijsjen: S. Elisabeth                                         481
S. Liminius                                                   486
Limke: S. Liminius                                            486
Lindert: S. Leonardus                                         468
S. Linentius                                             472, 487
Linse: S. Linentius                                           487
Linso: S. Linentius                                           487
S. Lioba                                                 478, 497
Lioedse: S. Liutfredus, S. Leodegarius, S. Liutolfus          504
Lioen: S. Leonardus                                           468
Lipjes: Gesln.                                                477
Lipkje: S. Lioba                                              478
Lipman: Gesln.                                                477
Lippe: S. Lietfardus                                          471
Lips: Gesln.                                                  477
S. Lisardus                                                   488
Liske: S. Lisardus                                            488
Lisse: S. Lisardus                                            488
Litse: S. Letardus                                            475
S. Liutfredus                                                 504
S. Liutolfus                                                  504
S. Livinus                                                    484
Liwijn: Gesln.                                                484
Lobbe: S. Leubinus (Leobinus)                                 496
Lobke: S. Lioba                                               497
Lodewijk: S. Ludovicus                             489 en blz. 22.
Loef: S. Lubentius                                            490
Loen: S. Leonardus                                            468
Loesken: S. Ludovica                                          491
Logier: S. Ludgerus                                           499
Lohman: Gesln.                                                493
Loilif: S. Lullus, S. Lolanus                                 492
Loy: S. Eligius                                               196
Loy: S. Ludovicus                                             489
Loys: S. Eligius                                              196
Loys: S. Ludovicus                                            489
Lol: Gesln.                                                   492
S. Lolanus                                                    492
Lolke: S. Lullus, S. Lolanus                                  492
Lolkesz: Gesln.                                               492
Lolle: S. Lullus, S. Lolanus                                  492
Lollekens: Gesln.                                             492
Lomans: Gesln.                                                493
S. Lomanus                                                    493
Lomme: S. Lomanus                                             493
Lone: S. Lewinna, S. Apollonia                                476
Loner: S. Launomarus                                          494
Loo: S. Laudus                                                495
Loontjen: S. Lewinna, S. Apollonia                            476
Loos: S. Ludovicus                                            489
Lootje: S. Andreas Avellinus                                  462
Loth: S. Ludovicus                                            489
Lotjen: S. Lutgardis, S. Lutrudis                             506
Louwe: S. Lubentius                                           490
Louwert: S. Lubentius                                         490
Lowies: S. Aloysius                                            43
Lowies: S. Ludovicus                                          489
Lowiese: S. Ludovica                                          491
Lowiesken: S. Ludovica                                        491
Lubbe: S. Leubinus (Leobinus)                                 496
Lubbegien: S. Lioba                                           497
Lubberden: Gesln.                                             496
Lubbert: S. Leubinus (Leobinus)                               496
Lubbertsje: S. Lioba                                          497
Lubbinge: Gesln.                                              496
Lubbrich: S. Lioba                                            497
S. Lubentius                                                  490
S. Lucia                                                      714
S. Lucretia                                                   450
Luddo: S. Ludgerus                                            499
Lude: S. Lutwinus                                             503
Luden: S. Lutwinus                                            502
Luden: Gesln.                                                 502
Luder: S. Ludgerus                                            499
Luderik: S. Ludgerus                                          498
Ludger: S. Ludgerus                                           499
S. Ludgerus                                    498, 499, 500, 507
Ludmer: S. Ludgerus                                           500
S. Ludmilla                                                   505
Ludolf: S. Ludolfus                                           501
S. Ludolfus                                                   501
S. Ludovica                                                   491
S. Ludovicus                                                  489
Ludwijn: S. Ludwinus                                          502
S. Ludwinus                                              502, 503
Luit: S. Lutwinus                                             503
Luitse: S. Liutfredus, S. Leodegarius, S. Liutolfus           504
Lullif: S. Ludolfus                                           501
S. Lullus                                                     492
Lulof: S. Ludolfus                                            501
Lume: S. Lomanus                                              493
Lumke: S. Ludmilla                                            505
Lumman: S. Lomanus                                            493
Lummert: S. Lomanus                                           493
Lupke: S. Lioba                                               497
S. Lutgardis                                                  506
Lutjen: S. Lutgardis, S. Lutrudis                             506
S. Lutrudis                                                   506
Lutse: S. Lutwinus                                            503
Lutz: Gesln.                                                  503
Luurk: S. Ludgerus                                            498
Luurt: S. Ludgerus                                            507
Luurts: Gesln.                                                507
Luwe: S. Levanius                                             483
Luwert: S. Ludgerus                                           507



M

Maagjen: S. Maggina, S. Maria, S. Magdalena                   508
Maan: S. Magnobodus, S. Magnericus                            509
Maan: Gesln.                                                  509
Maart: S. Martinus                                            510
Maarten:                                       510 en blz. 17, 22.
Maartjen: S. Martina                                          511
Maartjen: S. Maria                                            527
Maas: S. Massericus (Mastredus)                               512
Maaske: S. Massericus (Mastredus)                             512
Maat: S. Mathulus                                             528
Maat: Gesln.                                                  528
Maatjen: S. Mathildis                                         514
Maatjes: Gesln.                                               528
Mabel: S. Madelberta                                          513
Mabelie: S. Madelberta                                        513
Macheltjen: S. Mathildis                                      514
Machtelt: S. Mathildis                             514 en blz. 22.
Machuyt: S. Machutus                                          515
S. Machutus                                         515, 537, 541
S. Maclovius                                                  515
S. Madelberta                                                 513
S. Madelgarius                                                518
S. Magdalena                                        469, 508, 517
Mage: S. Magnericus                                           516
Magerhan: S. Magnericus                                       516
Maggelientjen: S. Magdalena                                   517
S. Maggina                                               508, 540
S. Magnericus                                            509, 516
S. Magnobodus                                                 509
Majerhan: S. Magnericus                                       516
Makke: S. Machutus                                            515
Maleene: S. Magdalena                                         517
Maljaart: S. Madelgarius                                      518
Mamme: S. Mamatus                                             519
Mammen: Gesln.                                                519
S. Mamatus                                                    519
S. Manegoldus                                                 520
S. Manfredus                                                  521
Mank: Gesln.                                                  520
Manke: S. Manegoldus                                          520
S. Manna                                                      522
Manne (m.): S. Manfredus                                      521
Manne (vr.): S. Manna                                         522
Mante: S. Manfredus                                           521
Manting: Gesln.                                               521
Marcelis: S. Marchelmus                                       526
S. Marchelmus                                                 526
S. Margarita                                                  523
Margrete: S. Margarita                                        523
Margriete: S. Margarita                                       523
Margrietjen: S. Margarita                                     523
S. Maria                                       508, 524, 527, 530
Marië: S. Maria                                               524
Mariete: S. Maria                                             524
Marietjen: S. Maria                                           524
Marijn: S. Marinus                                            525
Marijnen: Gesln.                                              525
Marijtjen: S. Maria                                           524
S. Marinus                                                    525
Mark: S. Marchelmus                                           526
Markvoort: Gesln.                                             526
Markwart: Gesln.                                              526
Marretjen: S. Maria                                           527
Marrigjen: S. Maria                                           527
Marten: S. Martinus                                           510
Martentsje: S. Martina                                        511
S. Martha                                                     530
Martien: S. Martinus                                          510
Martientjen: S. Martina                                       511
S. Martina                                                    511
S. Martinus                                                   510
Martjen: S. Martina                                           511
Martjen: S. Maria                                             527
S. Masserius                                                  512
S. Mastredus                                                  512
Mate: S. Mathulus                                             528
Matern: S. Maternus                                           529
S. Maternus                                              529, 532
S. Mathias                                                    532
Mathijs: S. Mathias                                           532
S. Mathildis                                                  514
S. Mathulus                                                   528
Matjen: S. Mathildis                                          514
Matjen: S. Maria, S. Martha                                   539
Matse (vr.): S. Mazota                                        531
Matte: S. Maternus, S. Mathias                                532
S. Matthaeus                                                  756
S. Maura                                                      556
Maurijn: S. Maurinus, S. Maurontus                       533, 534
Mauring: S. Mauritius                                         534
S. Maurinus                                              533, 555
Mauris: S. Mauritius                                          534
S. Mauritius                                             534, 555
Maurits: S. Mauritius                              534 en blz. 22.
S. Maurontus                                                  533
Max.                                                      blz. 22.
S. Mazota                                                     531
Mechliene: S. Magdalena                                       517
Mechtelt: S. Mathildis                                        514
Medard: S. Medardus                                           535
S. Medardus                                                   535
Mede: S. Medardus                                             535
Meeltsje: S. Milburga                                         544
Mees: S. Bartholomeus                                         536
Mees: Gesln.                                                  536
Meeus: S. Bartholomeus                                        536
Meeus: Gesln.                                                 536
Meeuwse: Gesln.                                               536
S. Megingaudus                                                545
S. Megingos                                                   545
Meie: S. Machutus                                             537
Meiert: S. Machutus                                           537
Meile: S. Mei                                                 543
Mein: S. Meinwercus                                           545
Meinaart: S. Meinradus                                        538
Meindert: S. Meinradus                             538 en blz. 22.
Meinert: S. Meinradus                                         538
Meinolf: S. Meinulfus                                         539
Meinou: S. Maggina                                            540
Meynout: Gesln.                                               545
S. Meinradus                                                  538
Meinsjen: S. Maggina                                          540
S. Meinulfus                                                  539
S. Meinwercus                                                 545
Meys: Gesln.                                                  536
Meysing: Gesln.                                               536
Meke: S. Machutus                                             541
Mekel: Gesln.                                                 541
Meken: Gesln.                                                 541
Mel: S. Mel                                                   543
S. Mel                                                        543
Melchert: S. Madelgarius                                      518
Melchert: S. Melchus, S. Melchior                             542
S. Melchior                                                   542
S. Melchus                                                    542
Meleye: S. Mel                                                543
Melke: S. Melchus                                             542
Melle: S. Mel                                                 543
Mellen: Gesln.                                                543
Melse: S. Mel                                                 543
Meltsje: S. Milburga                                          544
S. Mengoldus                                                  545
Menke: S. Megingaudus                                         545
S. Menna (vr.)                                                522
Menne: S. Meinwercus                                          545
Menno: S. Meinwercus                                          545
Mennolt: S. Mengoldus                                         545
Mense: S. Mengoldus                                           545
Mensjen: S. Maggina                                           540
Mente: S. Mengoldus                                           545
Ments: S. Maggina                                             540
Merk: S. Marchelmus                                           526
Metjen: S. Mathildis                                          514
Metjen: S. Maria, S. Martha                                   530
Metken: S. Maria, S. Martha                                   530
Metse: S. Medardus                                            535
Mette: S. Medardus                                            535
Mettentsje: S. Maria, S. Martha                               530
Mewis: S. Bartholomeus                                        536
Mieken: S. Maria                                              524
Miel: S. Emilius                                              201
Miene: S. Firmina, S. Samina                                  546
Mientjen: S. Firmina, S. Samina                    546 en blz. 25.
Miete: S. Maria                                               524
Mietjen: S. Maria                                             524
Mijke: S. Machutus                                            541
Myn: S. Dominicus                                             547
Mynko: S. Dominicus                                           547
Mynt: S. Dominicus                                            547
Mijntjen: S. Firmina, S. Samina                               546
S. Milburga                                                   544
Minderts: Gesln.                                              547
Minne: S. Dominicus                                           547
Minnert: S. Dominicus                                         547
Minse: S. Dominicus                                           547
Minses: Gesln.                                                547
Mints: S. Megingaudus                                         545
Mintsje: S. Firmina, S. Samina                                546
S. Modoaldus                                             548, 551
S. Moduenna                                                   549
Moeder (m.): S. Modoaldus                                     548
Moeder (vr.): S. Moduenna                                     549
Moen: S. Monon, S. Monulfus                                   550
Moens: Gesln.                                                 550
Mokke: S. Machutus                                            515
Moll: Gesln.                                                  551
Molle: S. Modoaldus                                           551
Mollen: Gesln.                                                551
Mollo: S. Modoaldus                                           551
Momme: S. Mummolus, S. Mummolinus                             552
Mommers: Gesln.                                               552
Mon: S. Eadmundus                                             175
Monne: S. Monon, S. Monulfus                                  550
S. Monon                                                      550
Monse: S. Monon, S. Monulfus                                  550
Monte: S. Mundus                                              553
Moor: S. Mauritius                                            534
Moris: S. Mauritius                                           534
Mourk: S. Maurinus                                            555
S. Mummolinus                                                 552
S. Mummolus                                                   552
S. Mundana                                                    554
S. Mundus                                                     553
Munte: S. Mundus                                              553
Muntinghe: Gesln.                                             553
Muntsje: S. Mundana                                           554
Murk: S. Maurinus                                             555
Murk: Gesln.                                                  555
Murkje: S. Maura                                              556



N

Naas: S. Nasadius, S. Ignatius                                557
Naatjen: S. Anna                                               49
Naatjen: S. Natalena                                          558
Naats: S. Nasadius, S. Ignatius                               557
Naleken: S. Natalena                                          558
S. Namatus                                                    559
Nammele: S. Namatus                                           559
Nammen: S. Namatus                                            559
Nan: Gesln.                                                   560
S. Nana                                                       561
Nander: S. Nanterus                                           560
Nane: S. Nanterus                                             560
Nankes: Gesln.                                                560
Nanne: S. Nanterus                                            560
Nanning: S. Nanterus                                          560
Nanning: Gesln.                                               560
S. Nanterus                                                   560
Nantsje: S. Nana                                              561
S. Nasadius                                                   557
S. Natalena                                                   558
Neantsje: S. Nana                                             561
S. Nectarius.                                                 563
Neeke: S. Cornelia                                            562
Neeltjen: S. Cornelia                                         562
Neese: S. Agnes                                                26
Neesken: S. Agnes                                              26
Neke: S. Nectarius                                            563
Nel: S. Cornelius                                             449
Nelde: S. Natalena                                            558
Neldeken: S. Natalena                                         558
Nelis: S. Cornelius                                           449
Nelle: S. Cornelia                                            562
Nelletjen: S. Cornelia                                        562
S. Neotus                                                     564
Netjes: Gesln.                                                564
Nette: S. Neotus                                              564
Nettes: Gesln.                                                564
Neude: Zal. Notkerus, S. Nothelmus                            568
S. Nicasius                                                   565
Nicolaas: S. Nicolaus                                         565
S. Nicolaus                                              485, 565
Niels: S. Cornelius                                           449
Nienke: S. Nina                                               566
Nienske: S. Nina                                              566
Nies (m.): S. Nithardus                                       567
Niese: S. Agnes                                                26
Niesjen: S. Agnes                                              26
Nieske (m.): S. Nithardus                                     567
Niet: S. Agnes                                                 26
Nike: S. Nicasius, S. Nicolaus                                565
Nikele: S. Nicolaus                                           565
S. Nina                                                       566
S. Nithardus                                                  567
Nitsaart: S. Nithardus                                        567
Nitte: S. Neotus                                              564
Nitterd: S. Nithardus                                         567
Nix: Gesln.                                                   565
Noed: Zal. Notkerus, S. Nothelmus                             568
Noen: S. Nuncius                                              569
Noenke: S. Nuncius                                            569
Noyde: Zal. Notkerus, S. Nothelmus                            568
Nol: S. Arnoldus                                              570
Nolke: S. Arnoldus                                            570
Nolle: S. Arnoldus                                            570
Nome: S. Nomius                                               571
S. Nomius                                                     571
Nooi: Zal. Notkerus, S. Nothelmus                             568
Nooy: Gesln.                                                  568
Noom: S. Nomius                                               571
Nooms: Gesln.                                                 571
Nonkes: Gesl.                                                 569
Noor: S. Norbertus                                            572
Noordeken: S. Eleonora                                        573
Noorken: S. Eleonora                                          573
Noorman: Gesln.                                               572
Nooten: Gesln.                                                568
Norbert: S. Norbertus                                         572
S. Norbertus                                                  572
Nore: S. Eleonora                                             573
S. Nothburga                                                  129
S. Nothelmus                                                  568
Zal. Notkerus                                                 568
S. Nuncius                                                    569
Nutger: Zal. Notkerus
Nutte: S. Nothelmus                                           568



O

Obe: S. Autbertus                                             574
Obkje: S. Oda                                                 588
Obrecht: S. Autbertus                                         574
Obrich: S. Oda                                                588
Ocke: Gesln.                                                  584
S. Oda                                                   576, 588
Ode (m.):  S. Odo, S. Odwinus                                 575
Ode (vr.): S. Oda, S. Odrada                                  576
Odeken: S. Oda, S. Odrada                                     576
S. Odelbertus                                                 580
Odilde: S. Othilda                                            577
S. Odilia                                                140, 578
Odilië: S. Odilia                                             578
S. Odo                                                        575
S. Odrada                                                     576
Odulf: S. Odulfus                                             579
S. Odulfus                                                    579
Oede: S. Oda, S. Odrada                                       576
Oedse:S. Odo, S. Odwinus                                      575
Oege: S. Hugo                                                 380
Oege: S. Otgerus                                              584
Oelbert: S. Odelbertus                                        580
Oele: S. Ubaldus                                              790
Oeltjen: S. Olla                                              581
Oem: S. Audomarus                                             593
Oene: S. Unnis                                                582
Oenen: Gesln.                                                 582
Oenes: Gesln.                                                 582
Oentse: S. Unnis                                              582
Oepke: S. Autbertus                                           574
Oetgens: Gesln.                                               575
Oetjen: S. Oda, S. Odrada                                     576
Offe: S. Autbertus                                            574
Ogier: S. Otgerus                                             584
Oyer: S. Otgerus                                              584
Okeles: Gesln.                                                586
Okke: S. Otgerus                                              584
Okkele: S. Oldegarius                                         586
Okker: S. Otgerus                                             584
Okkes: Gesln.                                                 586
Olaf: S. Olavus                                               583
S. Olaus.                                                     583
S. Olavus                                                     583
Olberding: Gesln.                                             580
Olbert: S. Odelbertus                                         580
Olbrand: S. Aldebrandus                                       585
Olbren: S. Aldebrandus                                        585
S. Oldegarius                                                 586
Ole: S. Odelbertus                                            580
Oleffs: Gesln.                                                583
Olf: S. Odulfus                                               579
Olfert: S. Ulferius                                      587, 795
Olferts: Gesln.                                          587, 795
Olfertsje: S. Ulphia                                          796
Olger: S. Oldegarius                                          586
Olifbrant: S. Ulferius                                        587
Olivier: S. Ulferius                                          587
Olke: S. Oldegarius                                           586
S. Olla                                                       581
Olof: S. Odulfus                                              579
Olpke: S. Odulfus                                             579
Onne: S. Unnis                                                798
Onno: S. Unnis                                                798
Oole: S. Odilia                                               578
Oolgaard: Gesln.                                              586
Oolken: S. Odilia                                             578
Oomen: Gesln.                                                 593
Oomer: S. Audomarus                                           593
Ooms: Gesln.                                                  593
Oopjen: S. Oda                                                588
Oort: S. Ortarius                                             589
Oort: Gesln.                                                  589
Oortwijn: Gesln.                                              589
Ootmar: Gesln.                                                593
Orseltsje: S. Ursula                                          799
S. Ortarius                                                   589
Orte: S. Ortarius                                             589
Ortjen: S. Ortrudis                                           590
S. Ortrudis                                                   590
Oscar: S. Anscharius                                           53
Osewout: S. Oswaldus                                          591
Osewoudt: Gesln.                                              591
Oske: S. Ursmarus                                             800
Oswald: S. Oswaldus                                           591
S. Oswaldus                                                   591
Oswoud: S. Oswaldus                                           591
Ot: S. Audomarus                                              593
Otger: S. Otgerus                                             592
S. Otgerus                                               584, 592
S. Othilda                                                    577
Otjen: S. Oda, S. Odrada                                      576
Otmar: S. Audomarus                                           593
Otse: Oudoceus                                                595
Otte: S. Otto                                                 594
Otting: Gesln.                                                594
S. Otto                                                       594
Ouburg: S. Oda                                                588
S. Oudoceus                                                   595
Out: S. Oudoceus                                              595
Out: Gesln.                                                   595
Outger: S. Otgerus                                            592
Outje: S. Oudoceus                                            595
Outker: S. Otgerus                                            592
Ouwe: S. Oudoceus                                             595



P

Paalsk: S. Palladia                                           599
Paaps: Gesln.                                                 596
Pabe: S. Papulus                                              596
Pabes: Gesln.                                                 596
Paele: S. Baldericus                                           77
Paye: S. Badilo                                               597
S. Paladius                                                   598
Pale: S. Paladius                                             598
Paling: Gesln.                                                 77
S. Palladia                                                   599
Palle: S. Baldericus                                           77
     S. Paladius                                              598
Pals: S. Baldericus                                            77
    S. Paladius                                               598
Palse: S. Baldericus                                           77
    S. Paladius                                               598
Palskje: S. Palladia                                          599
S. Pancratius                                                 600
Pank: S. Pancratius                                           600
Pankras: S. Pancratius                                        600
Pape: S. Bavo, S. Babolenus                                    72
Pape: S. Papulus                                              596
Pape: Gesln.                                                  596
S. Papulus                                                    596
Pas (vr.): S. Basilla                                         601
S. Paulus                                                     602
Pauw: S. Paulus                                               602
Pauwels: S. Paulus                             602 en blz. 17, 22.
Peer: S. Petrus                                               607
Peerjan                                                       607
Peerken: S. Petrus                                            607
Peet: S. Beda, S. Betto                                        87
Peet: S. Petrus                                               607
Peet: Gesln.                                                   87
Peke: S. Baculus                                               91
Pelgrom: S. Piligrimus, S. Peregrinus                         609
Pelle: S. Piligrimus, S. Peregrinus                           609
S. Peregrinus                                                 609
Perk: S. Berachus, (Berachius), Bercharius                    603
Perk: Gesln.                                                  603
Pernelle: S. Petronilla                                       608
Persein: S. Berthuwinus                                       604
Persijn: S. Berthuwinus                                       604
Persijn: Gesln.                                               604
Peter: S. Petrus                                              607
S. Petronilla                                                 608
S. Petrus                                                     607
S. Pharaildis                                            226, 809
S. Philibertus                                           230, 808
S. Philippus                                                  237
Pibe: S. Pippinus                                             605
Pibo: S. Pippinus                                             605
Pieck: Gesln.                                                 606
Pieke: S. Beccelinus                                          606
Pierik: Gesln.                                                603
Pierken: S. Petronilla                                        608
Piet: S. Petrus                                               607
Pieter: S. Petrus                              607 en blz. 17, 18.
Pieternelle: S. Petronilla                                    608
Pietertjen: S. Petronilla                                     608
Pietjen: S. Petronilla                                        608
Pilger: S. Piligrimus, S. Peregrinus                          609
Pilgrum: S. Piligrimus, S. Peregrinus                         609
S. Piligrimus                                                 609
Pilke: S. Bilfridus                                           610
Pille: S. Bilfridus                                           610
Pilleken: S. Bilhildis                                        611
S. Pippinus                                                   605
Plechelm: S. Plechelmus                                       109
S. Plechelmus                                                 109
Pleuntjen: S. Pollena, S. Apollonia                           612
Plis: S. Bilfridus                                            613
Plissis: S. Bilfridus                                         613
Plonie: S. Pollena, S. Apollonia                              612
Ploontjen: S. Pollena, S. Apollonia                           612
Polle: S. Hippolytus                                          612
S. Pollena                                                    612
S. Pollina                                                    612
Polling: Gesln.                                               614
Pons: S. Bonitus, (Bonus) S. Pontianus                        615
Pontiaan: S. Pontianus                                        615
Pool: S. Hippolytus                                           614
Pooltis: S. Hippolytus                                        614
Poonken: S. Bonizella                                         616
Popke: S. Poppo                                               617
Poppe: S. Poppo                                               617
Poppe: Gesln.                                                 617
Poppen: Gesln.                                                617
S. Poppo                                                      617
Pote: S. Bodo                                                 110
Potte: S. Bodo                                                110
S. Pronicus                                                   618
Pronik: S. Pronicus                                           618
Pronk: Gesln.                                                 618
S. Prudentia                                                  257



Q

S. Quindeus                                                   459
S. Quinibertus                                                456
Quint: S. Quintinus                                           459
Quintijn: S. Quintinus                                        459
S. Quintinus                                                  459
S. Quirinus                                                   451



R

Raap: S. Rabanus                                              619
Raap: Gesln.                                                  619
Raas: Zal. Razzo                                              620
Raat: Gesln.                                                  622
Raats: Gesln.                                                 622
S. Rabanus                                                    619
Rabbe: S. Radbodus                                            621
Rabo: S. Radbodus                                             621
S. Radbodus                                    621, 622, 626, 642
Radboud: S. Radbodus                                          622
Rade: S. Radbodus, S. Radfridus                               622
Radegonde: S. Radegundis                                      623
S. Radegundis                                                 623
S. Radfridus                                   622, 624, 628, 629
Radfried: S. Radfridus                                        624
Radier: Gesln.                                                622
Rading: Gesln.                                                622
Radulf: S. Radulfus                                           625
S. Radulfus                                                   625
Raep: S. Rabanus                                              619
S. Ragenfredis                                                634
S. Raginufla                                                  634
S. Ragnulfus                                                  633
Ragonde: S. Radegundis                                        623
S. Rainerius                                   630, 631, 640, 641
S. Rathardus                                                  627
Rather: Gesln.                                                622
Ratté (?): Gesln.                                             622
Rauwert: S. Radbodus                                          626
Zal. Razzo                                                    620
Redert: S. Rathardus                                          627
Redle: S. Radbodus                                            642
Redmer: S. Radfridus                                          628
Redolf: S. Radulfus                                           625
Reeb: Gesln.                                                  645
Reep: S. Riberius                                             645
S. Regimbertus                                           636, 650
S. Regina                                                     634
S. Reginbaldus                                                637
S. Reginswindis                                               649
Reid: S. Radbodus                                             642
Reiger: S. Radfridus                                          629
Reigers: Gesln.                                               629
Reijer: S. Radfridus                                          629
Reilif: S. Radulfus                                           625
Reimborg: S. Reginswindis                                     649
Reimer: S. Regimbertus                                        636
Rein: S. Rainerius                                            630
Reinaart: S. Rainerius                                        631
Reinbrand: S. Regimbertus                                     638
Reine: S. Regina                                              634
Reinhart: S. Rainerius                                        631
Reinier: S. Rainerius                                         630
Reinilde: S. Renildis                                         632
Reinke: S. Rainerius                                          630
Reinkje: S. Regina                                            634
Reinold: S. Reinoldus                                         633
S. Reinoldus                                                  633
Reinolf: S. Ragnulfus                                         633
Reinou: S. Regina, S. Raginufla                               634
Reinoud: S. Reinoldus                                         633
Reint: S. Rainerius                                           631
Reintjen: S. Regina, S. Ragenfredis, S. Raginufla             634
Reits: Gesln.                                                 642
Reitse: S. Radbodus                                           642
Relinde: S. Relindis                                          635
S. Relindis                                                   635
S. Remaclus                                                   639
Rembert: S. Regimbertus, (Rembertus)                          636
S. Rembertus                                        636, 638, 652
Rembold: S. Reginbaldus                                       637
Rembrand: S. Rembertus                                        638
Rembrig: S. Reginswindis                                      649
S. Remigius                                                   639
Remko: S. Remigius, S. Remaclus                               639
Remme: S. Remigius                                            639
Remmelt: S. Reginbaldus                                       637
Remment: S. Remigius                                          639
Remmers: Gesln.                                               636
Remmert: S. Regimbertus                                       636
Rempt: S. Remaclus                                            639
Rempt: Gesln.                                                 639
Rems: Gesln.                                                  639
Rengers: S. Rainerius                                         641
Rengertsje: S. Ragenfredis, S. Regina                         634
Rengs: Gesln.                                                 640
Renik: S. Rainerius                                           640
S. Renildis                                                   632
Renke: S. Rainerius                                           640
Renkes: Gesln.                                                640
Rennert: S. Rainerius                                         631
Rens: S. Rainerius                                            630
Rens: S. Laurentius                                           465
Rensburg: S. Reginswindis                                     649
Rensen: Gesln.                                                630
Renskje: S. Regina                                            634
Renso: S. Rainerius                                           630
Renwer: S. Rainerius                                          641
Reterink: Gesln.                                              627
Rette: S. Radbodus                                            642
S. Ribarius                                                   651
S. Riberius                                                   645
S. Richarius                                                  644
Richard: S. Richardus                                         643
S. Richardis                                                  648
S. Richardus                                        643, 644, 647
Eerb. Richardus                                    643,  644, 647
Richel: S. Richardus                                          647
Richolt: S. Richarius, Eerb. Richardus                        644
Richtsje: S. Richardis                                        648
S. Rictrudis                                                  648
Ridder: S. Rathardus                                          627
Ridders: Gesln.                                               627
Riek: S. Richardus                                            647
Riekjen: S. Rictrudis, S. Richardis                           648
Rieme: S. Remigius                                            639
Riender: S. Rainerius                                         631
Riense: S. Rainerius                                          630
Riepe: S. Riberius                                            645
Riepke: S. Riberius                                           645
Rieuwert: S. Rithbertus                                       646
Rieuwke: S. Richardus                                         647
S. Rigobertus                                                 653
Rigt: S. Richardus                                            647
Rijckaert: Gesln.                                             643
Rijk: S. Richarius, Eerb. Richardus                           647
Rijkert: S. Richardus                                         647
Rijkjen: S. Rictrudis, S. Richardis                           648
Rijkland: S. Rictrudis                                        648
Rijklof: S. Richardus                                         647
Rijkout: S. Richarius                                         644
Rijnhout: S. Reinoldus                                        633
Rijnsburg: S. Reginswindis                                    649
Rijnvis: S. Regimbertus                                       650
Rijpe: S. Ribarius                                            651
Ryet: S. Rithbertus                                           656
Ryts: S. Rithbertus                                           656
Rikelt: S. Richarius                                          644
Rikje: S. Rictrudis                                           648
Rikke: S. Richardus                                           647
Rikkers: Gesln.                                               643
Rimmer: S. Rembertus                                          652
Rimmert: S. Rembertus                                         652
Rinne: S. Rainerius                                           630
Rintsje: S. Regina                                            634
Rippe: S. Ribarius                                            651
Rippert: S. Rigobertus                                        653
Riprant: S. Rigobertus                                        653
Risje: S. Ritza.                                              655
Riske: (m.) S. Rithbertus                                     654
Riske: (vr.) S. Ritza                                         655
S. Rithbertus                                       646, 654, 656
Ritsaart: S. Richardus                                        643
Ritse: S. Rithbertus                                          656
Ritsert: S. Rithbertus
656
Ritske: S. Rithbertus
654
S. Ritza                                                      655
Robbe: S. Robertus                                            657
Robbe: Gesln.                                                 657
Robbert: S. Robertus                                          657
Robert: S. Robertus                                           657
S. Robertus                                                   657
Eerb. Robertus                                                657
Robijn: S. Rubianus                                           670
Robrecht: S. Robertus                                         657
S. Rocchus                                                    669
S. Rochus                                                     669
Rockus: S. Rochus, S. Rocchus                                 669
Roderik: S. Rodingus                                          658
S. Rodingus                                                   658
Rodmer: S. Rothardus (Rothadus)                               659
Roeder: S. Rothardus                                          660
Roel: S. Rolandus                                             661
Roel: S. Rudolfus                                             671
Roeland: S. Rolandus                                          661
Roelandjen: S. Rolendis                                       662
Roelf: S. Rudolfus                                            671
Roelke: S. Rolendis                                           662
Roelof: S. Rudolfus                                671 en blz. 22.
Roeltjen: S. Rolendis                                         662
Roelvink: Gesln.                                              671
Roem: Gesln.                                                  664
Roemer: S. Romaricus, S. Romanus                              663
Roetert: S. Rothardus                                         660
S. Rogerius                                                   675
Rogge: S. Rogerius                                            675
Rogge: Gesln.                                                 675
Rogger: S. Rogerius                                           675
Rogier: S. Rogerius                                           675
Roimer: S. Romaricus, S. Romanus                              663
Rokus: S. Rochus, S. Rocchus                                  669
Rol: Gesln.                                                   661
Roland: S. Rolandus                                           661
S. Rolandus                                                   661
S. Rolendis                                                   662
Rolle: S. Rolandus                                            661
Rollé (?): Gesln.                                             661
Rolmus: S. Rolandus                                           661
S. Romana                                                     665
S. Romanus                                                    663
Romar: Gesl.                                                  663
S. Romaricus                                                  663
Rombert: S. Romaricus                                         663
Rombout: S. Rumoldus, S. Romualdus             664 en blz. 17, 22.
Rombrig: S. Romana                                            665
Romein: S. Romanus                                            663
Romen: Gesln.                                                 664
Romijn: Gesln.                                                664
Romke: S. Romanus                                             663
Romkje: S. Romana                                             665
Romme: S. Romanus                                             663
Rommert: S. Romaricus                                         663
Rompt: S. Rumoldus, S. Romualdus                              664
S. Romualdus                                       664 en blz. 17.
S. Ronanus                                                    666
Ronge: S. Ronanus                                             666
Ronne: S. Ronanus                                             666
Ronning: Gesln.                                               666
Ronse: Gesln.                                                 666
Roos: S. Rossius                                              667
Roosjen: S. Rosa, S. Rosselina                                668
Roosken: S. Rosa, S. Rosselina                                668
Roozen: Gesl.                                                 667
Roppert: S. Robertus                                          657
S. Rosa                                                       668
Roselientjen: S. Rosa, S. Rosselina                           668
Rosier: S. Rogerius                                           675
S. Rosselina                                                  668
S. Rossius                                               667, 672
S. Rothadus                                                   659
S. Rothardus                                             659, 660
S. Rotrudis                                              590, 676
Rouke: S. Rochus, S. Rocchus                                  669
Roukens: Gesln.                                               669
Rubben: S. Rubianus                                           670
Rubbens: Gesln.                                               670
S. Rubianus                                                   670
Rubijn: S. Rubianus                                           670
S. Rudbertus                                             673, 674
Rudolf: S. Rudolfus                                           671
S. Rudolfus                                                   671
Ruisch: S. Rossius                                            672
Rumold: S. Rumoldus                                           664
S. Rumoldus                                                   664
Rupert: S. Rudbertus (Rupertus)                               673
S. Rupertus                                              673, 674
Rut: S. Rudbertus (Rupertus)                                  674
Rutger: S. Rogerius                                           675
Rutte: Gesln.                                                 674
Ruurdtje: S. Rotrudis                                         676
Ruurt: S. Rodingus                                            658
Ruut: S. Rudbertus (Rupertus)                                 674
Ruward: S. Rodingus (Chraudingus)                             658



S

Saal: Gesln.                                                  682
Saalt: S. Salvius                                             682
Saartjen: S. Sara                                             677
S. Sabas                                            678, 686, 687
Sabbe: S. Sabas                                               678
Sabe: S. Sabas                                                678
S. Sabina                                                     679
S. Saccus                                                     681
Saco: S. Saccus                                               681
Saepke: S. Sabina                                             679
Saeske: S. Sancia                                             680
Sake: S. Saccus                                               681
Sakele: S. Saccus                                             681
Saks: Gesln.                                                  681
Sale: S. Salvius                                              682
Salves: S. Salvius                                            682
S. Salvius                                                    682
S. Sambatus                                                   699
S. Samina                                                     546
S. Sancia                                                680, 702
Sander: S. Sanderadus                                         683
S. Sanderadus                                                 683
Sanne (m.): S. Sanderadus                                     683
Sanne (vr.): S. Susanna                            648 en blz. 22.
Sanneken: S. Susanna                                          684
Sapke: S. Sabina                                              679
S. Sara                                                       677
Saris: S. Sarius, S. Serlo                                    685
Saris: Gesln.                                                 685
S. Sarius                                                     685
Sars: S. Sarius                                               685
Sars: Gesln.                                                  685
Sasbold: S. Sabas                                             686
Sasbout: S. Sabas                                             686
Sasker: S. Sabas                                              687
Sasje: S. Sabas                                               687
Sassing: Gesln.                                               687
Satske: S. Sancia                                             680
Scato: S. Schetzlo                                            689
Schalk: S. Godscalcus                                         305
Schalk: S. Godescalcus                                        688
Schelte: S. Scophilus                                         690
Schette: S. Schetzlo                                          689
S. Schetzlo                                                   689
Schilte: S. Scophilus                                         690
Schilte: Gesln.                                               690
S. Schirbaldus                                                692
Scholte: S. Scophilus                                         691
Scholting: Gesln.                                             691
Schoute: S. Scophilus                                         691
Schrevel: S. Schirbaldus                                      692
S. Scophilus                                             690, 691
Sebald: S. Sebaldus                                           693
S. Sebaldus                                              693, 696
Sebastiaan: S. Sebastianus                                    694
S. Sebastianus                                                694
S. Sebbus                                                     695
Sebe: S. Sebbus                                               695
Seerp: S. Sebaldus                                            696
Seerske: S. Sarius, S. Serlo                                  685
Seger: S. Sigo, S. Sigirannus                                 716
Segers: Gesln.                                                716
Segertsje: S. Sichildis, S. Sigrada                           717
Seye: S. Siviardus                                            697
Seine: S. Sinicius                                            724
Sekele: S. Sigo, S. Sigolinus                                 698
Selis: S. Sigo, S. Sigolinus                                  691
Selle: S. Sigo, S. Sigolinus                                  698
Selle: Gesln.                                                 698
Sem: Gesln.                                                   699
Semme: S. Sambatus                                            699
S. Senanus                                                    729
Senne: S. Senocus                                             700
S. Senocus                                                    700
Sens: S. Sindulfus                                            701
Sent: S. Sindulfus                                            701
Sentenie: Gesln.                                              701
Sentsje: S. Sancia                                            702
Seppe: S. Sebbus                                              795
Ser: S. Sarius, S. Serlo                                      685
Seriel: S. Serlo                                              703
S. Serlo                                                 685, 703
Setse: S. Sesnius, S. Sisinnius                               708
Setske: S. Lucia                                              714
Seveke: Gesln.                                                695
S. Sesnius                                                    708
S. Siardus                                                    712
Zal. Siardus                                                  726
Sibad: S. Sigebaldus                                          704
Sibald: S. Sigebaldus                                         704
Sibbe: S. Sigebertus                                          705
Sibbeltsje: S. Sibillina                                      706
Sibbles: Gesln.                                               695
Sibe: S. Sebbus                                               695
Sibele: S. Sebbus                                             695
Sibert: S. Sigebertus                                         715
Sibet: S. Sigebertus                                          705
S. Sibillina                                                  706
Sibold: S. Sigebaldus                                         704
Sibout: S. Sigebaldus                                         704
Sibran: S. Sigebertus, S. Sigebaldus                          707
Sibrand: S. Sigebertus, S. Sigebaldus                         707
Sibrecht: S. Sigebertus                                       715
Sibrechtsje: S. Sichildis, S. Sigrada                         717
Siburg: S. Sigrada                                            717
S. Sichildis                                                  720
Side: S. Sesnius, S. Sisinnius                                708
Sie: S. Sisenandus                                            713
Siebrecht: S. Sichildis, S. Sigrada                           717
Siedse: S. Sesnius, S. Sisinnius                              708
Siegfried: S. Sigfridus                                       709
Siegfried: Gesln.                                             709
Siel: S. Silaüs                                               710
Sielke: S. Silaüs                                             710
Sientjen: S. Glodesindis                           711 en blz. 25.
Sierd: S. Siardus                                             712
Sies: S. Sisenandus                                           713
Sietjen: S. Lucia                                             714
Sietsje: S. Lucia                                             714
Sieuw: S. Sigfridus                                           725
Sieuwerts: Gesln.                                             725
Sievert: S. Sigebertus                                        715
Sieverts: Gesln.                                              715
S. Sigebaldus                                                 704
Sigebert: S. Sigebertus                                       715
S. Sigebertus                                       705, 707, 715
Siger: S. Sigo, S.  Sigirannus                                716
Sigertsje: S. Sichildis, S. Sigrada                           717
S. Sigfridus                                          9, 725, 728
S. Sigirannus                                                 716
Sigismund: S. Sigismundus                                     718
S. Sigismundus                                           718, 722
S. Sigo                                        698, 716, 721, 722
S. Sigolinus                                                  698
S. Sigrada                                                    717
Sikke: S. Sigo                                                721
Sikkes: Gesln.                                                721
Sikje: S. Sichildis                                           720
S. Silaüs                                                     710
Simen: S. Sigo, S. Sigismundus, S. Simon                      722
Sijmen: S. Sigo, S. Sigismundus, S. Simon                     722
Simens: Gesln.                                                722
Simke: S. Sigo, S. Sigismundus, S. Simon                      722
Simme: S. Sigo, S. Sigismundus, S. Simon                      722
Sind: S. Sindulfus                                            701
Sind: S. Sinicius                                             723
S. Sindulfus                                                  701
Sine: S. Sinicius                                             724
Sijnen: Gesln.                                                724
S. Sinicius                                              723, 724
Sinse: S. Sinicius                                            723
Sinsis: S. Sinicius                                           723
Sipke: S. Sebbus                                              695
Sipkje: S. Sibillina                                          706
Sire: S. Sigo, S. Sigirannus                                  716
Sirik: S. Sigo, S. Sigirannus                                 716
Syrt: S. Siardus                                              712
S. Sisenandus                                            713, 719
S. Sisinnius                                                  708
Syserik: S. Sisenandus                                        719
Syske: S. Sisenandus                                          719
Sijtjen: S. Lucia                                             714
Sytse: S. Sesnius, S. Sisinnius                               708
Siuwe: S. Sigfridus                                           725
Sivert: S. Sigfridus                                          725
S. Siviardus                                             697, 727
Siwert: S. Sigfridus                                          725
Sjaard: S. Siardus                                            726
Sjabbe: S. Sabas                                              678
Sjerk: S. Sigo, S. Sigirannus                                 716
Sjerp: S. Sebaldus                                            696
Sjeuke: S. Siviardus                                          727
Sjieuwe: S. Siviardus                                         727
Sjoeke: S. Siviardus                                          727
Sjoerd: S. Sigfridus                                          728
Sjouke: S. Siviardus                                          727
Sjouwe: S. Siviardus                                          727
Sjut: S. Sigfridus                                            728
Snel: Gesln.                                                  729
Snelger: S. Senanus                                           729
Snellart: S. Senanus                                          729
Snelle: S. Senanus                                            729
Snelleman: Gesln.                                             729
Snellens: Gesln.                                              729
Sneltjes: Gesln.                                              729
Soet: S. Suidbertus                                           730
Soet: Gesln.                                                  730
Soeteman: S. Suidbertus                                       730
Sofie: S. Sophia                                              731
Sofietjen: S. Sophia                                          731
S. Solarius                                                   732
S. Solas                                                      732
Solke: S. Solarius, S. Solas                                  732
Solkes: Gesln.                                                732
S. Sophia                                                236, 731
Staas: S. Stathaeus                                           733
Staas: Gesln.                                                 733
Staats: S. Stathaeus                                          733
Staats: Gesln.                                                733
Stans: S. Constans                                            446
Stansjen: S. Constantia                                       447
Stasis: S. Stathaeus                                          733
S. Stathaeus                                                  733
Steffen: S. Stephanus                                         735
Stein: S. Stephanus                                           734
Stendert: S. Stephanus                                        734
S. Stephanus                                             734, 735
Steven: S. Stephanus                               735 en blz. 22.
Stiene: S. Christina                                          736
Stientjen: S. Christina                            736 en blz. 25.
Stijn: S. Stephanus                                           734
Stijntjen: S. Christina                                       736
Stoffel: S. Christophorus                                     455
Suffried: S. Sigfridus                                        709
S. Suidbertus                                       730, 742, 744
Sure: S. Sura                                                 737
S. Sura                                        737, 739, 740, 745
S. Susanna                                               684, 738
Suse: S. Susanna                                              738
Susjen: S. Susanna                                            738
Suster: S. Susanna                                            738
Suurtsje: S. Sura                                             737
S. Suwarda                                     737, 739, 740, 745
Suwe: S. Sura (Suwarda)                                       739
Suwtjen: S. Sura (Suwarda)                                    739
Swaantjen: S. Sura (Suwarda)                                  740
Swaenen: Gesln.                                               740
Swaens: Gesln.                                                740
Swanik: S. Swentiboldus                                       743
Swebert: S. Suidbertus                                        744
Sweder: S. Suidbertus                                         742
Sweer: S. Suidbertus                                          742
Sweerts: Gesln.                                               742
Sweitse: S. Suidbertus                                        744
Swentibold: S. Swentiboldus                                   743
S. Swentiboldus                                          741, 743
Swerts: Gesln.                                                742
Swiedbert: S. Suidbertus                                      744
Swier: S. Suidbertus                                          742
Switer: S. Suidbertus                                         744
Swittert: S. Suidbertus                                       744
Swobke: S. Sura (Suwarda)                                     745
Swobkje: S. Sura (Suwarda)                                    745



T

Taalman: Gesln.                                               749
Taat: S. Tatwinus                                             748
Taat: Gesln.                                                  748
Tabbe: S. Davinus                                             746
Tabe: S. Davinus                                              746
Tabinge: Gesln.                                               746
Taco: S. Dagobertus, S. Dagaeus (Dega)                        747
Taconis: Gesln.                                               747
Tade: S. Dado                                                 748
Tading: S. Dado                                               748
Tadik: S. Dado                                                748
Tadman: S. Theodemirus                                        762
Tadt: S. Tatwinus                                             748
Taye: S. Dagaeus (Dega)                                       747
Taike: S. Dagobertus, S. Dagaeus (Dega)                       747
Tale: S. Dalfinus                                             749
Talte: S. Dalfinus                                            749
Tame: S. Tammarus, S. Damianus                                133
Tames: S. Tammarus, S. Damianus                               133
S. Tammarus                                                   133
Tamme: S. Tammarus, S. Damianus                               133
Tammerus: S. Tammarus, S. Damianus                            133
S. Tancha                                                135, 750
S. Tanco                                                      138
Tane: S. Danius                                               134
Tanke: S. Tanco                                               138
Tanne: S. Danius                                              134
Tanne: S. Tancha, S. Antonia                                  750
Tantsje: S. Tancha, S. Antonia                                750
Tates: Gesln.                                                 748
S. Tatwinus                                                   748
Tea: S. Thiadildis                                            752
Tebbe: S. Davinus                                             746
Tedde: S. Tetricus, S. Tetradius                              751
Teding: Gesln.                                                751
Tedman: S. Tatwinus                                           748
Tedman: S. Theodemirus                                        762
Tee: S. Thiadildis                                            752
Teekje: Thiadildis                                            752
Teel: S. Dalfinus                                             749
Teetje: S. Tetta                                              753
Teetske: S. Tetta                                             753
Teger: S. Dagarus                                             754
Teise: S. Tetricus                                            751
Telle: S. Tillo, S. Tilbertus                                 760
Temme: S. Tammarus, S. Damianus                               133
Tenne: S. Danius                                              134
S. Teocus                                                     151
S. Teresia                                                    768
S. Ternus                                                     143
Tesse: S. Thethmarus                                          759
Testaard: S. Tetradius                                        755
Tetard: S. Tetradius                                          755
Tete: S. Tetradius                                            755
S. Tetradius                                             751, 755
S. Tetricus                                                   751
Tetse: S. Tetricus                                            751
S. Tetta                                                      753
Teune: S. Antonius                                             56
Teuneken: S. Antonia                                          766
Teunis: S. Antonius                                            56
Teunisjen: S. Antonia                                         766
Teunisken: S. Antonia                                         766
Teuntjen S. Antonia                                           766
Teuw: S. Matthaeus                                            756
Tewis: S. Matthaeus                                           756
S. Tezelinus                                                  761
Theobald: S. Theobaldus                                       757
S. Theobaldus                                                 757
S. Theodardus                                                 147
S. Theodemirus                                                762
S. Theodericus                                      142, 146, 784
Theodoor: S. Theodorus                                        758
S. Theodora                                                   164
S. Theodorus                                                  758
S. Theodulfus                                                 157
S. Theonilla                                                  148
S. Thethmarus                                            145, 759
S. Thiadildis                                 144, 150,  156, 752
Thiebaut: Gesln.                                              757
Thier: Gesln.                                                 142
Thijs                                                     blz. 26.
S. Thomas                                                     765
Tibaut: S. Theobaldus                                         757
Tibbe: S. Theobaldus                                          757
Tibbolt: S. Theobaldus                                        757
Tibbout: S. Theobaldus                                        757
Tidde: S. Thethmarus                                          759
Tiedeman: S. Theodemirus                                      762
Tiedeman: Gesln.                                              762
Tiedger: S. Thethmarus                                        759
Tiedske: S. Thiadildis                                        156
Tyel: S. Tillo, S. Tilbertus                                  760
Tiele: S. Tillo, S. Tilbertus                                 760
Tieleman: S. Tillo, S. Tilbertus                              760
Tieleman: Gesln.                                              760
Tielen: Gesln.                                                760
Ties: S. Disibodus                                            149
Tiesse: S. Tezelinus                                          761
Tietje: S. Thiadildis                                         156
Tietse: S. Thethmarus                                         759
Tieze: S. Disibodus                                           149
S. Tigernacus                                            152, 763
S. Tilbertus                                             154, 760
S. Tillo                                                      760
Timans: Gesln.                                                762
Timen: S. Theodemirus                                         762
Timens: Gesln.                                                762
Tijmen: S. Theodemirus                                        762
Tine: S. Theonilla                                            148
Tinke: S. Tigernacus                                          763
Tynke: S. Theonilla                                           149
Tinne: S. Tigernacus                                          763
Tintje: S. Theonilla                                          148
Toers: S. Turianus (Turiavus)                                 764
Tome: S. Domnolus, S. Domnolenus, S. Thomas    765
Tomis: S.  Domnolus, S. Domnolenus, S. Thomas                 765
Tomme: S. Domnolus, S. Domnolenus, S. Thomas                  765
Tone: S. Antonius                                              56
Toon: S. Antonius                                   56 en blz. 20.
Toontjen: S. Antonia                                          766
Tossanus: S. Tozzo                                            767
S. Tossanus (Toussanus)                                       767
Totsje: S. Doda                                               160
Totte: S. Dodo                                                158
S. Tozzo                                                      767
Treese: S. Teresia                                            768
Treesjen: S. Teresia                                          768
S. Treverius                                                  166
Trientjen: S. Catharina                                       434
Trijntjen: S. Catharina                                       434
Troye: S. Trudo                                               769
S. Trudo                                                      769
Trui (m.): S. Trudo                                           769
Truijens: Gesln.                                              769
Truiken: S. Truthgeba                                         770
Truiken: S. Gertrudis                                         273
Truitjen: S. Gertrudis                                        273
S. Truthgeba                                                  770
Tsjaard: S. Gradulfus                                         771
Tsjabbe: S. Gabinus                                           772
Tsjade: S. Cadeoldus                                          773
Tsjakke: S. Cadeoldus                                         774
Tsjalke: S. Gallanus                                          775
Tsjalle: S. Gallanus                                          775
Tsjallef: S. Gallanus                                         775
Tsjalling: S. Gallanus                                        775
Tsjamke: S. Gamaris                                           776
Tsjamme: S. Gamaris                                           776
Tsjark: S. Guericus                                           783
Tsjark: S. Theodericus                                        784
Tsjasse: S. Cassericus                                        777
Tsjeard: S. Gerardus                                          779
Tsjeartsje: S. Gertrudis                                      780
Tsjebbe: S. Gebhardus                                         778
Tsjemme: S. Gamaris                                           776
Tsjemme: S. Gemmulus                                          781
Tsjepke: S. Gebhardus                                         778
Tsjepkje: S. Gebedrudis                                       782
Tsjerk: S. Guericus                                           783
Tsjerk: S. Theodericus                                   146, 784
Tsjerne: S. Gerinus                                           785
Tsjesse: S. Cornelius                                         786
Tsjetse: S. Cornelius                                         786
Tsjeuke: S. Gaugericus                                        787
Tsjiep: S. Gebhardus                                          778
Tsjimme: S. Gemmulus                                          781
Tsjipkje: S. Gebedrudis                                       782
Tsjitger: S. Gitzelinus                                       788
Tsjitte: S. Gitzelinus                                        788
Tsjomme: S. Gummarus                                          789
Tuik: S. Tugdualus                                            159
S. Tugdualus                                                  159
S. Turianus                                                   764
S. Turiavus                                                   764



U

S. Ubaldus                                                    790
Ubbels: Gesln.                                                790
Ubbens: Gesln.                                                790
Ube: S. Ubaldus                                               790
Ubele: S. Ubaldus                                             790
S. Udalricus                                                  797
S. Udardus                                                    791
Udens: Gesln.                                                 791
Udo: S. Utho, S. Udardus                                      791
Uge: S. Hugo                                             380, 792
Uyl: Gesln.                                                   793
Uiling: Gesln.                                                793
Uilkens: Gesln.                                               793
Ukke: S. Hugo                                                 792
Ulbe: Zal. Ulboldus, S. Ulgisus                               793
Ulbetjen: S. Ulphia                                           794
Zal. Ulboldus                                                 793
Ulde: S. Udalricus                                            797
Ulens: Gesln.                                                 793
S. Ulferius                                              587, 795
Ulfert: S. Ulferius                                           795
Ulfertsje: S. Ulphia                                          796
Ulffers: Gesln.                                               795
S. Ulgisus                                                    793
S. Ulphia                                                794, 796
Ulpke: S. Ulphia                                              794
Ulrik: S. Udalricus                                           797
Uneke: S. Unnis                                          582, 798
Unico: S. Unnis                                               582
Unke: S. Unnis                                                582
S. Unnis                                                 582, 798
S. Unno                                                       582
S. Unnus                                                      582
Upke: S. Ubaldus                                              790
Urseltjen: S. Ursula                                          799
S. Ursmarus                                                   800
S. Ursula                                                     799
Usmar: S. Ursmarus                                            800
Usso: S. Uzanus                                               801
Uteke: S. Utho, S. Udardus                                    791
S. Utho                                                       791
Uwe: S. Uzanus                                                802
Uwen: Gesln.                                                  802
S. Uzanus                                           360, 801, 802



V

Vaas: S. Vasius                                               803
Vaast: S. Vedastus                                            804
Valeer: S. Valericus                                          805
S. Valericus                                                  805
Valk: S. Falco                                           225, 806
Valke: S. Falco                                          225, 806
Vasen: Gesln.                                                 803
S. Vasius                                           803, 817, 847
Vasmar: Zal. Fastredus                                        228
Vasse: Gesln.                                                 803
Vast: Zal. Fastredus                                          228
Vechter: S. Victor                                            807
S. Vedastus                                         804, 835, 837
S. Vedulfus                                                   835
Veer: S. Ferreolus                                            234
Veirle: S. Pharaildis                                         226
Velten: S. Philibertus                                   230, 808
Verele: S. Pharaildis                                    226, 809
S. Verembaldus                                                832
S. Veremundus                                                 816
Verle: S. Pharaildis                                          809
S. Verona                                                     259
S. Veronica                                                   259
S. Veronus                                                    258
S. Victor                                                     807
S. Vigilius                                                   810
Vijfken: S. Genovefa                                          408
Vijgel: S. Vigilius                                           810
Vincent: S. Vincentius                                        811
S. Vissia                                                     854
S. Vivina                                                     852
Vokeltje:                                                     244
Volbrecht: Zal. Fulbertus                                     242
Volker: S. Volkerus                                243 en blz. 17.
Volkers: Gesln.                                               243
Volkert: S. Volkerus                           243 en blz. 17, 22.
S. Volkerus                                              243, 875
Volkwin: S. Folcuinus                                         245
Vollebrecht: Gesln.                                           242
Volles: Gesln.                                                243
Volmer: S. Vulmarus                                           246
Voorting: Gesln.                                              248
Voppe: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                            875
Vreys: S. Frisius                                             256
Vriend: S. Amicus                                             812
Vriend: Gesln.                                                812
Vriens: Gesln.                                                812
Vrind: S. Amicus                                              812
Vrind: Gesln.                                                 812
Vrode: S. Prudentia                                           257
Vroede: S. Prudentia                                          257
Vrone (m.): S. Veronus                                        258
Vrone (vr.): S. Verona                                        259
S. Vulmarus                                              246, 876



W

Waaie: S. Weeda                                               813
Waaijer: Gesln.                                               813
Waalke: S. Walo                                               814
Waalkes: Gesln.                                               822
Waalte: S. Walo                                               814
Waaltsje: S. Waldetrudis                                      815
Waander: S. Wandregesilus                                     830
Waanders: Gesln.                                              830
Waare: Gesln.                                                 816
Waarmond: S. Veremundus                                       816
Waas: S. Vasius, S. Wasnulfus                                 817
Waatse: S. Vasius, S. Wasnulfus                               817
Waatse: S. Vedastus, S. Vedulfus                              836
Wabbe (m.): S. Walbertus                                      820
Wabbe (vr.): S. Waldetrudis                                   818
Wabbel: S. Waldetrudis                                        818
Wable: S. Walbertus                                           820
Waltsje: S. Waldetrudis                                       818
S. Waccarus                                                   819
Wachtel: S. Waccarus                                          819
Wachtelaar: S. Waccarus                                       819
Wachtelaer: Gesln.                                            819
Wael: S. Walaricus                                            822
Wagtel: Gesln.                                                819
Wakker: S. Waccarus                                           819
Wakkers: Gesln.                                               819
S. Walaricus                                   822, 824, 825, 827
Walbert: S. Walbertus                                         820
S. Walbertus                                                  820
Walburg: S. Walburgis                                         821
S. Walburgis                                             129, 821
S. Waldebertus                                                828
S. Waldefridus                                                828
S. Waldetrudis                                           815, 818
S. Waldrada                                                   826
Waldrik: S. Waldebertus, S. Waldefridus                       828
Wale: S. Walaricus                                            822
Walewein: S. Wolbodo                                          823
Walfried: S. Waldefridus                                      828
Walig: S. Walaricus                                           824
Waling: S. Walaricus                                          824
Walke: S. Walo                                                814
Walle: S. Walo                                                814
Wallekey: S. Waldetrudis                                      818
Walleken: S. Walburgis                                        821
Walles: Gesln.                                                822
Wallich: Gesln.                                               824
S. Walo                                                       814
Walraad: S. Walaricus                                         825
Walrade: S. Waldrada                                          826
Walram: S. Walaricus                                          827
Walrand: S. Walaricus                                         827
Walraven: S. Walaricus                                        827
Walraven: Gesln.                                              827
Walte: S. Waldebertus, S. Waldefridus                         828
Walter: S. Walterus                                           829
S. Walterus                                                   829
Wander: S. Wandregesilus                                      830
S. Wandregesilus                                              830
Waning: Gesln.                                                831
S. Waningus                                                   843
Wannes: S. Joannes                                            831
Wanning: Gesln.                                               831
Wapke: S. Walbertus                                           820
Warbold: S. Verembaldus                                       832
Warbout: S. Verembaldus                                       832
Ward: S. Edwardus (Eduardus)                             177, 833
Warmbout: S. Verembaldus                                      832
Warmold: S. Verembaldus                                       832
Warnaars: Gesln.                                              834
Warnar: S. Wernherus                                          834
Warne: S. Wernherus                                           834
Warnink: Gesln.                                               834
Was: S. Wasnulfus                                             836
Wasman: S. Wasnulfus                                          836
Wasman: Gesln.                                                836
S. Wasnulfus                                             817, 836
Wasse: S. Wasnulfus                                           836
Wassen: Gesln.                                                836
Wassink: Gesln.                                               836
Watte: S. Vedastus, S. Vedulfus                               835
Wauter: S. Walterus                                           829
Webbe: S. Wigbertus                                           849
Wedse: S. Vedulfus                                            835
S. Weeda                                                      813
Wegbrans: Gesln.                                              858
Weid: S. Vedastus                                             837
Weyen: S. Wiho                                                860
Weyn: S. Winocus                                              869
Weismann: Gesln.                                              871
Welbe: S. Willibrordus                                        838
Welke: S. Willehadus                                          839
Welmoet: S. Wilfreda                                          840
Welp: Gesln.                                                  838
Wemberich: S. Wigmannus                                       868
Wemmer: S. Wigmannus                                          868
S. Wenceslaus                                                 844
Wendel: S. Wandregesilus                                      830
Wendel: S. Wendelinus                                         841
Wendelaar: Gesln.                                             830
S. Wendelinus                                                 841
Wendelmoet: S. Wilfreda                                       840
Wender: S. Wintrungus                                         842
Wenker: Gesln.                                                869
Wenne: S. Waningus                                            843
Wenneke: S. Waningus                                          843
Wenneker: Gesln.                                              869
Wennekes: Gesln.                                              843
Wennen: Gesln.                                                843
Wentsel: S. Wenceslaus                                        844
Wenzel: S. Wenceslaus                                         844
Were: S. Werenfridus                                          845
Werenfried: S. Werenfridus                                    845
S. Werenfridus                                           845, 846
Werner: S. Wernherus                                          834
S. Wernherus                                                  834
Werp: S. Werenfridus                                          846
Wervel: S. Werenfridus                                        845
Weseman: Gesln.                                               836
Wessel: S. Wenceslaus                                         844
Wessel: S. Vasius                                             847
Wesseling: Gesln.                                             847
Wessels: Gesln.                                               847
Wetse: S. Vedastus                                            837
Wette: S. Guido                                               873
Wiard S. Guericus                                             848
Wibaut: Gesln.                                                857
Wibe: S. Wigbertus                                            849
Wiben: Gesln.                                                 849
Wibert: S. Guibertus                                          856
Wibo: S. Wigbertus                                            849
Wibo: Gesln.                                                  849
Wibout: Wigbertus                                             857
Wibrand: S. Wigbertus                                         858
S. Wibrandis                                                  850
Wibren (m.): S. Wigbertus                                     858
Wibren (vr.): S. Wibrandis                                    850
Wibrentsje: S. Wibrandis                                      850
Wybrigje: S. Wibrandis                                        850
Wichard: S. Wigbertus                                         851
Wichman Gesln.                                                859
Widmer: S. Witmarus                                           872
Wijdt: S. Guido                                               873
Wiebols: Gesln.                                               857
Wiebes: Gesln.                                                849
Wye: S. Wiho                                                  860
Wiegant: Gesln.                                               859
Wiegman: Gesln.                                               859
Wielke: S. Willehadus                                         839
Wiemers: Gesln.                                               868
Wientjen: S. Winefreda, S. Wivina, S. Vivina                  852
Wier: S. Wiro                                                 853
Wierde: S. Guericus                                           848
Wierik: S. Guericus                                           855
Wierts: Gesln.                                                848
Wies: S. Aloysius                                              43
Wiesjen: S. Vissia                                            854
Wiezer: S. Guisbertus                                         871
S. Wigardus                                                   859
Wigbele: S. Wigbertus                                         857
Wigbert: S. Wigbertus                                         856
S. Wigbertus                              849, 851, 856, 857, 858
Wigbold: S. Wigbertus                                         857
Wigbolts: Gesln.                                              857
Wigbout: Gesln.                                               857
Wigbrand: S. Wigbertus                                        858
Wigbrans: Gesln.                                              858
Wigge: S. Wigardus, S. Wigmannus                              859
Wiggele: S. Wigmannus                                         859
Wigger: S. Wigardus                                           859
Wiggers: Gesln.                                               859
Wiggert: S. Wigardus                                          859
Wigle: S. Vigilius                                            810
S. Wigmannus                                             859, 868
S. Wiho                                                       860
Wike: S. Wigmannus                                            859
Wyke: S. Wibrandis                                            850
Wikel: Gesln.                                                 810
Wikel: Gesln.                                                 859
Wilbert: S. Willibrordus                           861 en blz. 22.
S. Wilfreda                                              840, 866
S. Wilfridus                                             862, 867
Wilfried: S. Wilfridus                                        862
Wilhelma                                                      866
Wilhelmiene: S. Wilfreda                           866 en blz. 23.
Wilhelmina                                         866 en blz. 23.
S. Wilhelmus                                                  864
Wilke: S. Willeïcus                                           863
Wilke: S. Willehadus                                          839
Wilkens: Gesln.                                          839, 863
Wille: S. Willibrordus, S. Willibaldus, S. Willehadus         861
Willebrord: S. Willibrordus                                   861
S. Willehadus                                       839, 861, 865
S. Willeïcus                                                  863
Willem: S. Wilhelmus                               864 en blz. 22.
Willemar: S. Willibrordus, S. Willibaldus                     865
Willemiene: S. Wilfreda                            866 en blz. 23.
Willemken: S. Wilfreda                                        866
Willempjen: S. Wilfreda                                       866
S. Willericus                                                 458
S. Willibaldus                                           861, 865
S. Willibrordus                                     838, 861, 865
Wilmer: Gesln.                                                865
Wilmers: Gesln.                                               865
Wilse: S. Willeïcus                                           863
Wilskje: S. Wilfreda                                          866
Wilte: S. Wilfridus                                           867
Wiltink: Gesln.                                               867
Wiltse: S. Wilfridus                                          867
Wimke: S. Wigmannus                                           868
Wimken: S. Wilfreda                                           866
Wimmer: S. Wigmannus                                          868
Winand: S. Winocus                                 869 en blz. 22.
Wijnands: Gesln.                                              869
Wind: S. Wintrungus                                           870
Wyndel: S. Wendelinus                                         841
Wine: S. Winocus                                              869
S. Winefreda                                                  852
Wineke: S. Winocus                                            869
Winer: S. Winocus                                             869
Winering: S. Winocus                                          869
Winert: S. Winocus                                            869
S. Winfridus (Bonifacius)                                     869
Wijnker: Gesln.                                               869
Wijnne: Gesln.                                                869
S. Winocus                                                    869
Winolt: S. Winocus                                            869
Winrik: S. Winocus                                            869
Winte: S. Wintrungus                                          870
Winterink: Gesln.                                             870
Winters: Gesln.                                               870
Wijntjen: S. Winefreda, S. Wivina                             852
Wijntjes: Gesln.                                              869
S. Wintrungus                                            842, 870
Wintse: S. Wintrungus                                         870
Wirdmer: S. Guericus                                          848
S. Wiro                                                       853
Wiseman: Gesln.                                               871
Wiske: S. Guisbertus                                          871
Wiskje: S. Vissia                                             854
Wismar: S. Witmarus                                           872
Wisse: S. Guisbertus                                          871
Wisse: Gesln.                                                 871
Wissing: Gesln.                                               871
S. Witburga                                                   874
Witke: S. Guido                                               873
Witman: S. Guido                                              873
S. Witmarus                                                   872
Witsen: Gesln.                                                873
Witske: S. Witburga                                           874
Witte: S. Guido                                               873
Witte: Gesln.                                                 873
Wittert: Gesln.                                               873
S. Wivina                                                     852
Wobbe: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                            875
Wobbe: Gesln.                                                 875
Wobbel: S. Wolbodo                                            876
Woelke: S. Wolbodo                                            876
Wol: S. Wolbodo, S. Vulmarus                                  876
Wolbert: S. Wolbodo, S. Vulmarus                              876
S. Wolbodo                                               823, 876
Wolbrand: S. Wolbodo, S. Vulmarus                             876
Wolf: S. Wolfgangus                                           877
Wolfbrand: S. Wolfgangus                                      877
Wolfert: S. Wolfgangus                                        877
Wolfgang: S. Wolfgangus                             877 en blz. 8.
S. Wolfgangus                                                 877
Wolfger: S. Wolfgangus                                        877
Wolmer: S. Vulmarus                                           876
Wolter: S. Walterus                                           829
Wolven: Gesln.                                                877
Wolwijn: S. Wolbodo                                           876
Womke: S. Wonedulfus                                          878
S. Wonedulfus                                                 878
Wonne: S. Wonedulfus                                          878
Wonnink: Gesln.                                               878
Wopke: Zal. Fulbertus, S. Volkerus                            875
Wopkes: Gesln.                                                875
Worp: S. Werenfridus                                          846
Worp: Gesln.                                                  846
Wout: S. Walterus                                             829
Wouter: S. Walterus                                829 en blz. 22.
Woutrien: S. Walterus                                         829
Wouwerik: S. Vulmarus                                         876
Wridsaart: S. Richardus                                       643
Wul: S. Vulmarus, S. Wolbodo                                  876
Wulbrands: Gesln.                                             876
Wulf: S. Wulframnus                                           879
Wulfing: Gesln.                                               877
Wulfram: S. Wulframnus                                        879
S. Wulframnus                                            875, 879
S. Wulgisus                                                   793
Wunne: S. Wonedulfus                                          878



Z

Zeger: S. Sigo, S. Sigirannus                                 716
Zegers: Gesln.                                                716
Zwaantjen: S. Sura (Suwarda)                                  740
Zwanik: S. Swentiboldus                                       741
Zweder: S. Suidbertus                                         742
Zwentibold: S. Swentiboldus                                   743



BETEEKENIS VAN EENIGE OUD-GERMAANSCHE NAAMSTAMMEN


volgens de opgaven van Förstemann en Heintze.

Vele woorden waarvan de beteekenis door deze schrijvers in het onzekere
gelaten is, blijven hier onvermeld.



A

ABA: man.
AG: snijdend zwaard. (Lat. _acies_).
AGIL = AG.
AGIN = AG.
AGIR = AG.
AGIS: schrik.
AID: eed.
AIVA: eeuw.
ALA: al, alles.
ALB: elf (mythol.).
ALDA: oud.
ALFI: elf (mythol.)
ALHI: tempel.
ALJA: ander.
ALJAN: sterke.
AM: moeder.
AMAL = AM.
AMAT = AM.
ANGIL: goddelijk wezen.
ANSI: god.
ANTI: reus.
ARBI: erf.
ARMA: arm (Lat. _pauper_).
ARA: arend.
ARIN: arend.
ATHA: vader.
ATHAL: adel.
AUDA: erfgoed.
AUGA: oog.
AUSTA: oosten.



B

BADU: strijd.
BALDA: onversaagd.
BANDA: krijgsvaan.
BARDA: reus.
BAUDA: gebieder.
BAUGA: ring, halsband.
BERA: beer.
BERGA: bewaren, bergen.
BERHTA: klaar, blinkend.
BERIN: beer.
BIG: houwen.
BILI: strijdbijl: billijk.
BLIC: glans, bliksem.
BLIDI: blijd.
BOD: gebieden, ontbieden.
BON: (het Lat. _bonus_) goed.
BOSI: vijandig.
BRANDA: vlammend zwaard.
BRUNJA: borstharnas.
BURGI: bewaren, bergen. Vormt evenals BERGA vrouwelijke namen.



D

DADI: daad.
DAGA: dag.
DAR: werpspiets.
DEURJA: duur, dierbaar.
DOMA: gericht, macht.
DRUDI: trouw, dierbaar, veel voorkomend in vrouwenamen.



E

EBUR: everzwijn.
ERCAN: edel, echt.
ERA: eer.
ERIN = ERA.
ERMIN = IRMIN: naam v.d. halfgod.



F

FARA: geslacht, familie.
FASTI: vast.
FILU: veel.
FLADI: zuiver, rein. Gelijk fleda en fledis in veel vrouwenamen
voorkomend.
FLAV (het Lat. _flavus_) blond.
FRAVI: heerin.
FRITHU: vrede.
FRIUND: vriend.
FRODA: vroed, wijs.
FULCA: volk.



G

GAILA: lastig.
GAIRU: werpspeer.
GANG: aanstormen.
GARDI: gaard. Tweede helft van veel vrouwenamen.
GARVA: ten strijde bereid.
GASTI: gast, vreemdeling.
GAUTA: goth.
GAVJA: gouw.
GIB: geven.
GILD: geld.
GIS, GISIL: gijzelaar.
GODA: god, goed.
GOZ: goth.
GRAVA: grauw, grijs.
GRIMA: helm, masker.
GRISJA: grijs.
GUDA: god.
GUMA: (het Lat. _homo_) mensch.
GUNDI: krijg.



H

HAB: have.
HAG, HAGAN: behagen.
HAIDU: gestalte. Als haid en heid tweede deel van veel vrouwenamen.
HAILA: heel, gezond.
HAILAGA: heilig.
HAIMI: heim, huis.
HAL: man.
HALIDA: held.
HAM: dek, kleed.
HAN: haan.
HANDU: hand.
HARDU: sterk, hard. Ook tweede deel van veel mannel. namen.
HARJA: heir. Ook als _har_ en _her_ tweede deel van veel mannelijke
namen.
HATHU: strijd.
HAUHA: hoog.
HELMA: helm.
HILDI: strijd. Ook tweede deel van veel vrouwenamen.
HILP: helpen.
HIMILA: hemel.
HLODA: luid = beroemd.
HOGA = HAGAN.
HRABAN: raaf. Ook tweede deel van veel mannenamen
HRINGA: ring.
HROTHI: roem, zege.
HUGU: geest, verstand.
HULTHA: genadig.
HUNI: reus.
HUSA: huis.
HVELP: welp.



I, J

IDIS: maagd.
IS, ISAN: ijzer.
IW: taxusboom.
JUNGA: jong.



K

KARAL: man, kerel.
KLAR: klaar, helder.
KUNI: geslacht, kunne, en koen.



L

LAIC: springen, dans.
LAIFA: zoon.
LAITHA: vijandig en leiden.
LEUBA: lief, geliefd.
LEUDI: volk.
LEV, LEVON: leeuw.
LIBA: lijf.
LINDI: slang, gordel.
LOH (het Lat. _lucus_): bosch.



M

MAG, MAGAN: kracht, vermogen.
MANA: man.
MAND: blijde zijn.
MARU: beroemd.
MAURA: Moor.
MATHAL: spraak, rede.
MATHI: macht.
MILDI: mild, vrijgevig.
MODA: moed.
MUNDA: voogd.
MUNI: lust.



N

NANTHI: koen.
NATH: genade, gunst.
NITHA: krijgsijver.
NIVJA: nieuw, jong.
NODI: nood.
NORTHA: noorden.
NUN: wicht.



O

ORTA: lansspits.
OTHAL: erfgoed, woonstede.



R

RADI: raad.
RAGAN: raad.
RANG: worstelen.
RICJA: rijk.
RID: rijden.
RIPJA: rijp.



S

SANTHA: waar.
SARVA: uitrusting.
SCALCA: knecht.
SEVA, SEVI: zee.
SIBJA: maagschap.
SIDU: zede.
SIGIS: zege.
SINTHA: weg, heirvaart.
SMITHU: smid.
SNEL: snel, stoer.
STAINA: steen.
SUNDA: zuiden.
SVANA: zwaan.
SVINTHA: krachtig, gezwind.



T

TAT, TAITA: daad.
THANC: gedachte.
THEGAN: krijgsknecht.
THEUDA: volk.
THINGA: ding.
THIVA: dienaar.
THRASA: strijden.



U

UN: geven, toestaan.
URSA: (het Lat. _ursus_), beer.



V

VAC, VACAR: wakker.
VADJA: waden, gaan.
VAG: wakker.
VALD: besturen.
VALHA: buitenlander, vreemdeling.
VAN: verwachting.
VAND: winden, wenden.
VAR, VARIN: waarborgen en weren.
VERTHA: waard.
VID: woud.
VIGA: kampstrijd.
VIHA: wijden.
VILJA: wil.
VIND, VINID: winden, wenden.
VINI: vriend.
VINTAR: winter.
VIS: aanvoerder.
VIZ: wijs.
VOLA: wel (goed).
VOP: roepen.
VULFA: wolf.
VUNJA: lust.



AANTEEKENINGEN


[1] _Rituale Romanum_ van 1614, De S. Oleis et aliis requisitis. Reeds
was al in den _Catechismus Romanus_, op last van het Concilie van
Trente in 1566 uitgegeven, diezelfde wensch uitgesproken.

[2] Van deze twee lijstjes is mij als oudste uitgaaf die bekend welke
gedrukt en aangehangen werd bij een _Rituale Romanum, contractum et
abbreviatum_. Antverpiae, et prostant Amstelodami apud Philippum van
Eyck 1657. De eigenlijke Titels luiden: _Nomina propria Hollandorum_
accommodata Nominibus Sanctorum, qui in Ecclesia celebrantur:
adjunctis plerumque eorundem Festis; en _Nomina propria Frisica_
Sanctorum nominibus applicata.

Eene kleinere lijst vindt men achter _Rosweydus' Generale legende
der Heylighen_ van 1665.

[3] Dl. 142, Aug., Sept. en Oct, 1912. Dl. 143, Mei 1913.

[4] Aldus in de _Dictionn. des antiq. Chrét._ par l'abbé
_Martigny_. Paris 1865, p. 445-53.

Wat hier zeer beknopt wordt vermeld kan men zeer degelijk en uitvoerig
behandeld vinden door _F. X. Kraus_ in zijn _Real-encyklopädie der
Christl. Alterthümer_, II, S. 467-82, alsmede door C. A. _Kneller_
S.J. in de _Stimmen aus Maria-Laach_ 62. B. (1902). S. 171-82 en
272-86. Beide opstellen zijn rijkelijk voorzien van aanhalingen uit
de Vaders, en schrijvers over de oud-christelijke monumenten.

Zeer lezenswaardig is ook nog het opstel van pastoor _Fröhling_: Die
Namengebung bei der Taufe und Firmung, insbesondere die christlichen
Taufnamen, in _Der katholische Seelsorger_, XXe jaargang (1908)
S. 69-78.

[5] _De Katholiek_; meer bijzonder Dl. 143, Mei 1913, blz. 342-59.

[6] Voor Zuid-Nederlandsche namen vond ik opgaven in een opstel onder
den titel van _Nederlandsche Voornamen_, verschenen in _Serrure's
Vaderl. Museum_ v. Ned. Letterk. enz. Gent 1855, Dl. I, blz. 206-14,
en Dl. III, blz. 221-23. Deze lijst werd nog eens herdrukt in het
_Jaarboek der Kon. Vlaamsche Academie_ van 1901, blz. 33-54.

[7] _De Nederl. Geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis
door Johan Winkler_, Haarlem 1885, blz. 2-3. Ik dank aan dezen geleerde
ook nog menigen wenk, dien ik mondeling mocht ontvangen.

Ook Prof. _J. Verdam_ in _De geschiedenis der Nederlandsche taal_,
Leeuwarden 1890, blz. 129-33. en Dr. _G. J. Boekenoogen_ in zijn
opstel _Onze Voornamen_ (_De Gids_, 54e jaarg. 1890, IIIe Deel)
geven over de Germaansche voornamen veel wetenswaardigs te lezen.

[8] Förstemann Sp. 642.

[9] _De Nederl. Geslachtsnamen_ door Winkler, I blz. 22.

[10] _Winkler_, _Fr. Naamlijst_, blz. IX.

[11] Voor zoover die in den _Index alphabeticus_ van het laatste deel
der Bollandisten, doch dikwijls slechts bij benadering, opgegeven
zijn. Het was mij niet doenlijk telkens de afzonderlijke Levens in
de verschillende deelen op te slaan.

[12] _Die Deutschen Familiennamen_, geschichtlich, geographisch,
sprachlich, von Prof. _Albert Heintze_, Halle, 1908. S. 18.

[13] Men weet dat deze _n_ geen teeken is van meervoud, maar van
tweeden naamval.

[14] Maar daarom behoort men ook, als de Latijnsche vorm gebruikt
wordt, zich te houden aan de schrijfwijze onzer ritueele boeken en
van de vulgaat-uitgave des Bijbels, en te schrijven: Joannes niet
Jo_h_annes, Antonius niet Ant_h_onius, Henricus niet Henri_k_us, en
vooral niet Hen_d_ri_k_us of Hen_de_ri_k_us, noch ook Frederi_k_us enz.

[15] Enkele voorbeelden ervan heb ik te pronk gesteld in
_De Katholiek_ van October 1912, blz. 279. Hier moge nog
een tweetal volgen dat ik later aantrof. Vooreerst: Pascal
S.--Martinus--Jan--Nora--Elise--Jeanne--Truce--Bernard--Hélène--Cato.
Het andere: Jo v. d.
D.--Theo--Ferdi--Marie--Annie--Betsie--Tilly--Phonsa--Treesje--Gerard--Liesje--H
enriette

[16] _Winkler_: _Friesche Naamlijst_. Inleiding bl. VII.

[17] Verg. _De Katholiek_ Dl. 101, 1892, blz. 234. Uit de Voorrede
der _Nomina propria Hollandorum_ door P. S. L. "Cum non sit finis
nomina frangendi, mutilandi et mutandi, quod quique faciunt pro
libitu. Et quod infantes balbutiendo formant, nutrices repetunt,
et tandem omnes assuescunt."

[18] _De Katholiek_ van Oct. 1912, blz. 283.

[19] _Handboek der Nederl. taal_ d. Dr. _Jac. van Ginneken_
S.J. Nijmegen, 1913. I, blz. 65.

[20] _De Tijd_ van 19 Mei 1911.

[21] De klemtoon op _A_ niet op _de_.

[22] Hoofdstam ontbreekt bij Förstemann.

[23] Hoofdstam ontbreekt bij Förstemann.

[24] Nadruk op Lam- niet op -bert.

[25] Met uitspraak in drie lettergrepen; anders is het de Fransche
naam.

[26] Deze naam schijnt in onze dagen (advert. v. 9 Oct. 1912) verfraaid
te zijn tot Orentia, naar mannelijke Heiligen, die als Orentius,
bij de Boll. voorkomen op 24 Juni en 10 Aug. Orentia is echter als
Heilige niet bekend.

[27] Pooltis, bewijst evenals de naam Pooltjesbuurt te Delft, dat men
vroeger altijd, gelijk het behoort, S. Hippólytus heeft uitgesproken
en niet Hippolýtus met nadruk op ly.

[28] Nadruk op _Re_ niet op _gi_.

[29] Deze laatste twee vormen berusten eigenlijk op verkeerd begrip,
wijl de oorspronkelijke naam uit de lettergrepen _Ric_ en _hard_
bestaat.

[30] De letters _Tsj._ zijn te beschouwen als de _ch_ in het Engelsche
woord church (kerk) en alzoo gelijk te stellen met _k_ en _g_.





*** End of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Nederlandsche Doopnamen - Naar Oorsprong en Gebruik" ***

Doctrine Publishing Corporation provides digitized public domain materials.
Public domain books belong to the public and we are merely their custodians.
This effort is time consuming and expensive, so in order to keep providing
this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties,
including placing technical restrictions on automated querying.

We also ask that you:

+ Make non-commercial use of the files We designed Doctrine Publishing
Corporation's ISYS search for use by individuals, and we request that you
use these files for personal, non-commercial purposes.

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort
to Doctrine Publishing's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a
large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of
public domain materials for these purposes and may be able to help.

+ Keep it legal -  Whatever your use, remember that you are responsible for
ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because
we believe a book is in the public domain for users in the United States,
that the work is also in the public domain for users in other countries.
Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we
can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is
allowed. Please do not assume that a book's appearance in Doctrine Publishing
ISYS search  means it can be used in any manner anywhere in the world.
Copyright infringement liability can be quite severe.

About ISYS® Search Software
Established in 1988, ISYS Search Software is a global supplier of enterprise
search solutions for business and government.  The company's award-winning
software suite offers a broad range of search, navigation and discovery
solutions for desktop search, intranet search, SharePoint search and embedded
search applications.  ISYS has been deployed by thousands of organizations
operating in a variety of industries, including government, legal, law
enforcement, financial services, healthcare and recruitment.



Home