Home
  By Author [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Title [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Language
all Classics books content using ISYS

Download this book: [ ASCII | HTML | PDF ]

Look for this book on Amazon


We have new books nearly every day.
If you would like a news letter once a week or once a month
fill out this form and we will give you a summary of the books for that week or month by email.

Title: Californie
Author: Dillon, Guillaume Patrice
Language: Dutch
As this book started as an ASCII text book there are no pictures available.
Copyright Status: Not copyrighted in the United States. If you live elsewhere check the laws of your country before downloading this ebook. See comments about copyright issues at end of book.

*** Start of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Californie" ***

This book is indexed by ISYS Web Indexing system to allow the reader find any word or number within the document.



(Koninklijke Bibliotheek, The Hague)



  +--------------------------------------------------------------------+
  |                                                                    |
  |                 Opmerkingen van de bewerker:                       |
  |                                                                    |
  | Tekst die in het origineel schuingedrukt is wordt hier             |
  | weergegeven tussen _ en _ als in _tekst_.                          |
  |                                                                    |
  | Het oorspronkelijke taalgebruik is zoveel mogelijk behouden,       |
  | inclusief variaties in spelling, gebruik van koppeltekens e.d.     |
  | Slechts enkele overduidelijke zetfouten zijn gecorrigeerd:         |
  |   enkele ontbrekende leestekens ingevoegd,                         |
  |   'kracher' gecorrigeerd in 'krachtiger',                          |
  |   'ongelden' in 'opgelden',                                        |
  |   'roep de boekhouder' in 'roept de boekhouder',                   |
  |   'der regtspleging' in 'de regtspleging',                         |
  |   'vond' in 'vondst'.                                              |
  |                                                                    |
  | Een deel van het origineel was zeer slecht leesbaar of ontbrak.    |
  | Hier is geprobeerd de ontbrekende tekst zo goed mogelijk aan te    |
  | vullen.                                                            |
  |                                                                    |
  | Waar in de tekst sprake is van 'zekere Brennan' wordt              |
  | waarschijnlijk Samuel Brannan (1819-1889) bedoeld.                 |
  +--------------------------------------------------------------------+



                              CALIFORNIE.


     Hoe veel ook reeds over dit fabelachtige land geschreven is,
     blijft de weetlust dienaangaande echter nog steeds onbevredigd,
     en wij meenen onzen lezers dus geene ondienst te doen, met hun
     het zeer boeijende verhaal mede te deelen van eenen
     geloofwaardigen ooggetuige, de heer P. Dillon, consul van
     Frankrijk op de Sandwichs eilanden, die in de laatste dagen van
     September en de eerste van October 1849, die wonderstreek
     bezocht:

Ik werd met het fregat _la Poursuivante_ van de Sandwich eilanden naar
San Francisco overgebragt. Het trof mij, dat naar mate wij het doel
onzer reis meer naderden, de twijfelingen ten aanzien van Californië
toenamen. Zoo was men te Valparaiso wel zeker van het bestaan der
goudmijnen; maar men meende vrij algemeen dat het land ongezond was, dat
er regering noch wetten bestonden, en dat men vrij onbeduidende
resultaten schier altijd met zijn leven betaalde. Op Otaheite, dat
slechts veertig dagen zeilens van Californië verwijderd is, heerschte
dezelfde twijfel, wantrouwen en nieuwsgierigheid. Ieder was op zijne
hoede als er een schip van het el Dorado kwam; ieder was gretig naar
nieuwe bijzonderheden, en toch kon niemand zich een juist denkbeeld van
den staat van zaken vormen.

De ingang der haven van San Francisco gelijkt veel op dien van Brest;
hij is zoo naauw, dat de forten die men op beide zijden wil oprigten,
hem volkomen bestrijken en hun vuur kruisen; de haven is bovendien diep
genoeg om de grootste schepen te kunnen bevatten. Wanneer men aan den
ingang komt, dan ontrolt zich voor het oog niet eene haven, ook niet een
meer, maar eene geheele Middellandsche zee in het klein. San Francisco's
haven zou met gemak alle vlooten der wereld kunnen bevatten, en men mag
zich met regt verwonderen, dat een zoo heerlijk punt, zoo lang
ongebruikt is gebleven.

In de baai op eenigen afstand van den ingang, ligt een eilandje dat de
schoonste gelegenheid voor de oprigting eener batterij aanbiedt, en dus
dit reeds zoo sterke punt nog krachtiger maakt.

Herba Buena, anders gezegd San Francisco, ligt, wanneer men de baai
binnen stevent, aan de regterhand, een weinig voorbij het oude Spaansche
fort; het is eene stad die thans 50,000 zielen telt, en binnen eenige
jaren de beheerscheres der Stille of Zuidzee belooft te zullen worden.
Mast-bosschen, die, zich al verder en verder uitstrekkende--zoodat zij
eindelijk met den horizont ineen smelten--herinneren aan Havre en
Marseille. Ik vond 340 groote koopvaardijschepen bij de stad geankerd,
behalve nog een aanzienlijk getal schoeners en brikken. Alle, zonder
uitzondering, hadden hunne equipagiën verloren, en van vele waren zelfs
de kapiteins gedeserteerd. Eene enkele Amerikaansche korvet, van welke
de vlag van den commodore Jones woei, bewaakte al die rijkdommen.

Wij traden zonder moeijelijkheid aan wal, op een hoofd, dat men beneden
het oude fort heeft aangelegd. Hier zijn geene commiesen om ieders zak
te doorzoeken of met den peilstok in de hand kisten en koffers na te
gaan. Al die formaliteiten zijn den Amerikanen geheel onbekend. Voor hen
heeft de tijd even goed waarde als de goederen, en al wat hun zonder
blijkbare noodzakelijkheid er een deel van ontneemt, beschouwen zij als
eene inbreuk op hunne regten als vrije menschen. In de oogen van den
Amerikaan bestaat de ware vrijheid niet in het straffeloos verkondigen
van buitensporige philosophiën aan een naar genot hakend auditorium,
maar in de bevoegdheid om zich zonder belemmering bezig te mogen houden,
met dat geen waarvoor men neiging gevoelt.

Te San Francisco, waar men voor anderhalf jaar nog slechts eenige lompe
hutten vond, pralen thans eene beurs, een schouwburg, kerken voor alle
Christelijke gezindheden en vele huizen die er zeer goed uitzien.
Sommigen zijn van steen, maar de meesten van hout. De gevels zijn gewit
of geschilderd, de straten goed regt en het geheel maakt een goeden
indruk. Aan twee kanten der stad strekken zich langs het strand, zoo ver
het oog reiken kan, rijen tenten uit; eene stad van nieuwe soort
vormende, waaraan eene zekere originaliteit niet ontbreekt. Alvorens den
togt naar de mijnen te aanvaarden, vertoeven daar de landverhuizers uit
beide werelddeelen eenigen tijd. Daar woont de voormalige minister van
justitie van koning Kamehameha (van de Sandwichs-eilanden), thans de
geduchtste roover van Californië. Daar zijn moordenaars,
oudermoordenaars, struikroovers, zeeschuimers en andere bandieten
vereenigd, die de arm der geregtigheid nog niet bereikt heeft. Dáár is
ruime stof voorhanden voor blij- en treurspel, maar voornamelijk voor
het laatste. Ongeloofelijke ontvlugtingen en avonturen, doller dan eenig
romancier ooit durfde uitvinden, wachten daar hunnen toekomstigen
geschiedschrijver.

San Francisco gelijkt op een reusachtigen bijenkorf, door deszelfs
onophoudelijk gegons. Ik beklaag den philosooph, den denker, die in de
straten dier stad mogt geraken, want met iederen stap loopt hij gevaar
te midden zijner overpeinzingen verpletterd te worden, want men roept
hier niet _pas op!_ Stevige knapen van forschen ligchaamsbouw, met
suikerbroodvormige hoeden op, zweepen en drijven hun gespan zonder het
minste acht te slaan op de voetgangers. Aan beide zijden der straat ziet
men talrijke lieden met haastige schreden voortstappen; hetzij naar het
tolhuis, een lomp gebouw in het midden der stad, of naar de beurs, die
tusschen twee speelhuizen ligt, en voor hetwelk steeds groepen gretige
speculanten te vinden zijn.

Alle volkeren der wereld zijn ruim vertegenwoordigd onder den
handelstand te San Francisco; maar, gelijk te verwachten was, hebben de
Amerikanen er de bovenhand. De Amerikaansche wetten veroorloven
iedereen, dat vak bij de hand te nemen, waarin hij het meeste smaak
heeft. Dientengevolge is iedereen makelaar, consignataris, bankier,
geldwisselaar, vendumeester,--velen vereenigen zelfs al die vakken. Het
is mij onbekend of de reeder of koopman te Havre die goederen in
consignatie naar San Francisco zendt, goede zaken doet; maar zeker is
het, dat de consignataris er geen geld bij toelegt. De nota van zijne
verschillende winsten, onder de benamingen van courtage, verschil in den
wisselkoers, pakhuishuur, enz. zou zijne Europesche confraters doen
watertanden. Zonder overdrijving mag men die gezamenlijke opgelden wel
op 50 pCt. van de bruto-opbrengst schatten. Uit billijkheid moet men
echter ook erkennen, dat de consignataris te San Francisco zware lasten
te dragen heeft. Behalve de duurte van het leven in een land, waar een
ei 5 francs en een aardappel 3 francs kost, varieeren de huren tusschen
150,000 en 300,000 francs 's jaars. Er zijn vele huizen, die hunnen
eigenaren tot zelfs 800,000 francs per jaar opbrengen.

Hoe belangrijk ook de door de mijnen van Californië verkregen resultaten
mogen zijn, en hoe talrijk de hulpbronnen van San Francisco als
handelscentrum wezen mogen, kan zulk een staat van zaken toch niet lang
voortduren.

Wat voor dezen oogenblik eene kunstmatige en buitensporige waarde aan de
gebouwen te San Francisco bijzet, is het groot aantal der speelhuizen
die men er heeft opgerigt. Zoodra er een huis te huur komt, maken de
spelers er zich tot elken prijs van meester en de bank installeert er
zich met den geheelen boedel van roulettes. Er bestaan thans meer dan
100 dusdanige inrigtingen, iederen avond opgevuld met Chinesche,
Mulatsche, Maleische en Sandwichsche landloopers, kortom avonturiers uit
alle landen en allen bandieten van de eerste soort. Alle volken van den
aardbol hebben een deel van hun schuim in dat riool uitgestort.

Niets is zonderlinger dan het schouwspel, dat die speelhuizen alle
avonden na 8 uur vertoonen. Voor de deur belemmert eene dik opeengepakte
menigte den toegang; van binnen dringen de spelers tot aan de
_monte_-tafel door en raken dikwijls handgemeen. Op andere plaatsen
worden dusdanige twisten met den vuist of den voet beslecht; maar in
Californie wordt eene beleediging of zelfs een ligte stoot
oogenblikkelijk gevolgd door een dolkstoot of een pistoolschot. "Stil
daar!" roept de boekhouder wanneer een pistool in de zaal gelost wordt,
"verwenschte schurken, wat maakt gij een leven!" "Ik zal u doorboren als
een zeef; als ik het niet doe, haal mij de duivel!" wordt weder van een
anderen kant geroepen: zoo luiden de korte maar krachtige uitroepen die
men aan verschillende zijden hoort. Is de speler, die doorgaans
regtstreeks van de mijnen komt, tot aan de tafel doorgedrongen, dan
maakt hij zijn lederen geldriem los, drinkt op het eene eind en laat
eenige goudklompjes op het groene kleed rollen. De _head manager_
(president) strekt de hand uit, weegt de stukken op een naast hem staand
schaaltje en betaalt de waarde uit in onsen van 85 francs elk. Men gaat
aan het spelen; diezelfde hand haalt een ons weg; tweede spel, zelfde
gevolg. Na 15 of 20 minuten moet de speler op nieuw den geldriem los
maken. Zelden verwijdert zich een speler zonder dat de bank hem in éénen
nacht van de vrucht van maanden lange ontberingen beroofd heeft.

Ik had gedineerd bij een der gelukkigste speculanten van San Francisco.
Het was een Amerikaan, een oud bankroetier uit de Vereenigde Staten, die
zes maanden te voren in Californië was gekomen en thans reeds bezitter
was van een fortuin, die op een millioen francs geschat werd. Onder de
gasten bevonden zich onderscheidene officieren van de Amerikaansche
armée en vloot. Het diner had ten gevolge van de vele toasten en
redevoeringen tot laat in den avond geduurd. Bij het vertrek bood een
der officieren aan, mij ten geleider door de stad te strekken. Ik nam
het aan en kort daarop traden wij een der drukst bezochte speelhuizen
binnen. Toen wij niet zonder moeite tot bij de groene tafel
doorgedrongen waren, haalde ik een vijffrancsstuk uit den zak en wierp
het als een wanhopige op tafel. Een nog jong man, met een zwaren baard
en van een arristocratisch en ernstig uitzigt, nam het presidium waar.
Hij hield een oogenblik met het behandelen der roulette op; en na mij
aangestaard te hebben, nam hij mijn zilverstuk, en het mij onder een
beleefden glimlach toereikende, zeide hij in zeer goed Fransch tegen
mij: "Ik zie wel, dat mijnheer een vreemdeling is en zich aan onze
gebruiken nog niet gewend heeft. Wij spelen hier om geene
vijffrancsstukken, maar om gouden onsen. Zou mijnheer zijn
vijffrancsstuk wel willen terugnemen?" Ik was getroffen door de manieren
van zulk een beminnelijken president en wachtte op eene gunstige
gelegenheid om met hem in gesprek te treden; hij was daartoe ook wel
geneigd. "Gij wildet gaarne weten," zeide hij, "of onze bank goede zaken
doet; ik zal eens openhartig met u zijn: zij gaan vrij goed, met
uitzondering van dezen avond die verfoeijelijk geweest is. Zoo met een
moeten wij sluiten en ik twijfel er aan of dan al onze winsten sedert 8
ure, wel 20,000 piasters bedragen. Gelukkiglijk zijn wij op vorige
avonden beter geslaagd; anders zouden wij wel te beklagen zijn, want
niet meer dan 20,000 piasters op éénen avond winnen, is voor eene bank
hier te lande, zoo goed als in een bosch te zijn afgezet." Vervolgens
verhaalde hij mij, dat hij tot aan Junij 1848 eene groote rol in de
clubs te Parijs gespeeld had, maar toen achtte hij het raadzaam van
tooneel te veranderen.

De hartstogt van het spel is in Californië niet door de Amerikanen
ingevoerd; want ten allen tijde hebben de bewoners van die landstreek er
zich met groote drift aan overgeven. In Mexico is dit nog tegenwoordig
het geval. _Monte_ is het meest geliefkoosde spel, maar roulette telt er
ook hare vrienden.

De bevolking van San Francisco groeit dagelijks aan door de
landverhuizers, die over zee uit alle deelen der wereld komen. De
Sandwichs-eilanden, Otaheite, Nieuw Zeeland en Sidney hebben alle in
meerdere of mindere mate daardoor hunne blanke bevolking verloren. Al
die ongelijksoortige bestanddeelen zijn tot ééne groote massa werklieden
zamengesmolten. Voor het oogenblik zijn zij afwezig, maar zij zullen
allen bij het naderen van den winter in de stad eene schuilplaats komen
zoeken. Als bevolking vindt men er thans eigenlijk slechts kooplieden,
scheepsgezagvoerders en diegenen, die, in de mijnen wat overgegaard
hebbende, dit te San Francisco in spel en overdaad komen verkwisten. De
bevolking bestaat bijna uitsluitend uit mannen en de weinige eerlijke
vrouwen, die hunne mannen herwaarts gevolgd hebben, durven zich schier
niet op straat vertoonen. Evenwel neemt men reeds eene aanmerkelijke
verbetering te dien aanzien waar; sedert de Amerikanen de overhand te
San Francisco gekregen hebben, kan niemand meer straffeloos eene vrouw
beleedigen. Nergens worden, gelijk bekend is, de vrouwen meer
geëerbiedigd dan in de Vereenigde Staten. Overigens is hier een handel
in vollen bloei, dien men in Europa ongetwijfeld verfoeijelijk zou
noemen; er gaat namelijk geene week voorbij, zonder dat eenig
Chiliaansch of Amerikaansch vaartuig, door dezen of genen speculant
bevracht, eene geheele lading vrouwen aan de markt brengt. Men heeft mij
verzekerd, dat deze handel tegenwoordig de meeste en zekerste winsten
afwerpt.

Zoo men de afzonderlijke deelen wilde gaan onderzoeken, waaruit de
handeldrijvende bevolking van San Francisco bestaat, dan zou men er al
zeer zonderlinge vinden. Alle gefailleerde kooplieden van New-York, alle
door de justitie vervolgde bankroetiers, alle plannenmakers en
fortuinzoekers zijn als een vogelzwerm op dit land van belofte
nedergevallen. "Kijk hem eens aan," zeide mijn geleider, die zelf een
Amerikaan was, "dat is een onzer grootste geesten. Als chef van een der
grootste huizen van Baltimore durfde hij het stoute plan vormen, om al
het versche vleesch der Unie te monopoliseren, ten einde het later te
verkoopen tegen den prijs, dien hij zou gelieven vast te stellen. Reeds
had hij de kudden in drie vierde gedeelte der staten opgekocht, toen een
andere Amerikaan, ook een schrandere bol, in tegenovergestelden geest
begon te speculeren. De strijd tusschen deze twee reuzen was langdurig
en vreeselijk. Het volk bij ons, dat hoogst gevoelig is voor alles wat
den stempel van grootheid draagt, sloeg hen langen tijd met de grootste
belangstelling gade. Ongelukkig was het totale verderf der kampvechters,
het einde dezer worsteling. Evenwel," zoo ging mijn cicerone voort,
"hebben beiden zich sedert weder van dien slag hersteld. Hij, dien gij
dáár ziet, kwam zes maanden geleden zonder een penning hier aan; thans
heeft hij een fortuin van 500,000 francs. Zijn oude tegenstander is er
nog beter bij gevaren. Thans maken zij zich gereed, om op dit nieuwe
terrein, een laatst en schrikkelijk gevecht te leveren. Ook die lange
kerel, die ons in het Fransch groette, is een onzer heldere koppen. Voor
eenige jaren was hij bankier te New-York en was voornemens ééne unieke
en kolossale bank op te rigten op de puinhoopen van alle andere
soortgelijke inrigtingen. Zijn streven, dat door eene buitengemeene
bekwaamheid en doorzetting gekenmerkt werd, zou met den besten uitslag
bekroond zijn geworden, toen de president der Vereenigde Staten eene wet
liet aannemen, die de oprigting der nieuwe bank belette. Het publiek
aarzelde aan welken dezer beide groote mannen het zijnen bijval zou
schenken; maar de president, generaal Jackson, zonder er zich veel om te
bekommeren, zat den bankier op de hielen, die, om zich te onttrekken aan
deze vervolging en aan die der plotseling tegen hem opgestane
crediteuren, geen anderen uitweg zag dan het hazenpad te kiezen; waarop
hij zich onder ons kwam vestigen."

Terwijl mijn gids mij aldus bekend maakte met de heldendaden zijner
landgenooten, werden wij aangesproken door een persoon met een rood
gelaat en van eene athletische gestalte. Hij was van top tot teen
gewapend en droeg een ontzagchelijk groot jagtmes in een geel lederen
gordel. Nadat deze zonderlinge verschijning verdwenen was, zeide mijn
gids: "Dat is kolonel X... van den Missisippi. Hij is overland van Texas
gekomen en heeft Mexico over deszelfs geheele breedte doorreisd. Hem is
een zonderling avontuur overkomen, dat veel sensatie heeft gemaakt,
zelfs hier, waar wij ten aanzien van het wonderbare reeds alle scholen
doorloopen hebben. Hoor maar eens. Des kolonels corps, zamengesteld uit
stevige landlieden uit de westelijke staten, was voortgerukt tot de
sterke Mexicaansche stad Durango van 35,000 zielen en vond daar de
geheele bevolking in volslagen wanhoop. Den vorigen dag waren 500
Indianen van den stam der Apachen, die op de oevers van den Colorado
woont, verschenen, en hadden de stad met plundering bedreigd, zoo men
hun niet op staanden voet 50 vrouwen en even veel jonge meisjes in
handen leverde. De ontaarde afstammelingen van Cortez spitsbroeders,
sidderen tegenwoordig reeds op de enkele gedachte van een Apache
Indiaan; zoo bewilligden de inwoners van Durango dan ook, na een
flaauwen zweem van aarzeling, in den eisch, en de Indianen namen,
behalve de hun overgeleverde vrouwen, ook op hunnen terugtogt naar den
Colorado alle kudden mede, die zij onder weg tegen kwamen. Kolonel X...
kennis gekregen hebbende van dit voorval, bood aan, voor de som van 4000
piasters de stroopers te vervolgen en de vrouwen terug te brengen. De
stad nam dit aanbod vol blijdschap aan en onderteekende terstond een
contract voor die som. De kolonel vertrok met zijne partijgangers en
bereikte op den derden dag de Indianen, die weder bij hunnen stam
gekomen waren. Het gevecht had plaats te paard en met buksen. De
krijgslist der Indianen is, zich, terwijl zij hun paard in galop brengen
en deszelfs manen grijpen, aan eene zijde neder te buigen en uit te
strekken, zoodanigerwijze dat een hunner voetzoolen het eenige mikpunt
voor hunnen vervolger is, terwijl juist dat been hun dient om hun
evenwigt in die moeijelijke stelling te bewaren door hetzelve sterk
tegen de zijde van het paard te drukken; in weerwil dat zij ook thans
weder deze list te baat namen, leden zij toch eene volslagen nederlaag.
De kogels van den kolonel--dank zij den onfeilbaren blik, die den
Amerikaanschen jager onderscheidt en die maakt dat geen voorwerp, hoe
klein ook, zijn zeker schot ontkomen kan--vlogen met onovertreffelijke
juistheid en tot onbeschrijfelijken schrik der Indianen, in den blooten
voet.

Na 7 of 8 dagen afwezig te zijn geweest, rukte de kolonel Durango weder
binnen; hij had drie zijner manschappen verloren, maar bragt de vrouwen
en meisjes weder mede. Maar, wel verre van hem hunne erkentelijkheid te
betoonen, weigerden de inwoners van Durango nu, hem de overeengekomen
som te betalen en gelastten hem, en zijnen volgelingen, de stad te
ruimen. Op die onbeschaamde boodschap liet de dappere kolonel
antwoorden, dat hij niet vertrekken zou, alvorens hem de 4000 piasters
zouden uitbetaald zijn en dat hij, wanneer zulks niet binnen 24 uren
geschied was, zich met zijn 27 manschappen van de stad zou meester
maken. Dat antwoord werkte krachtig. De alcade van Durango kwam den
volgenden morgen met de 4000 piasters in klinkende specie, waarna de
kolonel, volgens zijne eigene uitdrukking, het stof van zijne schoenen
schudde en bedaardelijk op andere avonturen uitging.

Het meest staat men te San Francisco verbaasd over de zeldzaamheid van
den diefstal, in weêrwil van de vele verlokselen van dien aard, die er
voor de gewetenlooze bevolking aldaar bestaan. Op de binnenplaatsen,
voor de deuren, in de straten, op de pleinen, kortom overal, stoot men
tegen stapels goederen uit alle streken der wereld, die hier
nedergeworpen zijn en zonder eenigerlei bescherming of toezigt schijnen
te zijn; en toch komen de schelmen en gaauwdieven van beroep, waarvan de
stad vol is, nooit op de gedachte om er aan te raken. De reden daarvan
is dat Californië, even als vele andere min beschaafde landen, zijn
eigen en algemeen erkend wetboek van zedelijkheid heeft. Zoo mag men
zich wel de uitspanning van een dolkstoot of een pistoolschot tot
wraakneming of in een twist veroorlooven; maar aan een andermans goed te
raken is het monsterachtigste van alle vergrijpen; geschiedt dit al een
enkele maal, dan vliegt oogenblikkelijk een twintigtal kogels uit de
omliggende tenten en huizen naar den dief. Kooplieden, mijnwerkers,
schippers, allen verlaten terstond hun werk om hem te vervolgen, want
ieder heeft belang bij het beletten van den diefstal; en echter zijn er
noch soldaten, noch gendarmen om in het bijzonder voor de openbare
veiligheid te waken. Zulk een staat van zaken zal bij den eersten
aanblik verbazing, ja schier verontwaardiging wekken; men kan maar niet
begrijpen dat een gouvernement zoo in zijn voornaamsten pligt te kort
schiet, van aan een land, dat zich onder zijne hoede geplaatst heeft,
zelfs niet eene officieele en regtstreeksche bescherming te verleenen;
maar vele zaken die den Europeaan verwonderlijk voorkomen, zijn voor den
Amerikaan zeer eenvoudig en duidelijk. De maatschappij is, naar zijn
oordeel, niets dan eene verzameling van schrandere en vrije personen,
waarvan ieder, door eene natuurlijke aandrift, naar zijne eigelijke
plaats streeft. Nu zou, zijns inziens, de tusschenkomst van het
burgerlijk gezag buiten de uiterste noodzakelijkheid, dat streven
slechts belemmeren en in verwarring brengen; en is het beter zich zelven
met het te keer gaan van zekere maatschappelijke wanordelijkheden te
belasten, dan die zorg aan den staat over te laten en zich zelven aldus
in eene soort van voortdurende voogdijschap te plaatsen.

Eene zeer opmerkenswaardige omstandigheid heeft mij te San Francisco
getroffen, namelijk de populariteit, welke zij genieten, die gelegenheid
gehad hebben om burgermoed aan den dag te leggen. Zoo leefde er, toen ik
Californië bezocht, nabij den Sacramento een alcade, wiens district in
den aanvang de algemeene verzamelplaats was geweest van alle van buiten
afgekomen bandieten. De misdaden waren aan de orde van den dag, de
overtredingen waren in het geheel niet te tellen. De koene alcade had
voor dezen zoowel als voor genen slechts één zelfde huismiddeltje. "Hang
maar op!" was onveranderlijk zijn kort maar krachtig vonnis, wanneer een
beschuldigde voor zijne balie gebragt werd. Het volk, dat de functien
van policieagenten waarnam, liet zich dit geen tweemaal zeggen; het hing
den delinquent op en ging dan bedaard aan zijne gewone bezigheden. Was
de zaak een moord, een diefstal van een zakdoek of een pijp, het vonnis
luidde altijd zonder de minste variatie: "Hang maar op!" en werd ook
steeds ongenadig en naar de letter uitgevoerd. Zoo soms iemand de
aanmerking maakte dat de beschuldigde misschien wel onschuldig was en
dat men in allen gevalle zijne verdediging kon hooren, dan antwoordde de
alcade: "Kom! kom! gij weet wel, vrienden, dat er geen onschuldige onder
u is; heeft hij de misdaad niet bedreven waarvoor hij teregt staat, dan
heeft hij er toch andere gedaan, hier of elders; dus, hang maar op!" De
omstanders glimlachten dan eens en knoopten den patient op.

Toenmaals was het oude Spaansche stelsel nog in zwang, waarbij de alcade
alle magt bezat en er van jury geen sprake was. Later kwam hier
verandering in, want de Amerikanen konden zich niet ontdoen van hunne
liefde voor eene instelling, die zulk een krachtigen dam tegen
despotismus is. Echter moet het gezegd worden dat de bijvoeging van de
jury onder de toenmalige omstandigheden de regtspleging slechts
grotesker maakte. Hoevele malen is niet eene jury van twaalf
beschonkenen bijeengekomen, om eenen dertienden dronkaard te vonnissen!
Het bijna onveranderlijke verdikt van "schuldig" werd gevolgd door des
alcades geliefkoosd formulier: "Hang maar op!" Dan aanschouwde men het
wonderbaarlijkste tooneel, dat zich denken laat. De president der jury,
met een krachtigen roes aan, haalde een bijbel uit den zak en las den
rampzaligen veroordeelde een kapittel voor. Vervolgens werd hij door
ieder gezworene omhelsd, die hem verzekerde dat alleen zijn geweten hem
het gevelde verdict had voorgeschreven. "Kom, kameraad, moed gevat!"
voegden zij er bij; "gij hebt nog een kwartier over, onderwijl de strop
wordt klaar gemaakt. Hoe wilt gij dat doorbrengen? Wilt ge een pijp en
tabak? dat kunt ge krijgen. Wilt ge brandewijn? daar is hij." En dan
gingen jury, veroordeelde en toeschouwers aan het drinken, tot dat zij
niet meer op hunne beenen konden staan.

Een jong Parijzenaar van goede familie had in dat district eene
brandewijnnering opgezet en maakte snel fortuin. Hij had slechts met
ééne moeijelijkheid te kampen. Onder zijne klanten telde hij een
Amerikaansch matroos, die gedeserteerd was en die telkens met de pistool
in de hand een mondvol brandewijn kwam vragen, maar zelden of nooit
betaalde. Mijn jonge landgenoot, ongeduldig wordende, nam zijn toevlugt
tot den alcade. De manhafte magistraat schreef juist een doodvonnis, dat
hij zoo even had uitgesproken. Op de klagt die hem gedaan werd, gaf hij
geen antwoord; doch toen de bijzonderheden waren uiteengezet, strekte
hij de hand uit, nam van de tafel aan zijne regterzijde een paar
pistolen en reikte die den klager over en dat alles zonder van het
papier op te zien. "Maar wat beduidt dat? mijnheer de Alcade," vroeg de
andere. "Pak maar aan," antwoorde de alcade, zeer lakoniek, "gij hebt u
laten beleedigen; derhalve hadt gij blijkbaar geene pistolen. Neem ze
dus maar, later zal ik ze wel van u terug krijgen." Mijn landgenoot
keerde naar zijne tent terug, pakte zijnen boedel bij elkander, en
verliet het land, om er nimmer weder terug te keeren. "Ik heb 60,000
francs," zeide hij nog later, toen hij mij dit geval vertelde, "en
gelukkiglijk staat mijn hoofd nog vast op mijn romp. Laat de alcade naar
den henker loopen! Met de eerste de beste gelegenheid keer ik naar
Frankrijk terug."

Weinige weken voor dat ik naar San Francisco vertrok, moesten er
algemeene verkiezingen plaats hebben tot het zenden van afgevaardigden
naar eene conventie, welke te Monterey zitting zou houden. De strijd
tusschen de verschillende partijen was zeer levendig. De eenige die met
bijna algemeene stemmen verkozen werd, was de alcade van den Sacramento,
vermits hij bekend was als een man die een vasten wil bezat en steeds
bereid was om niet met ijdele woorden, maar door daden de goede zaak
voor te staan. Dat bij de Amerikanen overigens stoutmoedigheid en
beradenheid met liefde voor de orde gepaard gaan, bewijst de volgende
gebeurtenis waarvan Californië het schouwtooneel was:

In de eerste dagen na het ontdekken der mijnen had zich eene bende
gevormd, waarvan de leden--Amerikanen, Franschen en Engelschen--den naam
van _honden_ aangenomen hadden. Het erkende doel dezer vereeniging was,
om door middel van vrijwillige inschrijvingen die leden der bende te
ondersteunen, die, zonder goed gevolg in de mijnen gewerkt hebbende en
buiten staat zijnde dien arbeid voort te zetten, naar hun vaderland
wenschten terug te keeren. Ieder droeg als onderscheidingsteeken, een
streep op den linkerarm. Gedurende eenigen tijd had men zich niet over
de _honden_ te beklagen, die buitendien de orde te San Francisco
handhaafden en de overheden telkenmale ter hulpe snelden, wanneer
dezelve dreigde verstoord te worden. Van lieverlede rezen er echter
geschillen tusschen hen en de Chilianen, die, zeer geoefend in het
gouddelven en bij benden werkende, met weinig moeite schoone resultaten
verkregen. De _honden_, met welke het tegenovergestelde het geval was,
lieten daarop de Chilianen weten, dat zij onverwijld de terreinen
moesten verlaten, waar zij aan het delven waren en dat zij naar hun land
moesten terugkeeren. De Chilianen weigerden natuurlijk hieraan te
voldoen, hetwelk een algemeenen strijd tusschen de beide partijen ten
gevolge had. De Chilianen werden op alle punten geslagen en vlugtten
gezamenlijk naar San Francisco. De _honden_, hiermede niet te vreden,
trokken mede naar San Francisco; dagelijks hadden er toen bloedige
gevechten plaats; noch orde, noch veiligheid heerschten meer in de stad,
daar boosdoeners van alle landen van de gegevene omstandigheden tot hun
eigen voordeel partij trokken. Geheel straffeloos werden de huizen
vernield, magazijnen verbrand en vooral de bewaarplaatsen van wijn en
sterke dranken geplunderd. De inwoners van San Francisco stoorden zich
in het minst niet aan dezen staat van regeringloosheid; zij gingen en
kwamen en regelden hunne zaken, even als of zij niets met de strijders
gemeen of eenig belang bij de twist hadden. Alleen de Engelschen, gewoon
aan de krachtige bescherming van hun gouvernement, vóór alles vrienden
van goede tucht, waren diep verontwaardigd en protesteerden tegen de
strafwaardige onverschilligheid van het Amerikaansche gouvernement. Zoo
was de stand van zaken, toen zich in San Francisco het gerucht
verspreidde, dat de _honden_ eene legerplaats der Chilianen waren
binnengedrongen, de mannen hadden verslagen, de vrouwen onteerd en
vermoord en de lijken en tenten hadden verbrand. Het was des avonds, dat
de tijding dezer gruweldaden zich in San Francisco verbreidde. Den
volgenden morgen zeer vroegtijdig begaf zich zekere Brennan, chef van de
secte der Mormonieten, naar de groote markt, terwijl hij met groot
geweld een schel luidde, die hij in de hand hield. De inwoners
ontwaakten, verlieten hunne huizen en gingen naar dezelfde plaats, uit
nieuwsgierigheid om te weten wat geschieden zoude. Brennan sprong toen
op eene verhevenheid en sprak de talrijke volksmenigte aan. Hij was een
man des volks; zijne taal was ruw, openhartig en krachtig. "Wij zijn
lafaards, ellendelingen en schelmen!" riep hij uit. "Wij staan hier met
over elkander geslagen armen en met opgerigte hoofden, tijdens eene
bende roovers onder onze oogen gewelddadigheden bedrijft, die om wraak
schreeuwen! Zullen wij zoo blijven wachten, tot dat zij onze eigene
vrouwen en kinderen komen beleedigen? Heden vermoorden die bandieten de
vreemdelingen--morgen zullen zij het ons doen. Amerikanen! uw gedrag
doet mij blozen! Gij zijt zelfzuchtigen en lafaards! Wat mij betreft, ik
zal mijn huisgezin en hetgeen ik bezit weten te verdedigen. Ik snel
onmiddelijk naar mijn huis terug ten einde mij met mijne pistolen te
wapenen en ik zweer het bij den hemel, dat ik den eersten den besten
_hond_, dien ik ontmoeten mogt, de hersens verbrijzelen zal. Zijn er
onder u, wier hart op de regte plaats zit, dan volgen zij mijn
voorbeeld."--Het volk beantwoordde dien roep. _Te wapen!_ klonk het van
de eene zijde der stad naar de andere. Franschen, Engelschen, Duitschers
en Amerikanen lieten zich inschrijven, om aan den kruistogt deel te
nemen. Den avond van dienzelfden dag bevonden zich al de opperhoofden
der _honden_ in hechtenis, en dienzelfden avond ook werden zij allen
opgehangen, op last van meergemelden alcade van den Sacramento.

Na dien tijd bleef steeds de volmaaktste orde niet alleen te San
Francisco maar ook in de omstreken dier stad heerschen. Overigens is er
sedert de maand September jl. eene geregelde policie te San Francisco
tot stand gekomen: zij bestaat slechts uit 15 man, maar deze zijn ook
tot alles besloten en kwijten zich op eene zeer voldoende wijze van
hunne taak.

Men kan het getal der personen, die dagelijks over zee in Californie
aankomen, op twee duizend begrooten. Iedere Europesche staat is
ruimschoots in deze soort van landverhuizing vertegenwoordigd. De
Amerikaansche schepen worden al dadelijk herkend aan drie donderende
hoeras, die van de passagiers en het scheepsvolk opgaan, zoodra zij de
haven van het Eldorado binnenloopen. Een eenvoudig handwerksman wordt
thans tegen 150 piasters iedere maand in dienst genomen; een kok bedingt
ligtelijk 300 piasters per maand, en het werkvolk, de timmerlieden,
smidsgezellen enz., worden nog hooger betaald. Dien ten gevolge is
schier ieder zijn eigen knecht, en menschen die millioenen bezitten,
bevinden zich in de noodzakelijkheid hunne laarzen zelven te poetsen en
huisselijk werk te verrigten.

Voor den arbeider is het leven overigens niet uitermate duur. Het
vooreerst nog overvloedige vleesch wordt à 2,50 fr. per kilo verkocht.
Van gezouten vleesch en scheepsbeschuit is de markt overvoerd en is de
prijs daarvan niet hooger dan in Europa. Even zoo is het met de sterke
dranken gesteld, die slechts moeijelijk te plaatsen zijn. Bordeaux wijn
was in zulk eene groote massa aanwezig, dat men hem overal vond en
niemand dien bijna meer koopen wilde; doch plotseling kochten de
mijnwerkers al wat van Bordeaux wijn aanwezig was van de markt. Zij
deden dit, vermits eenige belanghebbenden hun hadden diets gemaakt, dat
het gebruik van sterke dranken den mijnwerker koortsen en kwalen op den
hals haalde, terwijl de Bordeaux wijn daartegen een voorbehoedmiddel
was.

Het is moeijelijk, zoo niet onmogelijk, om de handelaren juist in te
lichten over de soort van artikelen die zij met goed gevolg naar San
Francisco zouden kunnen zenden. De afstanden zijn zoo groot dat de markt
sedert verscheidene weken met een bepaald artikel kan overvoerd zijn,
alvorens de afgezonden lading op de plaats der bestemming aankomt.
Ofschoon de consumtie van sommige artikelen onberekenbaar is, worden er
zoo ontzagchelijke massas en langs zoo verschillende wegen van
aangevoerd, dat er langen tijd zal moeten verloopen alvorens men op de
behoeften der plaats min of meer juiste berekeningen zal kunnen gronden.
Californië ontvangt niet alleen uit de Vereenigde Staten en Europa zijne
bewerkte artikelen; maar ook China levert die op en wel in aanzienlijke
hoeveelheden, even als Manilla en Sydney. Van den anderen kant bestaat
er geene nabijzijnde markt waarop men het te San Francisco overvoerde
kan overbrengen. De Sandwichseilanden, Oregon en de Russische provinciën
van Noord-Amerika, de eenige plaatsen van verbruik welke men in dat
gedeelte der Stille of Zuidzee aantreft, kunnen in eene dergelijke
crisis slechts geringe afleiding verschaffen. Alles is kansspel, en de
Europeesche koopman die bezendingen goederen derwaarts expedieert, heeft
evenveel kans om 500 pCt. te winnen als te verliezen.

Zoodra de pakhuizen en entrepôts die men thans te San Francisco bouwt,
voltooid zullen zijn, zullen de zaken geheel van aanzien veranderen. Dan
zullen de goederen die in een oogenblik komen, wanneer er reeds veel
zoodanige aanwezig zijn, in entrepôt kunnen opgeslagen worden om een
gunstiger tijdstip af te wachten. Het is den kooplieden aan te raden om
de goederen die zij derwaarts zenden, zoodanig in te pakken, dat zij op
de plaats der bestemming zoo weinig mogelijk handen-arbeid vereischen.
Want menig artikel dat aanzienlijke winsten zou opleveren wanneer het in
een handelbaren vorm werd aangevoerd, geeft bij verzuim van die voorzorg
slechts verlies. Ik zal als voorbeeld slechts de wijnen en brandewijnen
aanhalen, die veel voordeeliger geplaatst worden bij kisten, dan bij
okshoofden. De vereischte handenarbeid is natuurlijk een punt van gewigt
in een land, waar hij zoo buitensporig duur is.

Thans heerscht de diepste rust in de mijnstreken; Franschen, Amerikanen,
Engelschen, arbeiden er naast elkander, zonder dat er de minste
verdeeldheid ontstaat. Eene spade of houweel bij een gat in den grond,
strekt ten bewijze dat deze groef een eigenaar heeft. Op dit teeken gaan
de gravers voorbij en zoeken elders eenen nog onbezetten grond. Dikwijls
verspreidt zich het gerucht, dat op een of ander bepaald punt heerlijke
resultaten verkregen zijn; terstond stroomen de liefhebbers er heen;
maar ieder eerbiedigt verkregen regten en neemt slechts eene plaats in,
nabij hen die de ontdekking gedaan hebben.

De goudzoeker is geen communist, maar echter van harte een democraat.
Zoo hij u veroorlooft het door u gegraven gat te behouden, zal hij er
zich echter krachtdadig tegen verzetten, zoo gij u van zekere
uitgestrektheid of van een geheel veld wilt meester maken. Voornamelijk
omdat de Chilianen en Mexicanen in dienst van maatschappijen getreden
waren en niet regtstreeks voor zich zelven werkten, verzetteden de
Amerikanen zich tegen hen en verjoegen hen van de mijnen. Ten slotte
veranderde deze twist van karakter en werd een volkshaat. Zelfs wilden
eenige benden Amerikanen, die van den Oregon gekomen waren, allen
wegjagen die geen Engelsch spraken. Er was een oogenblik dat de talrijke
Franschen werkelijk in gevaar geraakten en op zelfverdediging bedacht
moesten zijn. Er woonde toen onder de Fransche landverhuizers een jong
Vendeeër, die eerst onlangs van Otaheite was gekomen, waar hij als
luitenant bij de mariniers diende. Op de eerste tijding der
Februarij-omwenteling had hij zich gehaast een verlof te vragen, als
reden opgevende dat zijn geweten hem niet veroorloofde onder eene
regering te dienen, wier beginsel in strijd was met zijne
familie-overleveringen en met zijne eigene begrippen. De gouverneur
Lavaud, die zijne openhartigheid prees en zijn verdiensten op prijs
stelde, had hem een verlof van eenige maanden toegestaan. De jonge
Vendeeër maakte er gebruik van om zich naar San Francisco en van daar
naar de mijnen te begeven waar hij begon te graven te midden van 500 à
600 Franschen met vooral deserteurs van walvischvaarders en Fransche
oorlogsschepen. Allen waren zeer ontroerd over het plan der mannen uit
de Oregon; en dewijl men vernomen had, dat zij voornemens waren op den
zeer nabijzijnden verjaardag der Amerikaansche onafhankelijkheid hun
plan ten uitvoer te leggen, grepen de Franschen terstond naar de wapens
en schaarden zich onder de bevelen van den jongen luitenant. Men zond
eenen parlementair naar de Amerikanen om hen te waarschuwen, dat men
voorbereid was en dat, ingeval zij van bedreigingen tot dadelijkheden
overgingen, men hen met karabijnschoten ontvangen zou.

Deze laatsten nu hielden terstond eene vergadering om te beraadslagen
over het gedrag dat zij tegen de Franschen zouden moeten voeren. Eenige
heethoofden wilden slag leveren, maar de overgroote meerderheid
verklaarde zich voor den vrede. "Waarom," riep een redenaar uit, "zouden
wij met de Franschen vechten? Onze vaderen waren de vrienden der hunnen.
Zij hebben te zamen voor dezelfde zaak gestreden, voor de
onafhankelijkheid, van hun vaderland, en tegen dezelfde vijanden, de
Engelsen. Rochambeau was een Franschman, Lafayette ook; hunne
gedachtenis leeft bij iederen waren Amerikaan naast die van Washington.
Het is heden de verjaardag onzer onafhankelijkheid; wij houden eenen
maaltijd ter herinnering; daar moeten de Franschen ook plaats aan
hebben; laat ons eene deputatie zenden om hen uit te noodigen." Dat
voorstel werd bij acclamatie aangenomen en denzelfden avond schaarden
beide volken zich om denzelfden disch en verbroederden er zich op
luidruchtige wijze. Van toen af hebben de Franschen en de Amerikanen in
de mijnen in ongestoorde eendragt geleefd.

Hoe vreemd het leven in Californie ook moge zijn, wordt de aandacht der
vreemdelingen spoedig op andere onderwerpen gevestigd. Wat immers is er
waar--denken zij--van al het ongelooflijke, dat over de goudmijnen in
Californie verhaald is? Worden zulke ontzagchelijke massa's goud op zoo
eene gemakkelijke wijze uit dezelve opgedolven, als men zulks voorgeeft?
Vinden eindelijk de talrijke emigranten die uit Frankrijk, Duitschland
en Engeland, die van heinde en ver naar Californie stroomen, daar den
zoo lang gehoopten voorspoed, de zoo lang gewenschte schatten, of zien
zij zich genoodzaakt, na alle droombeelden van toekomstig geluk verloren
te hebben, ziek naar ligchaam en geest, hunne toevlugt tot hunne
respectieve consuls te nemen, ten einde hun vaderland weder te kunnen
bereiken? Doordrongen van het belang dezer vraagstukken, heb ik
handelaren, ingenieurs, burgerlijke en militaire ambtenaars en
mijnwerkers die naar de mijnen gingen of van dezelve terugkwamen,
ondervraagd; ik heb met eigen oogen willen zien en heb de overtuiging,
dat al wat men mij van de voordeelen mededeelde, die de goudzoekers aan
den Sacramento behalen, de zuivere waarheid behelst.

Het eerste wat men hierbij in het oog moet houden is, dat er eigenlijk
geene mijnen in Californië bestaan en dat men dus, om met vrucht te
kunnen delven, geene kostbare ontginningen behoeft te doen. Langs eene
uitgestrektheid van meer dan vijfhonderd vierkante mijlen vindt men het
goud. Waar men zijne schreden rigt, waar men het oog laat weiden, ziet
men den grond van de vele gouddeelen schitteren en wel in zulk eene
mate, dat wanneer men b. v. met den hoed een weinig stof van den grond
schept, naar de plaats gaat waar zich water bevindt en het stof wascht,
men zuiver goud verkregen heeft. Men beschouwe dit niet als overdreven:
het is eene daadzaak.

De slotsom van het voorgaande moet echter niet zijn, dat voor ieder die
dat beloofde land slechts bereiken kan, rijkdommen zijn weggelegd.
Alhoewel men geene mijnen behoeft te ontginnen, alhoewel de bezwaren aan
de gouddelving verbonden, oogenschijnlijk niets beteekenend zijn, wordt
zoowel hier als elders alleen de rijkdom verkregen: door onnoemelijke
ontberingen en harden arbeid. Eene spade in de hand te nemen, den grond
op te delven, het goud er uit te zoeken--dit alles schijnt zonder
twijfel eene kleinigheid, een vrij aangenaam tijdverdrijf te wezen; maar
wanneer het gewigtige oogenblik daar is waarop de taak moet aanvaard
worden, waarop men van bloedverwanten, vrienden en bekenden even als van
de geneugten des burgerlijken levens moet afscheid nemen, waarop men in
wildernissen moet doordringen alleen bewoond door beeren en tijgers en
dit in gezelschap van ontvlugte galeiboeven--dan begint die
koortsachtige lust om goud uit het Eldorado te gaan halen, een weinig te
verflaauwen! Voorts is het een zoo terugstootenden arbeid om de
opgedolven aarde in eene mand te laden, die mand op de schouders naar
het, soms eene mijl ver gelegen water te dragen en daar persoonlijk de
aarde in de open lucht en bij eene bijna onuitstaanbare warmte te
wasschen!

Ik heb mannen gezien van een sterk gestel en met den vasten wil om te
slagen bezield, welke geheel en al ontmoedigd te San Francisco terug
kwamen, en bij de gouddelving niets anders gewonnen hadden dan de
koortsen, die ze verteerden; die mannen waren het niet gewend om
handenarbeid te verrigten. Het is echter ook waar, dat ik anderen te San
Francisco zag terugkomen, die na slechts eenige weken afwezig te zijn
geweest, in den geel lederen gordelriem 10, 20, 50 en soms wel 100,000
francs aan goud mede bragten. Dit waren echter meest allen
handwerkslieden, gedeserteerde matrozen of stevige boerenknapen. De
maatschappelijke stand van zaken in Europa is hier omgekeerd. De
eenvoudige arbeider wint daar naauwelijks het dagelijksch brood en wordt
hier millionnair, terwijl de letterkundige, de bankier, koopman of
kantoorbediende grooten kans heeft hier van honger om te komen, wanneer
hij van de opbrengst van zijnen handenarbeid, brood moet koopen.

De beide Californiën (Opper- en Beneden Californie) zijn van
vulcanischen oorsprong en schijnen op een betrekkelijk kort geleden
tijdstip, door aardbevingen verwoest te zijn. De oevers van den
Sacramento uitgezonderd, waar de grond laag en boschrijk is, ontwaardt
de reiziger in het geheele land niets dan meer of minder hoog
opeengestapelde rotsblokken, welke kleine bergen van elkander zijn
gescheiden, door uit den aard der zaak grillig gevormde valijen.

Het is in deze valeijen, waarin de wateren van den Sacramento telken
jare doordringen, of anders in de beddingen der stroomen, dat men uit
den natten grond het goud delft. De wijze waarop de delvers het zand van
het goud scheiden, geschiedt door middel van een werktuig, dat geheel op
eene wieg gelijkt en even zoo geschud wordt, of door middel van
eenvoudige tinnen spoelvaten. De resultaten, die hierdoor verkregen
worden, zijn zeker en bijna onfeilbaar. De gemiddelde waarde van het
goud, hetwelk ieder man op voornoemde wijze per dag verkrijgt, is zelden
beneden de 60 francs. Men vergete het echter niet, dat men daarvoor
arbeiden moet, zoo als op geene plek der aarde meer gearbeid wordt, met
een weinig scheepsbeschuit en spek tot spijs, en brak water tot drank!
Het is alleen de sterke, aan handenarbeid gewone man, die, gedurende
eenigen tijd, tegen zulk eene zware taak bestand is en resultaten, als
de opgenoemde, kan verkrijgen.

Anders gaat het toe op de plaatsen waar de grond droog is. Daar moet de
gouddelver eene meestal vier voet diepe laag aarde op zijde werken, om
daarna den rotsachtigen grond met een houweel of scherp gepunten ijzeren
staaf te vermorselen. Hier zijn de voordeelen minder zeker als bij de
goudwassching, maar ook bij goed geluk aanzienlijker. Men ziet soms
gouddelvers geheele dagen arbeiden zonder een enkel brokje goud te
vinden en plotseling, wanneer zij er het minst aan denken, een kloofje
ontdekken, waarin voor eene waarde van 3000, 4000 francs of ook wel meer
aan goud ligt opeengestapeld. De tijding van een dergelijken vondst, is
in een oogenblik door het geheele land verspreid. Honderden zijn spoedig
op de plek bijeen; zij begeven zich aan den arbeid en dit met zooveel
vuur, dat zij in één uur meer grond opdelven, dan anders in een halven
dag. Doch meestal vergeefs, want--en het is opmerkingswaardig--de
zoogenaamde goud_nestjes_ bevatten wel veel van het edele metaal, doch
zij staan volstrekt met geene andere dergelijke in verband en men vindt
bijna nimmer in hunne onmiddelijke nabijheid andere goudmassas. Men
zoude zeggen, dat het goud, na door zware regens van de toppen der
bergachtige verhevenheden te zijn gedreven, op een tijdstip, waarop deze
nog door geene laag aarde waren overdekt, in de kloven en gaten van den
vulcanischen grond zijn gespoeld. Al de goudklompjes hebben daarbij in
meer of mindere mate een ronden vorm, als hadden zij door lang rollen,
dien vorm verkregen.

Kort geleden heeft men verschillende wijzen uitgevonden om het goud van
aarde en zand te zuiveren. Vele der nieuwe uitvindingen hebben reeds aan
de uitvinders aanzienlijke voordeelen opgeleverd, niettegenstaande thans
aan den Sacramento naar goud wordt gezocht op plaatsen, die vroeger
reeds door anderen werden omgewoeld. Velen leiden echter de rivier van
hare natuurlijke bedding af, door middel van dijken, en wasschen dan het
slijk, waarmede de bodem bedekt is, waardoor zij soms vrij wat goud
bijeenzamelen. Een gezelschap goudzoekers, dat uitsluitend uit advocaten
en geneesheeren uit Newyork bestaat, werkt op deze wijze in de nabijheid
van _Mormon Island_, op de plaats zelve waar het goud het eerst ontdekt
werd. Dat gezelschap levert het eenige voorbeeld op eener vereeniging
van menschen op Californie, welke zich weet staande te houden en in
welker boezem geene tweedragt heerscht. Al de vereenigingen of
maatschappijen van gouddelvers, die zich met zoo veel ophef in de
Vereenigde Staten, Frankrijk of Engeland organiseerden, waren reeds op
denzelfden dag ontbonden, toen zij te San Francisco aankwamen en zoo zal
het ook met alle andere maatschappijen gaan, die nog komen zullen. De
handwerksman denkt: "De maatschappij rekent op mijne armen om fortuin te
maken; maar nu ik eenmaal hier ben, heb ik de maatschappij niet meer
noodig. Waarom zal ik zonder noodzakelijkheid het werktuig in de hand
van een ander zijn? Waarom zal ik in eene betrekking blijven, die mij
belet om te doen wat ik wil en die mij verbiedt voor mij zelven op die
plaatsen goud te gaan delven, waar iedereen schatten vindt?"--En op den
dag waarop die handwerksman zoo redeneert, verlaat hij San Francisco,
trekt naar de mijnen en de arme directeuren der maatschappijen blijven
geheel alleen achter met de machinen, die zij uit Europa medebragten en
ook met een aantal bewijzen en geschriften, die wel is waar behoorlijk
in orde zijn, doch waarmede zij niets kunnen uitrigten, daar de
plaatselijke overheid--de laatste toevlugt die hun overblijft--niet bij
magte is om de arbeiders, die vlugtende hunne contracten verbraken, tot
het vervullen hunner verbintenissen te dwingen. Ik schrijf hier niet de
geschiedenis van ééne, maar van bijna honderd maatschappijen. De eenige
wijze van vereeniging die in Californie stand houdt, is die van
bloedverwanten. Eene familie van zes jongens of meisjes, die goed
kunnen werken en eensgezind leven, zoude in San Francisco, binnen zes
maanden, 20 à 30,000 francs kunnen winnen.--Het leven is er overigens
niet buitengewoon duur voor den man uit het volk. Scheepsbeschuit en
spek koopt men er bijna tot denzelfden prijs als in de Vereenigde
Staten. De huishuur is, wel is waar, voorbeeldeloos hoog opgedreven,
maar men kan eene voldoende slaapplaats vinden in de tenten, die in
onafzienbare reijen om en langs San Francisco zijn opgeslagen, en als
het ware de faubourgs dier stad vormen. Op het terrein der gouddelving
zelf was het leven gedurende langen tijd buitengemeen duur. Voor een
flesch brandewijn betaalde men o. a. 100 francs, voor eene kleine doos
met sprot 85 francs, enz. Thans zijn echter alle levensmiddelen tot zeer
billijken prijs te bekomen, dank zij de stoombootdienst, die tot het
aanvoeren derzelve werd ingerigt.

De goudzoekers, meestal lieden uit de lagere klassen, hebben groote
behoefte aan sterke dranken. Ook gebeurt het niet zelden, zoodra zij
eenige duizende francs bezitten, dat zij gedurende vele dagen niet
werken om op hun gemak aan die neiging, den Anglo-Sakser zoo eigen, den
vrijen teugel te kunnen vieren.

Meestal hebben zij den dag na hunne dronkenschap de, aan dit land
eigenaardige, koortsen. Die koortsen dus zijn eer het gevolg van de
ongebonden levenswijze der landverhuizers, dan van de eigenaardige
luchtstreek dezer gewesten. Het land is in het geheel niet ongezond; te
San-Francisco is de lucht zoo scherp, dat men er nagenoeg slechts wollen
kleederen kan dragen. De bijna algemeene kleeding der goudzoekers
bestaat in een rood of blaauw flanellen vest en een broek van grof laken
of linnen.

Na de Amerikanen maken de Franschen het grootste gedeelte der
tegenwoordige bevolking van Californië uit. Men vindt er meer dan 10,000
zoo te San-Francisco als in de mijnen, en bijna allen slagen in hunne
ondernemingen. Overigens is het hier zoo als elders: die het minste
verteert, en niet die het meeste wint, wordt rijk. Dagelijks zie ik
kooplieden,--die, zoo als men zegt, goede zaken hebben gedaan--in de
grootste armoede, terwijl anderen die in het klein speculeren, na korten
tijd met belangrijke winsten naar huis terugkeerden. Voor den Engelschen
handelaar even als voor den Amerikaan, is genoegen dan ook onbestaanbaar
met het drijven van zaken; zij gaan onvermoeid voort en veroorloven zich
noch rust, noch eenige uitspanning en zijn steeds bedacht meer dan een
ander te winnen.

Ik heb reeds vroeger aangetoond waarin het werk bestond der goudzoekers
van Californië; men heeft reeds kunnen begrijpen, dat het groote
voordeel der landverhuizing alleen is voor werklieden, ambachtslieden en
stevige knapen. Ik zal hierbij nog eenige weinige aanwijzingen voegen.
De prijs van handenarbeid te San Francisco is 150 piasters per maand:
dat is het minimum van het salaris en voor dit geld kan iedereen werk
verkrijgen. Een kok wint 3 à 400 piasters maandelijks; timmerlieden,
smeden en metselaars veel meer. Men moet hierbij echter in aanmerking
nemen, dat de regentijd op het einde van December begint en voortduurt
tot half Mei en gedurende dien tijd zijn er genoeg lediggangers en ziet
men groote armoede.

Zoo men den langsten, alhoewel minst kostbaren, weg om Kaap Hoorn neemt,
om naar Californie te gaan, moet men zich met de reeders verstaan en van
hen de toestemming erlangen om te San Francisco aan boord te blijven,
tot dat men eene behoorlijke betrekking heeft gevonden. Zoodra de maand
Mei voorbij is, bestaat er geen de minste hinderpaal tegen de
ontscheping en alsdan kan de landverhuizer, bij het gebrek aan
werklieden, zelf het loon bepalen dat hij verdienen wil. Men heeft 6
maanden noodig om naar San-Francisco om Kaap Hoorn te komen en dan nog
wel als er geen oponthoud plaats heeft. Over de landengte van Panama is
de reis wel korter maar tevens veel kostbaarder.

Zoo men dien weg neemt, moet men zich naar New-York begeven, om er eene
plaats te bespreken aan boord der Amerikaansche stoombooten naar de
landengte. Zonder die voorzorg loopt men groot gevaar soms maanden lang
te Panama te moeten vertoeven, bij gebrek aan gelegenheid om naar San
Francisco te kunnen vertrekken. Van Havre naar New-York is de prijs van
overtogt op de beste plaatsen ongeveer 450 francs, van New-York naar
Chagres 1000 francs en van Panama naar San Francisco 1500 francs.
Hierbij moet men nog voegen eene uitgaaf van 500 francs voor de kosten
van muilezels enz. om over de landengte van Panama te gaan.

Twintig jaren geleden deed men op een eilandje nabij Curaçao eene
ontdekking, waarvan toen veel sprake was. Iemand had in eene negerhut
waar hij eenigen tijd moest vertoeven, twee groote stukken metaal
bemerkt die men als haardijzers bezigde. Bij een naauwkeurig onderzoek
bevond hij dat het goud was en verkreeg de beide staven zeer gemakkelijk
voor eenige zakdoeken en een pijp. De plaats onthoudende waar die
kostbare voorwerpen gevonden waren, ging hij naar Curaçao en verkocht er
zijn goud voor 150,000 francs. De algemeene nieuwsgierigheid werd
terstond gaande gemaakt. De autoriteiten begaven er zich heen, lieten
die plaats door troepen bewaken en toen ging men voor rekening van het
Hollandsch gouvernement aan het werk. Na eenige maanden had men voor 5
of 6 millioenen goud gevonden, maar na dien tijd scheen de bron
eensklaps op te houden, want hoewel men van alle kanten groef, vond men
niets meer. Doch wat Californie betreft, hierover behoeft men zich niet
te verontrusten, want die mijnen zullen zoo spoedig niet uitgeput zijn.
De ontdekking der mijnen van Californie is daarenboven slechts eene
inleiding tot soortgelijke ontdekkingen die men in Zuid-Amerika kan
doen, hetwelk nog te naauwernood door de Spanjaarden is onderzocht.

De afstammelingen der oude Spanjaarden die in Mexico of Peru aankwamen,
en die nog thans eene bijzondere en vrij aanmerkelijke klasse uitmaken,
zouden de pogingen der arbeiders veel eer begunstigen dan hinderen. Na
in het eerst maar wrevelig de Amerikaansche overheersching te hebben
geduld, beginnen zij thans een weinig zich naar de tijdsomstandigheden
te schikken. Ik heb nooit een schooner ras aangetroffen dan dat der
Spanjaarden van Californie. De mannen zijn groot, wel gemaakt en vol
energie, de vrouwen hebben, behalve schoon gitzwart haar, behalve eene
waardige en lieftallige houding en al de schoonheid der Andalusische,
eene huid die met de blankheid en zachtheid der Engelsche vrouwen
wedijvert.

De Indianen, vroeger zoo gelukkig en zoo gevorderd in beschaving, staan
op het punt van uit de rij der volken te verdwijnen. De lieden die uit
de Oregonstreken kwamen, behandelen hen als wilde dieren en dooden hen
even ongevoelig als ze wolven of tijgers zouden doen; de Indianen, van
natuur reeds zeer wraakzuchtig, wreken zich nu zonder onderscheid op
iedereen. De veete is hierdoor algemeen geworden en zoodanig, dat vele
lieden die de ongelukkige Indianen beklagen, voor hunne persoonlijke
veiligheid hen evenwel moeten bevechten.

In Californië is de invloed der Vereenigde Staten alleen op het punt van
den handel zigtbaar, en niet in de politiek. Eene conventie in
Opper-Californië, onlangs te Monterey aangekomen, heeft eene constitutie
aangenomen, waardoor Californië een zelfstandige staat geworden is; nu
zou niets deszelfs aanhechting bij de Vereenigde Staten moeten
vertragen. En evenwel schijnt zulks niet het geval te zullen zijn,
zonder langdurige en ernstige debatten. De slavenhoudende staten, wier
gewigt nagenoeg gelijk staat met dat van die welke de afschaffing der
slavernij voorstaan, zullen zich waarschijnlijk er tegen verzetten dat
Californië, welks constitutie ook de slavernij verbiedt, de magt van
hunne tegenstanders kon vergrooten. Ten einde die moeijelijkheid uit den
weg te ruimen, heeft het gouvernement der Unie, eenen specialen
gelastigde naar San Francisco gezonden om eene onverwijlde beslissing
over dit punt uit te lokken.

De tijd is dus nog niet gekomen om te onderzoeken, welke invloed de
aanhechting op de beide landen zou uitoefenen; maar dit alleen is hoogst
waarschijnlijk, dat Californie voor de oude en nieuwe wereld nog
kostbare bronnen bezit en zal blijven bezitten. Zeker is het dat de
Vereenigde Staten er ook partij van zullen trekken, maar ook zeker is
het dat zij zulks niet alleen zullen doen. Europa zal ontegenzeggelijk
een groot aandeel in die winst hebben.





*** End of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Californie" ***

Doctrine Publishing Corporation provides digitized public domain materials.
Public domain books belong to the public and we are merely their custodians.
This effort is time consuming and expensive, so in order to keep providing
this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties,
including placing technical restrictions on automated querying.

We also ask that you:

+ Make non-commercial use of the files We designed Doctrine Publishing
Corporation's ISYS search for use by individuals, and we request that you
use these files for personal, non-commercial purposes.

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort
to Doctrine Publishing's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a
large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of
public domain materials for these purposes and may be able to help.

+ Keep it legal -  Whatever your use, remember that you are responsible for
ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because
we believe a book is in the public domain for users in the United States,
that the work is also in the public domain for users in other countries.
Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we
can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is
allowed. Please do not assume that a book's appearance in Doctrine Publishing
ISYS search  means it can be used in any manner anywhere in the world.
Copyright infringement liability can be quite severe.

About ISYS® Search Software
Established in 1988, ISYS Search Software is a global supplier of enterprise
search solutions for business and government.  The company's award-winning
software suite offers a broad range of search, navigation and discovery
solutions for desktop search, intranet search, SharePoint search and embedded
search applications.  ISYS has been deployed by thousands of organizations
operating in a variety of industries, including government, legal, law
enforcement, financial services, healthcare and recruitment.



Home