Home
  By Author [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Title [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Language
all Classics books content using ISYS

Download this book: [ ASCII | HTML | PDF ]

Look for this book on Amazon


We have new books nearly every day.
If you would like a news letter once a week or once a month
fill out this form and we will give you a summary of the books for that week or month by email.

Title: Vijf weken in een luchtballon
Author: Verne, Jules, 1828-1905
Language: Dutch
As this book started as an ASCII text book there are no pictures available.
Copyright Status: Not copyrighted in the United States. If you live elsewhere check the laws of your country before downloading this ebook. See comments about copyright issues at end of book.

*** Start of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Vijf weken in een luchtballon" ***

This book is indexed by ISYS Web Indexing system to allow the reader find any word or number within the document.



						 WONDERREIZEN.


						  JULES VERNE.



						   VIJF WEKEN
					  IN EEN LUCHTBALLON.

						ONTDEKKINGSREIS
				 IN DE BINNENLANDEN VAN AFRIKA.



				 ROTTERDAM:--JACs. G. ROBBERS.



			  Gedrukt bij G. J. THIEME, te Arnhem.



I.

	Einde van eene zeer toegejuichte redevoering.--Voorstelling
	van doctor Ferguson.--"Excelsior"--Persoonsbeschrijving van
	den doctor.--Een overtuigd fatalist.--Maaltijden in den _Club
	der Reizigers_.--Tallooze toosten.


Den 14den Januarij 1862 was er een groote samenloop van toehoorders bij
de zitting van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap te Londen,
Waterloo Place, 3. De president, sir Francis Maris, deed aan zijne
geëerde medeleden eene belangrijke mededeeling in eene redevoering,
die dikwijls door toejuichingen werd afgebroken.

Dit zeldzame stuk van welsprekendheid eindigde met eenige overdrevene
spreekwijzen, waaruit de vaderlandsliefde ten volle bleek.

"Engeland is altijd het voornaamste volk geweest door
de onverschrokkenheid zijner reizigers in aardrijkskundige
ontdekkingen. (_talrijke toejuichingen_.) Doctor Samuel Ferguson, een
zijner roemrijkste inwoners, zal zijn oorsprong geene schande aandoen
(_van alle kanten_: Neen! neen!) Deze poging zal, als zij gelukt
(_zij zal gelukken!_) al wat men tot hiertoe van de aardrijkskunde
van Afrika weet met elkander verbinden (_algemeene goedkeuring._) en,
als zij mislukt (_nooit! nooit!_), zal zij ten minste van een der
stoutmoedigste plannen van het menschelijk genie getuigen! (_hevig
stampen met de voeten._)"

"Hoezee! hoezee!" riep de vergadering, door deze treffende woorden
opgewekt.

"Hoezee voor den onverschrokken Ferguson!" riep een der uitbundigste
toehoorders.

Kreten van verrukking weergalmden. De naam van Ferguson kwam op ieders
lippen, en wij hebben reden om te gelooven, dat hij er veel bij won
dat hij door Engelschen werd vermeld.

Daar toch waren talrijke, vergrijsde, vermoeide en onverschrokken
reizigers, die de geheele wereld hadden doorkruist! Allen waren
ontsnapt aan schipbreuken, branden of de tomahawks der Indianen, de
knodsen der wilden, de strafpaal en de magen van Australiërs, maar
niets kon het kloppen van hun hart bedwingen gedurende de redevoering
van sir Francis Maris, en naar menschen geheugen was dit de schoonste
uitslag eener aanspraak in het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap
van Londen.

Maar in Engeland bepaalt zich de geestdrift niet alleen tot
woorden. Er werd terstond gestemd over eene tegemoetkoming voor den
doctor Ferguson, welke 2500 pond sterling beliep. De belangrijkheid
der som was geëvenredigd aan de belangrijkheid der onderneming.

Een der leden van het gezelschap verzocht den president het woord,
ten einde te vragen of doctor Ferguson niet officieel voorgesteld
zou worden.

"De doctor stelt zich ter beschikking der vergadering," antwoordde
sir Francis Maris.

"Laat hem binnenkomen," riep men, "laat hem binnenkomen! Het is goed
een zoo buitengewoon stoutmoedig man te zien!"

"Misschien heeft dit ongeloofelijke voorstel geen ander doel gehad
dan om ons te misleiden," zeide een oude kommodore.

"En als doctor Ferguson niet bestond!" riep eene andere stem.

"Dan zou men hem moeten vinden," antwoordde schertsend een lid van
dit deftige genootschap.

"Laat doctor Ferguson binnenkomen," zeide sir Francis Maris.

De doctor trad binnen te midden van donderende toejuichingen, niet
in het minste ontroerd.

Het was een man van ongeveer veertig jaar en van gewone
lichaamsgestalte; zijn bloedrijk gestel verraadde zich door eene
hoogroode kleur; hij had regelmatige trekken, met een neus in de
gedaante der voorsteven van een schip, gewoonlijk de neus der menschen,
die tot ontdekkingen voorbeschikt zijn, genoemd; zijne zachte meer
verstandige dan stoutmoedige oogen zetten eene groote bekoorlijkheid
bij aan zijne gelaatstrekken; zijne armen waren lang en zijne voeten
zette hij neder met al de deftigheid van een grooten looper.

Die kalme deftigheid vertoonde zich in den geheelen persoon des
doctors, en niemand kwam het in de gedachte eenig vermoeden te
koesteren, dat hij het werktuig van de onschuldigste misleiding
kon zijn.

Ook hielden de toejuichingen slechts op, op het oogenblik dat doctor
Ferguson door een zacht gebaar stilte verzocht; hij ging naar den
armstoel, die voor zijne voorstelling was gereed gemaakt; vervolgens
rechtop staande hief hij den rechter wijsvinger omhoog, opende den
mond en sprak dit enkele woord: "Excelsior!" [1].

Neen, nooit had een voorstel van lord Palmerston om gelden te vragen
voor het bezetten der rotsen van Engeland een zoo goeden uitslag
gehad. De redevoering van sir Francis Maris was ver overtroffen. De
doctor toonde zich te gelijk verheven, groot en edel.

De oude kommodore, volkomen met dien zonderlingen man verzoend,
verzocht de "volledige" opneming van de redevoering Ferguson in "de
Bulletins van het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap van Londen."

Wie was dan toch die doctor, en aan welke onderneming ging hij
zich wijden?

De vader van den jongen Ferguson, een dapper kapitein ter zee, had
zijn zoon, van diens prille jeugd af, deel doen nemen aan de gevaren
en avonturen van zijn beroep. Dit waardige kind, dat nooit de vrees
schijnt gekend te hebben, toonde reeds vroegtijdig een levendigen
geest, een begrip van onderzoek en eene merkwaardige geneigdheid tot de
wetenschappen; daarenboven legde hij eene groote behendigheid aan den
dag om zich uit de verlegenheid te helpen; hij was met niets verlegen,
zelfs niet met het gebruik zijner eerste vork, waarin de kinderen in
het algemeen zoo zelden slagen.

Weldra ontvlamde zijne verbeeldingskracht bij het lezen der stoute
ondernemingen en der onderzoekingen ter zee; hij volgde oplettend
de ontdekkingen in het eerste gedeelte der negentiende eeuw, hij
droomde van den roem van Mungo Park, Bruce, Gaillié, Levaillant en
zelfs, geloof ik, van dien van Selkirk, den Robinson Crusoe, die
hem niet geringer scheen. Hoeveel uren bracht hij met hem door op
zijn eiland Juan Fernadez! Hij keurde dikwijls de denkbeelden van
den verlaten matroos goed, somtijds beredeneerde hij zijne plannen
en ontwerpen; hij zou anders misschien later op zijn minst genomen
even goed hebben gehandeld! Maar zeker is het, dat hij nooit dat
gelukkige eiland zou ontvlucht zijn, waar hij gelukkig was als een
koning zonder onderdanen...., neen, zelfs niet al had hij eerste lord
der admiraliteit kunnen worden.

Ik laat u te denken hoe deze aanleg zich gedurende zijne avontuurlijke
jeugd ontwikkelde, geslingerd als hij was naar alle hoeken der
wereld. Zijn vader, als een kundig man, versterkte dit levendig
verstand door ernstige studiën in natuurkunde en werktuigkunde,
vereenigd met een weinig plantenkunde, geneeskunde en sterrenkunde.

Bij den dood van den waardigen kapitein, had Samuel Ferguson,
twee-en-twintig jaren oud, reeds eene reis rondom de wereld gedaan;
hij nam dienst in het korps bengaalsche ingenieurs en onderscheidde
zich bij verschillende gelegenheden; maar het soldatenleven beviel
hem niet; daar hij er niet om gaf om te bevelen, wilde hij ook niet
gaarne gehoorzamen. Hij diende zijn ontslag in, en nu eens jagende,
dan eens planten zoekende, ging hij naar het noorden van het Indische
schiereiland, en doorreisde dit van Calcutta tot Surate.

Van Surate zien wij hem naar Australië gaan en in 1845 deelnemen aan de
onderneming van kapitein Sturt, belast met het verkennen der Kaspische
zee, die men onderstelt te bestaan in het midden van Nieuw-Holland.

Samuel Ferguson kwam omstreeks 1850 in Engeland terug, en meer dan
ooit bevangen met de zucht naar ontdekkingen, vergezelde hij tot in
1853 kapitein Mac Clure op den tocht naar Amerika van de Behringstraat
tot aan Kaap Farewell.

In spijt der vermoeienissen van allerlei aard en onder alle
luchtstreken, genoot Ferguson eene bloeiende gezondheid, hij leefde
op zijn gemak te midden der grootste ontberingen; hij was het beeld
van een volmaakten reiziger, wiens maag zich naar willekeur inkrimpt
of uitzet, wiens beenen langer of korter worden, naar gelang van de
rustplaats waarop hij ligt, die op elk uur van den nacht inslaapt en
op elk uur van den nacht ontwaakt.

Niets is sedert minder verbazend dan onzen onvermoeiden reiziger terug
te vinden op zijn tocht door het westen van Thibet, in gezelschap
der broeders Schlagintweit, van 1855 tot 1857, waarvan merkwaardige
opmerkingen over volkenkunde het gevolg waren.

Gedurende die verschillende reizen was Samuel Ferguson de werkzaamste
en belangrijkste correspondent van den "Daily Telegraph," het dagblad
van een penny, waarvan dagelijks 140,000 exemplaren worden gedrukt,
die nauwelijks voldoende zijn voor vele millioenen lezers. Men kende
hem wel, dien doctor, hoewel hij geen lid was van eenige geleerde
instelling, noch van de Koninklijk Aardrijkskundige genootschappen van
Londen, Parijs, Berlijn, Weenen of St. Petersburg, noch van de club
der Reizigers, noch zelfs van het Koninklijk Polytechnisch Instituut,
waar zijn vriend, de geleerde Kokburn, eene eervolle plaats bekleedde.

Deze geleerde stelde hem eens voor het volgende vraagstuk op te
lossen: Gegeven zijnde het aantal mijlen door den doctor doorloopen,
hoe veel weg heeft zijn hoofd meer afgelegd dan zijne voeten, door
het verschil der stralen? Of: gegeven het aantal mijlen door de voeten
en het hoofd van den doctor doorloopen, zijne lengte tot op eene lijn
nauwkeurig te berekenen?

Maar Ferguson hield zich altijd verwijderd van de geleerde
genootschappen, daar hij geen vriend was van praten; hij vond dat
de tijd veel beter besteed wordt met zoeken en ontdekken dan met
redeneeren.

De doctor ontving de toejuichingen van de toehoorders met kalmte;
hij was daarboven verheven, daar hij geen hoogmoed en nog minder
ijdelheid bezat; hij vond het voorstel, dat hij aan den president
Sir Francis Maris had gedaan, zeer natuurlijk en bemerkte zelfs niet,
welk een indruk het maakte.

Na de zitting werd de doctor naar de _Club der Reizigers_ in Pall Mall
gebracht, waar te zijner eer een prachtig gastmaal was aangericht. De
grootte der gerechten was geëvenredigd aan de belangrijkheid van den
persoon, en de steur, die daar prijkte, was geen drie duim korter
dan Samuel Ferguson zelf.

Vele toosten werden uitgebracht op de reizigers, die zich hadden
beroemd gemaakt door tochten in Afrika, gelijk ook op Samuel Ferguson,
die door zijne ongeloofelijke poging de onderzoekingen der reizigers
met elkander in verband moest brengen en de reeks van ontdekkingen
in Afrika voltooien.



II.

	Een artikel van den "Daily Telegraph."--Oorlog der geleerde
	dagbladen.--De heer Petermann ondersteunt zijn vriend
	Dr. Ferguson.--Antwoord van den geleerden Koner.--Aangegane
	weddenschappen.--Verschillende voorstellen aan Ferguson gedaan.


Des anderen daags, 15 Januari, las men in den Daily Telegraph het
volgende artikel:

"Afrika zal eindelijk het geheim harer uitgestrekte vlakten openbaren;
een hedendaagsche Oedipus zal ons het raadsel oplossen, dat de
geleerden van zestig eeuwen niet hebben kunnen verklaren. Eertijds werd
het zoeken van de bronnen van den Nijl beschouwd als eene onzinnige
poging, eene hersenschim, die nooit zou verwezenlijkt worden.

"Doctor Barth, die tot aan Soedan den weg van Denham en Clapperton
heeft gevolgd, doctor Livingstone, zijne onverschrokken onderzoekingen
uitstrekkende van de Kaap de Goede Hoop tot aan de vallei van den
Zambezi, de kapiteins Burton en Speke hebben door de ontdekking der
binnenmeeren drie wegen geopend voor de tegenwoordige beschaving;
het punt, waar hunne wegen elkander kruisten, waar geen reiziger nog
heeft kunnen komen, is het hart zelf van Afrika. Daar moeten alle
pogingen tot ontdekking worden aangewend.

"Maar de arbeid van deze moedige steunpilaren der wetenschap zal
weder opgevat worden door de stoutmoedige poging van Dr. Ferguson,
wiens schoone onderzoekingen onze lezers zeker gelegenheid hebben
gehad naar waarde te schatten.

"Deze onverschrokken ontdekker stelt zich voor Afrika van het oosten
naar het westen in een luchtballon door te trekken. Als wij goed
onderricht zijn, zal het eiland Zanzibar op de westkust de plaats
van het vertrek zijn. Wat het punt van aankomst betreft, alleen de
Voorzienigheid kent dit.

"Het voorstel van dezen wetenschappelijken tocht is gisteren
officieel aan het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap gedaan;
eene som van 2500 Pond is toegestaan ter tegemoetkoming in de kosten
der onderneming.

"Wij zullen onze lezers op de hoogte houden van deze poging, die
zonder wederga is in de jaarboeken der aardrijkskunde."

Zoo als men denken kan, maakte dit artikel veel gerucht; het verdreef
eerst de stormen van het ongeloof; Dr. Ferguson werd gehouden voor
een zuiver hersenschimmig persoon, van de uitvinding van Mr. Barnum,
die, na in de Vereenigde Staten te hebben gearbeid, zich gereed maakte
ook in Engeland zaken te doen.

Een aardig antwoord verscheen te Geneve in het Februari-nummer
van het "Bulletin van het Aardrijkskundig genootschap," het maakte
het Koninklijk genootschap te Londen, de Club der Reizigers en den
buitengewoon grooten steur op eene geestige wijze belachelijk.

Maar de Heer Petermann bracht in zijne "Mededeelingen," die te
Gotha verschenen, het dagblad van Geneve geheel tot zwijgen. De Heer
Petermann kende Dr. Ferguson persoonlijk, en stelde zich borg voor
de onverschrokkenheid van zijn vriend.

Voor het overige was de twijfel niet langer mogelijk; de toebereidselen
voor de reis werden te Londen gemaakt, de fabrieken van Lyon hadden
eene belangrijke bestelling van taf ontvangen voor de samenstelling
van den luchtballon, eindelijk stelde het Britsche gouvernement het
transportschip de Resolute, kapitein Pennet, ter beschikking van
den doctor.

Terstond werden er duizenden aanmoedigingen gegeven, duizend
gelukwenschen gedaan. De bijzonderheden der onderneming verschenen
geheel in de Bulletins van het "Aardrijkskundig genootschap"
van Parijs, een merkwaardig artikel werd gedrukt in de "Nieuwe
Jaarboeken van Reizen, Aardrijkskundige Geschiedenis en Oudheidkunde
van V.A. Malte-Brun;" een opstel in het "Tijdschrift voor algemeene
Aardkennis" door Dr. W. Koner, bewees zegevierend de mogelijkheid
dezer reis, de kansen van goeden uitslag, de natuur der hinderpalen,
de groote voordeelen eener luchtreis; hij keurde alleen het punt van
vertrek af, waartoe hij liever Masuah, eene kleine haven van Abyssinië,
wilde gekozen hebben, vanwaar James Bruce in 1768 vertrokken was,
om de bronnen van den Nijl op te sporen. Overigens bewonderde hij
onvoorwaardelijk den krachtigen geest van Dr. Ferguson.

De "North American Review", zag met eenig ongenoegen een zoodanigen
roem voor Engeland bewaard, hij maakte van het voorstel van den doctor
eene scherts en noodigde hem uit naar Amerika te komen, terwijl hij
op zoo'n goeden weg was.

Kortom, zonder de dagbladen der geheele wereld mede te rekenen, was
er geen wetenschappelijk tijdschrift, dat het feit niet in al zijne
vormen vermeldde.

Aanzienlijke weddenschappen werden in Londen en geheel Engeland
aangegaan, 1°. over het wezenlijke of vermeende bestaan van
Dr. Ferguson; 2°. over de reis, die volgens eenigen niet, volgens
anderen wel zou ondernomen worden; 3°. over het al of niet welslagen;
4°. over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van de
terugkomst van Dr. Ferguson. Men schreef ontzettende sommen in het boek
der weddenschappen in, alsof er sprake was van de wedrennen van Epsom.

Aldus hielden geloovigen en ongeloovigen, onwetenden en geleerden de
oogen op den doctor gevestigd. Hij gaf gaarne nauwkeurige inlichtingen
omtrent zijne reis. Hij was gemakkelijk te spreken en de natuurlijkste
mensch ter wereld. Meer dan een moedig avonturier meldde zich bij hem
aan om in den roem en de gevaren der onderneming te deelen, maar hij
weigerde, zonder reden te geven van zijne weigering.

Talrijke uitvinders van werktuigen, toepasselijk op de richting van
den luchtballon, kwamen ieder hun stelsel bloot leggen. Hij wilde er
geen aannemen. Aan ieder, die hem vroeg, of hij in dit opzicht iets
had ontdekt, weigerde hij volstrekt zich te verklaren en hij hield
zich meer dan ooit met de toebereidselen voor zijne reis bezig.



III.

	De vriend van den doctor--Van welken tijd hunne vriendschap
	dagteekende--Dick Kennedy te Londen--Onverwacht, maar niet
	geruststellend voorstel--Weinig troostend spreekwoord--Eenige
	namen uit het martelaarsboek van Afrika--Voordeelen van een
	luchtballon.--Het geheim van doctor Ferguson.


Doctor Ferguson had een vriend. Geen tweede ik; zulk eene vriendschap
kon niet bestaan tusschen twee geheel verschillende wezens. Deze
vriend, Dick Kennedy geheeten, was een Schot in de volste beteekenis
des woords, openhartig, resoluut, koppig. Hij bewoonde de kleine stad
Leith bij Edinburg. Hij was soms visscher, maar overal en altijd een
hartstochtelijk jager, wat niemand verwondert van een Schot, die gewoon
is de bergen der Hooglanden te doorkruisen. Men noemde hem als iemand,
die goed met de karabijn kon schieten; niet alleen deed hij de kogels
door een mes in tweeën splijten, maar zelfs in zoo gelijke stukken dat,
als men die woog, men geen beduidend verschil tusschen hen kon merken.

De gelaatstrekken van Kennedy deden denken aan die van Halbert
Glendinning, zooals Walter Scott die beschreven heeft in "het
Klooster;" zijn gestalte was hooger dan zes Engelsche voeten; vol
bevalligheid scheen hij met een herculische kracht begaafd, zijn
aangezicht sterk gebruind door de zon, levendige zwarte oogen, eene
natuurlijke stoutmoedigheid en eindelijk iets goeds en stevigs in
zijn geheelen persoon, maakte iedereen met den Schot ingenomen. De
beide vrienden hadden kennis gemaakt in Indië, toen beiden bij
hetzelfde regiment dienden; terwijl Dick op tijgers en olifanten
jacht maakte, zocht Samuel planten en insecten; ieder kon zich in
zijn vak bekwaam noemen en meer dan eene zeldzame plant kwam in het
bezit van den doctor, die evenveel waarde voor hem had als een paar
ivoren slagtanden.

Deze twee jongelieden hadden nooit gelegenheid elkander het leven
te redden, noch een of anderen dienst te bewijzen. Vandaar hunne
onveranderlijke vriendschap. Het noodlot verwijderde hen soms, maar
de sympathie hereenigde hen altoos.

Sedert hunne terugkomst in Engeland werden zij dikwijls gescheiden
door de verre tochten van Ferguson, maar als deze terug was ging hij
altijd eenige weken bij zijn vriend den Schot doorbrengen.

Dick sprak van het verledene, Samuel bereidde de toekomst, de een zag
voor, de ander achter zich. Vandaar was de geest van Ferguson onrustig,
die van Kennedy altijd kalm.

Na zijne reis door Thibet sprak de doctor bijna twee jaar lang niet
van eenige nieuwe onderzoekingen; Dick geloofde dat zijne zucht naar
reizen en avonturen verdwenen was en was daarover verrukt. Het moest,
zeide hij, den een of anderen dag een slecht einde nemen; hoe men ook
aan allerlei soort menschen gewoon zij, men reist niet straffeloos
te midden der menscheneters en wilde dieren. Kennedy trachtte dus
Samuel over te halen zijne rust te nemen, daar hij genoeg voor de
wetenschap en te veel voor de menschelijke dankbaarheid had gedaan.

Hierop vergenoegde zich de doctor met niets te antwoorden; hij bleef
peinzend en gaf zich toen aan geheime berekeningen over, zijne nachten
met cijferen doorbrengende, terwijl hij zelfs bijzondere werktuigen
beproefde, waarvan niemand zich rekenschap kon geven. Men gevoelde
dat hij iets grootsch in het hoofd had.

"Waarover kan hij zoo denken?" vroeg Kennedy zich af, toen zijn vriend
hem in Januari verlaten had om naar Londen terug te keeren. Hij vernam
dit op een morgen door het artikel in den "Daily Telegraph."

"Genadige Hemel!" riep hij uit, "die dwaas, die onzinnige! Afrika in
een luchtballon te doorkruisen! Dat ontbrak er nog aan! Ziedaar dan
waarover hij sedert twee jaren dacht."

Toen zijne vertrouwde huishoudster, de oude Elspeth, hem trachtte te
overtuigen dat het wel eene misleiding kon zijn, antwoordde hij: "Kom,
ik zou mijn man niet kennen? Is het niet juist iets voor hem? Door
de lucht te reizen! Nu is hij jaloersch op de arenden! Neen, dit zal
niet gebeuren, ik zal het wel weten te verhinderen! Als men hem liet
begaan, zou hij, op een mooien dag weer, naar de Maan vertrekken."

Denzelfden avond nam Kennedy, half ongerust, half verbitterd plaats
op den spoortrein en kwam den volgenden morgen te Londen aan.

Drie kwartier daarna zette hem een cab aan het kleine huis des doctors,
Soho Square, Greek Street, af; hij trad den drempel over en kondigde
zich aan door vijf harde slagen op de deur.

Ferguson zelf opende hem.--"Dick?" zeide hij zonder eenige
verwondering.--"Dick zelf," antwoordde Kennedy.--"Hoe, mijn
waarde Dick, gij te Londen, gedurende de winterjacht?"--"Ja,
ja."--"En wat komt gij er doen?"--"Eene dwaasheid zonder naam
verhinderen."--"Eene dwaasheid?" zeide de doctor.--"Is het waar, wat
dit dagblad verhaalt," antwoordde Kennedy, hem het nummer van den
Daily Telegraph toonende.--"O! spreekt gij daarvan! Die dagbladen
zijn zeer onbescheiden! Maar ga zitten, mijn waarde Dick."--"Ik
ga niet zitten."--"Hebt gij degelijk het voornemen deze reis te
ondernemen?"--"Vast; mijne toebereidselen gaan goed voort, en
ik...."--"Waar zijn zij, dat ik ze in stukken kan breken?"

De waardige Schot werd ernstig boos.

"Bedaard, mijn, waarde Dick," hernam de doctor. "Ik begrijp uwe
verbittering. Gij zijt boos op mij, dat ik u mijne nieuwe ontwerpen
niet heb medegedeeld."--"Noemt gij dat nieuwe ontwerpen?"--"Ik heb
veel te doen gehad," antwoordde Samuel, zonder op deze woorden acht
te slaan. "Maar wees bedaard, ik zou niet vertrokken zijn, zonder u
te schrijven."--"Daarom geef ik niet."--"Omdat ik voornemens ben u
mede te nemen."

De Schot deed een sprong, waarover een gems zich niet zou geschaamd
hebben.

"Ah, ha!" zeide hij, "gij wilt dus dat men ons beiden in het gesticht
Bethlehem [2] opsluite!"--"Ik heb bepaald op U gerekend, mijn waarde
Dick en ik heb u gekozen, met uitsluiting van vele anderen."

Kennedy bleef verstomd staan.

"Als gij mij tien minuten lang zult hebben aangehoord," antwoordde
de doctor bedaard, "zult gij mij bedanken."--"Spreekt gij in
ernst?"--"Zeker."--"En als ik weiger u te vergezellen?"--"Gij zult
niet weigeren."--"Maar als ik weiger?"--"Dan zal ik alleen vertrekken."

"Laat ons gaan zitten," zeide de jager, "en zonder drift spreken. Als
gij niet gekscheert is het wel de moeite waard dat men redeneert."

"Laat ons redeneeren terwijl wij ontbijten, mijn waarde Dick."

De beide vrienden gingen over elkander zitten voor eene kleine tafel,
tusschen een hoop geroosterde broodjes en een grooten trekpot.

"Mijn waarde Samuel," zeide de jager, "uw ontwerp is onzinnig! het
is onmogelijk! het gelijkt op niets ernstigs en uitvoerbaars!"--"Dat
zullen wij zien, na het beproefd te hebben."--"Maar juist dat moet gij
niet doen."--"Waarom niet, als het u belieft?"--"En dan de gevaren en
hinderpalen van allerlei aard!"--"De hinderpalen," antwoordde Ferguson
ernstig, "zijn uitgevonden om overwonnen te worden en wat de gevaren
betreft, wie kan zich vleien, ze te ontvluchten? Alles is gevaar in
het leven; het kan zeer gevaarlijk zijn voor zijne tafel te zitten of
zijn hoed op het hoofd te zetten; overigens moet men hetgeen gebeuren
zal, beschouwen als reeds gebeurd en slechts het tegenwoordige in de
toekomst zien, want de toekomst is slechts een weinig meer verwijderd
tegenwoordig."--"Wat!" zeide Kennedy, de schouders ophalende, "gij
zijt altijd fatalist."--"Altijd, maar in de goede opvatting van het
woord. Laten wij ons dus niet bekommeren over hetgeen het lot over ons
beschikt en nooit ons goed Engelsch spreekwoord vergeten: 'de mensch,
die geboren is om opgehangen te worden, zal nimmer verdrinken.'"

Daarop viel niets te antwoorden, hetgeen echter Kennedy niet
verhinderde eene menigte bewijsgronden bij te brengen, welke hier
op te noemen te lang zou duren. Maar eindelijk zeide hij na een
uur redeneeren: "als gij volstrekt Afrika wilt doortrekken, als
dit noodzakelijk is voor uw geluk, waarom slaat gij den gewonen weg
niet in?"

"Waarom?" antwoordde de doctor, "omdat tot hiertoe alle pogingen
mislukt zijn! Omdat van Mungo Park af, die op den Niger werd vermoord,
tot aan Vogel die in Wadaï verdwenen is, sedert Oudney, die te Murmur,
Clapperton, die te Sackatou gestorven is, tot op den Franschman
Maizan, die in stukken is gehouwen, van den majoor Laing af, die
door de Touaregs gedood werd, tot op Roscher van Hamburg, die in het
begin van 1860 werd vermoord, talrijke slachtoffers in Afrika gevallen
zijn. Omdat het worstelen tegen de elementen, den honger, den dorst,
de koorts, de wilde dieren en nog wilder volksstammen onmogelijk
is! Omdat dat, wat op de eene wijze niet kan worden uitgevoerd,
op eene andere manier beproefd moet worden! Eindelijk omdat daar,
waar men niet middendoor kan, men er langs of over moet!"

"Als het slechts de zaak was om er voorbij te gaan, maar er overheen,
dat is iets anders," hernam Kennedy.

"Welnu," zeide de doctor met de grootste koelbloedigheid, "wat heb ik
te vreezen? Gij zult wel begrijpen, dat ik mijne voorzorgen genomen heb
om geen val van mijn ballon te duchten te hebben, als hij mij dus in
den steek laat, zal ik mij op de gewone wijze der onderzoekers op de
aarde terug bevinden; maar mijn ballon zal zulke kuren niet krijgen,
wees daarvan verzekerd."

"Gij moet er integendeel op rekenen."--"Neen, mijn waarde Dick. Ik
zal er mij niet van scheiden vóór mijne aankomst aan de westkust van
Afrika. Met dezen ballon is alles mogelijk, zonder hem verval ik weder
in de gevaren en natuurlijke hinderpalen van een dergelijken tocht;
met hem heeft men noch hitte, noch stortvloeden, noch onweders,
noch den samoem, noch de ongezonde klimaten, noch de wilde dieren,
noch de menschen te vreezen! Als ik te warm ben, klim ik; ben ik te
koud, ik daal; bergen, afgronden, stroomen kan ik overtrekken, een
onweder beheersch ik, een bergstroom ga ik strijkelings voorbij! Ik
ga zonder mij te vermoeien, ik houd stil zonder rust te behoeven! Ik
zweef boven nieuwe steden! Ik vlieg met de snelheid des orkaans, nu
eens in de hoogste luchtstreken, dan eens op de honderd voet afstands
van den grond, en de kaart van Afrika ontrolt zich voor mij in den
grooten atlas der wereld."

De brave Kennedy begon zich ontroerd te gevoelen en echter duizelde
hij van het schouwspel, dat hij zich voor oogen stelde. Hij beschouwde
Samuel met bewondering, maar ook met vrees; hij voelde zich reeds in
de ruimte slingeren.

"Laat zien," zeide hij, "mijn waarde Samuel, gij hebt dus het
middel gevonden, om de ballons te sturen?"--"Geenszins, dit
is een hersenschim."--"Maar dan zult gij gaan...."--"Waarheen
de Voorzienigheid het wil, maar toch van het Oosten naar het
Westen."--"Waarom?"--"Omdat ik mij van de passaatwinden denk
te bedienen, wier richting standvastig is."--"O! waarlijk!" zeide
Kennedy nadenkend: "de passaatwinden.... zeker.... men kan.... er is
werkelijk iets...."

"Mijn beste vriend, er is alles. Het engelsche gouvernement heeft
een transportschip te mijner beschikking gesteld, men is eveneens
overeengekomen, dat drie of vier schepen op de westkust zouden kruisen
ten tijde van mijne vermoedelijke aankomst. Binnen hoogstens drie
maanden zal ik te Zanzibar zijn, waar ik mijn ballon vullen zal,
en vandaar zullen wij opstijgen...."

"Wij!" zeide Dick.--"Zoudt gij nog eenige tegenwerping te maken
hebben? Spreek, vriend Kennedy."--"Eene tegenwerping? ik heb er
duizend; maar zeg mij, onder anderen eens; als gij het land wilt
zien, als gij naar willekeur wilt rijzen of dalen, kunt gij dit niet
doen zonder uw gas te verliezen: tot heden zijn daaromtrent geene
andere handelwijzen bekend, en dit heeft altijd de lange luchtreizen
verhinderd."

"Mijn waarde Dick, ik zal u slechts één ding zeggen, ik zal geen
deeltje gas, hoe klein ook, verliezen"--"En gij zult naar willekeur
neerdalen?"--"Ja."--"En hoe zult gij dat aanleggen?"--"Dat is mijn
geheim, vriend Dick. Vertrouw, en uwe spreuk zij, even als de mijne:
'Excelsior.'"--"Het zij zoo," antwoordde de jager, die geen woord
Latijn verstond.

Maar hij was vast besloten om zich door alle mogelijke middelen tegen
het vertrek van zijn vriend te verzetten. Hij hield zich dus of hij
het met hem eens was en vergenoegde zich met waarnemen. Samuel ging
het oog houden op zijne toebereidselen.



IV.

	Afrikaansche onderzoekingen.--Barth, Richardson, Overweg,
	Werne, Brun-Rollet, Peney, Andrea Debono, Miani, Guillaume
	Lejean, Bruce, Krapf en Rebmann. Maizan, Roscher, Burton
	en Speke.


De richting, die doctor Ferguson zich had voorgesteld te volgen,
was niet bij toeval gekozen, zijn punt van vertrek was ernstig
overwogen, en niet zonder reden besloot hij van het eiland Zanzibar
op te stijgen. Dit eiland, dicht bij de Oostkust van Afrika gelegen,
ligt op 6° zuiderbreedte, dat is 430 geographische mijlen bezuiden
den evenaar.

Van dit eiland was de laatste expeditie vertrokken om de bronnen van
den Nijl op te sporen.

Maar het zal goed zijn aan te wijzen, welke onderzoekingen Ferguson
hoopte te verbinden. Er zijn twee hoofdzakelijke: die van doctor
Barth in 1849, en die van de luitenants Burton en Speke in 1858.

Doctor Barth is een Hamburger, die voor zijn landgenoot Overweg en
voor zich het verlof vroeg om zich bij den tocht van den Engelschman
Richardson te voegen; deze was belast met eene zending naar Soudan.

Dit uitgestrekte land is gelegen tusschen 15° en 10° noorderbreedte,
dat is te zeggen, om er te komen, moet men meer dan 500 mijlen in
het binnenste van Afrika dringen.

Tot op dien tijd was die landstreek slechts bekend door de reis van
Denham, Clapperton en Oudney van 1822 tot 1824. Richardson, Barth en
Overweg, begeerig hunne onderzoekingen verder voort te zetten, kwamen
te Tunis en Tripoli aan, even als hunne voorgangers, en vervolgens
te Murzuk, hoofdstad van Fezzan.

Zij verlieten toen de loodrechte richting en maakten een omweg
westwaarts naar Ghât, niet zonder moeielijkheden geleid door de
Touaregs. Na duizend tooneelen van plundering, kwelling, aanvallen
met gewapende hand, kwam hunne karavaan in October in de groote oase
van Asben. Doctor Barth scheidde zich van zijne gezellen, deed een
uitstapje naar de stad Aghadès en voegde zich weder bij den tocht,
die zich den 12den December weder op weg begaf; zij kwamen in de
provincie Damerghou, waar de reizigers scheidden en Barth den weg van
Kano insloeg, waar hij met geduld en na het betalen van aanzienlijke
sommen aankwam.

Ondanks een hevige koorts verliet hij deze stad den 7den Maart door
een enkelen bediende gevolgd. Het voornaamste doel zijner reis was
het meer Tchad te verkennen, waarvan hij nog 350 mijlen verwijderd
was. Hij ging toen oostwaarts en bereikte de stad Zouricolo in Burnou,
aan den oever van het meer. Eindelijk bereikte hij na drie weken, den
14den April, twaalf en een halve maand na zijn vertrek van Tripoli,
de stad Ngornou.

Wij vinden hem den 29sten Maart 1851 weder bij zijn vertrek met Overweg
om het koninkrijk Adamaoua, ten zuiden van het meer, te bezoeken; hij
kwam tot aan de stad Yola, een weinig beneden 9° noorderbreedte. Dit
is de uiterste grens door dien stoutmoedigen reiziger bereikt.

Hij kwam in Augustus te Kouka terug, vandaar doorreisde hij
achtereenvolgens Mandara, Barghimi, Kanem en bereikte de uiterste
grens ten Oosten, de stad Masena, op 17° 20' westerlengte gelegen [3].

Den 25sten November 1752, na den dood van Overweg, zijn laatsten
medgezel, drong hij westelijk door, bezocht Sockoto, stak den Niger
over, en kwam eindelijk te Tombuctoe, waar hij acht maanden lang moest
kwijnen te midden der kwellingen en slechte behandelingen van den
scheik en van de ellende. Maar de tegenwoordigheid van een Christen
in de stad kon niet langer worden geduld, de Fullanahs dreigden
haar te belegeren. De doctor verliet haar dus den 17den Maart 1854,
vluchtte naar de grenzen, waar hij drie-en-dertig dagen bleef, van
alles ontbloot, kwam in November te Kano terug--en ging weder naar
Kouka, vanwaar hij, na vier maanden oponthoud, den weg naar Denham
weder insloeg; hij zag Tripoli weder tegen het einde van Augustus
1855 en kwam den 6den September te Londen terug, alleen overgebleven
van zijne makkers. Dit was de stoutmoedige reis van Barth.

Doctor Ferguson teekende zorgvuldig op, dat hij tot op 4°
noorderbreedte en 17° westerlengte was gekomen.

Zien wij nu, wat de luitenants Burton en Speke in Oost-Afrika deden.

De verschillende expeditiën, die den Nijl opzeilden, konden nooit aan
de geheimzinnige bronnen van die rivier komen. Volgens het verhaal van
den duitschen geneesheer Ferdinand Werne, ging de reis, beproefd in
1840, onder bescherming van Mehemed-Ali, niet verder dan Gondokoro,
tusschen de 4° en 5° noorder-parallel.

In 1855 vertrok Brun-Rollet, die tot consul van Sardinië in oostelijk
Soedan benoemd was, in plaats van Vaudey, die ter dood was gebracht,
van Karthoum en kwam, onder den naam van Yakoub, handelaar in gom en
ivoor, te Belenia, beneden den 4den graad en keerde ziek naar Karthoum
terug, waar hij in 1857 stierf.

Noch doctor Peney, chef van den geneeskundigen dienst in Egypte,
die op een kleine stoomboot een graad zuidelijker kwam dan Gondokoro
en van uitputting te Karthoum stierf--noch de Venetiaan Miani, die,
de watervallen ten zuiden van Gondokoro gelegen omtrekkende, de
tweede parallel bereikte--noch de Maltezer koopman Andrea Debono,
die zijn uitstap naar den Nijl nog verder voortzette, konden de
onoverschrijdelijke grens overkomen.

In 1859 begaf Guillaume Lejean, door het fransche gouvernement met eene
zending belast, zich naar Karthoum, langs de Roode Zee, scheepte zich
op den Nijl in met een-en-twintig man equipage en twintig soldaten,
maar hij kon niet verder komen dan Gondokoro en liep de grootste
gevaren te midden der negers, die in vollen opstand waren. De tocht
onder het bestuur van d'Escayrac de Lauture beproefde eveneens aan
de befaamde bronnen te komen.

Maar die noodlottige eindpaal hield altijd de reizigers terug; de
afgezondenen van Nero hadden eertijds den 9den graad noorderbreedte
bereikt; men vorderde dus in achttien eeuwen slechts 5 of 6 graden,
dat is 300 à 360 geographische mijlen.

Verscheidene reizigers beproefden de bronnen van den Nijl te bereiken,
door van een punt op de Oostkust van Afrika te vertrekken.

Van 1768 tot 1772 vertrok de Schot Bruce van Masuah, eene haven
van Abyssinië, doorreisde Tigré, bezocht de puinhoopen van Axum,
zag de bronnen van den Nijl, waar zij niet waren en verkreeg geen
enkel belangrijk resultaat.

In 1844 stichtte doctor Krapf, een anglikaansch zendeling, eene
nederzetting te Monbaz op de kust van Zanguebar en ontdekte, in
gezelschap van den eerwaarden Rebmann, twee bergen op driehonderd
mijlen afstands van de kust; het zijn de bergen Kilimandjaro en Kenia,
die de heeren de Heuglin en Thornton gedeeltelijk hebben beklommen.

In 1845 ontscheepte de Franschman Maizan alleen te Bagamayo, tegenover
Zanzibar en kwam te Deje-la-Mhora, waar het opperhoofd hem onder de
wreedste martelingen deed sterven.

In 1859, in Augustus, bereikte de jonge reiziger Roscher van Hamburg,
met eene karavaan arabische kooplieden vertrokken, het meer Nyassa,
waar hij in den slaap werd vermoord.

Eindelijk werden in 1857 de luitenants Burton en Speke, beiden
officieren in het leger van Bengalen, door het Aardrijkskundig
genootschap van Londen gezonden, om de groote afrikaansche meren
te onderzoeken; den 17den Juni verlieten zij Zanzibar en richtten
zich westwaarts.

Na vier maanden ongehoord lijden, nadat hunne bagage geplunderd en
hunne dragers gedood waren, kwamen zij te Kazeh, middelpunt van
vereeniging der handelaars en karavanen; zij waren midden in het
Maanland; daar verzamelden zij kostbare documenten over de zeden,
regeering, godsdienst en plantengroei van het land; vervolgens richtten
zij hun weg naar het eerste der groote meren, het meer Tanganayika,
gelegen tusschen 3° en 8° zuiderbreedte; zij kwamen er den 14den
Februari 1858 aan en bezochten de verschillende volksstammen aan de
oevers, voor het grootste deel menscheneters.

Zij vertrokken den 26sten Mei en kwamen den 20sten Juni te Kazeh
terug. Daar bleef Burton, uitgeput, verscheidene maanden ziek;
gedurende dien tijd deed Speke een tocht naar het noorden van meer dan
300 mijlen ver, tot aan het meer Oukéréoué, dat hij den 3den Augustus
zag, maar hij kon er slechts het begin van zien op 2° 30' breedte.

Hij was den 25sten Augustus te Kazeh terug en hernam met Burton den weg
naar Zanzibar, dat zij in Maart van het volgende jaar wederzagen. Deze
twee onverschrokken reizigers kwamen toen in Engeland terug, en het
Aardrijkskundige genootschap te Parijs kende hun zijn jaarlijkschen
prijs toe.

Doctor Ferguson merkte zorgvuldig op, dat zij noch den 2den graad
zuiderbreedte noch den 29sten graad oosterlengte hadden overschreden.

Hij moest dus de onderzoekingen van Burton en Speke verbinden met
die van doctor Barth; dat is, hij moest eene uitgestrektheid lands
van meer dan twaalf graden doorkruisen.



V.

	Droomen van Kennedy.--Lidwoorden en voornaamwoorden in het
	meervoud.--Vleierijen van Dick.--Wandeling over de kaart
	van Afrika.--Wat er tusschen de twee punten van den passer
	blijft.--Hedendaagsche tochten.--Speke en Grant.--Krapf,
	de Decken, de Heuglin.


Doctor Ferguson verhaastte zeer de toebereidselen tot zijn vertrek;
hij bestuurde zelf het vervaardigen van zijn luchtballon, volgens
zekere wijzigingen, waarover hij het stilzwijgen bewaarde.

Reeds sedert lang had hij zich op het Arabisch en verschillende
Mandingsche tongvallen toegelegd; dank zijn aanleg voor de kennis
van vele talen maakte hij snelle vorderingen.

Onderwijl verliet zijn vriend de jager hem geen oogenblik; hij vreesde
zonder twijfel dat de doctor zou opstijgen zonder iets te zeggen;
hij hield daarover tot Samuel Ferguson verschillende redeneeringen,
die den laatste niet overtuigden, en smeekte hem op hartroerenden
toon van zijn voornemen af te zien, maar te vergeefs. Dick voelde
dat hij in dit opzicht niets op hem vermocht.

De arme Schot was wezenlijk te beklagen; hij beschouwde het blauwe
gewelf des hemels niet meer zonder eene sombere vrees; hij droomde
alle nachten, dat hij van eene onmetelijke hoogte nederviel.

Wij moeten er bijvoegen dat hij, gedurende deze verschrikkelijke
droomen eens of tweemaal uit zijn bed viel. Zijne eerste zorg was,
aan Ferguson eene erge kneuzing aan het hoofd te laten zien. En echter
zeide hij, het was slechts drie voet hoog, niet meer, en dan zulk
een buil! Deze redeneering, vol zwaarmoedigheid, bewoog den doctor
niet.--"Wij zullen niet vallen."--"Maar, als wij vallen?"--"Wij zullen
niet vallen."--Dit was klaar, en Kennedy had niets te antwoorden.

Wat Dick bijzonder verbitterde, was dat de doctor hem toescheen
zijn persoon geheel te verloochenen; hij beschouwde hem, Kennedy,
onherroepelijk als den man, die zijn metgezel op de luchtreis zou
worden. Dit was aan geen twijfel onderhevig. Samuel maakte een
onverdraaglijk misbruik van het meervoudige voornaamwoord van den
eersten persoon.

"Wij vorderen.... wij zullen gereed zijn den.... wij zullen vertrekken
den ...."

"_Onze_ ballon.... _ons_ schuitje.... _ons_ onderzoek.

"_Onze_ toebereidselen.... _onze_ ontdekkingen.... _onze_ opstijging."

Dick huiverde er van, hoewel besloten om niet te vertrekken; maar
hij wilde zijn vriend niet te zeer tegenstreven. Laat ons zelfs
bekennen, dat hij in stilte eenige uitgezochte kleederen en zijne
beste jachtgeweren van Edinburg had laten komen.

Eens, nadat hij erkend had, dat men met een ongehoord geluk eene
kans op duizend had om goed te slagen, veinsde hij aan de wenschen
van den doctor toe te geven; maar, om de reis uit te stellen,
zocht hij de meest verschillende uitvluchten. Hij sprak over het
nut en de goede gelegenheid van den tocht.... Was die ontdekking
van de bronnen van den Nijl wezenlijk noodzakelijk?.... Zou men
werkelijk voor het heil der menschheid gearbeid hebben?.... Als,
per slot van rekening, de volksstammen van Afrika beschaafd waren,
zouden zij daarom gelukkiger zijn?.... Was men, overigens, zeker dat
de beschaving niet eerder daar was dan in Europa?--"Misschien"--"En
kon men nog niet wachten?.... Het doortrekken van Afrika zou zeker
eens plaats hebben, maar op eene minder gewaagde manier.... Binnen
eene maand, zes maanden, voor het einde van een jaar zou er zonder
twijfel wel een of andere onderzoeker komen."

Dit alles bracht juist het tegenovergestelde te weeg van wat hij zich
daarmede had voorgesteld en de doctor sidderde van ongeduld.

"Wilt gij dan, ongelukkige Dick, wilt gij dan, valsche vriend, dat
een ander van dezen roem voordeel trekt? Moet ik dan mijn verleden
schande aandoen? moet ik voor hinderpalen terugdeizen, die inderdaad
niets beteekenen? moet ik door eene lage aarzeling beloonen wat het
engelsche gouvernement en het Koninklijk genootschap van Londen voor
mij hebben gedaan?"

"Maar...." antwoordde Kennedy.

"Maar," zeide de doctor, "weet gij niet, dat mijne reis moet medewerken
tot den goeden uitslag der tegenwoordige ondernemingen? Wilt gij dan
niet dat nieuwe onderzoekers Afrika binnentrekken?"

"Echter.... Hoor mij wel aan, Dick, en sla de oogen op deze
kaart."--Dick deed het gelaten.--"Trek den Nijl langs," zeide
Ferguson.--"Ik doe het," antwoordde Kennedy gedwee.--"Kom te Gondokoro
aan."--"Ik ben er." En Kennedy dacht er aan hoe gemakkelijk zulk eene
reis.... op de kaart was.--"Neem een der punten van dezen passer,"
hernam de doctor, "en plaats die op die stad, welke de stoutmoedigsten
nauwelijks hebben durven voorbijtrekken."--"Het is gedaan."--"En zoek
nu op de kust het eiland Zanzibar, op 6° zuiderbreedte."--"ik ben
er."--"Volg nu deze parallel en kom te Kazeh."--"Ik ben er."--"Klim
op 33° lengte op tot aan de opening van het meer Oukéréoué, de plaats
waar de luitenant Speke stilhield."--"Ik ben er! Een weinig verder
zou ik in het meer gevallen zijn!"--"Welnu! weet gij wat men het
recht heeft te onderstellen, na de berichten door de volksstammen
aan den oever van dat meer gegeven?"--"Neen."--"Dat dit meer, welks
onderste uiteinde op 2° 30' breedte ligt, zich twee en een halven
graad benoorden den evenaar moet uitstrekken."--"Waarlijk!"--"En van
dit noordelijke uiteinde ontspringt een stroom water, die noodzakelijk
zich met den Nijl moet vereenigen, zoo hij de Nijl zelf niet is."--"Dat
is merkwaardig."--"Zet nu de tweede punt van uw passer op dit uiteinde
van het meer Oukéréoué."--"Het is gedaan, vriend Ferguson."--"Hoeveel
graden telt gij tusschen de twee punten?"--"Nauwelijks twee."--"weet
gij, hoeveel afstand dit is, Dick?"--"Neen."--"Nauwelijks 120 mijlen,
dat is, niets."--"Bijna niets, Samuel."--"Weet gij, wat op dit
oogenblik gebeurt?"--"Neen."

"Welnu! zie hier. Het Aardrijkskundig genootschap heeft het
onderzoek van het meer, dat door Speke gezien is, als zeer belangrijk
beschouwd. Met haar medeweten heeft de luitenant, nu kapitein Speke,
zich kapitein Grant van het Indische leger tot metgezel gekozen; zij
hebben zich aan het hoofd eener groote en goed ondersteunde expeditie
gesteld; hun is opgedragen langs het meer te gaan en te Gondokoro terug
te komen; zij hebben eene toelage van meer dan 5000 pond ontvangen,
en de gouverneur van de Kaap heeft hottentotsche soldaten tot hunne
beschikking gesteld; zij zijn in het laatst van October 1860 van
Zanzibar vertrokken. Gedurende dien tijd heeft de Engelschman John
Petherick, consul van Hare Majesteit te Karthoum, ongeveer 700 pond
ontvangen; hij moet te Karthoum eene stoomboot uitrusten, haar van
voldoende levensmiddelen voorzien en zich naar Gondokoro begeven;
daar zal hij de karavaan van kapitein Speke afwachten en de noodige
maatregelen nemen om hem van nieuwen leeftocht te voorzien."

"Goed bedacht," zeide Kennedy.

"Gij ziet wel, dat er geen tijd te verliezen is als wij aan dat
onderzoek willen deelnemen. En dit is niet alles; terwijl men met
zekeren tred de ontdekking van de bronnen van den Nijl te gemoet gaat,
begeven andere reizigers zich moedig in de binnenlanden van Afrika."

"Te voet," zeide Kennedy.

"Ja," antwoordde de doctor, "Doctor Krapf stelt zich voor naar het
Westen te gaan langs de Djob, eene rivier die onder den evenaar
ligt. De baron Decken heeft Monbaz verlaten, de bergen Kenia en
Kilimandjaro verkend en gaat naar de binnenlanden."--"Altijd te
voet?"--"Ja, of op muilezels."--"Dat is voor mij precies hetzelfde,"
zeide Kennedy.--"Eindelijk," hernam de doctor, "heeft De Heuglin,
onder-consul van Oostenrijk te Karthoum, eene belangrijke expeditie
uitgerust, wier eerste doel is den reiziger Vogel te zoeken, die in
1853 naar Soedan werd gezonden, om deel te nemen aan den tocht van
doctor Barth. In 1856 verliet hij Bornou en besloot dit onbekende land,
dat tusschen het meer Tchad en Darfour ligt, te onderzoeken. Maar
sedert dien tijd heeft men niets van hem gehoord. Brieven in
Juni 1860 te Alexandrië aangekomen, melden, dat hij op bevel van
den Koning van Wadaï vermoord is, andere daarentegen, door doctor
Hartmann aan den vader des reizigers geadresseerd, zeggen, volgens
het verhaal van een fellatah van Bornou, dat Vogel te Wara gevangen
wordt gehouden; alle hoop is dus niet verloren. Een comité heeft
zich gevormd onder het voorzitterschap van den regeerenden hertog
van Saxen-Koburg-Gotha; mijn vriend Petermann is daarvan secretaris;
eene nationale inschrijving heeft de kosten der expeditie gedekt,
waarbij zich vele geleerden hebben gevoegd; De Heuglin is in Juni
van Masuah vertrokken en terzelfder tijd, dat hij de sporen van Vogel
zoekt, moet hij het geheele land tusschen den Nijl en het meer Tchad
onderzoeken, dat is, de werkzaamheden van kapitein Speke verbinden
met die van doctor Barth. En dan zal men Afrika van het Oosten naar
het Westen zijn doorgetrokken." [4]

"Welnu!" hernam de Schot, "dewijl dit alles zoo goed sluit, wat zullen
wij dan daar gaan doen?"

Doctor Ferguson antwoordde niet en vergenoegde zich de schouders op
te halen.



VI.

	Een ongewoon bediende.--Hij ziet de wachters van
	Jupiter.--Dick en Joe twisten.--De twijfel en het geloof.--De
	weging.--Joe-Wellington.--Hij ontvangt eene halve kroon.


Doctor Ferguson had een bediende, met name Joe, een uitmuntend
man, die aan zijn meester een onbepaald vertrouwen en eene stipte
dienstvaardigheid had toegezegd, daar hij zelfs zijne bevelen voorkwam
en altijd op eene vernuftige wijze uitlegde; hij was altijd in een goed
humeur. Ferguson liet al wat zijn onderhoud betrof, op hem aankomen,
en met reden. Zeldzame en eerlijke Joe! Een knecht, die uw diner
bestelt en wiens smaak de uwe is, die uw reiskoffer pakt en noch
kousen noch hemden vergeet, die uwe sleutels en uwe geheimen bezit,
en daarvan geen misbruik maakt.

Maar wat ook was de doctor voor dien waardigen Joe? met welken eerbied
en welk vertrouwen ontving hij zijne beslissingen! Als Ferguson
gesproken had, was het een gek, die zou willen antwoorden. Al wat
hij dacht was juist, al wat hij zeide verstandig, al wat hij beval
doenlijk, al wat hij ondernam mogelijk en al wat hij voltooide
bewonderenswaardig. Al hadt gij Joe in stukken gehouwen, dat u zeker
niet zou hebben aangestaan, hij zou omtrent zijn meester niet van
gevoelen veranderd zijn.

Toen de doctor het voornemen koesterde om Afrika in een ballon door
te reizen, was het voor Joe eene gedane zaak; er bestonden geene
hinderpalen meer; van het oogenblik af aan, dat doctor Ferguson
besloten had te vertrekken, was hij ook aangekomen--met zijn getrouwen
dienaar, want die brave jongen wist wel dat hij mede zou gaan, hoewel
daarover nog niet was gesproken.

Hij moest overigens belangrijke diensten bewijzen door zijn vernuft en
zijne groote vlugheid. Als men een professor in de gymnastiek voor de
apen in den dierentuin, die toch zeer slim zijn, had moeten benoemen,
zoude Joe zeker die betrekking hebben gekregen. Springen, klouteren,
vliegen, duizend verwonderlijke toeren uitvoeren, was voor hem slechts
een spel.

Als Ferguson het hoofd en Kennedy de arm was, moest Joe de hand
zijn. Hij had zijn meester reeds op verscheidene reizen vergezeld en
bezat eenige wetenschap op zijne wijze, maar hij onderscheidde zich
voornamelijk daardoor, dat hij alles van de beste zijde beschouwde;
hij vond alles gemakkelijk, logisch, natuurlijk, en bij gevolg kende
hij de behoefte niet om zich te beklagen en te morren.

Onder andere hoedanigheden bezat hij een verbazend sterk gezicht; hij
deelde met Moestlin, den professor van Kepler, de zeldzame bekwaamheid
om zonder verrekijker de wachters van Jupiter te zien en in de groep
der Plejaden 14 sterren te tellen, waarvan de laatsten van de negende
grootte zijn. Hij was daarom niet trotscher, integendeel, hij groette
u reeds van verre en, als het noodig was, wist hij zich voortreffelijk
van zijne oogen te bedienen.

Met dit vertrouwen, dat Joe in den doctor stelde, moet men zich dus
niet verwonderen over de onophoudelijke woordenwisselingen tusschen
Kennedy en den waardigen bediende, terwijl ze overigens op een
behoorlijken afstand van elkander bleven.

De een twijfelde, de ander geloofde; de een had eene groote
voorzichtigheid, de ander een blind vertrouwen; de doctor bevond
zich tusschen twijfel en vertrouwen in, dat wil zeggen, dat hij zich
om geen van beiden bekommerde.--"Welnu, mijnheer Kennedy?" zeide
Joe.--"Welnu! mijn jongen?"--"Het oogenblik nadert. Het schijnt,
dat wij ons naar de maan inschepen."--"Gij wilt zeggen naar het
Maanland, dat niet zoover ligt; maar wees tevreden, het is even
gevaarlijk."--"Gevaarlijk! met een man als doctor Ferguson!"--"Ik wil
u uwe begoochelingen niet ontnemen, brave Joe, maar wat hij daar gaat
ondernemen is kort en goed het werk van een zinnelooze; hij zal niet
vertrekken."--"Zal hij niet vertrekken? Gij hebt dan zijn ballon niet
gezien in de werkplaats van de heeren Mitchell in Bourough [5]."--"Ik
zal er mij wel voor wachten, dien te gaan zien."--"Gij verliest daar
een fraai schouwspel, mijnheer! Welk een fraai voorwerp! Wat eene
fraaie snede! Welk een lief schuitje! Wat zullen wij daarin op ons
gemak zijn!"--"Gij denkt er dus ernstig aan uw meester te vergezellen?"

"Ja," antwoordde Joe met overtuiging, "ik zal hem vergezellen waar
hij wil! Dat zou er nog aan ontbreken, om hem alleen te laten, als
wij reeds samen de geheele wereld hebben rondgereisd! Wie zou hem
ondersteunen als hij vermoeid was? Wie zou hem eene krachtige hand
bieden om een afgrond over te springen? Wie zou hem oppassen als hij
ziek werd? Neen, mijnheer Dick, Joe zal altoos op zijn post zijn bij
doctor Ferguson."

"Brave jongen."--"Overigens, gij gaat met ons," hernam Joe.--"Zonder
twijfel," zeide Kennedy! "dat is te zeggen, ik vergezel u, om Samuel
tot op het laatste oogenblik te verhinderen eene dergelijke dwaasheid
te doen! Ik zal hem zelfs tot aan Zanzibar volgen, opdat daar nog
een vriendenhand hem van zijn onzinnig plan terug moge houden."

"Gij zult niets tegenhouden, mijnheer Kennedy, met uw verlof. Mijn
meester is niet gek; hij overdenkt lang wat hij wil ondernemen, en
als zijn besluit genomen is, kan de duivel zelfs hem niet daarvan
afbrengen."

"Dat zullen wij zien."

"Vlei u niet met die hoop. Het is van het grootste belang, dat gij
meegaat. Voor een jager als gij, is Afrika een heerlijk land. Aldus
zult gij op geenerlei wijs berouw hebben van uwe reis."

"Neen, zeker niet, ik zal er geen berouw van hebben, vooral als die
stalen kop eindelijk voor de bewijzen zwicht."

"A propos," zeide Joe, "gij weet, dat van daag de weging plaats
heeft."--"De weging?"--"Zonder twijfel. Mijn meester, gij en ik,
wij gaan ons laten wegen."--"Even als Jockeys."--"Precies. Maar wees
gerust, men zal u niet mager maken, als gij te zwaar zijt. Men
zal u nemen zooals gij zijt."--"Ik zal me niet laten wegen,"
zeide de Schot met vastheid.--"Maar, mijnheer, het schijnt dat
het noodig is voor zijn toestel."--"Welnu! zijn toestel zal het
zonder dit wel klaren."--"Zoo! zoo! En als wij nu eens uit gebrek
aan nauwkeurige berekeningen, niet konden opstijgen?"--"Ik verlang
niets anders!"--"Laat ons zien, mijnheer Kennedy, mijn meester zal ons
terstond komen halen."--"Ik zal niet gaan"--"Gij zult hem dit verdriet
niet willen doen."--"Ik zal wel."--"Goed," zeide Joe lachende. "Gij
spreekt zoo, omdat hij niet hier is, maar als hij in uw gezicht zal
zeggen: 'Dick (met u verlof) Dick, ik moet nauwkeurig uw gewicht
kennen, dan zult gij gaan, daarvoor sta ik borg.'"--"Ik zal niet gaan."

Op hetzelfde oogenblik kwam de doctor in zijne studeerkamer, waar
dit gesprek werd gehouden; hij zag Kennedy aan, die zich niet op zijn
gemak gevoelde.

"Dick," zeide de doctor, "ga met Joe; ik moet weten hoe zwaar gij
beiden weegt."--"Maar...."--"gij kunt uw hoed ophouden. Kom." En
Dick ging.

Alle drie begaven zich naar de werkplaats van de heeren Mitchell,
waar een der zoogenaamde romeinsche weegschalen gereed gemaakt
was. De doctor moest werkelijk het gewicht van zijne metgezellen
kennen voor het evenwicht van zijn ballon. Hij liet dus Dick op de
schaal gaan en deze, zonder weerstand te bieden, zeide zacht: "Ook
goed, dit verbindt nog tot niets."--"Honderd drie-en-vijftig pond,"
zeide de doctor, het getal in zijn zakboekje opteekenende.--"Ben ik
te zwaar?"--"Neen, mijnheer Kennedy," antwoordde Joe; "overigens,
ik ben licht, dat weegt tegen elkaar op."

Dit zeggende, nam Joe spoedig de plaats van den jager in; in zijne
drift wierp hij de ballans bijna omver; hij stelde zich in de houding
van Wellington in Hyde Park.--Honderd-twintig pond, schreef de
doctor.--"Hè! hè!" zeide Joe met een glimlach van voldoening. Waarom
glimlachte hij? Hij zou dit nooit kunnen zeggen.--"Op mijne beurt,"
zeide Ferguson, en hij schreef honderd-vijf-en-dertig pond voor
zijn gewicht. "Met ons allen," zeide hij, "wegen wij niet meer dan
vierhonderd pond."

"Maar, meester," antwoordde Joe, "als het voor uw tocht noodig was,
kon ik mij wel een weinig doen vermageren, door niet te eten."--"Dat
hoeft niet, mijn jongen," zeide de doctor; "gij kunt naar hartelust
eten, en ziedaar een halve kroon om u naar willekeur te verzwaren."



VII

	Wiskundige bijzonderheden.--Berekening van den inhoud
	des ballons.--De dubbele ballon.--Het omkleedsel.--Het
	schuitje.--De geheimzinnige toestel.--De levensmiddelen.--De
	optelling.


Doctor Ferguson was lang bezig geweest met de bijzonderheden zijner
expeditie. Men begrijpt dat de ballon, dit wonderbaarlijke voertuig,
bestemd om hen door de lucht te voeren, het voorwerp van bestendige
zorg voor hem was.

Eerst, om den ballon niet te groot te maken, besloot hij hem te
vullen met waterstofgas, dat veertien-en-een half maal lichter is
dan de lucht. Dit gas wordt gemakkelijk verkregen en heeft de beste
uitkomsten opgeleverd in de ondervinding met luchtreizen opgedaan.

Na nauwkeurige berekeningen vond de doctor, dat zij voor de voor zijne
reis onmisbare voorwerpen en zijn toestel een gewicht van 4000 pond
moest opheffen; hij moest dus de kracht van opstijging berekenen van
een ballon, die dit gewicht kan dragen en bij gevolg ook zijn inhoud.

Een gewicht van 4000 pond wordt voorgesteld door een verplaatsing
van lucht van 44847 kub. voet [6], dat wil zeggen, 44847 kub. voet
lucht wegen 4000 pond.

Als hij aan den ballon deze ruimte geeft door hem, in plaats van met
lucht, met waterstofgas te vullen, dat veertien en een halfmaal lichter
zijnde, slechts 276 pond weegt, ontbreekt er iets aan het evenwicht,
ongeveer 3784 pond, dat is het verschil tusschen het gewicht van het
gas in den ballon en dat der omringende lucht, die de opstijgende
kracht van den luchtballon uitmaakt.

Als men echter de 44847 kub. voet gas, waarvan wij spreken, in den
ballon deden, zou hij geheel vol zijn; maar dat moet zoo niet wezen,
want naarmate de ballon in de minder dichte luchtlagen stijgt, poogt
het gas, dat hij bevat, zich uit te zetten en zou het omkleedsel
weldra doen barsten. Men vult de ballons dus gewoonlijk slechts voor
twee-derde gedeelten.

Maar de doctor besloot, ten gevolge van zeker plan, dat hem alleen
bekend was, zijn ballon slechts ten halve te vullen en, dewijl hij
44847 kub. voet waterstofgas moest medenemen, zijn ballon een bijna
tweemaal grooteren inhoud te geven.

Hij liet hem maken in die langwerpige gedaante, die men weet dat
de voorkeur verdient; de horizontale middellijn was 50 voet en de
verticale 75 voet [7]; hij kreeg dus een spheroïde [8], wier inhoud
in ronde getallen 90000 kub. voet beliep.

Als doctor Ferguson twee ballons had kunnen gebruiken, zouden zijne
kansen van goeden uitslag toegenomen zijn; inderdaad, als de eene
in de lucht breekt, kan men zich, door ballast uit te werpen, door
den anderen staande houden. Maar de besturing van twee luchtballons
wordt zeer moeielijk als zij eene gelijke klimming moeten behouden.

Na lang nagedacht te hebben, vereenigde Ferguson door eene vernuftige
schikking de voordeelen van twee ballons zonder de ongemakken er van
te hebben. Hij maakte er twee van ongelijke grootte en sloot ze in
elkander. Zijn uitwendige ballon, die de bovengemelde afmetingen had,
bevatte een kleineren, wiens horizontale middellijn slechts 45 voet
en de verticale 68 voet bedroeg. De inhoud van den inwendigen ballon
was slechts 67,000 kub. voet; hij moest zwemmen in de vloeistof die
hem omringen zou; eene klep opende zich van den eenen ballon tot den
anderen en kon hen, des gevorderd, met elkander in gemeenschap brengen.

Deze schikking had dit voordeel dat, als men een ruimen uitweg aan het
gas moest geven om te dalen en men eerst dat van den grooten ballon
zou laten ontsnappen, al moest men dien geheel ledigen, de kleine
onaangeroerd zou blijven; men kon hem dus van zijn uitwendig bekleedsel
als van een onnoodig gewicht ontdoen, en de tweede luchtballon alleen
gaf aan den wind niet zooveel vat als de half gevulde ballons.

Wat meer is, in het geval van een ongeluk, eene scheur in den
buitensten ballon, was de andere in goeden staat.

De twee luchtballons werden vervaardigd van gekeperd Lyonsch taf,
met gutta-percha overdekt. Deze soort van gomhars is volstrekt
ondoordringbaar, en wordt door zuren noch gas verteerd. Het taf werd
aan het boveneinde van den ballon, dat bijna alle kracht torscht;
dubbel gelegd.

Dit omkleedsel kan de vloeistof voor onbepaalden tijd in zich
bevatten. Het woog op elke negen vierk. voet een half pond. Daar nu de
oppervlakte van den buitensten ballon ongeveer 11,600 vierk. voet was,
woog zijn omkleedsel 650 pond. Het omkleedsel van den tweeden ballon,
dat 9,200 vierk. voet oppervlakte had, woog slechts 510 pond, alles
te zamen 1160 pond.

Het touw, bestemd om het schuitje te dragen, was stevig van hennep
gemaakt; de twee kleppen werden het voorwerp van nauwkeurige zorgen,
even als het roer van een schip.

Het schuitje, van een ronden vorm en 15 voet middellijn, was gemaakt
van twijgen, versterkt door een licht bekleedsel van ijzer en van
binnen bekleed met veeren, die bestemd waren om de schokken minder
te doen gevoelen. Zijn gewicht en dat van het touw bedroeg niet meer
dan 280 pond.

Daarenboven liet de doctor vier kisten van ijzeren platen maken,
twee strepen dik; zij waren met elkander verbonden door pijpen van
kranen voorzien; hij voegde er eene slang bij van ongeveer twee duim
middellijn, die in twee ongelijke takken eindigde, waarvan de grootste
25 en de kortste slechts 15 voet hoog was.

De kisten van plaatijzer werden zoodanig in het schuitje geplaatst,
dat zij de minst mogelijke ruimte innamen; de slang, die slechts
later moest worden aangehecht, werd afzonderlijk ingepakt, gelijk
ook eene zeer sterke electrische batterij van Bunsen. Deze toestel
was zoo vernuftig gecombineerd, dat hij niet meer dan 700 pond woog,
daaronder begrepen 25 gallons [9] water in eene afzonderlijke kist.

De instrumenten, bestemd voor de reis, bestonden in twee barometers,
twee thermometers, twee kompassen, een sectant, twee chronometers,
een kunstmatigen horizont en een altazimuth, om de ver verwijderde
en ontoegankelijke voorwerpen op te nemen. Het observatorium van
Greenwich had zich ter beschikking van den doctor gesteld. Deze stelde
zich evenwel niet voor natuurkundige proeven te doen, hij wilde alleen
zijne richting kennen en de ligging der voornaamste rivieren, bergen
en steden bepalen.

Hij voorzag zich van drie goed beproefde ijzeren ankers, benevens
van een lichten zijden ladder, ongeveer 50 voet lang.

Hij berekende ook het nauwkeurige gewicht zijner levensmiddelen, welke
bestonden uit thee, koffie, beschuiten, gezouten vleesch en pemmican,
eene soort spijs, die, in eene kleine hoeveelheid veel voedingsdeelen
bevat. Behalve eene voldoende hoeveelheid brandewijn, plaatste hij
twee waterbakken in het schuitje, die ieder 22 gallons [10] bevatten.

Het verbruiken dezer verschillende spijzen moest langzamerhand het
gewicht verminderen, dat de luchtballon moest dragen. Want men moet
weten, dat het evenwicht van een ballon in de lucht uiterst gevoelig
is. Het verlies van een bijna onmerkbaar gewicht is voldoende om eene
zeer goed merkbare verplaatsing ten gevolge te hebben.

De doctor vergat noch eene tent, die een gedeelte van het schuitje
moest bedekken, noch de dekens, die den geheelen bed-toestel voor de
reis uitmaakten, noch de geweren van den jager, noch zijn voorraad
kruit en kogels.

Zie hier een kort begrip zijner verschillende berekeningen:


	Ferguson								135 pond.
	Kennedy									153 pond.
	Joe										120 pond.
	Eerste ballon							650 pond.
	Tweede ballon							510 pond.
	Schuitje en touw						280 pond.
	Ankers, instrumenten, geweren, dekens,
	tent, verschillende gereedschappen		190 pond.
	Vleesch, pemmican, beschuiten, thee,
	koffie, brandewijn						386 pond.
	Water									400 pond.
	Toestel									700 pond.
	Gewicht van het waterstofgas			276 pond.
	Ballast									200 pond.
											---------
									Totaal 4000 pond.


Zoodanig was de verdeeling der 4000 pond, die doctor Ferguson zich
voorstelde mede te doen opstijgen; hij nam slechts 200 pond ballast
mede, "voor onvoorziene toevallen," zeide hij, want hij rekende er
vast op er geen gebruik van te zullen maken, dank zij zijn toestel.



VIII.

	Gewicht van Joe.--De bevelhebber der Resolute.--Het tuighuis
	van Kennedy.--Vervoer.--Het afscheidsmaal.--Het vertrek
	van den 21sten Februari.--Wetenschappelijke zittingen van
	den doctor.--Duveyrier, Livingstone.--Bijzonderheden der
	luchtreis.--Kennedy tot zwijgen gebracht.


Den 10den Februari liepen de toebereidselen ten einde; de ballons
in elkander besloten, waren geheel voltooid; zij hadden een sterken
luchtdruk ondergaan en, daar zij dien goed hadden weerstaan, was dit
een bewijs van hunne stevigheid en van de zorg aan hunne samenstelling
besteed.

Joe was buiten zich zelven van vreugde; hij ging onophoudelijk van
Greek Street naar de werkplaats van de heeren Mitchell, altijd bezig,
maar ook altijd geneigd om de bijzonderheden te verhalen aan de
lieden die hem daarom vroegen, en boven alles trotsch er op, dat hij
zijn meester zou vergezellen. Ik geloof zelfs dat de waardige jongen
eenige halve kroonen verdiende met het laten zien van den luchtballon,
met het ontvouwen der plannen en denkbeelden van den doctor, en door
het aanwijzen van dezen door een half geopend venster of bij zijn
vervoer over straat; men moet hem dit niet kwalijk nemen, hij had wel
het recht een weinig zijn voordeel te doen met de bewondering en de
nieuwsgierigheid zijner tijdgenooten.

Den 16den Februari wierp de Resolute het anker voor Greenwich. Het
was eene schroefboot van 800 ton, met goeden gang en die belast was
geweest Sir James Ross op zijne laatste expeditie naar de poollanden
van leeftocht te voorzien. De commandant Pennet werd voor een
beminnelijk mensch gehouden, hij stelde bijzonder belang in de reis
van den doctor, dien hij reeds lang hoogachtte. Deze Pennet was meer
geleerde dan krijgsman, hetgeen niet verhinderde dat zijn schip vier
kanonnen had, die nooit iemand eenig leed hadden gedaan en slechts
dienden voor saluutschoten.

Het ruim van de Resolute werd ingericht om den luchtballon te
bergen. Hij werd den 18den Februari met de grootste voorzorgen daarheen
gebracht, men plaatste hem onder in het schip, zoodanig dat hij tegen
ieder ongeval beveiligd was. Het schuitje met toebehooren, de ankers,
de touwen, de levensmiddelen, de waterkisten die men bij de aankomst
moest vullen, alles werd onder de oogen van Ferguson geladen.

Men scheepte ook tien tonnen zwavelzuur en tien tonnen oud ijzer in
voor het maken van het waterstofgas. Deze hoeveelheid was meer dan
voldoende, maar men moest bedacht zijn op mogelijke verliezen. De
toestel bestemd om het gas te vormen, samengesteld uit een dertigtal
vaten, werd op den grond van het ruim geplaatst.

Deze verschillende toebereidselen eindigden op den avond van den 18den
Februari. Twee gemakkelijk ingerichte hutten wachtten doctor Ferguson
en zijn vriend Kennedy. Deze laatste, hoewel zwerende dat hij niet
zou vertrekken, begaf zich aan boord met een waar jacht-arsenaal,
twee uitmuntende geweren met dubbelen loop en eene beproefde karabijn
uit de fabriek van Purdey Moore en Dickson te Edinburg; met zulk een
wapen kon de jager op 2000 schreden afstands het oog eener gems met
een kogel doorboren; hij voegde er twee revolvers bij met zes loopen
voor onvoorziene gevallen; zijn kruithoorn, zijn zak met kardoezen,
zijn lood en zijn kogels in voldoende hoeveelheid, wogen niet zwaarder
dan het gewicht door den doctor bepaald.

De drie reizigers begaven zich des morgens van den 19den Februari aan
boord; zij werden door den kapitein en zijne officieren met de meeste
onderscheiding ontvangen, de doctor echter was altijd koel, alleen
denkende om zijne reis; Dick was ontroerd zonder er den schijn van te
willen hebben; Joe was uitgelaten en altijd boertig; hij werd spoedig
de potsenmaker van het vooronder, waar hem eene plaats was aangewezen.

Den 20sten werd door het Koninklijk Aardrijkskundig genootschap
een groot afscheidsmaal gegeven aan doctor Ferguson en Kennedy. De
commandant Pennet en zijne officieren namen deel aan dit maal,
dat zeer vroolijk was; talrijke gezondheden werden er gedronken en
Sir Francis Maris zat daaraan voor met onderdrukte ontroering, maar
vol waardigheid.

Dick Kennedy deelde ruimschoots in de gelukwenschen. Na gedronken
te hebben "op den onverschrokken Ferguson, den roem van Engeland,"
moest men drinken "op den niet minder moedigen Kennedy, zijn stouten
metgezel."

Dick bloosde sterk, hetgeen voor zedigheid doorging: de toejuichingen
verdubbelden. Dick bloosde nog sterker.

Een bode der koningin kwam bij het nagerecht, hij maakte zijne
complimenten aan de twee reizigers en uitte wenschen voor het
welslagen der onderneming. Dit maakte wederom toosten noodzakelijk
"op hare Allergenadigste Majesteit."

Te middernacht scheidden de gasten na een hartroerend vaarwel en
hartelijk handdrukken.

De sloepen van de Resolute wachtten bij de brug van Westminster; de
commandant nam er plaats in met zijne officieren en passagiers en de
snelle stroom van de Theems voerde hen naar Greenwich.

Ten een uur sliep iedereen aan boord.

Des anderen daags, den 21sten Februari, ten 3 uur des morgens, stak
men de vuren aan, ten 5 uur lichtte men het anker en door zijne
schroef voortgedreven, snelde de Resolute naar den mond van de Theems.

Wij behoeven niet te zeggen dat er alleen gesproken werd over de
expeditie van doctor Ferguson. Wanneer men hem zag en hoorde, boezemde
hij zulk een vertrouwen in, dat weldra niemand, uitgezonderd de Schot,
den goeden uitslag zijner onderneming in twijfel trok.

Gedurende de lange ledige uren van de reis, hield de doctor een
waren cursus van aardrijkskunde met de officieren. Deze jongelieden
stelden een hartstochtelijk belang in de ontdekkingen, die sedert 40
jaren in Afrika waren gedaan; hij verhaalde hun de onderzoekingen van
Barth, Burton, Speke en Grant, hij schilderde hun deze geheimzinnige
landstreek af, die van alle kanten wetenschappelijk werd onderzocht. In
het Noorden onderzocht de jonge Duveyrier de Sahara en bracht de
opperhoofden der Touaregs naar Parijs. Twee expeditiën werden gereed
gemaakt die, van het Noorden en van het Westen komende, elkander
te Tombuctoe zouden ontmoeten. Ten Zuiden naderde de onvermoeide
Livingstone altijd den evenaar, en sedert Maart 1862 trok hij,
in gezelschap van Mackenzie de rivier Rovoonia op. De 19de eeuw zou
zeker niet verloopen, zonder dat Afrika de sedert 6000 jaren in haar
schoot verborgen geheimen zou onthuld hebben.

De belangstelling der toehoorders van Ferguson werd vooral
gaande gemaakt, toen hij hun tot in de kleinste bijzonderheden
de toebereidselen tot zijne reis deed kennen; zij wilden zijne
berekeningen onderzoeken, zij wilden redeneeren, hetgeen doctor
Ferguson vrijmoedig deed.

In het algemeen verwonderde men zich over de betrekkelijk kleine
hoeveelheid levensmiddelen, die hij medenam. Eens ondervroeg een der
officieren Ferguson omtrent dit punt.--"Dit verwondert u?" antwoordde
Ferguson.--"Zonder twijfel."--"Hoe lang denkt gij dan dat mijne reis
wel duren zal?"--"Maanden lang."--"Gij vergist u; als hij te lang
duurde zouden wij verloren zijn, wij zouden niet aankomen. Weet dan,
dat de afstand van Zanzibar tot aan de kust van den Senegal niet
meer dan 3500 à 4000 mijlen is. Als men nu 240 mijlen in de twaalf
uren doet, hetgeen nog niet eens de snelheid onzer spoortreinen nabij
komt, en dag en nacht doorreist, zou men in zeven dagen Afrika kunnen
doorreizen."

"Maar dan zult gij niets kunnen zien, noch aardrijkskundige opmetingen
doen, noch het land verkennen."

"Daarom, als ik meester ben van mijn ballon, als ik naar willekeur
rijs of daal, zal ik stil houden als ik het goed vind; vooral als te
sterke luchtstroomen dreigden mij mede te slepen."

"En gij zult die ontmoeten," zeide de commandant Pennet; "er zijn
orkanen, die meer dan 240 mijlen in het uur afleggen."

"Gij ziet het," hernam de doctor, "met eene zoodanige snelheid zou
men Afrika in twaalf uren doortrekken: men zou te Zanzibar opstaan,
om te Saint-Louis naar bed te gaan."

"Maar," zeide een officier, "zou een ballon door eene zoo groote
snelheid kunnen medegesleept worden?"--"Daarvan bestaan voorbeelden,"
antwoordde Ferguson.--"En de ballon heeft wederstaan?"--"Volkomen. Het
was ten tijde der kroning van Napoleon in 1804. De luchtreiziger
Garnerin steeg op te Parijs ten 11 uur des avonds in een ballon met het
volgende opschrift: 'Parijs, 25 Frimaire van het jaar XIII, kroning van
Keizer Napoleon door zijne Heiligheid Pius VII.' Des anderen daags,
des morgens ten 5 uur zagen de inwoners van Rome denzelfden ballon
boven het Vatikaan zweven, de Romagna overtrekken en nederdalen in het
meer Pracciano. Dus, mijne heeren, kan een ballon aan zulke snelheden
wederstand bieden."

"Een ballon is mogelijk, maar een mensch," waagde Kennedy te zeggen.

"Een mensch ook, want een ballon is altijd onbeweeglijk met betrekking
tot de hem omringende lucht, hij is het niet die voortgaat, het is de
lucht zelve; als gij dus eene waskaars in uw schuitje aansteekt zal
de vlam zelfs niet flikkeren. Een luchtreiziger, die in den ballon
van Garnerin ware geweest, zou in het minst niet door deze snelheid
hebben geleden. Overigens zou ik liever zulk eene snelheid niet willen
ondervinden, en als ik des nachts aan den eenen of anderen boom of
iets anders mij kan vasthechten zal ik het zeker doen. Wij nemen voor
twee maanden levensmiddelen mede en niets zal onzen behendigen jager
verhinderen ons overvloedig van wildbraad te voorzien, als wij op de
aarde nederdalen."

"Ah! mijnheer Kennedy! gij zult daar meesterstukken uitvoeren,"
zeide een adelborst, den Schot met jaloersche blikken aanziende.

"Zonder te rekenen," zeide een ander, "dat uw vermaak vergezeld zal
gaan met grooten roem."

"Mijne heeren," antwoordde de jager... "Ik ben zeer
gevoelig.... voor uwe complimenten... maar het komt mij
niet toe die te ontvangen..."--"Wat!" zeiden allen, "zult
gij niet vertrekken."--"Neen."--"Zult gij doctor Ferguson niet
vergezellen?"--"Niet alleen zal ik hem niet vergezellen, maar ik ben
hier slechts om hem in het laatste oogenblik terug te houden."

Alle blikken rigtten zich op den doctor. "Luistert niet naar hem,"
antwoordde hij bedaard. "Daarover moet gij niet met hem twisten,
hij weet bij zich zelven zeer goed dat hij zal vertrekken."--"Bij
St. Patrick!" riep Kennedy uit, "zweer ik..."--"Zweer niets, vriend
Dick; gij zijt gewogen met uw kruit, uwe geweren en kogels, laat ons
er dus niet meer over spreken."

En inderdaad, sedert dien dag tot aan de aankomst te Zanzibar, opende
Dick den mond niet weder, hij sprak niet meer over deze zaak dan over
iets anders. Hij zweeg.



IX.

	Men zeilt de Kaap om.--De potsenmaker voorin.--Cursus van
	wereldbeschrijving door Professor Joe.--Over de richting der
	ballons.--Over het zoeken der luchtstroomen.--Eureka. [11]


De Resolute naderde snel de Kaap de Goede Hoop, het weder bleef
voortdurend schoon, hoewel de zee onstuimiger werd.

Den 30sten Maart, zeven-en-twintig dagen na het vertrek van Londen
kwam de Tafelberg aan den horizon in het gezicht; de Kaapstad, aan
den voet van een amphitheater van heuvels gelegen, werd zichtbaar
door een verrekijker, en weldra wierp de Resolute het anker in de
haven. Maar de commandant hield er zich slechts op om kolen in te
nemen; dit duurde slechts één dag, den volgenden dag richtte zich
het schip zuidwaarts om de zuidpunt van Afrika om te stevenen en in
het kanaal van Mozambique te komen.

Het was de eerste zeereis niet van Joe; weldra was hij te huis aan
boord. Iedereen hield veel van hem om zijne openhartigheid en zijn
goed humeur. Een groot gedeelte van den roem van zijn meester viel
op hem terug. Men hoorde hem als een godspraak en hij bedroog zich
niet meer dan een ander.

Maar terwijl de doctor zijne beschrijvingen voor de officieren
voortzette, zetelde Joe in den bak en behandelde de geschiedenis
op zijne manier, eene handelwijze die overigens door de grootste
geschiedschrijvers van alle tijden gevolgd is.

Er was natuurlijk sprake van de luchtreis. Joe had moeite de
tegensprekers van de echtheid der onderneming te overtuigen, maar
toen het hem eenmaal gelukt was, kende de verbeelding der matrozen,
door het verhaal van Joe opgewekt, niets onmogelijks meer.

De schitterende verteller overtuigde zijne toehoorders dat men na
die reis vele andere zoude maken en dat het slechts het begin was
van eene reeks bovenmenschelijke ondernemingen.

"Ziet gij, mijne vrienden, als men eens van deze soort van
plaatsverandering ondervinding heeft gehad, kan men er niet
meer buiten, daarom zullen wij ook bij onze volgende expeditie,
in plaats van ter zijde af te wijken, altijd rechtuit gaan,
steeds klimmende."--"Mooi! dus naar de maan," zeide een hoorder
in verbazing.--"Naar de maan!" antwoordde Joe, "neen, dat is te
algemeen! iedereen gaat naar de maan. En daar is geen water, en men
is verplicht eene ontzettend groote menigte mondbehoeften mede te
nemen en zelfs lucht in fleschjes, als men ten minste wil ademhalen."

"Goed! vindt men er jenever?" zeide een matroos, die een groote minnaar
van dezen drank was.--"Ook niet, mijn beste vriend. Neen! geen maan,
maar wij zullen op die mooie sterren wandelen, op die bekoorlijke
planeten, waarvan mijn meester mij zoo dikwijls heeft gesproken. Wij
zullen dus beginnen met Saturnus te bezoeken."--"Die een ring
heeft?" vroeg de kwartiermeester.--"Ja! een huwelijksring. Maar men
weet niet wat er van zijn vrouw is geworden."--"Hoe! gij zoudt zoo
hoog stijgen?" zeide een scheepsjongen verbaasd. "Uw meester is dus
de duivel?"--"Daar is hij te goed voor."--"Maar na Saturnus?" vroeg
een der ongeduldigste toehoorders.--"Na Saturnus? Welnu, dan zullen
wij Jupiter bezoeken; dat is een raar land, waar de dagen slechts
9 1/2 uur duren, hetgeen gemakkelijk is voor de luiaards, en waar
de jaren, bij voorbeeld, zoo lang duren als twaalf van onze jaren,
hetgeen voordeelig is voor de lieden, die niet meer dan zes maanden
te leven hebben. Dit verlengt een weinig hun leven."--"Twaalf
jaren?" vroeg de scheepsjongen.--"Ja, mannetje lief, dus zoudt gij
in die landstreek nog zuigen, en die oude daar ginds, die naar de
vijftig loopt, zou een jongen zijn van vier en een half jaar."--"Dat
is niet te gelooven!" riep de geheele bak eenstemmig uit.--"Het is
toch de zuivere waarheid," zeide Joe op vasten toon. "Maar als men
voortdurend in deze wereld een plantenleven leidt, leert men niets
en blijft dom als een bruinvisch. Kom eens op Jupiter en gij zult
zien. Men moet daarboven zijn fatsoen houden, want hij heeft wachters
die lang niet gemakkelijk zijn."

Men lachte, maar geloofde slechts ten halve; hij sprak hun ook
over Neptunus, waar de zeelieden goed worden ontvangen en van Mars
waar de krijgslieden de voornaamste plaats bekleeden. Wat Mercurius
betreft, dat is een leelijke wereld, men vindt er niets dan dieven
en kooplieden, die zoozeer op elkander gelijken dat het moeielijk is
hen te onderscheiden. Eindelijk hing hij hun een bekoorlijk tafereel
op van Venus.

"En als wij van dien tocht terugkomen," zeide de beminnelijke verhaler,
"zal men ons decoreeren met het Zuider-kruis, dat daar ginds boven ons
schittert."--"En gij zult het wel verdiend hebben!" zeiden de matrozen.

Aldus gingen de lange avonden in den bak in vroolijke gesprekken
voorbij, en gedurende dien tijd gingen de leerzame gesprekken van
den doctor hun gang.

Eens sprak men over de richting der ballons, en Ferguson werd verzocht
zijn gevoelen daaromtrent te zeggen.

"Ik geloof niet," zeide hij, "dat men er toe kan geraken om de
ballons te sturen. Ik ken alle beproefde of voorgestelde stelsels,
niet een is er geslaagd, niet een uitvoerbaar. Gij begrijpt wel, dat
ik om deze vraag heb moeten denken, daar zij voor mij van zoo groot
belang was, maar ik heb haar niet kunnen oplossen met de middelen der
tegenwoordige werktuigkunde. Men zou eene beweging van buitengewone
kracht, van eene bijna onmogelijke lichtheid moeten uitvinden. En
dan nog zou men geen weerstand kunnen bieden aan eenige belangrijke
luchtstroomen! Tot heden heeft men zich liever bezig gehouden met
het schuitje te richten dan den ballon, en dit is de fout."

"Er is echter," antwoordde men, "eene groote overeenkomst tusschen
een luchtballon en een schip, dat men naar willekeur stuurt."--"Neen,"
antwoordde doctor Ferguson, "dat is maar weinig of niets. De lucht is
veel minder dicht dan het water, waarin het schip slechts ten halve
gedompeld is, terwijl de luchtballon geheel door den dampkring omringd
is en onbeweeglijk blijft met betrekking tot de omringende vloeistof."

"Gij denkt dan dat de wetenschap uitgeput is ten aanzien der
luchtballons?"

"Geenszins! Men moet iets anders zoeken, en als men een ballon niet
kan sturen, moet men hem ten minste in de gunstige luchtstroomen
houden. Naarmate men stijgt worden dezen meer gelijkvormig en zijn
zij standvastig in hunne richting; zij worden niet meer gestoord door
de bergen en dalen, die de oppervlakte van den aardbol doorploegen,
en dat, gij weet het, is de voornaamste oorzaak der veranderingen
van den wind. Maar als deze luchtstreken eenmaal bepaald zijn,
zal de ballon zich slechts in de stroomen, die hij noodig heeft,
behoeven te plaatsen."

"Maar dan," zeide de commandant Pennet, "zal men om hen te bereiken
steeds moeten rijzen en dalen. Daar zit de wezenlijke moeielijkheid,
mijn waarde doctor."--"En waarom, commandant?"--"Laat ons elkander
goed verstaan: het zal slechts eene moeielijkheid en een hinderpaal
zijn voor de langdurige reizen, en niet voor enkele uitstapjes in
de lucht."--"En wat is de reden daarvan?"--"Omdat gij slechts stijgt
door ballast uit te werpen en daalt door gas te verliezen, dus zullen
uw gas en ballast spoedig op zijn."

"Mijn waarde Pennet, daar zit de kwestie. Daar is de eenige
moeielijkheid, die de wetenschap moet trachten te overwinnen. Er
is geen spraak van het sturen der ballons, maar van het bewegen
van boven naar beneden zonder het gas, dat hunne kracht uitmaakt,
te verspillen."--"Gij hebt gelijk, mijn waarde doctor, maar deze
moeielijkheid is nog niet uit den weg geruimd, dit middel is nog
niet gevonden."--"Ik vraag u verschooning, het is gevonden."--"Door
wien?"--"Door mij."--"Door u?"--"Gij begrijpt wel dat ik zonder dat het
doortrekken van Afrika in een luchtballon niet zou hebben gewaagd. Na
vier-en-twintig uren zou ik geen gas meer hebben."--"Maar daarvan
hebt gij in Engeland niet gesproken?"--"Neen, ik wilde niet gaarne
over de tong van het publiek gaan, dat scheen mij noodeloos. Ik heb
in het geheim eenige voorbereidende proeven genomen en ben voldaan
geweest, ik had dus niet noodig er meer te doen."--"Welnu! mijn
waarde Ferguson, mag men uw geheim weten?"--"Zie hier, mijne heeren,
mijn middel is zeer eenvoudig."

De aandacht van de toehoorders bereikte haar hoogste toppunt, en de
doctor nam bedaard het woord in dier voege:



X.

	Voorafgaande proeven.--De vijf kisten van den doctor.--De
	gaspijp.--De warmteleider.--Wijze van uitvoering: Zeker
	goede uitslag.


"Men heeft dikwijls beproefd, mijne heeren, naar willekeur te
rijzen of te dalen, zonder het gas of den ballast van een ballon te
verliezen. Een Fransch luchtreiziger, Meunier, wilde dit doel bereiken
door lucht samen te persen in eene inwendige ruimte. Een Belg,
doctor von Hecke, ontwikkelde door middel van wieken en paletten,
eene verticale kracht, die in de meeste gevallen onvoldoende zou
geweest zijn. De practische resultaten door die middelen verkregen,
zijn onbeduidend geweest.

"Ik heb dus besloten de zaak op eene andere wijs aan te
vatten. Vooreerst gebruik ik in het geheel geen ballast, dan in het
geval van hooge noodzakelijkheid, zooals bij het breken van mijn
toestel of de verplichting terstond te rijzen om een onvoorziene
hinderpaal te mijden.

"Mijne middelen om te klimmen en te dalen bestaan nergens anders
in dan in het doen uitzetten of inkrimpen van het gas, dat in den
luchtballon besloten is, door verschillende temperaturen. Zie hier
hoe ik die uitkomst verkrijg.

"Gij hebt in het schuitje verscheidene kisten zien laden, wier gebruik
u onbekend is. Deze kisten zijn vijf in getal.

"De eerste bevat ongeveer 25 Gallons [12] water, waarbij ik eenige
druppels zwavelzuur voeg om zijne geleidende kracht te vergrooten, en
ik ontleed het door middel van eene sterke Bunsensche batterij. Het
water is, zoo als gij weet, samengesteld uit waterstofgas en
zuurstofgas.

"Dit laatste wordt door de werking der batterij met zijne positieve
pool in eene tweede kist verplaatst. Een derde, boven de tweede
geplaatst en van een dubbelen inhoud, ontvangt het waterstofgas,
dat daar met zijne negatieve pool komt.

"Kranen, van welke de eene een tweemaal grootere opening heeft dan
de andere, doen deze twee kisten gemeenschap hebben met een vierde,
die kist van menging genoemd wordt. Daar vermengen zich werkelijk
de twee gassoorten, die ontstaan uit de ontleding van het water. De
inhoud van deze kist is ongeveer 41 kubiek voet. [13]

"Aan het bovenste deel dezer kist is eene buis van platina, voorzien
van eene kraan.

"Gij hebt het reeds begrepen, mijne heeren: de toestel dien ik
u beschrijf is niets anders dan een gaspijp voor zuurstof en
waterstofgas, waarvan de hitte die der smidskolen overtreft.

"Ik ga nu over tot het tweede gedeelte van den toestel. Uit het
onderste gedeelte van mijn ballon, die hermetisch gesloten is, komen
twee buizen te voorschijn, die dicht bij elkander liggen. De eene
begint in het midden der bovenste lagen van het waterstofgas, de andere
in de onderste lagen. Deze twee buizen zijn van afstand tot afstand
voorzien van sterke geledingen van Caoutchouc, die haar veroorloven
zich naar de slingeringen van den luchtballon te buigen. Zij dalen
beiden tot het schuitje af en steken met het andere uiteinde in eene
ijzeren, cylindervormige kist, die warmtekist genoemd wordt. Zij is
aan de twee uiteinden gesloten door twee sterke schijven van hetzelfde
metaal. De buis, die uit het onderste gedeelte van den ballon komt,
gaat in deze cylindervormige kist, door de onderste schijf; zij dringt
er in door en neemt dan de gedaante aan van eene schroefvormige slang,
wier op elkander geplaatste ringen bijna de geheele hoogte der kist
beslaan. Voordat de slang er uitkomt, komt zij eerst in een kleinen
kegel, wiens holle basis, in de gedaante van een bolvormig kapje,
naar beneden gericht is. Door den top van dien kegel komt de tweede
buis te voorschijn en begeeft zich, zoo als ik u gezegd heb, naar
de bovenste lagen van den ballon. Het bolvormige kapje des kegels is
van platina, opdat het niet smelte door den invloed van de gaspijp,
want deze is geplaatst op den bodem van de ijzeren kist, in het midden
van de schroefvormige slang, en het uiteinde van zijne vlam zal dit
kapje lekken. Gij weet, mijne heeren, wat een verwarmingstoestel is
om de vertrekken te verwarmen, gij weet hoe die werkt. De lucht van
het vertrek wordt gedwongen door de buizen te gaan, en komt er weder
uit met een hoogere temperatuur. Maar wat ik u daar beschreven heb,
is inderdaad niets anders dan een verwarmingstoestel. Wat gebeurt
er nu? Als de gaspijp aangestoken is, wordt het waterstofgas van
de slang en den hollen kegel heet en stijgt snel op door de buis,
die het naar het bovenste gedeelte van den ballon voert. Onderaan
komt een luchtledig en dit trekt het gas in de benedenste deelen
aan, dat op zijne beurt warm wordt en voortdurend vervangen wordt;
dus ontstaat er in de buizen en in de slang een zeer snelle stroom
van gas, dat uit den ballon komt en er weder in terugkeert, terwijl
het onophoudelijk heeter wordt.

"De gassoorten zetten 1/481 van hunne massa uit bij elken graad
warmte, als ik dus de temperatuur 18 graden Fahrenheit hooger maak,
zal het waterstofgas van den ballon 18/481 van zijne massa uitzetten,
dat is 1674 kubiek voet [14], hij zal dus 1674 kubiek voet lucht
meer verplaatsen, hetgeen zijne stijgingskracht met 160 pond zal
vermeerderen. Dit komt op hetzelfde neer alsof men evenveel ballast
uitwerpt. Als ik de temperatuur 180° verhoog zal het gas 180/481
uitzetten, het zal dan 16740 kubiek voet [15] meer verplaatsen,
en zijne stijgkracht zal met 1600 pond vermeerderen.

"Gij begrijpt, mijne heeren, dat ik dus gemakkelijk eene aanzienlijke
stoornis' in het evenwicht kan verkrijgen. De inhoud van den ballon
is zoodanig berekend dat, als hij ten halve gevuld is, hij een
gewicht lucht verplaatst, precies gelijk aan het omkleedsel van het
waterstofgas en het schuitje beladen met de reizigers en al zijn
toebehooren. Dan is hij volmaakt in evenwicht in de lucht, en hij
steigt noch daalt.

"Om te stijgen, breng ik het gas op eene hoogere temperatuur dan die
van de omringende lucht, door middel van mijne gaspijp. Door deze
overmaat van warmte verkrijgt het eene sterkere spanning en doet den
ballon meer zwellen, die des te hooger stijgt, naar mate ik het gas doe
uitzetten. De daling geschiedt natuurlijk door de hitte van de gaspijp
te matigen en de temperatuur te verkoelen. In het algemeen zal men
dus sneller klimmen dan dalen. Dit is een gelukkige omstandigheid, ik
heb nooit eenig belang bij eene snelle daling, maar door eene spoedige
rijzing vermijd ik de hinderpalen. De gevaren zijn beneden, niet boven.

"Overigens heb ik, zoo als ik heb gezegd, eene zekere hoeveelheid
ballast, die mij zal veroorloven nog sneller te rijzen, als het noodig
wordt. Mijne klep, op de bovenste pool des ballons, behoudt altijd
dezelfde hoeveelheid waterstofgas; de veranderingen van temperatuur,
die ik in dit besloten gas voortbreng, verschaffen alleen de bewegingen
van rijzen en dalen.

"Nu, mijne heeren, zal ik als practische bijzonderheid het volgende
hier bijvoegen. Het verbranden van waterstof en zuurstofgas aan
de punt van de gaspijp brengt slechts waterdamp voort. Daarom heb
ik het benedenste deel der cylindervormige ijzeren kist met eene
aflatingsbuis met klep voorzien, die bij minder dan twee atmospheren
druk werkt; zoodra zij die spanning bereikt heeft, ontsnapt de
damp van zelve. Zie hier nauwkeurige berekeningen. Vijf-en-twintig
gallons [16] ontleed water geven twee honderd pond zuurstofgas en 25
pond waterstofgas. Dit stelt, bij gewonen luchtdruk, 1890 kub. voet
[17] van het eerste en 3780 [18] kub. voet van het tweede voor, te
zamen 5670 kub. voet [19] mengsel. Maar de kraan van mijne gaspijp
geheel geopend zijnde, verteert 27 kub. voet [20] in het uur met
eene vlam, die ten minste zes malen heeter is dan die van de groote
gaslantaarns. Ik zal dus gemiddeld, en om mij op eene geringe hoogte
te houden, niet meer dan 9 kub. voet [21] per uur verbranden; mijne
25 gallons water verschaffen mij dus eene luchtreis van 630 uren,
of een weinig meer dan 26 dagen. Daar ik nu naar willekeur kan dalen
en mijn voorraad van water op de aarde kan vernieuwen, kan mijne reis
zoo lang duren als ik wil.

"Ziedaar mijn geheim, mijne heeren, het is eenvoudig en moet slagen. De
uitzetting en inkrimping van het gas in den luchtballon is mijn middel,
dat geen omslachtigen toestel noodig heeft. Een verwarmingstoestel om
mijne temperatuur te doen veranderen, een gaspijp om die te verwarmen,
is noch ongemakkelijk noch zwaar. Ik geloof dus alle voorwaarden voor
een goeden uitslag te hebben vervuld."

Dus eindigde doctor Ferguson zijne rede, en hij werd van harte
toegejuicht. Men kon hem geene tegenwerping meer maken, alles was
voorzien en opgelost.

"Echter," zeide de commandant, "het kan gevaarlijk zijn."--"Wat komt
dat er op aan," zeide de doctor, "als het uitvoerbaar is."



XI.

	Aankomst te Zanzibar.--De engelsche consul.--Slechte stemming
	der inwoners.--Het eiland Koumbeni.--De regenmakers.--Vulling
	van den ballon.--Vertrek op den 18den April.--Laatst
	vaarwel.--De Victoria.


Een goede wind had den gang van de Resolute naar de plaats der
bestemming begunstigd. De vaart door het kanaal van Mozambique was
bijzonder kalm. De zeereis deed een goed vermoeden opvatten van de
luchtreis. Ieder haakte naar het oogenblik der aankomst en wilde de
laatste hand leggen aan de toebereidselen van doctor Ferguson.

Eindelijk kwam het schip in het gezicht van de stad Zanzibar op het
eiland van denzelfden naam gelegen, en den 15den April, ten 11 uur
's morgens, liet men het anker in de haven vallen.

Het eiland Zanzibar behoort aan den Iman van Maskate, bondgenoot van
Frankrijk en Engeland en het is zeker zijne schoonste volkplanting. In
de haven komen een groot aantal schepen van de naburige streken.

Het eiland is van de Afrikaansche kust slechts door een kanaal
gescheiden, welks grootste breedte dertig mijlen niet te boven
gaat. Het drijft een aanzienlijken handel in gom, ivoor en vooral in
"ebbenhout," want Zanzibar is de grootste slavenmarkt. Daar is het
middelpunt van samenkomst van den buit, veroverd in de gevechten
die de inlandsche opperhoofden elkander onophoudelijk leveren. Deze
handel strekt zich over de geheele oostkust uit tot aan de breedte
waaronder de Nijl ligt, en G. Le Jean heeft hem openlijk zien drijven
onder Fransche vlag. [22]

Bij de aankomst van de Resolute kwam de Engelsche consul te Zanzibar
aan boord en stelde zich ter beschikking van den doctor, van wiens
ontwerpen hij sedert eene maand door de Europeesche dagbladen op
de hoogte was gehouden. Maar tot heden behoorde hij tot de talrijke
ongeloovigen.--"Ik twijfelde," zeide hij, de hand aan Samuel Ferguson
toereikende, "maar nu twijfel ik niet meer."

Hij bood zijn eigen huis den doctor, Dick Kennedy en natuurlijk ook
den braven Joe aan.

Door zijne zorg kreeg de doctor kennis van verschillende brieven, die
hij van kapitein Speke had ontvangen. De kapitein en zijne metgezellen
hadden verschrikkelijk te lijden gehad van den honger en het slechte
weder, voordat zij het land Ugogo bereikten; zij vorderden slechts
met de uiterste moeielijkheid en dachten niet spoedig weder iets
van zich te kunnen doen hooren.--"Ziedaar nu gevaren en ontberingen,
die wij zullen weten te vermijden," zeide de doctor.

De bagage der drie reizigers werd naar het huis des consuls
gebracht. Men maakte zich gereed den ballon op het strand van Zanzibar
te ontschepen; bij den seinpaal was eene gunstige plek, in de nabijheid
van een groot gebouw, dat hem tegen den Oostenwind zou beschutten. Deze
groote toren, gelijk aan een vat dat overeind staat, en in vergelijking
waarvan het Heidelberger vat slechts een klein vaatje was, diende tot
fort, en op het platte dak hielden Beloutchis, met lansen gewapend,
de wacht.

Maar toen de luchtbal ontscheept zou worden werd de consul
gewaarschuwd, dat de bevolking zich met geweld daartegen zou
verzetten. Niets is zoo blind als dweepzuchtige hartstochten. De
tijding der aankomst van een christen, die in de lucht zou opstijgen,
werd met verbittering ontvangen; de negers, veel meer ontroerd dan de
Arabieren, zagen in dit ontwerp vijandelijke bedoelingen jegens hen;
zij geloofden dat men het op de zon en de maan voorzien had. Deze twee
hemellichamen zijn een voorwerp van vereering voor de Afrikaansche
volksstammen. Men besloot dus zich tegen deze heiligschennende
expeditie te verzetten.

De consul, van deze stemming onderricht, hield raad met doctor Ferguson
en den commandant Pennet. Deze laatste wilde niet voor bedreigingen
terugdeinzen, maar zijn vriend deed hem te dien opzichte rede verstaan.

"Wij zouden zekerlijk de bovenhand krijgen," zeide hij, "de
garnizoen-soldaten van den Iman zelf zouden ons, desgevorderd,
gewapenderhand bijstaan, maar, mijn waarde commandant, een ongeluk
ligt in een klein hoekje; er zou slechts één ongelukkig schot noodig
zijn om aan den ballon een onherstelbaar nadeel toe te brengen en de
reis zou voor goed verhinderd zijn; wij moeten dus met de grootste
voorzorgen handelen."

"Maar wat te doen? Als wij op de kust van Afrika ontschepen, zullen
wij dezelfde moeielijkheden ondervinden!"--"Niets is eenvoudiger,"
antwoordde de consul. "Zie deze eilanden, die aan de andere zijde
der haven liggen, ontscheep uw luchtbal op een daarvan, versterk u
met eene troep matrozen en gij zult geen gevaar loopen."

"Kapitaal!" zeide de doctor, "en wij zullen op ons gemak onze
toebereidselen kunnen maken."

De commandant gaf gehoor aan dien raad. De Resolute naderde het
eiland Koumbeni. In den morgen van den 16den April werd de ballon in
veiligheid gebracht te midden eener opene plek in de groote bosschen
die daar groeien.

Men plaatste twee palen, 80 voet hoog en op even grooten afstand van
elkander; een stel katrollen aan hun uiteinde vastgemaakt, veroorloofde
den luchtballon in de hoogte te heffen door een dwars gelegen kabel;
toen was hij nog geheel ongevuld. De binnenste ballon was aan den
top van den buitensten zoodanig vastgemaakt, dat hij eveneens kon
worden opgelicht. Aan het binnenste verlengstuk van iederen ballon
waren de geleibuizen voor het waterstofgas bevestigd. De dag van den
17den werd doorgebracht met het schikken van den toestel, bestemd tot
vorming van het gas; hij was samengesteld uit 30 tonnen, in welke het
water ontleed werd door middel van oud ijzer en zwavelzuur, dat in
eene groote menigte water met elkander in verband werd gebracht. Het
waterstof kwam in eene groote, in het midden geplaatste ton, na bij
zijn doorgang te zijn gewasschen, en vandaar in elken luchtballon
door de geleibuizen. Op deze wijze werden beiden met eene bepaalde
hoeveelheid gas gevuld.

Voor deze bewerking moest men 1866 gallons [23] zwavelzuur, 16050
pond ijzer [24] en 9166 gallons [25] water gebruiken. Zij begon den
volgenden morgen tegen drie uur en duurde bijna acht uren. Des anderen
daags hing de ballon, bedekt met zijn net, bevallig in evenwicht boven
het schuitje, vastgehouden door een groot aantal zakken aarde. De
toestel voor de uitzetting werd met groote zorg in elkander gezet en
de buizen, die uit den ballon kwamen, werden aan de cylindervormige
kist vastgemaakt.

De ankers, touwen, werktuigen, dekens, de tent, de levensmiddelen
en de wapens namen elk hunne bepaalde plaats in het schuitje in;
de voorraad water werd te Zanzibar ingenomen. De tweehonderd pond
ballast werd verdeeld in vijftig zakken op den bodem van het schuitje,
maar onder het bereik van de hand.

Deze toebereidselen eindigden tegen 5 uur des avonds; schildwachten
waakten onophoudelijk rondom het eiland, en de sloepen van de Resolute
doorkruisten het kanaal. De negers betoonden voortdurend hun toorn
door kreten, grimassen en allerlei lichaamsverdraaiingen. De toovenaars
doorliepen de vertoornde groepen, deze verbittering aanwakkerende, en
eenige dweepzuchtigen beproefden het eiland met zwemmen te bereiken,
maar men verwijderde hen gemakkelijk.

Toen begonnen de duivelskunsten en de bezweringen, de regenmakers,
die beweren de wolken te kunnen bevelen, riepen de orkanen en de
"steenregens," [26] te hulp; daarvoor plukten zij bladeren van alle
soorten van boomen des lands, deden die koken op een klein vuur,
terwijl men een schaap doodde, door het eene lange naald in het hart te
stooten. Maar in spijt van hunne plechtigheden bleef de hemel helder.

De negers gaven zich toen over aan woedende drinkgelagen, zich dronken
makende met den "tembo", een bedwelmenden drank, dien men van den
kokosboom verkrijgt, of met een soort van zeer koppig bier "togwa"
genoemd. Hunne zangen, zonder eenige geregelde melodie, maar met eene
zeer juiste maat, duurden tot laat in den nacht.

Tegen zes uur des avonds vereenigde een laatste maaltijd de reizigers
aan de tafel van den commandant en zijne officieren. Kennedy, wien
niemand meer ondervroeg, mompelde onhoorbare woorden; hij verloor
doctor Ferguson niet uit het gezicht.

Deze maaltijd was niet vroolijk. Het naderende laatste oogenblik
veroorzaakte pijnlijke overdenkingen. Wat zou het lot van die
stoutmoedige reizigers zijn? Zouden zij elkaar ooit terugvinden te
midden hunner vrienden aan den huiselijken haard? Als de middelen
van vervoer begonnen te ontbreken, wat zou er dan van hen worden
te midden dier woeste volksstammen, in deze ondoorzochte streken en
onmetelijke woestenijen?

Deze gedachten, tot nu toe verward, en waaraan men weinig hechtte,
bekropen toen de verhitte verbeelding. Doctor Ferguson, altijd koel
en bedaard, sprak over verschillende zaken. Maar te vergeefs poogde
hij die algemeene treurigheid te verbannen.

Daar men eenige onaangenaamheden voor den persoon van Ferguson en
zijne reisgezellen vreesde, sliepen zij alle drie aan boord van de
Resolute. Te zes uur des morgens verlieten zij hunne hut en begaven
zich naar het eiland Koumbeni.

De ballon slingerde een weinig door den oostenwind. De zakken aarde,
die hem tegenhielden, waren vervangen door twintig matrozen. De
commandant Pennet en zijne officieren waren bij dit plechtig vertrek
tegenwoordig.

Op dit oogenblik ging Kennedy recht op den doctor toe, vatte
zijne hand en zeide: "Gij zijt vast besloten om te vertrekken."--
"Zeker, waarde Dick."--"Ik heb alles gedaan wat ik kon om die reis
te verhinderen?"--"Alles."--"Dan is mijn geweten hieromtrent gerust
en ik vergezel u."--"Ik was er zeker van," antwoordde de doctor,
een weinig ontroerd.

Het oogenblik van het laatste afscheid kwam. De commandant en zijne
officieren omhelsden met vervoering hunne onverschrokken vrienden,
zonder den waardigen Joe te vergeten. Ieder der aanwezigen wilde
doctor Ferguson de hand schudden.

Te negen uur namen de drie reisgezellen plaats in het schuitje; de
doctor stak zijn gaspijp aan en zette de vlam aan om eene spoedige
warmte voort te brengen. De ballon, die in volmaakt evenwicht hing,
begon na eenige minuten te rijzen. De matrozen moesten de touwen,
die hem terughielden, een weinig laten schieten. Het schuitje verhief
zich ongeveer twintig voet.

"Mijne vrienden," zeide de doctor, rechtop staande tusschen zijne twee
metgezellen, en zijn hoed afnemende, "laat ons aan ons luchtschip een
naam geven, die het geluk aanbrengt! Laat ons het de Victoria noemen."

Een luid hoezee weergalmde: "Leve de koningin! leve Engeland!"

Op dit oogenblik nam de stijgkracht van den ballon sterk toe. Ferguson,
Kennedy en Joe zeiden een laatst vaarwel aan hunne vrienden.--"Laat
alles los." riep de doctor.--En de Victoria verhief zich snel in
de lucht, terwijl de vier kanonnen van de Resolute te zijner eer
losbrandden.



XII.

	Overtocht der zee-engte.--De Mrima.--Gesprekken van Dick
	en voorstel van Joe.--Recept voor koffie.--De Uzaramo.--De
	ongelukkige Maizan.--De berg Duthumi.--De kaarten van den
	doctor.--Nacht op een Konzenilje-Kaktus.


De lucht was helder, de wind matig; de Victoria steeg bijna tot eene
hoogte van 1500 voet, die aangewezen werd door eene drukking van 5
duim min 2 strepen [27] van de barometer-kolom.

Op deze hoogte richtte een snellere luchtstroom den ballon naar het
zuidwesten. Welk prachtig schouwspel vertoonde zich aan de oogen
der reizigers! Het eiland Zanzibar was geheel zichtbaar en teekende
zich met donkerder kleuren, even als op eene groote vlakke kaart;
de velden namen een schijn aan van stalen van verschillende kleuren;
eene groote menigte boomen wees de bosschen en het kreupelhout aan.

De inwoners van het eiland geleken veel op insecten. De hoezee's en de
kreten verloren zich langzamerhand in den dampkring en de kanonschoten
van het schip trilden alleen in de binnenholte van den luchtballon.

"Hoe schoon is dit alles!" riep Joe uit, het stilzwijgen voor het
eerst afbrekende.

Hij kreeg geen antwoord. De doctor hield zich bezig met de
veranderingen van den barometer waar te nemen, en de verschillende
bijzonderheden zijner opstijging op te teekenen. Kennedy zag rond en
had geen oogen genoeg om alles te zien. De zonnestralen kwamen de
gaspijp te hulp, de spanning van het gas vermeerderde. De Victoria
bereikte eene hoogte van 2500 voet. De Resolute geleek eene kleine
boot en de Afrikaansche kust teekende zich in het oosten af door een
grooten rand schuim.--"Gij spreekt niet," zeide Joe.--"Wij beschouwen,"
antwoordde de doctor, zijn verrekijker op het vasteland richtende.--"Ik
moet spreken."--"Zoo als gij wilt! Joe, spreek zooveel het u behaagt."

Joe liet alleen eene groote menigte klanknabootsingen hooren. Gedurende
den overtocht der zee oordeelde de doctor het goed zich op die
hoogte te houden; hij kon de kust over eene grootere uitgestrektheid
waarnemen; de thermometer en de barometer, binnen de tent opgehangen,
waren steeds onder het bereik van zijn gezicht; een tweede barometer,
die buiten hing, moest gedurende den nacht dienen.

Na twee uren kwam de Victoria, met eene snelheid van meer dan acht
mijlen voortgestuwd, aanmerkelijk dichter bij de kust. De doctor
besloot de aarde te naderen; hij matigde de vlam van de gaspijp,
en weldra daalde de ballon tot op 300 voet hoogte van den grond.

Het bevond zich boven Mrima, welken naam de oostkust van Afrika daar
draagt; dikke zoomen van wortelboomen beschermden de oevers; het lage
getij liet hunne wortels zien, die door den Indischen oceaan werden
bespoeld. De duinen, die vroeger de kustlijn vormden, vertoonden
zich aan den horizon, en de berg Nguru hief in het noorden zijn top
in de hoogte.

De Victoria ging voorbij een dorp, dat de doctor op zijne kaart
herkende Kaole te zijn. De geheele bevolking liet een gehuil van
woede en vrees hooren, pijlen werden te vergeefs afgeschoten tegen dit
monster der lucht, dat majestueus boven al deze machtelooze teekens
van woede zweefde.

De wind ging naar het zuiden, maar de doctor verontrustte zich niet
over die richting, zij veroorloofde hem, integendeel, den weg te
volgen, afgebakend door de kapiteins Burton en Speke. Kennedy was
eindelijk even spraakzaam geworden als Joe, zij uitten woorden
van verwondering tot elkander.--"Weg met de diligences!" zeide
de een.--"Weg met de stoombooten," zeide de ander.--"Weg met de
spoorwegen!" antwoordde Kennedy, "met welke men de landen doortrekt
zonder ze te zien."--"Spreek mij van een ballon!" hernam Joe;
"men voelt niet dat men gaat en de natuur ontrolt zich voor uwe
oogen. Welk een schouwspel! Welke bewondering! welke verrukking! een
droom in eene hangmat."--"Als wij eens gingen ontbijten?" zeide Joe,
die honger kreeg van de lucht.--"Dat is een goed denkbeeld, mijn
jongen."--"O! de toebereidselen zullen niet lang duren! Beschuit en
verduurzaamd vleesch."--"En koffie zooveel gij lust," voegde de doctor
er bij. "Ik veroorloof u de warmte van mijne gaspijp te gebruiken,
er is genoeg. En op die wijze zullen wij geen brand behoeven te
vreezen."--"Dat zou verschrikkelijk zijn," hernam Kennedy. "Het
zou zijn als of wij een kruithoorn onder ons hadden."--"Niet geheel
en al," antwoordde Ferguson, "maar als het gas vlam zette, zou het
langzamerhand verteren en wij zouden dalen, hetgeen voor ons zeer
onaangenaam zou zijn; wees echter onbevreesd, onze luchtballon
is hermetisch gesloten."--"Laat ons dan eten," zeide Kennedy;
"zie daar, mijne heeren," zeide Joe, "terwijl ik u navolg, zal ik
eene koffie gereed maken, welke gij eens moet proeven."--"De zaak is
deze," zeide de doctor, "dat Joe, bij duizend goede hoedanigheden,
een bijzonder talent heeft, om dien lekkeren drank gereed te maken;
hij stelt dien samen uit verschillende voortbrengselen, die hij mij
nooit heeft willen noemen."--"Welnu, meester, dewijl wij nu in de
volle lucht zijn, wil ik u mijn recept mededeelen. Het is enkel een
mengsel van gelijke hoeveelheden mokka, bourbon en rio-nuez."

Eenige oogenblikken daarna waren drie koppen rondgediend en gebruikten
zij een stevig ontbijt, gekruid door de goede luim der gasten;
vervolgens ging ieder op zijn post van waarneming.

Het land onderscheidde zich door eene buitengewone
vruchtbaarheid. Kronkelende en nauwe voetpaden drongen door onder
gewelven van groen. Men ging over velden, bebouwd met tabak, maïs,
gierst, die reeds rijp waren; hier en daar zag men uitgestrekte
rijstvelden met hunne rechtopgaande halmen en purperkleurige
bloemen. Men bemerkte schapen en geiten in groote kooien, die
op paalwerk stonden om hen tegen de luipaarden te beschermen. Een
weelderige plantengroei versierde kwistig deze streken. In sierlijke
dorpen hoorde men telkens kreten van verbaasdheid op het gezicht van
de Victoria, en doctor Ferguson hield zich voorzichtig buiten het
bereik der palen; de inwoners om hunne hutten verzameld, vervolgden
de reizigers langen tijd met ijdele verwenschingen.

Op den middag geloofde de doctor, zijne kaart raadplegende, dat hij
zich boven het land Uzaramo [28] bevond. Het veld vertoonde zich
vol met kokosboomen en katoenboomen. Joe vond dezen plantengroei
zeer natuurlijk in Afrika. Kennedy bemerkte hazen en krekels, die
er slechts op schenen te wachten om een kogel te ontvangen, maar dat
zou kruit verspild zijn omdat men het wild niet kon opnemen.

De luchtreizigers gingen met eene snelheid van twaalf mijlen in het
uur en bevonden zich weldra op eene lengte van 38° 20' boven het
dorp Tounda.

"Daar werden Burton en Speke door hevige koortsen aangetast," zeide
de doctor, "en geloofden zij voor een oogenblik dat hunne onderneming
mislukt was. En echter waren zij nog niet ver van de kust, maar reeds
deden zich de vermoeienis en de ontberingen ernstig voelen."

Inderdaad heerscht in deze landstreek voortdurend eene ongezonde lucht,
en de doctor kon den invloed daarvan niet ontgaan dan door den ballon
boven de besmettingen dezer vochtige aarde te verheffen.

Van tijd tot tijd bemerkte men eene karavaan, die in eene
"kraal" rustte en de koelte van den avond afwachtte om zijn weg te
vervolgen. Deze kralen zijn uitgestrekte gronden, omringd met hagen,
waarin de kooplieden niet alleen bescherming zoeken tegen de wilde
dieren, maar ook tegen de plunderende stammen der landstreek. Men
zag de inlanders loopen en zich verspreiden op het gezicht van
de Victoria. Kennedy wilde hen meer van nabij bezien, maar Samuel
verzette zich standvastig daartegen.

"De opperhoofden zijn met musketten gewapend," zeide hij, "en onze
ballon zou een te gemakkelijk mikpunt zijn voor een kogel."--"Zou een
gat, door een kogel gemaakt, een val veroorzaken?" vroeg Joe.--"Niet
onmiddellijk, maar weldra zou dat gat eene wijde scheur worden,
waardoor al ons gas zou ontsnappen."--"Laat ons dan op een eerbiedigen
afstand van die goddeloozen blijven. Wat moeten zij wel denken als
zij ons in de lucht zien zweven? Ik ben zeker dat zij lust hebben om
ons te aanbidden."

"Laat hen ons aanbidden," antwoordde de doctor, "maar van verre. Men
wint altijd daarbij. Ziet, het land verandert reeds van aanzien; de
dorpen worden zeldzamer, de wortelboomen zijn verdwenen, hun groei
houdt op deze breedte op. De grond wordt bergachtig en doet naburige
bergen vermoeden."

"Inderdaad," zeide Kennedy, "ik meen eenige hoogten aan dezen kant
te bemerken."--"In het westen ..., het zijn de eerste bergketens van
Ourizara, de berg Duthumi, zonder twijfel, achter welken ik hoop
den nacht door te brengen. Ik zal de vlam van de gaspijp wat meer
opstoken; wij zijn verplicht op eene hoogte van vijf à zes honderd
voet te blijven."

"Het is toch een goed denkbeeld dat gij daar hebt, mijnheer," zeide
Joe, "het is noch moeielijk noch vermoeiend, men draait eene kraan
om en alles is afgeloopen."--"Hier zijn wij meer op ons gemak,"
zeide de jager, toen de ballon gestegen was, "de weerkaatsing
der zonnestralen in dit roode zand wordt onverdraaglijk."--"Welke
prachtige boomen!" riep Joe uit, "hoewel zeer natuurlijk, is het
toch schoon! Men zou geen twaalf stuks daarvan noodig hebben om een
bosch te maken."--"Het zijn baobabs," antwoordde doctor Ferguson,
"ziet, hier is er een, wiens stam 100 voet omtrek zal hebben. Het
is misschien aan den voet van dezen zelfden boom, dat de Franschman
Maizan in 1845 stierf, want wij zijn boven Deje-la-Mhora, waar hij
zich alleen waagde; hij werd door het opperhoofd dier streek gevat,
aan den voet van een baobab vastgebonden, en die woeste neger sneed
hem langzaam zijne ledematen af, terwijl de oorlogszang weergalmde;
vervolgens sneed hij hem in de keel, hield op om zijn stomp geworden
mes te slijpen, en rukte het hoofd van den ongelukkige af, voordat
het was afgesneden! Die arme Franschman was 26 jaar oud."

"En Frankrijk heeft geen wraak genomen over zulk eene misdaad?" vroeg
Kennedy.--"Frankrijk heeft gereclameerd; de Sultan van Zanzibar heeft
alles gedaan om den moordenaar machtig te worden, maar is er niet in
geslaagd."--"Ik verzoek, dat wij ons niet onderweg ophouden," zeide
Joe, "laat ons stijgen, mijn meester."--"Des te liever, Joe, daar de
berg Duthumi voor ons ligt. Als mijne berekeningen nauwkeurig zijn,
zullen wij hem overgetrokken zijn vóór heden avond zeven uur."--"Zullen
wij des nachts niet reizen?" vroeg de jager.--"Als het niet behoeft,
neen; met voorzorgen en waakzaamheid zou men het zonder gevaar doen,
maar het is niet voldoende Afrika door te reizen, wij moeten het
zien."--"Tot hiertoe hebben wij geen klagen, meester. Het is het
best bebouwde en vruchtbaarste land der wereld, in plaats van een
woestijn. Sla maar geloof aan aardrijkskundigen."--"Wacht maar Joe,
later zullen wij zien."

Ongeveer half zeven uur des avonds bevond de Victoria zich tegenover
den berg Duthumi; om hem over te trekken, moest men meer dan 3000
voet hoog stijgen en daarvoor behoefde de doctor de temperatuur
slechts met 18° Fahrenheit te verhoogen. Men kan zeggen dat hij zijn
ballon naar zijne hand zette. Kennedy wees hem de hinderpalen aan,
en de Victoria vloog door de lucht over de bergen.

Te acht uur daalde hij aan den anderen kant waar de helling glooiender
was; de ankers werden uit het schuitje geworpen en een van hen
viel in de takken van een Cochenilje-Cactus en bleef er stevig
in vastzitten. Terstond liet Joe zich langs het touw afglijden en
maakte het stevig vast. Men wierp hem de zijden ladder toe, en hij
klom vlug weder naar boven. De luchtballon bleef bijna onbeweeglijk,
beschut tegen den oostenwind.

De avondmaaltijd werd gereed gemaakt; de reizigers maakten een groot
gat in hun voorraad, hongerig geworden door hunne luchtreis.--"Welken
weg hebben wij van daag afgelegd?" vroeg Kennedy, terwijl hij groote
brokken naar binnen sloeg.--De doctor berekende zijne plaats door
middel van waarnemingen van de maan en raadpleegde de uitmuntende
kaart, die hem tot gids diende; zij behoorde tot den atlas der nieuwste
ontdekkingen in Afrika, door zijn geleerden vriend Petermann te Gotha
uitgegeven en aan hem opgedragen. Deze atlas moest voor de geheele reis
van den doctor dienen, want hij bevatte den reisweg van Burton en Speke
naar de groote meren, Soedan volgens doctor Barth, den Beneden-Senegal
volgens Guillaume Lejean en de Delta van den Niger door doctor Baikie.

Ferguson had zich ook nog voorzien van een werk, dat in één deel
alles bevatte, wat men over den Nijl wist, getiteld: "De bronnen
van den Nijl, een algemeen overzicht van de kom dier rivier en haren
hoofdstroom, met de geschiedenis van de ontdekkingen te dien opzichte
door Charles Beke th. d."

Hij bezat ook de uitmuntende kaarten, uitgegeven in de "bulletins
van het Aardrijkskundig genootschap te Londen," en geen enkel punt
der ontdekte landen kon hem ontgaan.

Toen hij op zijne kaart zag, vond hij, dat zijn weg in breedte 2
graden of 120 mijlen naar het westen was.

Kennedy merkte op dat de weg zich naar het zuiden richtte; deze
richting voldeed echter den doctor, die zooveel mogelijk de sporen
zijner voorgangers wilde verkennen.

Men besloot den nacht in drie wachten te verdeelen, opdat ieder op
zijne beurt voor de veiligheid der twee anderen zou kunnen waken. De
doctor nam de wacht van 9 uur, Kennedy die van middernacht en Joe
die van 3 uur 's morgens.

Kennedy en Joe, in hunne dekens gewikkeld, strekten zich dus uit
onder de tent en sliepen rustig, terwijl doctor Ferguson waakte.



XIII.

	Verandering van weder.--Koorts van Kennedy.--Het geneesmiddel
	van den doctor.--Reizen te land.--De kom van Imengé.--De berg
	Rubeho.--Op zesduizend voet.--Een halt van een dag.


De nacht was kalm; echter klaagde Kennedy Zaterdag morgen bij zijn
ontwaken over loomheid en koortshuivering. Het weder veranderde; de
hemel, bedekt met dikke wolken, scheen voor een nieuwen zondvloed
voorraad op te doen. Dit land Zungomoro is een akelig land, waar
het bijna altijd regent, behalve misschien ongeveer veertien dagen
in Januari.

Deze hevige regen overviel weldra de reizigers; beneden hen werden de
wegen door "nullahs," eene soort van oogenblikkelijke stortvloeden,
doorsneden, onbegaanbaar, terwijl zij daarenboven nog bezet waren met
doornstruiken en reusachtige klimopplanten. Men bemerkte terstond
de uitdampingen van zwavel-waterstof-gas, waarvan kapitein Burton
spreekt.--"Volgens hem," zeide de doctor, "zou men haast gelooven, dat
een lijk achter elk kreupelbosch verborgen was."--"Een leelijk land,"
antwoordde Joe, "het schijnt, dat mijnheer Kennedy niet te wel is,
tengevolge dat hij er een nacht heeft doorgebracht."--"Inderdaad, ik
heb eene hevige koorts," zeide de jager.--"Dat is niet te verwonderen,
mijn waarde Dick, wij zijn in een der ongezondste streken van Afrika,
maar wij zullen niet lang daar blijven. Op weg."

Dank zij eene behendige beweging van Joe, werd het anker losgemaakt,
en Joe kwam langs de touwladder weder in het schuitje. De doctor deed
het gas uitzetten en de Victoria hernam zijne vlucht, door een vrij
hevigen wind voortgestuurd.

Eenige hutten kwamen nauwelijks te voorschijn uit dien verpestenden
mist. Het land veranderde van gedaante. Het gebeurt dikwijls in
Afrika dat eene ongezonde landstreek aan volmaakt gezonde landen
grenst. Kennedy leed zichtbaar, en de koorts tastte zijne krachtige
natuur sterk aan.--"Wij hebben toch nu geen tijd om ziek te zijn,"
zeide hij, zich in zijn deken wikkelende en zich onder de tent
nederleggende.--"Een weinig geduld, mijn waarde Dick," antwoordde
doctor Ferguson, "en gij zult spoedig genezen zijn."--"Genezen,
waarachtig Samuel, als gij in uwe medicijnkist een drankje hebt, dat
mij weder op de been brengt, geef het mij dan terstond. Ik zal met
gesloten oogen alles inslikken."--"Ik heb iets beters dan dat, vriend
Dick, en ik zal u een koortsverdrijvend middel geven, dat u niets
zal kosten."--"En hoe zult gij dit aanleggen?"--"Zeer eenvoudig. Ik
zal boven deze wolken stijgen, die ons overstroomen en ons van dezen
verpestenden dampkring verwijderen. Ik vraag u slechts tien minuten,
om het waterstofgas uit te zetten."

De tien minuten waren nog niet verloopen, toen de reizigers reeds
den vochtigen dampkring te boven waren.--"Wacht een weinig, Dick,
dan zult gij den invloed der zuivere lucht en zon voelen."--"Dat is
eerst een wondermiddel!" zei Joe.--"Neen, het is zeer natuurlijk."--"O,
daaraan twijfel ik niet."--"Ik zend Dick naar een gezonde lucht, zooals
men dat dagelijks in Europa doet, en te Martinique zou ik hem naar de
Pitons [29] zenden, om de gele koorts te ontkomen."--"Deze ballon is
waarlijk een paradijs," zeide Kennedy, die reeds meer op zijn gemak
was.--"In alle gevallen leidt hij er heen," antwoordde Joe ernstig.

Het schouwspel der wolken, die zich op dit oogenblik beneden het
schuitje samenpakten, was merkwaardig; zij schoven over elkander
en boden een schitterenden glans aan door het terugkaatsen der
zonnestralen. De Victoria bereikte eene hoogte van 4000 voet. De
thermometer wees een vermindering van temperatuur aan. Men zag de
aarde niet meer. Op een afstand van 50 mijlen westwaarts verhief
de berg Rubeho zijn fonkelende kruin, hij vormde de grens van het
land Ugogo op 36° 20' lengte. De wind woei met eene snelheid van 20
mijlen in het uur; maar de reizigers voelden niets van die snelheid,
zij ondervonden geen enkelen schok, terwijl zij niet eens bemerkten
dat zij voortgingen.

Drie uren later verwezenlijkte zich de voorzegging van den
doctor. Kennedy gevoelde geene koortshuivering meer en ontbeet met
eetlust.--"Dat is beter dan de kinine," zeide hij vergenoegd.--"Hier
zal ik mij op mijn ouden dag nederzetten," zeide Joe.

Ongeveer tien uur 's morgens werd de dampkring helder. Er kwam eene
opening in de wolken, de aarde werd weder zichtbaar; de Victoria
naderde haar langzamerhand. Doctor Ferguson zocht een luchtstroom, die
hen meer naar het noordoosten dreef en hij ontmoette dien op 600 voet
boven den grond. Het land werd oneffen, zelfs bergachtig. Het district
van den Zungomoro verdween in het oosten met de laatste kokosboomen
op deze breedte. Weldra begonnen de kruinen der bergen meer vooruit
te steken. Eenige toppen verhieven zich hier en daar. Men moest zich
elk oogenblik in acht nemen voor de scherpe kegels, die onverwachts
uit den grond schenen te komen.

"Wij zijn te midden der blinde klippen," zeide Kennedy.--"Wees gerust,
Dick! wij zullen ze niet raken."--"Het is toch eene mooie manier van
reizen," zeide Joe.--Inderdaad stuurde de doctor zijn ballon met eene
bewonderenswaardige behendigheid.

"Als wij op dezen doorweekten grond moesten loopen," zeide hij,
"dan zouden wij in een ongezond slijk rondplassen. Sedert ons vertrek
naar Zanzibar zou de helft onzer lastdieren reeds van vermoeienis
gestorven zijn. Wij zouden er uitzien als schimmen en wanhopig
worden. Wij zouden onophoudelijk moeten worstelen met onze gidsen
en dragers, blootgesteld aan hunne teugellooze onbeschoftheid. Des
daags heerscht daar eene vochtige, onverdraaglijke, drukkende hitte,
des nachts eene dikwijls onverdraaglijke koude en men voelt de steken
van zekere vliegen, wier beten het dikste linnen doorboren en die
krankzinnigheid veroorzaken! En dat alles zonder nog eens te spreken
van de wilde dieren en woeste volksstammen."--"Ik wil er geene proef
van nemen," zeide Joe.--"Ik overdrijf niets," zeide doctor Ferguson,
"want bij het verhaal der reizigers, die de stoutheid hebben gehad
zich in die streken te wagen, zouden u de tranen in de oogen komen."

Tegen 11 uur trok men de kom van Imengé over; de op deze heuvels
verstrooide stammen dreigden te vergeefs den Victoria met hunne
wapens. Eindelijk kwam men aan de laatste golvingen van den grond,
die den Rubeho voorafgaan; zij vormen den derden en hoogsten bergketen
van Usagara.

De reizigers gaven zich rekenschap van de bergbeschrijving van dit
land. Deze drie vertakkingen, waarvan de Duthumi den eersten trap
vormt, zijn door uitgestrekte vlakten gescheiden; deze verheven
kruinen bestaan uit afgeronde kegels, waartusschen de grond bezaaid
is met ongeregelde rotsblokken en keien. De steilste helling dezer
bergen is aan den kant van de kust van Zanzibar; de westelijke
hellingen zijn slechts hellende vlakten. De lage gronden zijn bedekt
met eene zwarte en vruchtbare aarde, waar de plantengroei weelderig
is. Verschillende riviertjes loopen naar het oosten en vereenigen
zich met den Kingani te midden van reusachtige bosschen, egyptische
vijgeboomen, tamarindeboomen, kalebasboomen en palmyras.

"Let op!" zeide doctor Ferguson, "wij naderen den Ruhebo, wiens naam
in de landtaal 'doortocht der winden' beteekent; wij zullen wel doen
zijne scherpe kanten op eene zekere hoogte om te trekken. Als mijne
kaart goed is, moeten wij hooger dan 5000 voet stijgen."--"Zullen
wij dikwijls gelegenheid hebben eene hoogere luchtstreek te
bereiken?"--"Zelden; de hoogte der bergen in Afrika schijnt gering
in vergelijking van die in Europa en Azië. Maar in alle gevallen zal
onze Victoria er over trekken."

In korten tijd steeg de ballon aanmerkelijk. De uitzetting van het
waterstofgas had overigens niets gevaarlijks, en de groote ruimte
van den luchtballon was slechts voor drie-vierde deelen gevuld; de
barometer wees, door eene daling van bijna 8 Eng. duim, eene hoogte
aan van 6000 voet.--"Zouden wij lang zoo kunnen voortgaan?" vroeg
Joe.--"De dampkring der aarde heeft eene hoogte van 6000 toises
[30]. Met een grooteren ballon zou men ver komen. Dit hebben Brioschi
en Gay-Lussac gedaan, maar toen kwam het bloed hun uit mond en
ooren. De lucht om in te ademen ontbrak. Eenige jaren geleden waagden
twee stoutmoedige Franschen, Barral en Bixio, zich ook in de hoogere
luchtstreken, maar hun ballon scheurde."--"En zij vielen?" vroeg
Kennedy levendig.--"Zonder twijfel, maar, zoo als geleerden moeten
vallen, zonder eenig letsel te bekomen."--"Welnu, heeren!" zeide Joe,
"het staat u vrij hun val na te volgen, maar ik voor mij, die slechts
een domoor ben, houd liever den middelweg, noch te laag noch te
hoog. Men moet niet eerzuchtig zijn."

Op 6000 voet hoogte is de dichtheid der lucht reeds aanmerkelijk
verminderd; het geluid verspreidt er zich moeielijk en de stem
doet zich niet zoo goed hooren. Het gezicht der voorwerpen wordt
verward. De blik ontdekt slechts onbepaalde massa's; de menschen en
dieren worden geheel onzichtbaar; de wegen gelijken op koordjes en
de meren op vijvers.

De doctor en zijne reisgezellen gevoelden zich niet in hun gewonen
toestand; een luchtstroom van eene ontzettende snelheid sleepte hen
mede boven de kale bergen, op wier top uitgestrekte sneeuwmassa's den
blik verbaasden. Zij droegen de sporen van de eene of andere werking
der zee in de eerste dagen der wereld.

De zon schitterde in het toppunt en hare stralen vielen loodrecht op
deze naakte toppen. De doctor nam eene nauwkeurige afteekening op van
die bergen, die uit vier verschillende kruinen, bijna in eene rechte
lijn gelegen, bestaan en waarvan de noordelijkste de langwerpigste is.

Weldra daalde de Victoria aan den anderen kant van den Rubeho, langs
een met bosschen en donkergroene boomen begroeiden rand; daarop
volgden kruinen en kloven in eene soort van woestenij, die het land
Ugogo voorafging; lager spreidden zich gele, verbrande en geberste
vlakten uit, hier en daar met doornstruiken bedekt.

Eenig kreupelhout, dat verderop bosch werd, versierde den horizon. De
doctor naderde den grond, de ankers werden uitgeworpen en een daarvan
hechtte zich weldra vast in de takken van een grooten egyptischen
vijgeboom. Joe, zich snel langs den boom latende afglijden, maakte
het anker zorgvuldig vast; de doctor liet zijne gaspijp in werking
om eene zekere stijgkracht in den luchtballon te bewaren, die dezen
recht op deed blijven. De wind was bijna plotseling gaan liggen.

"Neem nu twee geweren, vriend Dick!" zeide Ferguson, "een voor u, het
andere voor Joe, en tracht met u beiden eenige heerlijke antilopen
te schieten. Dit zal voor ons middagmaal dienen."--"Op de jacht
dan!" riep Kennedy uit.

Hij klom uit het schuitje. Joe was van den eenen tak op den anderen
gegaan en wachtte hem. De doctor kon zijne gaspijp geheel laten
uitgaan, daar de ballon door het vertrek zijner twee reisgezellen
zeer verlicht was.

"Vlieg niet weg, meester!" zeide Joe.--"Wees gerust, mijn jongen! ik
wordt stevig vastgehouden. Ik ga mijne aanteekeningen in orde
brengen. Een goede vangst, en wees voorzichtig. Van mijn post zal ik
het land in oogenschouw nemen en, bij het minste dat verdacht is,
zal ik schieten, dat zal het verzamelingsteeken zijn."--"Goed,"
antwoordde de jager.



XIV.

	Het bosch van gomboomen.--De blauwe antiloop.--Het
	verzamelingsteeken.--Een onverwachte aanval.--De Kanyenye.--Een
	nacht in de lucht.--De Manunguru.--Jihoue la Mkoa.--Voorraad
	water.--Aankomst te Kazeh.


Het dorre, uitgedroogde land, bestaande uit eene kleiachtige aarde,
die door de hitte spleet, scheen verlaten; hier en daar zag men eenige
sporen van karavanen, uitgebleekte beenderen van menschen en dieren,
half afgeknaagd en in hetzelfde stof bij elkander liggende.

Na een half uur geloopen te hebben drongen Dick en Joe in een bosch van
gomboomen, het oog op de loer en den vinger aan den trekker van het
geweer. Men wist niet met wien men te doen zou kunnen hebben. Zonder
een scherpschutter te zijn, hanteerde Joe vrij goed een vuurwapen.

"Het loopen doet goed, mijnheer Dick, maar op dezen grond niet zeer
gemakkelijk," zeide hij, terwijl hij tegen stukken kwarts stootte,
die er in menigte lagen.

Kennedy gaf een teeken aan zijn metgezel om te zwijgen en stil te
staan. Men moest het zonder honden zien te doen, en hoe vlug Joe ook
was, hij kon toch den reuk van een brak of hazewind niet hebben.

Aan de bedding van een bergstroom, waar nog eenige paden waren,
leschten een tiental antilopen haren dorst. Deze bevallige dieren,
gevaar bemerkende, schenen onrustig; bij elken dronk hieven zij hun
fraaien kop omhoog, terwijl zij met hunne neusgaten de lucht in den
wind der reizigers opsnoven.

Kennedy liep eenige boschjes om, terwijl Joe onbeweeglijk bleef, hij
kwam dicht bij genoeg en gaf vuur. De troep verdween in een oogwenk,
maar een mannetjes-antiloop, aan den schouder getroffen, viel dood
neder. Kennedy wierp zich op zijn buit.

Het was een prachtig dier van eene grijsachtig blauwe kleur, en onder
den buik en tusschen de pooten sneeuwwit. "Welk een fraai schot!" riep
de jager uit. "Het is eene zeer zeldzame antilopensoort, en ik hoop
haar vel te bereiden om het te kunnen bewaren."--"Meent gij dit,
mijnheer Dick?"--"Zeker! zie eens dit heerlijke haar."--"Maar doctor
Ferguson zal zulk eene vermeerdering van gewicht niet toestaan."--"Gij
hebt gelijk, Joe! Het is toch jammer dat schoone dier zoo geheel
achter te laten."--"Geheel! neen, mijnheer Dick, wij zullen er
de voedingsvoordeelen, die het bezit, van trekken en, als gij het
veroorlooft, zal ik mij daarvan even goed kwijten als de syndicus van
het geëerde slachtersgild te Londen."--"Zoo als gij wilt, mijn vriend,
maar gij weet dat ik, in mijne hoedanigheid als jager, even goed een
stuk wildbraad kan villen als vellen."--"Daarvan ben ik zeker, mijnheer
Dick, geneer u niet om een fornuis op drie steenen te maken; gij zult
dood hout in menigte hebben, en ik vraag u slechts eenige minuten om
uwe kolen aan te leggen."--"Dat zal niet lang duren," hernam Kennedy.

Terstond ging hij over tot het samenstellen van zijn brandstapel,
die eenige oogenblikken later ontvlamde.--Joe had van het lichaam der
antiloop een dozijn koteletten en de malschte stukken van de lendenen
genomen, die weldra in sappig gebraden vleesch veranderden.--"Dit
zal onzen vriend Samuel genoegen doen," zeide de jager.--"Weet gij
waaraan ik denk, mijnheer Dick ?"--"Aan wat gij doet; zonder twijfel,
aan uw biefstuk."--"Geenszins. Ik denk er aan hoe gek wij zouden
staan te kijken als wij den luchtballon niet terugvonden."--"Welk
een denkbeeld! Gij wilt dat de doctor ons verlaat."--"Neen; maar als
zijn anker eens was losgegaan?"--"Geen nood. Overigens zou Samuel
niet in verlegenheid zijn met zijn ballon te dalen, hij heeft hem
goed in zijne macht."--"Maar als de wind hem medevoerde, als hij
niet bij ons kon terugkomen?"--"Houd op met uwe onderstellingen, zij
zijn niet aangenaam."--"Alles wat in deze wereld gebeurt, mijnheer,
is natuurlijk; alles kàn gebeuren, men moet dus alles voorzien..."

Op dit oogenblik hoorde men een geweerschot.--"Wat is dat?" zeide
Joe.--"Mijne karabijn; ik herken haar schot."--"Een teeken!"--"Een
gevaar dat ons dreigt."--"Hem misschien," hernam Joe.--"Op weg dan!"

De jagers hadden spoedig opgenomen, wat hunne jacht had opgeleverd en
zij hernamen hun weg, geleid wordende door takken, die Kennedy had
afgebroken. De dichtheid van het bosch verhinderde hun den Victoria
te zien, waarvan zij niet veraf konden zijn.

Een tweede schot knalde.--"Er is haast bij," zeide Joe.--"Goed! nog
eene andere losbranding."--"Dit schijnt wel eene persoonlijke
verdediging."--"Laat ons haast maken."

En zij liepen wat zij loopen konden. Aan den rand van het bosch
gekomen, zagen zij eerst den Victoria op zijne plaats en den doctor
in het schuitje.--"Wat is er?" vroeg Kennedy.--"Groote God!" riep
Joe uit.--"Wat ziet gij?"--"Daar ginds een troep negers, die den
ballon belegeren."

Inderdaad zag men op twee mijlen vandaar een dertigtal wezens,
gebaren makende, huilende, huppelende aan den voet van een egyptischen
vijgeboom. Eenigen in den boom geklommen, naderden tot op de hoogste
takken. Het gevaar scheen dreigend.--"Mijn meester is verloren." riep
Joe uit.--"Komaan, Joe, koelbloedig en een goed oog. Wij hebben het
leven van vier dezer zwarten in onze handen. Voorwaarts!"

Zij hadden buitengewoon spoedig een mijl afstands afgelegd, toen een
nieuw schot uit het schuitje werd gelost; het trof een grooten duivel,
die zich langs het touw van het anker opheesch.

Een levenloos lichaam viel van tak tot tak en bleef op twintig voet van
den grond hangen, terwijl zijne armen en beenen in de lucht slingerden.

"He!" zeide Joe stilstaande, "waar duivel houdt dit dier zich aan
vast?"--"Het komt er weinig op aan," antwoordde Kennedy, "laat ons
loopen!"--"Ach mijnheer Kennedy," riep Joe uit, in lachen uitbarstende,
"bij zijn staart! Het is een aap! Het zijn maar apen!"--"Dat is
nog beter dan menschen," hernam Kennedy, terwijl hij zich onder den
huilenden troep wierp.

Het was een troep apen met hondekoppen, die vrij geducht,
woest en onbeschoft waren, afschuwelijk om te zien met hunne
hondesnuiten. Eenige geweerschoten echter joegen deze grijnzende
bende weldra op de vlucht, velen der hunnen achterlatende.

In een oogenblik greep Kennedy de ladder; Joe klom in de vijgeboomen
en maakte het anker los; het schuitje daalde tot hem af en hij klom er
zonder moeite in. Eenige minuten later steeg de Victoria op en richtte
zich naar het oosten door een matigen wind voortgestuwd.--"Dat was
eene bestorming!" zeide Joe.--"Wij geloofden dat gij door de inlanders
werdt belegerd."--"Het waren gelukkig slechts apen," antwoordde de
doctor.--"Van verre is het verschil niet zeer groot, mijn waarde
Samuel!"--"Zelfs van dichtbij niet," zeide Joe.--"Hoe het ook zij,"
hernam Ferguson, "deze aanval van apen kon de ernstigste gevolgen
hebben. Als het anker onder hunne herhaalde schokken had losgelaten,
wie weet, waarheen mij de wind zou hebben medegesleept!"--"Wat zeide
ik u, mijnheer Kennedy?"--"Gij hadt gelijk, Joe, maar desniettemin
bereiddet gij toen biefstuk van antilopen, waarvan het gezicht alleen
mij eetlust deed krijgen."--"Dat geloof ik wel," antwoordde de doctor,
"het antilopenvleesch is uitmuntend."--"Gij kunt er over oordeelen,
mijnheer, de tafel is gedekt."--"Op mijn woord," zeide de jager, "dit
wild heeft een smaak, die niet te verachten is."--"Ik voor mij zou mijn
leven lang van antilopen kunnen leven," zeide Joe met een vollen mond,
"vooral met een glas grog om de vertering te bevorderen."--Joe maakte
den drank gereed, die met genoegen werd gebruikt.--"Tot hiertoe gaat
alles vrij goed," zeide hij.--"Zeer goed," zeide Kennedy.--"Laat ons
zien, mijnheer Dick, hebt gij berouw ons vergezeld te hebben."--"Ik zou
wel eens hebben willen zien, wie mij dat zou belet hebben!" antwoordde
de jager met vaste stem.

Het was vier uur na den middag; de Victoria kwam in een snelleren
luchtstroom, de grond rees langzamerhand en weldra wees de barometer
eene hoogte aan van 1500 voet boven de oppervlakte der zee. De doctor
was toen verplicht zijn ballon door eene vrij sterke uitzetting van
het gas op die hoogte te houden en de gaspijp werkte onophoudelijk.

Tegen zeven uur zweefde de Victoria boven de kom van Kanyenye, de
doctor herkende terstond die uitgebreide ontginning van tien mijlen
uitgestrektheid, met hare dorpen, die zich verliezen te midden der
baobabs en kalebasboomen. Daar is de residentie van een der sultans
van het land Ugogo, waar de beschaving misschien minder achterlijk is;
men verkoopt er zeldzamer de leden zijner familie, maar beesten en
menschen leven bijeen in ronde, zonder eenig plan gebouwde hutten,
die op hooischelven gelijken.

Na Kanyenye werd de grond droog en rotsachtig, maar na een uur
hernam de plantengroei, in eene vruchtbare, laag gelegen streek al
hare weelderigheid, op eenigen afstand van Mdaburu. De wind ging met
het einde van den dag liggen en de dampkring scheen in diepe rust. De
doctor zocht op verschillende hoogten te vergeefs een luchtstroom, en
deze kalmte ziende, besloot hij den nacht in de lucht door te brengen,
en voor grootere zekerheid verhief hij zich tot op ongeveer 1000
voet. De Victoria bleef onbeweeglijk, de nacht, door een prachtigen
sterrenhemel opgeluisterd, begon rustig.

Dick en Joe strekten zich op hunne vreedzame legerstede uit en sliepen
vast gedurende de wacht van den doctor. Deze werd te middernacht
door den Schot vervangen. "Als het minste toeval mocht gebeuren,
moet gij mij roepen," zeide hij, "en verlies vooral den barometer
niet uit het oog, het is ons kompas."

De nacht was koud; er was tot zelfs 27 graden Fahrenheit verschil
in temperatuur met den dag. Bij het opkomen der duisternis hoorde
men het nachtelijk concert der dieren, die door honger en dorst uit
hunne holen worden gejaagd; de kikvorschen lieten hunne sopraanstem
weergalmen, geaccompagneerd door het gekef der jakhalzen, terwijl de
zware bas der leeuwen de akkoorden van dit levend orkest ondersteunde.

Toen doctor Ferguson des morgens weder op zijn post stond, raadpleegde
hij zijn kompas en bemerkte, dat de richting van den wind gedurende
den nacht was veranderd. De Victoria was sedert ongeveer twee uren 30
mijlen naar het noordwesten afgedreven; hij zweefde boven Mabunguru,
een steenachtig land, doorzaaid met fraai gepolijste blokken syeniet,
dat geheel en al met rotsen was bezet in den vorm van een ezelsrug;
kegelvormige massa's, gelijk aan de rotsen van Karnak, bezetten den
grond, even als zoovele grafrotsen der druïden [31]; eene groote
menigte beenderen van buffels en olifanten lagen hier en daar; er
waren weinig boomen, maar in het oosten dikke bosschen, die eenige
dorpen verbergden.

Tegen zeven uur verscheen eene ronde rots, van bijna twee mijlen lang,
even als een ontzaglijk schild. "Wij zijn op den goeden weg," zeide
doctor Ferguson. "Daar is Jihoue-la-Mkoa, waar wij eenige oogenblikken
halt zullen houden. Ik zal den voorraad water, die benoodigd is voor
mijne gaspijp, vernieuwen; laat ons trachten ons ergens aan vast te
hechten."--"Er zijn weinig boomen," zeide de jager.--"Laat ons toch
beproeven; Joe werp de ankers uit."

De ballon, die langzamerhand zijne stijgkracht verloor, naderde
de aarde, de ankers slingerden voort, een daarvan bleef vastzitten
in eene rotsspleet en de Victoria bleef onbeweeglijk. Men moet niet
denken dat de doctor op elke plaats waar hij stil hield zijne gaspijp
volmaakt kon uitdooven. Het evenwicht van den ballon was berekend op
het oppervlak der zee, maar het land rees altijd, en als men zich op
eene hoogte van 600 à 700 voeten bevond, zou de ballon eene geneigdheid
hebben om lager te dalen dan de grond zelf; daarom moest men hem door
eene zekere uitzetting van gas omhoog houden. Slechts in het geval
dat de doctor, als er in het geheel geen wind was, het schuitje op
de aarde had doen rusten, zou de luchtballon, aanzienlijk verlicht,
zonder de hulp van de gaspijp omhoog gehouden worden.

De kaarten wezen uitgestrekte waterkolken aan op de westelijke helling
van Jihoue-la-Mkoa. Joe begaf zich alleen daarheen met een vat, dat
tien gallons [32] kon bevatten; hij vond zonder moeite de aangewezen
plaats, niet ver van een verlaten dorp, nam zijn voorraad water in
en kwam binnen drie kwartier terug; hij had niets bijzonders gezien
dan groote olifantsvallen; hij viel bijna in een daarvan, waarin een
half afgeknaagd geraamte lag.

Hij bracht van zijn uitstapje eene soort van klaver mede, die door
apen gretig werd verslonden. De doctor herkende de vrucht van den
"mbenhu", een boom, die zeer veel voorkomt in het westelijk gedeelte
van Jihoue-la-Mkoa. Ferguson wachtte Joe met een zeker ongeduld,
want een, al ware het nog zoo kort verblijf in dit ongastvrije land,
boezemde hem altijd vrees in.

Het water werd zonder moeite ingeladen, want het schuitje daalde tot
bijna op den grond; Joe kon het anker los maken en klom vlug bij zijn
meester. Dadelijk stookte deze zijn vuur aan en de Victoria verhief
zich weder in de lucht.

Men bevond zich op ongeveer 100 mijlen van Kazeh, een belangrijk
etablissement in het binnenland van Afrika, waar de reizigers, dank
zij een luchtstroom uit het zuid-zuidwesten, hopen konden dezen
dag aan te komen; zij gingen met eene snelheid van 14 mijlen in
het uur; het bestuur van den luchtballon werd toen zeer moeielijk;
men kon niet te hoog stijgen zonder het gas te veel uit te zetten,
want het land had reeds eene gemiddelde hoogte van 3000 voet. Zoo
lang mogelijk wilde de doctor de uitzetting niet te sterk maken, hij
volgde dus zeer behendig de kronkelingen van eene vrij steile helling
en ging vlak langs de dorpen Thembo en Tura Wels. Dit laatste maakt
een deel uit van Unyamwezy, eene prachtige landstreek, waar de boomen
hunne grootste hoogte en dikte bereiken, onder anderen de cactussen,
die reusachtig worden.

Tegen twee uur, bij prachtig weder, onder eene heete zon, die den
minsten luchtstroom verdreef, zweefde de Victoria boven de stad Kazeh
op 350 mijlen van de kust gelegen.

"Wij zijn ten 9 ure des morgens van Zanzibar vertrokken," zeide de
doctor, zijne aanteekeningen raadplegende, "en na twee dagen reis
hebben wij door onze afwijkingen bijna 500 geographische mijlen
afgelegd. De kapiteins Burton en Speke besteedden vier en een halve
maand over denzelfden weg."



XV.

	Kazeh.--De woelige markt.--Verschijning van den
	Victoria.--De Wanganga.--De zonen der Maan.--Wandeling des
	doctors.--Bevolking.--De koninklijke tembé.--De vrouwen
	des Sultans.--Eene koninklijke dronkenschap.--Joe wordt
	aangebeden.--Hoe men in de Maan danst.--Omkeering.--Twee manen
	aan het uitspansel.--Vergankelijkheid der goddelijke grootheid.


Kazeh, een belangrijk punt van Midden-Afrika, is geene stad; eigenlijk
gezegd is er geene stad in het binnenland. Kazeh is slechts eene
verzameling van zes groote uitgravingen. Daarin vindt men hutten,
hokken voor slaven, met kleine zorgvuldig bebouwde tuinen; uien,
aardappelen, witte morellen, pompoenen en paddestoelen van een
heerlijken smaak groeien er welig.

Unyamwezy is het land der Maan bij uitnemendheid, het vruchtbare en
prachtige park van Afrika; in het midden ligt het district Unyanembé,
eene heerlijke landstreek, waar eenige familiën van Omanen, die van
eene zuivere Arabische afkomst zijn, een werkeloos leven leiden. Ze
hebben langen tijd handel gedreven in het binnenland van Afrika en in
Arabië, in gom, ivoor, sits en slaven; hunne karavanen doorkruisten
deze streken onder den evenaar gelegen; zij gaan nog op de kust de
voorwerpen van weelde en vermaak voor deze rijke kooplieden halen,
die te midden van vrouwen en dienaars, in deze bekoorlijke luchtstreek
een rustig arkadisch leven leiden zonder de minste ongerustheid. Zij
liggen, lachen, rooken en slapen altijd.

Rondom deze uitgravingen zag men talrijke hutten van inlanders,
uitgestrekte ruimten voor de markten, schoone boomen, frissche
schaduwen, ziedaar Kazeh. Daar is de algemeene samenkomst der
karavanen, uit het zuiden met hare slaven en haar ivoor, en van het
westen, die katoen en snuisterijen van glas naar de stammen der Groote
Meeren overbrengen. Ook heerscht er op de markten eene voortdurende
beweging, een verward geschreeuw zonder naam, samengesteld uit de
kreten der mestiesche dragers, het geluid der trommels en hoorns,
het gehinnik der muilezels, het gebalk der ezels, het gezang der
vrouwen, het gehuil der kinderen en de rottingslagen van den Jemadar
[33], die de maat slaat bij deze herderssymphonie. Daar spreiden zich
zonder orde en zelfs in bekoorlijke wanorde de opzichtigste stoffen
uit, benevens glazen kralen, ivoor, de tanden van den rhinoceros, de
haaietanden, de honig, de tabak, de katoen, daar worden de vreemdste
koopen gesloten, waarbij elk voorwerp slechts gewaardeerd wordt naar
dat er vraag naar is.

Eensklaps hield deze beweging en dit geraas op. De ballon was in de
lucht verschenen; hij zweefde sierlijk en daalde langzamerhand, zonder
van den loodrechten stand af te wijken. Mannen, vrouwen, kinderen,
slaven, kooplieden, Arabieren en Negers, alles verdween en verborg
zich in de "tembés" en de hutten.

"Mijn waarde Samuel," zeide Kennedy, "als wij meer zulken invloed
uitoefenen, zullen wij moeite hebben handelsbetrekkingen met die
lieden aan te knoopen."--"Men moest echter," zeide Joe, "eene zeer
eenvoudige handelwijze volgen. Dit zou zijn, stil neder te dalen en de
kostbaarste koopwaren mede te voeren, zonder ons om de kooplieden te
bekommeren. Men zou rijk worden."--hernam de doctor, "deze inlanders
zijn reeds op het eerste oogenblik bang geweest, maar zij zullen uit
bijgeloof of nieuwsgierigheid weldra terugkomen."--"Gelooft gij dat,
meester?"--"Wij zullen het weldra zien, maar het zal voorzichtig
zijn, hen niet te dicht te naderen; de Victoria is geen geharnaste
ballon, hij is dus niet bestand tegen een kogel of een pijl."--"Zult
gij dan met deze Afrikanen in onderhandeling treden?"--"Als dat kan,
waarom niet?" antwoordde de doctor; "er moeten te Kazeh minder woeste
Arabische kooplieden zijn. Ik herinner mij dat de heeren Burton en
Speke zich over de gastvrijheid der inwoners van de stad niet te
beklagen hadden. Wij kunnen dus de zaak beproeven."

De Victoria langzaam de aarde genaderd zijnde, hechtte zich met een
der ankers aan een boomtop, dicht bij de markt. De geheele bevolking
kwam op dit oogenblik weder uit zijne gaten te voorschijn, de hoofden
staken er met omzichtigheid uit. Verscheidene "Waganga," herkenbaar
aan hunne teekens van kegelvormige schelpen, naderden stoutmoedig;
zij waren de toovenaars der plaats. Zij droegen om hun midden kleine
zwarte pakjes met vet overtrokken en verschillende voorwerpen van
tooverkunst, die overigens van eene doctorale onzindelijkheid waren.

Langzamerhand hoopte de menigte zich aan hunne zijden op, de vrouwen
en kinderen omringden hen, de trommels wedijverden met geraas, de
handen werden ten hemel opgeheven.--"Dit is hunne manier van bidden,"
zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg zullen wij geroepen worden
om eene groote rol te spelen."--"Welnu, mijnheer! speel die."--"Gij
zelf, mijn brave Joe! zult een god worden."--"Dat verontrust mij niet,
mijnheer! en de wierook mishaagt mij niet."

Op dit oogenblik maakte een der toovenaars, een "Myanga," een gebaar,
en al het geschreeuw bedaarde op eens. Hij sprak eenige woorden tot
de reizigers, maar in een onbekende taal.--Daar doctor Ferguson hem
niet had verstaan, sprak hij los weg eenige Arabische woorden en men
antwoordde hem terstond in die taal. De redenaar hield eene lange en
bloemrijke aanspraak; de doctor bemerkte weldra dat de Victoria kort
en goed voor de Maan in persoon werd gehouden en dat die beminnelijke
godin zich verwaardigd had met hare drie zonen de stad te naderen, eene
eer, die nooit zou worden vergeten in dit door de Zon beminde land. De
doctor antwoordde met eene groote waardigheid dat de Maan alle jaren
hare departementen bezoekt, omdat zij de behoefte gevoelt zich nader
bij hare aanbidders te toonen; hij bad hen dus zich niet te geneeren
en van hare goddelijke tegenwoordigheid misbruik te maken om hunne
behoeften en wenschen te kennen te geven. De toovenaar antwoordde
op zijne beurt, dat de sultan de "Mwani," die sedert verscheidene
jaren ziek was, de hulp des hemels inriep en de zonen der Maan
uitnoodigde om bij hem te komen. De doctor deelde de uitnoodiging
aan zijne metgezellen mede.--"En gij zult u naar dien negervorst
begeven?" zeide de jager.--"Zonder twijfel. Deze lieden schijnen mij
goed geluimd, de lucht is kalm, er is geen de minste wind! wij hebben
voor den Victoria niets te vreezen."--"Maar wat zult gij doen?"--"Wees
gerust, mijn waarde Dick, met een klein geneesmiddel zal ik mij er
uitredden."--Toen zich tot de menigte wendende zeide hij: "De Maan,
medelijden hebbende met den vorst zoo geliefd bij de inwoners van
Unyamwezy, heeft ons de zorg voor zijne genezing opgedragen; dat hij
zich gereed make ons te ontvangen!"

Het geschreeuw, het gezang verdubbelde, en de groote menigte zwarte
hoofden zette zich in beweging.--"Nu, mijne vrienden!" zeide doctor
Ferguson, "men moet alles voorzien; wij kunnen in een zeker oogenblik
genoodzaakt zijn spoedig weder te vertrekken. Dick zal dus in het
schuitje blijven en door middel van de gaspijp zal hij eene voldoende
stijgkracht behouden. Het anker is stevig vastgemaakt, dienaangaande
is er niets te vreezen. Ik zal op de aarde nederdalen. Joe zal mij
vergezellen, maar hij zal aan den voet der ladder blijven."--"Hoe! zult
gij alleen naar dien Moor toegaan?"--"Hoe, mijnheer Samuel! gij wilt
niet, dat ik u tot aan het einde volg?"--"Neen, ik zal alleen gaan,
deze brave lieden verbeelden zich dat hunne groote godin de Maan hen
is komen bezoeken, ik word door het bijgeloof beschermd; hebt dus
geene vrees en blijft ieder op den post, dien ik u aanwijs."--"Als
gij het verkiest," antwoordde de jager.--"Pas op de uitzetting van
het gas."--"Ja."

De kreten der inlanders verdubbelden, zij verzochten ernstig de
hemelsche tusschenkomst.--"Ziedaar! ziedaar!" zeide Joe. "Ik vind
dat zij een eenigszins bevelenden toon tegen hunne goede Maan
en hare goddelijke zonen voeren."--De doctor, voorzien van zijne
reis-medicijnkist, daalde op de aarde neder, voorafgegaan van Joe,
die er deftig uitzag zoo als hem betaamde. Hij ging aan den voet
der ladder zitten, de beenen gekruist op Arabische wijze, en een
gedeelte der menigte omringde hem eerbiedig. Gedurende dien tijd
naderde doctor Ferguson, door het geluid der instrumenten geleid en
vergezeld door godsdienstige wapendansen, langzaam den koninklijken
"tembé," die vrij ver buiten de stad lag; het was ongeveer drie
uur en de zon schitterde, zij kon wel niets minder doen voor deze
gelegenheid. De doctor liep vol waardigheid; de "waganga" omringden
hem en hielden de menigte terug. Hij werd weldra ingehaald door den
natuurlijken zoon des sultans, een vrij welgemaakt jongeling, die
volgens de gewoonte des lands, de eenige erfgenaam der vaderlijke
goederen was, met uitsluiting van de wettige kinderen; hij boog de
knieën voor den Zoon der Maan, die hem met een genadig gebaar ophief.

Drie kwartier daarna kwam deze in geestdrift gebrachte optocht
langs schaduwrijke wegen, te midden van al de weelderigheid van een
tropischen plantengroei, aan het paleis van den sultan, een soort
van vierkant gebouw, Ititénya genaamd en aan de helling eens heuvels
gelegen. Eene soort van waranda, gevormd door een rieten dak, stak naar
buiten uit, ondersteund door houten, ruw gebeeldhouwde palen. Lange
lijsten van roode klei versierden de muren, waarop gedaanten van
menschen en slangen waren afgebeeld, waarvan de laatsten natuurlijk
beter dan de eersten geslaagd. Het dak van deze woning rustte niet
onmiddellijk op de muren en de lucht kon er vrij doorstroomen, voor
het overige waren er geene vensters en nauwelijks eene deur.

Doctor Ferguson werd met groote eerbewijzingen ontvangen door
de wachten en gunstelingen, menschen van een schoon ras der
Wanyamwezis, een zuivere type der volkeren van Midden-Afrika, sterk en
welgemaakt. Hunne haren vielen in een groot aantal kleine vlechten op
hunne schouders neder; door middel van zwarte of blauwe insnijdingen
streepten zij hunne wangen van de slapen tot aan den mond. Hunne ooren,
afschuwelijk uitgerekt, droegen schijven van hout en kopaalgom, zij
waren gekleed in linnen van schitterende kleuren; de soldaten waren
gewapend met de sagaai, den boog en de met weerhaken voorziene pijl,
vergiftigd met het sap van de wolfsmelk, het mes, den "sime," een
lange getande sabel en met kleine strijdbijlen.

De doctor ging het paleis binnen. Daar verdubbelde bij zijne aankomst
het geraas, in spijt van des Sultan's ziekte. Hij bemerkte aan den
bovendrempel der deur staarten van hazen, en manen van zebra's, die
bij wijze van talisman waren opgehangen. Hij werd door de vrouwen van
Zijne Majesteit ontvangen, bij de welluidende tonen van den "upatu,"
eene soort van cimbaal van den bodem eener koperen pot gemaakt en
bij het geraas van den "kilindo," een trommel van vijf voet hoog,
uit een boomstam uitgehold en waarop men met vuistslagen speelde.

De meesten dezer vrouwen schenen zeer schoon en rookten lachende tabak
en thang uit groote zwarte pijpen; zij schenen welgemaakt onder haar
bevallig omgeslagen lang kleed en droegen de "kilt" van vezelen van
den kalebasboom gemaakt om haar midden vastgemaakt.

Zes van haar waren niet de minst vroolijke van dezen troep, hoewel
zij afzonderlijk geplaatst en tot eene wreede marteling bestemd
waren. Zij moesten bij den dood des Sultans levend met hem worden
begraven, om hem gedurende de eeuwige eenzaamheid gezelschap te houden.

Doctor Ferguson, na alles met een oogwenk te hebben overzien, naderde
het bed van den vorst. Daar zag hij een man van ongeveer 40 jaar oud,
geheel verdierlijkt door allerlei uitspattingen en waaraan niets te
doen was. De ziekte, die reeds jaren duurde, was slechts eene altijd
durende dronkenschap. Deze koninklijke dronkaard had langzamerhand
het bewustzijn verloren en al het ammonium der wereld zou hem niet
weder op de been hebben gebracht.

De gunstelingen en vreemden bogen de knieën gedurende dit plechtig
bezoek. Door middel van eenige druppels van een sterk opwekkend middel,
bracht de doctor voor een oogenblik eenig leven in dit verdierlijkte
lichaam; de Sultan maakte eene beweging en dit verschijnsel werd
waargenomen met eene verdubbeling van kreten ter eere van den
geneesheer, omdat er in dat lichaam sedert uren geen teeken van leven
te bespeuren was geweest. Deze, die er genoeg van had, verwijderde door
eene snelle beweging zijne te ijverige aanbidders en ging het paleis
uit; hij richtte zich naar den ballon. Het was zes uur des avonds.

Joe wachtte in zijne afwezigheid bedaard aan den voet der ladder;
de menigte bewees hem de grootste eer. Als ware zoon der Maan, liet
hij hen begaan. Hij zag er voor eene godheid vrij goed uit; hij was
niet trotsch, zelfs gemeenzaam met de jonge Afrikaansche vrouwen,
die niet moede werden hem te beschouwen. Hij sprak vriendelijk met
haar.--"Aanbidt, dames, aanbidt me," zeide hij, "ik ben een goede
kerel, hoewel zoon eener godin!"

Men bood hem de zoengeschenken aan, die gewoonlijk worden nedergelegd
in de "mzimu" of fetishutten; zij bestonden uit gerstenaren en "pombé,"
Joe geloofde verplicht te zijn dit soort van krachtig bier te proeven,
maar zijn verhemelte, hoewel gewoon aan jenever en wiskey, kon dien
straffen drank niet verdragen. Hij grijnslachte zóó afschuwelijk, dat
de aanwezigen het voor een beminnelijk glimlachen hielden. Vervolgens
voerden de jonge meisjes, hare stemmen in eene slepende melodie
vereenigende, een statigen dans rondom hem uit.--"O! gij danst,"
zeide hij, "welnu! ik zal bij u niet achter blijven en u een dans
van mijn land toonen."

Hij begon een betooverende horlepijp, zich wringende, uitrekkende, op
de knieën en handen dansende, buitensporige verdraaiingen uitvoerende
in ongeloofelijke standen en onmogelijke gebaren, en hij gaf aldus
aan dat volk een vreemd denkbeeld van de wijze waarop de goden op de
maan dansen.

Al die Afrikanen, nabootsers als de apen, hadden weldra zijne sprongen
en schuddende bewegingen nagevolgd; hun ontging geen enkel gebaar,
zij vergaten geene enkele houding; het was toen eene verwarring,
een gewoel, eene ontroering, waarvan men moeielijk een denkbeeld kan
geven. Op het fraaiste van het feest zag Joe den doctor. Deze kwam in
alle haast terug, te midden eener huilende en opgewonden menigte. De
toovenaars en opperhoofden schenen zeer verbitterd. Men omringde den
doctor en dreigde hem.

Vreemde omkeer! Wat was er voorgevallen? Was de Sultan ongelukkig
bezweken onder de handen van zijn hemelschen geneesheer? Kennedy zag
van zijn post het gevaar, zonder de oorzaak er van te begrijpen. De
ballon, sterk gezwollen door de uitzetting van het gas, spande het
touw, dat hem terughield, ongeduldig om op te stijgen. De doctor kwam
aan den voet van de ladder. Eene bijgeloovige vrees weerhield nog de
menigte om zijn persoon geweld aan te doen; hij klom de sporten spoedig
op en Joe volgde hem vlug.--"Er is geen oogenblik te verliezen," zeide
zijn meester. "Tracht het anker niet te lichten! Wij zullen het touw
doorsnijden, volg mij."--"Maar wat is er dan?" vroeg Joe, terwijl hij
het schuitje beklom.--"Wat is er gebeurd?" vroeg Kennedy, met zijne
karabijn in de hand.--"Zie," antwoordde de doctor, naar den horizon
wijzende.--"Welnu?" vroeg de jager.--"Welnu, daar is de maan."--

De maan kwam inderdaad op, rood en prachtig, een vurige bal op
een azuren grond. Zij was het wel! Zij en de Victoria! Of er
waren twee manen, of de vreemdelingen waren slechts bedriegers,
indringers en valsche goden! Dus waren de natuurlijke overleggingen
der menigte. Vandaar die omkeer. Joe kon niet nalaten in lachen
uit te barsten. De bevolking van Kazeh, begrijpende dat hare prooi
haar ontsnapte, hief een lang gehuil aan; bogen en musketten werden
op den ballon gericht. Maar een der toovenaars gaf een teeken. De
wapens werden nedergelegd; hij klom in den boom met het doel om het
ankertouw te grijpen en den toestel op den grond te halen. Joe snelde
toe met eene bijl in de hand.--"Moet ik afkappen?" zeide hij.--"Wacht"
antwoordde de doctor.--"Maar die neger?".... "Wij zullen misschien
ons anker kunnen behouden en ik hecht daaraan. Het zal altijd tijds
genoeg zijn om het te kappen."

De toovenaar in den boom geklommen zijnde, deed zoo goed zijn best,
dat hij door de takken te breken, het anker losmaakte, dat nu,
sterk aangehaald door den luchtballon, den toovenaar tusschen
zijne beenen ving en hem in de hoogte hief. De verbazing der
menigte was groot toen zij een harer Wagangas in de hoogte zag
stijgen.--"Hoezee!" riep Joe, terwijl de Victoria, dank zij zijne
stijgkracht, met eene groote snelheid rees.--"Hij houdt zich goed,"
zeide Kennedy, "eene kleine reis zal hem geen kwaad doen."--"Zullen
wij dien neger eensklaps loslaten?" vroeg Joe.--"Foei!" hernam de
doctor, "wij zullen hem zacht op de aarde nederzetten, en ik denk,
dat een dergelijk voorval het geloof aan zijne macht van toovenaar
bij zijn landgenooten aanmerkelijk zal doen toenemen."--"Zij zijn in
staat een god van hem te maken," riep Joe uit.

De Victoria was op eene hoogte van ongeveer 1000 voet gekomen. De
neger hield zich met eene buitengemeene kracht aan het touw vast;
hij zweeg, zijne oogen bleven vast op één punt staren. Zijne vrees
werd met verwondering gemengd. Een lichte westewind stuurde den ballon
naar de andere zijde der stad. Een half uur later matigde de doctor,
het land verlaten ziende, de vlam van zijne gaspijp en naderde de
aarde. Op twintig voet afstands van den grond koos de neger spoedig
zijne partij; hij nam een sprong, kwam op zijne beenen te land en
vluchtte naar Kazeh terwijl de Victoria weder opsteeg.



XVI.

	Voorteeken van onweer.--Het land der Maan.--De toekomst
	van Afrika.--Het werktuig van het laatste uur.--Gezicht
	van het land bij ondergaande zon.--Bloemen en planten.--Het
	onweder.--De vuurgordel.--De sterrenhemel.


"Dat heet ik nu voor zonen der Maan door te gaan zonder hare
toestemming" zeide Joe; "zij heeft ons daar bijna een leelijken trek
gespeeld! Zoudt gij misschien, meester, haar goeden naam bezwalkt
hebben door uw geneesmiddel?"--"Wie was die Sultan van Kazeh?" vroeg
de jager.--"Een oude, halfdoode dronkaard," antwoordde de doctor,
"wiens verlies zich niet zeer levendig zal doen gevoelen. Maar
de zedeles hieruit is, dat eerbewijzen vergankelijk zijn en dat
men er niet te veel aan moet hechten."--"Des te erger," zeide Joe,
"het beviel mij wel! Aangebeden te worden! Naar willekeur voor god te
spelen! Maar wat wilt gij? de maan heeft zich vertoond en wel geheel
rood, hetgeen bewijst dat zij boos was!"--Gedurende deze gesprekken en
andere, waarin Joe de koningin der nacht uit een geheel nieuw oogpunt
beschouwde, bedekte de hemel zich in het noorden met dikke wolken;
een vrij hevige wind, beginnende op 300 voet afstand van den grond,
richtte den ballon naar het noord-noord-oosten; boven hem was het
azuren gewelf helder, maar men voelde dat het drukkend was.

De reizigers bevonden zich tegen 8 uur 's avonds op 32° 40' lengte
en 4° 17' breedte; de stroomen van den dampkring, onder den invloed
van een naderend onweder, stuwden hen voort met eene snelheid van
30 à 35 mijlen in het uur. Onder hunne voeten gingen de golvende en
vruchtbare vlakten van Mfuto snel voorbij. Het schouwspel daarvan
was allerprachtigst en werd bewonderd.--"Wij zijn in het midden
van het land der Maan," zeide doctor Ferguson, "want het heeft den
naam behouden, dien de oudheid het heeft gegeven, zonder twijfel,
omdat de maan er ten allen tijde aangebeden was. Het is waarlijk
een prachtig land."--"Men kon moeielijk een schooneren plantengroei
ontmoeten."--"Als men dezen rondom Londen vond, zou het niet natuurlijk
zijn," zeide Joe, "maar het zou zeer aangenaam wezen! Waarom vindt
men deze fraaie zaken alleen in onbeschaafde landen."--"Weet men
dan," hernam de doctor, "of deze landstreek niet te eeniger tijd het
middelpunt der beschaving zal wezen? De volken der toekomst zullen
misschien daartoe geraken, als de landen van Europa te uitgeput zijn om
hunne inwoners te voeden."--"Gelooft gij dat?" zeide Kennedy.--"Zonder
twijfel, mijn waarde Dick. Zie den loop der gebeurtenissen, beschouw
de achtereenvolgende volksverhuizingen en gij zult tot hetzelfde
besluit komen als ik. Azië is de eerste voedster van het menschdom,
is het niet zoo? Gedurende 4000 jaren misschien werkt het, wordt
bevrucht, brengt voort en vervolgens, toen de steenen blootkwamen,
daar, waar de goudgele oogsten van Homerus ontkiemden, verlieten
zijn bewoners haren uitgeputten en verwelkten schoot. Gij ziet hen
dan naar Europa komen, Europa, jong en matig, dat hen sedert 2000
jaren voedt. Maar reeds wordt Europa's vruchtbaarheid minder; hare
voortbrengende vermogens nemen dagelijks af, die nieuwe ziekten,
waarmede ieder jaar de voortbrengselen der aarde worden aangetast,
die mislukte oogsten, die onvoldoende hulpmiddelen, dat alles is het
zekere teeken van eene levenskracht die bederft, van eene aanstaande
uitputting. Wij zien ook reeds de volken zich naar Amerika begeven,
even als naar eene bron, die niet onuitputtelijk is, maar waaruit
men nooit heeft geput. Dat nieuwe vasteland zal op zijne beurt oud
worden, zijne door geene menschenhanden aangeraakte wouden zullen
vallen onder de bijl der nijverheid; zijn grond zal verzwakken
omdat hij te veel heeft voortgebracht, omdat men te veel van hem
heeft geëischt. Daar, waar jaarlijks twee oogsten rijpen, zal er
nauwelijks één goed gelukken, omdat die gronden uitgeput raken. Dan
zal Afrika aan de nieuwe geslachten de sedert eeuwen in zijn schoot
opgehoopte schatten aanbieden. Deze klimaten, noodlottig voor de
vreemdelingen, zullen gezuiverd worden door de verdeeling in akkers en
de besproeiing; deze verstrooide wateren zullen zich in eene algemeene
kom vereenigen om een bevaarbaar water te vormen. En dit land,
waarboven wij zweven, vruchtbaarder, rijker, met meer levenskrachten
begiftigd dan de anderen, zal een of ander groot koninkrijk worden,
waar men van nog wonderbaarlijker ontdekkingen zal hooren dan de
stoom en de electriciteit."--"Ah! mijnheer," zeide Joe, "dat zou ik
wel willen zien."--"Overigens," zeide Kennedy, "het tijdstip, waarop
de nijverheid alles tot haar voordeel zal aanwenden, moet vervelend
zijn! Door werktuigen uit te vinden, zullen de menschen zich door
hen laten vernielen! Ik heb mij altijd voorgesteld dat de laatste dag
der wereld die zou zijn, waarop een zekere ontzettend groote ketel,
heet gemaakt op eene drukking van 3000 millioen atmospheren [34],
onze aardbol zal doen springen."--"En ik voeg er bij," zeide Joe,
"dat de Amerikanen niet de laatsten zullen geweest zijn om aan de
machine te werken."--"Inderdaad," antwoordde de doctor, "zij zijn
groote ketelmakers! Maar zonder ons door dergelijke redeneeringen
te laten medeslepen, laten wij ons tevreden stellen met dit land der
Maan te bewonderen, dewijl het ons gegeven is het te zien."

De zon, hare laatste stralen door de massa's opeengehoopte wolken
nederschietende, versierde de minste verhevenheden van den grond
met eene gouden kruin, reusachtige boomen, heesterachtige planten,
mosplanten langs den grond, alles had zijn deel van dezen stroom
van licht, en het eenigszins golvende terrein verhief zich hier en
daar tot kleine kegelvormige heuvels; er waren geen bergen aan den
horizon, onmetelijke palissaden van struikgewas, ondoordringbare
heggen, doornstruiken scheidden de opene plekken van elkander, waar
talrijke dorpen verspreid lagen; de reusachtige wolfsmelk omsloot
hen met natuurlijke verschansingen, terwijl zij zich vermengden met
de koraalvormige takken der heesters.

Weldra begon de Malagazari, de voornaamste tak van het meer
Tanganayika, te kronkelen onder de groene boschjes; hij verleende
eene schuilplaats aan die groote menigte wateren, ontvloeid
aan bergstroomen, die gezwollen zijn ten tijde van den aanwas
van het water, of aan poelen in de kleiachtige laag van den grond
gegraven. Voor hen, die het van uit de hoogte beschouwden, was het een
net van watervallen over het geheele westelijke gedeelte des lands
gespreid. Beesten met groote bulten graasden in de vette weiden
en waren bijna geheel door het lange gras verborgen; de wouden,
die heerlijke geuren uitwasemden, vertoonden zich aan het oog als
groote ruikers; maar in die ruikers vluchtten leeuwen, luipaarden,
hyena's en tijgers om aan de hitte van den dag te ontkomen. Somtijds
deed een olifant de kruin van het kreupelhout golven en men hoorde het
gekraak der takken die voor de kracht van zijne slagtanden bezweken.

"Welk een land voor de jacht!" riep Kennedy verrukt uit; "een kogel in
het wild geschoten in dit woud zou een stuk wildbraad zijner waardig
ontmoeten! Zou men het niet eens kunnen beproeven?"--"Neen, mijn waarde
Dick! de nacht is op handen, een nacht dreigende met een onweder. De
onweders zijn verschrikkelijk in deze streken, waar de heete grond
gelijk is aan eene ontzettende electrische batterij."--"Gij hebt
gelijk, mijnheer!" zeide Joe, "de hitte is verstikkend geworden, de
wind is geheel gaan liggen, men gevoelt dat er iets op til is."--"De
dampkring is overladen met electriciteit," antwoordde de doctor,
"elk levend wezen is gevoelig voor deze gesteldheid der lucht, die de
worsteling der elementen voorafgaat, en ik beken dat ik nooit zoozeer
daarvan doordrongen was als nu."--"Welaan!" vroeg de jager, "zou dit
geen reden zijn om te dalen?"--"Juist integendeel, Dick! ik zou liever
willen stijgen. Ik vrees slechts verder van mijn weg medegesleept te
worden, terwijl deze luchtstroomen elkander kruisen."--"Wilt gij dan
de richting verlaten, die wij van de kust af volgen?"--"Als het mij
mogelijk is," antwoordde Ferguson, "zou ik liever zeven of acht graden
noordelijker opgaan; ik zal trachten aan de vermoedelijke breedte
der bronnen van den Nijl te komen, misschien zullen wij eenige sporen
ontdekken van de expeditie van kapitein Speke of van de karavaan van
M. de Heuglin. Als mijne aanteekeningen juist zijn, bevinden wij ons
op 32° 40' lengte, en ik wil rechtstreeks naar de andere zijde van den
evenaar gaan."--"Zie eens," zeide Kennedy, zijn metgezel in de reden
vallende, "zie eens deze nijlpaarden, die uit de poelen slurpen,
en die krokodillen, die de lucht zwaar inademen!"--"Zij stikken,"
zeide Joe. "O welk eene aangename manier van reizen, hoe tart en
veracht men al dit kwaadaardige ongedierte! Mijnheer Samuel! Mijnheer
Kennedy! Ziet toch eens die troepen dieren, die in gesloten gelederen
loopen! Zij zijn wel twee honderd in getal, het zijn wolven."--"Neen,
Joe! het zijn wilde honden; het is een verschrikkelijk ras, dat niet
bang is om leeuwen aan te vallen. Het is de ontzettendste ontmoeting
die een reiziger hebben kan. Hij wordt terstond verscheurd."--"Goed,
Joe zal er wel voor passen hun een muilband om te doen," antwoordde
de beminnelijke jongen; "maar als het in hun aard ligt kan men het
hun niet kwalijk nemen."

Langzamerhand werd het stiller onder den invloed van het onweder;
het scheen dat de verdikte lucht ongeschikt werd om het geluid voort
te planten; de dampkring scheen als gewatteerd en verloor, even
als eene zaal met tapijtwerk behangen allen weerklank. De roeier
(een hoogvliegende vogel), de gekroonde kraanvogel, de roode en
blauwe meerkollen, de spotvogel, de vliegeneter verdwenen in de
groote boomen. De geheele natuur bood de voorteekenen aan van een
aanstaand onweder.

Ten negen uur des avonds bleef de Victoria onbeweeglijk boven Mséné,
eene groote menigte vereenigde dorpen, die nauwelijks in de schaduw
zichtbaar waren; soms wees de terugkaatsing van een zonnestraal in
het stille water regelmatig verdeelde grachten aan, en door eene
laatste verlichting kon men de gedaante der palmen, tamarinden, wilde
vijgeboomen en reusachtige wolfsmelkboomen waarnemen.--"Ik stik,"
zeide de Schot, de ijl geworden lucht met volle teugen inademende,
"wij bewegen niet meer! Zullen wij dalen?"--"En het onweder?" zeide
de doctor vrij ongerust.--"Als gij vreest door den wind medegesleept
te worden, schijnt het mij toe, dat gij geene andere partij te kiezen
hebt."--"Het onweder zal misschien niet vóór den nacht losbarsten,"
zeide Joe, "de wolken zijn zeer hoog."--"Dat is zelfs eene reden, die
mij doet aarzelen er boven te stijgen; men zou tot eene groote hoogte
moeten rijzen, de aarde uit het gezicht verliezen en den geheelen nacht
niet weten of wij voortgaan en naar welken kant wij voortgaan."--"Neem
een besluit, waarde Samuel! er is haast bij."--"Het is verdrietig dat
de wind is gaan liggen," hernam Joe, "hij zou ons ver van het onweder
gevoerd hebben."--"Dat is te bejammeren, mijne vrienden! De wolken
zijn voor ons gevaarlijk; zij bevatten tegenovergestelde stroomen,
die ons in hun draaikolk kunnen slepen en bliksemvuren, die in staat
zijn ons in den brand te steken. Aan den anderen kant kan de kracht
van den rukwind ons ter aarde werpen als wij het anker in den top
van een boom werpen."--"Wat dan te doen?"--"Wij moeten den ballon
in eene streek houden, in het midden tusschen de gevaren der aarde
en die des hemels. Wij hebben water genoeg voor de gaspijp en onze
twee honderd pond ballast zijn nog onaangeroerd. Des noods zou ik mij
daarvan bedienen."--"Wij zullen met u waken," zeide de jager.--"Neen,
mijne vrienden! brengt den mondvoorraad in veiligheid en gaat slapen,
ik zal u wekken als het noodig is."--"Maar meester, zoudt gij niet
wel doen zelf rust te nemen, dewijl ons nog niets bedreigt?"--"Neen,
ik dank u, mijn jongen! ik wil liever waken. Wij zitten onbeweeglijk,
en als de omstandigheden niet veranderen, zullen wij ons morgen precies
op dezelfde plaats bevinden."--"Goeden avond, mijnheer!"--"Goeden
nacht, als het mogelijk is."--Kennedy en Joe, strekten zich onder
hunne dekens uit en de doctor alleen bleef waken.

Echter daalde de massa wolken langzamerhand en het werd
pikdonker. Het zwarte gewelf omringde den aardbol als om hem te
verpletteren. Eensklaps kliefde een sterke bliksemstraal de duisternis;
nauwelijks was de scheur door haar ontstaan, gesloten, of een hevige
donderslag deed hemel en aarde schudden.--"Op!" riep Ferguson. De
twee slapers op dit vreeslijk geraas wakker geworden, stelden zich te
zijner beschikking.--"Dalen wij?" zeide Kennedy.--"Neen, de ballon
zou dit niet kunnen weerstaan. Laat ons stijgen--voordat de wolken
zich in water oplossen en de wind opsteekt." En hij richtte de vlam
van de gaspijp in de spiralen der slang.

De onweders onder de keerkringen ontwikkelen zich met eene snelheid,
die aan hunne hevigheid evenredig is. Een tweede bliksemstraal
kliefde de wolk en werd door twintig anderen gevolgd. De hemel was als
bezaaid met electrieke vonken, die tusschen de groote regendroppels
heendwarlden.--"Wij hebben ons verlaat," zeide de doctor, "wij moeten
met onzen ballon, die met ontvlambare lucht gevuld is, eene streek van
vuur doortrekken!"--"Maar op de aarde?" hernam Kennedy.--"Het gevaar
om door den bliksem getroffen te worden, zou bijna hetzelfde zijn,
en wij zouden spoedig aan de takken der boomen blijven hangen."--"
Wij stijgen, mijnheer Samuel!"--"Spoediger! Nog spoediger!"

In dit gedeelte van Afrika is het, gedurende de onweders onder den
evenaar, niet zeldzaam dertig à vijf-en-dertig bliksemstralen in de
minuut te tellen. De hemel staat letterlijk in vuur en de donderslagen
houden niet op. De wind stak met eene verschrikkelijke hevigheid
op in dezen ontvlamden dampkring; hij zweepte de heete wolken; het
geleek op het blazen van een blaasbalg, die den brand deed aanwakkeren.

Doctor Ferguson hield zijne gasvlam op de volle hitte; de ballon
zette zich uit en steeg; Kennedy in het midden van het schuitje op de
knieën liggende, hield de zeilen der tent tegen. De ballon draaide
om duizelig te worden, en de reizigers ondervonden onrustbarende
schommelingen. Er kwamen groote deuken in het bekleedsel van den
luchtballon; de wind vloog er met hevigheid in, en het taf kraakte
onder zijn druk. Eene soort van hagel, voorafgegaan door een vreeslijk
geraas, doorkliefde den dampkring en kletterde op den ballon. Deze
steeg evenwel; de bliksemstralen verlichtten zijn omtrek, hij dreef
midden in het vuur.--"Wij zijn in Gods hand," zeide Ferguson; "Hij
alleen kan ons redden. Laat ons op ieder geval voorbereid zijn,
zelfs op brand, onze val kan niet snel zijn."

De stem des doctors kwam nauwelijks tot het oor zijner metgezellen,
maar zij konden zijn kalm gelaat zien te midden der bliksemflitsen;
hij beschouwde de verschijnselen van phosphorieke verlichting,
voortgebracht door het Sint Elmus vuur, dat boven den luchtballon
zweefde. Deze draaide en dwarrelde, maar steeg steeds; na een
kwartier was hij boven de onweerswolken; de electrieke stroomen
ontwikkelden zich onder hem, even alsof een groote cirkel vuurwerk
aan het schuitje hing. Dit was een der schoonste schouwspelen,
die de natuur den mensch kan geven. Beneden het onweder, boven den
sterrenhemel, kalm en bedaard, met de maan, die hare vreedzame stralen
op de jagende wolken wierp. Doctor Ferguson raadpleegde den barometer,
hij wees 12000 voet hoogte aan. Het was elf uur 's avonds.--"Den hemel
zij dank, alle gevaar is voorbij," zeide hij, "het is nu voldoende,
dat wij ons op deze hoogte houden."--"Het was verschrikkelijk,"
antwoordde Kennedy.--"Goed," hernam Joe, "dit gaf een weinig variatie
aan de reis, en het spijt mij volstrekt niet een onweder van uit de
hoogte te hebben gezien, het is een fraai schouwspel."



XVII.

	Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het
	anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood
	van het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras.--Een nacht
	op de aarde.


Des Maandags tegen vier uur des morgens kwam de zon boven den horizon;
de wolken verspreidden zich en een aangename wind verfrischte
den eersten morgenglans. De aarde verscheen weder voor de oogen
der reizigers. De ballon op de plaats omdraaiende, te midden der
tegenovergestelde luchtstroomen, was bijna niets afgeweken; de
doctor het gas temperende, deed hem eindelijk dalen om eene meer
noordelijke richting te krijgen. Lang zocht hij te vergeefs, de wind
sleepte den ballon naar het westen tot in het gezicht van het beroemde
Maangebergte, dat in een halven cirkel rondom het uiteinde van het meer
Tanganayika lag; deze bergketen weinig oneffen, teekende zich met eene
blauwachtige tint aan den horizon af; men zou gezegd hebben dat het
eene natuurlijke vesting was, onoverschrijdbaar voor de onderzoekers
van het midden van Afrika, en eenige alleen staande kegels droegen de
sporen van altijddurende sneeuw.--"Hier zijn wij nu," zeide de doctor,
"in een nooit doorzocht land; kapitein Burton is ver in het westen
gekomen, maar hij heeft deze befaamde bergen niet kunnen bereiken;
hij heeft zelfs hun bestaan ontkend, dat door Speke, zijn metgezel,
werd bevestigd; hij beweert dat zij ontstaan zijn in de verbeelding
van dezen laatsten; voor ons, mijne vrienden, is geen twijfel meer
mogelijk."--"Zullen wij er over trekken?" vroeg Kennedy.--"Neen,
als het God behaagt; ik hoop een gunstigen wind te vinden, die mij
naar den evenaar terugbrengt, ik zal zelfs wachten als dat noodig
is en ik zal met onzen ballon doen, even als met een schip dat het
anker uitwerpt bij tegenwind."

Maar wat de doctor voorzien had gebeurde weldra; na verschillende
hoogten te hebben beproefd, ging de Victoria noordwaarts op met eene
middelmatige snelheid.--"Wij zijn in de goede richting," zeide hij,
zijn kompas raadplegende, "en nauwelijks 200 voet van den grond af,
hetgeen alles gelukkig samenwerkt tot het onderzoeken dezer nieuwe
streken; toen kapitein Speke uitging op de ontdekking van het
meer Ukéréoué, ging hij meer oostwaarts, in eene rechte lijn boven
Kazeh."--"Zullen wij lang zoo gaan?" vroeg Kennedy.--"Misschien, ons
doel is een weinig naar den kant van de bronnen van den Nijl te gaan en
wij moeten meer dan 600 mijlen doorreizen tot aan de uiterste grenzen,
die de onderzoekers, uit het noorden gekomen, hebben bereikt."--"En
zullen wij geen voet op de aarde zetten?" vroeg Joe, "om de beenen een
weinig los te maken?"--"Zeker; wij moeten ook met onze levensmiddelen
spaarzaam zijn, en gij mijn beste Dick, zult ons verder nog van versch
vleesch voorzien."--"Zoodra gij wilt, Samuel!"--"Wij moeten ook onzen
voorraad water vernieuwen, wie weet of wij ook niet naar waterlooze
streken zullen gevoerd worden? Men kan niet te veel voorzorgen nemen."

Des middags bevond de ballon zich op 29° 15' lengte en 3° 15'
breedte. Hij ging over het dorp Uyofu, laatste noordelijke grens
van Unyamwezy, op de hoogte van het meer Ukéréoué, dat men nog
niet kon ontdekken. De volksstammen dicht bij den evenaar schijnen
een weinig beschaafder te zijn en worden door monarchen bestuurd,
wier despotismus onbeperkt is; het dichtsbewoond is het landschap
Karagwah. De drie reizigers besloten op de eerste gunstige plaats
op de aarde te dalen. Men moest langer stil houden en de luchtballon
zou zorgvuldig nagezien worden; de vlam van de gaspijp was gematigd;
de ankers buiten het schuitje hangende, sleepten weldra over het
gras eener uitgestrekte weide, die van zekere hoogte bekeken met eene
dunne graslaag bedekt scheen, maar die in werkelijkheid begroeid was,
met gras ter hoogte van zeven à acht voet dik. De Victoria raakte dit
gras aan zonder het te buigen, even als een reusachtige vlinder; geen
enkele plek waar het anker kon ingrijpen, het was als een onafgebroken
oceaan van groen. "Wij zullen aldus lang kunnen voortgaan," zeide
Kennedy, "ik zie geen boom, dien wij kunnen naderen, ik geloof dat
van de jacht niet veel zal komen."--"Wacht wat, mijn waarde Dick,
gij zoudt in dit gras, dat taaier is dan gij zelf, niet kunnen jagen;
wij zullen wel eene gunstige plaats vinden."

Het was in waarheid eene bekoorlijke wandeling, een ware vaart over
die zoo groene, bijna doorschijnende zee, met zachte golvingen,
door den wind veroorzaakt. Het schuitje rechtvaardigde zijn naam en
scheen de golven te doorklieven, met dit onderscheid dat soms eene
vlucht prachtig gekleurde vogels met vreugdekreten uit het gras te
voorschijn kwam; de ankers sleepten door dit meer van bloemen en
maakten eene vore, die achter hen sloot even als het kielzog van een
schip. Plotseling kreeg de ballon een hevigen schok, het anker was
zonder twijfel vastgeraakt in eene rotsspleet, die onder dit hooge
gras was verborgen.--"Wij zitten vast," zeide Joe.--"Welnu! werp de
ladder uit," antwoordde de jager.

Deze woorden waren nauwelijks geuit of een schorre kreet weergalmde
in de lucht, terwijl de reizigers het volgende, onsamenhangende
gesprek voerden.--"Wat is dat?"--"en vreemde kreet."--"Zie,
wij gaan voort!"--"Het anker is losgeraakt."--"Wel neen! het zit
altijd vast," zeide Joe, die het touw naar zich toehaalde.--"De
rots loopt."--Eene groote beweging had plaats in het gras, en
weldra verhief zich eene langwerpige gedaante daarboven.--"Eene
slang!" zeide Joe.--"Eene slang!" riep Kennedy uit, den haan
zijner karabijn overhalende.--"Neen!" zeide de doctor, "het is een
olifantsnuit."--"Een olifant, Samuel?" En Kennedy, dit zeggende,
schouderde zijn geweer.--"Wacht, Dick!"--"Zonder twijfel! Het dier
heeft ons op sleeptouw genomen."--"En wel naar den goeden kant."

De olifant ging met eene zekere snelheid voort en kwam weldra aan
eene opene plek, waar men hem geheel kon zien; aan zijne reusachtige
gestalte herkende de doctor een mannetje van een prachtig ras: hij
droeg twee witachtige slagtanden, die op eene bewonderenswaardige
wijze waren gebogen en acht voet lang waren, het anker zat daar
stevig tusschen.

Het dier beproefde te vergeefs zich met zijn snuit van het touw te
ontdoen, waarmede het aan het schuitje was vast gemaakt.--"Vooruit"
riep Joe uit, ten toppunt van vreugde, en zoo goed hij kon dit vreemde
span aanzettende. "Dit is weer eene nieuwe manier van reizen! Wij
doen het niet minder!--Een olifant als 't u blieft!" "Maar waarheen
voert hij ons?" vroeg Kennedy. Zijne karabijn brandde hem in de
hand.--"Hij voert ons waar wij heen willen mijn waarde Dick, een
weinig geduld!"--"Voorwaarts! Voorwaarts!" schreeuwde de verheugde Joe.

Het dier liep nu in snellen galop; het wierp zijn snuit rechts
en links, en door zijne sprongen gaf het hevige schokken aan het
schuitje. De doctor was met de bijl in de hand gereed het touw door
te snijden als het noodig was.--"Maar" zeide hij, "wij zullen ons
slechts op het laatste oogenblik van ons anker scheiden."

Deze tocht op sleeptouw van een olifant duurde bijna anderhalf uur;
het beest scheen in het minst niet vermoeid. Deze ontzaglijke
dikhuidige dieren kunnen verre wegen afleggen en van den eenen
dag op den anderen vindt men hen op groote afstanden, even als de
walvisschen, aan welke zij gelijk zijn in grootte en snelheid.--"Het
is een walvisch, dien wij geharpoend hebben," zeide Joe "en wij
bootsen slechts de bewegingen der walvischvaarders gedurende hunne
vangst na." Maar eene verandering in de gesteldheid van het terrein
verplichtte den doctor zijn middel van beweging te wijzigen. Een dik
bosch van camaldoren verscheen ten Noorden van het weiland op ongeveer
drie mijlen afstands, waardoor het noodig werd den ballon van zijn
sleeper te scheiden. Kennedy werd dus belast om den olifant in zijn
loop te stuiten; hij legde zijne karabijn aan, maar zijne stelling was
niet gunstig om het dier met goed gevolg te treffen; een eerste kogel
op den schedel gericht, sloeg plat als op een pantserplaat, het dier
scheen er niet door verontrust te zijn; op het geluid der losbranding
versnelde het zijn galop en zijne vaart was gelijk aan die van een
hollend paard.--"Duivels!" zeide Kennedy, "welk een harde kop!" zeide
Joe.--"Wij zullen eenige puntkogels boven op den schouder beproeven,"
hernam Dick, zijne karabijn zorgvuldig ladende, en hij gaf vuur. Het
dier stootte een verschrikkelijker! kreet uit, maar ging steeds
voort. "Laat ons zien," zeide Joe, zich met een der geweren wapenende,
"ik moet u helpen, mijnheer Dick, of er komt geen einde aan." En twee
kogels troffen de zijde van het dier. De olifant bleef stilstaan,
stak zijn snuit in de hoogte, maar hernam met alle snelheid zijn loop
naar het bosch, hij schudde zijn ontzaglijken kop en het bloed begon
bij stroomen uit zijne wonden te vloeien.--"Wij moeten voortgaan met
vuren mijnheer Dick."--"En met een goed onderhouden vuur," voegde de
jager er bij, "wij zijn geen 2000 meter meer van het bosch."

Nog tien geweerschoten knalden, de olifant deed een verschrikkelijken
sprong; het schuitje en de ballon kraakten, zoodat men dacht dat alles
gebroken was; de schok deed de bijl uit de handen des doctors op den
grond vallen. De toestand werd nu zorgwekkend; het ankertouw, dat
stevig vast zat, kon noch losgemaakt noch door de messen der reizigers
afgesneden worden, de ballon naderde snel het bosch, toen het dier
een kogel in het oog kreeg, op het oogenblik dat hij zijn kop ophief;
het bleef sidderend stil staan, zijne knieën zakten ineen en het gaf
zijne zijde aan den jager bloot.--"Een kogel in het hart," zeide deze,
voor de laatste maal zijne karabijn lossende. De olifant brulde in
zijn doodstrijd, hij richtte zich een oogenblik op terwijl hij zijn
snuit deed ronddraaien, vervolgens viel hij met zijne geheele zwaarte
op een zijner slagtanden, die afbrak. Hij was dood.--"Zijn slagtand is
gebroken!" riep Kennedy uit, "dit is een stuk ivoor dat in Engeland 35
guinjes [35] de 100 pond zou gelden."--"Zooveel!" zeide Joe, terwijl
hij zich langs het ankertouw op den grond liet zakken.--"Waarover
gevoelt gij spijt, mijn waarde Dick?" antwoordde doctor Ferguson. "Zijn
wij handelaars in ivoor of hier gekomen om fortuin te maken?"

Joe onderzocht het anker; het was stevig vastgehecht aan den slagtand,
die ongeschonden was gebleven. Samuel en Dick sprongen op den grond,
terwijl de luchtballon boven het lichaam van het dier zweefde.--"Welk
een prachtig beest!" riep Kennedy uit. "Ik heb in Indië geen olifant
van deze grootte gezien."--"Dat is geen wonder, Dick, de olifanten
van de binnenlanden van Afrika zijn de schoonste. De Andersons, de
Cummings hebben zoo dikwijls in de omstreken van de Kaap jacht op
hen gemaakt, dat zij naar den evenaar wijken, waar wij hen dikwijls
in talrijke troepen zullen ontmoeten."--"Onder de hand hoop ik
dezen eens te proeven! Ik verbind mij u een lekker maal te bezorgen
ten koste van dit dier. Mijnheer Kennedy gaat een paar uur jagen,
Mijnheer Samuel zal den ballon nazien en in dien tijd zal ik het eten
gereed maken."--"Dat is goed," antwoordde de doctor, "doe zoo als gij
goedvindt."--"Wat mij betreft," zeide de jager, "ik ga de twee uren
vrijheid besteden, die Joe mij heeft toegestaan."--"Ga mijn vriend,
maar bega geen onvoorzichtigheid. Verwijder u niet te ver."--"Wees
gerust." En Dick ging met zijn geweer het bosch in.

Toen begon Joe zich van zijne taak te kwijten. Hij maakte eerst in de
aarde een gat van twee voet diep en vulde het met droog hout, dat in
overvloed op den grond lag en afkomstig was van de openingen in het
bosch, gemaakt door de olifanten, waarvan men de sporen zag. Het gat
gevuld zijnde, legde hij daarboven op een twee voet hoogen brandstapel
en stak dien in brand. Vervolgens keerde hij naar het lichaam van den
olifant terug, dat nauwelijks op zestig voet afstand van die plaats
was gevallen, hij sneed er den snuit af, die aan het begin bijna twee
voet dik was, koos er het lekkerste gedeelte van en voegde er een der
pooten van het dier bij; dit zijn inderdaad de lekkerste stukken,
even als de bult van den bison, de poot van den beer en de kop van
het wilde zwijn. Toen de brandstapel van binnen en buiten geheel
verteerd was, was het gat, bevrijd van de asch en de kolen, zeer heet;
de stukken van den olifant, omringd door geurige bladeren, werden
op den bodem van dien geïmproviseerden oven gelegd en met heete asch
bedekt, vervolgens maakte Joe een tweeden brandstapel daarover heen,
en toen die verteerd was, was het vleesch gaar. Vervolgens haalde
Joe het uit het fornuis en legde het op groene bladeren en richtte
nu den maaltijd aan op een prachtig grasperk; hij bracht beschuiten,
brandewijn, koffie en putte versch water uit eene naburige beek. Dit
aldus aangerichte maal was inderdaad aanlokkelijk, en Joe dacht,
dat het met nog meer genoegen zou gegeten worden.--"Eene reis
zonder vermoeienis en zonder gevaar!" herhaalde hij, "een maal op
zijn tijd! altijd eene goede hangmat, wat kan men meer vergen? En die
mijnheer Kennedy wilde niet meegaan!" Van zijn kant onderzocht Ferguson
nauwkeurig den luchtballon. Hij scheen niets geleden te hebben, het
taf en de gutta percha hadden verwonderlijk goed weerstand geboden;
toen hij de tegenwoordige hoogte van den grond opnam en de stijgkracht
van den ballon berekende, zag hij met voldoening dat het waterstofgas
niet was verminderd; het omkleedsel bleef tot nu toe ondoordringbaar.

Het was slechts vijf dagen geleden dat de reizigers Zanzibar hadden
verlaten, van de pemmican was nog niets gebruikt, de voorraad beschuit
en verduurzaamd vleesch waren voldoende voor eene lange reis, men
moest dus slechts versch water innemen. De pijpen en de slang schenen
in goeden staat; door hunne geledingen van caoutchouc hadden zij
alle slingeringen van den luchtballon kunnen volgen. Het onderzoek
geëindigd zijnde, bracht de doctor zijne aanteekeningen in orde. Hij
maakte eene vrij goed uitgevallen schets van het omringende veld, met
het lange onafzienbare weiland, het bosch en den ballon onbeweeglijk
hangende boven het lichaam van den ontzettenden olifant. Na twee
uren kwam Kennedy terug met vette patrijzen en een dijstuk van een
oryx, eene soort van gemsbok, die tot de vlugste soort van antilopen
behoort. Joe belastte zich met eene grootere hoeveelheid voorraad
gereed te maken.--"Maar het eten is gereed," zeide hij met zijn
liefelijkst stemgeluid.--

De drie reizigers behoefden slechts op het grasperk te gaan zitten;
men vond de pooten en den snuit van den olifant zeer smakelijk;
men dronk op Engeland, zoo als altoos, en de geur van havanahsigaren
verspreidde zich voor het eerst in deze bekoorlijke streek. Kennedy
at, dronk en praatte voor vier, hij was verrukt en stelde in ernst
aan zijn vriend den doctor voor, zich in dit bosch neer te zetten,
er eene hut van bladeren te maken en de heerschappij der Afrikaansche
Robinsons te beginnen. Het voorstel had geen gevolg, hoewel Joe de
rol van Vrijdag voor zich had willen nemen. Het veld scheen zoo stil,
zoo verlaten, dat de doctor besloot den nacht op de aarde door te
brengen; Joe legde een kring van vuren aan, iets dat noodzakelijk was
tegen de wilde dieren; want de hyena's, jaguars en jakhalzen, gelokt
door het olifantenvleesch, slopen in den omtrek rond. Kennedy moest
herhaaldelijk zijne karabijn lossen op al te stoutmoedige bezoekers;
maar de nacht ging om zonder eenig onaangenaam voorval.



XVIII.

	Karagwah.--Het meer Ukéréoué.--Een nacht op een eiland.--De
	Evenaar.--Overtocht van het meer.--De watervallen.--Gezicht van
	het land.--De bronnen van den Nijl.--Het eiland Benga.--De
	handteekening van Andreas Debono.--Het Paviljoen met de
	wapenen van Engeland.


Des anderen daags ten vijf uur begonnen de toebereidselen tot
het vertrek. Joe brak met dezelfde bijl, die hij gelukkig had
teruggevonden, de slagtanden van den olifant. De Victoria sleepte de
reizigers naar het noord-oosten met eene snelheid van 18 mijlen.

De doctor had den vorigen avond zijn bestek gemaakt door middel van
de hoogste ster. Hij wist dat hij op 2° 40' Zuiderbreedte was, hij
trok talrijke dorpen over zonder zich te bekommeren over de kreten,
door zijne verschijning veroorzaakt, hij teekende den vorm der planten
op, hij stak de hellingen van den Rubemhé over, die bijna even stijl
waren als de toppen van den Ousagara en ontmoette later, te Tenga,
de eerste heuvels van den Karawah, die volgens hem noodzakelijk een
tak van het Maangebergte moet zijn. Maar de oude legende die van
deze bergen de bron van den Nijl maakt, kwam zeer na aan de waarheid,
dewijl zij grenzen aan het meer Ukéréoué, vermoedelijke vergaderplaats
der wateren van de groote rivier.

Van Kafuro, een groot district van inlandsche kooplieden, bemerkte hij
eindelijk aan den horizon dit zoo zeer gezochte meer, dat de kapitein
Speke den 3den Augustus 1858 zag. Samuel Ferguson voelde zich ontroerd;
hij bereikte bijna een der voornaamste punten van zijn onderzoek,
en met den verrekijker voor het oog, verloor hij geen enkelen hoek
van die geheimzinnige streek, die zijn blik aldus beschreef:

Onder hem een over het algemeen uitgemergeld land met nauwelijks eenige
bebouwde gleuven; de grond bedekt met kegels van eene middelmatige
grootte, werd vlak in de nabijheid van het meer; de gerstvelden
vervingen de rijstvelden; daar groeide de weegbree, waaruit de wijn
des lands wordt bereid en de "mwani," eene wilde plant, die tot koffie
dient. De vereeniging van een vijftal ronde hutten, bedekt met stroo,
vormde de hoofdstad van Karagwah.

Men bemerkte gemakkelijk de verbaasde gedaanten van een zeer schoon
ras, van een bruingele kleur. Vrouwen van een buitengewone dikte
sleepten zich voort door de plantages, en de doctor verwonderde
zijne metgezellen ten hoogste, toen hij hun verhaalde dat deze
zwaarlijvigheid, die op hoogen prijs wordt gesteld, verkregen wordt
door eene verplichte levensmanier, bestaande in het gebruik van
zure melk.

Des middags bevond zich de ballon op 1° 45' Zuider breedte, ten een uur
dreef de wind hem naar het meer. Dit meer is door kapitein Speke Nyanza
[36] Victoria genoemd. Op deze plaats mat hij 90 mijlen breedte; aan
het zuidelijk uiteinde vond de kapitein een groep eilanden, die hij
Archipel van Bengalen noemde. Hij zette zijn onderzoek tot Muanza, op
de Oostkust voort, waar hij door den Sultan goed werd ontvangen. Hij
maakte de triangulatie van dit gedeelte van het meer, maar kon geene
schuit krijgen om over te steken noch om het groote eiland Ukéréoué te
bezoeken. Dit eiland is reeds zeer volkrijk, wordt door drie Sultans
bestuurd en schijnt bij laag water slechts een schier-eiland.

De Victoria kwam meer noordelijk aan het meer, tot groote spijt van
den doctor, die liever de benedenste omtrekken had willen bepalen. De
oevers schenen bezet met doornachtige en verwarde struiken, die
letterlijk verdwenen onder millioenen lichtbruine muskieten; dit land
moest onbewoonbaar en onbewoond zijn; men zag troepen rivierpaarden
zich in het riet wentelen of de vlucht nemen onder de witachtige
wateren van het meer.

Dit meer, van boven gezien, bood naar het westen een zeer uitgestrekten
horizon, zoodat het wel eene zee scheen; de afstand tusschen de twee
oevers is groot genoeg dat er geene gemeenschap kan plaats hebben;
en er heerschen talrijke hevige stormen, want de winden woeden hevig
in die verheven en open kom.

De doctor had moeite om zich te richten, hij vreesde naar het oosten
te worden gevoerd, maar gelukkig dreef een luchtstroom hem recht naar
het noorden en des avonds ten zes uur bleef de Victoria stil op een
klein onbewoond eiland, op 0° 30' breedte en 32° 52' lengte op 20
mijlen van de kust.

De reizigers konden het anker aan een boom vasthechten, en daar de
wind tegen den avond bedaard was, bleven zij stil op hunne ankers. Men
kon er niet aan denken om op den grond te gaan; legioenen muskieten
bedekten hier, even als op de oevers van den Nyanza, den bodem met
eene dikke wolk. Joe zelfs kwam van den boom terug met steken bedekt,
maar hij werd niet boos, zoo natuurlijk vond hij dit van de muskieten.

De doctor echter, die er niet zoo over dacht, vierde zooveel
touw als hij kon, om aan die insecten te ontkomen, die met een
verontrustend gegons stegen. Hij bevond de hoogte van het meer
boven het oppervlak der zee, zooals kapitein Speke die bepaald had,
namelijk 3750 voet. "Hier zijn wij dan op een eiland," zeide Joe,
die zich vreeselijk krabde.--"Wij zouden het spoedig omgetrokken,
zijn," antwoordde de jager "en behalve die beminnelijke insecten
bemerkt men er geen levend wezen."--"De eilanden, die in het meer
liggen," antwoordde doctor Ferguson, "zijn om de waarheid te zeggen,
slechts toppen van verdronken heuvels, maar wij zijn gelukkig er
eene schuilplaats te hebben gevonden, want de oevers van het meer
worden door woeste stammen bewoond. Slaapt nu, dewijl de hemel
ons een rustigen nacht belooft."--"Zult gij niet hetzelfde doen,
Samuel?"--"Neen, ik zou geen oog kunnen sluiten, mijne gedachten zouden
mijn slaap verdrijven! Morgen, mijne vrienden, als de wind gunstig
is, zullen wij recht noordwaarts gaan en misschien de bronnen van den
Nijl, dat ondoordringbare geheim, ontdekken. Zoo dicht bij de bronnen
van de groote rivier zou ik niet kunnen slapen." Kennedy en Joe, die
niet zoozeer door wetenschappelijke gedachten werden beziggehouden,
vielen weldra onder de bewaking van den doctor in diepen slaap.

Des Woensdags den 23sten April des morgens ten 4 uur maakte de
Victoria zich gereed om te vertrekken bij donkere lucht; de nacht kon
moeielijk scheiden van de wateren van het meer, dat door een dikken
mist werd omringd, maar weldra dreef een hevige wind deze nevelen uit
elkander. De Victoria slingerde eenige minuten naar verschillende
kanten en ging toen recht noordwaarts. Doctor Ferguson klapte van
vreugd in de handen. "Wij zijn op den goeden weg," zeide hij. "Nu
of nooit zullen wij den Nijl zien, mijne vrienden! hier zullen wij
den evenaar passeeren, wij komen in ons halfrond."--"O!" zeide Joe,
"denkt gij, meester, dat de evenaar hier over heen gaat?"--"Ja,
mijn jongen!"--"Welnu, met uw verlof, het schijnt mij passend hem te
besproeien zonder tijd te verliezen."--"Neem een glas grog," antwoordde
de doctor lachende, "gij hebt eene manier om de wereldbeschrijving
op te vatten, die gansch niet gek is." Dus vierde men in den Victoria
het passeeren van de Linie.

Deze ging snel voort. Men bemerkte in het westen de lage en weinig
oneffen kust, verder op de hoogere vlakten van den Uganda en den
Usoga. De snelheid van den wind werd bijna 30 mijlen in het uur.

De wateren van den Nyanza, hevig beroerd, schuimden als de baren
eener zee. Aan zekere grondgolven, die langen tijd na de windstilte
schommelden, herkende de doctor, dat het meer eene groote diepten
moest hebben, men zag nauwelijks een of twee ruwe schuitjes gedurende
dien snellen overtocht. "Dit meer," zeide de doctor, "is door zijne
verhevene ligging blijkbaar de natuurlijke vergaarbak der rivieren
van Oostelijk Afrika; de hemel geeft het in regen weder wat hij in
dampen aan zijne uitvloeiende wateren ontneemt. Het komt mij zeker
voor, dat de Nijl zijn oorsprong hier moest hebben."--"Wij zullen
het wel zien," hernam Kennedy.

Omtrent negen uur naderde men de Westkust, welke verlaten en met
hout begroeid scheen; de wind sloeg een weinig om naar het oosten,
en men kon den anderen oever van het meer even zien. Deze kromde
zich en eindigde in een zeer stompen hoek, op ongeveer 2° 10'
Noorderbreedte. Aan dit uiteinde van den Nyanza staken hooge bergen
hunne naakte kruinen in de hoogte, maar tusschen hen verschafte eene
diepe en bochtige engte een doorgang aan eene schuimende rivier.

Terwijl hij zijn luchtballon bestuurde, onderzocht doctor Ferguson het
land met gretigen blik. "Ziet," zeide hij, "ziet, mijne vrienden! de
verhalen der oude Arabieren waren juist. Zij spraken van eene rivier
door welke het meer Ukéréoué zich in het noorden ontlastte, en deze
rivier bestaat, wij volgen haren loop en zij stroomt met eene snelheid,
die met de onze kan worden vergeleken! Het water, dat onder onze
voeten wegvloeit, gaat zich zekerlijk vereenigen met de golven der
Middellandsche zee! Het is de Nijl!"--"Het is de Nijl!" herhaalde
Kennedy, die in de verrukking van Samuel Ferguson deelde.--"Leve de
Nijl!" riep Joe uit.

Ontzaglijke rotsen verhinderden hier en daar den loop dezer
geheimzinnige rivier. Het water schuimde en vormde watervallen, die het
vermoeden des doctors bevestigden. Talrijke bergstroomen, schuimende
in hunnen val, ontsproten aan deze omringende bergen, het oog telde hen
bij honderden. Men zag uit den grond dunne stralen water te voorschijn
komen, die elkander kruisten, zich met elkander vereenigden, in
snelheid wedijverden en allen naar die rivier vloeiden.--"Ziedaar den
Nijl," herhaalde de doctor met overtuiging. "De oorsprong van zijn naam
even als de bron zijner wateren, heeft de geleerden hartstochtelijk
bezig gehouden; men heeft hem willen afleiden uit het Grieksch,
het Koptisch, het Sanskriet [37]; maar hieraan is weinig gelegen,
dewijl eindelijk het geheim van zijne bronnen ontdekt is."--"Maar,"
zeide de jager, "hoe kunnen wij ons verzekeren dat deze rivier en die,
welke de reizigers van het noorden hebben herkend, dezelfde is?"--"Wij
zullen zekere, onwederlegbare bewijzen hebben," antwoordde Ferguson,
"als de wind ons nog één uur gunstig blijft."

De bergen verwijderden zich van elkander en maakten plaats voor
talrijke dorpen en velden bezaaid met sesam, dourrah en suikerriet. De
stammen dezer streken toonden zich vijandig, zij schenen eerder tot
toorn dan tot aanbidding geneigd; zij hadden een voorgevoel van gevaren
en niet van goden. Het scheen dat men, naar de bronnen van den Nijl
gaande, hun iets kwam ontnemen. De Victoria moest buiten bereik der
musketten blijven.--"Hier te lande zal het moeielijk gaan," zeide de
Schot.--"Welnu," antwoordde Joe, "des te erger voor deze inlanders,
wij berooven hen van het genoegen met ons te spreken."--"Ik moet
echter dalen," antwoordde doctor Ferguson, "al was het maar voor
een kwartier. Zonder dat kan ik de resultaten van ons onderzoek niet
staven."--"Het is dus noodzakelijk, Samuel?"--"Ja, wij zullen dalen,
al moesten wij geweerschoten lossen."--"De zaak bevalt mij," antwoordde
Kennedy.--"Als gij wilt, meester," zeide Joe, die zich tot het gevecht
gereed maakte.--"Het zal de eerste maal niet wezen, dat men met de
wapens in de hand de wetenschap heeft beoefend; iets dergelijks is
een Fransch geleerde overkomen in de bergen van Spanje, toen hij den
aardschen meridiaan opnam."--"Wees gerust, Samuel; vertrouw op uwe
twee lijfwachten."--"Zijn wij er, mijnheer?"--"Nog niet. Wij gaan
zelfs stijgen om den juisten vorm van het land te herkennen."

Het waterstofgas zette zich uit, en in minder dan tien minuten zweefde
de Victoria op eene hoogte van 2500 voet. Vandaar onderscheidde men
een groot net van rivieren, die de stroom in zijne bedding opnam; er
kwamen meer van het westen, tusschen de talrijke heuvelen, te midden
van vruchtbare velden. "Wij zijn op geen 90 mijlen van Gondokoro,"
zeide de doctor, op zijne kaart wijzende "en op minder dan vijf
mijlen afstands van het punt, bereikt door de onderzoekers van het
noorden. Laat ons voorzichtig de aarde naderen." De Victoria daalde
meer dan 2000 voet. "Mijne vrienden! laat ons nu op, elk toeval
voorbereid zijn."--"Wij zijn gereed," antwoordden Dick en Joe.--"Goed!"

De Victoria volgde weldra de bedding der rivier op nauwelijks
honderd voet hoogte. De Nijl was op die plaats 50 vaam [38] breed
en de inlanders werden oproerig in de dorpen, die hare oevers
omzoomden. Op den tweeden graad vormt hij een waterval van tien voet
hoog, die bijgevolg onoverschrijdbaar is. "Daar is de waterval door
Debono aangewezen," riep de doctor uit. De kom van den stroom werd
breeder en was met talrijke eilanden bezet, die Samuel Ferguson met
den blik als verslond; hij scheen een merk te zoeken, dat hij nog niet
bespeurde. Eenige negers waren in eene schuit onder den ballon naderbij
gekomen. Kennedy begroette hen met een geweerschot, dat, zonder hen te
bereiken, hen noodzaakte spoedig den oever te bereiken.--"Goede reis,"
zeide Joe, "in hunne plaats zou ik het niet wagen terug te komen,
ik zou bevreesd zijn voor een monster, dat naar willekeur den bliksem
slingerde." Plotseling nam de doctor zijn verrekijker en richtte dien
op een eiland in het midden der rivier.--"Vier boomen!" riep hij uit,
"ziet, daar ginds."--Inderdaad er verhieven zich vier boomen aan het
uiteinde.--"Het is het eiland Benga! Ja, het is het wel!" voegde hij er
bij.--"Welnu, wat dan?" vroeg Dick.--"Daar zullen wij nederdalen, als
het God behaagt!"--"Maar het schijnt bewoond, mijnheer Samuel!"--"Joe
heeft gelijk, als ik mij niet bedrieg zie ik daar een twintigtal
inlanders verzameld."--"Wij zullen hen op de vlucht drijven, dat
zal niet moeielijk zijn," antwoordde Ferguson.--"Zoo als gezegd is,"
hernam de jager.

De zon was in het toppunt, de Victoria naderde het eiland. De negers,
die tot den stam van Makado behoorden, slaakten woeste kreten. Een
van hen slingerde zijn hoed van boomschors door de lucht. Kennedy nam
hem tot mikpunt, gaf vuur en de hoed vloog in stukken. Het was eene
algemeene vlucht. De negers wierpen zich in den stroom en zwommen
hem over, van de twee oevers kwam eene hagelbui van kogels en een
regen van pijlen, maar zonder eenig gevaar voor den luchtballon
wiens anker in eene rotsspleet vast zat. Joe liet zich naar beneden
zakken.--"De ladder," riep de doctor, "volg mij, Kennedy."--"Wat wilt
gij doen?"--"Laat ons afdalen, ik moet een getuige hebben."--"Hier ben
ik."--"Joe! pas goed op."--"Wees gerust, mijnheer! ik sta voor alles
in."--"Kom, Dick!" zeide de doctor, voet op den grond zettende. Hij
nam zijn gezel mede naar eene groep rotsen, die zich aan het uiteinde
van het eiland verhieven, daar zocht hij eenigen tijd, doorsnuffelde
de struiken en reet zich de handen open. Eensklaps greep hij den arm
van den jager.--"Zie," zeide hij.--"Letters!"--Inderdaad kwamen twee
letters in de rots gegriffeld geheel te voorschijn. Men las eindelijk:
A. D.

"A. D." hernam doctor Ferguson, "Andrea Debono. De handteekening
van denzelfden reiziger, die het verst den loop van den Nijl
gevolgd is."--"Dit is onbetwistbaar, vriend Samuel!"--"Zijt gij nu
overtuigd?"--"Het is de Nijl! wij kunnen er niet aan twijfelen."

De doctor keek voor de laatste maal naar die kostbare letters, wier
vorm en grootte hij nauwkeurig opteekende. "En nu," zeide hij, "naar
den ballon."--"Spoedig dan, want ik zie eenige inlanders, die zich
gereed maken den stroom weder over te trekken."--"Het kan ons nu weinig
schelen. Als de wind ons eenige uren noordwaarts op drijft, zullen wij
Gondokoro bereiken en de hand onzer landgenooten drukken." Tien minuten
daarna verhief zich de Victoria statig, terwijl doctor Ferguson,
ten teeken van een goeden uitslag, de Engelsche vlag ontrolde.



XIX.

	De Nijl.--De bevende berg.--Herinnering aan het land.--De
	verhalen der Arabieren.--De Nyam-Nyam.--Verstandige
	overleggingen van Joe.--De opstijging van
	luchtballons.--Mevrouw Blanchard.


"Welke richting nemen wij?" vroeg Kennedy, toen hij zijn vriend
het kompas zag raadplegen.--"Noord-noordwest."--"Duivels! dat is
het noorden niet!"--"Neen, Dick, en ik geloof dat wij moeite zullen
hebben om Gondokoro te bereiken; het spijt mij, maar wij hebben de
onderzoekingen van het oosten verbonden met die van het noorden,
wij hebben geen klagen."

De Victoria verwijderde zich langzamerhand van den Nijl.--"Laat ons
den laatsten blik slaan," zeide de doctor, "op die onoverschrijdbare
breedte, welke de onverschrokkenste reizigers niet hebben kunnen
overkomen. Ziedaar die onhandelbare stammen, beschreven door Petherick,
d'Arnaud, Miani en dien jongen reiziger, Lejean, aan wien wij de
beste werken over den Opper-Nijl verschuldigd zijn."--"Dus zijn
onze ontdekkingen in overeenstemming met de voorspellingen der
wetenschap?" vroeg Kennedy.--"Geheel en al. De bronnen der Witte
rivier, van den Bahr-el-Abiad, zijn verborgen in een meer, dat even
groot is als eene zee, daar is zijn oorsprong, de dichtkunst zal er
zonder twijfel bij verliezen; men vooronderstelde zoo gaarne dat die
koning der stroomen een hemelschen oorsprong had; de ouden noemden
hem Oceaan, en men geloofde bijna, dat hij onmiddellijk uit de zon
stroomde; van tijd tot tijd moet men aannemen wat de wetenschap
ons leert, er zullen misschien niet altijd geleerden, maar altijd
dichters zijn."--"Men ziet nog watervallen," zeide Joe.--"Het
zijn de watervallen van Makedo, op drie graden breedte. Niets is
nauwkeuriger! O, hadden wij eenige uren den loop van den Nijl kunnen
volgen!"--"En daar ginds, voor ons uit," zeide de jager, "zie ik een
berg."--"Dat is de berg Logwek, de Bevende Berg der Arabieren; deze
geheele streek is bezocht door Debono, die haar doortrok onder den
naam van Latif Effendi. De stammen in de nabuurschap van den Nijl
zijn elkander vijandig en voeren een verdelgingsoorlog. Gij kunt
gemakkelijk begrijpen welke groote gevaren hij heeft moeten doorstaan."

De wind dreef den ballon naar het noordwesten. Om den berg Logwek
te mijden moest men een meer afwijkenden luchtstroom zoeken.--"Mijne
vrienden!" zeide de doctor, "hier begint onze Afrikaansche doortocht;
tot hiertoe hebben wij slechts de sporen onzer voorgangers gevolgd. Nu
gaan wij ons in geheel onbekende streken begeven, de moed zal ons
niet ontbreken."--"Nooit!" riepen Dick en Joe eenstemmig uit.--"Op
weg dan en dat de Hemel ons bijsta."

Ten tien ure des avonds kwamen de reizigers over holle wegen; wouden en
verspreide dorpen aan de zijde van den Bevenden Berg, wiens hellingen
zij langs trokken. Op dezen gedenkwaardigen dag van den 23sten April
hadden zij, in vijftien uren, door een snellen wind voortgejaagd,
meer dan 315 mijlen doorloopen. Maar dit laatste gedeelte der reis
had bij hen een treurigen indruk achtergelaten, een diep stilzwijgen
heerschte in het schuitje. Was doctor Ferguson verdiept in zijne
ontdekkingen? Dachten zijne twee reisgezellen aan den doortocht van
onbekende streken? Dit was het zeker, vergezeld van de levendigste
herinneringen aan Engeland en verwijderde vrienden. Joe alleen was
onbekommerd, daar hij het zeer natuurlijk, vond dat het vaderland niet
daar was, als het afwezig was, maar hij eerbiedigde het stilzwijgen
van Samuel Ferguson en Dick Kennedy. Ten tien uur des avonds "ankerde"
de Victoria op de hoogte van den Berg [39]; men gebruikte een stevig
maal en allen sliepen beurtelings, onder de hoede van een hunner.

Des anderen daags kwamen vroolijker denkbeelden in hen op; het was
fraai weder en de wind woei uit den goeden hoek; een ontbijt, dat door
Joe zeer werd opgevroolijkt, bracht hen geheel in een goed humeur. De
streek, die zij op dit oogenblik doortrokken, is uitgestrekt; zij
grenst aan het Maangebergte en aan de bergen van Darfour; zij is
ongeveer zoo groot als Europa. "Wij reizen zonder twijfel," zeide de
doctor, "door hetgeen men onderstelt het koningrijk Usoga te zijn;
eenige aardrijkskundigen hebben beweerd, dat er in het midden van
Afrika een uitgestrekt dal bestond, een onmetelijk middelmeer. Wij
zullen zien of dit eenigen schijn van waarheid heeft."--"Maar hoe
heeft men deze onderstelling kunnen maken?" vroeg Kennedy.--"Door de
verhalen der Arabieren. Die menschen zijn goede verhalers, te veel
vertellers misschien. Eenige reizigers, te Kazeh of aan de grootere
Meren, hebben slaven gezien, die van de middelstreken kwamen; zij
hebben hen ondervraagd over hun land, zij hebben die verschillende
berichten vereenigd en daaruit stelsels afgeleid. Onder dit alles
is er altoos iets waars, en, gij ziet het, men bedroog zich niet
ten opzichte van den oorsprong van den Nijl."--"Niets was juister,"
antwoordde Kennedy.--"Door middel van die berichten heeft men gepoogd
kaarten te maken, ik zal ook onzen weg nemen volgens eene daarvan en
haar des noods verbeteren."--"Wordt deze geheele streek bewoond?" vroeg
Joe.--"Zeker, en slecht."--"Ik vermoedde het."--"Deze verstrooide
stammen zijn onder den algemeenen naam Nyam-Nyam bekend, en deze naam
is niets anders dan eene klanknabootsing: hij bootst het geluid van
het kauwen na."--"Volkomen," zeide Joe; "nyam! nyam!"--"Mijn beste
Joe, als gij de onmiddellijke oorzaak van deze klanknabootsing waart,
zoudt gij die niet zoo goed vinden."--"Wat wilt gij zeggen?"--"Dat men
deze volksstammen als menscheneters beschouwt."--"Is dit zeker?"--"Zeer
zeker; men had ook beweerd dat deze inlanders een staart droegen even
als viervoetige dieren, maar men heeft weldra gezien, dat deze staart
behoorde tot de beestevellen, waarmede zij bedekt zijn."--"Des te
erger! een staart is zeer goed om de muskieten te verjagen."--"Dat is
mogelijk, Joe, maar men moet dit tot de fabelen terug wijzen, even als
de hondekoppen, die de reiziger Brun-Rollet aan zekere volksstammen
toekende."--"Hondekoppen? Dat is zeer gemakkelijk om te blaffen en
menscheneter te wezen."--"Wat ongelukkig bewaarheid is, is de woestheid
dier volken, die zeer gretig zijn op menschenvleesch."--"Ik wensch
dat zij niet veel smaak in mijn persoon mogen hebben."--"Meent gij
dat?" zeide de jager.--"Het is zoo, mijnheer Dick. Als ik ooit in
een oogenblik van hongersnood moet worden opgegeten, dan wil ik dat
het zij ten behoeve van u en mijn meester! Maar deze zwarten met mijn
eigen vleesch te voeden, foei! ik zou van schaamte sterven."--"Welnu,
mijn brave Joe," zeide Kennedy, "dat is afgesproken, wij rekenen op
u bij gelegenheid."--"Tot uw dienst, mijne heeren."--"Joe spreekt
zoo," zeide de doctor, "omdat wij voor hem zullen zorg dragen en hem
goed vetmesten."--"Misschien," antwoordde Joe, "de mensch is zoo'n
zelfzuchtig dier."

In den namiddag werd de hemel bedekt met een heeten mist, die uit den
grond opkwam en nauwelijks veroorloofde de voorwerpen op de aarde te
onderscheiden; daarom gaf de doctor, vreezende tegen een of anderen
top te stooten, tegen vijf uur het teeken om stil te houden. De
nacht verliep zonder dat er iets voorviel, maar men moest in deze
diepe duisternis van waakzaamheid verdubbelen. De passaatwind woei
hevig in den morgenstond van den volgenden dag; de wind drong in de
binnenste holten van den ballon, hij slingerde hevig de uiteinden waar
de uitzettingspijpen uitkwamen; men moest deze met touwen vastmaken,
hetgeen Joe zeer behendig deed. Tevens bewerkte het dat de opening
van den luchtballon vast gesloten bleef.--"Dit is voor ons dubbel
belangrijk," zeide doctor Ferguson, "wij vermijden vooreerst het
verlies van een kostbaar gas, vervolgens laten wij om ons heen geene
ontvlambare stof, die ten laatste in brand zou vliegen."--"Dat zou
een leelijk geval zijn," zeide Joe.--"Neen! Het gas zou langzaam
branden en wij zouden met geringe snelheid dalen; een gelijk ongeluk
is overkomen aan eene Fransche luchtreizigster, mevrouw Blanchard;
zij stak haar ballon in brand door vuurwerk af te steken, maar zij
zou niet gevallen en gedood zijn, als haar schuitje niet gestooten had
tegen een schoorsteen, vanwaar zij op de aarde werd geworpen."--"Laat
ons hopen dat niets dergelijks ons gebeuren zal," zeide de jager;
"tot hiertoe schijnt onze tocht niet gevaarlijk en ik zie geen
reden die ons verhindert ons doel te bereiken."--"Ik ook niet, mijn
waarde Dick; overigens zijn de ongelukken meestal veroorzaakt door de
onvoorzichtigheid der luchtreizigers, of door de slechte constructie
van hun toestel. Evenwel rekent men op eenige duizenden opstijgingen
geen twintig ongelukken, die den dood ten gevolge hebben gehad. Wij
moeten dus in dergelijk geval geen voorzorg verwaarloozen."--"Het is
tijd om te ontbijten," zeide Joe: "wij zullen ons tevreden stellen
met verduurzaamd vleesch en koffie, totdat mijnheer Kennedy middel
zal gevonden hebben om ons op een goed stuk wildbraad te onthalen."



XX.

	De hemelsche flesch.--De vijgepalmboomen.--De
	"mammouthboomen."--De oorlogsboom.--Het gevleugelde
	span.--Gevecht van twee volksstammen.--Slachting.--Goddelijke
	tusschenkomst.


De wind werd hevig en onregelmatig, de Victoria, nu eens weder
naar het noorden, dan weder naar het zuiden geslingerd, kon geen
standvastigen luchtstroom ontmoeten. "Wij gaan zeer snel, zonder veel
te vorderen," zeide Kennedy, terwijl hij de herhaalde schommelingen
van den kompasnaald waarnam.--"De Victoria gaat met eene snelheid van
ten minste dertig mijlen per uur," zeide Samuel Ferguson; "zie omlaag,
en gij zult het veld snel onder onze voeten zien verdwijnen. Zie,
dit bosch schijnt ons te gemoet te snellen."--"Het bosch is reeds eene
open plek geworden," antwoordde de jager.--"En de open plek een dorp,"
zeide Joe, eenige oogenblikken later. "Daar zie ik zeer verbaasde
negergezichten."--"Dit is zeer natuurlijk; de Fransche boeren, toen
zij voor de eerste maal een luchtballon zagen, hebben daarop geschoten,
daar zij hem voor een luchtmonster hielden; de negers van Soedan mogen
dan althans wel groote oogen zetten."--Terwijl de Victoria op honderd
voet van den grond een dorp voorbijtrok, zeide Joe: "met uw verlof,
meester, ik zal hun een ledige flesch toewerpen, als zij behouden
aankomt, zullen zij haar aanbidden, als zij breekt, zullen zij van de
stukken talismans maken."--Dit zeggende, wierp hij eene flesch naar
beneden, die in duizend stukken brak, terwijl de inlanders luide
kreten slakende, zich naar hunne ronde hutten begaven.--Een weinig
verder riep Kennedy uit: "Zie eens dien zonderlingen boom! hij is
boven en beneden van eene verschillende soort."--"Mooi!" zeide Joe,
"hier is een land waar de eene boom op den anderen groeit."--"Het
is eenvoudig een stam van een vijgeboom," antwoordde de doctor,
"waarop een weinig groeizame aarde gekomen is; de wind heeft op een
goeden dag een zaadje van een palmboom daarop gewaaid en de palmboom
is opgekomen, als in het veld."--"Eene fraaie manier," zeide Joe;
"die ik in Engeland zal invoeren; dat zal goed staan in de parken van
Londen, zonder te rekenen dat het een middel zou wezen om het aantal
vruchtboomen te vermeerderen; men zou tuinen in de hoogte hebben,
hetgeen alle kleine grondeigenaars zeer zou aanstaan."

Op dit oogenblik moest de Victoria stijgen om een bosch van boomen
over te trekken, die meer dan 300 voet hoog waren, eene soort
van eeuwenheugende banaanboomen.--"Dat zijn prachtige boomen,"
riep Kennedy uit, "ik ken niets zoo schoon als het gezicht van
deze eerwaardige bosschen. Zie eens, Samuel."--"De hoogte van deze
bananen is waarlijk verwonderlijk, mijn waarde Dick, en echter zou zij
geene verwondering wekken in de bosschen van Amerika."--"Hoe! zijn
er nog hooger boomen?"--"Zonder twijfel, onder hen, die wij de
'mammouthsboomen' noemen. In Californië heeft men een cederboom
gevonden van 450 voet hoogte, hetgeen hooger is dan de toren van
het Parlementshuis en zelfs dan de groote piramide van Egypte. Van
onder had hij 120 voet in omtrek en uit de concentrische lagen van
zijn hout maakte men op dat hij meer dan 4000 jaar oud was."--"Maar,
mijnheer! dat is dus niet te verwonderen. Als men 4000 jaar leeft, wat
is dan natuurlijker dan eene zoo schoone lichaamsgestalte te hebben?"

Terwijl de doctor dit verhaalde en Joe had geantwoord, had het bosch
weder plaats gemaakt voor eene groote verzameling hutten, in een
kring rondom een plein geplaatst. In het midden groeide een enkele
boom, en toen Joe hem zag, riep hij uit: "Welnu, als deze 4000 jaar
lang dergelijke bloemen voortbrengt, vind ik het niet zeer mooi van
hem." En hij toonde een reusachtigen wilden vijgeboom, welks, stam
geheel verdween onder eene massa menschenbeenderen; de bloemen, waarvan
Joe sprak, waren pas afgesneden hoofden, opgehangen aan dolken, die in
de schors staken.--"De oorlogsboom der Kannibalen," zeide de doctor;
"de Indianen nemen den schedel de Afrikanen het geheele hoofd."--"Dat
is eene zaak van mode," zeide Joe.

Maar reeds verdween het dorp met de bloedige hoofden aan den horizon,
toen een ander, verder gelegen, een niet minder terugstootend
schouwspel aanbood: half verslonden lijken, geraamten, die in
stof vielen, menschelijke ledematen, hier en daar verstrooid,
waren overgelaten aan de hyena's en jakhalzen.--"Dit zijn zeker
de lichamen der misdadigers, zoo als in Abyssinië het gebruik is;
men geeft ze ten prooi aan de wilde dieren, die hen op hun gemak
verslinden, na hen met één beet gedood te hebben."--"Het is niet
veel wreeder dan de galg," zeide de Schot, "het is smeriger, dat is
alles."--"In de zuidelijke streken van Afrika," hernam de doctor,
"vergenoegt men zich den misdadiger in zijne eigene hut op te sluiten
met zijne beesten en misschien ook zijn huisgezin, men steekt die
in brand en alles verbrandt te zamen. Dat noem ik wreedheid, maar ik
beken met Kennedy, dat, als de galg minder wreed is, zij ten minste
even barbaarsch is."--Joe wees, dankzij het uitmuntende gezicht,
waarvan hij zich zoo goed bediende, eenige troepen vluchtende vogels,
die aan den horizon zweefden.--"Dat zijn arenden," riep Kennedy uit,
na hen met zijn verrekijker herkend te hebben, "prachtige vogels wier
vlucht even snel is als de onze."--"De hemel beware ons voor hunne
aanvallen!" zeide de doctor, "zij zijn voor ons meer te vreezen dan
de wilde dieren of de woeste stammen."--"Bah!" antwoordde de jager,
"Wij zouden hen door geweerschoten verwijderen."--"Ik wil liever,
mijn waarde Dick, tot dit middel mijne toevlucht niet nemen; de
taf van onzent ballon zou geen weerstand bieden; gelukkig geloof ik
dat deze geduchte vogels door onzen luchtballon meer verschrikt dan
aangelokt worden."--"Daar valt mij iets in," zeide Joe, "want heden
krijg ik denkbeelden bij dozijnen: als wij eens een span levende
arenden konden krijgen, dan zouden wij hen voor ons schuitje spannen
en zij zouden ons door de lucht voorttrekken."--"Het middel is wel
eens in allen ernst voorgesteld," antwoordde de doctor, "maar ik
geloof dat het slecht uitvoerbaar is, omdat deze dieren koppig van
aard zijn."--"Men zou hen dresseeren," hernam Joe; "in plaats van
met gebitten zou men hen leiden met ooglappen, die hun het gezicht
beletten; als zij eenoogig waren, zouden zij rechts of links gaan,
blind daarentegen zouden zij stilstaan."--"Veroorloof mij, beste Joe,
de voorkeur te geven aan een gunstigen wind boven uw span van arenden,
dat kost minder voedsel en is veiliger."--"ik veroorloof het u,
mijnheer, maar ik blijf bij mijn denkbeeld."

Het was middag; de Victoria ging sedert eenigen tijd
langzamer. Plotseling treffen kreten en gefluit de ooren der reizigers;
zij bogen zich voorover en zagen in eene opene vlakte een schouwspel
dat hen deed ontroeren. Twee volkstammen vochten verwoed en deden
wolken van pijlen door de lucht vliegen. De strijders, begeerig
om elkander te dooden, bemerkten de aankomst der Victoria niet;
zij waren omtrent 300 in getal; de meesten rood van het bloed
der gekwetsten, waarin zij plasten, vormden een afzichtelijk
schouwspel. Toen de luchtballon verscheen hielden zij een oogenblik
op; het gehuil verdubbelde, eenige pijlen werden naar het schuitje
afgezonden en een daarvan kwam zoo dicht, dat Joe haar met de hand
kon grijpen.--"Laat ons buiten hun bereik stijgen!" riep de doctor
uit! "Geen onvoorzichtigheid mogen wij begaan."

De slachting ging van beide kanten voort met bijl- en sagaaislagen;
zoodra een vijand op den grond lag haastte zich zijne tegenpartij
hem het hoofd af te snijden; de vrouwen, die deelnamen aan het
gevecht, raapten de bloedige hoofden op en stapelden die op aan elk
einde van het slagveld; dikwijls vochten zij om die afzichtelijke
zegeteekenen te veroveren.--"Welk een afgrijslijk tooneel!" zeide
Kennedy met verontwaardiging.--"Het zijn leelijke kerels!" zeide
Joe, "maar als zij eene uniform hadden, zouden zij gelijk zijn
aan alle strijders der wereld."--"Ik heb veel lust om in het
gevecht tusschen beiden te komen," zeide de jager, zijne karabijn
aanleggende.--"Neen! neen!" antwoordde de doctor, "laten wij ons
bemoeien met wat ons aangaat. Weet gij wie gelijk of ongelijk heeft,
dat gij de rol van Voorzienigheid wilt spelen? Laat ons zoo spoedig
mogelijk dit afschuwelijk schouwspel ontvlieden! Als de groote
veldheeren aldus het tooneel hunner daden konden overzien, zouden
zij misschien den lust naar bloed en veroveringen verliezen."

Het opperhoofd van eene dezer woeste partijen onderscheidde zich door
een athletischen lichaamsbouw en eene herkulische kracht; met de eene
hand wierp hij zijne lans in de dichte gelederen zijner vijanden en
met de andere maakte hij eene groote slachting met zijne bijl. Op
een oogenblik wierp hij zijne door bloed rood geverfde sagaai weg,
stortte zich op een gewonde, sneed diens arm met een enkelen slag af,
nam hem met eene hand en, hem aan den mond brengende, begon hij er
gretig in te bijten.--"Welk een afschuwelijk beest!" zeide Kennedy,
"ik kan mij niet langer weerhouden." En de bevelhebber door een
kogel in het voorhoofd getroffen, viel achterover. Bij zijn val
maakte een panische schrik zich van zijne krijgers meester; deze
bovennatuurlijke dood verschrikte hen, terwijl hij den ijver hunner
vijanden aanzette, en in eene seconde was het slagveld door de helft
der strijders verlaten.--"Laat ons hooger op een luchtstroom zoeken,
die ons medevoert," zeide de doctor, "dit schouwspel walgt mij."

Maar hij verwijderde zich niet zoo spoedig of hij kon de overwinnende
stam zien, die zich op de dooden en gekwetsten wierp, zich onderling
dat warme vleesch betwistte en het gretig verslond.--"Dat is
akelig!" zeide Joe.

De Victoria steeg, het gehuil van die razende bende vervolgde
hem eenige oogenblikken, maar eindelijk naar het zuiden gevoerd,
verwijderde hij zich van dit tooneel van bloeddorst en kannibaalsche
wreedheid. Het terrein vertoonde toen afwisselende oneffenheden met
talrijke wateren die naar het oosten liepen; zij stortten zich zonder
twijfel in die uitwateringen van het meer Nû of de Gazellenrivier,
waarvan Guillaume Lejean zulke merkwaardige bijzonderheden heeft
opgeteekend. Toen de nacht kwam, wierp de Victoria het anker uit op
27° lengte en 4° 20' noorderbreedte, na een tocht van 150 mijlen.



XXI.

	Vreemde geruchten.--Een nachtelijke aanval.--Kennedy en Joe
	in den boom.--Twee schoten.--Help! help!--Antwoord in het
	Fransch.--De morgen.--De zendeling.--Het plan van redding.


De nacht was zeer duister. De doctor had het land niet kunnen
herkennen, hij lag vast aan een hoogen boom, dien hij in den donker
nauwelijks kon zien. Volgens zijne gewoonte nam hij de wacht van
negen uur en te middernacht verving Dick hem. "Waak goed, Dick,
waak zorgvuldig."--"Is er iets nieuws?"--"Neen, maar ik heb beneden
ons vreemde geluiden gehoord, ik weet niet waarheen de wind ons heeft
gevoerd; overmaat van onvoorzichtigheid kan niet schaden."--"Gij zult
het gehuil van eenige dieren wel hebben gehoord."--"Neen! het kwam
mij voor iets geheel anders te wezen, kortom, wek ons bij het minste
alarm."--"Wees gerust."

Na voor het laatst oplettend te hebben geluisterd, legde de doctor
zich, toen hij niets hoorde, onder zijn deken en sliep weldra in. De
hemel was met dikke wolken bedekt, maar geen windje bewoog de lucht;
de Victoria, aan een enkel anker vastgehouden, ondervond geene
schommeling. Kennedy op het schuitje geleund, om op de gaspijp te
passen, beschouwde deze sombere stilte; hij zag naar den horizon,
en, zoo als het met onrustige of voorzichtige menschen het geval is,
zijn blik meende soms onzekere flikkeringen te zien. Op een oogenblik
geloofde hij zelfs op tweehonderd schreden iets waar te nemen, maar
het was slechts eene flikkering, en hij zag niets meer. Kennedy stelde
zich gerust en verviel weder in zijne besluitelooze beschouwing,
toen een scherp gefluit de lucht doorkliefde. Was dit het geluid
van een dier, van een nachtvogel? kwam het van menschenlippen? Daar
Kennedy al het hachelijke van hun toestand kende, was hij op het
punt zijne reisgezellen te wekken, maar hij zeide tot zich zelven,
dat in allen gevalle menschen of beesten buiten zijn bereik waren;
hij zag dus zijne wapens na en, met zijn nachtkijker keek hij verder
in de ruimte. Hij meende weldra beneden zich onzekere gedaanten
te zien, die naar den boom slopen; bij een straal der maan, die
als een bliksemschicht van tusschen twee wolken te voorschijn kwam,
herkende hij duidelijk een troep gedaanten, die zich in de duisternis
bewogen. Het avontuur der hondekoppen kwam hem weder voor den geest,
hij legde de hand op den schouder des doctors. Deze werd terstond
wakker.--"Stil," zeide Kennedy, "laat ons zacht spreken."--"Is er
iets?"--"Ja, laat ons Joe wakker maken."--Zoodra deze was opgestaan,
verhaalde de jager wat hij had gezien.--"Nog al deze vervloekte
apen?" zeide Joe.--"Het is mogelijk, maar wij moeten onze voorzorgen
nemen."--"Joe en ik," zeide Kennedy, "zullen langs de ladder naar
den boom af klimmen."--"En in dien tijd," zeide de doctor, "zal ik
mijne maatregelen nemen om spoedig te kunnen opstijgen."--"Dat is
afgesproken."--"Laat ons afdalen," zeide Joe.--"Bedient u slechts
in de uiterste noodzakelijkheid van uwe wapenen," zeide de doctor,
"het is niet noodig onze tegenwoordigheid in deze streken te verraden."

Dick en Joe antwoordden door een teeken. Zij lieten zich zonder gerucht
te maken naar den boom afglijden en plaatsten zich op eenige sterke
takken, waaraan het anker vast zat. Sedert eenige minuten luisterden
zij stil en onbeweeglijk in de bladeren; bij eene zekere kraking van de
schors, die zich deed hooren, greep Joe de hand van den Schot.--"Hoort
gij niet?"--"Ja, het nadert."--"Als het een slang was? Dat gefluit,
dat gij hebt gehoord...."--"Neen, het was iets menschelijks."--"Ik houd
het liever met de wilden, die kruipende dieren staan mij tegen."--"Het
geluid wordt sterker," hernam Kennedy eenige oogenblikken daarna. "Ja,
men klautert naar boven."--"Houd de wacht aan dien kant, ik belast
mij met den anderen."--"Goed."

Beiden bevonden zich afgezonderd op den top van een hoofdtak eens
boababs; de duisternis, nog vermeerderd door de dichte bladeren, was
volkomen; echter zeide Joe, zich naar het oor van Kennedy neigende
en hem het onderste deel van den boom aanwijzende: "Negers."

Eenige woorden op zachten toon gewisseld, werden zelfs door de twee
reizigers gehoord. Joe legde bedaard zijn geweer aan.--"Wacht,"
zeide Kennedy.

Wilden hadden inderdaad den baobab beklommen, zij kwamen van alle
kanten te voorschijn, op de takken kruipende als slangen, langzaam
maar zeker klimmende; zij verrieden zich door een onaangenamen geur
van een stinkend vet. [40] Weldra vertoonden zich twee hoofden aan
de blikken van Kennedy en Joe, op de hoogte van den tak, waarop zij
zaten.--"Geef acht," zeide Kennedy, "vuur!" De twee schoten weerklonken
als en donderslag en stierf weg te midden van kreten van smart. In een
oogenblik was de geheele troep verdwenen. Maar te midden van het gehuil
hoorde men een vreemden, onverwachten kreet! Eene menschelijke stem
had duidelijk deze woorden in het Fransch uitgesproken: "Help! help!"

Kennedy en Joe gingen verbaasd zoo spoedig mogelijk naar het schuitje
terug.--"Hebt gij het gehoord?" zeide de doctor.--"Zonder twijfel! dien
doordringenden kreet: Help! help! Een Franschman in handen dezer
barbaren!"--"Een reiziger."--"Een zendeling misschien!"--"De
ongelukkige," riep de reiziger uit, "men vermoordt, men martelt hem."

De doctor nam het woord, terwijl hij te vergeefs zijne ontroering
trachtte te verbergen, en zeide: "Er valt niet aan te twijfelen,
een ongelukkige Franschman is in handen dezer wilden gevallen. Wij
zullen niet vertrekken, zonder alles te hebben gedaan om hem te
redden; aan onze geweerschoten heeft hij eene ongehoopte hulp,
eene tusschenkomst der Voorzienigheid herkend. Wij zullen die hoop
niet teleurstellen. Zijt gij van mijn gevoelen?"--"Zeker, Samuel,
wij zijn gereed u te gehoorzamen."--"Laat ons dan handelen en als
de morgen aanbreekt, zullen wij trachten hem te ontvoeren."--"Maar
hoe zullen wij die ellendige negers verjagen?" vroeg Kennedy.--"Het
is duidelijk voor mij," zeide de doctor, "aan de wijze waarop zij
gevloden zijn, dat zij de vuurwapens niet kennen; wij moeten dus
ons voordeel doen met hun schrik, maar den dag afwachten om te
handelen, en wij zullen overeenkomstig de gelegenheid der plaats
een reddingsplan beramen."--"Die ongelukkige kan niet ver af zijn,"
zeide Joe, "want...."--"Help! help!" herhaalde de stem, op zwakke
toon.--"Die barbaren!" riep Joe uit. "Als zij hem nu eens nog dezen
nacht dooden."--"Hoort gij, Samuel," hernam Kennedy, de hand van
den doctor vattende, "als zij hem, dezen nacht dooden?"--"Dat is
niet waarschijnlijk; deze volksstammen, mijne vrienden, doen hunne
gevangenen op klaarlichten dag sterven, zij hebben het zonlicht
noodig!"--"Als ik dan van den nacht gebruik maakte," zeide de
Schot, "om naar dien ongelukkige te gaan?"--"Ik vergezel u, mijnheer
Dick."--"Stil, mijne vrienden. Dit voornemen doet uw hart en uwen moed
eer aan, maar gij zoudt ons allen blootstellen en hem dien wij willen
redden nog meer benadeelen."--"Waarom?" vroeg Kennedy. "Deze wilden
zijn verschrikt, verstrooid! Zij zullen niet terugkeeren."--"Dick,
ik bid u, gehoorzaam mij, ik handel voor het algemeen welzijn; als
gij u bij toeval liet verrassen zou alles verloren zijn."--"Maar die
ongelukkige, die wacht! Niemand antwoordt hem, niemand komt hem ter
hulp. Hij zal gelooven dat hij zich vergist heeft, dat hij niets heeft
gehoord."--"Men kan hem geruststellen," zeide doctor Ferguson. En in
't midden der duisternis opstaande maakte hij van zijne hand een
roeper en riep met krachtige stem in de taal van den vreemdeling:
"Wie gij ook zijt, heb vertrouwen! Drie vrienden waken over u!" Een
vreeslijk gehuil antwoordde hem, dat ongetwijfeld het antwoord van
den gevangene verdoofde.--"Men doodt hem! men gaat hem dooden!" riep
Kennedy uit; "onze tusschenkomst heeft slechts gediend om het uur
zijner doodstraf te verhaasten! Wij moeten handelen."--"Maar hoe,
Dick? wat zult gij in deze duisternis doen?"--"O! als het dag
was!" riep Joe uit.--"Welnu, als het dag was?" vroeg de doctor op
zonderlingen toon.--"Niets eenvoudiger, Samuel," antwoordde de jager,
"ik zou op de aarde afdalen en deze ellendelingen met geweerschoten
verstrooien."--"En gij, Joe?" vroeg Ferguson.--"Ik, meester, ik
zou voorzichtiger handelen en den gevangene doen weten, in eene
overeengekomen richting te vluchten."--"Hoe zoudt gij hem dit bericht
doen toekomen?"--"Door middel van dezen pijl, dien ik in de vlucht
heb opgevangen en waaraan ik een briefje zou vasthechten, dewijl die
negers onze taal niet verstaan."--"Uwe plannen zijn onuitvoerlijk,
mijne vrienden, de grootste moeielijkheid voor dien ongelukkige zou
zijn, zich te redden, toegestemd dat hij de waakzaamheid zijner beulen
kon misleiden. Wat u betreft, mijn waarde Dick, met uwe stoutmoedigheid
en gebruik makende van den schrik door onze vuurwapenen veroorzaakt,
zou uw plan misschien gelukken, maar als het mislukte, zoudt gij
verloren zijn en wij zouden twee personen in plaats van een moeten
redden. Neen, wij moeten alle gunstige kansen aan onze zijde brengen
en anders handelen."--"Maar dadelijk," zeide de jager.--"Misschien,"
antwoordde Samuel, op dit woord drukkende.--"Mijn meester, zijt gij dan
in staat deze duisternis te verdrijven?"--"Wie weet het, Joe."--"O! als
gij dat doet, dan roep ik u uit tot den eersten geleerde der wereld!"

De doctor zweeg eenige oogenblikken, hij dacht na. Zijne twee
reisgezellen beschouwden hem met ontroering, zij waren door dezen
buitengewonen toestand opgewonden. Weldra hernam Ferguson het woord:
"Zie hier mijn plan," zeide hij. "Er blijft ons 200 pond ballast,
dewijl de zakken, die wij hebben medegenomen, nog onaangeroerd zijn. Ik
neem aan dat die gevangene, een man die klaarblijkelijk door lijden is
uitgeput, evenveel weegt als een van ons, er zal ons dus nog ongeveer
zestig pond overblijven om weg te werpen, ten einde spoediger te
stijgen."--"Hoe denkt gij dan te handelen?" vroeg Kennedy.--"Zie hier,
Dick, gij zult mij toestemmen dat als het mij gelukt den vreemdeling te
bereiken en ik eene hoeveelheid ballast wegwerp, die gelijk is aan zijn
gewicht, dat ik niets heb veranderd aan het evenwicht van den ballon,
maar dan moet ik, als ik eene snelle opstijging wil bewerkstelligen om
aan deze negers te ontsnappen, krachtiger middelen aanwenden. Als ik
nu deze overmaat van ballast op het gegeven oogenblik wegwerp, ben ik
er zeker van dat wij zeer snel stijgen."--"Dat is duidelijk."--"ja,
maar er is eene zwarigheid, namelijk dat ik, door later te dalen,
eene hoeveelheid gas zal moeten verliezen evenredig met de overmaat
van ballast, die ik heb weggeworpen. Dit gas is eene kostbare zaak,
maar men kan het verlies niet betreuren als het behoud van een
mensch op het spel staat."--"Gij hebt gelijk, Samuel, wij moeten
alles opofferen om hem te redden."--"Laat ons dan handelen en legt
deze zakken zóó op den rand van het schuitje dat zij terstond kunnen
worden weggeworpen."--"Maar die duisternis?"--"Zij verbergt onze
voorbereidselen en zal eerst verdwijnen als die zijn geëindigd. Draagt
zorg alle wapenen onder ons bereik te houden, misschien zullen
wij moeten schieten; wij hebben voor de karabijn één schot, voor
de twee geweren vier schoten, twaalf voor de twee revolvers dat is
in alles zeventien, die in het vierde gedeelte eener minuut kunnen
gelost worden. Maar misschien zullen wij daartoe onze toevlucht niet
behoeven te nemen. Zijt gij gereed?"--"Ja," antwoordde Joe.

De zakken waren gerangschikt, de wapenen gereed.--"Goed," zeide de
doctor. "Houdt een oog over alles. Joe zal den ballast naar beneden
werpen en Dick den gevangene ontvoeren, maar niets gebeure zonder
mijn bevel. Joe, ga eerst het anker losmaken en klim spoedig weder
in het schuitje."--Joe liet zich langs het touw afglijden en kwam na
eenige oogenblikken terug. De Victoria nu vrij geworden zweefde bijna
onbeweeglijk in de lucht. Gedurende dien tijd verzekerde de doctor
zich van eene genoegzame hoeveelheid gas in de mengkist om des noods
de gaspijp te vullen zonder dat het noodig was zijne toevlucht te
nemen tot de werking der Bunsensche batterij; hij nam de twee geheel
geïsoleerde electroden (geleidraden), die dienden tot de ontleding
van het water, weg; vervolgens in zijn reiszak zoekende, haalde hij
er twee koolspitsen uit, die hij aan het uiteinde van iederen draad
bevestigde. Zijne twee vrienden keken hem aan zonder het te begrijpen,
maar zwegen; toen de doctor zijn arbeid verricht had, ging hij midden
in het schuitje overeind staan, nam eene koolspits in iedere hand
en bracht de punten bij elkander. Plotseling zag men een verblindend
licht tusschen de twee koolspitsen; een electriek licht verdreef de
duisternis van den nacht.--"O, meester!" zeide Joe.--"Geen woord,"
zeide de doctor.



XXII.

	Het electrieke licht.--De zendeling.--Ontvoering te midden van
	een lichtstraal.--De lazaristenpriester.--Weinige hoop.--Zorgen
	des doctors.--Een leven van verloochening.--Overtocht van
	een vulkaan.


Ferguson richtte zijn schitterenden lichtstraal naar verschillende
kanten en deed hem stilstaan op eene plaats, waar kreten van schrik
zich deden hooren. Zijne twee reisgezellen wierpen een onderzoekenden
blik daarheen. De baobab, waarboven de Victoria bijna onbeweeglijk
zweefde, verhief zich in het midden eener opene plek; tusschen velden
sesam en suikerriet zag men een vijftigtal lage en kegelvormige
hutten, rondom welke een talrijke stam wemelde. Honderd voet onder den
luchtballon was een paal opgericht. Aan den voet van dien paal lag eene
menschelijke gedaante, een jongeling van hoogstens dertig jaar oud,
met lange zwarte haren, half naakt, mager, bebloed, met wonden bedekt,
en het hoofd op de borst gezonken. Eenige kortere haren op de kruin van
het hoofd toonden nog de plaats van eene half verdwenen tonsuur.--"Een
zendeling! een priester!" riep Joe uit.--"Arme ongelukkige!" antwoordde
de jager.--"Wij zullen hem redden, Dick," zeide de doctor.

De negers, den ballon bemerkende, gelijk aan eene ontzettend
groote komeet met een staart van schitterend licht, werden door
een gemakkelijk te begrijpen schrik aangetast. Op hunne kreten
hief de gevangene het hoofd op. Zijne oogen schitterden van
eene plotselinge hoop en, zonder te begrijpen wat er gebeurde,
strekte hij zijne handen naar deze onverwachte redders uit.--"Hij
leeft! hij leeft!" riep Ferguson uit; "God zij gedankt! Deze wilden
zijn door schrik getroffen! Wij zullen hem redden! Zijt gij gereed,
mijne vrienden?"--"Ja, Samuel."--"Joe, blaas de gasvlam uit."--Het
bevel des doctors werd uitgevoerd. Een bijna onmerkbare wind dreef
den ballon zachtkens boven den gevangene op hetzelfde oogenblik,
dat hij onmerkbaar daalde; tien minuten ongeveer bleef hij zwevende
te midden der lichtgolvingen. Ferguson liet zijn lichtbundel op de
menigte schijnen. De stam, onder den indruk eener onbeschrijfelijke
vrees, verdween langzamerhand in zijne hutten en de paal werd eenzaam
gelaten. De doctor had dus reden gehad te rekenen op de fantastische
verschijning van den ballon, die in deze dikke duisternis licht
verspreidde. Het schuitje naderde den grond. Eenige negers evenwel,
stoutmoediger dan de anderen, begrijpende dat hun slachtoffer hun ging
ontsnappen; kwamen met luide kreten terug; Kennedy nam zijn geweer,
maar de doctor verbood hem te schieten. De priester die geknield
lag, geen kracht hebbende om overeind te staan, was zelfs niet aan
den paal gebonden, want zijne zwakheid maakte dit onnoodig. Op het
oogenblik dat het schuitje bij den grond kwam, beurde de jager,
zijn wapen wegwerpende en den priester om het midden vattende,
hem in het schuitje en op hetzelfde oogenblik wierp Joe plotseling
de tweehonderd pond ballast weg. De doctor dacht nu zeer snel te
stijgen, maar de ballon bleef onbeweeglijk, na drie à vier voet
van den grond te zijn gestegen.--"Wie houdt ons terug?" vroeg hij
op een toon van schrik. Eenige wilden liepen toe, woeste kreten
slakende. "O!" riep Joe uit, naar buiten ziende, "een dezer vervloekte
zwarten hangt onder aan het schuitje!"--"Dick! Dick!" riep de doctor
uit, "de waterbak!" Dick begreep de gedachte van zijn vriend en
een der waterbakken, die meer dan honderd pond woog, opnemende,
wierp hij hem over boord. De Victoria eensklaps verlicht, verhief
zich 300 voet, te midden van het gehuil van den stam, aan welken de
gevangene ontsnapte in een oogverblindend licht.--"Hoezee!" riepen de
twee reisgezellen van den doctor uit. Plotseling rees de ballon op
nieuw tot op 1000 voet hoogte.--"Wat gebeurt er nu?" vroeg Kennedy,
die bijna het evenwicht verloor.--"Het is niets! die schelm laat ons
los," antwoordde Samuel Ferguson bedaard.--En Joe, snel naar buiten
ziende, kon nog den wilde zien, die, met de handen uitgestrekt, in de
ruimte ronddraaiende, weldra op den grond werd verpletterd. De doctor
verwijderde de twee electrieke draden van elkander en de duisternis
hernam haar gebied. Het was een uur 's morgens. De Franschman opende
eindelijk de oogen.--"Gij zijt gered," zeide de doctor.--"Gered;"
antwoordde hij in het Engelsch, met een droevigen glimlach, "gered
van een wreeden dood! Mijne broeders ik dank u, maar mijne dagen,
mijne uren zelfs zijn geteld en ik heb niet lang meer te leven." En de
zendeling verviel weder uitgeput in zijne bezwijming.--"Hij sterft,"
riep Dick uit.--"Neen," antwoordde Ferguson, zich over hem buigende,
"maar hij is zeer zwak; laat ons hem onder de tent leggen."

Zij legden dat vermagerde lichaam, bedekt met litteekens en nog
bloedende wonden, waar het ijzer en het vuur op twintig plaatsen
hunne smartelijke sporen hadden achtergelaten, zachtkens op hunne
dekens. De doctor maakte van zijne zakdoek een weinig pluksel,
dat hij op de wonden legde, na die alvorens gezuiverd te hebben;
dit deed hij met de bekwaamheid van een geneesheer; vervolgens een
opwekkend middel uit zijne verzameling geneesmiddelen nemende, goot
hij daarvan eenige druppels op de lippen van den priester. Deze drukte
zacht zijne handen en had nauwelijks de kracht om te zeggen: "Dank,
dank!" De doctor begreep dat men hem eene volstrekte rust moest laten
genieten; hij deed de zeilen der tent dicht en nam verder het bestuur
van den luchtballon op zich.--Deze, het gewicht van zijn nieuwen gast
medegerekend, was bijna 180 pond lichter geworden, hij bleef dus in
goeden stand zonder hulp van het gas. Bij het eerste morgenlicht dreef
een luchtstroom hem zachtjes naar het west-noord-westen. Ferguson
ging gedurende eenige oogenblikken den in zwijm liggenden priester
beschouwen.--"Mochten wij dien metgezel toch behouden, dien de hemel
ons heeft gezonden!" zeide de jager. "Hebt gij eenige hoop?"--"Ja,
Dick, met eene goede oppassing in eene zoo zuivere lucht."--"Wat
heeft die man al geleden!" zeide Joe ontroerd. "Weet gij dat hij
daar stoutmoediger dingen deed dan wij, door alleen te midden dezer
volksstammen te komen."--"Dat lijdt geen twijfel," antwoordde de
jager.--"Dezen geheelen dag wilde de doctor niet, dat de slaap van
den ongelukkige zou gestoord worden, het was eene lange bezwijming,
afgebroken door eenige pijnlijke zuchten, die Ferguson verontrustten
voor de veiligheid van allen. Des anderen daags 's morgens was de
Victoria nauwelijks naar het westen afgeweken; de dag beloofde fraai
te zijn. De zieke kon met eene luidere stem zijne vrienden roepen. Men
opende de zeilen der tent en hij ademde met volle teugen de zuivere
morgenlucht in."--"Hoe bevindt gij u?" vroeg Ferguson.--"Misschien
beter," antwoordde hij. "Maar u, mijne vrienden, heb ik nog slechts in
een droom gezien! Nauwelijks kan ik mij van het gebeurde rekenschap
geven! Wie zijt gij, opdat ik uwe namen in mijn laatste gebed
niet vergete?"--"Wij zijn Engelsche reizigers," antwoordde Samuel,
"wij hebben beproefd Afrika in een luchtballon door te trekken en op
onze reis hebben wij het geluk gehad u te redden."--"De wetenschap
heeft hare helden," zeide de zendeling.--"Maar de godsdienst
hare martelaars," zeide de Schot.--"Gij zijt zendeling?" vroeg de
doctor.--"Ik ben een priester van de zending der Lazaristen. De hemel
heeft u tot mij gezonden, hij zij daarvoor geprezen! De opoffering
van mijn leven was volbracht! Maar gij komt uit Europa, spreek mij
van Europa, van Frankrijk! Sedert vijf jaren heb ik geene tijdingen
ontvangen."--"Vijf jaren alleen onder deze wilden!" zeide Kennedy
verbaasd.--"Het zijn zielen, die moeten verlost worden, onwetende en
barbaarsche broeders, die alleen door den godsdienst kunnen onderwezen
en beschaafd worden."

Samuel Ferguson, aan den wensch van den zendeling gehoor gevende,
sprak hem veel over Frankrijk. Deze hoorde gretig naar hem en tranen
stroomden uit zijne oogen. De arme jongeling nam beurtelings de handen
van Kennedy en Joe in de zijnen, die van koortshitte brandden; de
doctor bereidde eenige koppen thee voor hem, die hij met graagte dronk;
toen had hij de kracht zich een weinig op te heffen en te glimlachen,
toen hij zich naar een zoo zuiveren hemel zag gevoerd.--"Gij zijt
stoutmoedige reizigers," zeide hij, "en gij zult in uwe onderneming
slagen, gij zult uwe bloedverwanten, uwe vrienden, uw vaderland
wederzien, gij...."

De zwakte van den jongen priester werd toen zoo groot, dat men
hem op nieuw moest doen nederliggen; eene verzwakking van eenige
uren deed hem als dood in de handen van Ferguson liggen. Deze
kon zijne ontroering niet bedwingen, hij gevoelde dat dit leven
langzamerhand verdween. Zouden zij hem dan zoo spoedig verliezen,
dien zij aan den marteldood hadden ontrukt? Hij verbond op nieuw
de verschrikkelijke wonden van den martelaar en moest het grootste
deel van zijn watervoorraad opofferen om zijne brandende ledematen
te verkoelen. Hij paste hem zorgvuldig op. De zieke kwam onder
zijne behandeling langzamerhand tot zich zelven en herkreeg zijn
bewustzijn. De doctor vernam zijne geschiedenis uit afgebroken
woorden.--"Spreek uwe moedertaal," zeide hij, "ik versta die en dat
zal u minder vermoeien."

De zendeling was een arm jongeling van het dorp Aradon in Bretagne;
zijne eerste neigingen deden hem den geestelijken stand aannemen; bij
dit leven van verloochening wilde hij nog het leven van gevaar voegen,
door zich in de orde der zendingpriesters, waarvan St. Vincentius de
Paula de roemrijke stichter was, te doen opnemen; twintig jaar oud
verliet hij zijn land om zich naar de ongastvrije streken van Afrika te
begeven. Vandaar naderde hij, de hinderpalen te boven komende, tegen
ontberingen worstelende, reizende en biddende, tot in het midden der
stammen, die aan de bovenste takken van den Nijl wonen; twee jaren lang
werd zijn godsdienst afgewezen, zijn ijver miskend, zijne liefdadigheid
slecht opgevat; hij bleef gevangen bij een der wreedste stammen
van Nyambarra, ten prooi aan duizend mishandelingen. Maar altijd
onderwees en bad hij. Deze stam verstrooid zijnde, werd hij na een der
talrijke gevechten tusschen stam en stam, voor dood achtergelaten en,
in plaats van op zijne schreden terug te keeren, vervolgde hij zijn
godsdienstigen pelgrimstocht. Zijn rustigste tijd was als men hem voor
gek hield; hij had zich de taal dezer streken eigen gemaakt en hield
godsdienstige vergaderingen. Eindelijk doorreisde hij nog twee lange
jaren die barbaarsche streken, voortgedreven door die bovenmenschelijke
kracht, die van God komt; sedert een jaar woonde hij onder dien stam
der Nyam-Nyam, Barafri genaamd en een der wildste. Toen het opperhoofd
eenige dagen geleden gestorven was, schreef men hem dien onverwachten
dood toe; men besloot hem te slachten; veertig uren duurde reeds zijne
marteling en, zoo als de doctor te recht had voorondersteld, hij moest
op den middag sterven. Toen hij de losbranding der vuurwapenen hoorde,
kreeg de natuur de overhand en hij riep: "Help! help!" Hij geloofde
gedroomd te hebben, toen eene stem van den hemel hem woorden van
troost toesprak.--"Ik betreur dit leven niet," zeide hij, "het behoort
aan God."--"Hoop nog," antwoordde de doctor, "wij zijn bij u, wij
zullen u van den dood redden, even als wij u aan de marteling hebben
ontrukt."--"Ik vraag zooveel niet van den hemel," zeide de priester
gelaten! "Geloofd zij God, dat ik vóór mijn sterven, de vreugde geniet
vriendenhanden te drukken en de taal van mijn land te hooren."

De zendeling werd op nieuw zwakker. De dag ging dus voorbij tusschen
hoop en vrees. Kennedy en Joe wischten zich heimelijk de oogen af. De
Victoria legde weinig wegs af en de wind scheen zijn kostbaren last
te willen sparen. Joe merkte tegen den avond een groot licht op in
het westen. Onder hoogere breedten zou men geloofd hebben, dat het
een noorderlicht was; de hemel scheen in vuur te staan. De doctor
onderzocht oplettend dit verschijnsel.--"Het kan slechts een werkende
vulkaan zijn," zeide hij.--"Maar de wind voert er ons boven," hernam
Kennedy. "Welnu! wij zullen hem op eene genoegzame hoogte overtrekken."

Drie uren daarna bevond zich de ballon in de bergen; zijne juiste
plaats was 24° 15' lengte en 4° 42' breedte; vóór hem stortte een
brandende krater stroomen gesmolten lava uit en wierp rotsblokken
uit tot eene groote hoogte; er waren stroomen vloeibaar vuur, die in
schitterende stralen nedervielen. Het was een prachtig en gevaarlijk
schouwspel, want de wind dreef in eene standvastige richting den
ballon naar dien brandenden dampkring. Dezen hinderpaal, dien men niet
had kunnen afwenden, moest men te boven komen; het gas werd met alle
kracht aangevoerd en de Victoria kwam op 6000 voet hoogte, tusschen
zich en den vulkaan een afstand van meer dan 300 vaam latende. De
priester kon van zijn ziekbed dezen brandenden krater zien, waaruit
met donderend geraas duizend verblindende vuurstralen opstegen.--"Hoe
schoon is dit," zeide hij, "en hoe eindeloos is Gods macht, zelfs in
zijne verschrikkelijkste openbaringen."

Deze uitstorting van brandende lava bedekte de zijden van den berg
met een waar tapijt van vlammen; het onderste gedeelte van den
ballon werd in den nacht verlicht; eene brandende hitte bereikte het
schuitje, en doctor Ferguson haastte zich die gevaarlijke stelling te
verlaten. Tegen 10 uur des avonds was de berg slechts een rood punt
aan den horizon, en de ballon vervolgde rustig zijne reis naar eene
minder hooge luchtstreek.



XXIII.

	Toorn van Joe.--De dood eens rechtvaardigen.--De wacht bij het
	lijk.--Dorheid.--De begrafenis.--De stukken kwarts.--Zinsbedrog
	van Joe.--Een kostbare ballast.--Hoogte-opneming der
	goudbergen.--Begin der wanhoop van Joe.


Een prachtige nacht verspreidde zich over de aarde, de priester
sliep kalm in.--"Hij zal er niet van opkomen," zeide Joe. "Arme
jongeling! nauwelijks dertig jaar!"--"Hij zal in onze armen
ontslapen! Zijne reeds zoo zwakke ademhaling verzwakt nog meer, en
ik kan niets doen om hem te redden," zeide de doctor wanhopig.--"Die
ellendelingen!" riep Joe uit, die van tijd tot tijd plotseling toornig
werd. "En als men bedenkt, dat deze waardige priester nog woorden
heeft gevonden om hen te beklagen, om hen te verontschuldigen en te
vergeven!"--"De hemel geeft hem een goeden nacht, Joe, zijn laatsten
nacht misschien! Hij zal voortaan weinig lijden, en zijn dood zal
slechts een vreedzame slaap zijn."

De stervende sprak eenige afgebroken woorden uit; de doctor naderde,
de ademhaling van den zieke werd belemmerd, hij hijgde naar lucht. De
gordijnen werden geheel geopend en hij ademde met wellust de koeltjes
van den helderen nacht in; de sterren wierpen haar flikkerend licht op
hem, en de maan omgaf hem met hare blanke stralen.--"Mijne vrienden,"
zeide hij met zwakke stem, "ik sterf! Dat God u naar eene goede
haven geleide! dat Hij u voor mij deze schuld van dankbaarheid
betale!"--"Hoop nog," antwoordde Kennedy, "het is slechts eene
voorbijgaande verzwakking. Gij zult niet sterven! Kan men in zoo'n
schoonen zomernacht sterven?"--"De dood is daar," hernam de zendeling,
"ik weet het! Laat mij hem in het gelaat zien! De dood, het begin der
eeuwigheid, is slechts het einde der aardsche zorgen. Leg mij op de
knieën, mijne broeders, ik bid het u!"

Kennedy hief hem op; het was droevig te zien hoe zijne krachtelooze
ledematen ineenkrompen.--"Mijn God! mijn God!" riep de stervende
apostel uit, "heb medelijden met mij!"

Zijn gelaat schitterde. Ver van deze aarde, welker vreugde hij nooit
had gekend, te midden van dezen nacht, die zijn zachtste licht op hem
wierp, op den weg ten hemel, naar welken hij zich verhief als in eene
wonderbaarlijke hemelvaart, scheen hij reeds in een nieuw bestaan te
herleven. Zijn laatste gebaar was eene laatste zegening voor zijne
vrienden van één dag. Hij viel achterover in de armen van Kennedy,
wiens gelaat baadde in tranen. "Dood!" zeide de doctor, zich over hem
buigende, "hij is dood!" En de drie vrienden knielden, om in stilte
te bidden.--"Morgen ochtend," zeide Ferguson na eenige oogenblikken,
"zullen wij hem begraven in de aarde van Afrika, die met zijn bloed
besproeid is."

Gedurende het overige gedeelte van den nacht werd het lijk beurtelings
door de drie reizigers bewaakt en geen woord stoorde deze plechtige
stilte.

Des anderen daags woei de wind uit het zuiden en de Victoria ging vrij
langzaam over eene uitgestrekte bergvlakte; met onvruchtbare kloven en
uitgebluschte kraters; geen enkele druppel water was op deze verdroogde
toppen te vinden; opeengehoopte rotsen, gespleten steenmassaas,
witachtige mergelgroeven, alles toonde eene groote onvruchtbaarheid
aan. Tegen den middag besloot de doctor, om het lijk te begraven,
in een bergkloof neder te dalen, te midden van door een plutonische
uitbarsting ontstane rotsen der eerste vorming; de omringende bergen
moesten hem beschutten en veroorlooven zijn schuitje tot aan den grond
te doen komen, want er was geen boom om het aan vast te leggen. Maar,
zoo als hij aan Kennedy had uitgelegd, hij kon ten gevolge van zijn
verlies van ballast bij de ontvoering van den priester, slechts dalen
door eene geëvenredigde hoeveelheid gas te laten ontsnappen; daarom
opende hij de buitenste klep van den ballon. Het gas stroomde weg en
de Victoria daalde bedaard in de kloof. Zoodra het schuitje de aarde
aanraakte sloot de doctor de klep, Joe sprong op den grond, zich met
de eene hand aan den uitersten rand vasthoudende en met de andere
raapte hij een zeker aantal steenen op, die weldra zijn eigen gewicht
vervingen; toen kon hij zijne twee handen gebruiken en had weldra in
het schuitje meer dan 500 pond steenen opgestapeld, die aan den doctor
en Kennedy veroorloofden op hunne beurt uit te stappen. De Victoria
was in evenwicht en hare stijgkracht was onmachtig om haar te doen
rijzen. Overigens was er geene groote hoeveelheid van deze steenen
noodig, want de rotsblokken door Joe opgeraapt waren buitengewoon
zwaar, hetgeen een oogenblik de oplettendheid van Ferguson gaande
maakte. De grond was bezaaid met kwarts en tot poeder verweerde
rotsen.--"Dit is eene zonderlinge ontdekking," zeide de doctor in zich
zelven.--Gedurende dien tijd gingen Kennedy en Joe op eenige schreden
afstands eene plaats voor den grafkuil zoeken. Het was ondraaglijk heet
in deze bergkloof, waarin zij als in eene soort van fornuis besloten
waren. De middagzon schoot hare brandende stralen op hen neder. Men
moest eerst van den grond de brokken rots, die hem bedekten, wegruimen;
vervolgens werd er eene kuil gegraven, diep genoeg dat de wilde dieren
het lijk niet konden opgraven. Het lichaam van den martelaar werd
eerbiedig daarin nedergelegd en met aarde overdekt. Groote stukken
rots werden daarboven geplaatst als een grafteeken. De doctor bleef
echter onbeweeglijk en verdiept in zijne overdenkingen. Hij hoorde
het roepen zijner reisgezellen niet, hij kwam niet bij hen terug om
eene beschutting tegen de hitte te zoeken.--"Waaraan denkt gij toch,
Samuel?" vroeg Kennedy.--"Aan een vreemd contrast der natuur en een
merkwaardig gevolg van het toeval. Weet gij in welke aarde deze man
van zelfverloochening, deze vrijwillig arme naar de wereld begraven
is?"--"Wat wilt gij zeggen?"--"Deze priester, die gelofte van armoede
had gedaan, rust nu in eene goudmijn."--"Eene goudmijn?" riepen Kennedy
en Joe uit.--"Ja," antwoordde de doctor bedaard. "Deze steenen, die
gij vertrapt alsof zij zonder eenige waarde zijn, zijn zeer zuiver
erts."--"Onmogelijk!" zeide Joe.--"Gij zoudt niet lang behoeven
te zoeken in deze spleten van leisteen, zonder belangrijke klompen
ruw goud te vinden."--Joe wierp zich als een gek op de verspreide
stukken. Kennedy had grooten lust hem na te volgen.--"Wees bedaard,
beste Joe," zeide zijn meester.--"Mijnheer, gij kunt er goed over
praten."--"Hoe, een wijsgeer van uwen stempel."--"Hé! mijnheer, hier
komt geene wijsbegeerte te pas."--"Zie, denk eens na. Waartoe zou
ons al die rijkdom dienen? Wij kunnen hem niet medenemen."--"Niet? nu
nog mooier!"--"Het is wat zwaar voor ons schuitje! Ik aarzelde zelfs
u deze ontdekking mede te deelen, uit vrees van uwe spijt gaande
te maken."--"Hoe!" zeide Joe, "deze schatten achterlaten! Onze
fortuin!"--"Wees voorzichtig, mijn vriend! Gij zoudt de goudkoorts
krijgen! Heeft die doode, dien gij begraven hebt, U niet de ijdelheid
der aardsche dingen geleerd?"--"Dat is alles waar," antwoordde Joe,
"maar goud! mijnheer Kennedy, zult gij mij niet helpen om wat van
deze millioenen op te rapen?"--"Wat zouden wij daarmee doen, mijn
arme Joe?" zeide de jager, die niet kon nalaten te glimlachen.--"Wij
zijn hier niet gekomen om ons fortuin te zoeken en wij moeten haar
niet medebrengen."--"De millioenen zijn wat zwaar," hernam de doctor,
"en men steekt ze niet gemakkelijk in den zak."--"Maar toch," zeide
Joe, "zou men in plaats van zand geen erts voor ballast kunnen
medenemen?"--"Welnu! ik stem er in toe," zeide Ferguson, "maar gij
moet niet boos zijn als wij eenige duizenden ponden ballast over
boord werpen."--"Duizenden ponden!" zeide Joe, "is dat mogelijk,
dat dit alles goud is!"--"Ja, mijn vriend, het is een vergaarbak,
waarin de natuur sedert eeuwen hare schatten heeft opgezameld,
daar is genoeg om geheele landen te verrijken! Een Australië en een
Californië vereenigd in het hart der woestijn!"--"En dat alles zal
nutteloos blijven?"--"Misschien! In alle gevallen zie hier wat ik
doen zal om u te troosten."--"Dat zal moeielijk zijn," antwoordde Joe
bedroefd.--"Hoor. Ik zal de juiste plaats van deze mijn opnemen, en bij
uwe terugkomst in Engeland zult gij het aan uwe medeburgers mededeelen
als gij gelooft, dat zooveel goud hun geluk zal uitmaken."--"Komaan,
meester, ik zie dat gij gelijk hebt, ik onderwerp mij, dewijl er
geen middel is om anders te handelen. Laat ons het schuitje met dit
kostbare erts vullen; wat er na het einde der reis overblijft zal
altoos zooveel gewonnen zijn." Joe ging aan het werk, hij deed het
met ijver en had weldra omtrent 1000 pond stukken kwarts opgestapeld,
waarin het goud besloten is, als in een harden gangsteen. De doctor
zag het glimlachend aan; gedurende dien arbeid nam hij zijne hoogte
en vond voor de plaats van het graf des zendelings 22° 23' lengte en
4° 55' noorderbreedte. Vervolgens een laatsten blik werpende op die
ophooging van den grond, waaronder het lichaam van den ongelukkigen
Franschman rustte, keerde hij naar het schuitje terug. Hij zou
gaarne een eenvoudig en ruw kruis op dit verlaten graf te midden der
woestijnen van Afrika hebben willen plaatsen, maar geen enkele boom
groeide in den omtrek.--"God zal het herkennen," zeide hij tot Kennedy.

Eene ernstige bekommering sloop ook in den geest van Ferguson;
hij zou veel van dit goud hebben gegeven om een weinig water te
vinden, ten einde te vervangen, wat hij had moeten wegwerpen bij
het medevoeren van den neger. Maar dit was onmogelijk in deze dorre
streken; het verontrustte hem, hij moest onophoudelijk zijne gasvlam
onderhouden en hij bevond te kort te komen om den dorst te lesschen,
hij besloot dus geen gelegenheid te laten voorbijgaan om zijn voorraad
te vernieuwen. In het schuitje teruggekomen vond hij het bijna gevuld
met de steenen van den hebzuchtigen Joe en klom er in zonder iets
te zeggen. Kennedy nam zijne gewone plaats en Joe volgde hen, niet
zonder een gretigen blik te slaan op de schatten van de bergkloof. De
doctor ontstak zijne gasvlam, de slang werd warm, een stroom van
gas ontstond binnen weinige minuten, het gas zette zich uit, maar
de ballon ging niet van zijne plaats. Joe zag hem ongerust aan en
zeide niets.--"Joe," zeide de doctor.--Joe antwoordde niet.--"Joe,
hoort gij mij?"--Joe gaf een teeken, dat hij hoorde, maar wilde
niet begrijpen.--"Gij zult mij het genoegen doen," hernam Ferguson,
"eene zekere hoeveelheid van dit erts over boord te werpen."--"Maar,
mijnheer, gij hebt mij toegestaan...."--"Ik heb u toegestaan den
ballast te vervangen, ziedaar alles."--"Echter...."--"Wilt gij dan
eeuwig in deze woestenij blijven?"--Joe sloeg een wanhopigen blik op
Kennedy, maar de jager nam de houding aan van iemand, die er niets
aan kon doen.--"Welnu Joe?"--"Uw gas werkt dan niet?" hernam de
halstarrige.--"Mijne gasvlam is aangestoken, gij ziet het wel! maar
de ballon zal niet opstijgen als gij hem niet een weinig verlicht
hebt."--Joe krabde zich achter de ooren, nam een stuk kwarts,
het kleinste van allen, woog en herwoog het, wierp het omhoog en
smeet het toen weg. De Victoria bewoog zich niet. "Hoe!" zeide
hij, "wij stijgen nog niet?"--"Nog niet," antwoordde de doctor,
"ga voort."--Kennedy lachte. Joe wierp nog een tiental ponden weg,
de ballon bleef steeds onbeweeglijk. Joe verbleekte.--"Mijn arme
jongen," zeide Ferguson, "Dick, gij en ik wegen, als ik mij niet
bedrieg, 400 pond, gij moet u dus van een gewicht ontslaan ten minste
gelijk aan het onze, dewijl het onze plaats verving."--"Vierhonderd
pond wegwerpen!" riep Joe op klaaglijken toon uit.--"En nog iets
meer om ons te doen stijgen. Komaan, moed!"--De waardige jongen,
diepe zuchten lozende, begon den ballon te ontlasten. Van tijd
tot tijd hield hij op. "Stijgen wij?" zeide hij.--"Wij stijgen nog
niet," was het onveranderlijke antwoord.--"Hij beweegt zich," zeide
hij eindelijk.--"Ga voort," zeide Ferguson.--"Hij stijgt, ik ben er
zeker van."--"Ga maar voort," antwoordde Kennedy.--En Joe wanhopig een
laatste stuk nemende wierp het buiten het schuitje. De Victoria steeg
omtrent honderd voet en met behulp van het gas steeg hij weldra boven
de omringende toppen.--"Nu blijft u nog een aardig fortuintje over,
Joe," zeide de doctor, "als wij dezen voorraad tot het einde der reis
kunnen behouden, zijt gij voor uw leven bezorgd."

Joe antwoordde niet en ging op zijn bed van erts liggen.

"Zie, mijn waarde Dick, wat toch de macht van dit metaal vermag op
den besten jongen ter wereld. Welke hartstochten, welke hebzucht,
hoeveel misdaden zou de kennis van zulk eene mijn na zich slepen. Het
is bedroevend." Des avonds was de Victoria negentig mijlen westwaarts
voortgegaan, hij bevond zich toen 1400 mijlen in eene rechte lijn
van Zanzibar.



XXIV.

	De wind gaat liggen.--Men nadert de woestijn.--De
	vermindering van den voorraad water.--De nachten onder den
	evenaar.--Ongerustheid van Samuel Ferguson.--Hoe de toestand
	is.--Krachtige antwoorden van Kennedy en Joe.--Nog een nacht.


De Victoria, vastgemeerd aan een eenzaam staanden en bijna dorren
boom, bracht den nacht in volkomen rust door; de reizigers konden een
weinig slaap genieten, dien zij zoozeer behoefden; de ontroeringen der
verloopene dagen hadden treurige herinneringen achtergelaten. Tegen
den morgen hernam de hemel zijne helderheid en zijnen gloed. De ballon
steeg in de lucht, na eenige vruchtelooze pogingen ontmoette hij
een snelleren luchtstroom, die hem naar het noordwesten voerde. "Wij
vorderen meer," zeide de doctor, "als ik mij niet bedrieg hebben wij
de helft onzer reis in bijna tien dagen volbracht, maar zooals wij
nu gaan zullen wij geheele maanden noodig hebben, om haar ten einde
te brengen. Dit is des te onaangenamer, daar wij bedreigd worden met
gebrek aan water."--"Maar wij zullen het vinden," antwoordde Dick,
"wij zullen toch wel de eene of andere rivier, eene beek, een vijver in
deze groote uitgestrektheid lands ontmoeten."--"Ik wensch het."--"Zou
de schat van Joe onzen gang niet vertragen?"

Kennedy sprak dus om den braven jongen te plagen; hij deed het des
te liever, omdat hij een oogenblik de zinsverbijstering van Joe had
gedeeld, maar daar hij niets had doen blijken, hield hij zich goed,
altoos lachende. Joe wierp een erbarmelijken blik op hem. De doctor
antwoordde niet, hij dacht, niet zonder geheimen schrik, aan de
uitgestrekte woestijnen der Sahara; daar gaan weken voorbij zonder
dat de karavanen een put vinden om den dorst te lesschen. Dus nam hij
met de meeste oplettendheid de minste daling van den grond waar. Deze
bezorgdheden en de laatste gebeurtenissen hadden den gemoedstoestand
der drie reizigers zeer gewijzigd, zij spraken minder en verdiepten
zich meer in hunne eigene gedachten. De waardige Joe was dezelfde
niet meer sedert zijne blikken die massa goud hadden aanschouwd; hij
zweeg; hij beschouwde gretig die opgehoopte steenen in het schuitje,
nu zonder waarde, later onschatbaar. Het gezicht op dit gedeelte van
Afrika was verontrustend, de woestijn vertoonde zich langzamerhand;
er was geen dorp meer, zelfs geene vereeniging van enkele hutten,
de plantengroei hield op. Men zag nauwelijks eenige lage planten,
zooals in de heidegronden van Schotland, een begin van witachtig zand
en vuursteenen, eenige mastikboomen en doornstruiken; te midden dezer
onvruchtbaarheid scheen de oorspronkelijke romp der aarde uit diepe
kloven en scherpe rotsen te bestaan. De verschijnselen van dorheid
gaven doctor Ferguson veel te denken.

Er was geen enkel spoor te vinden van eene karavaan, die zich in
deze woeste streek had gewaagd, zij zou dan zichtbare sporen hebben
achtergelaten, de gebleekte beenderen harer menschen of dieren. Maar
niets. En men gevoelde dat deze akelige streek weldra plaats zou maken
voor onmetelijke zandvlakten. Men kon echter niet terug moest maar
voorwaarts; de doctor wilde niets liever; hij zou een storm gewenscht
hebben om hem over dit land heen te voeren. En er was geen wolkje aan
den hemel! Bij het einde van dezen dag had de Victoria nog geene dertig
mijlen afgelegd. Als er maar geen gebrek aan water ware geweest! Maar
er bleven in alles slechts drie gallons [41] over. Ferguson bestemde
een gallon om den brandenden dorst te lesschen, welke eene hitte van
90° Fahrenheit onverdraaglijk maakte; twee gallons bleven er dus over
voor de gaspijp; zij konden slechts 490 kubieke voet gas voortbrengen;
de gaspijp verteerde ongeveer negen kubieke voet per uur, zij konden
dus slechts nog 54 uren reizen. "Vier-en-vijftig uren," zeide hij tot
zijne reisgezellen. "Maar daar ik vast besloten heb des nachts niet
te reizen, uit vrees van eene beek, eene bron of een poel te missen,
blijven ons nog drie en een halve dag reizen over, en in dien tijd
moeten wij tot elken prijs water vinden. Ik heb gemeend u van dezen
ernstigen toestand te moeten kennis geven, mijne vrienden, want ik
behoud slechts een gallon [42] voor onzen dorst en wij moeten ons op
streng rantsoen stellen."--"Welnu, doe dat," antwoordde de jager,
"maar wij moeten nog niet wanhopen, wij hebben nog drie dagen voor
ons, zegt gij?"--"Ja mijn waarde Dick."--"Welnu! daar ons klagen er
niets aan kan gebeteren zal het binnen drie dagen tijd genoeg zijn een
besluit te nemen, laat ons tot zoolang onze waakzaamheid verdubbelen."

Bij het avondmaal werd het water nauwkeurig afgemeten, de hoeveelheid
brandewijn in den grog werd vermeerderd, maar men moest dit vocht
wantrouwen, daar het eerder geschikt was dorstig te maken dan te
verfrisschen.

Het schuitje rustte gedurende den nacht op eene onmetelijke vlakte, die
eene vrij groote daling had: hare hoogte was nauwelijks 800 voet boven
het oppervlak der zee. Deze omstandigheid gaf den doctor weer eenige
hoop, zij herinnerde hem de vermoedens der aardrijkskundigen omtrent
het bestaan eener groote uitgestrektheid water in het binnenland
van Afrika. Maar als dit meer bestond, moest men er komen en geene
verandering had er aan den strakken hemel plaats. Op een vreedzamen
nacht volgde een heete dag; van de eerste schemering af werd de
temperatuur brandend. Ten vijf ure des morgens gaf de doctor het
teeken tot het vertrek en langen tijd bleef de ballon onbeweeglijk
in den gloeienden dampkring. De doctor zou die vreeslijke hitte
hebben kunnen ontkomen door naar hoogere luchtstreken op te stijgen,
maar daarvoor moest hij eene grootere hoeveelheid water gebruiken,
wat toen onmogelijk was. Hij vergenoegde zich dus zijn luchtballon
op honderd voet hoogte te houden, waar een zwakke luchtstroom hem
naar het westen voerde. Het ontbijt bestond uit een weinig gedroogd
vleesch en pemmican. Tegen den middag had de Victoria nauwelijks
eenige mijlen afgelegd. "Wij kunnen niet sneller gaan," zeide de
doctor, "wij bevelen niet, wij gehoorzamen."--"Mijn waarde Samuel,
hier zou eene locomotief geen ondienst doen."--"Zonder twijfel, Dick,
als wij aannamen dat zij geen water behoefde om zich in beweging
te stellen, want dan zou de toestand precies dezelfde zijn; tot
hiertoe heeft men niets uitvoerbaars uitgevonden; de ballons zijn
nog op dezelfde hoogte als de schepen vóór de uitvinding van den
stoom. Men heeft 6000 jaar besteed tot het uitdenken der schroeven,
wij hebben dus den tijd om te wachten."--"Vervloekte hitte," zeide
Joe, zijn druipend voorhoofd afwisschende.--"Als wij water hadden
zou deze hitte ons een dienst bewijzen, want zij zet het waterstofgas
van den luchtballon uit en maakt een minder sterke vlam in den slang
noodig. Het is waar, dat als wij geen gebrek aan vocht hadden, wij het
niet behoefden te sparen. Vervloekte zwarte, die ons dezen kostbaren
schat heeft gekost."--"Gij hebt toch geen berouw over hetgeen gij
hebt gedaan, Samuel?"--"Neen, Dick, omdat wij een ongelukkige aan een
afgrijsselijken dood hebben kunnen onttrekken. Maar de 100 pond water,
die wij hebben weggeworpen, zouden ons zeer nuttig zijn geweest, wij
zouden daardoor nog twaalf of veertien dagen hebben kunnen reizen
en genoeg hebben om die woestijnen door te trekken."--"Wij hebben
ten minste de helft der reis gemaakt?" vroeg Joe.--"Als afstand,
ja, als tijd neen, als de wind ons in den steek laat! het ziet er
zelfs naar uit als wil hij geheel gaan liggen."--"Komaan, mijnheer,"
hernam Joe, "wij moeten ons niet beklagen; wij zijn er tot heden vrij
wel doorgekomen en wat ik ook doe, ik word nooit wanhopig, wij zullen
water vinden, ik zeg het u."--

De grond werd van mijl tot mijl lager, de golvingen der goudbergen
maakten plaats voor vlakten, verstrooide kruiden vervingen de schoone
boomen van het Oosten, eenige kleine boschjes dor groen worstelden nog
tegen het zand dat de overhand nam, groote rotsen van verre toppen
gevallen, verpletterd in hun val, verspreidden zich als scherpe
keisteenen, die weldra in grof zand en eindelijk in ontzaglijk fijn
stof zouden overgaan.--"Zie hier Afrika, zoo als gij het u voorsteldet,
Joe; ik heb reden om u te zeggen: Heb geduld."--"Welnu, mijnheer,"
antwoordde Joe, "het is ten minste natuurlijk, hitte en zand! het zou
ongerijmd zijn iets anders in een dergelijk land te zoeken." "Ziet
gij?" voegde hij er lachende bij, "ik had geen vertrouwen in uwe
wouden en weilanden, het was iets tegenstrijdigs, het is der moeite
niet waard zoover te gaan om de velden van Engeland te zien. Zie hier
de eerste maal dat ik geloof in Afrika te wezen en ik heb geen spijt
er een proefje van te nemen."

Tegen den avond berekende de doctor dat de ballon op dien heeten dag
geene twintig mijlen had gewonnen; een heete duisternis omgaf hem
toen de zon was ondergegaan. Des anderen daags was het de 1ste Mei,
een Donderdag; maar de dagen volgden elkander met eene vervelende
eentonigheid op; de eene morgen was gelijk aan den andere; de middagzon
wierp hare altijd onuitputtelijke stralen loodrecht neder en de nacht
verdikte in zijne schaduw deze warmte, welke de volgende dag weder
aan den volgenden nacht zou mededeelen. De wind, bijna niet voelbaar,
werd nauwelijks een koeltje en men kon het oogenblik voorspellen dat
hij geheel zou ophouden.

De doctor trachtte tegen deze treurigheid een tegenwicht te stellen;
hij behield zijne kalmte en koelbloedigheid. Met zijn verrekijker
in de hand onderzocht hij alle punten van den horizon; hij zag de
laatste heuvels ongevoelig verdwijnen en den laatsten plantengroei
wegsterven; voor hem strekte zich de onmetelijke woestijn uit. De
verantwoordelijkheid, die op hem rustte, drukte hem zwaar,
hoewel hij niets liet blijken. Deze twee menschen, Dick en Joe,
beide vrienden, had hij met zich genomen, bijna door de kracht van
vriendschap of plicht. Had hij wel gehandeld? Was het niet verboden
wegen beproeven? Beproefde hij op deze reis niet de grenzen van
het onmogelijke te overschrijden? Had God niet voor latere eeuwen
de kennis van dit ondankbare binnenland bewaard? Al deze gedachten
vermenigvuldigden zich in zijn hoofd, zoo als altijd plaats heeft in de
uren van ontmoediging, en door eene onwederstaanbare aaneenschakeling
van gedachten, liet Samuel zich verder voeren dan de rede. Na bepaald
te hebben wat hij niet had moeten doen, vroeg hij zich af wat hij dan
had moeten doen. Zou het onmogelijk zijn op zijne schreden terug te
keeren? Bestonden er geene hoogere luchtstroomen die hem naar minder
dorre streken zouden voeren? Zeker van het doorreisde land, kende
hij het volgende land niet, daarom besloot hij, toen zijn geweten
luide begon te spreken, rondborstig met zijne twee reisgezellen
te spreken, hij legde hun naar waarheid hun toestand bloot, hij
toonde hun aan wat hij gedaan had en wat er overbleef te doen; men
kon slagen, het ten minste beproeven, wat was hun gevoelen?--"Ik
heb geen ander gevoelen dan dat van mijn meester," antwoordde Joe,
"wat hij lijdt zal ik lijden. Waar hij gaat zal ik gaan."--"En gij,
Kennedy?"--"Ik, mijn waarde Samuel, ik ben geen man om wanhopend te
worden; niemand kende beter dan ik de gevaren der onderneming, maar
ik heb ze niet willen zien toen gij hun het hoofd gingt bieden. Ik
behoor u dus geheel toe. In onzen tegenwoordigen toestand is mijn
gevoelen, dat wij tot het einde moeten volhouden. De gevaren om terug
te keeren schijnen mij even groot toe. Dus voorwaarts, gij kunt op
ons rekenen."--"Ik dank u, mijne waardige vrienden," antwoordde de
doctor, wezenlijk bewogen. "Ik verwachtte zulk eene toewijding, maar
ik behoefde deze aanmoedigende woorden. Nog eens, ik dank u." En de
drie mannen drukten elkander hartelijk de hand.

"Hoort mij," hernam Ferguson, "volgens mijne opmetingen zijn wij niet
meer dan drie honderd mijlen van de golf van Guinea, de woestijn kan
dus niet zonder einde zijn, dewijl de kust bewoond, en tot zekere
diepte in het land bekend is. Als het noodig is zullen wij ons
naar dien kant richten en wij moeten eenige oase, een put vinden,
waar wij nieuwen voorraad van water kunnen opdoen. Maar wij hebben
geen wind en zonder dezen worden wij teruggehouden in de kalmte der
lucht."--"Laat ons geduldig wachten," zeide de jager.

Maar ieder onderzocht op zijne beurt te vergeefs de ruimte gedurende
dien eindeloozen dag, zij zagen niets dat eenige hoop kon doen
voeden. De laatste rijzingen en dalingen van den grond verdwenen
bij het ondergaan der zon, wier horizontale stralen lange lijnen van
vuur beschreven op deze onmetelijke vlakte. Het was de woestijn. De
reizigers hadden geene vijftien mijlen afgelegd, terwijl zij, even als
den vorigen dag, 35 kubieke voet gas hadden verbruikt en twee pinten
water van de acht moesten gebezigd worden voor het lesschen van een
brandenden dorst. De nacht ging kalm voorbij, de doctor sliep niet.



XXV.

	Een weinig wijsbegeerte.--Een wolk aan den horizon.--Te midden
	van een mist.--De onverwachte ballon.--De teekens.--Nauwkeurig
	gezicht van den Victoria.--De palmboomen.--Spoor van eene
	karavaan.--De put in de woestijn.


Des anderen daags was de lucht even helder, de dampkring was
heet. De Victoria steeg tot eene hoogte van 500 voet, maar ging
slechts weinig naar het westen. "Wij zijn in de woestijn," zeide
de doctor. "Zie hier de onmetelijke zandvlakte! Welk een vreemd
schouwspel! Welke zonderlinge schikking der natuur! Waarom is daar
ginds die weelderige plantengroei, hier deze groote dorheid en dat
op dezelfde breedte en onder dezelfde zonnestralen?"--"Het waarom
verontrust mij weinig, mijn waarde Samuel, het feit bekommert mij
meer."--"Men moet wel een weinig wijsgeer zijn, mijn waarde Dick,
dat kan geen kwaad."--"Laat ons redeneeren, ik heb daar niets tegen,
wij hebben den tijd, wij gaan nauwelijks vooruit. De wind vreest te
waaien, hij slaapt."--"Dat zal niet aanhouden," zeide Joe, "ik meen
eenige wolken in het westen te zien."--"Joe heeft gelijk," zeide de
doctor.--"Goed," zeide Kennedy, "zou die wolk ons bereiken met een
goeden regen en een goeden wind?"--"Wij zullen zien, Dick."--"Het
is toch Vrijdag, meester, en ik wantrouw de vrijdagen."--"Welnu! ik
hoop dat gij heden van uwe vooroordeelen zult terugkomen."--"Ik
wensch het mijnheer, Dick!" zeide hij, zich het gelaat afdrogende,
"de hitte is eene goede zaak, voornamelijk in den winter, maar in den
zomer moet men er geen misbruik van maken."--"Vreest gij de zonnehitte
niet voor onzen ballon?" vroeg Kennedy aan den doctor.--"Neen, de
gutta percha, waarmede het taf is overtrokken, kan veel grootere hitte
verdragen. Die, waaraan ik het van binnen heb blootgesteld door middel
der slang, is soms 158° Fahrenheit geweest en het bekleedsel schijnt
niet te hebben geleden."--"Eene wolk! eene wezenlijke wolk!" riep
op dit oogenblik Joe uit, wiens scherp gezicht alle verrekijkers
beschaamd maakte.

Inderdaad verhief zich eene dikke en nu zeer duidelijk zichtbare
wolk langzaam boven den horizon; het was eene opeenhooping van
kleine wolken, zij behielden onveranderlijk haren eersten vorm,
waaruit de doctor opmaakte dat daar geen luchtstroom was. Deze
dicht opeengepakte massa was tegen acht uur 's morgens verschenen,
en eerst ten elf uur bereikte zij de schijf der zon, die geheel en al
achter dit dikke scherm verdween; op hetzelfde oogenblik verliet het
onderste gedeelte der wolk den horizon, die nu ten volle verlicht
was.--"Het is slechts eene afzonderlijke wolk," zeide de doctor,
"wij moeten niet te veel op haar rekenen; zie, Dick, hare gedaante
is nog precies dezelfde als dezen morgen."--"Inderdaad, Samuel, er
is regen noch wind, voor ons ten minste."--"Het staat te vreezen,
zij blijft zeer hoog staan."--"Welnu! Samuel, als wij eens die wolk
gingen opzoeken, die boven ons niet wil losbarsten."--"Ik geloof dat
het ons niet veel zal helpen," antwoordde de doctor, "het zal gas en
bijgevolg eene aanzienlijke hoeveelheid water vermorsen zijn."

De doctor zette de vlam van de gaspijp in de spiralen der slang aan,
eene groote hitte ontwikkelde zich en weldra steeg de ballon. Op
ongeveer 1500 voet hoogte ontmoette hij de ondoorschijnende massa der
wolk en kwam in een dikken mist, terwijl hij zich op deze hoogte hield,
maar vond er geen den minsten wind; deze mist scheen zelfs niet eens
vochtig en de voorwerpen aan hem blootgesteld werden nauwlijks nat. De
Victoria, door dien damp omgeven won er misschien een snelleren
gang door, dat was alles. De doctor zag met verdriet het geringe
gevolg zijner handelwijze, toen hij Joe met alle teekens der grootste
verbazing hoorde uitroepen: "Oh!"--"Wat is het dan, Joe?"--"Meester,
mijnheer Kennedy, dat is vreemd!"--"Wat is er dan?"--"Wij zijn
niet alleen hier! er zijn indringers. Men heeft onze uitvinding
gestolen?"--"Wordt hij gek?" vroeg Kennedy.--Joe stelde het standbeeld
der verbazing voor! Hij bleef onbeweeglijk.--"Zou de zon den geest
van dezen armen jongen in de war hebben gebracht?" zeide de doctor
zich tot hem wendende.--"Zult gij mij zeggen?...."--"Zie, mijnheer,"
zeide Joe, een punt in de ruimte aanwijzende.--"Bij St. Patrick!" riep
Kennedy op zijne beurt uit, "dat is ongeloofelijk! Samuel! Samuel,
zie eens!"--"Ik zie," antwoordde de doctor bedaard.--"Een anderen
ballon! andere reizigers zoo als wij!"

Inderdaad zweefde er op twee honderd schreden afstands een
luchtballon met zijn schuitje en zijne reizigers in de lucht; hij
volgde denzelfden weg als de Victoria.--"Welnu!" zeide de doctor,
"er blijft ons slechts over hem teekenen te geven, neem de vlag,
Kennedy, en laat onze kleuren zien."--Het scheen dat de reizigers
in den anderen luchtballon dezelfde gedachte hadden, want dezelfde
vlag herhaalde dezelfde groete met de hand en op geheel dezelfde
wijze.--"Wat beteekent dit?" vroeg de jager.--"Het zijn apen," riep
Joe uit, "zij houden ons voor den gek."--"Dat beteekent," antwoordde
Ferguson lachende, "dat gij zelf dit teeken maakt, mijn waarde Dick,
dat wil zeggen, dat wij zelf in dit tweede schuitje zijn! die ballon
is niet anders dan de Victoria."--"Wat dat betreft, meester, met uw
verlof," zeide Joe, "dat zult gij mij nooit wijs maken."--"Klim op den
rand, Joe, slinger met uwe armen en gij zult zien."--Joe gehoorzaamde,
hij zag onmiddellijk zijne eigene gebaren herhaald.--"Het is slechts
een gevolg van luchtspiegeling," zeide de doctor, "en niets anders,
een eenvoudig optisch verschijnsel; het wordt teweeggebracht
door de ongelijke breking der luchtlagen."--"Welk een merkwaardig
schouwspel!" hernam Kennedy. "Het doet mij genoegen onzen goeden
ballon te zien! Weet gij wel dat hij er goed uitziet en zich statig
houdt?"--"Gij kunt de zaak op uwe wijze uitleggen zoo als gij wilt,"
zeide Joe, "het is evenwel een vreemd verschijnsel."

Maar weldra verdween dit beeld trapsgewijze, de wolken stegen op eene
grootere hoogte, den Victoria verlatende, die niet beproefde haar
te volgen en na een uur verdwenen zij geheel.--De wind, nauwelijks
merkbaar, scheen nog zwakker te worden. De doctor naderde wanhopig
den grond. De reizigers, die door dit voorval aan hunne bekommeringen
waren onttrokken, vervielen weder in treurige gedachten, gekweld
als zij waren door eene verschroeiende hitte. Tegen vier uur wees
Joe een verheven voorwerp aan op de onmetelijke zandvlakte, en hij
kon weldra verzekeren, dat twee palmboomen zich op geringen afstand
verhieven.--"Palmboomen," zeide Ferguson, "dan is er eene fontein, een
put?"--Hij nam zijn verrekijker en verzekerde zich dat de oogen van Joe
zich niet bedrogen.--"Eindelijk," riep hij uit, "water! water! wij zijn
gered, want, hoe weinig wij ook vorderen, wij gaan altijd voorwaarts
en zullen aankomen!"--"Welnu, mijnheer!" zeide Joe, "als wij eens
in afwachting dronken? De lucht is waarlijk verstikkend."--"Laat ons
drinken, mijn jongen."

Niemand liet zich lang noodigen. Een geheele pint werd opgedronken
waardoor hun voorraad tot drie en een halve pint verminderde.--"Hm! dat
doet goed!" zeide Joe. "Het bier van Perkins heeft mij nooit zoo
goed gesmaakt."--"Dat zijn de voordeelen der ontbering," antwoordde
de doctor.

Ten zes uur zweefde de Victoria boven de palmboomen. Het waren
twee dunne en tengere boomen bijna zonder bladeren, meer dood dan
levend. Ferguson beschouwde ze met schrik. Aan hun voet zag men half
uitgespoelde steenen eener put; maar die steenen door de zonnehitte
verkalkt, schenen slechts stof te zijn. Er was zelfs geen schijn
van vocht. Het hart van Samuel kromp in een en hij was op het punt
zijne vrees aan zijne reisgezellen mede te deelen, toen hun geroep
zijne oplettendheid gaande maakte. Ver in het westen zag men eene
rij uitgebleekte beenderen; gedeelten van geraamten omringden de
fontein; eene karavaan was tot hiertoe gekomen, en het bewijs van
haren doortocht leverde deze groote massa beenderen; de zwaksten
waren langzamerhand in het zand gevallen, de sterksten aan deze zoo
gewenschte bron gekomen en hadden een ijsselijken dood gevonden aan
haren rand. De reizigers zagen elkander verbleekende aan.--"Laat
ons niet dalen," zeide Kennedy, "maar dit afgrijsselijke schouwspel
ontvlieden! Daar is geen druppel water."--"Neen, Dick, wij moeten
ons geweten geruststellen. Het is even goed hier den nacht door te
brengen als elders. Wij zullen dezen put tot op den bodem onderzoeken;
er is eene bron geweest, misschien is er iets van overgebleven."

De Victoria daalde neder; Joe en Kennedy plaatsten in het schuitje
de noodige hoeveelheid zand en daalden af. Zij liepen naar den put en
daalden er in langs eene trap die enkel stof was. De bron scheen reeds
lang uitgedroogd. Zij groeven in het drooge zand, er was geen spoor van
vocht.--De doctor zag hen weder opklimmen, zuchtende, ontdaan, bedekt
met een fijn stof, afgemat, ontmoedigd en wanhopig. Hij gevoelde dat
hij van dit oogenblik af moed en kracht voor allen moest hebben. Joe
bracht de stukken van een gebroken pot mede, hij wierp die toornig
onder de op den grond verspreide beenderen. Gedurende het avondmaal
werd er geen enkel woord tusschen de reizigers gewisseld, zij aten
met weerzin. En echter hadden zij nog niet de wezenlijke kwellingen
van den dorst geleden, zij wanhoopten slechts voor de toekomst.



XXVI.

	Honderd-dertien graden.--Overdenkingen van
	den doctor.--Wanhopig zoeken.--De gaspijp
	gaat uit.--Honderd-twee-en-twintig graden.--De
	beschouwing der woestijn.--Eene wandeling in den
	nacht.--Eenzaamheid.--Bezuinigings-ontwerpen van Joe.--Hij
	wil nog een dag wachten.


De weg door den Victoria doorloopen bedroeg geen tien mijlen en
om zich op dezelfde hoogte te houden hadden zij 162 kubieke voet
gas verbruikt. Zaterdag morgen gaf de doctor het teeken tot het
vertrek. "De gaspijp kan nog slechts zes uren werken, als wij in
zes uren geen put of bron hebben gevonden, dan weet God alleen wat
er van ons zal worden."--"Er is dezen morgen weinig wind, meester,"
zeide Joe, "maar hij zal misschien opsteken," voegde hij er bij,
de kwalijk verborgen treurigheid van Ferguson ziende.

IJdele hoop! de lucht was volkomen helder, er heerschte eene van die
kalmten, die in de zeeën onder de keerkringen de schepen hardnekkig
doen stil liggen. De hitte werd ondraaglijk en de thermometer onder
de tent, teekende honderd-dertien graden Fahrenheit. Joe en Kennedy,
naast elkander uitgestrekt, zochten, zoo al niet in den slaap, dan ten
minste in de dommeling hun toestand te vergeten; hunne werkeloosheid
schonk hun een pijnlijken ledigen tijd. De kwellingen van den dorst
begonnen zich wreed te doen gevoelen; de brandewijn, wel verre van
in die dringende behoefte te voorzien, deed die nog toenemen en
verdiende wel den naam van "tijgermelk," dien de inboorlingen van
Afrika hem geven. Er bleef nauwelijks twee pint lauw vocht over;
ieder verslond met zijne blikken deze weinige kostbare druppels en
niemand durfde er zijne lippen mede bevochtigen. Twee pint water te
midden eener woestijn! Toen vroeg doctor Ferguson, verdiept in zijne
overdenkingen, zich af of hij verstandig had gehandeld. "Zou het
niet beter geweest zijn dit water te bewaren, dat hij te vergeefs had
ontleed om zich in den dampkring staande te houden? Hij had een weinig
wegs afgelegd, maar was hij daarom meer gevorderd? Al bevond hij zich
zestig mijlen achterwaarts onder deze breedte, wat kwam dat er op aan,
dewijl het water hem hier ontbrak? De wind, als hij eindelijk opstak,
zou ginds even als hier blazen, hier zelfs minder snel, als hij uit
het oosten kwam! Maar de hoop dreef hem voorwaarts! En echter waren
deze twee gallons water, die te vergeefs verspild waren, voldoende
voor negen dagen oponthoud in deze woestijn. Welke verandering
kon er in die negen dagen plaats hebben! Misschien ook had hij,
dit water behoudende, moeten stijgen door ballast uit te werpen,
met het vooruitzicht gas te verliezen om weder te dalen. Maar het
gas van den ballon was zijn bloed, zijn leven!" Deze overdenkingen
doorkruisten zijn hoofd, dat hij in de handen hield en uren lang
hief hij het niet op.--"Wij moeten eene laatste poging doen," zeide
hij tot zich zelven, omtrent 10 uur 's morgens, "wij moeten voor de
laatste maal een stroom in den dampkring pogen te ontdekken, die ons
medevoert, wij moeten onze laatste hulpbronnen wagen." En terwijl
zijne reisgezellen sluimerden bracht hij het waterstofgas van den
luchtballon op eene hooge temperatuur; deze zette zich uit en steeg
rechtstandig. De doctor zocht vergeefs een koeltje van 100 tot op
5000 voet hoogte, zijn punt van uitgang bleef steeds onder hem, eene
volstrekte windstilte scheen tot de laatste grenzen der inadembare
lucht te heerschen. Eindelijk was het water voor het gas bestemd op,
de gasvlam ging uit, uit gebrek aan gas, de Bunsensche batterij hield
op te werken en de Victoria zich inkrimpende, daalde zachtjes op het
zand neder op dezelfde plaats vanwaar het schuitje was opgestegen. Het
was middag, men was op 19° 35' lengte en 6° 57' breedte, ongeveer 500
mijlen van het meer Tchad, op meer dan 400 mijlen van de westelijke
kusten van Afrika. Op de aarde komende ontwaakten Dick en Joe uit
hunne diepe verdooving. "Wij staan stil," zeide de Schot.--"Het moet,"
zeide Samuel op ernstigen toon.--Zijne reisgezellen begrepen hem. De
grond was toen gelijk met de oppervlakte der zee, en de ballon bleef
in volmaakt evenwicht en volstrekt onbeweeglijk. Het gewicht der
reizigers werd vervangen door een gelijk gewicht zand en zij zetten
voet op de aarde; ieder verdiepte zich in zijne gedachten en uren lang
spraken zij niet. Joe bereidde het avondmaal, bestaande uit beschuiten
en pemmican, waaraan men nauwelijks raakte, een mondvol heet water
voltooide dit treurige maal. Gedurende den nacht waakte niemand, maar
niemand sliep, de hitte was verstikkend. Des anderen daags bleef er
slechts eene halve pint water over; de doctor besloot daarvan slechts
in den uitersten nood gebruik te maken.--"Ik stik," riep Joe weldra
uit, "de hitte verdubbelt. Dat verwondert mij niet," zeide hij na den
thermometer te hebben geraadpleegd, "honderd-veertig graden!"--"Het
zand brandt alsof het uit een oven kwam," antwoordde de jager. "En
geene enkele wolk aan den hemel die als in vuur staat. Het is om gek
te worden."--"Laat ons niet wanhopen," antwoordde de doctor, "op deze
groote hitte volgt meest altijd onder deze breedte een onweder; het
komt met de snelheid des bliksems en ondanks de drukkende helderheid
des hemels kan er in minder dan een uur eene groote verandering
plaats hebben"--"Maar," zeide Kennedy, "dan zou er toch eenig teeken
zijn."--"Welnu," zeide de doctor, "het komt mij voor dat de barometer
eene lichte neiging heeft om te dalen."--"De hemel verhoore u, Samuel,
want hier zijn wij aan den grond genageld als een vogel wiens vleugels
verbrijzeld zijn."--"Met dit onderscheid evenwel, mijn waarde Dick,
dat onze vleugels ongeschonden zijn en ik hoop er mij nog wel van
te bedienen."--"Ha! wind! wind!" riep Joe uit. "Nu kunnen wij ons
naar eene beek, een put begeven en ons zal niets ontbreken, onze
levensmiddelen zijn voldoende en met water zouden wij eene maand
wachten zonder te lijden. Maar de dorst is iets akeligs." De dorst
niet alleen, maar ook de onophoudelijke beschouwing van de woestijn
vermoeide den geest; er was geene oneffenheid in den grond, geen
bergje van zand, geen keisteen om den blik er op te vestigen. Deze
effenheid walgde en veroorzaakte dat onaangename gevoel dat men ziekte
der woestijn noemt. De strakheid van dezen brandenden blauwen hemel
en van dit onmetelijke gele zand verschrikte hem. In dezen brandenden
dampkring scheen de hitte te trillen als boven een brandenden haard;
de geest werd wanhopig door deze kalmte te aanschouwen en zag geene
enkele reden, waarom een zoodanige staat van zaken zou ophouden, want
deze onmetelijkheid is eene soort van eeuwigheid. Ook begonnen de
ongelukkigen onder deze verschroeiende temperatuur de verschijnselen
van zinsbedrog waar te nemen; hunne oogen werden wijder, hun
blik verward. Toen de nacht gekomen was besloot de doctor deze
verontrustende geneigdheid te bestrijden door een snellen loop;
hij wilde deze zandvlakte eenige uren lang doorloopen, niet om te
zoeken, maar om te loopen. "Komt," zeide hij tot zijn gezellen,
"gelooft mij, dat zal u goed doen."--"Onmogelijk," zeide Kennedy,
"ik zou geen stap kunnen doen."--"Ik wil nog liever slapen," zeide
Joe.--"De slaap en de rust zullen u noodlottig zijn, mijne vrienden,
verzet u tegen deze verdooving, komt."

De doctor kon van hen niets verkrijgen en hij vertrok alleen in den
helderen nacht. Zijne eerste schreden waren moeielijk, als van iemand
die verzwakt en het loopen ontwend is, maar hij merkte weldra dat
die oefening hem heilzaam zou zijn en hij ging verscheidene mijlen
westwaarts en zijn geest werd weder kalm, toen hij plotseling duizelig
werd, hij meende aan den rand van een afgrond te zijn, hij voelde zijn
knieën knikken, deze uitgestrekte woestijn verschrikte hem, hij was
het wiskundige punt, het middelpunt van een oneindig grooten cirkel,
dat is: niets! De Victoria verdween geheel in de schaduw. De doctor
werd door eene onoverwinnelijke vrees bevangen, hij, de bedaarde en
stoutmoedige reiziger! Hij wilde op zijne schreden terugkeeren, maar
te vergeefs, hij riep! er was zelfs geene echo om hem te antwoorden
en zijne stem ging in de ruimte verloren even als een steen in een
bodemloozen kolk.... Hij ging afgemat op het zand liggen, alleen--te
midden der groote stilte van de woestijn.

Te middernacht kwam hij tot zich zelven in de armen van zijn getrouwen
Joe; deze, ongerust over de lange afwezigheid van zijn meester,
had zijne voetstappen gevolgd, die in het zand zichtbaar waren,
en had hem bezwijmd gevonden.--"Wat scheelt er aan, meester?" vroeg
hij.--"Het zal niets te beduiden hebben, mijn brave Joe, een oogenblik
van zwakte, dat is alles."--"Het zal inderdaad niets zijn, mijnheer,
maar sta op, steun op mij en laat ons teruggaan naar de Victoria."

De doctor op Joe steunende, sloeg den weg in, dien hij zoo even gevolgd
had.--"Het was onvoorzichtig, mijnheer, men waagt zich zoo niet. Gij
zoudt beroofd hebben kunnen worden," voegde hij er lachende bij.--"Laat
ons ernstig spreken."--"Spreek, ik hoor u."--"Wij moeten volstrekt een
besluit nemen. Onze toestand kan geene dagen meer duren en als er geen
wind komt, zijn wij verloren."--De doctor antwoordde niet.--"Welnu! een
van ons moet zich opofferen voor allen, en het is natuurlijk, dat ik
het zijn zal."--"Wat wilt gij zeggen? Wat is uw voornemen?"--"Zeer
eenvoudig: levensmiddelen medenemen en altijd vooruit loopen totdat
ik ergens aankom, dat kan niet missen. Als in dien tijd de hemel
u een gunstigen wind toezendt, zult gij niet wachten, gij zult
vertrekken. Van mijne zijde, als ik aan een dorp kom, zal ik mij wel
uit den brand helpen met eenige woorden Arabisch, die gij mij zult
opschrijven en ik zal u hulp brengen of het leven verliezen! Wat zegt
gij daarvan?"--"Het is dolzinnig, maar uw braaf hart waardig, Joe,
het is onmogelijk, gij zult ons niet verlaten."--"Wij moeten toch iets
beproeven, mijnheer, dat kan niet schaden, dewijl, ik herhaal het u,
gij op mij niet hoeft te wachten, en ik kan ook slagen."--"Neen, Joe,
wij scheiden niet, dat zou eene smart te meer zijn; het was geschreven
dat het zoo zijn moest en zeer waarschijnlijk dat het later anders zal
zijn. Laat ons dus gelaten wachten."--"Het zij zoo, mijnheer, maar een
ding zeg ik u, ik geef u nog één dag, langer wacht ik niet, heden is
het Zondag, of liever Maandag, want het is één uur in den morgen;
als wij Dinsdag niet vertrekken, zal ik het avontuur beproeven,
ik heb dit onherroepelijk besloten." De doctor antwoordde niet;
weldra kwam hij bij het schuitje terug en nam daarin plaats naast
Kennedy. Deze was zeer stil en sliep niet.



XXVII.

	Vreeslijke hitte.--Zinsbedrog.--De laatste druppels
	water.--Nachten van wanhoop.--Poging tot zelfmoord.--De
	simoem.--De oase.--Leeuw en Leeuwin.


De eerste zorg van den doctor des anderen daags was, den barometer
te raadplegen. Deze was nauwelijks merkbaar gedaald.--"Niets?" zeide
hij tot zich zelven.--Hij ging uit het schuitje en onderzocht het
verder; het was nog dezelfde hitte, dezelfde helderheid.--"Moeten
wij dan wanhopen?" riep hij uit.--Joe in zijne gedachten verzonken
en zijn plan van onderzoek overdenkende, zeide niets. Kennedy stond
op, zeer ziek en ter prooi aan eene verontrustende overspanning; hij
leed vreeslijk van den dorst. Zijne tong en lippen konden nauwlijks
geluid voortbrengen. Er waren nog eenige druppels water, ieder dacht
er aan en gevoelde zich daartoe aangetrokken, maar niemand durfde
eene schrede doen. Deze drie reisgezellen en vrienden zagen elkander
aan met woeste blikken en met een gevoel van beestachtigen lust,
dat vooral bij Kennedy zich vertoonde; zijne sterke bewerktuiging
bezweek spoediger voor die onverdraaglijke ontberingen. Den geheelen
dag was hij ter prooi aan waanzin; hij ging en kwam, schorre kreten
slakende, zich in de vuisten bijtende, gereed zich de aderen te
openen om het bloed er uit te drinken.--"Ach!" riep hij uit, "land
van dorst! gij moogt wel land van wanhoop genoemd worden!" Daarna
verviel hij in eene groote zwakte, men hoorde slechts het gepiep
zijner ademhaling tusschen zijne dorstige lippen. Tegen den avond
werd Joe op zijne beurt door eene soort razernij aangetast; deze
uitgestrekte zandzee kwam hem voor als een onmetelijke vijver met
heldere en doorschijnende wateren, en meer dan eens wierp hij zich
op dien brandenden grond om te drinken en stond op met den mond vol
stof.--"Vervloekt," zeide hij toornig, "het is zout water!"--Toen werd
hij, terwijl Ferguson en Kennedy onbeweeglijk lagen uitgestrekt, door
de onvermijdelijke gedachte overvallen om die enkele druppels water,
die nog waren bewaard, op te drinken. Deze gedachte was sterker dan
hij zelf, hij naderde het schuitje, zich op de knieën voortslepende,
hij verslond de flesch waarin dit vocht was met zijn blik, greep haar
en bracht haar aan zijne lippen. Op dit oogenblik werden de woorden:
Drinken! drinken! op hartverscheurenden toon uitgesproken. Het was
Kennedy, die zich naar hem toe sleepte, hij smeekte om medelijden,
hij bad knielende en weende. Joe, in tranen uitbarstende, gaf hem
de flesch en de ongelukkige dronk haar tot den laatsten druppel
ledig.--"Dank u;" zeide hij. Maar Joe hoorde het niet, hij was even
als de anderen op het zand nedergevallen.

Wat gebeurde er in dien akeligen nacht? niemand weet het. Maar Dinsdag
morgen zagen de ongelukkigen hunne ledematen langzamerhand uitdrogen
onder deze stortbaden van vuur. Toen Joe wilde opstaan was het hem
onmogelijk, hij kon zijn plan niet ten uitvoer brengen. Hij sloeg zijne
oogen rondom zich. In het schuitje beschouwde de doctor, de armen over
de borst gekruist, een denkbeeldig punt in de ruimte met de strakheid
van een waanzinnige. Kennedy was afgrijselijk om aan te zien, hij
slingerde het hoofd rechts en links even als een wild dier in zijne
kooi. Plotseling vestigden zijn blikken zich op zijne karabijn, wier
kolt boven den rand van het schuitje uitstak.--"O!" riep hij uit, zich
door eene bovenmenschelijke poging opheffende. Hij greep het wapen,
hij richtte den loop naar zijn mond.--"Mijnheer! mijnheer!" zeide Joe,
zich op hem werpende.--"Laat mij," zeide de Schot reutelend.--Beiden
worstelden verbitterd.--"Ga heen, of ik dood u!" zeide Kennedy.--Maar
Joe klampte zich krachtig aan hem vast; aldus kampten zij eene minuut
lang zonder dat de doctor hen kon zien; in de worsteling ging de
karabijn plotseling af. Bij die losbranding stond de doctor recht
op als een spook en zag rond. Maar eensklaps wordt zijn blik helder,
zijne hand strekt zich naar den horizon uit en met eene stem, die niets
menschelijks meer had, roept hij uit: "Daar! daar! daar ginds!" Er
was zooveel kracht in zijn gebaar, dat Joe en Kennedy elkander
loslieten en uitzagen. De vlakte bewoog zich even als eene woedende
zee gedurende een storm; golven zand rolden op elkander te midden van
een dik stof, eene ontzettende kolom kwam van het zuidoosten met eene
groote snelheid draaiende, de zon verdween achter eene dichte wolk,
wier lange schaduw zich tot aan den Victoria uitstrekte; de zandkorrels
gleden voort met het gemak van waterdruppels en dit wassende getij
naderde langzamerhand. Een blik van hoop schitterde in de oogen
van Ferguson.--"De Simoem!" riep hij uit.--"De Simoem!" herhaalde
Joe, zonder recht te begrijpen.--"Des te beter," zeide Kennedy met
wanhopige woede, "dan zullen wij sterven."--"Des te beter," hernam
de doctor, "wij zullen leven."--Hij wierp spoedig het zand weg dat
het schuitje bevrachtte. Zijne reisgezellen begrepen hem eindelijk,
voegden zich bij hem en gingen aan zijne zijde zitten.--"En nu, Joe,"
zeide de doctor,"werp nu vijftig pond van uwe erts weg." Joe aarzelde
niet, hij ondervond echter wel eenige teleurstelling. De ballon
steeg. "Het was tijd," riep de doctor uit. De simoem kwam inderdaad
met bliksemsnelheid, een weinig later, en de Victoria zou verpletterd
zijn geworden. De ontzettende hoos bereikte hem bijna, hij werd met
een regen van zand bedekt.--"Nog meer ballast weg!" zeide de doctor
tot Joe.--"Ziedaar," antwoordde deze een groot stuk kwarts wegwerpende.

De Victoria steeg snel boven de hoos, maar werd met eene onberekenbare
snelheid boven deze schuimende zee gevoerd. Samuel, Dick en Joe
spraken niet, zij zagen en hoopten verfrischt door dezen dwarlwind. Ten
drie uur hield die kwelling op; het zand nedervallende, vormde eene
ontelbare menigte bergjes, de hemel werd helder als voorheen. De
Victoria, weder onbeweeglijk geworden, zweefde dicht bij eene oase,
een eiland te midden der zandzee bedekt met groene boomen.--"Het
water is daar!" zeide de doctor.

Terstond de bovenste klep openende, liet hij eenig gas ontsnappen
en daalde zachtjes neder op tweehonderd schreden van de oase. In
vier uren hadden de reizigers 240 mijlen afgelegd. Het schuitje werd
terstond in evenwicht gebracht en Kennedy door Joe gevolgd, sprong op
de aarde.--"Uwe geweren!" riep de doctor uit, "weest voorzichtig." Dick
greep zijn karabijn en Joe een der geweren. Zij naderden spoedig de
boomen en drongen in dit frissche groen door, dat hun overvloedige
bronnen beloofde; zij sloegen geen acht op versche sporen die hier
en daar in den vochtigen grond zichtbaar waren. Plotseling klonk een
gebrul op twintig schreden afstands van hen.--"Het gebrul van een
leeuw?" zeide Joe.--"Des te beter," antwoordde de jager verbitterd,
"wij zullen vechten."--"Voorzichtig, mijnheer Dick! van het leven
van één onzer hangt aller leven af."--Maar Kennedy hoorde hem niet,
hij ging verder met flonkerende oogen, zijne karabijn geladen en
verschrikkelijk in zijne stoutmoedigheid. Onder een palmboom stond
een leeuw met zwarte manen in aanvallende houding. Nauwlijks had hij
den jager bemerkt, of hij sprong vooruit, maar hij was nog niet op den
grond gekomen of reeds werd hij door een kogel in het hart getroffen;
hij viel dood neder.--"Hoezee!" schreeuwde Joe. Kennedy snelde op
den put toe, begaf zich op de glibberige trappen en strekte zich
bij een frissche bron uit, waarvan hij gretig het vocht opslurpte;
Joe volgde hem na en men hoorde slechts het geklap der tong van
menschen die hun dorst lesschen.--"Laat ons oppassen, mijnheer
Dick," zeide Joe adem halende, "en niet te veel drinken." Maar Dick
ging voort met drinken, zonder te antwoorden. Hij dompelde hoofd
en handen in dit weldadige water. "En mijnheer Ferguson?" zeide
Joe.--Dit enkele woord bracht Kennedy tot zich zelven; hij vulde
eene flesch, die hij had medegebracht, en steeg de trappen van den
put op, maar bleef als versteend staan. Een ontzaglijk lichaam sloot
de opening. Joe, die Dick volgde, moest met hem teruggaan. "Wij zijn
opgesloten."--"Dat is onmogelijk! Wat beteekent dit?"--Dick eindigde
niet, een vreeslijk gebrul deed hem begrijpen met welken nieuwen
vijand hij te doen had.--"Een andere leeuw!" riep Joe uit.--"Neen,
eene leeuwin! Ah! vervloekt beest! wacht," zeide de jager, haastig
zijne karabijn ladende. Een oogenblik daarna gaf hij vuur, maar
het dier was verdwenen.--"Voorwaarts!" zeide hij.--"Neen, mijnheer
Dick, neen, gij hebt haar niet gedood, in dat geval zou haar lichaam
hierheen gerold zijn, zij is daar, gereed om op den eersten van ons,
die verschijnen zal, los te springen, en die is verloren."--"Wat te
doen? Wij moeten hier toch uit, Samuel wacht ons."--"Laat ons het
dier lokken, neem mijn geweer en geef mij uwe karabijn."--"Wat is uw
voornemen?"--"Gij zult 't zien."--Joe, zijn linnen vest uittrekkende,
maakte het vast aan het bovenste deel van het wapen en bood het als
lokaas boven de opening aan. Het woedende dier wierp zich daarop,
Kennedy wachtte het in het voorbij gaan op en verpletterde zijn
schouder met een kogel. De brullende leeuwin rolde op de trap. Joe
omverwerpende. Deze meende reeds de vreeslijke pooten van het dier
in zijn lichaam te voelen slaan, toen een tweede schot losbrandde en
doctor Ferguson aan de opening verscheen met zijn nog rookend geweer
in de hand. Joe stond haastig op, sprong over het lichaam van het
dier en gaf zijn meester de met water gevulde flesch over. Haar aan
zijne lippen te brengen en half te ledigen was voor Ferguson het werk
van een oogenblik, en de drie reizigers dankten uit den grond huns
harten de Voorzienigheid, die hen zoo wonderbaarlijk had gered.



XXVIII.

	Aangename avond.--De keuken van Joe.--Verhandeling over rauw
	vleesch.--Geschiedenis van James Bruce.--Het bivouak.--De
	droomen van Joe.--De barometer daalt.--De barometer
	rijst.--Toebereidselen tot het vertrek.--De orkaan.


De avond was heerlijk en ging voorbij onder het lommer van
minosaas, na een versterkend maal; de thee en grog werden er niet
gespaard. Kennedy had deze kleine ruimte in alle richtingen doorkruist,
en alle struiken onderzocht; onze reizigers waren de eenige levende
wezens van dit aardsche paradijs; zij strekten zich op hunne dekens
uit en brachten een rustigen nacht door, die hun de geleden smarten
deed vergeten. Des anderen daags, den 7den Mei, schitterde de zon
in al haren glans, maar hare stralen konden het dikke lommer niet
doordringen. Daar er levensmiddelen genoeg waren, besloot de doctor
op deze plaats een gunstiger wind af te wachten. Joe had er zijne
draagbare keuken heengebracht en deed verscheidene keukenoefeningen,
het water zorgeloos verkwistende.--"Welk eene vreemde opeenvolging
van smart en vreugde!" riep Kennedy uit, "deze overvloed, na die
ontbering, deze weelde volgende op die ellende! Ik was bijna gek
geworden!"--"Mijn waarde Dick," zeide de doctor, "zonder Joe zoudt
gij nu niet redeneeren over de onstandvastigheid der menschelijke
zaken."--"Brave vriend!" zeide Dick, Joe de handen toereikende.--"Het
heeft niets te beduiden," antwoordde deze. "Ik hoop echter niet dat
de gelegenheid zich zal aanbieden, dat gij mij denzelfden dienst
bewijst."--"Hoe arm is onze natuur, dat zij zich door zoo weinig laat
ter nederslaan."--"Door zoo weinig water, wilt gij zeggen, meester,
dit moet toch wel noodzakelijk zijn voor het leven."--"Zonder twijfel,
Joe, en de menschen zonder eten zouden langer kunnen leven dan zonder
drinken."--"Ik geloot het, en des noods eet men wat men ontmoet,
zelfs zijns gelijke, hoewel dit eenmaal moet wezen, dat u langen
tijd zal heugen."--"De wilden doen het toch," zeide Kennedy.--"Ja,
maar dat zijn wilden, die gewoon zijn rauw vleesch te eten, mij zou
het zeer tegenstaan."

"Het is inderdaad zoo tegennatuurlijk," antwoordde de doctor,
"dat niemand geloof heeft willen slaan aan de verhalen der eerste
reizigers in Afrika; deze verhalen, dat verscheidene volksstammen zich
met rauw vleesch voedden, en men hechtte daaraan in het algemeen geen
geloof. Onder deze omstandigheden overkwam een zonderling avontuur
aan James Bruce."

"Verhaal ons dat, mijnheer, wij hebben den tijd om naar u te
luisteren," zeide Joe, zich met wellust op het frissche gras
uitstrekkende.

"Gaarne. James Bruce was een Schot uit het graafschap Stirling, die
van 1768 tot 1772 geheel Abyssinië tot aan het meer Tyana doorreisde,
om de bronnen van den Nijl te zoeken; hij kwam in Engeland terug, waar
hij eerst in 1790 zijne reizen door den druk bekend maakte. Zijne
verhalen werden met groot ongeloof ontvangen, een ongeloof dat
zonder twijfel ook de onzen wachten. De gewoonten der Abyssiniërs
schenen zoo zeer verschillend van de Engelsche, dat niemand ze wilde
gelooven. Onder andere bijzonderheden had James Bruce verzekerd dat
de volken van Oostelijk Afrika rauw vleesch aten; dit joeg iedereen
tegen hem in het harnas."--"Hij kon er gemakkelijk van spreken," zeide
men, "men zou het niet gaan onderzoeken." Bruce was zeer moedig en
oploopend. Deze twijfelingen verbitterden hem ten hoogste. Eens kwam
een Schot, in een salon van Edinburg, in zijne tegenwoordigheid weder
op de dagelijksche spotternijen terug en, wat het rauwe vleesch betrof
verklaarde hij ronduit, dat de zaak noch mogelijk noch waar was. Bruce
zeide niets, hij ging uit het vertrek en kwam eenigen tijd daarna
terug met een rauwen biefstuk, op de Afrikaansche wijzen gezouten en
gepeperd. "Mijnheer," zeide hij tot den Schot, "als gij twijfelt aan
eene zaak, die ik heb verhaald, hebt gij mij eene groote beleediging
aangedaan, en als gij haar onuitvoerbaar acht, hebt gij u bedrogen. En
om het aan allen te bewijzen, zult gij terstond een rauwen biefstuk
opeten, of mij voldoening geven voor uwe woorden." De Schot werd bang
en gehoorzaamde niet zonder tegenzin. Toen voegde James Bruce er met
de grootste koelbloedigheid bij: "Als men aanneemt dat de zaak niet
waar is, mijnheer, zult gij niet meer beweren, dat zij onmogelijk is."

"Goed geantwoord," zeide Joe. "Als de Schot eene indigestie had
gekregen, zou hij niets meer hebben gehad dan hij verdiende en als men,
bij onze terugkomst in Engeland onze reis in twijfel trekt...."--"
Welnu! wat zult gij dan doen? Joe."--"Ik zal de ongeloovigen de
stukken van den Victoria zonder zout en peper laten opeten!"

Iedereen begon te lachen om Joe. De dag ging met aangename gesprekken
voorbij, met de kracht herleefde de hoop, de moed. Het verledene
verdween voor de toekomst. Joe zou deze bekoorlijke verblijfplaats
niet hebben willen verlaten; zij was het rijk zijner droomen, hij vond
zich te huis; zijn meester moest hem de juiste plaats opgeven en met
grooten ernst schreef hij in zijn zakboekje, 15° 43' lengte en 8° 32'
breedte. Kennedy had slechts spijt dat hij in dit kleine woud niet kon
jagen; volgens hem was er te veel gebrek aan wilde dieren. "Echter,
mijn waarde Dick," hernam de doctor, "vergeet gij spoedig dien leeuw
en die leeuwin?" "Dat!" zeide hij met de verachting van een waar
jager voor het neergeschoten dier! "Maar hunne tegenwoordigheid in
deze oase kan doen vermoeden dat wij niet ver van vruchtbare streken
verwijderd zijn."--"Dit is een zwak bewijs, Dick; deze dieren,
door honger of dorst gedreven, leggen soms groote afstanden af; den
volgenden nacht zullen wij zelfs zeer wel doen zorgvuldiger te waken
en vuren te ontsteken."--"In deze temperatuur," zeide Joe. "Maar, als
het noodig is, zullen wij het doen. Het zal mij echter zeer spijten dit
fraaie hout, dat ons van zooveel nut is geweest, te verbranden."--"Wij
zullen oppassen het niet in brand te steken," antwoordde de doctor,
"opdat anderen er eene toevlucht zullen kunnen vinden te midden der
woestijn."--"Men zal er op passen, mijnheer, maar denkt gij dat deze
oase bekend is?"--"Zeker. Het is een rustplaats voor de karavanen,
die het midden van Afrika bezoeken, en hun bezoek zou er wel eens
niet aangenaam kunnen zijn, Joe."--"Zijn er hier nog meer van die
afschuwelijke Nyam-Nyam?"--"Zonder twijfel; het is de algemeene
naam van al deze volken, en onder hetzelfde klimaat moeten dezelfde
stammen dezelfde gewoonten hebben."--"Pouah!" zeide Joe. "Maar alles
bijeengenomen is het heel natuurlijk. Als wilden een smaak als heeren
hadden, waar zou het verschil dan zijn? Bij voorbeeld, zie daar brave
lieden, die zich niet zouden laten noodigen, om den biefstuk van
den Schot en zelfs den Schot op den koop toe te verslinden." Na deze
verstandige opmerking ging Joe het hout voor den nacht opstapelen. De
voorzorg was echter onnoodig, en beurtelings genoten zij een diepen,
vreedzamen slaap. Des anderen daags veranderde het weder nog niet;
het bleef even schoon. De ballon bleef onbeweeglijk, zonder dat een
schommeling een koeltje verried. De doctor begon verder ongerust
te worden; als de reis zoo veel langer moest duren, zouden zij geene
levensmiddelen genoeg hebben. Na uit gebrek aan water bijna bezweken te
zijn, zouden zij van honger moeten omkomen. Maar hij stelde zich weder
gerust, toen hij eene aanmerkelijke daling van den barometer waarnam;
er waren blijkbare teekenen van eene aanstaande verandering in den
dampkring; hij besloot dus zich tot het vertrek gereed te maken om
van de eerste gelegenheid gebruik te maken; beide bakken werden geheel
gevuld. Hij moest ook het evenwicht in den luchtballon herstellen en
Joe was verplicht een aanzienlijk deel van zijn kostbaar erts op te
offeren. Met de gezondheid was zijne eerzucht weergekeerd; hij keek
herhaalde malen onvriendelijk voordat hij zijn meester gehoorzaamde,
maar deze bewees hem, dat hij een zoo groot gewicht niet kon optillen,
hij gaf hem de keus tusschen het water of het goud; Joe aarzelde niet
meer en wierp eene groote hoeveelheid kwarts in het zand.--"Dat is voor
hen, die na ons komen," zeide hij, "zij zullen zeer verbaasd zijn, hun
fortuin op deze plaats te vinden."--"En als een geleerd reiziger deze
staaltjes vindt?...."--"Twijfel er niet aan, mijn waarde Dick, dat hij
zeer verwonderd zal zijn en zijne verwondering in talrijke folianten
zal bekend maken. Wij zullen een of anderen tijd hooren spreken van
eene wonderbare soort van kwarts in het zand van Afrika."--"En Joe
zal daarvan de oorzaak wezen."

Gedurende het overige gedeelte van den dag wachtte de doctor te
vergeefs eene verandering in den dampkring; de temperatuur werd hooger
en zou onverdraaglijk zijn geweest zonder het lommer der oase. De
thermometer wees in de zon 149 graden, een regen van vuur doorkruiste
de lucht. Het was de grootste hitte, die zij hadden waargenomen. Joe
maakte, even als den vorigen avond, hun bivouak gereed, en gedurende
de wacht van den doctor en Kennedy had er niets bijzonders plaats. Maar
tegen drie uur des morgens, toen Joe de wacht had, werd de temperatuur
eensklaps lager, de hemel bedekte zich met wolken en de duisternis
werd grooter.--"Op!" riep Joe, zijne twee reisgezellen wekkende, "zie
hier den wind."--"Eindelijk," zeide de doctor, den hemel beschouwende,
"maar het is een storm! Naar den Victoria!" Het was meer dan tijd om
er te komen. De Victoria boog zich onder den invloed van den orkaan
en sleepte het schuitje door het zand. Als een gedeelte van den
ballast bij toeval ter aarde ware geworpen, zou de ballon verdwenen
zijn en alle hoop om hem weder te vinden zou voor altijd verloren
zijn geweest. Maar de vlugge Joe liep wat hij loopen kon en hield
het schuitje tegen, terwijl de luchtballon op het zand ging liggen,
op gevaar af van te scheuren. De doctor nam zijne gewone plaats in,
stak de gasvlam aan en wierp het overtollige gewicht weg. De reizigers
zagen voor de laatste maal naar de boomen der oase, die onder den
storm bogen, en weldra verdwenen zij in den nacht, den wind vangende
op tweehonderd voet boven den grond.



XXIX.

	Verschijnselen van plantengroei.--Phantastisch denkbeeld
	van een franschen schrijver.--Prachtigland.--Het koninkrijk
	Adamova.--De onderzoekingen van Burton en Speke vereenigd met
	die van Barth.--De bergen Atlantika.--De rivier Benoké.--De
	stad Yola.--De Bagélé.--De berg Mendif.


Sedert het oogenblik van hun vertrek, vorderden de reizigers zeer snel;
zij haastten zich de woestijn te verlaten, die hun bijna zoo noodlottig
was geweest. Tegen kwartier over negenen des morgens zag men eenige
verschijnselen van plantengroei, eenige kruiden drijvende op deze
zandzee, hetgeen hun, even als aan Columbus, aantoonde dat het land
nabij was; groene spruiten kwamen schuchter te voorschijn van tusschen
steenen, die zelf rotsen van dien Oceaan zouden worden. Nog zeer lage
heuvels golfden aan den horizon; zij teekenden zich nog niet duidelijk
af, maar de eentonigheid verdween daardoor. De doctor begroette met
vreugde deze nieuwe streek en, even als een zeeman die in den mast
wacht houdt, was hij op het punt uit te roepen: "Land! land!" een uur
later strekte zich het vasteland voor hunne oogen uit; het had wel is
waar nog een woest uitzicht, maar was toch minder effen, minder naakt;
eenige boomen teekenden zich af tegen den grijzen hemel. "Wij zijn dus
in een beschaafd land!" zeide de jager.--"Beschaafd, mijnheer Dick;
dat is bij manier van spreken, men ziet nog geene inwoners."--"Dat
zal niet lang duren," antwoordde Ferguson, "wanneer wij zoo spoedig
gaan."--"Zullen wij altijd in het land der negers zijn?"--"Altijd, Joe,
in afwachting van het land der Arabieren."--"Der Arabieren, mijnheer,
wezenlijke Arabieren! met hunne kameelen?"--"Neen, geene kameelen, die
zijn zeldzaam, om niet te zeggen onbekend in deze streken; men moet wat
noordelijker opgaan, om hen te ontmoeten."--"Dat is jammer."--"Waarom,
Joe?"--"Omdat, als wij tegenwind kregen, zij ons zouden kunnen
dienen."--"Hoe dan?"--"Mijnheer, het is een denkbeeld, dat mij voor
den geest komt: men zou hen aan het schuitje kunnen spannen en ons door
hen op sleeptouw doen nemen; wat zegt gij daarvan?"--"Mijn beste Joe,
dit denkbeeld heeft een ander vóór u gehad; het is ten uitvoer gebracht
door een zeer vernuftig fransch schrijver [43]..... wel is waar in
een roman. Reizigers laten een luchtballon door kameelen trekken;
daar komt een leeuw, die de kameelen verslindt, het sleeptouw inslikt
en hen in hunne plaats trekt en zoo vervolgens. Gij ziet, dat dit
alles slechts fantasie is en niets gemeens heeft met onze soort van
beweging."--Joe, een weinig beschaamd, dat zijn denkbeeld reeds bij
een ander was opgekomen, zocht welk dier den leeuw zou hebben kunnen
verslinden, maar vond het niet en begon weder het land te onderzoeken.

Een meer van middelmatige uitgestrektheid strekte zich voor zijne
blikken uit, met een amphitheater van heuvels, die nog geene bergen
konden worden genoemd: daar kronkelden talrijke en vruchtbare valleien
met hare ondoordringbare bosschen van de verschillendste boomen;
de élaïs met bladeren van vijftien voet lang op een stam met scherpe
doornen bezet, stak boven allen uit; de bombax verspreidde zijne zaden
door den wind, de pendanus, die "Kenda" der Arabieren, verspreidde
zijne balsemgeuren tot aan de streek, welke de Victoria doortrok;
de papayer met handvormige bladeren, de boom, die de Soedan-noot
voortbrengt, de baobab en de banaanboomen voltooiden dezen weelderigen
plantengroei van de streken tusschen de keerkringen.--"Daar zijn de
dieren," zeide Joe, "de menschen zijn niet ver af."--"Welke prachtige
olifanten!" riep Kennedy uit. "Zou er geen middel zijn een weinig
te jagen?"--"Hoe zouden wij stil kunnen houden met een zoo hevigen
luchtstroom? Neen, getroost u nog een weinig de marteling van Tantalus
[44], later zult gij u daarvoor schadeloos stellen."

Er was waarlijk genoeg om de verbeelding van een jager op te wekken;
het hart van Dick sprong in zijn binnenste op en zijne vingers hielden
de kolf van zijn geweer krampachtig vast. De dieren van deze streek
waren de planten waardig, de wilde os wentelde zich in zwaar gras,
waaronder hij geheel verdween; grijze, zwarte of gele olifanten
van de grootste soort trokken in massa door de bosschen, brekende,
knagende, plunderende en hun doortocht door vernieling kenteekenende;
van de met boomen begroeide helling der heuvels kwamen watervallen
en riviertjes te voorschijn, die naar het noorden stroomden; ginds
baadden zich rivierpaarden met groot geraas en lamentynen, twaalf voet
lang, met een vischvormig lichaam, strekten zich op de oevers uit,
hunne ronde, met melk gevulde uiers naar boven houdende. Het was eene
geheel zeldzame menagerie in eene wonderbare kooi, waar talrijke vogels
met duizenden kleuren de heesterachtige planten schakeerden. Aan deze
kwistigheid der natuur herkende de doctor het koninkrijk Adamova. "Wij
eigenen ons de hedendaagsche ontdekkingen toe," zeide hij, "ik heb het
afgebroken spoor der reizigers wedergevonden; dit is zeer gelukkig,
mijne vrienden, wij zullen nu de onderzoekingen van Burton en Speke
met die van doctor Barth kunnen verbinden, wij hebben Engelschen
verlaten om een Hamburger te vinden, en weldra zullen wij aan het
uiterste punt komen, dat die moedige reiziger heeft bereikt."--"Het
komt mij voor," zeide Kennedy, "dat tusschen de onderzoekingen van deze
beiden eene groote uitgestrektheid lands ligt, te oordeelen naar den
weg, dien wij hebben afgelegd."--"Dat is gemakkelijk te berekenen;
neem de kaart en zie welke breedte de zuidelijke punt van het meer
Ukéréoué heeft, dat Speke heeft bereikt."--"Het ligt bijna op 37°
lengte."--"En de stad Yola, die wij dezen avond zullen opnemen
en waar Barth geweest is, hoe is die gelegen?"--"Ongeveer op 12°
lengte."--"Dat is dus 25 graden, en tegen 60 mijlen per graad maakt
dit 1500 mijlen."--"Eene aardige wandeling," zeide Joe, "voor hen
die te voet gaan."--"Dat zal echter gebeuren. Livingstone en Moffat
dringen altijd verder naar het binnenland door; de Nyassa, dien zij
ontdekt hebben, is niet ver van het meer dat door Burton is gevonden;
vóór het einde van deze eeuw zullen deze onmetelijke streken doorzocht
zijn."--"Maar," voegde de doctor er bij, zijn kompas raadplegende,
"het spijt mij, dat de wind ons zoover naar het westen voert, ik had
liever noordwaarts willen gaan."

Na twaalf uren bevond zich de Victoria op de grenzen van Nigritië. De
eerste inwoners van dit land, Chouas Arabieren, weidden hunne zwervende
kudden. De hooge toppen van het Atlantika-gebergte kwamen boven den
horizon. Geen Europeesche voet had die bergen ooit betreden, wier
hoogte op ongeveer 1300 vaâm  [45] wordt geschat. Hunne westelijke
helling bepaalt den loop van alle wateren van dit gedeelte van Afrika,
die zich in den Oceaan uitstorten; dit is het Maangebergte van deze
streek. Eindelijk zagen de reizigers een waren stroom en de doctor
herkende aan de ontzettende mierennesten, die in zijne nabijheid waren,
den Bénoué, een der groote takken van den Niger, dien de inboorlingen
den naam van "Bron der wateren" hebben gegeven.--"Deze stroom," zeide
de doctor "zal eens de natuurlijke weg van gemeenschap worden met het
binnenste van Nigritië; onder bevel van een onzer dappere kapiteins,
is de stoomboot la Pléiade hem reeds opgevaren tot aan de stad Yola;
gij ziet, dat wij in een bekend land zijn."

Talrijke slaven hielden zich met veldarbeid bezig, den sorgho
kweekende, eene soort van gierst, die het voornaamste deel van hunne
voeding uitmaakt. De domste verbazing teekende zich op hun gelaat
bij het verschijnen van den ballon, die als een luchtverheveling
voorbij ging. Des avonds hield hij stil op 40 mijlen afstand van Yola
en vóór hem, maar in de verte, verhieven zich de puntige toppen van
den berg Mendif. De doctor liet de ankers uitwerpen in den top van
een hoogen boom; maar een hevige wind slingerde den ballon zoodanig,
dat hij hem bijna in eene horizontale stelling bracht en soms den
toestand van het schuitje uiterst gevaarlijk maakte. Ferguson sloot
dien nacht geen oog, dikwijls was hij op het punt het ankertouw door
te hakken en den storm te ontvluchten. Eindelijk bedaarde deze en de
schommelingen van den luchtballon hadden niets verontrustends meer.

Des anderen daags was de wind minder hevig, maar verwijderde
de reizigers van de stad Yola, die, pas weder opgebouwd door de
Foullanaas, de nieuwsgierigheid van Ferguson opwekte; men moest
zich echter getroosten noordwaarts en zelfs een weinig oostwaarts
te gaan. Kennedy stelde voor in dit land halt te houden om te jagen;
Joe beweerde, dat de behoefte aan versch vleesch zich deed gevoelen;
maar de woeste zeden van dit land, de houding der bevolking, eenige
geweerschoten op de Victoria gelost, deden den doctor besluiten zijne
reis te vervolgen. Men trok toen eene streek door, die het tooneel
was van moord en brand, waar onophoudelijk wordt oorlog gevoerd en
waar de sultans hun rijk op het spel zetten te midden van een woest
bloedbad. Talrijke en volkrijke dorpen met langwerpige hutten strekten
zich uit tusschen de groote weiden, wier dik gras met paarsche
bloemen was bezaaid; de hutten op groote bijenkorven gelijkende,
werden beschut door puntige palissaden. De hellingen der heuvels
herinnerden aan de "glen" in de Schotsche hooglanden en Kennedy maakte
dikwijls die opmerking. In weerwil zijner pogingen ging de doctor recht
noord-oostwaarts naar het Mendif-gebergte, dat in de wolken verdween;
de hooge toppen dezer bergen scheiden het dal van den Niger van het
dal van het meer Tchad. Weldra zag men den Bagélé met zijne 28 dorpen,
die als het ware aan zijne zijde hingen, als een troep kinderen aan den
boezem hunner moeder; het was een prachtig schouwspel voor de blikken
van hen, die dit in hun geheel konden overzien; de kloven waren bedekt
met velden rijst en arachiden. Ten drie uur bevond de Victoria zich
tegenover het gebergte Mendif. Men had het niet kunnen mijden en moest
het overtrekken; de doctor gaf door middel van eene temperatuur van 180
graden aan den ballon eene nieuwe stijgkracht van bijna 1600 pond; hij
steeg hooger dan 8000 voet. Dit was de grootste hoogte die zij op hunne
reis hadden bereikt en de temperatuur werd zoo laag dat de reizigers
hunne dekens moesten gebruiken. Ferguson haastte zich te dalen; het
omkleedsel van den ballon spande zich uit tot barstens toe; echter had
hij den tijd om den vulkanischen oorsprong der bergen waar te nemen,
wier uitgedoofde kraters nu slechts diepe afgronden zijn. Eene groote
menigte vogelendrek gaf aan de zijden van het Mendif gebergte het
aanzien van kalkrotsen, en er was genoeg voorraad om de landen van
geheel het Vereenigde Koninkrijk te bemesten. Ten vijf uur ging de
ballon, beschut tegen de zuidewinden, zachtjes langs de helling der
bergen en hield stil op eene groote opene plek, ver van elke woning;
zoodra hij op den grond was gekomen, werden er voorzorgen genomen om
hem er stevig vast te houden en Kennedy met zijn geweer in de hand,
begaf zich naar de hellende vlakte. Weldra kwam hij terug met een
half dozijn wilde eenden en eene soort van kleine snippen, die Joe
zoo goed hij kon gereed maakte. Het maal was aangenaam en de nacht
ging in diepe rust voorbij.



XXX.

	Mosfeia.--De Scheik.--Denham, Clapperton, Oudney.--Vogel.--De
	hoofdstad van Loggoum.--Toole.--Windstilte boven Kernak.--De
	landvoogd en zijn hof.--De aanval.--De brandduiven.


Des anderen daags, den 11den Mei, hernam de ballon zijn avontuurlijken
loop, de reizigers vertrouwden op hem als de zeeman op zijn
schip. Vreeslijke orkanen, keerkringshitte, gevaarlijke opstijgingen,
nog gevaarlijker dalingen, dit alles was zij goed te boven gekomen. Men
kan zeggen dat Ferguson hem met een enkel gebaar bestuurde en de
doctor koesterde geene vrees omtrent den goeden uitslag der reis,
zonder echter het punt van aankomst te weten. Maar in dit land van
barbaren en dweepers verplichtte de voorzichtigheid hem de strengste
voorzorgen te nemen; hij beval dus zijne reisgenooten aan voortdurend
een oog in 't zeil te houden. De wind voerde hen een weinig meer
noordwaarts en tegen negen uur zagen zij de groote stad Mosfeia,
op eene hoogte gebouwd, welke zelve tusschen twee hooge bergen ligt
besloten; zij was onneembaar, een nauwe weg tusschen een moeras en
een bosch verleende den eenigen toegang tot haar. Op dit oogenblik
deed een Scheik, vergezeld van een geleide te paard, in veelkleurige
kleederen, voorafgegaan door trompetters en voorloopers, die de
takken voor hem uit den weg ruimden, zijne intrede in de stad. De
doctor daalde neder om deze inlanders meer van nabij te zien, maar
naar mate de ballon grooter werd in hunne oogen, gaven zij teekens
van groote vrees en snelden weg met al de snelheid hunner voeten of
paarden. De Scheik alleen ging niet van zijne plaats, nam zijn lang
musket, laadde het en wachtte moedig. De doctor naderde op nauwelijks
150 voet afstand en groette hem vriendelijk in het Arabisch. Maar op
deze woorden, die uit den hemel kwamen, sprong de Scheik ter aarde,
knielde in het stof op den weg en de doctor kon hem van zijn gebed
niet afhouden.--"Het is onmogelijk," zeide hij, "dat deze lieden ons
anders dan voor bovennatuurlijke wezens houden; bij de eerste aankomst
van Europeanen hielden zij hen voor een bovenmenschelijk ras. En
als de Scheik van deze ontmoeting spreekt, zal hij het feit met alle
hulpmiddelen eener arabische verbeeldingskracht opsieren. Oordeelt
nu eens, wat de legenden eens van ons zullen zeggen."--"Het zal
misschien te bejammeren zijn," antwoordde de jager, "in het belang
der beschaving zou het beter zijn voor eenvoudige menschen door te
gaan, dat zou aan die negers een geheel ander denkbeeld geven van de
europeesche macht."--"Juist, mijn waarde Dick; maar wat kunnen wij
er aan doen? Al verklaardet gij aan de geleerden van dit land in het
breede de samenstelling en werking van een luchtballon, zij zouden
het niet begrijpen en altijd aan eene bovennatuurlijke tusschenkomst
gelooven."--"Mijnheer," vroeg Joe, "gij hebt gesproken van de eerste
Europeanen, die dit land onderzocht hebben, wie zijn dat?"--"Mijn
beste jongen, wij zijn juist op den weg, dien Denham gevolgd is: te
Mosfeia werd hij ontvangen door den Sultan van Mandara; hij had Bornou
verlaten, vergezelde den Scheik op eene expeditie tegen de Fellatahs,
woonde den aanval op de stad bij, die met de pijlen harer bewoners
dapper weerstand bood aan de arabische kogels en de troepen van den
Scheik op de vlucht jaagde, dit alles was slechts een voorwendsel
tot moord en plundering; de majoor werd geheel uitgeplunderd, naakt
uitgeschud en zonder een paard, onder welks buik hij zich verborg en
dat hem, door zijn snellen loop, in staat stelde de overwinnaars te
ontkomen, zou hij nooit weder te Kouka, hoofdstad van Bornou gekomen
zijn."--"Wie was die majoor Denham?"--"Een onverschrokken Engelschman,
die van 1822 tot 1824 het bevel voerde over eene expeditie in Bornou,
vergezeld door kapitein Clapperton en doctor Oudney; zij vertrokken
in Maart van Tripoli, kwamen te Mourzouk, hoofdstad van Fezzan en den
weg volgende, dien later doctor Barth moest inslaan om naar Europa
terug te keeren, kwamen zij den 16den Februari 1823 te Kouka, bij het
meer Tchad. Denham deed verscheidene ontdekkingstochten in Bornou,
Mandara en aan de oostelijke oevers van het meer; gedurende dien
tijd drongen kapitein Clapperton en doctor Oudney den 15den December
1823 in Soudan tot Sackatou door en Oudney stierf van vermoeienis
en uitputting in de stad Murmur."--"Dit gedeelte van Afrika," vroeg
Kennedy, "heeft der wetenschap dus vele slachtoffers gekost?"--"Ja,
deze streek is noodlottig; wij gaan recht toe op het koninkrijk
Barghimi, waar Vogel in 1836 doortrok om in Wadaï door te dringen,
waar hij verdwenen is. Deze jongeling werd, drie-en-twintig jaar oud,
gezonden om doctor Barth te helpen: zij ontmoetten elkander den 1sten
December 1854, waarop Vogel het land begon te onderzoeken; omstreeks
1856 gaf hij in zijne laatste brieven zijn voornemen te kennen om het
koninkrijk Wadaï te doorkruisen, waar geen Europeaan nog was geweest;
het schijnt, dat hij de hoofdstad Wara bereikte, waar hij volgens
sommigen gevangen werd genomen, volgens anderen ter dood gebracht,
omdat hij een heiligen berg der omstreken had trachten te beklimmen;
maar men moet niet zoo licht aan den dood der reizigers gelooven, dit
wint de moeite uit hen op te zoeken; hoe dikwijls toch is de tijding
van den dood van doctor Barth officieel bekend gemaakt, hetgeen hem
dikwijls rechtmatig verbitterde! Het is dus zeer mogelijk dat Vogel
door den sultan van Wadaï wordt gevangen gehouden, in de hoop hem te
doen loskoopen. De baron Neimans ging op weg naar Wadaï, toen hij in
1855 te Kaïro stierf. Wij weten nu dat de Heuglin met de expeditie
van Leipzig de sporen van Vogel gevolgd is, dus zullen wij weldra
zekerheid hebben omtrent het lot van dien jongen en belangwekkenden
reiziger." [46]

Mosfeia was reeds lang aan den horizon verdwenen, Mandara vertoonde
aan de blikken der reizigers zijne verbazende vruchtbaarheid
met zijne acacia-bosschen en de kruidachtige planten der katoen-
en indigo-velden; de Shari, die 80 mijlen verder zich in het meer
Tchad stort, stroomde onstuimig verder. De doctor wees op de kaarten
zijn loop aan zijne reisgezellen.--"Gij ziet," zeide hij, "dat de
onderzoekingen van dien geleerde uiterst nauwkeurig zijn; wij gaan
recht af op het district Loggoum en misschien zelfs op de hoofdstad
Kernak; daar stierf de ongelukkige Toole, nauwelijks 22 jaar oud;
hij was een jonge Engelschman, vaandrig van het 80ste regiment, die
zich sedert eenige weken bij majoor Denham in Afrika had gevoegd,
waar hij weldra den dood vond. Men kan deze onmetelijke streek met
recht het kerkhof der Europeanen noemen."

Eenige kano's, vijftig voet lang, zakten de Shari af; de Victoria, 1000
voet van de aarde, trok weinig de aandacht der inlanders tot zich, maar
de wind, die tot heden nog al hevig was, begon te gaan liggen.--"Zullen
wij weder windstilte krijgen?" zeide de doctor.--"Goed, meester, wij
zullen niet altijd gebrek aan water hebben, noch de woestijn behoeven
te vreezen."--"Neen, maar nog geduchter volken."--"Zie," zeide Joe,
"iets dat op eene stad gelijkt."--"Dat is Kernak. De laatste zucht
van den wind voert ons daarheen en wij kunnen, als wij willen, een
nauwkeurigen platten grond daarvan teekenen."--"Zullen wij niet nader
komen?" vroeg Kennedy.--"Niets is gemakkelijker, Dick, wij zijn recht
boven de stad; laat mij de kraan van de gaspijp een weinig toedraaien
en wij zullen weldra dalen."

De Victoria bleef een halfuur daarna onbeweeglijk op tweehonderd voet
van den grond.--"Nu zijn wij dichter bij Kernak," zeide de doctor,
"dan een man op het kruis der St. Paulskerk te Londen van den grond
is. Dus kunnen wij op ons gemak zien."--"Wat is toch dit geluid van
houten hamers, dat men aan alle kanten hoort?" Joe keek oplettend
rond en zag dat het geraas werd gemaakt door de talrijke wevers,
die in de open lucht hun linnen klopten, dat uitgespreid was op
groote boomstronken. De hoofdstad van Loggoum kon dus in haar geheel
worden waargenomen, gelijk een ontrolde plattegrond; het was een ware
stad met op eene rechte lijn staande huizen en vrij breede straten;
op het midden van een groot plein werd slavenmarkt gehouden, er
was een groote toevloed van klanten; want de mandaraansche vrouwen,
die zeer kleine handen en voeten hebben, zijn zeer gezocht en worden
voordeelig verkocht.

Het gezicht van den ballon had de reeds zoo dikwijls vermelde
gevolgen; eerst kreten en daarop eene stomme verbazing; de zaken
werden geschorst, het geraas hield op. De reizigers bleven
onbeweeglijk en verloren geene enkele bijzonderheid van deze
volkrijke stad uit het oog, zij daalden zelfs tot op zestig voet
van den grond. Toen kwam de gouverneur van Loggoum uit zijne woning,
zijn groenen standaard ontrollende, vergezeld door zijne muzikanten,
die op schelle buffelhoorns bliezen en de menigte verzamelde zich
om hem. Doctor Ferguson wilde zich doen verstaan, het gelukte hem
niet. Deze bevolking, met een hoog voorhoofd, gevlochte haren en een
arendsneus, scheen fier en verstandig, maar de tegenwoordigheid van
de Victoria bracht haar zonderling in de war; men zag ruiters naar
alle richtingen snellen; weldra werd het duidelijk dat de troepen
van den vorst zich verzamelden om een zoo buitengewonen vijand te
bestrijden. Joe ontplooide zakdoeken van alle kleuren, het baatte
niets. Echter gebood de Scheik, door zijn hof omringd, stilte en sprak
eene redeneering uit, waarvan de doctor niets begreep; het was arabisch
vermengd met barghimisch; maar aan de algemeene gebarentaal herkende
hij eene bepaalde uitnoodiging om heen te gaan; hij zou niets liever
hebben gewenscht, maar bij gebrek aan wind was dit onmogelijk. Zijne
onbeweeglijkheid verbitterde den Scheik en zijne hovelingen begonnen
te huilen om het monster te verplichten zijn weg te vervolgen.

Deze hovelingen waren zonderlinge personages, met vijf of zes
kakelbonte hemden om het lijf; zij hadden vreeslijk dikke buiken, van
welke eenigen valsch schenen. De doctor verbaasde zijne reisgezellen
door hun mede te deelen dat dit de wijze was om den sultan het hof te
maken. De omvang van het onderlijf was de maatstaf voor de eerzucht der
mannen. Deze dikke menschen maakten gebaren, schreeuwden, vooral een
van hen, die eerste minister moest zijn, als ten minste zijn omvang
hier beneden zijn belooning ontving. De menigte der negers voegde
hunne kreten bij die van het hof, terwijl zij de gebaren even als
apen nabootsten, hetgeen eene enkele en oogenblikkelijke beweging van
tienduizend armen veroorzaakte. Bij deze middelen tot het aanjagen
van vrees, die onvoldoende werden geacht, voegde men andere, die
geduchter waren. Soldaten, gewapend met bogen en pijlen, schaarden
zich in slagorde; maar reeds zwol de Victoria en steeg bedaard
buiten hun bereik. De Scheik, toen een musket grijpende, mikte op den
ballon. Maar Kennedy hield hem in het oog en met een kogel uit zijne
karabijn verpletterde hij het wapen in de hand van den Scheik. Op deze
onverwachte slag volgde eene algemeene vlucht, iedereen keerde, zoo
snel hij kon, naar zijne hut terug, en gedurende het overige gedeelte
van den dag bleef de stad geheel eenzaam. De nacht kwam en met hem
volkomen windstilte. Men moest besluiten onbeweeglijk te blijven op
driehonderd voet van den grond, geen enkel vuur schitterde in het
duister, er heerschte eene doodelijke stilte. De doctor verdubbelde
zijne waakzaamheid; die stilte kon wel een valstrik verbergen. En
hij had niet mis geraden. Tegen middernacht scheen de geheele stad
in vuur; honderden vuurstreepen kruisten zich even als vuurpijlen,
die eene aaneenschakeling van vlammen vormden.--"Dat is zonderling,"
zeide de doctor.--"Maar God vergeve mij!" antwoordde Kennedy, "men
zou zeggen dat de brand ons nadert."--Inderdaad verhief zich deze
vuurmassa, bij het geluid van verschrikkelijke kreten en losbrandingen
van musketten, naar de Victoria. Joe maakte zich gereed ballast uit te
werpen, Ferguson begreep weldra het verschijnsel. Duizenden duiven,
wier staarten voorzien waren van brandbare stoffen, waren tegen de
Victoria opgelaten; verschrikt stegen zij op terwijl zij in de lucht
kringen vuur beschreven. Kennedy begon al zijn schietgeweer te lossen,
maar wat vermocht hij tegen zulk eene tallooze menigte? Reeds omringden
de duiven het schuitje en den ballon, welke, dit licht terugkaatsende,
in eene vuurzee scheen te zweven. De doctor aarzelde niet en een stuk
kwarts uitwerpende, hield hij zich buiten het bereik der aanvallen van
die gevaarlijke vogels; twee uren lang zag men hen in den nacht heen
en weder vliegen, langzamerhand verminderde hun aantal en de vuren
gingen uit.--"Nu kunnen wij gerust slapen," zeide de doctor.--"Niet
slecht uitgedacht voor wilden," zeide Joe.--"Ja, zij bezigen gemeenlijk
deze duiven om de strooien daken der dorpen in brand te steken, maar
deze keer vloog het dorp hooger."--"Een ballon heeft bepaald geene
vijanden te vreezen."--"Wel zeker," antwoordde de doctor.--"Welke
dan?"--"De onvoorzichtigen in zijn schuitje; waakt dus overal en
altijd, mijne vrienden."



XXXI.

	Vertrek in den nacht.--Alle drie.--Het instinct van
	Kennedy.--Voorzorgen.--De loop van den Shari.--Het meer
	Tchad.--Het water van het meer.--Het rivierpaard.--Een
	verloren kogel.


Ongeveer drie uur in den morgen zag Joe, die de wacht had, eindelijk de
stad onder zich verdwijnen. De Victoria ging weder vooruit. Kennedy
en de doctor ontwaakten. Deze raadpleegde zijn kompas en zag met
voldoening dat de wind hen naar het noord-noord-oosten voerde.--"Wij
zijn gelukkig," zeide hij, "alles gaat goed, wij zullen nog heden het
meer Tchad zien."--"Is dat eene groote uitgestrektheid water?" vroeg
Kennedy.--"Van belang, mijn waarde Dick; op zijne grootste lengte
en breedte kan dit meer 120 mijlen halen."--"Dat zal in onze reis
eenige afwisseling geven, als wij over een water gaan."--"Maar het
komt mij voor dat wij geen klagen hebben; zij is zeer afwisselend
in gebeurtenissen en vooral zijn wij in den best mogelijken
toestand."--"Zonder twijfel, Samuel, behalve de ontberingen der
woestijn, hebben wij geen ernstig gevaar geloopen."--"Het is zeker
dat onze brave Victoria zich altijd goed heeft gedragen. Wij hebben
heden den 12den Mei, wij zijn den 18den April vertrokken en hebben
dus 25 dagen gereisd. Nog tien dagen dan zullen wij aangekomen
zijn."--"Waar?"--"Daar weet ik niets van, maar wat komt het er op
aan!"--"Gij hebt gelijk, Samuel, laat ons aan de Voorzienigheid de
zorg overlaten om ons te richten en ons gezond te doen blijven, zoo
als tot nu toe! Wij zien er niet naar uit, dat wij de ongezondste
landen der wereld hebben doorreisd."--"Wij waren in staat te stijgen
en wij hebben het gedaan."--"Leven de luchtreizen!" riep Joe uit;
"wij zijn na vijf-en-twintig dagen welvarend en goed uitgerust,
te veel misschien, want mijne beenen beginnen stijf te worden; ik
zou wel eenige mijlen ver willen loopen."--"Gij zult dit genoegen
smaken in de straten van Londen; maar om te besluiten, wij zijn met
ons drieën vertrokken, evenals Denham, Clapperton en Overweg, gelijk
Barth, Richardson en Vogel, en gelukkiger dan onze voorgangers zijn
wij nog allen bijeen. Maar het is van belang niet te scheiden. Als
echter een van ons op den grond was en de Victoria moest stijgen om
een plotseling, ongewoon gevaar te ontgaan, wie weet of wij hem wel
ooit zouden wederzien? Daarom, ik zeg het rondborstig aan Kennedy, ik
heb niet gaarne dat hij zich verwijdert om te jagen."--"Gij zult mij
toch wel toestaan, vriend Samuel, dezen lust nog eens bot te vieren;
het kon geen kwaad onzen voorraad te vernieuwen; overigens hebt
gij vóór ons vertrek mij deze reeks van jachtpartijen zoo heerlijk
afgeschilderd, en tot heden heb ik er weinig aan gedaan."--"Maar,
mijn waarde Dick, uw geheugen schiet te kort, of uwe zedigheid doet u
uwe heldendaden vergeten; ik meen, dat gij, zonder van het kleine wild
te spreken, reeds eene antilope, een olifant en twee leeuwen op het
geweten hebt."--"Mooi! Wat beteekent dat voor een afrikaanschen jager,
die alle dieren der schepping voorbij den loop van zijn geweer ziet
gaan? Kijk, zie dezen troep giraffen eens."--"Giraffen," zeide Joe,
"zij zijn zoo groot als mijn vuist."--"Omdat wij 1000 voet boven
hen zijn, maar van nabij zult gij zien, dat zij driemaal hooger
zijn dan gij."--"En wat zegt gij van dezen troep gazellen?" hernam
Kennedy, "en van deze struisvogels, die met de snelheid van den wind
vluchten."--"Struisvogels!" zeide Joe, "het zijn kippen."--"Laat
ons zien, Samuel, kunnen wij niet naderbij komen?"--"Zeer zeker,
Dick, maar niet op de aarde gaan. Waartoe zou het ook dienen die
dieren te dooden, die ons van hoegenaamd geen nut zijn? Als het nog
te doen was om een leeuw, eene tijgerkat of eene hyena te dooden,
zou ik dat begrijpen, het zou altijd een gevaarlijk dier minder zijn;
maar eene antilope, eene gazelle schieten, zonder ander voordeel dan
de ijdele voldoening van uwe begeerten als jager, dat is waarlijk der
moeite niet waard. Wij zullen op 100 voet van den grond stil blijven,
en als gij een of ander wild dier ziet, zult gij ons een genoegen
doen het een kogel in het hart te jagen."

De Victoria daalde langzamerhand, evenwel op eene veilige hoogte
blijvende. In eene wilde en zeer bevolkte streek, moest men op
onverwachte gevaren bedacht zijn. De reizigers volgden toen den loop
van den Shari; de bekoorlijke oevers van die rivier verdwenen onder
het lommer der boomen; klimplanten slingerden er van alle kanten om en
brachten verschillende schakeeringen van kleuren voort. De krokodillen
speelden in de zon of dompelden onder water met de snelheid eener
hagedis; spelende kwamen zij aan de talrijke eilanden, die den loop
der rivier tegenhielden. Aldus trokken zij, te midden eener rijke
en weelderige natuur, door het district Maffatay. Tegen negen uur
des morgens bereikten de reizigers eindelijk den zuidelijken oever
van het meer Tchad. Daar was dan die Kaspische Zee van Afrika, wier
bestaan zoolang tot de fabelen was gerekend, die binnenzee welke
slechts werd bereikt door Denham en Barth. De doctor beproefde den
tegenwoordigen vorm daarvan te bepalen, die zeer verschillend was van
dien van 1847. Inderdaad, het is onmogelijk eene kaart van dit meer
te maken; het wordt omringd door bijna onoverschrijdbare moerassen,
waarin Barth dacht om te komen; van jaar tot jaar veranderen deze
moerassen bedekt met riet en vijftien voet hooge papyrussen, in het
meer zelf; dikwijls ook worden de steden aan zijne oevers ten halve
overstroomd, zooals het Ngornou in 1856 gebeurde; en nu zwemmen de
rivierpaarden op de plaatsen waar de woningen van Bornou stonden. De
zon schoot hare verblindende stralen op dit kalme water, en in het
noorden smolten de twee elementen aan den horizon ineen. De doctor
wilde de natuur van het water onderzoeken, dat hij lang gemeend had
zout te wezen; er stak geen gevaar in de oppervlakte van het meer
te naderen en het schuitje ging er langs als een vogel, op vijf voet
afstands. Joe dompelde er eene flesch in en haalde haar halfvol op;
men beproefde het water en bevond het ondrinkbaar, en met een zekeren
smaak van loogzout aangedaan.

Terwijl de doctor het resultaat van zijn onderzoek opschreef,
hoorde hij een schot aan zijne zijde. Kennedy had geen weerstand
kunnen bieden aan de begeerte een reusachtig rivierpaard een kogel
toe te zenden, het verdween op het geluid van de losbranding en de
kegelvormige kogel van den jager scheen hem niets te deren.--"Het zou
beter geweest zijn hem te harpoeneeren," zeide Joe.--"En hoe?"--"Met
een van onze ankers. Dat zou een passende hoek geweest zijn voor
zulk een dier."--"Maar," zeide Kennedy, "Joe heeft daar waarlijk
een denkbeeld"... "Dat ik u verzoek niet ten uitvoer te brengen,"
antwoordde den doctor. "Het dier zou ons spoedig daarheen gesleept
hebben, waar wij niet noodig hebben."--"Vooral nu wij zekerheid hebben
omtrent het water van het meer Tchad. Kan men dit dier eten, mijnheer
Ferguson?"--"Het is niets anders dan een zoogdier, dat tot het ras der
dikhuidigen behoort; zijn vleesch is uitmuntend, zegt men en maakt een
tak uit van een aanzienlijken handel onder de stammen aan de oevers
van het meer."--"Dan spijt het mij dat het schot van mijnheer Dick
niet beter heeft getroffen."--"Dit dier is slechts kwetsbaar aan den
buik en tusschen de dijen; de kogel van Dick heeft hem zelfs niet
eens geschampt. Maar als het terrein mij gunstig schijnt, zullen
wij aan het noordelijke uiteinde van het meer stilhouden, daar zal
Kennedy als in eene menagerie zijn en zich op zijn gemak schadeloos
kunnen stellen."--"Welnu!" zeide Joe, "laat mijnheer Dick een weinig
jacht maken op het rivierpaard! Ik zou wel eens het vleesch van dit
tweeslachtig dier willen proeven; het is waarlijk niet natuurlijk
tot in het hart van Afrika door te dringen, om slechts van kleine
snippen en patrijzen te leven even als in Engeland."



XXXII.

	De hoofdstad van Bornou.--De eilanden der Biddiomahs.--De
	Condors.--De ongerustheid van den doctor.--Zijne
	voorzorgen.--Een aanval in de lucht.--Het gescheurde
	omkleedsel.--De val.--Verhevene opoffering.--De noordelijke
	kust van het meer.


Sedert zijne aankomst aan het meer Tchad had de doctor een luchtstroom
gevonden, die hem meer naar het westen voerde, eenige wolken matigden
de hitte van den dag, en men gevoelde overigens op deze groote
uitgestrektheid water een weinig koelte; maar tegen een uur naderde
de ballon, dit gedeelte van het meer schuin overgestoken zijnde,
op nieuw liet land.

De doctor eerst een weinig teleurgesteld over deze richting, beklaagde
er zich niet meer over, toen hij de stad Kouka, de vermaarde hoofdstad
van Bornou, bemerkte; hij kon haar een oogenblik zien, omringd met hare
muren van witte klei; eenige moskeeën verhieven zich boven deze menigte
dobbelsteenen, waarop de arabische huizen hier gelijken. In de tuinen
achter de huizen en op de markten groeiden palm- en caoutchoucboomen,
gekroond met een tooisel van bladeren meer dan honderd voet breed. Joe
deed opmerken dat deze ontzettend groote parasols in overeenstemming
waren met de zonnestralen.

Kouka bestaat werkelijk uit twee zeer verschillende steden, van
elkander gescheiden door den "dendal," een wal van 300 vaam [47],
toen bezet met voetvolk en ruiterij. Aan den eenen kant verheft zich
de rijke stad met hare hooge en luchtige huizen, aan den anderen kant
de arme stad, zijnde eene treurige verzameling van lage kegelvormige
hutten, waar eene behoeftige bevolking een plantenleven leidt, want
Kouka heeft noch handel noch nijverheid. Kennedy vond dat het eenige
gelijkenis had met Edinburg, als het zich in eene vlakte uitspreidde
met hare twee geheel verschillende steden. Maar nauwelijks konden
de reizigers een blik daarop werpen: want met alle veranderlijkheid
welke de luchtstroomen van deze streek kenmerkt, voerde een tegenwind
hen veertig mijlen ver over het meer Tchad. Toen was het een nieuw
schouwspel; zij konden de talrijke eilanden van het meer tellen,
bewoond door de Biddiomahs, bloeddorstige roovers, wier nabuurschap
evenzeer wordt gevreesd als die van de Touaregs der Sahara. Zij
maakten zich gereed den Victoria moedig te ontvangen met pijlen
en steenen, maar deze was die eilanden spoedig voorbij, waarboven
hij scheen te zweven als een reusachtige schallebijter. Op dit
oogenblik zag Joe naar den horizon en Kennedy aansprekende zeide hij:
"Waarachtig, mijnheer Dick, gij die altijd van jagen droomt, zie hier
uwe zaak."--"Wat is het dan, Joe?"--"Deze keer zal mijn meester geene
tegenwerping maken."--"Wat is er dan toch?"--"Ziet gij daar ginds dien
troep groote vogels die op ons afkomen?"--"Vogels!" zeide de doctor,
zijn verrekijker nemende.--"Ik zie hen," antwoordde Kennedy, "zij zijn
ten minste twaalf in getal."--"Veertien, als het u belieft," zeide
Joe.--"Geve de hemel dat zij van eene kwaadaardige soort mogen wezen,
opdat de teerhartige Samuel niets hebbe te zeggen."--"Ik zal niets te
zeggen hebben," antwoordde Ferguson, "maar ik zag deze vogels liever
ver van ons."--"Zijt gij er bang voor?" vroeg Joe.--"Het zijn condors,
Joe, van de grootste soort, en als zij ons aanvallen...."--"Welnu! dan
zullen wij ons verdedigen, Samuel, wij hebben wapens genoeg om hen
te ontvangen. Ik geloof toch niet dat deze vogels zoo te vreezen
zijn."--"Wie weet?" antwoordde de doctor.

Tien minuten later was de troep op een geweerschot-afstand genaderd;
deze veertien vogels deden de lucht van hunne schorre kreten
weergalmen, zij naderden den ballon meer verwoed dan verschrikt over
zijne tegenwoordigheid.--"Wat schreeuwen zij," zeide Joe, "welk
geweld! Het staat hun waarschijnlijk niet aan, dat men hun gebied
betreedt en zich veroorlooft te vliegen zoo als zij."--"In waarheid,"
zeide de jager, "zij zien er vrij verschrikkelijk uit, en ik geloof dat
zij zeer geducht zouden zijn als zij eene goede karabijn hadden!"--"Zij
hebben die niet noodig," antwoordde Ferguson, die zeer ernstig werd.

De condors vlogen rond in ontzettend groote kringen, die langzamerhand
om den ballon kleiner werden; zij doorkruisten de lucht met eene
phantastische snelheid, soms met de snelheid van een kogel dalende. De
doctor ongerust zijnde besloot te stijgen om deze gevaarlijke vogels
te ontkomen. Maar de condors stegen met hem, weinig geneigd om hem
te verlaten.--"Het schijnt dat zij het op ons hebben voorzien,"
zeide de jager, zijne karabijn ladende.--Inderdaad zij naderden,
en meer dan een kwam op nauwelijks vijftig voet afstands en scheen
de wapens van Kennedy te braveeren, "Ik heb machtig grooten lust
op hen te schieten," zeide deze.--"Neen, Dick, laat ons ze niet
woedender maken. Dat zou hen aansporen om ons aan te vallen."--"Maar
ik zou ze gemakkelijk overwinnen."--"Gelooft gij dat! gij bedriegt u,
Dick."--"Wij hebben meer dan een kogel voor elk van hen."--"En als zij
op het bovenste gedeelte van den ballon nederschieten, hoe zult gij
hen dan bereiken? Stel u voor dat gij u bevindt in tegenwoordigheid
van een troep leeuwen op de aarde, of haaien in volle zee! Voor den
luchtreiziger is de toestand even gevaarlijk."--"Spreekt gij in ernst,
Samuel?"--"Zeer zeker, Dick."--"Wachten wij dan."--"Wacht. Houd u
gereed in geval van aanval, maar vuur niet zonder mijn bevel."

De vogels schoolden toen op geringen afstand zamen; men zag duidelijk
hun hals uitgestrekt door hun geschreeuw, hunne kraakbeenachtige
kuif, met paarsche tepeltjes bezet, verhief zich van woede. Zij waren
van de grootste soort; hun lichaam was meer dan drie voet lang en
het bovenste gedeelte hunner witte vleugels schitterde in de zon;
men zou hen gevleugelde haaien hebben genoemd, waarmede zij zeer veel
overeenkomst hadden.--"Zij volgen ons," zeide de doctor, toen hij hen
met zich zag stijgen, "en al stijgen wij nog zoo hoog, hun vlucht zou
hen nog hooger voeren."--"Wat dan te doen?" vroeg Kennedy.--De doctor
antwoordde niet.--"Hoor, Samuel," hernam de jager, "wij hebben 17
schoten tot onze beschikking, als wij met al onze wapenen vuur geven;
is er geen middel hen te vernietigen of te verstrooien? Ik belast mij
met een zeker aantal."--"Ik twijfel niet aan uwe behendigheid, Dick,
ik geloof gaarne dat zij, die den mond uwer karabijn voorbijvliegen,
dood zullen nedervallen, maar, ik herhaal het, als zij het bovenste
gedeelte van den ballon aanvallen, kunt gij hen niet meer zien, zij
zullen dit omkleedsel, dat ons houdt, verscheuren, en wij zijn 3000
voet hoog."

Op dit oogenblik schoot een der wildste vogels recht op den ballon toe
met open bek en klauwen, gereed om te bijten en te verscheuren.--"Vuur,
vuur!" riep de doctor uit. Nauwelijks had hij dit woord uitgesproken
of de vogel viel, doodelijk getroffen. Kennedy had een der geweren
met dubbelen loop genomen, Joe nam het andere.

Verschrikt door de losbarsting verwijderden de condors zich voor een
oogenblik, maar kwamen bijna terstond woedend terug. Kennedy trof met
zijn eersten kogel juist den hals van den naasten, Joe verbrijzelde
den vleugel van den anderen.--"Niet meer dan elf," zeide hij.--Toen
veranderden de vogels van tactiek en verhieven zich gezamenlijk
boven den ballon. Kennedy zag Ferguson aan. Ondanks zijn moed en
zijne koelbloedigheid verbleekte deze. Er heerschte een oogenblik
een verschrikkelijk stilzwijgen. Vervolgens hoorde men een gekraak
als van het scheuren van zijde en het schuitje schoot weg onder
de voeten der drie reizigers.--"Wij zijn verloren," riep Ferguson
uit, de oogen op den barometer slaande, die aanhoudend rees.--"Weg
met den ballast." In eenige oogenblikken waren alle stukken kwarts
verdwenen.--"Wij dalen steeds! Ledigt de waterbakken?--Joe! hoort
gij?--Wij storten in het meer!" Joe gehoorzaamde, de doctor boog
zich omlaag. Het meer scheen tot hem te komen als het wassende tij;
de voorwerpen werden zichtbaar grooter, het schuitje was slechts
200 voet van het water verwijderd.--"De mondbehoeften!" riep de
doctor. En de kist die haar bevatte werd weggeslingerd. De val werd
minder snel, maar de ongelukkigen daalden steeds. "Werpt nog meer
weg," riep de doctor voor de laatste maal.--"Er is niets meer,"
zeide Kennedy.--"Zeker!" antwoordde Joe, en hij verdween over den
rand van het schuitje.----"Joe! Joe!" zeide de doctor verstijfd van
schrik. Maar Joe kon hem niet meer hooren. De verlichte Victoria
begon weder te stijgen tot op duizend voet hoogte, en de wind in het
verscheurde omkleedsel vallende, voerde hem naar de noordkust van het
meer.--"Verloren!" zeide de jager met een kreet van wanhoop.--"Verloren
om ons te redden!" antwoordde Ferguson.--En deze zoo stoutmoedige
mannen kregen tranen in de oogen; zij bogen zich voorover om eenig
spoor van den ongelukkigen Joe te ontdekken, maar zij waren reeds te
ver. "Wat zullen wij doen?" vroeg Kennedy.--"Dalen zoodra het mogelijk
is, Dick, en dan wachten." Na een tocht van zestig mijlen daalde de
Victoria op eene onbewoonde kust neder, ten noorden van het meer; de
ankers hechtten zich vast in een niet zeer hoogen boom en de jagers
maakten hen stevig vast. De nacht kwam, maar Ferguson noch Kennedy
konden den slaap vatten.



XXXIII.

	Gissing.--Herstel van het evenwicht van de Victoria.--Nieuwe
	berekeningen van doctor Ferguson.--Jacht van Kennedy.--Volledig
	onderzoek van het meer Tchad.--Tangalia.--Terugkeer.--Lari.


Des anderen daags, den 13den Mei, herkenden de reizigers terstond het
gedeelte der kust, waarop zij zich bevonden; het was eene soort van
eiland van stevige aarde, te midden van een onmetelijk moeras. Rondom
dit terrein van vasten grond verhief zich riet, dat zoo groot was
als boomen van Europa en dat zich uitstrekte zoover het oog reiken
konde. Deze onoverschrijdbare moerassen maakten de stelling van den
ballon veilig, men had slechts de zijde van het meer in het oog te
houden; de uitgestrekte oppervlakte van het water verbreedde zich
steeds, voornamelijk in het oosten, en noch eilanden, noch vasteland
was zichtbaar aan den horizon. De twee vrienden hadden nog niet durven
spreken van hun ongelukkigen reisgezel; Kennedy was de eerste die
zijne gissingen aan den doctor mededeelde.--"Joe is misschien niet
verloren," zeide hij.--"Hij is behendig en een zwemmer, zoo als er
weinigen bestaan, hij was niet verlegen om de Firth of de Forth te
Edinburg over te zwemmen. Wij zullen hem wederzien, wanneer en hoe,
weet ik niet, maar laat ons van onzen kant niets verzuimen om hem de
gelegenheid te geven zich weder bij ons te voegen."--"God hoore u,
Dick," antwoordde de doctor met bewogene stem, "wij zullen alles
aanwenden om onzen vriend weder te vinden. Laat ons eerst zien
waar wij zijn, maar voor alles den Victoria van het buitenste
omkleedsel, dat nu van geen nut meer is, ontdoen, dit zal ons van
een aanmerkelijk gewicht bevrijden, zes-honderd-vijftig pond is wel
der moeite waard." De doctor en Kennedy sloegen handen aan het werk,
zij ondervonden groote moeielijkheden; zij moesten stuk voor stuk van
dit sterke taf er afrukken en het in kleine repen snijden om het uit de
mazen van het net te krijgen. De scheur door den snavel der roofvogels
gemaakt was verscheidene voeten lang. Dit werk duurde ten minste vier
uren; maar eindelijk scheen de binnenste ballon, geheel vrij geworden,
niets te hebben geleden. De Victoria was toen een vijfde deel kleiner
geworden. Dit verschil was merkbaar genoeg om Kennedy verbaasd te
doen staan.--"Zal het voldoende zijn?" vroeg hij den doctor.--"Vrees
hieromtrent niets, ik zal het evenwicht herstellen, en als onze
arme Joe terugkomt, zullen wij met hem wel onzen gewonen gang weten
te hernemen."--"Op het oogenblik van onzen val, Samuel, waren wij,
als ik mij wel herinner, niet ver van een eiland."--"Ik herinner het
mij inderdaad, maar dat eiland, zoo als alle eilanden van het meer
Tchad, wordt zonder twijfel bewoond door een ras van zeeroovers en
moordenaars, zij zullen zeker getuigen geweest zijn van dit ongeluk,
en als Joe in hunne handen valt, wat zal er dan van hem worden, als
het bijgeloof hem niet beschermt?"--"Hij zal er zich wel uitredden,
zeg ik u, ik stel vertrouwen in zijne behendigheid en vernuft."--"Ik
hoop het. Nu, Dick, gaat gij in den omtrek jagen, zonder u evenwel te
ver te verwijderen, het wordt dringend noodzakelijk onze levensmiddelen
te vernieuwen, waarvan het grootste gedeelte opgeofferd is."--"Goed,
Samuel, ik zal niet lang weg blijven."

Kennedy nam een geweer met dubbelen loop en ging in het hooge gras
naar een dicht bij staand kreupelhout; talrijke schoten deden den
doctor begrijpen dat zijne jacht niet vruchteloos zou zijn. In dien
tijd hield hij zich bezig de voorwerpen in het schuitje overgebleven,
op te nemen en den tweeden luchtballon in evenwicht te brengen;
er bleef dertig pond pemmican, eenige voorraad thee en koffie,
ongeveer anderhalve gallon [48] brandewijn, een ledige waterbak;
al het gedroogde vleesch was weg. De doctor wist dat de stijgkracht
van den nieuwen ballon door het verlies van het gas des eersten,
met 900 pond was verminderd, daarop moest hij dus rekenen om zijn
evenwicht tot stand te brengen. De nieuwe Victoria had 97000 kubiek
voet [49] inhoud en bevatte 33480 kubiek voet [50] gas; de toestel
voor uitzetting scheen in goeden staat te zijn; noch de batterij,
noch de slang schenen iets te hebben geleden. De stijgkracht van den
nieuwen ballon was dus 3000 pond ongeveer; als hij het gewicht der
reizigers, van den voorraad water, het schuitje en zijn toebehooren,
vijftig gallons [51] water en 100 pond versch vleesch bij elkander
rekende kwam hij tot een totaal van 2830 pond. Hij kon dus 170 pond
ballast voor de onvoorziene gevallen medenemen, en de luchtballon was
in evenwicht met de hem omringende lucht. Zijne schikkingen werden
dienovereenkomstig gemaakt, en hij verving het gewicht van Joe door
eene vermeerdering van ballast. Hij bracht den geheelen dag door met
deze verschillende toebereidselen die eindigden bij de terugkomst
van Kennedy. De jager had eene goede jacht gemaakt; hij bracht eene
geheele lading ganzen, wilde eenden, kleine snippen, talingen en
plevieren. Hij hield zich bezig dit wild te bereiden en te rooken. Elk
stuk aan een dunnen stok gestoken, werd boven een vuur van groen hout
gehangen. Toen het gereed was, bracht Kennedy het in het schuitje. Des
anderen daags moest de jager zijn voorraad aanvullen. Des avonds waren
de reizigers nog met dit werk bezig. Hun maal bestond uit pemmican,
beschuit en thee. De vermoeienis, die hun honger had doen krijgen,
verschafte hun een vasten slaap. Ieder trachtte gedurende zijne
wacht de duisternis te doorboren, als hij soms de stem van Joe scheen
te hooren, maar helaas! die stem, die zij zoo gaarne hadden willen
hooren, was ver verwijderd. Bij de eerste stralen der zon wekte de
doctor Kennedy.--"Ik heb lang nagedacht," zeide hij, "over hetgeen
wij moeten doen, om onzen reisgezel weder te vinden."--"Wat ook uw
voornemen zij, het is mij wel, spreek."--"Voor alles is het van belang
dat Joe weet waar wij zijn."--"Zonder twijfel!"--"Als die waardige
jongen zich eens ging verbeelden, dat wij hem verlieten!"--"Hij! hij
kent ons te goed! Nooit zal zoo iets hem in de gedachte komen, maar
hij moet onze verblijfplaats weten!"--"Hoe dat?"--"Wij zullen weder
in het schuitje gaan zitten en opstijgen."--"Maar als de wind ons
uit den koers voert?"--"Dit zal gelukkig niet zoo zijn. Zie, Dick,
hij voert ons naar het meer terug, en deze omstandigheid, die gisteren
onaangenaam zou geweest zijn, is heden gunstig. Onze pogingen zullen
zich dus daartoe bepalen den geheelen dag boven deze uitgestrekte
wateroppervlakte te blijven. Joe moet ons daar zien; zijne blikken
zullen ons daar onophoudelijk zoeken. Misschien zelfs zal hij ons van
zijne verblijfplaats kunnen onderrichten."--"Als hij alleen en vrij is,
zal hij het zeker doen."--"En als hij gevangen is," hernam de doctor,
"zal hij, daar de inlanders hier hunne gevangenen niet opsluiten,
ons zien, en het doel van ons onderzoek begrijpen."--"Maar," zeide
Kennedy, "want wij moeten alle mogelijke gevallen voorzien, als wij
geen spoor vinden door hem op zijn weg achtergelaten, wat zullen
wij dan doen?"--"Wij zullen beproeven het noordelijke gedeelte van
het meer weder te bereiken en ons zooveel mogelijk in het gezicht
houden. Daar zullen wij wachten, de oevers onderzoeken, welke Joe
zeker zal trachten te bereiken, en wij zullen de plaats niet verlaten
voordat wij alles hebben gedaan om hem weder te vinden."--"Laat ons
dan vertrekken," antwoordde de jager.

De doctor nam nauwkeurig hoogte van dit stuk vasten grond dat hij
ging verlaten; volgens zijne kaart geloofde hij ten noorden van het
meer Tchad te zijn, tusschen de stad Lari en het dorp Ingemini, welke
beiden door majoor Denham waren bezocht. In dien tijd vulde Kennedy
zijn voorraad vleesch aan. Hoewel de omringende moerassen sporen
van rhinocerossen, lamentynen en rivierpaarden vertoonden, had hij
geene gelegenheid een dezer groote dieren te ontmoeten. Ten zeven
uur des avonds werd het anker van den boom losgemaakt, niet zonder
groot bezwaar, dat Joe goed wist te boven te komen; de nieuwe ballon
steeg tweehonderd voet. Hij aarzelde eerst, terwijl hij ronddraaide,
maar eindelijk in een vrij snellen luchtstroom gekomen, ging hij over
het meer met eene snelheid van twintig mijlen per uur.

De doctor hield zich standvastig op eene hoogte tusschen de 200 en 500
voet; Kennedy loste dikwijls zijne karabijn; boven de eilanden naderden
de reizigers zelfs onvoorzichtig, met hunnen blik het kreupelhout,
de struiken doorzoekende, overal waar maar eenig lommer, of eenige
kromming in eene rots tot schuilplaats aan hun reisgezel had kunnen
dienen. Zij daalden bij lange prauwen, die het meer doorploegden. De
visschers wierpen zich, op hun gezicht, in het water en gingen naar
hun eiland terug met weinig verholen teekenen van vrees. "Wij zien
niets," zeide Kennedy na twee uren zoekens. "Wachten wij, Dick, en
verliezen wij den moed niet, wij moeten niet ver zijn van het eiland
waar het ongeluk ons trof."

Ten elf uur was de ballon 90 mijlen gevorderd; toen ontmoette
hij een nieuwen luchtstroom, die hem onder een bijna rechten hoek
zestig mijlen ver naar het oosten voerde. Hij zweefde boven een zeer
groot en bevolkt eiland, dat de doctor voor Farram hield, waar de
hoofdstad der Biddiomahs ligt. Hij verwachtte Joe uit deze struiken
te voorschijn te zien komen, hen roepende. Als hij vrij was kon men
hem zonder moeite ontvoeren, gevangen zijnde zou hij, door dezelfde
list te bezigen die gediend had om den zendeling te redden, weldra
bij zijne vrienden teruggekeerd zijn, maar men zag niets, het was om
wanhopig te worden. De ballon kwam ten half drie in het gezicht van
Tangalia, een dorp op den oostelijken oever van het meer gelegen en
dat het uiterste punt was dat Denham op zijn tocht had bereikt. De
doctor werd ongerust over deze standvastige richting van den wind, hij
voelde zich naar het oosten teruggevoerd, naar het midden van Afrika
en de eindelooze woestijnen.--"Wij moeten volstrekt stil houden,"
zeide hij, "en zelfs op de aarde nederdalen; in het belang van Joe
vooral moeten wij boven het meer terugkomen, maar laat ons vooraf
trachten een tegenovergestelden luchtstroom te vinden."

Gedurende meer dan een uur zocht hij op verschillende hoogten. De
Victoria week steeds af naar den vasten grond, maar gelukkig voerde
een zeer hevige luchtstroom, op duizend voet hoogte, hem terug naar
het noordwesten. Het was niet mogelijk dat Joe op een der eilanden
van het meer werd teruggehouden, want dan zou hij zeker wel een
middel hebben gevonden om van zijne tegenwoordigheid kennis te geven;
misschien had men hem op het land gesleept. Dus redeneerde de doctor,
toen hij den noordelijken oever van het meer Tchad weder zag. Te denken
dat Joe verdronken was, dit was van allen grond ontbloot. Er was een
afgrijselijk denkbeeld in den geest van Ferguson en Kennedy opgekomen;
de kaaimannen zijn talrijk in die streken! Maar geen van beiden had
den moed zijne gedachten in woorden uit te drukken. Echter zeide de
doctor zonder eenige inleiding: "De krokodillen ontmoet men slechts op
de oevers der eilanden van het meer; Joe zal behendig genoeg geweest
zijn om hen te ontwijken; overigens zijn zij niet zeer gevaarlijk,
en de Afrikanen baden zich ongestraft zonder hunne aanvallen te
vreezen." Kennedy antwoordde niet, hij wilde liever zwijgen dan over
deze vreeslijke mogelijkheid redeneeren.

De doctor wees tegen vijf uren des avonds de stad Lari aan. De
inwoners waren bezig met de inzameling van katoen, voor hunne hutten
van gevlochten riet, te midden van zindelijk en goed onderhouden
omheinde plaatsen. Deze vereeniging van een vijftigtal hutten was
gelegen op een kleine daling van den grond in een uitgestrekt dal
tusschen lage bergen. De hevige wind dreef hen verder voort dan den
doctor aangenaam was, maar hij veranderde nogmaals en bracht hem terug
naar zijn punt van vertrek, op dat eiland, waar hij den vorigen nacht
had doorgebracht. Het anker hechtte zich in plaats van in boomtakken in
sterke rietbosschen vast. De doctor had veel moeite om den luchtballon
tegen te houden, maar eindelijk ging de wind bij het begin van den
nacht liggen en de twee vrienden waakten te zamen, bijna wanhopig.



XXXIV.

	De orkaan.--Gedwongen vertrek.--Verlies van een
	anker.--Treurige overdenkingen.--Genomen besluit.--De hoos.--De
	verzwolgen karavaan.--Tegenwind en gunstige wind.--Terugkeer
	naar het Zuiden.--Kennedy op zijn post.


Ten drie uur des morgens werd de wind hevig, hij keerde met eene zoo
groote kracht terug, dat de ballon zonder gevaar niet beneden kon
blijven; hij lag bijna horizontaal en het riet dreigde zijn omkleedsel
te verscheuren.--"Wij moeten vertrekken, Dick," zeide de doctor, "wij
kunnen in dezen toestand niet blijven."--"Maar Joe? Samuel."--"Ik
verlaat hem niet! Zeker niet! en al zou de orkaan ons 100 mijlen
naar het noorden voeren, ik zal terugkomen. Maar hier stellen wij
aller veiligheid in de waagschaal."--"Vertrekken zonder hem!" riep de
Schot uit op den toon van diepe smart.--"Gelooft gij dan," antwoordde
Ferguson, "dat mijn hart niet bloedt als het uwe? Gehoorzaam ik
niet aan eene gebiedende noodzakelijkheid?"--"Ik ben tot uw dienst,"
antwoordde de jager.--"Laat ons vertrekken."

Maar het vertrek had groote moeielijkheden; het anker, stevig
vastgehecht, weerstond alle pogingen, en de ballon, naar den
tegenovergestelden kant trekkende, deed het nog vaster zitten;
Kennedy kon het niet losrukken en in zijn tegenwoordigen toestand
werd zijn manoeuvre zeer hachelijk, want hij liep gevaar dat de
Victoria stijgen zou voordat hij er weder in kon klimmen. De doctor
dit gevaar willende vermijden, deed den Schot in het schuitje gaan
en besloot het ankertouw door te snijden. De Victoria steeg 300
voet en nam terstond de richting naar het noorden. Ferguson kon
slechts aan dien storm gehoorzamen, hij kruiste de armen over de
borst en verdiepte zich in zijne treurige overdenkingen. Na eenige
oogenblikken van een diep stilzwijgen wendde hij zich tot Kennedy,
die even stil was.--"Wij hebben misschien God verzocht," zeide hij,
"het was geen menschenwerk eene dergelijke reis te ondernemen!" En een
zucht van smart ontsnapte hem.--"Nauwelijks eenige dagen geleden,"
antwoordde de jager, "wenschen wij elkander geluk aan vele gevaren
ontkomen te zijn. Wij gaven elkander de hand!"--"Arme Joe! goede
brave jongen! Een oogenblik door zijne schatten verblind, offerde
hij ze gaarne allen op! Daar is hij nu ver van ons! En de wind voert
ons mede met onweerstaanbare snelheid!"--"Laat ons zien, Samuel, als
wij aannemen dat hij eene schuilplaats heeft gevonden bij de stammen
aan het meer, zal hij dan niet kunnen doen even als de reizigers, die
hen vóór ons hebben bezocht, zoo als Denham en Barth? Die hebben hun
vaderland wedergezien."--"Mijn arme Dick, Joe kent geen woord van de
taal, hij is alleen en zonder hulpmiddelen. De reizigers waarvan gij
spreekt, naderden de opperhoofden slechts door hun groote geschenken
te zenden, te midden van een geleide, gewapend en voorbereid op
deze tochten. En nog konden zij de kwellingen en ellende van de
ergste soort niet ontgaan!"--"Wat wilt gij dan dat er van onzen
ongelukkigen reisgezel zal worden? Het is eene verschrikkelijke
gedachte."--"Maar wij zullen terugkeeren, Samuel."--"Zeker, Dick,
al moesten wij de Victoria verlaten, al moesten wij te voet weder
naar het meer Tchad gaan en ons in betrekking stellen met den Sultan
van Bornou! De Arabieren kunnen geene slechte herinnering hebben
aan de eerste Europeanen."--"Ik zal u volgen, Samuel," antwoordde
de jager, "gij kunt op mij rekenen, wij zullen liever er van afzien
deze reis ten einde te brengen! Joe heeft zich voor ons opgeofferd,
wij zullen ons voor hem opofferen."--Dit besluit gaf weder eenigen
moed aan die twee mannen, zij gevoelden zich gesterkt door hetzelfde
denkbeeld. Ferguson stelde alles in het werk om een tegenovergestelden
luchtstroom te vinden, die hem nader bij het meer Tchad kon brengen,
maar dit was toen onmogelijk en de daling zelfs werd onuitvoerbaar
op een kalen grond en bij een zoo hevigen orkaan.

De ballon ging dus door het land der Tibbous, hij stak de Beladel
Djérid over, eene woestijn, die de grens uitmaakt van Soudan, en kwam
in eene zandwoestijn doorploegd met lange sporen van karavanen; de
laatste linie van plantengroei smolt weldra samen met den zuidelijken
horizon, niet ver van de voornaamste oase van dit gedeelte van Afrika,
wier vijftig putten door prachtige boomen zijn overschaduwd, maar
het was onmogelijk stil te houden. Een arabisch legerkamp, bestaande
uit tenten van gestreepte stoffen, eenige kameelen die hun kop op
het zand hadden uitgestrekt, verlevendigde deze eenzaamheid; maar de
Victoria ging er overheen als een luchtverheveling en doorliep dus
een afstand van zestig mijlen in drie uren, zonder dat het Ferguson
gelukte zijn vaart te stuiten.--"Wij kunnen geen halt houden," zeide
hij, "wij kunnen niet dalen? hier is geene enkele boom, geene enkele
verhevenheid van den grond! Zullen wij dan de Sahara oversteken? Zeker,
de hemel is tegen ons."--Hij sprak aldus met eene wanhopige woede,
toen hij in het noorden het zand der woestijnen zag opstijgen in
een dik stof; het dwarrelde onder den invloed van tegengestelde
luchtstroomen. Te midden van een dwarlwind verdween eene geheele
karavaan onder eene lawine van zand, de kameelen kermden erbarmelijk;
kreten van wanhoop kwamen uit dien verstikkenden stofwolk. Soms stak
een bont kleed met zijne levendige kleuren scherp af tegen dien chaos
van zand, en het geloei van den storm beheerschte dit tooneel van
verwoesting. Weldra hoopte het zand zich in dichte massa's opeen;
daar waar vroeger eene effene vlakte was, verhief zich een heuvel
van stuifzand, onmetelijk graf eener verzwolgen karavaan.

De doctor en Kennedy waren bij dit verschrikkelijk schouwspel
tegenwoordig. Zij konden hun ballon niet meer sturen, daar hij
in tegenovergestelde luchtstroomen ronddraaide en niet meer
gehoorzaamde aan de verschillende uitzettingen van het gas. Door
deze bewegingen der lucht dwarrelde hij met duizelende snelheid, en
het schuitje slingerde geweldig; de instrumenten, die onder de tent
waren opgehangen, stieten tegen elkander met gevaar van te breken;
de buizen der slang kromden zich, de waterbakken gingen met groot
geraas van hunne plaats; de reizigers konden elkander op een afstand
van twee voet niet verstaan en zij beproefden, door zich krampachtig
aan de touwen vast te houden, aan de woede van den orkaan weerstand
te bieden. Kennedy met verwilderde haren staroogde zonder te spreken,
de doctor had zijne koelbloedigheid herkregen te midden van het gevaar
en niet de minste ontroering was op zijne trekken te lezen, zelfs niet
toen de Victoria, na eene laatste draaiing, plotseling stil bleef;
de noordewind had de overhand gehouden en voerde hen terug langs den
tegenovergestelden weg van dien van des morgens met eene voor het minst
even groote snelheid.--"Waarheen gaan wij?" vroeg Kennedy.--"Laat dat
aan de Voorzienigheid over, mijn waarde Dick, ik heb ongelijk gehad
aan haar te twijfelen; zij weet beter dan wij wat goed voor ons is
en wij keeren terug naar de plaatsen, die wij niet hoopten weder te
zien." Op den grond, die eerst zoo vlak en effen was, vertoonden zich
na den storm kleine bergjes; de wind woei hevig en de Victoria vloog
door de ruimte. De richting, die de reizigers volgden, verschilde een
weinig van die, in welke zij des morgens waren gegaan, en tegen negen
uur zagen zij, in plaats van het meer Tchad, de woestijn zich voor hen
uitstrekken. Kennedy deed dit opmerken.--"Het komt er weinig op aan,"
antwoordde de doctor, "het voornaamste is in het zuiden terug te komen,
wij zullen de steden van Bornou, Wouddie of Kouka ontmoeten en ik zal
niet aarzelen daar stil te houden."--"Als gij tevreden zijt, ik ben
het ten volle," antwoordde de jager, "maar geve de hemel dat wij niet
de woestijn moeten doortrekken, zoo als die ongelukkige Arabieren. Wat
wij gezien hebben was verschrikkelijk."--"En gebeurt dikwijls, Dick;
het doortrekken van de woestijn is met andere gevaren gepaard dan het
oversteken van den oceaan; de woestijn heeft alle gevaren der zee,
zelfs het verzwelgen, en daarenboven onuitstaanbare ontberingen
en vermoeienissen."--"Het komt mij voor," zeide Kennedy, "dat de
wind gaat liggen, het stof van het zand is minder dicht opeengepakt,
zijne golvingen verminderen en de horizon klaart op."--"Des te beter,
wij moeten hem oplettend met den verrekijker onderzoeken, en niets
moet ons oog ontsnappen."--"Daar belast ik mij mede, Samuel, en de
verste boom zal niet door mij worden gezien, zonder dat gij er van
verwittigd wordt." En Kennedy ging, met den verrekijker in de hand,
voor in het schuitje staan.



XXXV.

	Geschiedenis van Joe.--Het eiland der Biddiomahs.--De
	aanbidding.--Het verzwolgen eiland.--De oever van het meer.--De
	slangenboom.--Voetreis.--Lijden.--Muskieten en mieren.--De
	honger.--Voorbijgang van den Victoria.--Verdwijning van den
	Victoria.--Wanhoop.--Het moeras.--Een laatste kreet.


Wat was er van Joe geworden gedurende de vergeefsche nasporingen
van zijn meester? Toen hij zich in het meer had geworpen was zijne
eerste beweging, nadat hij op de oppervlakte was gekomen, de oogen
omhoog te slaan; hij zag den Victoria, reeds zeer hoog boven het
meer, snel stijgen, langzamerhand kleiner worden en eindelijk door
een snellen luchtstroom medegevoerd in het noorden verdwijnen. Zijn
meester, zijne vrienden waren gered.--"Het is gelukkig," zeide hij
tot zich zelven, "dat ik het denkbeeld heb gehad mij in het meer
Tchad te werpen, het zou zeker ook bij mijnheer Kennedy opgekomen
zijn en hij zou zeker niet geaarzeld hebben te doen zoo als ik, want
het is zeer natuurlijk dat één mensch zich opoffert om twee anderen
te redden." Hieromtrent gerustgesteld, begon Joe om zich zelven
te denken; hij was in een onmetelijk meer, omringd door onbekende
volkeren waarschijnlijk woeste stammen. Dit was eene reden te meer
om zich uit de verlegenheid te redden door slechts op zich zelven
te rekenen, hij maakte zich dus niet beangst. Voor den aanval der
roofvogels, die volgens hem zich als ware condors hadden gedragen,
had hij een eiland aan den horizon gezien; hij besloot dus zich
daarheen te richten en al zijne zwemkunst in het werk te stellen, na
zich van de kleederen ontdaan te hebben die hem het meest hinderden;
eene wandeling van vijf of zes mijlen hinderde hem niet, daarom dacht
hij, zoolang hij in het volle meer was, nergens anders aan dan om te
zwemmen. Na een anderhalf uur was de afstand die hem van het eiland
scheidde, zeer verminderd. Maar naarmate hij het land naderde, maakte
zich eene eerst vluchtige, daarna ernstige gedachte van zijn geest
meester. Hij wist dat de oevers van het meer bezocht werden door
ontzaglijke alligators, hij kende de vraatzucht dezer dieren. Hoe
natuurlijk hij ook alles in deze wereld mocht vinden, gevoelde de
waardige jongen zich echter levendig ontroerd; hij vreesde dat het
blanke vleesch bijzonder naar den smaak der krokodillen zou zijn en
ging dus slechts met de grootste voorzorgen voorwaarts, steeds een oog
in het zeil houdende. Hij was slechts honderd vademen verwijderd van
het met groene boomen overschaduwde strand, toen een sterke lucht van
muskus zijne reukzenuwen aandeed. "Mooi!" zeide hij bij zichzelven,
"dat is het juist wat ik vreesde, de kaaiman is niet ver meer." En hij
dompelde zich snel onder, maar niet spoedig genoeg om de aanraking
van een groot lichaam te ontgaan, wiens schubbige huid hem in het
voorbijgaan schampte. Hij achtte zich verloren en begon met wanhopige
snelheid te zwemmen; hij kwam boven water om adem te halen en verdween
weder. Daar stond hij een kwartier lang een onuitsprekelijken angst
uit, dien hij met al zijne koelbloedigheid niet kon verdrijven; hij
meende achter zich het geluid te hooren van dien grooten muil gereed
om hem te verslinden. Nu zwom hij, zoo stil mogelijk, onder water, toen
hij zich eerst bij een arm, vervolgens om zijn middel voelde grijpen.

Arme Joe! hij dacht voor de laatste maal aan zijn meester en begon
wanhopig te worstelen, daar hij zich niet naar den bodem van het
meer voelde trekken, zooals de krokodillen doen om hunne prooi te
verslinden, maar naar de oppervlakte. Nauwelijks had hij kunnen
ademhalen en de oogen openen, of hij zag zich tusschen twee negers,
zwart als ebbenhout, die hem stevig vasthielden en vreemde kreten
slaakten.--"Welnu, komaan!" riep Joe uit, "negers in plaats van
kaaimans! Ik heb dit waarachtig liever! Maar hoe durven die kerels zich
hier baden?" Joe wist niet dat de inwoners van de eilanden van het
meer Tchad, even als vele negers, straffeloos zich baden in wateren
waar zich alligators bevinden, zonder zich om hunne tegenwoordigheid
te bekommeren; de tweeslachtige dieren van dit meer staan algemeen
bekend als onschadelijk. Was Joe dus nu het eene gevaar ontkomen, om
in het andere te vervallen? Dit liet hij aan de toekomst over, en daar
hij niet anders kon doen, liet hij zich zonder eenige vrees te toonen
naar den oever slepen.--"Klaarblijkelijk," zeide hij in zich zelven,
"hebben deze menschen den Victoria over de wateren van het meer zien
gaan even als een monster uit de lucht, en zij moeten eerbied hebben
voor een man, die uit den hemel is gevallen. Laat hen dus begaan!"

Tot zoover was Joe met zijne overdenkingen gevorderd, toen hij
aan land stapte te midden eener huilende menigte van beide seksen
en allerlei leeftijd, maar niet van alle kleuren; hij bevond zich
onder een stam van Biddiomahs van een prachtig zwarte kleur. Hij
behoefde zelfs niet te blozen over de luchtigheid zijner kleeding,
hij was naar de laatste mode van het land "ontkleed." Maar, voordat
hij den tijd had om zich van zijn toestand rekenschap te geven, kon
hij zich niet vergissen in de aanbidding waarvan hij het voorwerp
werd. Dit stelde hem gerust, hoewel de geschiedenis van Kazeh [52]
hem in het geheugen kwam. "Ik heb een voorgevoel dat ik weder een
god, de een of andere Zoon der Maan zal worden! Welnu, dit ambacht is
even goed als een ander, als men geene keus heeft. Het voornaamste is
tijd te winnen. Als de Victoria weder voorbijkomt, zal ik van mijne
nieuwe positie gebruik maken om aan mijne aanbidders het schouwspel
te geven van eene wonderbare hemelvaart." Terwijl Joe aldus nadacht,
verdrong de menigte zich rondom hem, zij viel op de knieën, huilde,
betastte hem en werd zeer gemeenzaam, maar zij was ook zoo goed hem een
prachtig gastmaal aan te bieden, bestaande uit zure melk met gepelde
rijst en honig. De waardige jongen, zich in alles schikkende, deed een
der beste malen van zijn leven en gaf aan het volk een hoog denkbeeld
van de wijze, waarop de goden bij plechtige gelegenheden eten.

Toen de avond gekomen was, namen de toovenaars van het eiland hem
eerbiedig bij de handen en geleidden hem naar eene soort van hut,
door talismans omringd; voordat hij er binnen ging, sloeg Joe een
onrustigen blik op de hoopen beenderen, die rondom dit heiligdom lagen;
overigens had hij al den tijd om over zijn toestand na te denken toen
hij in zijne hut was opgesloten. Gedurende den avond en een gedeelte
van den nacht hoorde hij feestzangen, het geluid van eene soort van
trom en een geraas van ijzer, dat zeer aangenaam is voor afrikaansche
ooren; huilende koren begeleidden eindelooze dansen van de negers, die
de heilige hut met hunne lichaamsverdraaiingen en grimassen omringden.

Joe kon dit waarnemen door de muren van slijk en riet; misschien
zou hij, in andere omstandigheden groot behagen hebben geschept in
deze vreemde plechtigheden, maar eene onaangename gedachte bekroop
hem weldra. Hoewel alles van de goede zijde beschouwende, vond hij
het toch droevig in dit wilde land en bij dergelijke stammen te
zijn. Weinige reizigers, die zich in deze streken hadden gewaagd,
hadden hun vaderland wedergezien. Kon hij zich wel verlaten op de
aanbidding waarvan hij het voorwerp was! Hij had goede redenen om
aan de ijdelheid van aardsche grootheid te gelooven. Hij vroeg
zich af, of de aanbidding in dit land niet zoover ging dat men
den aangebedene opat! Ondanks dit onaangenaam vooruitzicht en na
eenige uren van overdenking, kreeg de vermoeienis de overhand over
de akelige gedachten en Joe viel in een diepen slaap, die zonder
twijfel tot aan het krieken van den dag zou hebben geduurd, als eene
onverwachte vochtigheid den slaper niet had wakker gemaakt. Weldra
werd dit vocht water, dat zoo hoog steeg, dat Joe tot aan zijn
midden daarin stond. "Wat is dat?" zeide hij, "eene overstrooming,
eene hoos, eene nieuwe marteling der negers! Waarachtig, ik zal niet
wachten totdat het mij aan den hals komt." Dit zeggende stootte hij
den muur met zijn schouder in en waar bevond hij zich toen? midden
in het meer. Er was geen spoor meer van het eiland te zien. Het was
in den nacht ondergeloopen.--"Dit is een naar land voor de bewoners,"
zeide Joe, en hij begon op nieuw met alle kracht te zwemmen. Een dezer
vrij algemeene verschijnsels op het meer Tchad had den braven jongen
bevrijd; meer dan één eiland, dat vast als een rots scheen, is op
deze wijze verdwenen, en dikwijls moesten de volkeren aan de oevers
de ongelukkigen opnemen, die aan deze verschrikkelijke ramp waren
ontkomen. Joe was onbekend met deze bijzonderheid, maar hij maakte er
gebruik van. Hij bemerkte een dobberend schuitje en begaf zich spoedig
daarheen, het was eene soort van ruw uitgeholde boomstam. Een paar
riemen waren er gelukkig in, en Joe, van een snellen stroom gebruik
makende, liet zich drijven. "Laat ons goed onze stelling opnemen,"
zeide Joe. "De poolster, die als een eerlijk man zijn plicht doet om
iedereen het noorden aan te wijzen, zal mij wel te hulp willen komen."

Hij zag met blijdschap dat de stroom hem naar den noordelijken oever
voerde en liet hem begaan. Tegen twee uur des morgens zette hij voet
aan wal op een voorgebergte, bedekt met doornachtig riet, dat zeer
lastig scheen, maar een boom stond daar juist van pas, om hem een bed
in zijne takken aan te bieden. Joe klom er in voor meerdere veiligheid
en wachtte daar, zonder veel te slapen, de eerste zonnestralen af. Toen
de dag was aangebroken met dien snelheid, eigen aan de landen onder
en bij den evenaar gelegen, sloeg Joe een blik op den boom, die hem
gedurende den nacht had beschut; een onverwacht schouwspel deed hem
schrikken. De takken van dezen boom waren letterlijk geheel bedekt
met slangen en kameleons; de bladeren waren onzichtbaar; men zou het
een boom van eene nieuwe soort hebben genoemd, die kruipend gedierte
voortbracht; onder de stralen der zon kroop dit alles door en over
elkander. Joe ondervond een levendig gevoel van schrik, gemengd
met walging en sprong ter aarde, te midden van het gesis van den
troep. "Dat is iets," zeide hij, "dat men nooit zal willen gelooven."

Hij wist niet dat de laatste brieven van doctor Vogel deze
bijzonderheid van de oevers van het meer Tchad, waar de kruipende
dieren talrijker zijn dan in eenig ander land ter wereld, hadden
doen kennen; na hetgeen hij gezien had, besloot Joe in het vervolg
omzichtiger te zijn en, zich naar de zon richtende, begaf hij zich
op weg naar het noordoosten, hij ontweek zorgvuldig alle mogelijke
hutten en holen, in een woord alles wat tot menschelijke woning zou
hebben kunnen dienen.

Hoe dikmaals zag hij naar de lucht! Hij hoopte den ballon te ontdekken
en, hoewel hij hem dien geheelen dag te vergeefs had gezocht, verzwakte
dit zijn vertrouwen op zijn meester niet; hij had eene groote vastheid
van karakter noodig om zoo koelbloedig te zijn. De honger voegde
zich bij de vermoeienis, want wortelen, merg van heesters, zoo als de
"mélé," of vruchten van den palmboom "doum", versterken iemand niet,
en echter kon hij, volgens zijne schatting ongeveer twintig mijlen
westwaarts gaan. Zijn lichaam droeg op twintig plaatsen de sporen
van duizenden doornen, waarmede het riet van het meer, de acacia's
en de mimosa's bezet zijn, en zijne bebloede voeten maakten zijn gang
uiterst pijnlijk. Maar eindelijk wist hij zijne smarten te overwinnen
en des avonds besloot hij den nacht aan de oevers van het meer Tchad
door te brengen.

Daar had hij de steken door te staan van duizenden insecten; vliegen,
muskieten, mieren van een halve duim lengte, bedekten daar letterlijk
de aarde; na twee uren bleef aan Joe geen stuk over van de weinige
kleederen die hem bedekten; de insecten hadden alles verslonden;
het was een verschrikkelijke nacht, die den vermoeiden reiziger geen
uur slaap veroorloofde; al dien tijd woedden de wilde zwijnen en
buffels, de ajoub, eene soort van lamentyn, die zeer gevaarlijk is,
in de struiken en onder het water van het meer. Joe durfde zich niet
bewegen. Hij had moeite zijn kalmte en geduld te behouden. Eindelijk
brak de dag weer aan; Joe stond spoedig op en men oordeele over zijn
afgrijzen toen hij zag dat een vuil dier zijne legerstede had gedeeld;
eene pad, maar eene van vijf duim breed, met een monsterachtigen,
afschuwelijken kop, die hem met groote oogen aanstaarde. Joe voelde
zich het hart in het lijf omdraaien, en door walging voortgedreven,
liep hij met groote stappen naar het meer, om zich te baden. Dit
bad deed het jeuken dat hem kwelde een weinig bedaren en, na eenige
bladeren te hebben gekauwd, ging hij weder op weg met eene volharding,
waarvan hij zich geene rekenschap wist te geven; hij had geen gevoel
meer van hetgeen hij deed en desniettemin voelde hij dat zijne kracht
sterker was dan zijne wanhoop. Echter deed een verschrikkelijke honger
zich bij hem voelen; zijne maag, minder geduldig dan hij, klaagde;
hij was verplicht eene klimplant stevig om zijn lichaam te binden;
gelukkig kon hij zijn dorst bij iedere schrede lesschen en, zich het
lijden in de woestijn herinnerende, vond hij het betrekkelijk gelukkig
dat hij de kwellingen van den dorst niet had te doorstaan.--"Waar
kan de Victoria zijn?" vroeg hij zich af..... "De wind is noord,
hij moest naar het meer terugkeeren. Zonder twijfel zal mijnheer
Samuel het evenwicht hebben moeten herstellen; maar de dag van
gisteren zal daarvoor wel voldoende zijn geweest, het zou dus niet
onmogelijk zijn dat heden.... Maar laat ons doen als of ik hem nooit
moest wederzien. Alles wel bezien, als ik eene der groote steden van
het meer bereik, zou ik in het geval verkeeren van de reizigers,
van welke mijn meester ons heeft gesproken. Waarom zou ik er niet
even goed afkomen als zij? Er zijn er die terug zijn gekomen. Komaan,
moed!" Aldus sprekende en steeds voortgaande, kwam de onverschrokken
Joe in het midden van het bosch nabij een troep wilden terecht. Hij
bleef bij tijds staan en werd niet gezien. De negers hielden zich
bezig hunne pijlen te vergiftigen met het sap der wolfsmelk, hetgeen
eene voorname bezigheid is voor de stammen dezer streek, en dat met
zekere plechtigheid geschiedt.

Joe verbergde zich en bleef onbeweeglijk, zijn adem inhoudende, in
eene dicht begroeide plaats, toen hij, de oogen opheffende, door de
bladeren heen den Victoria bemerkte, die zich naar het meer richtte,
nauwelijks honderd voet boven hem. Maar het was onmogelijk zich te
doen hooren of te laten zien. Tranen kwamen hem in de oogen, niet van
wanhoop, maar van dankbaarheid; zijn meester zocht hem! Zijn meester
verliet hem niet! Hij moest het vertrek der zwarten afwachten, dan
kon hij zijne schuilplaats verlaten en naar de oevers van het meer
loopen. Maar de ballon verdween toen in het blauw des hemels. Joe
besloot hem te wachten, hij zou zeker wel weder voorbijkomen! Hij
kwam inderdaad weder voorbij, maar meer naar het oosten. Joe liep,
maakte gebaren, schreeuwde.--Te vergeefs! Een hevige wind voerde
den ballon mede met eene snelheid, die hem alle hoop ontnam. Voor de
eerste maal verlieten de kracht en de hoop den ongelukkige; hij zag
zich verloren, hij geloofde dat zijn meester was vertrokken zonder
terug te keeren, hij durfde niet meer denken. Als een krankzinnige
liep hij met bloedende voeten en een gewond lichaam den geheelen
dag en een gedeelte van den nacht. Hij sleepte zich nu eens op de
knieën, dan eens op de handen voort, hij zag het oogenblik nabij dat
de kracht hem zou ontbreken, dat hij ging sterven. Dus voortgaande
bevond hij zich eindelijk bij een moeras, hij viel onverwachts in een
taai slijk; ondanks zijne pogingen, ondanks zijn wanhopigen tegenstand,
voelde hij zich langzamerhand in dien modderigen grond zuigen, eenige
minuten later stak hij er tot zijn midden in.--"Daar is dan de dood,"
zeide hij tot zich zelven, "en welk een dood!...."

Hij worstelde woedend, maar dit deed hem nog dieper zinken in
dit graf, dat de ongelukkige zich zelven groef! Er was geen enkel
stuk hout, dat hem kon tegenhouden, geen riet om zich aan vast te
houden!--Hij begreep dat het met hem gedaan was!... Zijne oogen sloten
zich.--"Meester! meester!... help!" riep hij uit. En die wanhopige
stem, reeds half versmoord, verloor zich in den nacht.



XXXVI.

	Eene verzameling aan den horizon.--Een troep Arabieren.--De
	vervolging.--Hij is het!--Val van het paard.--De gewurgde
	Arabier.--Een kogel van Kennedy.--Manoeuvreeren.--Ontvoering
	in de vlucht.--Joe wordt gered.


Sedert Kennedy zijn waarnemings-post voor in het schuitje had
ingenomen, onderzocht hij oplettend den horizon. Na eenigen tijd wendde
hij zich tot den doctor en zeide: "Als ik mij niet bedrieg zie ik daar
ginds een troep menschen of beesten zich bewegen, het is nog onmogelijk
hen te onderscheiden. In allen gevalle loopen zij snel, want zij jagen
eene wolk van stof op."--"Zou het weer een andere wind zijn?" zeide
Samuel, "of eene hoos, die ons naar het noorden zal voeren?" Hij
stond op om den horizon te onderzoeken.--"Ik geloof het niet, Samuel,
het is een troep gazellen of wilde ossen."--"Misschien, Dick, maar
zij zijn ten minste negen of tien mijlen van ons verwijderd en zelfs
met den verrekijker kan ik niets onderscheiden."--"In allen gevalle
zal ik hen niet uit het oog verliezen, er is iets bijzonders, dat mij
vreemd voorkomt, men zou zeggen dat het ruiterij was! Ik bedrieg mij
niet, het zijn wel ruiters! Zie!" De doctor keek oplettend naar den
hem aangewezen troep.--"Ik geloof dat gij gelijk hebt," zeide hij,
"het is een detachement Arabieren of Tibbous, zij gaan in dezelfde
richting als wij, maar wij gaan sneller en komen hen gemakkelijk
vooruit. In een half uur zullen wij in staat zijn te zien en te
oordeelen wat wij moeten doen."--Kennedy had weder zijn verrekijker
genomen en keek oplettend. De ruiters werden meer zichtbaar,
eenigen zonderden zich af.--"Het is blijkbaar," hernam Kennedy,
"eene manoeuvre of eene jacht, het schijnt wel dat die lieden iets
vervolgen. Ik zou wel willen weten wat daarvan is."--"Geduld Dick,
spoedig zullen wij hen inhalen en zelfs voorbijkomen als zij dezen
weg blijven volgen, wij gaan met eene snelheid van twintig mijlen
in het uur en geene paarden kunnen zoo snel loopen."--Kennedy ging
weder op zijn post en eenige oogenblikken daarna zeide hij: "Het zijn
Arabieren, die met de grootste snelheid rijden, ik kan het volmaakt
goed onderscheiden, zij zijn vijftig in getal. Ik zie hunne burnous in
den wind fladderen. Het is eene exercitie van ruiters, hun opperhoofd
gaat hen op honderd schreden vooruit en zij volgen hem."--"Wie zij ook
mogen zijn, Dick, zij zijn niet te vreezen en, als het noodzakelijk
is, zal ik stijgen."--"Wacht nog wat, Samuel.--Dat is zonderling,"
voegde Dick er, na een nieuw onderzoek bij, "er is iets waarvan ik mij
geene rekenschap kan geven; aan hunne pogingen en de ongeregeldheid
hunner linie schijnen deze Arabieren eerder iemand te vervolgen dan te
volgen."--"Zijt gij er zeker van, Dick?"--"Ja. Ik bedrieg mij niet, zij
volgen geen opperhoofd, die hen voorgaat, maar een vluchteling."--"Een
vluchteling," zeide Samuel ontroerd.--"Ja."--"Laat ons hem niet uit het
oog verliezen en wachten."--Men won spoedig drie of vier mijlen op die
ruiters, die echter pijlsnel reden.--"Samuel! Samuel!" riep Kennedy met
bevende stem uit.--"Wat is er, Dick?"--"Is het een zinsbedrog?"--"Is
het mogelijk?"--"Wat wilt gij zeggen?"--"Wacht."--En de jager
veegde spoedig de glazen van den verrekijker af en begon weder te
kijken.--"Welnu?" zeide de doctor.--"Hij is het, Samuel!"--"Hij!" zeide
deze laatste.--"Dit woord 'hij' zeide alles, het was niet noodig
hem te noemen."--"Hij is het, te paard! nauwelijks 100 schreden
van zijne vijanden! Hij vlucht!"--"Het is wel Joe!" zeide de doctor
verbleekende.--"Hij kan ons in zijne vlucht niet zien."--"Hij zal
ons zien," antwoordde Ferguson, de vlam van zijne gaspijp doende
minderen.--"Maar hoe?"--"In vijf minuten zullen wij op vijftig
voet van den grond en in vijftien boven hem zijn."--"Wij moeten hem
waarschuwen door een schot."--"Neen! hij kan niet op zijne schreden
terugkeeren, de mogelijkheid daartoe is hem afgesneden."--"Wat
dan te doen?"--"Wachten!"--"Wachten! En deze Arabieren?"--"Wij
zullen hen inhalen en voorbijkomen! Wij zijn geen twee mijlen van
hen af en als het paard van Joe volhoudt!"--"Groote God!" zeide
Kennedy.--"Wat is er?"--Kennedy had een kreet van wanhoop geslaakt,
toen hij Joe ter aarde zag vallen. Zijn paard, blijkbaar uitgeput, was
nedergestort.--"Hij heeft ons gezien!" riep de doctor uit, "toen hij
opstond heeft hij ons een teeken gegeven."--"Maar de Arabieren zullen
hem bereiken? waarom wacht hij? O! die moedige jongen! Hoezee?" zeide
de jager, die zich niet meer kon inhouden.

Joe, onmiddellijk na zijn val opgestaan zijnde, op het oogenblik dat
een der vlugste ruiters zich op hem wierp, sprong op als een panther,
ontweek hem door een zijsprong, wierp zich achter op zijn paard,
greep den Arabier bij de keel en wurgde hem met zijne gespierde armen
en ijzeren vingers, wierp hem in het zand en vervolgde pijlsnel zijn
weg. Een schrille kreet der Arabieren klonk door de lucht, maar
geheel met hunne vervolging bezig zijnde, hadden zij den Victoria
op 500 schreden achter zich en nauwelijks dertig voet van den grond
niet bemerkt; zij zelven waren op nauwelijks twintig paardelengten
van den vluchteling af. Een van hen naderde Joe meer en meer en was
op het punt hem met zijne lans te doorboren, toen Kennedy met vast
oog en vaste hand hem door een kogel ter aarde deed buitelen. Joe
keerde op het gehoor van dien val zich zelfs niet om. Een deel der
bende staakte zijn loop en viel voorover in het stof op het zien van
den Victoria, de overigen zetten hunne vervolging voort.--"Wat doet
Joe toch?" riep Kennedy uit, "hij houdt niet stil."--"Hij doet beter
dan dat, Dick, ik heb hem begrepen! hij blijft in de richting van den
luchtballon en rekent op ons vernuft! Ah, die brave jongen. Wij zullen
hem voor den neus van die Arabieren ontvoeren, wij zijn niet meer
dan tweehonderd schreden van hem af."--"Wat moeten wij doen?" vroeg
Kennedy.--"Laat uw geweer liggen."--"Daar," zeide de jager, zijn wapen
nederleggende.--"Kunt gij 150 pond ballast in uwe armen houden?"--"Nog
wel meer."--"Neen! dat is voldoende."--De doctor stapelde zakken met
zand op tusschen de armen van Kennedy.--"Blijf achter in het schuitje
en houd u gereed dien ballast in eens weg te werpen. Maar bij uw leven,
doe het niet vóór mijn bevel."--"Wees gerust!"--"Zonder dat zouden
wij Joe niet kunnen bereiken, hij zou verloren zijn!"--"Reken op mij."

De Victoria was toen bijna boven de ruiters, die met lossen teugel Joe
achtervolgden. De doctor hield voor in het schuitje de ladder klaar,
gereed om haar uit te werpen op het gepaste oogenblik. Joe had den
afstand tusschen zich en zijne vervolgers behouden, dat is ongeveer
vijftig voet. De Victoria trok hen voorbij.--"Opgepast!" zeide Samuel
tot Kennedy.--"Ik ben gereed."--"Joe! pas op!..." riep de doctor met
zijn heldere stem, terwijl hij de ladder uitwierp, wier eerste sporten
het stof van den grond opjoegen. Op den roep van den doctor keerde Joe,
zonder zijn paard stil te doen staan, zich om, de ladder bereikte hem
en op het oogenblik dat hij er zich aan vast klampte riep de doctor
tot Kennedy:--"Werp uit!"--"Het is gedaan..." En de Victoria, ontdaan
van een gewicht dat zwaarder was dan Joe, steeg 150 voet in de lucht.

Joe hield zich stevig aan de ladder vast gedurende de hevige
schommelingen die de ballon beschreef; vervolgens een voor de
Arabieren onbegrijpelijk gebaar makende en met de vlugheid van
een clown klimmende, kwam hij bij zijne reisgezellen, die hem
in hunne armen ontvingen. De Arabieren slaakten een kreet van
verwondering en woede. De vluchteling was hun in de vlucht ontvoerd
en de Victoria verwijderde zich snel.--"Meester! meester!" zeide
Joe.--En van ontroering en vermoeienis bezwijkende, viel hij in
zwijm, terwijl Kennedy, bijna waanzinnig van vreugde, uitriep:
"Gered! gered!"--"Zeker!" zeide de doctor, die zijne koelbloedigheid
had teruggekregen.

Joe was bijna naakt, zijne bebloede armen, zijn lichaam met wonden
bedekt, dit alles getuigde van zijn lijden. De doctor verbond zijne
wonden en legde hem onder de tent neder.

Hij kwam weldra bij, vroeg een glas brandewijn, dat de doctor geloofde
hem niet te moeten weigeren, daar Joe niet iemand was dien men als
iedereen moest behandelen. Na gedronken te hebben, drukte Joe de hand
zijner twee reisgezellen en verklaarde zich bereid zijne avonturen
te verhalen. Maar men veroorloofde hem niet te spreken en hij viel
in een diepen slaap, waaraan hij groote behoefte scheen te hebben. De
Victoria nam toen een richting naar het westen. Door een sterken wind
voortgestuwd, zag men de grens van de doornachtige woestijn terug,
boven de palmboomen, die door den storm gekromd of uit den grond gerukt
waren, en toen men na de redding van Joe bijna 200 mijlen had afgelegd,
kwam men tegen den avond voorbij den tienden graad breedte.



XXXVII.

	De weg naar het westen.--Het ontwaken van
	Joe. Zijne koppigheid.--Einde der geschiedenis van
	Joe.--Tagelet.--Ongerustheid van Kennedy.--Weg naar het
	noorden.--Een nacht dicht bij Aghadés.


De wind werd bedaarder gedurende den nacht en de Victoria bleef stil
boven een grooten wilden vijgenboom. De doctor en Kennedy waakten
beurtelings en Joe maakte van die gelegenheid gebruik om een goeden
slaap te doen, vier-en-twintig uren achtereen.--"Dit geneesmiddel
heeft hij noodig," zeide Ferguson, "de natuur zal zich met zijne
genezing belasten." Op den dag werd de wind weder vrij sterk maar
veranderlijk, dan eens was hij noord, dan weder zuid, maar ten
laatste werd de Victoria westwaarts gevoerd. De doctor met de kaart
in de hand, herkende het koninkrijk Damerghou, een golvenden grond
van groote vruchtbaarheid, met de hutten der dorpen, vervaardigd van
riet en takken van de asclepia; de korenmolens verhieven zich in de
bebouwde velden op kleine stellages, die bestemd waren om hen tegen de
muizen en termiten te beschermen. Weldra bereikte men de stad Zinder,
herkenbaar aan haar uitgestrekt plein van strafoefeningen; in het
midden verheft zich de boom des doods, de beul waakt aan zijn voet,
en al wie onder zijn lommer doorgaat, wordt terstond opgehangen. Het
kompas raadplegende, kon Kennedy niet nalaten te zeggen: "Nu nemen wij
weder een weg naar het noorden!"--"Wat beteekent dat? Als hij ons naar
Tombuctou voert, zullen wij ons niet te beklagen hebben! Nooit zal er
schooner reis onder betere omstandigheden volbracht zijn!...."--"Noch
in betere gezondheid," antwoordde Joe, die zijn opgeruimd gelaat door
de gordijnen van de tent stak. "Daar is onze brave vriend!" riep
de jager uit, "onze redder! Hoe gaat het?"--"Zeer natuurlijk,
mijnheer Kennedy, zeer natuurlijk, nooit ben ik zoo wel geweest! Er
is niets dat een mensch zoozeer op zijn streek brengt, als een klein
uitspanningsreisje, voorafgegaan door een bad in het meer Tchad! Is
het niet zoo, meester?"--"Edel hart!" antwoordde Ferguson hem de hand
drukkende. "Hoeveel angst en onrust hebt gij ons veroorzaakt."--"Welnu,
en gij dan! gelooft gij dat ik gerust was over uw lot? Gij kunt u
beroemen mij een grooten schrik te hebben aangejaagd!"--"Wij zullen
elkander nooit verstaan, Joe, als gij de zaken zoo opvat."--"Ik zie
dat zijn val hem niet heeft veranderd," voegde Kennedy er bij. "Uwe
opoffering is verheven geweest, mijn jongen, en heeft ons gered,
want de Victoria zou in het meer zijn gevallen en eens daar zijnde,
had niemand hem er uit kunnen halen."--"Maar als mijne opoffering,
zoo als het u behaagt mijne buiteling te noemen, u gered heeft, heeft
het mij dan ook niet gered, daar wij allen eene goede gezondheid
genieten? Bij gevolg hebben wij elkander niets te verwijten."--"Men
zal zich nooit met dien knaap verstaan," zeide de jager.--"Het beste
middel om elkander eens te verstaan," zeide Joe, "is niet meer daarover
te spreken; wat gedaan is, is gedaan, hetzij goed of slecht, er valt
niets aan te veranderen."--"Stijfkop," zeide de doctor lachend, "gij
zult ons toch wel uwe avonturen willen verhalen?"--"Als gij er veel
aan hecht! Maar vooraf zal ik deze vette gans braden, want ik zie dat
mijnheer Dick zijn tijd niet heeft laten verloren gaan."--"Zoo als
gij zegt, Joe."--"Welnu! wij zullen weldra zien hoe dit afrikaansche
wild zich in een europeesche maag gedraagt."

De gans was weldra gebraden en opgegeten; Joe nam er een goed deel
van, als een mensch, die in vele dagen niets heeft genuttigd. Na
het gebruik van thee en grog verhaalde hij zijn reisgezellen zijne
avonturen; hij sprak met eene zekere ontroering; terwijl hij de zaken
op zijne hem gewone wijze beschouwde. De doctor drukte hem herhaalde
malen de hand, toen hij dezen waardigen dienaar meer bekommerd zag
over het lot zijns meesters, dan over het zijne; de overstrooming van
het eiland der Biddiomahs verklaarde hij hem uit de menigvuldigheid
van dit verschijnsel op het meer Tchad. Eindelijk kwam Joe aan het
oogenblik waarin hij in het moeras stekende een laatsten kreet van
wanhoop slaakte.

"Ik hield mij voor verloren," zeide hij, "en mijne gedachten waren u
gewijd, meester; en ik begon te worstelen om er uit te komen. Hoe? dat
zal ik u niet zeggen, ik was vast besloten mij niet te laten verzwelgen
zonder pogingen te doen om mij te redden, toen ik op twee schreden
afstands van mij een stuk pas afgesneden touw bemerkte: ik deed eene
laatste poging, en zoo goed en zoo kwaad als het ging gelukte het mij
dat te grijpen; ik trok en eindelijk was ik weder op vasten grond. Aan
het einde van het touw vond ik een anker! O, meester, ik heb wel
recht om 't het anker der redding te noemen, als gij daar ten minste
niets tegen hebt. Ik herkende het voor een anker van den Victoria,
gij waart dus daar geweest. Ik volgde de richting van het touw, dat
mij uwe richting aanwees, en na nieuwe pogingen trok ik mij uit het
slik. Ik had met mijn moed ook mijne krachten herkregen en ik liep
gedurende een gedeelte van den nacht, mij van het meer verwijderende;
eindelijk kwam ik aan den zoom van een onmetelijk woud. Daar was
eene beslotene ruimte, waar paarden graasden zonder eenig kwaad
te vermoeden; er zijn oogenblikken in het leven, dat iedereen kan
paard rijden, is het niet waar? Ik bedacht mij geene minuut, sprong
op den rug van een dezer dieren, en joeg met alle snelheid naar het
noorden. Ik zal u niet spreken van steden, die ik niet heb gezien,
noch van de dorpen die ik heb vermeden. Neen. Ik snelde over bezaaide
velden, ik sprong over kreupelhout, beklom pallissaden, en zette
mijn paard steeds aan. Ik kwam eindelijk aan de grens der bebouwde
velden. Mooi, daar was de woestijn! dat stond mij aan, want toen kon
ik beter en verder voor mij uitzien. Ik hoopte altijd den Victoria te
ontdekken. Maar niets daarvan. Na drie uren belandde ik als een gek
in eene legerplaats van Arabieren! Welk eene jacht!.... Ziet gij,
mijnheer Kennedy, een jager weet niet wat eene jacht is, als men
nooit op hem zelven jacht gemaakt heeft! En echter geef ik hem den
raad het nooit te beproeven. Mijn paard viel neer van vermoeienis,
men drong op mij aan, ik spring achter een Arabier op het paard! Ik
was niet boos op hem en ik hoop dat hij het mij vergeven zal dat ik
hem heb gewurgd; maar ik had u gezien en gij weet het overige. De
Victoria volgde mijn spoor en gij naamt mij op in de vlucht, even
als een ruiter een ring bij het ringsteken. Had ik niet gelijk op
u te rekenen? Welnu, mijnheer Samuel, gij ziet hoe eenvoudig dat
alles is. Niets ter wereld is natuurlijker! Ik ben gereed weder te
beginnen, als het u nogmaals een dienst kan bewijzen! En overigens,
zooals ik u zeide, meester, het is niet der moeite waard daarover
te spreken." "Mijn brave Joe!" antwoordde de doctor ontroerd, "edel
hart! Wij hadden geen ongelijk vertrouwen te stellen in uw vernuft
en uwe behendigheid."--"Bah! mijnheer, men laat zich slechts door de
omstandigheden leiden, en men redt zich uit den brand! Het veiligste,
ziet gij, is nog de zaken te nemen zoo als zij zich voordoen."

Gedurende deze geschiedenis van Joe had de ballon snel eene groote
uitgestrektheid doorloopen. Kennedy maakte weldra aan den horizon
op eene verzameling hutten opmerkzaam, die het aanzien van eene
stad hadden. De doctor raadpleegde zijne kaart en herkende Tagelel
in Damerghou. "Wij vinden hier," zeide hij, "den weg van Barth
weder. Daar scheidde hij van zijne twee reisgezellen, Richardson
en Overweg; de eerste moest den weg van Zinder, de tweede dien
van Maradi volgen en gij herinnert u dat Barth de eenige van deze
drie reizigers is, die Europa wederzag."--"Dus," zeide de jager,
"als wij op de kaart de richting van den Victoria volgen, gaan wij
recht noordwaarts."--"Ja, mijn waarde Dick."--"En verontrust u dit
niet een weinig?"--"Waarom?"--"Omdat die weg ons naar Tripoli voert
en boven de groote woestijn."--"O! wij zullen zoo ver niet gaan,
mijn vriend, ten minste ik hoop het."--"Maar waar wilt gij stil
houden?"--"Laat eens zien, Dick, zoudt gij niet nieuwsgierig zijn
om Tombuctou te bezoeken?"--"Tombuctou?"--"Zonder twijfel," zeide
Joe, "men mag geene reis door Afrika doen, zonder Tombuctou te
bezoeken."--"Gij zult de vijfde of zesde Europeaan zijn, die deze
geheimzinnige stad heeft gezien!"--"Naar Tombuctou dan."--"Laat
ons dan tusschen 17° en 18° breedte aankomen en daar zullen wij
een gunstigen wind zoeken, die ons naar het westen voert."--"Goed,"
antwoordde de jager; "maar moeten wij nog een langen weg noordwaarts
afleggen?"--"Ten minste 150 mijlen."--"Dan ga ik een weinig slapen,"
zeide Kennedy.--"Slaap, mijnheer," antwoordde Joe, "gij, meester,
doe even als mijnheer Kennedy, gij zult rust noodig hebben, want ik
heb u op eene onbescheidene wijze wakker gehouden."

De jager strekte zich onder de tent uit, maar Ferguson, op wien de
vermoeienis weinig invloed had, bleef op zijn post als waarnemer. Na
drie uren trok de Victoria buitengewoon snel over dat keisteenachtige
land, met rijen hooge en naakte bergen met grondvlakken van graniet;
enkele toppen bereikten zelfs eene hoogte van 4000 voet; de giraffen,
antilopen en struisvogels sprongen zeer vlug in de bosschen van
acacia's, mimosa's en dadelboomen; na de dorheid der woestijn hernam
de plantengroei zijn rijk. Het was het land der Kailouas, die zich het
gezicht bedekken met een band van katoen, even als hunne gevaarlijke
buren de Touaregs.

Ten tien uur des avonds, na een tocht van 250 mijlen, hield de Victoria
stil boven eene belangrijke stad; de maan deed zien dat een gedeelte
half verwoest was; eenige toppen van moskeeën verhieven zich door
den maneschijn verlicht; de doctor nam de hoogte der sterren waar,
en bevond dat hij op de breedte van Aghadès was. Deze stad, eertijds
het middelpunt van een levendigen handel, begon reeds te vervallen
toen doctor Barth haar bezocht. Daar men den ballon in den donker niet
had bemerkt, daalde hij neder op twee mijlen ten noorden van Aghadès,
op een groot gierstveld. De nacht was vrij rustig en verdween tegen
drie uur des morgens, terwijl een lichte wind den ballon naar het
oosten en zelfs een weinig naar het zuiden voerde. Ferguson haastte
zich van deze goede gelegenheid gebruik te maken; hij steeg spoedig
en ging voort te midden van heldere zonnestralen.



XXXVIII.

	Snelle tocht.--Voorzichtige besluiten.--Aanhoudende
	plasregens.--Gao.--De Niger.--Golberry, Geoffroy,
	Gray.--Mungo-Park.--Laing.--Réné Caillié.--Clapperton.--John
	en Richard Lander.


De dag van den 17den Mei was kalm en er had geen merkwaardig voorval
plaats; de woestijn begon weder; een zachte wind voerde den ballon
naar het zuidwesten, hij week noch rechts noch links af, zijne schaduw
beschreef op het zand eene volkomen rechte lijn. Voor zijn vertrek
had de doctor voorzichtig zijn voorraad water hernieuwd, daar hij
vreesde niet te zullen kunnen dalen in deze streken, die onveilig
werden gemaakt door de Aoueglimminiaansche Touaregs. De vlakte,
die 1800 voet boven het oppervlak der zee verheven was, daalde in
het zuiden. De reizigers, den weg van Aghadès naar Mourzouk, die
dikwijls door kameelen werd bereden, afgesneden hebbende, kwamen des
avonds op 16° breedte en 4°55' lengte, na een eentonigen tocht van 190
mijlen. Gedurende dien dag maakte Joe de laatste stukken wild gereed,
hij gaf bij het avondmaal eenige zeer lekkere kleine snippen. Daar
de wind goed was, besloot de doctor zijn tocht dezen nacht voort te
zetten, terwijl de maan, die nog bijna vol was, helder scheen. De
Victoria steeg tot op 500 voet hoogte en, op dien nachtelijken tocht
van zestig mijlen zou de lichte slaap van een kind zelfs niet zijn
gestoord. Zondagmorgen was er weder eene verandering in de richting
van den wind, die hen naar het noordwesten voerde; eenige raven vlogen
in de lucht en aan den horizon een troep gieren, die gelukkig veraf
bleven. Het gezicht van die vogels gaf Joe aanleiding zijn meester zijn
compliment te maken over zijn denkbeeld der twee ballons.--"Wat zou
er van ons geworden zijn," zeide hij, "met een enkel omkleedsel? Deze
tweede ballon is even als de sloep van een schip, welke men in geval
van schipbreuk bij de hand heeft om zich te redden."--"Gij hebt
gelijk, mijn vriend, maar mijne sloep verontrust mij een weinig, zij
is niet zoo goed als het schip zelf."--"Wat wilt gij zeggen?" vroeg
Kennedy.--"Ik wil zeggen dat de nieuwe Victoria niet zoo goed is
als de oude; het zij dat het weefsel te veel is op de proef gesteld,
hetzij dat de gutta percha gesmolten is door de hitte der slang, ik
bemerk een zeker verlies van gas; tot hiertoe bedraagt dit niet veel,
maar eindelijk wordt het beduidend; wij hebben eene neiging tot dalen,
en om op dezelfde hoogte te blijven ben ik gedwongen het gas meer te
doen uitzetten."--"Duivels!" zeide Kennedy, "daartegen zie ik geen
hulpmiddel."--"Er is er geen, mijn waarde Dick, daarom zullen wij wel
doen ons te haasten en zelfs den nacht door te reizen."--"Zijn wij
nog ver van de kust?" vroeg Joe.--"Welke kust? mijn jongen? Weten
wij dan waarheen het toeval ons zal voeren; al wat ik u kan zeggen
is, dat Tombuctou nog 400 mijlen westwaarts van ons ligt."--"En
hoeveel tijd zullen wij besteden om er te komen?"--"Als de wind
ons niet te veel afvoert, reken ik die stad tegen Dinsdagavond te
bereiken."--"Dan zullen wij," zeide Joe, terwijl hij eene lange rij
menschen en beesten aanwees, die midden door de woestijn trokken,
"spoediger aankomen dan die karavaan."

Ferguson en Kennedy keken naar omlaag en zagen een groote verzameling
van wezens, van allerlei soort; er waren meer dan honderd vijftig
kameelen, en wel van die welke voor twaalf gouden mutkals [53] van
Tombuctou naar Tafilet gaan, beladen met 500 pond; allen droegen
onder de staart een kleinen zak, bestemd om hunne uitwerpsels op te
vangen, hetgeen de eenige brandstof is, waarop men in de woestijn kan
rekenen. Deze kameelen der Touaregs zijn van het beste ras; zij kunnen
van drie tot zeven dagen zonder drinken blijven en twee dagen zonder
eten; hunne vlugheid overtreft die der paarden en zij gehoorzamen
vernuftig aan de stem van den Khabir, den aanvoerder der karavaan. Men
kent hen in het land onder den naam van Mehari. Deze bijzonderheden
verhaalde de doctor, terwijl zijne reisgezellen deze menigte mannen,
vrouwen en kinderen beschouwden, die met moeite liepen op half
beweeglijk zand, dat nauwlijks werd tegengehouden door eenige distels,
verdord gras en lage doornstruiken. Joe vroeg hoe de Arabieren zich
in de woestijn konden richten en de hier en daar in deze onmetelijke
eenzaamheid verspreide putten bereiken.--"De Arabieren," antwoordde
Ferguson, "hebben van de natuur een wonderbaar instinct ontvangen om
hun weg te herkennen. Daar waar een Europeaan geheel van de wijs zou
zijn, aarzelen zij nooit. Een onbeduidende steen, een keisteen, eenige
boomen, de verschillende kleuren van het zand zijn hun voldoende om
veilig te reizen; des nachts richten zij zich naar de poolster; zij
leggen niet meer dan twee mijlen per uur af en rusten slechts bij de
groote middaghitte; denk nu eens hoeveel tijd zij noodig hebben om
de Sahara, die meer dan 900 mijlen lang is, door te trekken." Maar
de ballon was reeds uit de oogen der verbaasde Arabieren verdwenen,
die zijne snelheid moesten benijden. Des avonds passeerde hij op 2°
20' lengte [54] en legde des nachts nog meer dan een graad af.

Des Maandags veranderde het weder geheel; er begon een hevige regen
te vallen; men moest weerstand bieden aan dien stortvloed en de
vermeerdering van gewicht waarmede de ballon en het schuitje belast
werden; deze voortdurende stortregen verklaarde het aanwezig zijn
der moerassen en poelen die de oppervlakte van het land bedekten; de
plantengroei verscheen er weder met de mimosa's en de tamerindenboomen.

Dit was Sonray met zijne dorpen, bedekt met omgekeerde daken even als
armenische mutsen; er waren weinig bergen, maar juist heuvels genoeg
om kloven en beken te vormen, welke de afrikaansche hoenders en de
kleine snippen in hunne vlucht doorkliefden; hier en daar doorsneed een
hevige stortvloed de wegen; de inlanders trekken die over door zich
aan eene kleine plant, die van den eenen boom tot den anderen loopt,
vast te houden; de bosschen maakten plaats voor biezen, waarin zich
alligators en rivierpaarden bewogen. "Wij zullen weldra den Niger
zien," zeide de doctor; "de landstreek verandert bij het naderen der
groote rivieren. Deze wegen, die als het ware loopen, hebben eerst
den plantengroei met zich medegevoerd, zooals zij later de beschaving
zullen brengen. Dan heeft de Niger in zijn loop van 2500 mijlen aan
zijne oevers de belangrijkste steden van Afrika."--"Kijk," zeide Joe,
"dat herinnert aan de geschiedenis van dien grooten bewonderaar der
goedheden van de Voorzienigheid, die hij prees omdat zij gezorgd had
dat de rivieren in het algemeen door de groote steden loopen."--Des
middags zweefde de Victoria boven eene vereeniging van vrij ellendige
hutten, Gao, dat vroeger eene groote hoofdstad was. "Daar stak
Barth den Niger over bij zijne terugkomst van Tombuctou," zeide de
doctor. "Zie hier dus dien stroom, zoo beroemd in de oudheid, als
de mededinger van den Nijl, aan wien het heidensche bijgeloof een
goddelijken oorsprong toekende; evenals de Nijl, en meer zelfs, heeft
zijn onderzoek talrijke slachtoffers gekost." De Niger liep tusschen
twee ver van elkander gelegen oevers, zijne wateren stroomden met
eene zekere snelheid zuidwaarts; maar de reizigers konden, daar zij
snel mede werden gevoerd, er nauwelijks de omtrekken van zien. "Ik
zal u van dien stroom iets vertellen," zeide Ferguson, "en hij is
reeds ver van ons! Hij doorloopt onder den naam van Dhiouleba, Mayo,
Egghirreou, Quorra en nog anderen eene ontzaglijke uitgestrektheid
lands, hij zou bijna in lengte met den Nijl gelijk zijn. Deze namen
beteekenen eenvoudig 'den stroom', volgens de taal der landstreken,
die hij doorloopt."--"Had doctor Barth dien weg gevolgd?" vroeg
Kennedy.--"Neen, Dick, toen hij het meer Tchad verliet, ging hij
door de voornaamste steden van Bornou en den Niger over te Say, vier
graden beneden Gao; vervolgens drong hij in die ondoorzochte streken,
welke de Niger in zijn elleboog omsluit, en na acht maanden van nieuwe
vermoeienissen, kwam hij te Tombuctou; dit zullen wij met dezen snellen
wind, in minder dan drie dagen doen."--"Heeft men de bronnen van den
Niger ontdekt?" vroeg Joe.--"Reeds sedert langen tijd," antwoordde
de doctor; "de kennis van den Niger en zijne takken gaf aanleiding
tot talrijke expeditiën, en ik kan u de voornaamste opnoemen. Van
1749 tot 1758 bezocht Adamson de rivier en Gorea; van 1785 tot 1788
doorkruisten Golberry en Geoffroy de woestenijen van Senegambië en
drongen door tot het land der Mooren, die Sagnier, Brisson, Adam,
Riley, Cochelet en zoo veel andere ongelukkigen vermoordden. Daarna
volgt de beroemde Mungo Park, de vriend van Walter Scott en even
als deze Schot. In 1795 door het Afrikaansch gezelschap te Londen
gezonden, kwam hij te Bambarre, bezocht den Niger, reisde 500 mijlen
met een slavenhandelaar, verkende de rivier Gambia en kwam in 1797
in Engeland terug. Hij vertrok weder den 30sten Januari 1805 met zijn
schoonbroeder Anderson, Scott den teekenaar en eenige werklieden; hij
kwam te Gorea, voegde zich bij een detachement van 35 soldaten, zag den
19den Augustus nogmaals den Niger, maar toen bleven er, ten gevolge der
vermoeienissen, ontberingen, slechte behandelingen, de guurheid van
het weder en de ongezondheid van het land slechts elf van de veertig
Europeanen over; den 16den November ontving de vrouw van Mungo Park
zijne laatste brieven en een jaar later vernam men door middel van
een handelaar, dat de ongelukkige reiziger, den 23sten te Boussa aan
den Niger gekomen, zijne boot zag omverwerpen door de watervallen der
rivier en dat hij zelf door de inboorlingen werd vermoord."--"En dit
verschrikkelijke einde schrikte de onderzoekers niet af?"

"Integendeel, Dick, want toen moest men niet alleen de rivier opnemen,
maar ook de papieren van den reiziger wedervinden. In 1816 werd
eene expeditie te Londen uitgerust, waaraan majoor Gray deel nam;
deze kwam aan den Senegal, drong in Fouta-Djallon door, bezocht
de Foullahs en Mandingo's en kwam onverrichter zake in Engeland
terug. In 1822 onderzocht majoor Laing het geheele westelijk
gedeelte van Afrika, dat aan de Engelsche bezittingen grenst en
hij was de eerste, die de bronnen van den Niger bereikte; volgens
zijne aanteekeningen zijn de bronnen van die onmetelijke rivier
geene twee voet breed."--"Gemakkelijk om over te springen," zeide
Joe.--"He! he! gemakkelijk!" antwoordde de doctor. "Als men aan de
overlevering geloof slaat, wordt hij, die beproeft deze bronnen over
te springen, onmiddellijk verzwolgen, en die er water uit wil putten,
wordt door eene onzichtbare hand teruggestooten."--"En het staat ons
vrij, daarvan geen woord te gelooven?" vroeg Joe.--"Zeker. Vijf jaar
later moest majoor Laing de Sahara doortrekken; te Tombuctou gekomen
en eenige mijlen hooger op, werd hij gewurgd door de Ouelad-Shiman, die
hem wilden dwingen muselman te worden."--"Weder een slachtoffer!" zeide
de jager.--"Toen ondernam een moedig jongeling met zijne zwakke
hulpmiddelen de verbazendste der hedendaagsche reizen, dat was
de Franschman Réné Caillië. Na verschillende pogingen in 1819 en
1824 vertrok hij op nieuw den 19den April 1827 van den Rio-Nunez;
den 3den Augustus kwam hij zoo uitgeput en ziek te Timé, dat hij
niet vóór Januari 1828, dat is zes maanden daarna, zijne reis kon
hervatten; hij voegde zich toen bij eene karavaan, beschermd door
zijn oostersch kleed, bereikte den 10den Maart den Niger, drong
in de stad Jenné door, scheepte zich op de rivier in en zakte haar
af tot aan Tombuctou, waar hij den 30sten April aankwam. Een ander
Franschman, Imbert, in 1670, een Engelschman, Robert Adams in 1810,
hadden misschien deze merkwaardige stad gezien; maar Réné Caillié
was de eerste Europeaan, die nauwkeurige berichten heeft gegeven;
den 4den Mei verliet hij de koningin der woestijn, den 9den herkende
hij de plaats, waar de majoor Laing was vermoord, den 19den kwam hij
te El-Araouan en verliet de handelsstad om, te midden van duizend
gevaren de uitgestrekte woestenijen tusschen Soudan en de noordelijke
streken van Afrika door te trekken; eindelijk kwam hij te Tanger en
den 28sten September scheepte hij zich in naar Toulon; in 19 maanden,
ondanks 180 dagen ziekte, had hij Afrika van het westen tot het noorden
doorkruist. Als Caillié in Engeland was geboren, zou men hem vereerd
hebben als den onverschrokkensten reiziger der hedendaagsche tijden,
even als Mungo Park! Maar in Frankrijk werd hij niet op rechten prijs
gesteld [55]."--"Het was een moedig man." zeide de jager. "Wat is
er van hem geworden?"--"Hij is 39 jaar oud gestorven aan de gevolgen
zijner vermoeienissen; men geloofde genoeg gedaan te hebben met hem
den prijs van het Aardrijkskundig Gezelschap in 1828 toe te kennen;
de grootste eer zou hem in Engeland bewezen zijn. Voor het overige
beraamde een Engelschman, terwijl Caillié zijne verwonderlijke reis
volbracht, dezelfde onderneming en beproefde haar met evenveel moed,
al is het dan niet met evenveel geluk. Het was kapitein Clapperton,
de reisgezel van Denham. In 1829 ging hij weder naar Afrika langs
de westkust van de golf van Benin, volgde het spoor van Mungo-Park
en Laing, vond in Boussa de aanteekeningen, betrekking hebbende op
den dood des eersten weder, kwam den 20sten Augustus te Sackatou,
waar hij gevangen gehouden zijnde den laatsten adem uitblies in de
armen van zijn getrouwen bediende Richard Lander."--"En wat werd er
van dien Lander?" vroeg Joe belangstellend.--"Het gelukte hem de kust
weder te bereiken en te Londen terug te komen, de papieren van den
kapitein en een nauwkeurig verhaal zijner eigene reis medebrengende;
toen bood hij aan het gouvernement zijne diensten aan om de kennis
van den Niger te voltooien; hij nam zijn broeder John, tweeden zoon
van arme lieden uit Corn-Wallis mede, en beiden zakten zij van
1829 tot 1831 de rivier af van Boussa tot aan hare uitwatering,
dorp voor dorp, mijl voor mijl beschrijvende."--"Dus ontsnapten
die twee broeders aan het algemeene lot?" vroeg Kennedy.--"Ja, ten
minste op deze expeditie; want in 1833 ondernam Richard eene derde
reis naar den Niger en stierf, door een onbekenden kogel getroffen,
aan den mond der rivier. Gij ziet dus, mijne vrienden, dat dit land,
dat wij doortrekken, getuige is geweest van edele zelfopofferingen,
die al te dikwijls slechts den dood tot belooning hebben gehad."



XXXIX.

	Het land van den elleboog van den Niger.--Phantastisch gezicht
	van het gebergte Homberi.--Kabra.--Tombuctou.--Plan van doctor
	Barth.--Val.--Waarheen de hemel wil.


Gedurende dien Maandag deed doctor Ferguson aan zijne reisgezellen
talrijke mededeelingen aangaande de streek, welke zij doortrokken;
de grond, die vrij vlak was, stelde hun tocht geen hinderpaal in den
weg. De eenige zorg des doctors was over dien noordoosten wind, die
hevig woei en hem van de breedte van Tombuctou verwijderde. De Niger,
na tot aan deze stad noordwaarts op te zijn gegaan, kromt zich even als
een groote straal water, en valt in den Atlantischen Oceaan; in dien
elleboog is het land zeer verscheiden, nu eens weelderig vruchtbaar,
dan eens uiterst dor; de onbebouwde velden volgen op maïsvelden, die
vervangen worden door uitgestrekte velden met bremstruiken bedekt; alle
soorten van watervogels, pelikanen, talingen, martijnsvogels, leven
in talrijke troepen op de oevers der stroomsnellingen en moerassen.

Van tijd tot tijd zag men een kamp van Touaregs, die onder hunne
lederen tenten bleven, terwijl de vrouwen het werk daar buiten
verrichtten, de kameelen melkende, en pijpen rookende. De Victoria
was tegen acht uur des avonds meer dan 200 mijlen naar het westen
getrokken, de reizigers waren toen getuigen van een prachtig
schouwspel. Eenige stralen der maan baanden zich een weg door eene
opening in de wolken en, tusschen de regendruppels doorgaande, vielen
zij op de bergketen Homboria. Geen vreemder gezicht dan deze kruinen
van een bazaltachtig voorkomen; zij weerkaatsten in phantastische
beelden op den verduisterden hemel; men zou gezegd hebben dat het
ruïnen waren eener onmetelijke stad uit de middeleeuwen, even als de
ijsbanken der ijszeeën die in donkere nachten aan de verbaasde blikken
vertoonen.--"Daar is eene plaats uit de Geheimen van Udolpho," zeide
de doctor, "Anna Radciliffe zou deze bergen niet vreeslijker hebben
kunnen afschilderen."--"Waarachtig," antwoordde Joe, "ik zou des
avonds niet gaarne in dit land van spoken wandelen. Als het niet te
zwaar was, zou ik dit geheele landschap naar Schotland overbrengen,
dat zou een goed effect geven op de oevers van het meer Lomond, en
de reizigers zouden er in menigte heen snellen."--"Onze ballon is
niet groot genoeg om u dit te veroorlooven, maar het komt mij voor
dat onze richting verandert. Mooi! de nachtspoken dezer plaats zijn
zeer lief, zij voeren ons een aardigen zuidoosten wind toe, die ons op
den goeden weg zal terugbrengen." Inderdaad sloeg de ballon een meer
noordelijken weg in, en den 20sten des morgens zweefde hij over een
groot net van kanalen en rivieren, de geheele ineenstrengeling der
takken van den Niger; verscheidene van deze kanalen, bedekt met dik
gras, hadden het voorkomen van vette weiden. Daar vond de doctor den
weg terug van doctor Barth, toen deze zich op de rivier inscheepte
om haar tot aan Tombuctou af te zakken. De Niger, die hier 800 vaâm
[56] breed is, stroomde tusschen twee oevers rijk in kruisplanten en
tamarindeboomen; de huppelende kudden der gazellen vereenigden haar
geringde horens met het lange gras, waartusschen de alligator haar in
stilte bespiedde. Lange rijen ezels en kameelen, beladen met koopwaren
van Jenné, liepen onder schoone boomen; weldra vertoonde zich bij een
kromming der rivier een amphitheater van huizen; op hunne terrassen
en daken was de geheele voorraad, die in de omringende streken was
ingezameld, opgehoopt.--"Het is Kabra," riep de doctor vroolijk uit,
"het is de haven van Tombuctou, de stad zelve is geen vijf mijlen
van hier!"--"Dan zijt gij tevreden, mijnheer?" vroeg Joe.--"Verrukt,
mijn jongen.--Alles gaat goed."

Inderdaad ontrolde zich de koningin der woestijn, het geheimzinnige
Tombuctou, dat even als Rome en Athene hare scholen van geleerden
en leerstoelen van wijsbegeerte heeft gehad, voor de blikken der
reizigers. Ferguson volgde de minste bijzonderheden op den platten
grond, door Barth zelf geteekend en erkende de uiterste nauwkeurigheid
daarvan. De stad vormt een grooten driehoek beschreven in eene
onmetelijke vlakte van wit zand, de top richt zich naar het noorden en
loopt een eind de woestijn in; in de omstreken vertoonen zich nauwlijks
eenige grasplanten, kleine mimosa's en heesters. Wat het gezicht van
de stad betreft, dit heeft veel van een opeenhooping van ballen en
dobbelsteenen; zoo ziet zij er uit als men haar uit een luchtballon
overziet, de vrij nauwe straten zijn omzoomd met huizen, die
slechts eene verdieping hoog, en gebouwd zijn van in de zon gebakken
tichelsteenen, en hutten van stroo en riet, eenige kegelvormig, anderen
vierkant; op de terrassen zijn eenige mannen in hun schitterenden
mantel gehuld, achteloos uitgestrekt, met de lans of het musket in de
hand; op dit uur van den dag ziet men geene vrouwen. "Maar men zegt dat
zij schoon zijn," voegde de doctor daarbij. "Gij ziet de drie torens
der drie moskeën, die alleen van een groot aantal zijn overgebleven;
de stad heeft zeer veel van haren ouden luister verloren. Aan den top
des driehoeks verheft zich de moskee van Sankore met hare galerijen,
die op vrij schoone bogen rusten; verder, bij de wijk Sane-Gungu,
is de moskee van Sidi, Jahia en eenige huizen met twee verdiepingen;
zoekt geene paleizen noch monumenten; de Scheik is een eenvoudig
handelaar en zijne koninklijke woning een kantoor."--"Ik meen half
omvergeworpen wallen te zien," zeide Kennedy.--Zij zijn in 1826
door de Foullanahs verwoest; toen was de stad een derde grooter;
want Tombuctou, sedert de elfde eeuw het voorwerp der algemeene
begeerlijkheid, heeft achtereenvolgens toebehoord aan de Touaregs,
de Sonrayers, de Marokkanen, de Foullanahs. En dit groote middelpunt
der beschaving, waar een geleerde als Ahmed-Baba in de zestiende
eeuw eene bibliotheek van 1600 handschriften bezat, is nu slechts
eene stapelplaats van den handel van Midden-Afrika.

De stad scheen inderdaad zeer zorgeloos bewaakt te worden, zij
kenmerkte de aanstekende achteloosheid van steden, die vervallen;
onmetelijke puinhoopen waren in de voorsteden opeengestapeld en vormden
met den heuvel van de markt de eenige oneffenheden van den grond. Toen
de Victoria voorbijtrok, ontstond er wel eenige beweging, de trom
werd geroerd, maar nauwlijks had de laatste geleerde dier plaats den
tijd dit verschijnsel waar te nemen; de reizigers, door den wind der
woestijn teruggedreven, hernamen den kronkelenden loop der rivier en
weldra was Tombuctou niets meer dan eene der vluchtige herinneringen
hunner reis.--"En nu geleide de hemel ons, waar het hem behage."--"Als
het maar naar het westen is," antwoordde Kennedy.--"Bah!" zeide Joe,
"al kwamen wij te Zanzibar langs denzelfden weg terug, of al moesten
wij den Oceaan oversteken naar Amerika, dat zou mij niet bevreesd
maken."--"Men zou het eerst moeten kunnen, Joe."--"En wat ontbreekt
ons daarvoor?"--"Gas, mijn jongen; de stijgkracht van den ballon
vermindert merkbaar, en wij zullen dus zeer zuinig daarmede moeten
zijn, opdat hij ons naar de kust voere. Ik zal zelfs genoodzaakt zijn
ballast uit te werpen. Wij zijn te zwaar."--"Dat is het gevolg van het
niets doen en van den geheelen dag als een luiaard in zijne hangmat
te blijven liggen, meester, men wordt vet en zwaar. Onze reis is eene
reis van luiaards en als wij terugkomen zal men ons afschuwelijk
dik en vet vinden."--"Ziedaar opmerkingen, die Joe waardig zijn,"
antwoordde de doctor; "maar wacht op het einde; weet gij wat de
hemel ons weglegt? Wij zijn nog ver van het einde onzer reis."--"Waar
gelooft gij de kust van Afrika te bereiken, Samuel?"--"Ik zou zeer in
verlegenheid zijn om te antwoorden, Dick! wij zijn aan de genade van
zeer veranderlijke winden overgegeven, maar ik zal mij gelukkig achten
als ik tusschen Sierra-Leona en Portendick aankom; daar is eene streek
waar wij vrienden zullen ontmoeten."--"En het zal ons genoegen doen
hun de hand te drukken; volgen wij nu de begeerde richting?"--"Niet
volkomen, Dick; zie de magneetnaald; wij gaan naar het zuiden en gaan
den Niger opwaarts naar zijne bronnen."--"Eene fraaie gelegenheid
om die te ontdekken," zeide Joe, "als zij niet reeds bekend waren;
zou men geene andere bronnen van hem kunnen vinden?"--"Neen, Joe,
maar wees gerust, ik hoop dat wij zoo ver niet zullen gaan."

Toen de nacht viel, wierp de doctor de laatste zakken ballast uit;
de ballon steeg; de gaspijp, hoewel met volle vlam werkende, kon hem
nauwelijks op zijne hoogte houden; hij was toen zestig mijlen bezuiden
Tombuctou, en des anderen daags ontwaakte men aan de oevers van den
Niger, niet ver van het meer Debo.



XL.

	Ongerustheid van doctor Ferguson.--Standvastige richting
	naar hot zuiden.--Eene wolk sprinkhanen.--Gezicht van
	Jenné.--Gezicht van Ségo.--Verandering van wind.--Verdriet
	van Joe.


De bedding der rivier was toen door groote eilanden in nauwe
takken verdeeld, waar een snelle stroom ging. Op een daarvan zag
men eenige herdershutten, maar het werd onmogelijk, nauwkeurig
hoogte daarvan te nemen, want de snelheid van den Victoria
nam steeds toe. Ongelukkig ging hij nog meer naar het zuiden en
stak in eenige oogenblikken het meer Debo over. Ferguson zocht op
verschillende hoogten andere luchtstroomen in den dampkring, maar te
vergeefs. Hij liet deze manoeuvre spoedig varen, daar zij nog meer
gas deed verliezen. Hij zeide niets maar werd zeer ongerust. Deze
standvastige zuidewind verijdelde zijne berekeningen: hij wist niet
meer waarop hij moest rekenen. Als hij de Engelsche of Fransche
bezittingen niet bereikte, wat zou er dan van hen worden te midden
der woeste volken, die de kusten van Guinea onveilig maakten? Hoe
kon hij daar een schip wachten om naar Engeland terug te keeren? En
de richting van den wind voerde hem naar het koninkrijk Dahomey;
onder de meest woeste stammen, in handen van een koning, die bij
openbare feesten duizenden menschenoffers slachtte! Daar zouden
zij verloren zijn. Van een anderen kant voelde de doctor dat de
ballon zijne kracht verloor. Echter hoopte hij dat het einde van
den regen eene verandering in de stroomen van den dampkring zou
ten gevolge hebben. Hij werd dus op eene onaangename wijze tot het
juist begrip van den toestand teruggebracht door deze opmerking van
Joe: "Goed?" zeide deze, "daar wordt de regen heviger en ditmaal
zal het een zondvloed zijn, te oordeelen naar die wolk, die daar
ginds nadert."--"Nog eene wolk!" zeide Ferguson.--"En eene groote,"
antwoordde Kennedy.--"Zoo als ik er nooit eene heb gezien," zeide Joe,
"met een zelfkant."--"Ik heradem," zeide de doctor, zijn verrekijker
nederleggende, "dat is geene regenwolk."--"Niet!" zeide Joe.--"Neen,
het is eene wolk sprinkhanen."--"Zijn dat sprinkhanen!"--"Millioenen
sprinkhanen, die even als eene hoos over dit land zullen trekken,
en wee! den bodem, want als zij er op neerstrijken, zal hij vernield
worden."--"Ik zou dat wel willen zien!"--"Wacht een weinig Joe,
binnen tien minuten zal deze wolk ons hebben bereikt en gij zult er
zelf over kunnen oordeelen." Ferguson zeide de waarheid; die dikke,
donkere wolk van eene uitgestrektheid van verscheidene mijlen, kwam met
een oorverdoovend geraas aan, op den grond hare ontzaglijke schaduw
werpende; het was eene ontelbare menigte sprinkhanen; op honderd
schreden van den Victoria sloegen zij op een groen land neder, een
kwartier later hernamen zij hunne vlucht en de reizigers konden nog van
verre de geheel kaal gegeten boomen en struiken en de als afgemaaide
weiden zien. Men zou gezegd hebben dat een plotselinge winter het
veld onvruchtbaar had gemaakt.--"Welnu, Joe?"--"Welnu, mijnheer! het
is zeer merkwaardig, maar zeer natuurlijk; wat ééne sprinkhaan in
het klein zou doen, doen millioenen in het groot."--"Het is een
verschrikkelijke regen," zeide de jager, "die nog meer verwoestingen
aanricht dan de zwaarste hagelbui."--"En het is onmogelijk zich er
voor in te bewaren," antwoordde Ferguson; "somtijds zijn de inwoners
op het denkbeeld gekomen bosschen, ja zelfs oogstvelden in brand
te steken om de vlucht dezer insecten te stuiten, maar de eerste
rijen zich in de vlammen werpende, dooven die uit door hunne massa,
en de overigen gaan daar bedaard over heen. Gelukkig is er in deze
streken eene schadeloosstelling voor hunne verwoestingen; de inlanders
verzamelen deze insecten in menigte en eten ze met graagte."--"Het
zijn de reegeiten der lucht," zeide Joe, die, om zich te onderrichten,
zeide spijt te hebben dat hij ze niet kon proeven.

Het land werd tegen den avond moerassiger; de wouden maakten plaats
voor boschjes van opgaande boomen; op de oevers der rivier zag men
eenige tabaksplantages. Op een groot eiland zag men toen de stad Jenné
met de twee torens harer van aarde gebouwde moskee en den verpestenden
reuk der millioenen zwaluwnesten op hare muren. Eenige kruinen
van baobabs, mimosa's en dadelboomen kwamen tusschen de huizen te
voorschijn; zelfs des nachts scheen de werkzaamheid zeer groot. Jenné
is inderdaad eene groote handelsplaats, het voorziet in alle behoeften
van Tombuctou; zijne booten voeren op de rivier, zijne karavanen langs
lommerrijke wegen de verschillende voortbrengselen zijner nijverheid
daarheen.--"Als dit onze reis niet te veel verlengde," zeide de doctor,
"zou ik beproefd hebben in deze stad te dalen; er moet zich daar meer
dan een Arabier bevinden, die in Frankrijk of Engeland heeft gereisd
en aan wien onze wijze van reizen niet geheel onbekend kan zijn. Maar
het zou niet voorzichtig zijn."--"Dan zullen wij dit bezoek tot eene
volgende reis uitstellen," zeide Joe lachende. "Overigens, als ik mij
niet bedrieg, mijne vrienden, schijnt de wind meer uit het oosten te
komen, wij moeten deze gelegenheid niet voorbij laten gaan."

De doctor wierp eenige voorwerpen uit, die nutteloos waren geworden,
ledige flesschen en eene kist voor vleesch, die niet meer werd
gebruikt; het gelukte hem den Victoria op eene hoogte te houden,
die gunstiger was voor zijne plannen. Ten vier uur des morgens
verlichtten de eerste zonnestralen Sego, de hoofdstad van Bambarra,
die volmaakt herkenbaar was aan de vier steden waaruit zij bestaat, aan
hare moorsche moskeeën en aan het onophoudelijk heen en wedergaan der
ponten, die de inwoners naar de verschillende wijken overbrengen. Maar
de reizigers werden evenmin gezien als zij zelf iemand zagen; zij
snelden voorbij en rechtstreeks naar het noordwesten, waardoor
de ongerustheid des doctors langzamerhand bedaarde.--"Nog twee
dagen in deze richting en met deze snelheid zullen wij de rivier
Senegal bereiken."--"En zullen wij dan in een bevriend land zijn,
Samuel?"--"Nog niet geheel; maar als de Victoria ons in den steek liet,
konden wij de Fransche etablissementen bereiken! Maar ik wensch dat
hij het nog eenige honderd mijlen uithoudt, dan zullen wij zonder
vermoeienis, zonder vrees of gevaren de westkust bereiken."--"En dan
is het uit," zeide Joe. "Welnu! des te erger! Als het niet was om
het vermaak van te vertellen, zou ik nooit weer een voet op de aarde
zetten. Denkt gij dat men onze verhalen zal gelooven, meester?"--"Wie
weet het, mijn beste Joe? Eene zaak zal ten minste onbetwistbaar
zijn, duizend getuigen hebben ons van den eenen kant van Afrika zien
vertrekken; duizend getuigen zullen ons aan den anderen kant zien
aankomen."--"In dat geval," antwoordde Kennedy, "komt het mij moeielijk
voor te zeggen dat wij er niet zijn doorgetrokken."--"Ach! mijnheer
Samuel," hernam Joe met een diepen zucht, "ik zal meer dan eens
mijn gouderts betreuren! Dat zou gewicht bijgezet hebben aan onze
verhalen en de waarschijnlijkheid onzer reis. Voor een wichtje goud
per toehoorder, zou ik eene menigte menschen bijeenbrengen om mij te
hooren en te bewonderen."



XLI.

	Men nadert den Senegal.--De Victoria daalt meer en meer.--Men
	werpt steeds ballast uit.--De marabout El-Hadji.--De heeren
	Pascal, Vincent, Lambert.--Een mededinger van Mohammed.--De
	moeielijk te beklimmen bergen.--De wapenen van Kennedy.--Een
	manoeuvre van Joe.--Halt boven het woud.


Den 27sten Mei tegen negen uur des morgens kreeg het land een anderen
aanblik, de zachte hellingen veranderden in heuvels, die
het voorteeken waren van nabij zijnde bergen. Men zou den
keten moeten overtrekken, die het dal van den Niger van dat
van den Senegal scheidt en den loop der wateren bepaalt,
hetzij naar de golf van Guinea, hetzij naar de baai van
Kaap Verd. Tot aan den Senegal wordt dit gedeelte van Afrika
als gevaarlijk beschouwd. Doctor Ferguson wist het door de
verhalen zijner voorgangers: zij hadden duizend ontberingen
geleden, duizend gevaren geloopen te midden dezer barbaarsche
negers. Dit noodlottige klimaat deed het grootste deel der
reisgezellen van Mungo Park omkomen. Ferguson had dus meer dan
ooit besloten in deze ongastvrije landstreek geen voet op de
aarde te zetten. Maar hij had geen oogenblik rust; de Victoria
daalde merkbaar, hij moest nog eene menigte meer of minder
onnutte voorwerpen wegwerpen, vooral wanneer hij een bergtop
moest overtrekken. Dit duurde langs een weg van 120 mijlen; men
werd vermoeid van het reizen en dalen; de ballon, die nieuwe
rots van Sisyphus [57], daalde onophoudelijk. De luchtballon,
weinig gezwollen, werd langwerpiger en de wind maakte groote
plooien in zijn omkleedsel. Kennedy merkte dit op en zeide:
"Zou er een scheur in den ballon zijn?"--"Neen," antwoordde de
doctor, "maar de gutta-percha is blijkbaar zachter geworden
of gesmolten door de hitte, en het waterstofgas dringt
door de taf."--"Hoe kunnen wij dit verhinderen?"--"Dat is
onmogelijk. Wij moeten ons lichter maken, dat is het eenige
middel; laat ons wegwerpen wat wij missen kunnen."--"Maar
wat?" zeide de jager, in het schuitje ziende, dat reeds voor
een goed deel ledig is.--"Laten wij de tent wegwerpen, wier
gewicht vrij aanzienlijk is."--Joe, wien dit bevel gold, klom
boven den cirkel, waaraan de koorden van het net bevestigd
waren. Vandaar gelukte het hem gemakkelijk de dikke zeilen
der tent te verwijderen en hij wierp ze naar beneden.--"Dat
zal het geluk uitmaken van een geheelen negerstam;" zeide
hij, "daar is genoeg om een duizendtal inlanders te kleeden,
want zij hebben niet veel noodig."--De ballon was een weinig
gerezen, maar weldra werd het blijkbaar dat hij nog den grond
naderde.--"Laat ons dalen," zeide Kennedy, "en zien wat aan
dit omkleedsel te doen is."--"Ik herhaal het u, Dick, wij
hebben geen middel om het te herstellen."--"Wat zullen wij dan
doen?"--"Wij zullen alles opofferen, wat ons niet onmisbaar
is; ik wil tot elken prijs een oponthoud in deze streken
vermijden; de wouden, wier kruin wij thans overtrekken, zijn
niets minder dan veilig."--"Hoe! leeuwen? hyena's!" zeide Joe
met verachting.--"Erger dan dat, mijn jongen, menschen en wel
de wreedsten die in Afrika zijn."--"Hoe weet men dat?"--"Door
de reizigers, die ons zijn voorgegaan; vervolgens hebben de
Franschen, die de kolonie van den Senegal bewonen, betrekkingen
met de omringende volksstammen; onder het bestuur van den
kolonel Faidherbe heeft men ver in het land onderzoekingen
gedaan, officieren, zooals Pascal, Vincent, Lambert hebben
kostbare aanteekeningen hunner expeditie medegebracht. Zij
hebben de streken van den elleboog van den Senegal doorzocht,
waar de oorlog en de plundering alles heeft verwoest."--"Wat
is daar dan gebeurd?"--"In 1854 hitste een marabout van het
Senegalsche Fouta, met name Al-Hadji, die even als Mohammed
eene roeping zeide ontvangen te hebben, alle stammen aan
tot den oorlog tegen de ongeloovigen, dat is de Europeanen;
hij verspreidde dood en verwoesting, tusschen den Senegal
en zijn tak, den Falémé. Drie benden dweepers, door hem
aangevoerd, doorkruisten het land, spaarden dorp noch hut,
maar plunderden en vermoordden alles; hij naderde zelfs het
dal van den Niger tot aan Sego, dat lang bedreigd werd. In
1857 ging hij meer noordwaarts en tastte het fort Medina aan,
dat door de Franschen op de oevers der rivier was gebouwd;
dit etablissement werd verdedigd door een held, Paul Holl,
die gedurende verscheidene maanden bijna zonder voedsel
en ammunitie, volhield tot de kolonel Faidherbe hem kwam
ontzetten. Al-Hadji en zijne benden staken toen den Senegal
weder over en kwamen in Kaärta terug, om hunne rooverijen en
moorden te vervolgen; hier zijn de streken, waarin hij gevlucht
is met zijn troep bandieten, en ik verzeker u dat het niet goed
zou zijn in zijne handen te vallen."--"Wij zullen niet in zijne
handen vallen," zeide Joe, "al moesten wij onze schoenen en
kousen opofferen om den Victoria te doen rijzen."--"Wij zijn
niet ver van de rivier," zeide de doctor, "maar ik voorzie dat
onze ballon ons tot daar niet zal kunnen brengen."--"Laat ons
maar eerst op den oever komen," antwoordde de jager, "dat zal
altijd iets gewonnen zijn."--"Dat zullen wij beproeven," zeide
de doctor, "maar iets verontrust mij."--"Wat dan?"--"Wij zullen
bergen moeten oversteken en dat zal moeielijk zijn, daar ik de
stijgkracht van den luchtballon niet kan vermeerderen, zelfs
met de grootste hitte."--"Laat ons wachten," zeide Kennedy,
"daarna zullen wij zien."--"Arme Victoria!" zeide Joe,
"ik ben er aan gehecht, even als een zeeman aan zijn schip, ik
zal niet zonder verdriet van hem scheiden. Hij is niet meer wat
hij bij zijn vertrek was, goed! maar wij moeten geen kwaad van hem
spreken! Hij heeft ons groote diensten bewezen en het hart zal mij
breken als ik hem verlaten moet."--"Wees gerust, Joe, als wij hem
verlaten, zal dit zeker ondanks ons zelven zijn, Hij zal ons tot het
eind zijner krachten dienen. Ik vraag hem nog slechts 24 uren."--"Hij
put zich uit," zeide Joe, hem beschouwende, "hij wordt dunner,
zijn leven vliedt heen! arme ballon!"--"Als ik mij niet bedrieg,"
zeide Kennedy, "zie ik aan den horizon de bergen, waarvan gij hebt
gesproken, Samuel."--"Zij zijn het," zeide de doctor, na hen met
zijn verrekijker te hebben onderzocht, "zij komen mij zeer hoog voor,
het zal ons moeite kosten er over te trekken."--"Kunnen wij ze niet
mijden?"--"Ik geloof het niet, Dick, zie eens de groote ruimte die
zij beslaan, bijna de helft van den horizon."--"Zij schijnen zich
zelfs om ons te vernauwen," zeide Joe.--"Wij moeten er volstrekt over!"

Deze zoo gevaarlijke hinderpalen schenen zeer ras te naderen, of
liever de sterke wind dreef den Victoria naar een der steilsten. Men
moest tot elken prijs stijgen.--"Laat ons den waterbak ledigen,"
zeide Ferguson, "en slechts zooveel behouden als voor een dag noodig
is!"--"Ziedaar!" zeide Joe.--"Stijgt de ballon?" vroeg Kennedy.--"Een
weinig, omtrent vijftig voet," antwoordde de doctor, die den barometer
niet uit het oog verloor. "Maar het is niet genoeg."

Inderdaad schenen de hooge toppen zich op de reizigers te willen
storten. Dezen waren er bij lange na niet boven, er ontbraken nog 500
voet aan. De voorraad water van de gaspijp werd eveneens weggeworpen,
men behield slechts eenige pinten, maar dit was nog onvoldoende.--"Wij
moeten er echter over," zeide de doctor.--"Laat ons de kisten
wegwerpen, daar wij ze hebben geledigd," zeide Kennedy.--"Werp ze
weg!"--"Ziedaar!" zeide Joe. "Het is verdrietig dat dat alles zoo
stuk voor stuk weg gaat."--"Wat u betreft, hernieuw uwe opoffering
niet. Wat er gebeure, zweer mij ons niet te verlaten."--"Wees gerust,
meester, wij zullen elkander niet verlaten."

De Victoria had weder eenige voeten in hoogte gewonnen, maar de top
der bergen was nog altoos hooger; het was een rechtopgaande kant,
die in een werkelijk steil opgaanden muur eindigde. Hij was nog 200
voet boven de reizigers.--"In tien minuten," zeide de doctor tot zich
zelven, "zal ons schuitje verbrijzeld zijn tegen deze rotsen, als het
ons niet gelukt die over te trekken."--"Welnu, mijnheer Samuel?" zeide
Joe.--"Behoud slechts onzen voorraad pemmican en werp al het overige
vleesch weg."

De ballon werd nog een vijftigtal ponden lichter en steeg merkbaar,
maar dit hielp niets als zij niet over de bergen heen konden gaan. De
toestand was verschrikkelijk, de Victoria ging zeer snel; men gevoelde
dat hij zou verbrijzeld worden, de schok zou verschrikkelijk zijn. De
doctor zag rondom zich in het schuitje, het was bijna ledig.--"Als
het noodig is, Dick, zult gij u gereed houden uwe wapenen op te
offeren."--"Mijne wapenen!" antwoordde de jager ontroerd.--"Mijn
vriend, als ik het u vraag is het noodig."--"Samuel, Samuel!"--"Uwe
wapenen, uw voorraad kruit en lood kunnen ons het leven kosten."--"Wij
naderen!" riep Joe uit, "wij naderen!"--Zestig voet was de berg nog
hooger dan de Victoria. Joe nam de dekens en wierp die weg, zonder iets
aan Kennedy te zeggen wierp hij ook verscheidene zakken kogels en lood
weg. De ballon steeg boven den gevaarlijken top, maar het schuitje
was nog een weinig beneden de rotsen, waartegen het onvermijdelijk
moest breken. "Kennedy! Kennedy!" riep de doctor uit, "werp uwe
wapenen weg, of wij zijn verloren."--"Wacht, mijnheer Dick!" zeide
Joe. En Kennedy zich omkeerende zag hem buiten het schuitje
verdwijnen. "Joe! Joe!" riep hij uit.--"De ongelukkige!" zeide de
doctor. De vlakte boven op den berg had op deze plaats ongeveer twintig
voet uitgestrektheid en aan den anderen kant had hij eene geringere
helling. Het schuitje kwam juist op de hoogte van die vlakte, het
gleed over den grond bestaande uit scherpe keisteenen.--"Wij gaan er
overheen," riep eene stem, die het hart van Ferguson deed kloppen.--De
onverschrokken Joe hield zich met de handen aan den ondersten rand
van het schuitje vast, hij ging te voet over den bergtop, waardoor
hij den ballon met de geheele zwaarte van zijn lichaam verlichtte; hij
was zelfs verplicht het stevig vast te houden, want het ontsnapte hem
bijna. Toen het aan den tegenovergestelden kant was gekomen, heischte
Joe zich door eene krachtige greep zijner handen in de hoogte, en aan
de touwen zich vasthoudende klom hij weder bij zijne metgezellen. "Dat
is niet moeielijk," zeide hij.--"Mijn brave Joe! mijn vriend!" zeide
de doctor op hartelijken toon.--"Wat ik gedaan heb," antwoordde hij,
"was niet voor u, het was voor de karabijn van mijnheer Dick! ik
was hem dit schuldig voor de zaak van den Arabier! Ik betaal gaarne
mijne schulden en nu zijn wij quitte," voegde hij er bij, den jager
zijn geliefkoosd wapen aanbiedende. "Het zoude mij te veel verdriet
doen, u daarvan te zien scheiden." Kennedy drukte hem krachtig de hand
zonder een woord te kunnen spreken. De Victoria behoefde nu slechts te
dalen; dat was hem gemakkelijk; hij was weldra weder op tweehonderd
voet hoogte van den grond en bevond zich toen in evenwicht. De grond
had verschillende oneffenheden, die des nachts moeielijk waren te
ontwijken met een ballon, die niet meer te besturen was. De avond
daalde schielijk, en ondanks zijn tegenzin moest de doctor besluiten
tot den anderen morgen stil te houden.--"Wij zullen eene gunstige
plaats zoeken om stil te houden," zeide hij.--"Ah," antwoordde Kennedy,
"gij neemt eindelijk een besluit?"--"Ja, ik heb lang nagedacht over
een plan dat wij ten uitvoer zullen leggen. Het is pas zes uur 's
morgens, wij zullen den tijd hebben. Joe, werp de ankers uit."--Joe
gehoorzaamde en de beide ankers gingen buiten het schuitje.--"Ik bemerk
groote wouden," zeide de doctor, "wij zullen over hunne kruinen gaan
en ons aan een of anderen boom vasthechten, voor niets ter wereld zou
ik er in toestemmen den nacht op aarde door te brengen."--"Zullen wij
kunnen dalen?" vroeg Kennedy.--"Waartoe zou dat dienen? Ik herhaal
het u, het zou gevaarlijk zijn te scheiden. Overigens verzoek ik uwe
hulp voor een moeielijk werk."--De Victoria, die strijkelings langs
den top van onmetelijke bosschen ging, bleef weldra plotseling stil
staan; zijne ankers hadden gevat; daar de wind ging liggen bleef hij
bijna onbeweeglijk boven dit uitgestrekte groene veld, gevormd door
de kruinen van een bosch wilde vijgeboomen.



XLII.

	Edelmoedige strijd.--Laatste opoffering.--De toestel tot
	uitzetting.--Behendigheid van Joe.--Middernacht.--De wacht van
	den doctor.--Hij slaapt in.--De brand.--Het gehuil.--Buiten
	bereik.


Doctor Ferguson begon den stand op te nemen volgens de hoogte
der sterren, hij bevond zich nauwelijks op 25 mijlen van den
Senegal.--"Al wat wij kunnen doen, mijne vrienden," zeide hij,
na op zijne kaart te hebben gezien, "is de rivier over te steken;
maar daar er geene schuit noch brug is, moeten wij haar tot elken
prijs in den ballon oversteken, daarom moet deze nog meer verlicht
worden."--"Maar ik zie niet hoe wij dit zullen kunnen doen,"
antwoordde de jager, die voor zijne wapens vreesde, "of een van ons
moest besluiten zich op te offeren en achterblijven, en op mijne
beurt verzoek ik die eer."--"Wel nu nog mooier," antwoordde Joe,
"ben ik daaraan niet gewoon!"--"Er is geen sprake van om er uit te
springen, mijn vriend, maar enkel om te voet de kust van Afrika te
bereiken, ik ben een goed looper en goed jager."--"Ik zal er nooit in
toestemmen," antwoordde Joe.--"Uw edelmoedige strijd is noodeloos,
mijn brave vrienden," zeide Ferguson; "ik hoop dat wij niet tot
dit uiterste zullen komen, overigens, als het noodig was, zouden
wij te zamen dit land doortrekken en niet scheiden."--"Dit noem
ik spreken," zeide Joe, "eene kleine wandeling zal ons geen kwaad
doen."--"Maar vooraf," zeide de doctor, "zullen wij een laatste
middel beproeven om den Victoria te verlichten."--"Welk?" zeide
Kennedy, "ik ben nieuwsgierig het te vernemen."--"Wij moeten ons
van de kisten der gaspijp, van de Bunsensche batterij en de slang
ontdoen; wij hebben daar meer dan 900 pond."--"Maar, Samuel, hoe
zult gij daarna het gas doen uitzetten?"--"Dat zullen wij niet meer
doen!..."--"Maar..."--"Luistert, mijn vrienden, ik heb nauwkeurig
berekend welke stijgkracht ons overblijft, zij is voldoende om ons
drieën te vervoeren met de weinige voorwerpen, die ons overblijven. Wij
wegen nauwlijks 500 pond, de twee ankers medegerekend, die ik gaarne
wil behouden?"--"Mijn waarde Samuel," antwoordde de jager, "gij weet
het beste over onzen toestand te oordeelen, zeg ons wat wij moeten
doen, wij zullen u gehoorzamen."--"Tot uwe orders, meester."--"Ik
herhaal het u, mijne vrienden, hoe ernstig dit besluit ook zij,
wij moeten onzen toestel opofferen."--"Het zij zoo," antwoordde
Kennedy.--"Aan het werk!" zeide Joe.

Het was geen geringe arbeid, men moest den toestel stuk voor stuk
uit elkander nemen; eerst nam men de mengkist weg, vervolgens die der
gaspijp en eindelijk de kist, waarin het water ontleed werd; er was
niets minder dan de vereenigde kracht der drie reizigers noodig om den
toestel, die vast aan den bodem van het schuitje was bevestigd, los
te rukken. Eindelijk gelukte het hun en zij wierpen hem er uit.--"De
negers zullen zeer verbaasd zijn," zeide Joe, "dergelijke voorwerpen
in het bosch te zien hangen, zij zijn in staat er afgodsbeelden van
te maken."--Vervolgens moest men zich bezig houden met de buizen, die
in den ballon vast zaten en die aan den slang waren bevestigd. Het
gelukte Joe eenige voeten boven het schuitje de geledingen van
caoutchouc door te snijden, maar met de buizen ging dat moeielijker,
want zij werden aan haar boveneinde vastgehouden en bevestigd door
de draden van geel koper en den ring der klep. Toen toonde Joe eene
groote behendigheid; blootvoets om het omkleedsel niet te beschadigen,
klom hij met behulp van het net en ondanks de schommelingen, boven
op den luchtballon en daar maakte hij, na tallooze moeielijkheden,
zich met eene hand aan deze glibberige oppervlakte vasthoudende,
de buitenste banden los, die de buizen vasthielden. Dezen gingen nu
gemakkelijk los en werden door het onderste gedeelte van den toestel
weggetrokken die door een sterken band hermetisch werd gesloten. De
Victoria van dit aanzienlijk gewicht bevrijd, steeg in de lucht en
spande het ankertouw sterk. Te middernacht was al het werk gelukkig
geëindigd ten koste van vele vermoeienissen, men nam in haast een
maal van pemmican en kouden grog, want de doctor kon geene warmte
ter beschikking van Joe stellen. Deze en Kennedy bezweken bijna van
vermoeienis.--"Gaat slapen, mijne vrienden," zeide Ferguson tot hen,
"ik zal de eerste wacht nemen, ten twee uur zal ik Kennedy wekken; ten
vier uur zal Kennedy Joe wekken; ten zes uur zullen wij vertrekken, en
de hemel wake dan nog dezen laatsten dag over ons."--Zonder zich langer
te doen noodigen, strekten de beide reisgezellen des doctors zich op
den bodem van het schuitje uit en vielen spoedig in een diepen slaap.

De nacht was kalm, eenige wolken braken tegen het laatste kwartier
der maan, wier onzekere stralen nauwelijks de duisternis eenigszins
braken. Ferguson op den rand van het schuitje geleund, sloeg zijne
blikken rondom zich; hij keek met oplettendheid naar het donkere
gebladerte, dat zich onder hem ver uitstrekte; het minste gerucht
scheen hem verdacht en hij zocht zich zelfs het minste geritsel der
bladeren te verklaren.

Hij bevond zich in dien geestestoestand, die door de eenzaamheid
nog gevoeliger wordt gemaakt, en gedurende welken eene onbestemde
vrees onze zinnen ontroert. Op het einde van eene dergelijke reis,
na zoovele hinderpalen te boven te zijn gekomen, op het oogenblik van
het doel te bereiken, is de vrees levendiger en de ontroering sterker,
het punt van aankomst schijnt voor de oogen te vlieden. Overigens
was hun tegenwoordige toestand alles behalve veilig te midden van een
barbaarsch land en met een vervoermiddel dat, per slot van rekening,
hen elk oogenblik kon in den steek laten. De doctor rekende niet
volkomen meer op zijn ballon, de tijd was voorbij dat hij hem
stoutmoedig bestuurde, omdat hij zeker van hem was. Onder deze
indrukken meende de doctor soms eenig onbestemd gerucht te hooren
in die groote wouden; hij meende zelfs een plotseling verdwijnend
vuur tusschen die boomen te zien glinsteren; hij keek oplettend en
richtte zijn nachtkijker naar dien kant, maar zag niets en er heerschte
zelfs een diepe stilte. Hij had zonder twijfel verkeerd gezien; hij
luisterde zonder het minste gerucht te vernemen; daar de tijd van zijne
wacht toen was verstreken, wekte hij Kennedy, beval hem eene uiterste
waakzaamheid en ging naast Joe liggen, die vast sliep. Kennedy stak
bedaard zijne pijp aan, terwijl hij zich de oogen uitwreef, die hij
moeite had om open te houden, ging in een hoek zitten en begon sterk te
rooken om den slaap te verdrijven. De diepste stilte heerschte rondom
hem; een zacht windje bewoog de kruinen der boomen en slingerden een
weinig het schuitje, hetgeen hem nog meer slaap veroorzaakte; hij
wilde weerstand daaraan bieden; opende herhaalde malen zijne oogen,
en eindelijk door de vermoeienis bezwijkende viel hij in slaap.

Hoelang duurde dit? Hij kon zich daarvan geene rekenschap geven
bij zijn ontwaken, dat plotseling door een onverwacht geknetter werd
veroorzaakt. Hij wreef zich de oogen uit en stond op, eene groote hitte
deed zich voelen. Het woud stond in brand.--"Brand! brand!" riep hij,
zonder het voorval te begrijpen.--Zijne twee reisgezellen stonden
op.--"Wat is het dan?" vroeg Samuel.--"De brand," zeide Joe..... "Wie
kan....." Op dit oogenblik brak onder het hel verlichte gebladerte
een gehuil uit.--"O! de wilden," riep Joe uit, "zij hebben het woud
in brand gestoken om ons des te zekerder te verbranden."--"De Talibas
de marabouts van Al-Hadji zonder twijfel," zeide de doctor.

Een kring omringde den Victoria, het gekraak van dood hout vermengde
zich met het smeulen der groene takken; de klimplanten, de bladeren, al
wat leven had in dit bosch was door het verwoestende element aangetast;
de groote boomen teekenden zich donker af in dit fornuis, met hunne
takken, die met gloeiende kolen waren bedekt; deze brandende massa
weerkaatste in de wolken, en de reizigers meenden dat zij door een bal
van vuur omringd waren.--"Laat ons vluchten!" riep Kennedy uit! "op
de aarde is onze eenigste kans op behoud."--Maar Ferguson hield hem
met vaste hand terug en hij sneed het ankertouw met een bijlslag
door. De vlammen, zich naar den ballon uitstrekkende, lekten reeds
zijne verlichte zijden, maar de Victoria, ontdaan van zijne banden,
steeg meer dan 1000 voet. Vreeslijke kreten weergalmden in het woud,
met hevige losbrandingen; de ballon ging met behulp van een luchtstroom
naar het westen. Het was vier uur des morgens.



XLIII.

	De Talibas.--De vervolging.--Een verwoest land.--De Victoria
	daalt.--De laatste mondbehoeften.--De sprongen van den
	Victoria.--Verdediging met geweerschoten.--De wind wakkert
	aan.--De rivier Senegal.--De watervallen van Gouina.--De
	heete lucht.--Overtocht der rivier.


"Als wij gisteren de voorzorg niet hadden genomen om den ballon
lichter te maken zouden wij nu zonder genade verloren zijn geweest,"
zeide Ferguson.--"Dat heet ik de zaken op zijn tijd doen," zeide Joe,
"men redt zich, en niets is natuurlijker."--"Wij zijn niet buiten
gevaar," antwoordde Ferguson.--"Wat vreest gij dan?" vroeg Dick.--"De
Victoria kan zonder uw verlof niet dalen, en als hij al daalde?"--"Als
hij daalde!" zei Dick.

Den zoom van het bosch waren zij overgetrokken en de reizigers
konden een dertigtal ruiters ontdekken, gekleed met een langen
pantalon en golvende bornous; zij waren gewapend, de eenen met
lansen, de anderen met lange musketten; zij volgden in een lichten
galop op hunne vlugge paarden de richting van den Victoria, die
met eene matige snelheid voortging. Op het gezicht der reizigers
stootten zij woeste kreten uit, terwijl zij hunne wapens slingerden;
de woede en de bedreigingen teekenden zich op hun bruin gezicht,
dat nog woester werd door een kleinen maar puntigen baard; zij
doortrokken zonder moeite die lage vlakten en die zachte hellingen,
die tot aan den Senegal afdalen.--"Zij zijn het wel," zeide de doctor,
"de wreede Talibas! de woeste marabouts van Al-Hadji! Ik zou liever
in het midden van een woud, omringd door een troep wilde dieren
willen wezen, dan in handen dezer bandieten te vallen."--"Zij zien
er niet zeer inschikkelijk uit," zeide Kennedy, "en het zijn stevige
knapen."--"Gelukkig vliegen die beesten niet," antwoordde Joe, "dat
is altoos iets."--"Ziet," zeide Ferguson, "deze verwoeste dorpen en
verbrande hutten, dat is hun werk, en daar waar zich groote bouwvelden
uitstrekten, hebben zij de verwoesting gebracht."--"Zij kunnen ons
niet bereiken," hernam Kennedy, "en als wij den stroom tusschen hen
en ons kunnen brengen, zijn wij in veiligheid."--"Zeer juist. Dick,
maar wij moeten niet vallen," antwoordde de doctor, de oogen op
den barometer slaande.--"In alle gevallen, Joe," hernam Kennedy,
"zullen wij geen kwaad doen onze wapenen gereed te maken."--"Dat kan
niet schaden, mijnheer Dick, wij zullen er ons wel bij bevinden ze
niet te hebben weggeworpen."--"Mijne karabijn!" riep de jager uit,
"ik hoop mij er nooit van te scheiden."--En Kennedy laadde ze met de
grootste zorg, er bleef hem ammunitie genoeg over.--"Op welke hoogte
zijn wij?" vroeg hij aan Ferguson.--"Op ongeveer 750 voet, maar wij
hebben geene macht meer om gunstige luchtstroomen te zoeken door te
reizen of te dalen, wij hangen geheel van den ballon af."--"Dat is
verdrietig," zeide Kennedy, "de wind is niet sterk, en als wij door
een orkaan gelijk aan dien der vorige dagen waren overvallen, zouden
die afschuwelijke bandieten reeds lang uit het gezicht zijn."--"Deze
schelmen volgen ons zonder zich te generen," zeide Joe, "in kleinen
galop."--"Als wij op een kleinen afstand waren," zeide de jager,
"dan zou ik er schik in hebben hen achter elkander van het paard te
doen tuimelen."--"Ja zeker!" antwoordde Ferguson, "maar zij zouden
ook ons onder schot hebben, en onze Victoria zou een te goed mikpunt
zijn voor hunne kogels; als zij hem verscheurden, dan laat ik aan uw
oordeel over welke onze toestand zou zijn."--De vervolging der Talibas
ging den geheelen morgen voort. Tegen elf uur waren de reizigers
nauwelijks 15 mijlen naar het westen gevorderd. De doctor bespiedde
de minste wolken aan den horizon; hij vreesde altijd eene verandering
in den dampkring. Als hij naar den Niger werd teruggevoerd, wat zou
er dan van hem worden? Hij bemerkte dat de ballon merkbaar daalde;
sedert zijn vertrek had hij reeds meer dan 300 voet verloren en de
Senegal moest nog een twaalftal mijlen verwijderd zijn; met hunne
tegenwoordige snelheid, moesten zij nog op drie uren reis rekenen.

Op dit oogenblik werd hunne oplettendheid opgewekt door nieuwe kreten;
de Talibas zetten hunne paarden meer aan. De doctor raadpleegde den
barometer en begreep de oorzaak van dit gehuil.--"Wij dalen," zeide
Kennedy.--"Ja," antwoordde Ferguson.--"Duivels!" dacht Joe.--Na
een kwartier was het schuitje geene 150 voet meer van den grond,
maar de wind stak meer op.--De Talibas spoorden hunne paarden aan en
weldra barstten er geweerschoten los.--"Te ver, ezels," riep Joe uit,
"het komt mij goed voor die schurken op een afstand te houden."--En
op een der voorste ruiters mikkende, gaf hij vuur, de Taliba stortte
ter aarde, zijne metgezellen bleven staan en de Victoria won weder op
hen.--"Zij zijn voorzichtig," zeide Kennedy.--"Omdat zij zich zeker
wanen ons te bereiken," antwoordde de doctor, "en zij zullen slagen,
als wij nog meer dalen! Wij moeten volstrekt stijgen."--"Wat zullen
wij wegwerpen?" vroeg Joe.--"Alle pemmican die ons overblijft, dat
bedraagt nog dertig pond."--"Al klaar," zeide Joe, de bevelen zijns
meesters gehoorzamende. Het schuitje, dat bijna den grond raakte,
steeg in de hoogte, te midden der kreten van de Talibas; maar een
half uur later daalde de Victoria weder snel; het gas ontsnapte door
de poriën van het omkleedsel. Weldra ging het schuitje rakelings
langs den grond; de negers van Al-Hadji stortten er op los, maar,
zoo als in dergelijke gevallen gebeurt, nauwelijks had het den
grond aangeraakt of de Victoria steeg plotseling om eene mijl verder
weder te dalen.--"Zullen wij hen dan niet ontkomen?" vroeg Kennedy
woedend.--"Werp onzen brandewijn weg, Joe," zeide de doctor, "onze
instrumenten, alles wat eenige zwaarte heeft, en ons laatste anker,
omdat het noodig is." Joe rukte de barometers en thermometers los,
maar dat beteekende weinig, en de ballon, die een oogenblik steeg,
daalde weldra weder. De Talibas snelden hem na en waren slechts
tweehonderd schreden van hem af.--"Werp de twee geweren weg," beval
de doctor. En vier achtereenvolgende schoten troffen vier Talibas,
die vielen te midden van de razende kreten der bende.

De Victoria steeg weder. Hij maakte groote sprongen even als een groote
elastieke bal. Het was een vreemd schouwspel deze ongelukkigen te zien,
die met reusachtige schreden poogden te vluchten en die, aan Anteus
gelijk, eene nieuwe kracht schenen te bekomen, zoodra zij de aarde
aanraakten. Maar aan dezen toestand moest een einde komen, het was
bijna middag; de Victoria verloor zijn gas, zijn omkleedsel begon te
fladderen, de plooien van het taf sloegen over elkander heen.--"De
hemel verlaat ons," zeide Kennedy, "wij zullen moeten vallen."--Joe
antwoordde niet, hij zag zijn meester aan. "Neen," zeide deze, "wij
kunnen nog meer dan 150 pond wegwerpen."--"Wat dan?" vroeg Kennedy,
die geloofde dat de doctor gek werd.--"Het schuitje," antwoordde
deze. "Laten wij ons aan het net vasthouden, de mazen kunnen ons wel
houden totdat wij aan den stroom komen. Spoedig! Spoedig!"--En de
stoutmoedige mannen aarzelden niet om een dergelijk middel tot behoud
te beproeven; zij gingen aan de mazen van het net hangen, zoo als de
doctor dit had aangewezen, en Joe, zich met eene hand vasthoudende,
sneed de touwen van het schuitje door, het viel op het oogenblik dat de
luchtballon weder ging dalen. "Hoezee! hoezee!" riep hij uit, terwijl
de ballon tot op 300 voet steeg.--De Talibas hitsten hunne paarden
aan; zij liepen ventre à terre, maar de Victoria, een sterkeren wind
ontmoetende, snelde hen vooruit naar een heuvel in het westen. Dit
was eene gunstige omstandigheid voor de reizigers, want zij konden
hem overtrekken, terwijl de bende van Al-Hadji genoodzaakt was hem
om te trekken. De drie vrienden hielden zich vast aan het net. Zij
hadden het onder zich kunnen vast maken, het vormde als het ware
een drijvenden zak. Plotseling riep de doctor, na den heuvel te zijn
overgetrokken, uit: "De rivier! de rivier! de Senegal, mijne vrienden!"

Twee mijlen voor hen was de rivier; de tegenover gelegen oever, laag en
vruchtbaar, bood hun eene zekere schuilplaats aan. "Nog een kwartier,"
zeide Ferguson, "en wij zijn gered." Maar het moest niet zoo zijn; de
ledige ballon viel langzamerhand op den grond, die bijna geheel beroofd
was van plantengroei; het waren lange hellingen en rotsachtige vlakten;
nauwelijks zag men eenige struiken, een zwaar en door de zonnestralen
verdroogd gras. De Victoria raakte dikwijls den grond en verhief zich
weder; zijne sprongen werden korter en lager; bij den laatsten bleef
het bovenste gedeelte van het net aan de hooge takken van een baobab
vast zitten.--"Het is gedaan," zeide de jager.--"En op honderd schreden
van de rivier."--De drie ongelukkigen zetten voet op de aarde en de
doctor sleepte zijne twee reisgezellen mede naar den Senegal. Op die
plaats deed de rivier een sterk geloei hooren; aan de oevers gekomen
herkende Ferguson den waterval van Gouina. Er was geene schuit op
den oever, geen levend wezen. Op eene breedte van 2000 voet stortte
de Senegal zich van eene hoogte van 150 voet, met een schelklinkend
geraas; hij stroomde van het oosten naar het westen, en de rotsen,
die zijn loop tegenhielden, strekten zich van het noorden naar het
zuiden uit. In het midden van den waterval verhieven zich rotsen van
eene vreemde gedaante, even als groote dieren uit de tijden vóór den
zondvloed, die versteend zijn te midden der wateren. De onmogelijkheid
om dien kolk over te steken was duidelijk. Kennedy kon een gebaar van
wanhoop niet weerhouden. Maar de doctor riep met krachtige stem uit:
"Alles is nog niet gedaan!"--"Ik wist het wel," zeide Joe, met dat
vertrouwen op zijn meester dat hem nooit verliet.

Het gezicht van dat droge gras had den doctor op een gewaagd
denkbeeld gebracht; het was het eenige voor hun behoud. Hij bracht
zijne metgezellen spoedig naar het omkleedsel van den luchtballon
terug.--"Wij zijn dien bandieten ten minste een uur vooruit,"
zeide hij, "laat ons geen tijd verliezen mijne vrienden, raapt eene
hoeveelheid van dit droge gras op, ik heb ten minste honderd pond
noodig."--"Waarvoor?" vroeg Kennedy.--"Ik heb geen gas meer, welnu! ik
zal de rivier oversteken met heete lucht."--"Mijn brave Samuel!" riep
Kennedy uit, "gij zijt waarlijk een groot man."--Joe en Kennedy sloegen
handen aan het werk en hadden weldra eene groote menigte gras bij den
baobab opeengestapeld. Gedurende dien tijd had de doctor de opening
van den luchtballon verwijd, door hem van onderen in te snijden; hij
droeg vooraf zorg al het aanwezige gas door de klep te doen ontsnappen,
vervolgens stapelde hij eene hoeveelheid gras op onder het omkleedsel
en stak het in brand. Er is weinig tijd noodig om een ballon met
warme lucht te vullen, eene hitte van 180 graden is voldoende om de
zwaarte der lucht voor de helft te verminderen; de Victoria begon
dan ook merkbaar weder eene ronde gedaante aan te nemen; er ontbrak
geen gras, het vuur werd onderhouden door de zorgen des doctors en
de luchtballon werd zichtbaar grooter. Het was toen kwartier voor
eenen. Op dit oogenblik verscheen de bende der Talibas in het noorden,
men hoorde kreten en den galop hunner pijlsnel rijdende paarden.--"In
twintig minuten zullen zij hier zijn," zeide Kennedy. "Gras! gras! Joe,
in tien minuten zullen wij in de lucht zijn."--"Daar, mijnheer."--De
Victoria was voor twee derde gevuld.--"Mijne vrienden, laten wij ons
aan het net vasthechten, zooals wij reeds hebben gedaan."--"Het is
in orde," antwoordde de jager.

Na tien minuten gaven eenige schokken aan den ballon de neiging te
kennen om te rijzen. De Talibas naderden, zij waren nauwlijks 500
schreden van hen af.--"Houdt u goed vast," zeide Ferguson.--"Vrees
niet, meester."--En met den voet stootte de doctor eene nieuwe
hoeveelheid gras bij den reeds brandenden hoop. De ballon, geheel
uitgezet door de hoogere temperatuur, ging in de hoogte.--"Op weg,"
riep Joe.

Eene losbranding van musketten antwoordde hem, een kogel raakte zelfs
zijn schouder, maar Kennedy, zijne karabijn lossende, wierp weder een
vijand ter aarde. Kreten van woede vergezelden het ontsnappen van den
luchtballon, die bijna 800 voet steeg. Een sterke wind voerde hem weg;
hij beschreef verontrustende schommelingen, terwijl de onverschrokken
doctor en zijne gezellen den waterval onder hen beschouwden. Tien
minuten daarna daalden zij langzamerhand dicht bij den anderen oever
der rivier. Daar stonden verbaasd, verwonderd en verschrikt een tiental
mannen, die de Fransche uniform droegen. Men oordeele over hunne
verbazing toen zij den ballon aan den rechteroever der rivier zagen
opstijgen, zij geloofden bijna aan een hemelsch verschijnsel. Maar
hunne bevelhebbers, een luitenant van de marine en een cadet, kenden
uit de dagbladen van Europa de stoutmoedige poging van doctor Ferguson
en zij begrepen het geval terstond.

De ballon, langzamerhand kleiner wordende, daalde weder met de
onverschrokken reizigers, die zich aan zijn net vasthielden, maar het
was twijfelachtig of hij wel het land zou bereiken, daarom wierpen de
Franschen zich in de rivier en ontvingen de drie Engelschen in hunne
armen, op het oogenblik dat de Victoria op eenige voeten afstands
van den linker oever der rivier nederviel.--"Doctor Ferguson!" riep
de luitenant uit.--"Hij zelf," antwoordde de doctor bedaard, "en
zijne vrienden."

De Franschen droegen de reizigers naar de andere zijde der rivier,
terwijl de ballon, half ledig, door een snellen stroom medegesleept,
als een ontzaglijke waterbel met de wateren van den Senegal in de
watervallen van Gouina verzwolgen werd.--"Arme Victoria!" zeide Joe.

De doctor kon een traan niet weerhouden; hij opende zijne armen en
zijne twee vrienden wierpen er zich diep ontroerd in.



XLIV.

	Besluit.--Het proces-verbaal. De Fransche etablissementen.--De
	post van Medina.--De Basilic.--Saint-Louis.--Het Engelsche
	fregat.--Terugkeer naar Londen.


De expeditie, die zich aan den oever der rivier bevond, was door den
gouverneur van den Senegal gezonden. Zij bestond uit twee officieren,
de heeren Dufraisne, luitenant der mariniers en Rodamel, cadet, een
sergeant en zeven mariniers. Sedert twee dagen hielden zij zich bezig
met het opnemen eener gunstige plaats voor een fort te Gouina, toen
zij getuigen waren van de aankomst van doctor Ferguson. Men kan zich
gemakkelijk de gelukwenschingen en de omhelzingen voorstellen, die aan
de drie reizigers te beurt vielen. De Franschen uit eigen ondervinding
de vervulling van dit stoutmoedige plan hebbende kunnen bevestigen,
werden de natuurlijke getuigen van Samuel Ferguson. Derhalve verzocht
de doctor hen terstond zijne aankomst aan de watervallen van Gouina
officieel te bewijzen.--"Gij zult niet weigeren een proces-verbaal
te onderteekenen?" vroeg hij aan den luitenant Dufraisne.--"Ik ben
tot uw dienst," antwoordde die heer.--De Engelschen werden naar den
voorloopigen post op den oever der rivier gebracht; zij vonden daar
de oplettendste zorgen en overvloedig levensmiddelen. Daar werd in de
volgende bewoordingen dat proces-verbaal opgemaakt, hetwelk zich thans
in de archieven van het Aardrijkskundig Genootschap te Londen bevindt:


	"Wij ondergeteekenden verklaren, dat wij op onderstaanden
	datum hebben zien aankomen doctor Ferguson en zijne twee
	reisgezellen, Richard Kennedy en Jozef Wilson [58] aan het net
	van een ballon hangende, welke ballon op eenigen afstand van
	ons in de rivier gevallen, door den stroom medegesleept en in
	de watervallen van Gouina verzwolgen is. Ten bewijze waarvan
	wij dit proces-verbaal hebben opgemaakt, en in tegenwoordigheid
	der boven genoemden onderteekend. Gedaan den 24sten Mei 1862
	aan de watervallen van Gouina.

	"_Samuel Ferguson_, _Richard Kennedy_, _Jozef Wilson_;
	_Dufraisne_, luitenant der mariniers; _Rodamel_, cadet;
	_Dufais_, sergeant; _Filippeau_, _Mayor_, _Pelissier_,
	_Rascagnet_, _Guillon_, _Lebel_, soldaten."


Hier eindigt de verbazende reistocht van doctor Ferguson en zijne
moedige gezellen, door onwederlegbare getuigen bewezen. Zij bevonden
zich bij vrienden, te midden van meer gastvrije stammen, en die veel
gemeenschap hebben met de Fransche etablissementen. Zij waren Zaturdag
den 24sten Mei aan den Senegal gekomen en den 27sten van diezelfde
maand bereikten zij den post van Medina, een weinig noordelijker aan
de rivier gelegen.

Daar ontvingen de Fransche officieren hen met open armen en bewezen
hun alle soorten van beleefdheden en gastvrijheid; de doctor en
zijne reisgezellen konden zich bijna onmiddellijk inschepen op de
kleine stoomboot, de Basilic, die den Senegal tot aan zijne monding
afzakte. Veertien dagen daarna kwamen zij, den 10den Juni, te
Saint-Louis, waar de gouverneur hen uiterst goed ontving; zij waren
geheel bekomen van hunne overspanning en vermoeienissen. Overigens
zeide Joe tot ieder die hem wilde hooren: "Onze reis is eene armzalige
reis, en als iemand begeerig is naar ontroeringen, raad ik hem niet
haar te ondernemen, dat wordt op het laatst vervelend; en zonder de
avonturen van het meer Tchad en den Senegal, geloof ik waarlijk dat
wij van verveling zouden gestorven zijn."

Een Engelsch fregat was op het punt om te vertrekken; de drie reizigers
namen plaats aan boord; den 25sten Juni kwamen zij te Portsmouth en
des anderen daags te Londen aan. Wij zullen niet beschrijven hoe men
hen in het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap ontving. Kennedy
vertrok terstond naar Edinburg met zijne karabijn, hij wilde spoedig
zijne oude gouvernante gerust stellen.

Doctor Ferguson en zijn getrouwe Joe bleven dezelfde mannen zoo als
wij hen hebben gekend. Maar er had buiten hun weten eene verandering
bij hen plaats gehad, zij waren twee vrienden geworden. De dagbladen
van geheel Europa zwaaiden allen den hoogsten lof toe aan de moedige
reizigers en de "Daily Telegraph" verkocht eene oplage van 370,000
exemplaren op den dag, toen hij een uittreksel uit de reis bekend
maakte.

Doctor Ferguson deed in eene openbare zitting van het Koninklijk
Aardrijkskundig Genootschap verslag van zijne luchtreis en hij en zijne
twee reisgezellen verkregen de gouden medaille voor de merkwaardigste
expeditie in 1862.

De reis van doctor Ferguson heeft op het nauwkeurigst de
aardrijkskundige opnemingen van Barth, Burton, Speke en anderen
bevestigd.



INHOUD.


I. Einde van eene zeer toegejuichte redevoering.--Voorstelling
van doctor Ferguson.--"Excelsior."--Persoonsbeschrijving van den
doctor.--Een overtuigd fatalist.--Maaltijden in den _Club der
Reizigers._--Tallooze toosten. ... 1

II. Een artikel van den "Daily Telegraph."--Oorlog der
geleerde dagbladen.--De heer Petermann ondersteunt zijn vriend
Dr. Ferguson.--Antwoord van den geleerden Koner.--Aangegane
weddenschappen.--Verschillende voorstellen aan Ferguson gedaan. ... 6

III. De vriend van den doctor.--Van welken tijd hunne vriendschap
dagteekende.--Dick Kennedy te Londen.--Onverwacht, maar niet
geruststellend voorstel.--Weinig troostend spreekwoord.--Eenige
namen uit het martelaarsboek van Afrika.--Voordeelen van een
luchtballon.--Het geheim van doctor Ferguson. ... 9

IV. Afrikaansche onderzoekingen.--Barth, Richardson, Overweg, Werne,
Brun-Rollet, Peney, Andrea Debono, Miani, Guillaume Lejean, Bruce,
Krapf en Rebmann, Maizan, Roscher, Burton en Speke. ... 15

V. Droomen van Kennedy.--Lidwoorden en voornaamwoorden in
het meervoud.--Vleierijen van Dick.--Wandeling over de kaart
van Afrika.--Wat er tusschen de twee punten van den passer
blijft.--Hedendaagsche tochten.--Speke en Grant.--Krapf, de Decken,
de Heuglin. ... 19

VI. Een ongewoon bediende.--Hij ziet de wachters van Jupiter.--Dick
en Joe twisten.--De twijfel en het geloof.--De weging.--Joe
Wellington.--Hij ontvangt eene halve kroon. ... 24

VII. Wiskundige bijzonderheden.--Berekening van den inhoud des
ballons.--De dubbele ballon.--Het omkleedsel.--Het schuitje.--De
geheimzinnige toestel.--De levensmiddelen.--De optelling. ... 28

VIII. Gewicht van Joe.--De bevelhebber der Resolute.--Het tuighuis van
Kennedy.--Vervoer.--Het afscheidsmaal.--Het vertrek van den 21sten
Februari.--Wetenschappelijke zittingen van den doctor.--Duveyrier,
Livingstone.--Bijzonderheden der luchtreis.--Kennedy tot zwijgen
gebracht. ... 32

IX. Men zeilt de Kaap om.--De potsenmaker voorin.--Cursus van
wereldbeschrijving door Professor Joe.--Over de richting der
ballons.--Over het zoeken der luchtstroomen.--Eureka. ... 38

X. Voorafgaande proeven.--De vijf kisten van den doctor.--De
warmteleider.--Wijze van uitvoering.--Zeer goede uitslag. ... 42

XI. Aankomst te Zanzibar.--De engelsche consul.--Slechte stemming
der inwoners.--Het eiland Koumbeni.--De regenmakers.--Vulling
van den ballon.--Vertrek op den 18den April.--Laatst vaarwel.--De
Victoria. ... 47

XII. Overtocht der zee-engte.--De Mrima.--Gesprekken van Dick en
voorstel van Joe.--Recept voor koffie.--De Uzaramo.--De ongelukkige
Maizan.--De berg Duthumi.--De kaarten van den doctor.--Nacht op een
Konzenilje-Kaktus. ... 54

XIII. Verandering van weder.--Koorts van Kennedy.--Het geneesmiddel van
den doctor.--Reizen te land.--De kom van Imengé.--De berg Rubeho.--Op
zesduizend voet.--Een halt van een dag. ... 63

XIV. Het bosch van gomboomen.--De blauwe antiloop.--Het
verzamelingsteeken.--Een onverwachte aanval.--De Kanyenye.--Een nacht
in de lucht.--De Manunguru.--Jihoue la Mkao.--Voorraad water.--Aankomst
te Kazeh. ... 68

XV. Kazeh.--De woelige markt.--Verschijning van den Victoria.--De
Wanganga.--De zonen der Maan.--Wandeling des doctors.--Bevolking.--De
koninklijke tembé.--De vrouwen des Sultans.--Eene koninklijke
dronkenschap.--Joe wordt aangebeden.--Hoe men in de maan
danst.--Omkeering.--Twee manen aan het uitspansel.--Vergankelijkheid
der goddelijke grootheid. ... 75

XVI. Voorteeken van onweer.--Het land der Maan.--De toekomst van
Afrika.--Het werktuig van het laatste uur.--Gezicht van het land bij
ondergaande zon.--Bloemen en planten.--Het onweder.--De vuurgordel.--De
sterrenhemel. ... 84

XVII. Het Maangebergte.--Een oceaan van groen.--Men werpt het
anker.--De olifant als stoomsleper.--Onderhouden vuur.--Dood van
het dier.--De veldoven.--Maaltijd op het gras--Een nacht op de
aarde. ... 91

XVIII. Karagwah.--Het meer Ukeréoué.--Een nacht op een eiland.--De
Evenaar.--Overtocht van het meer.--De watervallen.--Gezicht van het
land.--De bronnen van den Nijl.--Het eiland Benga.--De handteekening
van Andreas Debono.--Het Paviljoen met de wapenen van Engeland. ... 99

XIX. De Nijl.--De bevende berg.--Herinnering aan het land.--De verhalen
der Arabieren.--De Nyam-Nyam.--Verstandige overleggingen van Joe.--De
opstijging van luchtballons.--Mevrouw Blanchard. ... 107

XX. De hemelsche flesch.--De vijgepalmboomen.--De "mammouthboomen."--De
oorlogsboom.--Het gevleugelde span.--Gevecht van twee
volksstammen.--Slachting.--Goddelijke tusschenkomst. ... 111

XXI. Vreemde geruchten.--Een nachtelijke aanval.--Kennedy en Joe in
den boom.--Twee schoten.--Help! Help!--Antwoord in het Fransch.--De
morgen.--De zendeling.--Het plan van redding. ... 116

XXII. Het electrieke licht.--De zendeling.--Ontroering te midden
van een lichtstraal.--De lazaristenpriester.--Weinige hoop.--Zorgen
des doctors.--Een leven van verloochening.--Overtocht van een
vulkaan. ... 123

XXIII. Toorn van Joe.--De dood eens rechtvaardigen.--De wacht bij het
lijk.--Dorheid.--De begrafenis.--De stukken kwarts.--Zinsbedrog van
Joe.--Een kostbare ballast.--Hoogte-opneming der goudbergen.--Begin
der wanhoop van Joe. ... 130

XXIV. De wind gaat liggen.--Men nadert de woestijn.--De vermindering
van den voorraad water.--De nachten onder den evenaar.--Ongerustheid
van Samuel Ferguson.--Hoe de toestand is.--Krachtige antwoorden van
Kennedy en Joe.--Nog een nacht. ... 136

XXV. Een weinig wijsbegeerte.--Een wolk aan den horizon.--Te midden
van een mist.--De onverwachte ballon.--De teekens.--Nauwkeurig gezicht
van den Victoria.--De palmboomen.--Spoor van eene karavaan.--De put
in de woestijn. ... 142

XXVI. Honderd dertien graden.--Overdenkingen van den doctor.--Wanhopig
zoeken.--De gaspijp gaat uit.--Honderd-twee-en-twintig
graden.--De beschouwing der woestijn.--Eene wandeling in den
nacht.--Eenzaamheid.--Bezuinigings ontwerpen van Joe.--Hij wil nog
een dag wachten. ... 147

XXVII. Vreeslijke hitte.--Zinsbedrog.--De laatste droppels
water.--Nachten van wanhoop.--Poging tot zelfmoord.--De Simoem.--De
oase.--Leeuw en Leeuwin. ... 151

XXVIII. Aangename avond.--De keuken van Joe.--Verhandeling over rauw
vleesch.--Geschiedenis van James Bruce.--Het bivouak.--De droomen
van Joe.--De barometer daalt.--De barometer rijst.--Toebereidselen
tot het vertrek.--De orkaan. ... 156

XXIX. Verschijnselen van plantengroei.--Phantastisch denkbeeld van
een franschen schrijver.--Prachtig land.--Het koninkrijk Adamova.--De
onderzoekingen van Burton en Speke vereenigd met die van Barth.--De
bergen van Atlantika.--De rivier Benoké.--De stad Yola.--De Bagélé.--De
berg Mendif. ... 161

XXX. Mosfeia.--De Scheik.--Denham, Clapperton, Oudney.--Vogel.--De
hoofdstad van Loggoum.--Toole.--Windstilte boven Kernak.--De landvoogd
en zijn hof.--De aanval.--De brandduiven. ... 167

XXXI. Vertrek in den nacht.--Alle drie.--Het instinct van
Kennedy.--Voorzorgen.--De loop van den Shari.--Het meer Tchad.--Het
water van het meer.--Het rivierpaard.--Een verloren kogel. ... 173

XXXII. De hoofdstad van Bornou.--De eilanden der Biddiomahs.--De
Kondors.--De ongerustheid van den doctor.--Zijne voorzorgen.--Een
aanval in de lucht.--Het gescheurde omkleedsel.--De val.--Verhevene
opoffering.--De noordelijke kust van het meer. ... 176

XXXIII. Gissing.--Herstel van het evenwicht van de Victoria.--Nieuwe
berekeningen van doctor Ferguson.--Jacht van Kennedy.--Volledig
onderzoek van het meer Tchad.--Tangalia.--Terugkeer.--Lari. ... 182

XXXIV. De orkaan.--Gedwongen vertrek.--Verlies van een
anker.--Treurige overdenkingen.--Genomen besluit.--De hoos.--De
verzwolgen karavaan.--Tegenwind en gunstige wind.--Terugkeer naar
het Zuiden.--Kennedy op zijn post. ... 187

XXXV. Geschiedenis van Joe.--Het eiland der Biddiomahs.--De
aanbidding.--Het verzwolgen eiland.--De oever van het meer.--De
slangenboom.--Voetreis.--Lijden.--Muskieten en mieren.--Voorbijgang
van den Victoria.--Verdwijning van den Victoria.--Wanhoop.--Het
moeras.--Een laatste kreet. ... 191

XXXVI. Eene verzameling aan den horizon.--Een troep Arabieren.--De
vervolging.--Hij is het!--Val van het paard.--De gewurgde Arabier.--Een
kogel van Kennedy.--Manoeuvreeren.--Ontvoering in de vlucht.--Joe
wordt gered. ... 199

XXXVII. De weg naar het westen.--Het ontwaken van Joe.--Zijne
koppigheid.--Einde der geschiedenis van Joe.--Tagelet.--Ongerustheid
van Kennedy.--Weg naar het noorden.--Een nacht dicht bij
Aghadés. ... 203

XXXVIII. Snelle tocht.--Voorzichtige besluiten.--Aanhoudende
plasregens.--Gao.--De Niger.--Golberry, Geoffroy,
Gray.--Mungo-Park.--Laing.--Réné Gaillié.--Clapperton.--John en
Richard Lander. ... 208

XXXIX. Het land van den elleboog van den Niger.--Phantastisch gezicht
van het gebergte Homberi.--Kabra.--Tombuctou.--Plan van doctor
Barth.--Val.--Waarheen de hemel wil. ... 215

XL. Ongerustheid van doctor Ferguson--Standvastige richting naar
het zuiden.--Eene wolk sprinkhanen.--Gezicht van Jenné.--Gezicht van
Ségo.--Verandering van wind.--Verdriet van Joe. ... 219

XLI. Men nadert den Senegal.--De Victoria daalt meer en meer.--Men
werpt steeds ballast uit.--De marabout El-Hadji.--De heeren Pascal,
Vincent, Lambert.--Een mededinger van Mohammed.--De moeielijk
te beklimmen bergen.--De wapenen van Kennedy.--Een manoeuvre van
Joe.--Halt boven een woud. ... 223

XLII. Edelmoedige strijd.--Laatste opoffering.--De toestel tot
uitzetting.--Behendigheid van Joe.--Middernacht.--De wacht van den
doctor.--Hij slaapt in.--De brand.--Het gehuil.--Buiten bereik. ... 228

XLIII. De Talibas.--De vervolging.--Een verwoest land.--De
Victoria daalt.--De laatste mondbehoeften.--De sprongen van den
Victoria.--Verdediging met geweerschoten.--De wind wakkert aan.--De
rivier Senegal.--De watervallen van Gouina.--De heete lucht.--Overtocht
der rivier. ... 232

XLIV. Besluit.--Het proces-verbaal.--De fransche etablissementen.--De
post van Medina.--De Basilic.--Saint-Louis.--Het Engelsche
fregat.--Terugkeer naar Londen. ... 239



AANTEEKENINGEN


[1] Al hooger!

[2] Krankzinnigengesticht te Londen.

[3] Men rekent hier van den meridiaan van Greenwich.

[4] Sedert het vertrek van doctor Ferguson heeft men vernomen, dat
de Heuglin, ten gevolge van eenige beraadslaging, een weg heeft
ingeslagen, tegenovergesteld van dien, welke zijne expeditie was
aangewezen, wier bestuur aan Munzinger is toevertrouwd.

[5] Zuidelijke voorstad van Londen.

[6] 1661 Kub. Meter.

[7] Deze afmeting heeft niets buitengewoons: in 1784 maakte Montgolfier
te Lyon een luchtballon, wiens inhoud 20,000 Kub. Meter was, en een
gewicht van 20,000 Kilogram kon dragen.

[8] Een spheroïde is een lichaam dat op een bol gelijkt, zonder dat
alle doorsneden even groot zijn.

[9] 111.32 Liter.

[10] 97.97 Liter.

[11] Ik heb gevonden.

[12] 111.32 Liter.

[13] 1.512 Kubieke Meters.

[14] Ongeveer 62 Kub. Meter.

[15] Ongeveer 620 Kub. Meter.

[16] 111.32 Liter.

[17] 70 Kub. Meter zuurstofgas.

[18] 140 Kub. Meter waterstofgas.

[19] 210 Kub. Meter.

[20] Een Kubieke Meter.

[21] 1/3 Kubieke Meter.

[22] Dit heeft door toedoen der Engelschen thans (1877) opgehouden.

[23] 3250 liter.

[24] Meer dan 800 ton ijzer.

[25] Bijna 41250 liter.

[26] Naam dien de negers aan den hagel geven.

[27] Bijna 5 centimeter. De drukking is ongeveer een centimeter bij
elke 100 meter hoogte.

[28] U, _oe_ beteekent in de landtaal _landstreek._

[29] Hooge berg op Martinique.

[30] Ruim 11694 Meter.

[31] Priesters bij de oude Galliërs.

[32] 44,53 Liter.

[33] Opperhoofd der karavaan.

[34] Ontleend aan de stoommachines, wier kracht door
atmospherendrukking wordt gemeten.

[35] Plus minus f4.20.--naar gelang van den koers.

[36] Nyanza beteekent _meer_.

[37] Een geleerd Byzantijn zag in het woord Neilos een getallennaam. N
was 50, E 5, I 10, L 30, O 70, S 200, hetgeen juist het getal der
dagen van het jaar uitmaakt.

[38] 97.45 Meter

[39] De overlevering verhaalt dat hij beeft zoodra een Muzelman er
de voet op zet.

[40] Negers verraden zich altijd door een eigenaardigen geur of liever
stank die van hen uitgaat.--De galafscheiding bij de blanken in de
faeces vervat, geschiedt bij hen door de huidporiën.

[41] Ongeveer 13 1/2 liter.

[42] Ongeveer 4 1/2 liter.

[43] Mery.

[44] Een persoon uit de grieksche fabelleer, die de almacht der goden
had willen beproeven. Daartoe noodigde hij hen op een maaltijd en zette
hun het gebraden lijk voor van zijn zoon Pelops. Jupiter veroordeelde
hem daarom, om in de onderwereld midden in het water te staan, met
een met vruchten beladen boom boven zich. Telkens als hij het water
of de vruchten wilde aanraken, weken zij terug.

[45] 2533.765 Meter.

[46] Sedert het vertrek van den doctor laten brieven van El'-Obeid
door Munzinger, den nieuwen aanvoerder der expeditie geschreven,
ongelukkig geen twijfel meer aangaande den dood van Vogel.

[47] Ruim 584.7 Meter.

[48] 6,68 Liter.

[49] 2481.5 Kub. Meter.

[50] 1340 Kub. Meter.

[51] 222,64 Liter.

[52] Zie hoofdstuk XV.

[53] Honderd vijf en twintig francs, ongeveer f60.

[54] Meridiaan van Parijs.

[55] Doctor Ferguson, in zijne hoedanigheid als Engelschman, overdrijft
misschien; niettemin moeten wij erkennen dat Réné Caillié in Frankrijk
onder de reizigers geene vermaardheid geniet zijn moed waardig.

[56] 1559.24 Meter.

[57] Sisyphus werd om zijne misdaden veroordeeld om in de onderwereld
een steen tegen eene rots op te wentelen. Als deze bijna den top had
bereikt, viel hij weder naar beneden.

[58] Dick is het verkleinwoord van Richard en Joe dat van Jozef.



OORDEEL DER PERS OVER JULES VERNE'S WERKEN.


Bekroond door de Fransche Academie.

Wie zou ooit gedacht hebben dat de fiere natuurwetenschap ooit een
huwelijk zou hebben aangegaan met de luchtige, luchtigere en luchtigste
fantazie.... der dichters? De handige fransche romancier en geleerde,
die _Jules Verne_ heet, heeft dit snood verraad gepleegd. Hij
legde de hand op de schatten der geographische, ethnologische,
fyzische en astronomische wetenschap van den dag en hij slaagde met
benijdenswaardige takt.

Voor jongelieden zijn zulke boeken onbetaalbaar--de strenge Muze
der exacte wetenschappen schenkt hun in die bladzijden haren eersten
glimlach.

								_Dr. Jan ten Brink_ (_Zondagsblad_).


Reisbeschrijvingen en zwerftochten door vreemde en onbekende streken
hebben altoos iets aantrekkelijks, en dubbel is dat het geval, wanneer
de schrijver van avontuurlijke lotgevallen te verhalen heeft, en door
eene levendige voorstelling zijne lezers weet te boeien. _Jules Verne_
nu, levert reisverhalen die ons al dadelijk in spanning brengen en
die men met onverminderde belangstelling verder leest. Merkwaardige
natuurschilderingen en velerlei bijzonderheden aangaande het planten-,
dieren- en menschenleven in ver verwijderde en schaars bezochte
streken, vinden wij bij VERNE in overvloed. Zijn uitnemend geestig
en onderhoudend geschreven boeken mag men aan ieder in handen geven,
en al zeer bedorven moet de smaak zijn van hen, die geen genoegen
scheppen in zulke degelijke lectuur.

														_Leeskabinet._


Onder de beste jongens-lectuur, honderdmaal beter en toch even boeiend
als de overprikkelende Aimard-romans, stellen wij gaarne in de eerste
plaats _Jules Verne's_ werken.

												_Steenwijker Courant._


De jongens zullen groot behagen scheppen in deze grillige reisverhalen,
waarin wetenschappelijke waarheid hand aan hand gaat met de
uitbundigste verbeelding.... 't Zijn uitmuntende jongensboeken,
en we zouden dolgraag weer eens jongen willen worden om _Verne's_
werken ten volle te genieten.

															  _Times._



De uitmuntende werken van _Jules Verne_ behooren onder de weinige,
die men onbeschroomd, ja wij durven zeggen met rechtmatigen trots,
aan het thans levend geslacht in handen kan geven. Onder al de
geschriften van onzen tijd is er niet één, dat beter beantwoordt aan
de dringende behoeften der tegenwoordige maatschappij om eindelijk
bekend te worden met de wonderen van dat wereldrond, waarop zij
geroepen is haar rol te spelen. Niet één heeft met meer recht dien
snellen en schitterenden opgang gemaakt, waarmede _Verne's_ werken
reeds bij hun eerste verschijning worden begroet.

_Jules Verne_ beschikt over een reusachtige natuurphantasie,
waarvoor alle wetten verstommen, en is als de schepper van
natuurwetenschappelijke romans te beschouwen.

									_Illustrirte Zeitung,_ 2 Nov. 1875.



.... En de inhoud? Ja, die is alleraardigst, wat den vorm betreft;
gemakkelijk en vloeiend en geleidelijk. Wil men op deze wijze enkele
weinig bekende gedeelten van den aardbodem beschrijven, dan is
zekerlijk het middel uitstekend gehanteerd, want jong en oud zal zich
aan de lectuur letterlijk vergasten, terwijl de tijd, er aan besteed,
nuttig doorgebracht is tevens. Waarlijk geen schrale lof.

															  _De Gids._



"_Jules Verne_ heeft ons aan veel wonderbaarlijks gewend! 't Zij wij
met de kinderen van kapitein _Grant_ het geheel zuidelijk halfrond
doortrekken om den verloren reiziger terug te vinden, of dat wij
met hem in een luchtballon over Afrika heenzweven, of wel eindelijk
onder zijn geleide ronddolen onder de oppervlakte der zee, zoodat
de geheimen der peillooze diepte ontraadseld voor onze oogen staan,
voortdurend zullen wij den aardigen Franschman geloovig en in stomme
verbazing vergezellen."

															  _De Gids._



De _WERKEN_ van _JULES VERNE_ _zijn alom afzonderlijk verkrijgbaar
in post_ 80. _boekdeelen_ van _200 bladz._ met _50_ à _60_ fraaie
_Houtgravures_ à f _1,50,_ in linnen f _1,75._



DE REIS OM DE WERELD IN 80 DAGEN.

5e druk. Met 52 houtgravuren ... f 1.50.

DE REIS NAAR DE MAAN IN 28 DAGEN EN 12 UREN.

2e druk. Met 60 houtgravuren ... f 1.50.

DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika.

Met 60 houtgravuren ... f 1.50.

DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Australië.

Met 50 houtgravuren ... f 1.50.

DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Stille Z.-Zee.

Met 52 houtgravuren ... f 1.50.

20,000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond.

Met 50 houtgravuren ... f 1.50.

20,000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond.

Met 60 houtgravuren ... f 1.50.

VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden
van Afrika. Met 75 houtgravuren ... f 1.50.

HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen.

Met 54 houtgravuren ... f 1.50.

HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De verlatene.

Met 54 houtgravuren ... f 1.50.

NAAR HET MIDDELPUNT DER AARDE.

Met 53 houtgravuren ... f 1.50.

MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar.

Met 60 houtgravuren ... f 1.50.

HET ZWARTE GOUD.

Met 55 houtgravuren ... f 1.50.

Ter perse:

HECTOR SERVADAC.





*** End of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Vijf weken in een luchtballon" ***

Doctrine Publishing Corporation provides digitized public domain materials.
Public domain books belong to the public and we are merely their custodians.
This effort is time consuming and expensive, so in order to keep providing
this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties,
including placing technical restrictions on automated querying.

We also ask that you:

+ Make non-commercial use of the files We designed Doctrine Publishing
Corporation's ISYS search for use by individuals, and we request that you
use these files for personal, non-commercial purposes.

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort
to Doctrine Publishing's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a
large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of
public domain materials for these purposes and may be able to help.

+ Keep it legal -  Whatever your use, remember that you are responsible for
ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because
we believe a book is in the public domain for users in the United States,
that the work is also in the public domain for users in other countries.
Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we
can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is
allowed. Please do not assume that a book's appearance in Doctrine Publishing
ISYS search  means it can be used in any manner anywhere in the world.
Copyright infringement liability can be quite severe.

About ISYS® Search Software
Established in 1988, ISYS Search Software is a global supplier of enterprise
search solutions for business and government.  The company's award-winning
software suite offers a broad range of search, navigation and discovery
solutions for desktop search, intranet search, SharePoint search and embedded
search applications.  ISYS has been deployed by thousands of organizations
operating in a variety of industries, including government, legal, law
enforcement, financial services, healthcare and recruitment.



Home