Home
  By Author [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Title [ A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z |  Other Symbols ]
  By Language
all Classics books content using ISYS

Download this book: [ ASCII | HTML | PDF ]

Look for this book on Amazon


We have new books nearly every day.
If you would like a news letter once a week or once a month
fill out this form and we will give you a summary of the books for that week or month by email.

Title: Het boek der Etiquette
Author: Yvonne
Language: Dutch
As this book started as an ASCII text book there are no pictures available.
Copyright Status: Not copyrighted in the United States. If you live elsewhere check the laws of your country before downloading this ebook. See comments about copyright issues at end of book.

*** Start of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Het boek der Etiquette" ***

This book is indexed by ISYS Web Indexing system to allow the reader find any word or number within the document.



  +----------------------------------------------------------------+
  |                                                                |
  |                 OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER:                   |
  |                                                                |
  | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele,     |
  | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te      |
  | moderniseren.                                                  |
  |                                                                |
  | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het  |
  | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.                 |
  |                                                                |
  | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn       |
  | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden.             |
  |                                                                |
  | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_.  |
  |                                                                |
  | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt.     |
  | Deze dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven    |
  | als »aanhalingstekens«.                                        |
  |                                                                |
  | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de         |
  | aangebrachte correcties.                                       |
  |                                                                |
  +----------------------------------------------------------------+

    No. 38. Practische Bibliotheek.                   Prijs 35 Cent.


                         Het Boek der Etiquette

                                  DOOR


                                 YVONNE

                                INHOUD:

                Uiterlijk en Kleeding
                Op straat
                Bezoeken afleggen, ontvangen en voorstellen
                Diners en Partijen
                Kleinere Feestelijkheden
                Verloving en Huwelijk
                Rouw
                Het gesprek
                Brieven en Briefkaarten

                       BAARN.--J. F. VAN DE VEN.

                             Victoriawater
                             OBERLAHNSTEIN


     EERVOLLE VERMELDING AMSTERDAM 1908

    : EERVOLLE VERMELDING HAARLEM 1910 :


           Practische Bibliotheek

  _Schreber_, Longen-Gymnastiek       35 Ct.
  _Bock_, Eerste Hulp Ongelukken      35 »
  Amateur Fotograaf. 2e druk          25 »
  _Toepoel_, Physical Culture         60 »
  Licht-, Lucht- en Zonnebaden        30 »
  Mijn Aquarium                       35 »
  De Kleine Briefsteller              35 »
  De Jonge Schaker                    35 »
  _Broekkamp_, Jonge Dammer           f 1.25
  _Broekkamp_, Damstudies             35 Ct.
  _Leefson_, Nieuwste Dansen          35 »
  Skatspel, handleiding               50 »
  Billardschool. 2e druk              35 »
  _Ott_, Rijwiel, inrichting. 2e dr.  25 »
  Levensmagnetisme                    15 »
  Mijn Terrarium                      35 »
  Luchtscheepvaart, pop. besch.       30 »
  Chauffeurs-School                   75 »
  Eenvoudige Boekhouding              35 »
  Telegrafie zonder draad             35 »
  Röntgenstralen en Radium            35 »
  De Dammer                           35 »
  Zweedsche Gymnastiek                60 »
  Voetbal omnia Vincit                30 »
  Hoe maak ik Tenten?                 30 »
  Do you speak English?               30 »
  Parlez-vous Français?               30 »
  Sprechen Sie Deutsch?               30 »
  Parla Italiano?                     30 »
  Parolas Esperante?                  30 »
  Vlinderverzameling                  35 »
  Nieuw Spelenboek                    35 »
  Hengelsport                         35 »
  De Padvinders                       25 »
  Konijnenfokken                      35 »

           Sport-Bibliotheek

  Voetbal-Sport                       25 Ct.
  Voetbal-Scheidsrechter              60 »
  Voetbal. 4e druk                    25 »
  Lawn Tennis. 2e dr.                 30 »
  Lawn Tennis. 3e dr.                 f 1.60
  Water-Polo. 2e dr.                  30 Ct.
  Cricket                             30 »
  Croquet                             30 »
  Kegelen                             30 »
  Korfbal                             30 »
  Hockey                              30 »
  Hockey. Eng. regels                 60 »
  Hardloopen. 2e dr.                  30 »
  Roeien                              35 »
  Zeilen                              50 »
  Zwemschool 2e dr.                   35 »
  Droogzwemmen                        15 »
  Boksen. 2e druk                     35 »
  Schermen                            50 »
  Worstelen                           60 »
  Schoonrijden                        50 »
  Kolven                              50 »
  Rolschaatsenrijden                  30 »
  Openluchtspelen                     45 »
  Halteren                            35 »
  Skiloopen                           30 »
  Kaatsen                             50 »
  Wielrennen                          35 »
  Wandelen                            35 »
  Balwerpen                           35 »
  Handboogschieten                    35 »
  Ju Jutsu                            60 »
  Motorbootsport                      60 »
  Manoeuvres te paard                 60 »

 :: UITGAVEN VAN J. F. VAN DE VEN TE BAARN ::


HET BOEK DER ETIQUETTE



                         Het boek der Etiquette


                                  DOOR

                                 YVONNE


                       [Decoratieve illustratie]


                        BAARN--J. F. VAN DE VEN


Typ. Firma Van der Want & Co., Amersfoort.



UITERLIJK EN KLEEDING.


Aan onze vormen en manieren moet men kunnen zien, dat wij beschaafde
menschen zijn, en daarom moeten wij in de allereerste plaats op ons
uiterlijk letten. Een der vele bewijzen van beschaving is reinheid en
netheid. Wij kunnen hier niet uitwijden over de noodzakelijkheid van
veel baden en wasschen en dikwijls schoon ondergoed aantrekken, of over
het onderhoud van ons hoofd en het haar. Maar hoe vaak zijn menschen,
die zich zelve zeer beschaafd en ontwikkeld vinden, toch slordig in hun
uiterlijk en kleeding! Hoe dikwijls ziet men op straat een vuilen of
afgetrapten onderrok uit een elegant wandeltoilet komen. Netheid bestaat
uit ontelbare kleinigheden, die maar al te vaak verwaarloosd worden. Ons
uiterlijk en onze kleeding moeten in de eerste plaats verzorgd zijn.
Geen luchtgaatjes in kousen en handschoenen, geen stof op den hoogen
hoed, geen vette kraag aan overjas en japon, geen rouwrandjes aan de
nagels.

Een waarlijk beschaafd mensch neemt in den huiselijken kring dezelfde
vormen en manieren in acht als daar buiten, immers goede manieren zijn
geene uiterlijkheden, maar vormen een deel van ons wezen en komen uit
ons hart en ons verstand voort. Daarom zal het een waarlijk beschaafde
vrouw onmogelijk zijn 's morgens aan het ontbijt hare huisgenooten te
vergasten op het leelijke schouwspel van papillotten of krulhaarspelden;
om de zelfde reden zal de heer des huizes niet zonder jas of boord in
de huiskamer verschijnen. Steeds moet uw uiterlijk zoo zijn, dat, zoo
er een onverwacht bezoeker binnentreedt, gij hem zonder onrust of
verlegenheid tegemoet kunt treden.

's Morgens moet het toilet der huisvrouw eenvoudig en doelmatig zijn;
een peignoir met langen sleep is af te raden, daar hierdoor bij het gaan
door keuken en kelder onnoodig stof wordt opgewarreld. Een korte rok
(vooral niet te nauw, dat men zich makkelijk kan bewegen) een flanellen
blouse met witten boord zijn vooral voor jonge vrouwen en meisjes een
passend en geschikt morgencostuum. Af te raden is het, om 's morgens een
japon te dragen die voor 's middags niet meer mooi of schoon genoeg is.
Een vrouw die 's morgens in een verlepte zijden blouse loopt, maakt geen
aangenamen indruk. De kleeding moet zoowel bij mannen als bij vrouwen
steeds smaakvol, doch eenvoudig zijn, want overladen, schel gekleurde en
te rijk gegarneerde japonnen maken geen voornamen indruk. Hoe eenvoudig
zij ook zijn, de japonnen moeten steeds goed zitten en met zorg gekozen
worden, zoodat kleur en model bij figuur en gelaat passen.

De kleeding eischt dikwijls veel overleg en nadenken, daar men telkens
voor de vraag staat: »Wat zal ik aantrekken? Heb ik een voor deze
gelegenheid geschikte japon? Zou dit costuum niet te gekleed of zou
deze japon niet te eenvoudig zijn?« Immers wat is onaangenamer dan de
eenige te zijn, die op een feestje in een donkere japon verschijnt?

Menschen, die al te zeer aan vormen hechten en op kleeding letten,
vinden, dat men voor een uitnoodiging bedanken moet, als men geen
passend toilet heeft. Waarom zou men zich niet mogen amuseeren, omdat de
jas niet volgens den laatsten snit gemaakt is, of omdat de japon niet de
allerlaatste gril van Vrouw Mode weergeeft? Immers, hoe belangrijk ook,
de kleeding is toch nooit de hoofdzaak, en menigeen, die minder modieus
gekleed is, zal een welkome gast zijn om het aangenaam gesprek dat hij
of zij weet te voeren, om den vroolijken toon dien hij weet gaande te
houden of om zijne belezenheid.

Het spreekt vanzelf, dat men met een huisjapon niet op straat gaat,
tenzij het slecht weer is; hiervoor is het visite- of wandelcostuum
aangewezen.

Gaat men naar een diner of soirée, dan trekt men de beste japon aan van
lichte dunne stof of zijde. Wanneer men lang van te voren uitgenoodigd
is, gaat men gedecolleteerd of hals en armen bedekt met tulle.

Voor hen, die er zich ongerust over maken, dat hun toilet niet mooi
genoeg is, heb ik alleen dezen raad: zorg er voor, dat gij er steeds
onberispelijk en netjes uitziet en dat er niets aan uw toilet mankeert,
dan zult ge er u nooit over behoeven te schamen.

Het wordt over het algemeen niet beschaafd gevonden om zich te
blanketten of te verven, hoewel het in groote steden veel gedaan
wordt, zelfs door waarlijk deftige dames. Ook met odeur moet men zeer
voorzichtig omgaan en nooit twee of meer soorten door elkaar gebruiken.
Een heel zachte, nauw merkbare geur kan niemand hinderen en is aangenaam
voor de persoon zelve en ook voor anderen.

Voor de heeren is de keuze van toilet gemakkelijker dan voor de dames,
daar voor feestelijke gelegenheden in beperkten kring de gekleede jas
het aangewezen kleedingsstuk is, indien er meer gasten zijn, de smoking
wordt gedragen en als galacostuum de rok dienst doet. Verder bevat een
heeren-garderobe een of meer colbert costuums en indien er neigingen
voor sport bestaan, een sportcostuum, meestal met korte broek.

Bij den rok moet men zich verder eenvoudig kleeden en vooral geen
opvallende overhemdsknoopjes dragen. Er behoort een klein wit strikje
als das bij. Bij de smoking draagt men een zwarte das, terwijl de
gekleede jas een zwarte of gekleurde das en gekleurde handschoenen
vereischt. Bij rok en gekleede jas behoort de hooge hoed. Daar de
heerenkleeding over het algemeen niet flatteus is, moet er gelet worden
op onberispelijk linnengoed en nette schoenen en laarzen.



OP STRAAT.


Op straat toont de beschaafde mensch zijn manieren door zich te houden
aan de voorschriften en wetten, die de overheid voor de veiligheid
en het gemak van voetgangers opgesteld heeft. Hoe vaak gebeuren er
ongelukken doordat menschen naar den verkeerden kant uitwijken of nog op
het laatste oogenblik de straat oversteken! Het verkeer op trottoirs en
in straten wordt maar al te dikwijls belemmerd door eenige menschen,
die met elkaar blijven staan praten of juffrouwen die met kinderwagens
tegen den stroom in rijden. Maar op straat moet men ook de onderlinge
beleefdheid nooit vergeten. Zoo moet men een vriend, die blijkbaar
haast heeft, niet staande houden; wilt ge hem echter iets mededeelen,
loop dan met hem mede. Een heer mag een dame niet ophouden, wel echter
met haar meeloopen. Een dame spreekt slechts zelden een heer aan op
straat. Op straat behoort men zacht te spreken en vooral nooit hardop
namen te noemen, ook luid lachen staat niet voornaam, dat kan men thuis
doen.

Men blijft nooit bij oploopjes staan en loopt door zonder om te kijken,
ook als is men nog zoo nieuwsgierig om te weten wat er te doen is.
Wanneer ge met iemand loopt, die door een u onbekende gegroet wordt, dan
buigt gij even mede, als eene beleefdheid tegenover uw metgezel. Een
jong meisje wacht natuurlijk totdat een haar bekende heer groet, waarop
zij vriendelijk terug groet en hem even aanziet. Komt zij een echtpaar
tegen, waarvan de dame ouder is dan zij zelve, dan kan zij het eerst
groeten, eenvoudig en vriendelijk. Sommige menschen hebben de slechte
gewoonte in de huizen naar binnen te gluren, wat zeer onbescheiden is.

Een jongmensch groet eene dame telkens als hij haar ontmoet, al is
het kort na elkaar; bij een heer kan hij in dat geval met één groet
volstaan. Wandelt de jonge man met een vriend, die iemand groet, dan
moet hij eveneens den hoed afnemen. Spreekt de vriend iemand aan, die
het jonge mensch niet kent, dan blijft hij op den achtergrond om het
gesprek niet te storen of wandelt langzaam op; bij het verder gaan neemt
hij weer den hoed af.

Een heer, die met een dame loopt, moet een handschoen, den linker,
aanhebben en in die hand den anderen handschoen dragen. Wanneer hij
iemand op straat een hand geeft, reikt hij dus de rechter, onbedekte
hand. Een dame moet op straat altijd handschoenen aan hebben, doch daar
wordt er in de laatste jaren maar al te dikwijls tegen gezondigd. Over
het algemeen letten de Hollandsche dames vaak zeer weinig op haar toilet
en meenen, dat het er 's morgens niet op aan komt en dat men dan rustig
met slordige, scheefgeloopen schoenen en bloote handen rondloopen kan.
Nu zijn echter juist schoenen en handschoenen zeer kenschetsend voor de
meer of mindere beschaving eener vrouw en werpen vaak een helder licht
op haar karaktereigenschappen. Een dame, die 's morgens boodschappen
doet, draagt een eenvoudig costuum met niet te eleganten hoed. 's
Middags, wanneer men bezoeken aflegt, wordt het wandeltoilet met goeden
hoed aangetrokken. Een heer die met eene dame loopt, mag alleen rooken,
wanneer hij haar heel goed kent en zij het hem toestaat.

Komt iemand, die rookt, een kennis tegen, dien hij moet groeten, dan
neemt hij de sigaar uit den mond. Men moet er vooral op letten, nooit
iemand den rook in het gezicht te blazen. Men houdt bij een gesprek op
straat de sigaar in de hand, tot men afscheid heeft genomen en verder
gaat.

Voor heeren, die met dames loopen, geldt de volgende regel: de heer gaat
links van de dame. Is de straat in het midden met keien bestraat, waar
langs een trottoir of bestrating van klinkers, dan laat hij de dame op
de kleine steentjes loopen.

Het maakt altijd een aangenamen indruk, wanneer een heer of jonge dame
op straat beleefd tegenover oudere lieden zijn, hen helpen bij het
oversteken van een drukke straat of als zij een pakje of wandelstok
laten vallen, dien voor hen oprapen. Ook is het beleefd, om iemand die u
naar den weg vraagt, voorkomend te bejegenen en voort te helpen. Wanneer
gij den weg niet duidelijk verklaren kunt, loop dan een eindje met hem
mede en leg hem vervolgens den naasten weg eenvoudig en duidelijk uit;
ingewikkelde en omslachtige verklaringen zijn verwarrend. Moet men zelf
naar den weg vragen, dan neemt men eerst den hoed af, alvorens iemand
aan te spreken.

Wanneer een dame in een volle tram komt, zal het haar aangenaam zijn,
wanneer een heer haar zijn plaats afstaat; hij neemt daarbij den hoed
af, waarop de dame even buigt en hem bedankt.

Bij het winkelen mag men rustig voor de winkeluitstallingen blijven
staan. Gaat men met andere personen een theater, concertgebouw, station,
postkantoor of ander gebouw binnen, dan eischt de beleefdheid dat men de
deur even voor de volgende persoon open houdt. Bij zulke gelegenheden
laten de heeren de dames natuurlijk voorgaan.



BEZOEKEN AFLEGGEN EN ONTVANGEN.


Bezoeken komen in ieders leven bijna dagelijks voor, en de verschillende
soorten van bezoeken stellen alle weer andere eischen aan beleefdheid en
beschaving; daarom juist wordt er zooveel tegen gezondigd.

De meeste menschen beschouwen bezoeken afleggen als een vervelende,
maar zoo nu en dan noodzakelijke plicht, die zij uitstellen, totdat de
beleefdheid er hen toe dwingt.

Men onderscheidt officiëele visites, gelegenheidsbezoeken,
digestiebezoeken en de gezellige bezoekjes bij vrienden.

De officiëele visites worden met groote tusschenpoozen bij deftige
kennissen afgelegd. Zij moeten zoo kort mogelijk, nooit langer dan een
kwartier of twintig minuten duren.

Heeren maken dadelijk na het aanvaarden eener nieuwe betrekking een
visite bij hunne meerderen en collega's. Dit geldt voor heeren, die op
hetzelfde kantoor of aan dezelfde rechtbank werken en voor officieren
van een garnizoensplaats. Men draagt dan de gekleede jas met hoogen
hoed en gekleurde handschoenen, officieren in groot tenue. Verhuist een
jongmensch naar een andere woonplaats, dan maakt hij natuurlijk bij
alle kennissen een afscheidsbezoek; wordt hij niet ontvangen, dan geeft
hij een visitekaartje af met in den linker benedenhoek p. p. c. erop.
Ook maakt een heer een visite voordat hij op reis gaat. Men vermijde
bezoeken af te leggen kort voor St.-Nicolaas, Kerstmis en Paschen,
daar de meeste menschen het juist van te voren dan zeer druk hebben.
Jongelieden leggen slechts zeer zelden 's morgens bezoeken af; dit is
in Holland geen officiëele bezoektijd en slechts bij uitzondering
geoorloofd.

Meestal zijn het de dames, die de visites maken; zij dragen daartoe
(tenminste voor de officieele bezoeken) een gekleed wandeltoilet met
onberispelijk schoone handschoenen en nette schoenen. Men veegt zijne
voeten flink op de mat en laat overschoenen en parapluie in de gang
staan. Heeren trekken hun overjas uit en komen alleen met den hoed
binnen.

Tegenwoordig komen de vaste ontvangdagen of »jours« bijna overal voor;
men houdt ze op een vasten dag elke week of om de veertien dagen. Op
dien dag ontvangt de vrouw des huizes alleen of met hare dochters, de
heer des huizes ontvangt gewoonlijk alleen Zondags mede. Van af twee uur
kan men op zulk een »jour« verschijnen, ook heeren worden dan ontvangen.
Tegen vier uur schenkt de gastvrouw thee; zij doet alleen den thee in de
kopjes, die zij op een blaadje met melkkannetje, suikerpotje en
lepelvaasje aanbiedt.

Men kan tot 5 uur toe bezoeken afleggen, daar de meeste menschen
tegenwoordig om 6 uur of later eten.

Onder gelegenheidsbezoeken verstaat men visites ter gelegenheid van de
geboorte van een kind, de kraamvisites, die alleen door dames worden
afgelegd, waarbij het kindje vertoond wordt, en de baker daarvoor een
fooi krijgt. Verder andere felicitatiebezoeken voor verjaardagen, die
ongeveer tien minuten duren. En ten slotte condoleantiebezoeken, waarbij
men vaak niet ontvangen wordt. Als dit onder de annonce in de courant
vermeld is, dan behoeft ge alleen een kaartje in de bus te werpen. Als
het goede kennissen van u zijn, die een verlies geleden hebben, dan
schrijft ge dadelijk een kort briefje van deelneming en gaat er na
tien of veertien dagen nog eens heen. Digestie-bezoeken brengt men na
het ontvangen eener uitnoodiging voor een diner, bal, muziekavond, of
wanneer iemand u door het geven van concert- of comedieplaatsen eene
vriendelijkheid bewezen heeft. Dit bezoek is meestal stijf en moet op
den tweeden of derden Zondag na den datum van het feest plaats hebben.
Heeft de gastvrouw een »jour«, dan bezoekt men die de tweede week na het
feest; hiertoe is men verplicht, ook al heeft men voor de uitnoodiging
bedankt.

Contra- of tegenbezoeken brengt men binnen de 6 weken; met
contra-rouwbezoeken kan men drie maanden wachten.

Wordt men door iemand uitgenoodigd haar eens te bezoeken of hebt gij
zelf gevraagd om eens te mogen komen, dan eischt de goede vorm, dat ge
uwe visitie binnen drie weken maakt.

Ten slotte hebben wij de bezoeken bij vrienden gemeld. Welnu, hiervoor
bestaan geen bepaalde regels; gij gaat, wanneer ge er lust toe gevoelt
en blijft zoolang gij wilt.

Nu nog een enkel woord over de visitekaartjes. Treffen wij iemand niet
thuis, dan geven wij een kaartje aan een der hoeken omgevouwen, voor de
geheele familie één kaartje.

Daar in iedere stad en vooral in kleinere plaatsen weer andere wetten en
regels gelden voor het brengen van kaartjes bij aankomst en vertrek,
moet men zich daarvan eerst op de hoogte stellen.

Stuurt men een kaartje om iemand geluk te wenschen, dan schrijft men er
op p. f. (pour feliciter) of in 't Hollandsch m. h. g. (met hartelijken
gelukwensch). Als condoleantie zet men p. c. (pour condoler) of m. d.
(met deelneming). Om iemand voor eene beleefdheid te bedanken p. r.
(pour remercier) of o. t. b. (om te bedanken).

Heeren, die bij oppervlakkige kennissen geen contra-bezoek wenschen te
maken, kunnen alleen een kaartje afgeven; voor dames is dit echter
onbeleefd. Men stuurt kaartjes, alleen met bovenstaande letters als
drukwerk; zoodra er meer op wordt geschreven, gelden zij als brief.

Niet ieder kan goed bezoeken ontvangen en een aangename gastvrouw zijn.

De gastvrouw zorge er voor op tijd gekleed te zijn, om hare gasten niet
te laten wachten. Door kalmte en rust zet de gastvrouw hare bezoekers op
hun gemak en brengt een prettigen toon in den kring. Wanneer een dame of
oude heer binnenkomt, dan gaat de gastvrouw hen tegemoet; oudere dames
verzoekt men op de sofa, oude heeren in een gemakkelijken stoel plaats
te nemen. Voor jonge meisjes en heeren behoeft de gastvrouw slechts op
te staan en hen een paar pas tegemoet te treden. Op haar jour mag de
gastvrouw wel een handwerk opnemen, dat zij echter neerlegt zoodra er
visite komt; zij draagt een eenvoudige middagjapon.

Alle aanwezigen staan mede op, wanneer een nieuwe gast de kamer
binnenkomt. De laatst-binnengekomene begroet de gastvrouw, vraagt naar
haar welzijn, begroet de aanwezigen die hij kent en laat zich aan de
anderen voorstellen. Het voorstellen gebeurt, door de namen der personen
op te noemen. Stelt men een heer aan een dame voor, dan noemt men eerst
zijn naam, dan den hare. Een jong meisje stelt men aan een oudere dame
voor door eerst haar naam te noemen. Dus steeds eerst den naam van den
jongere of minder hoog geplaatste. Moet men een heer aan vele anderen
voorstellen, dan zegt men: »Mijnheer N.--Mevrouw A, Mejuffrouw B,
Mijnheer C. enz.« Stelt men een getrouwde nicht of tante voor, dan zegt
men dit er bij, »Mag ik u mijne tante, Mevrouw D. voorstellen?« Doet men
dit niet, dan kunnen er licht verwarringen ontstaan.

De heeren brengen hun hoed mede, dien zij onder hun stoel of ongemerkt
op een anderen stoel leggen. De gastvrouw vraagt aan een officier of hij
zijn sabel niet wil afleggen. Wordt de heer voorgesteld, dan maakt hij
een buiging: bij het weggaan kan men elkaar de hand reiken. Hij wacht
echter, totdat de dame hem haar hand toesteekt; de jongere heer wacht,
tot de oudere dit doet, de jonge dame tot de oudere dame haar de hand
reikt.

De beleefdheid verlangt, dat de gasten recht en toch ongedwongen op hun
stoel zitten, men mag vooral niet lui achterover leunen, met den stoel
wippen, met de beenen over elkaar zitten of met de kwasten aan
stoelarmen spelen.

Zijn er nog andere gasten, dan kan de gastvrouw natuurlijk niet zelf
uitlaten. Ze staat op, wanneer de gast opgestaan is, reikt hem of
haar de hand en schelt de meid om uit te laten. De gast buigt voor de
anderen, en knikt de gastvrouw, die tot de deur medegaat, nog eens toe.
Gewoonlijk laat men echter goede vrienden en kennissen zelf uit.

Wanneer een heer met een dame een visite maakt, schelt hij aan en laat
haar 't eerst naar binnen gaan. De dame geeft het teeken om weg te gaan
en neemt het eerst afscheid. Bij het opgaan van een trap gaat de heer
vooruit, bij het afgaan de dame. Laat een heer eene dame uit, dan volgt
hij haar tot aan haar rijtuig, dat hij sluit; eene dame zal dit echter
niet van een ouden heer verlangen.

Dit zijn de voornaamste wenken, die u als bezoeker nuttig kunnen zijn.
Indien gij ze opvolgt, zult gij u zeker gemakkelijk en rustig in het
salon uwer kennissen bewegen en een welopgevoeden, beschaafden indruk
maken.



DINERS EN PARTIJEN.


Heeft men besloten een diner te geven, dan stuurt men veertien dagen van
te voren de uitnoodigingen voor een groot diner, die voor een kleiner
diner een week ongeveer te voren rond. Voor groote partijen doet men dit
met een gedrukte kaart in de derde persoon gesteld; bij voorbeeld:

     _De Heer en Mevrouw N.-H. hebben de eer den Heer (of Mejuffrouw) S.
     uit te noodigen Maandag 20 Maart te 7 uur bij hen te komen dineeren
     (of -- bij hen het middagmaal te komen gebruiken)._

     _V. G. A. voor 15 Maart._

Men antwoordt in de derde persoon als volgt:

     _De Heer (of Mejuffrouw) S. zal met zeer veel genoegen gebruik
     maken van de vriendelijke uitnoodiging van den Heer en Mevrouw
     N.-H. voor 20 Maart a. s._, of:

     _De Heer S. is tot zijnen spijt verhinderd gebruik te maken van de
     vriendelijke... enz._

voor kleinere met een geschreven invitatie in de derde persoon of per
briefje. Men vermeldt natuurlijk het uur, waaraan de gasten zich stipt
te houden hebben. Het spreekt van zelf, dat deze de uitnoodiging zoo
spoedig mogelijk na ontvangst beantwoorden, ten einde de gastvrouw
gelegenheid te geven voor de opengevallen plaatsen nog andere kennissen
in te vragen.

De dames verschijnen bij een officieel diner gedecolleteerd, de heeren
in rok en witte das.

De gastheer en gastvrouw ontvangen de gasten in het salon; men begroet
eerst de gastvrouw, vervolgens haren man en dan de overige gasten, aan
wie men, zoo noodig, voorgesteld wordt.

Heeft de meid of knecht gemeld, dat de soep op tafel is, dan biedt
de heer des huizes de oudste of aanzienlijkste dame den arm, de
gastvrouw gaat het eerst naar de eetkamer geleid door den oudsten of
hoogstgeplaatsten heer; de heer des huizes volgt en daarna de overige
gasten. Gewoonlijk zegt de gastheer vooruit aan iederen heer, welke dame
hij naar tafel geleiden moet.

De heeren geleiden de dames naar haar plaats, en schuiven de stoelen
voor haar aan; allen gaan eerst zitten, wanneer de gastvrouw plaats
genomen heeft. De plaatsen zijn bij een groot diner door geschreven
naamkaartjes op bord of glas aangegeven. De gastheer zit tusschen de
twee oudste of aanzienlijkste dames, de gastvrouw tusschen de twee
hoogst geplaatste heeren. Komt er echter een jong meisje of een heer bij
dit diner voor den allereersten keer bij de familie aan huis, dan zullen
zij gewoonlijk hun plaats naast den gastheer of gastvrouw vinden. Bij
ieder bord ligt een broodje, meestal op of in het servet. Dit mag men
nooit met een mes snijden; men breekt er met de vingers kleine stukjes
af. Het servet breidt men over de knieën uit en bevestigt het niet
onder de kin, dat is niet geoorloofd. Men zit in een rechte, doch niet
stijve houding en eet kalm, met kleine happen en denkt er aan niet met
een vollen mond te spreken of te drinken. Vork, mes en lepel houdt men
hoog bovenaan den steel vast; men brengt het eten naar den mond en niet
den mond omlaag naar het eten. Soep eet men zonder slurpen, van een niet
te vollen lepel. Het zijn slechte manieren om van zijn mes te eten,
evenals het eten van visch met een stalen mes. Vindt men geen zilveren
vischvork en mes naast zijn bord, dan eet men met een gewone vork en met
een stukje brood in de linkerhand. Voor en na het drinken veegt men zijn
mond aan het servet af.

Men gebruikt den lepel zoo weinig mogelijk en eet bijna alles met
de vork, waarmede men ook beentjes uit den mond op het bord legt.
Natuurlijk begint men niet te eten, voordat alle gasten bediend
zijn en de gastvrouw begint. Wanneer gij niet van wijn houdt of als
geheelonthouder nooit wijn gebruikt, moet ge u toch een glas laten
inschenken; ge behoeft er immers niet van te drinken. Wordt er een toost
gehouden, waarbij men op iemand's gezondheid drinken moet, neem er dan
een slokje van. Heeft men een mes of vork of broodje laten vallen, vraag
den knecht dan ongemerkt om een ander; ook uw servet moet gij in dat
geval niet zelf oprapen.

Tusschen de gerechten in, voert men een aangenaam gesprek, houdt de
handen boven tafel, doch zit niet voortdurend met het een of ander te
spelen; niets toch is zoo hinderlijk als menschen, die voortdurend
armen, handen en voeten bewegen en geen oogenblik stil zitten.

Vruchten schilt men op een vork met het vruchtenmes; abrikozen en
perziken schilt men op het bord; druivenschillen neemt men met een
lepeltje uit den mond, evenals de pitten van compote.

Vaak bedienen de heeren hunne buurdames van een gerecht, wat deze altijd
aannemen. Worden de wijnen niet door den knecht rondgeschonken, dan is
het de plicht der heeren in te schenken.

Bij groote diners gebruikt men de koffie na het maal in het salon, bij
kleinere wordt deze in de eetkamer aan tafel gedronken. Na afloop van
den maaltijd geeft de gastvrouw het sein tot opstaan, waarop de heeren
hunne rechter buurdame den arm aanbieden en naar het salon geleiden,
waar men zich nog even staande onderhoudt. Hierna trekken de heeren zich
terug tot het rooken van een sigaar en blijven de dames in het salon,
waar later thee rondgediend wordt. Bij het heengaan geeft een oudere
dame het sein tot vertrek, nadat de knecht of meid heeft gemeld, »dat
het rijtuig van Mevrouw B. (Mejuffr. X. of den Heer A.) vóór is.« Jonge
meisjes of jongelieden mogen nooit het eerst weggaan, alleen wanneer zij
door vertrek met den trein aan den tijd gebonden zijn, mag hierop een
uitzondering gemaakt worden. De gasten bedanken de gastvrouw voor den
aangenamen avond; men geeft de dames een hand, voor de heeren is eene
buiging voldoende. Bij het weggaan geeft men aan knecht of meid een
fooitje.

Voor de gastvrouw zelve willen wij alleen dit opmerken, dat de
tafelversieringen van bloemen tegenwoordig laag zijn en men veel losse
bloemen, groene ranken en strikken op tafel legt. Natuurlijk is dit
alles ook aan de mode onderhevig. Kaarsenverlichting is weer zeer in
zwang en niet te lichte eetkamers, waar alleen de tafel door kaarsen met
zacht gekleurde kapjes laag beschenen is, maken een aangenamen indruk.
Ook zijn zeer lange menus geheel uit de mode (behalve natuurlijk bij
groote en officieële diners); het is tegenwoordig deftiger om weinig
gangen van uitgelezen spijzen te geven. De verschillende wijnen hangen
van de gerechten af; hoe meer gerechten hoe meer wijnen. Gewoonlijk
wordt er reeds bij het vleesch, dus na den visch met zoeten wijn,
champagne geschonken, behalve bij kleine dinertjes. Bij de koffie
presenteert men eenige soorten likeur.

Nu komen wij tot de andere feestelijkheden, waaronder wij rekenen:
het bal en den muziekavond. Bij een bal dragen de dames natuurlijke
elegante, gedecolleteerde avondjaponnen, de heeren rok, witte das en
witte handschoenen.

Aan jongelieden, die toch niet dansen en slechts tegen een deur geleund,
toekijken, heeft men op een bal niet veel.

De gastheer en gastvrouw zorgen er zooveel mogelijk voor, dat de
jongelieden aan alle jonge meisjes voorgesteld worden en dat ieder een
balboekje met potloodje ontvangt. De jonge meisjes laten zich aan alle
getrouwde en oudere dames voorstellen, die zij dan in den loop van den
avond even gaan aanspreken.

Het is een plicht der heeren om zooveel mogelijk met alle dames een
keer te dansen, dit geldt vooral voor den gastheer. Jongelui zullen een
goeden indruk maken, wanneer zij met de echtgenooten en dochters hunner
meerderen dansen en zich het lot der arme muurbloempjes aantrekken. Men
verzoekt eene dame met eene buiging om het genoegen van een dans, en na
afloop brengt men haar weer naar haar plaats terug, waarop men zich met
elkander onderhoudt.

Is een jongmensch door den gastheer aan eene dame voorgesteld, dan
eischt de beleefdheid, dat hij met haar danst; ook de gastvrouw mag niet
overgeslagen worden.

Op een groot bal geldt gewoonlijk de regel, dat een jongmensch niet
meer dan twee, hoogstens drie keer met dezelfde dame danst; de extra
dansen gelden niet mee, daarin is men vrij. Wordt er later gesoupeerd,
dan vraagt men meestal van te voren een dame daarvoor, die men dan op
den avond van het bal bloemen stuurt, die zij op het bal medebrengt,
de ververschingen worden door knechts rondgediend. Eenvoudiger en
dus aangenamer is een buffet, van dranken en sandwiches en andere
ververschingen voorzien. De gasten begeven zich daarheen of de heeren
halen het gewenschte voor de dames naar den balzaal.

Jongelieden, die niet goed kunnen dansen, moeten er zich liever niet aan
wagen, daar zij de dames, die met hen rondspringen, een mal figuur laten
slaan.

Heeren laten zich het eerst aan de oudere gasten, daarna aan de jonge
dames voorstellen. Danst iemand met een jong meisje, wier ouders
aanwezig zijn, dan verzoekt hij haar, hem aan hare ouders voor te
stellen. Na de voorstelling moet de meerdere of oudere het gesprek
openen en bij de eerste ontmoeting, zoowel als bij het afscheid kan men
zeggen, »aangenaam kennis te maken.«

Bij een groot bal wordt meestal tegen middernacht gesoupeerd. Hiervoor
zijn in een ander vertrek kleine tafeltjes voor 4, 6 of 8 personen
aangericht; slechts zelden echter voor twee. Jongelieden zullen een
aangenamen indruk maken, wanneer zij hunne vrienden aan weinig dansende
dames voorstellen en haar daardoor dansers bezorgen.

Onder het dansen behoeft men niet te spreken, zoo nu en dan een kleine
opmerking is voldoende.

Wordt er een lancier gedanst, dan moet de heer vooraf met drie andere
paren afspreken, samen een quadrille te vormen; de heeren en dames eener
zelfde quadrille laten zich aan elkaar voorstellen.

Het is niet noodig, dat de dansende paren dadelijk na afloop van den
dans met een buiging van elkaar gaan; men kan dan gerust tot de eerste
tonen van den volgenden dans met elkaar spreken.

Na afloop van het bal halen de heeren de avondmantels en sorties hunner
dames en geleiden hen naar het rijtuig. Is het een groot bal, dan
wachten de gasten gekleed in vestibule of kleedkamer tot hun rijtuig
door den knecht afgeroepen wordt.

Op gemaskerde bals is ieder ongedwongen en vrij. Men danst met elkaar,
zonder voorgesteld te zijn; alleen de heer, met wien gij soupeert, moet
zich aan u bekend maken. De toon is vroolijk en los en ieder drage er
het zijne toe bij om het plezier en de jolige stemming te verhoogen.
Voor het souper, tegen middernacht, worden de maskers gewoonlijk
afgenomen.

Men mag nooit zonder handschoenen dansen, zelfs niet, wanneer men
onverwacht een dansje begint, zooals na een dinertje.

Heeft men gasten voor een avondpartij zonder dansen, een muziekavond of
speelavondje gevraagd, en het uur vermeld, dan wacht de gastvrouw, tot
alle gasten aanwezig zijn, waarna men thee laat aanbieden. Is het een
muziekavondje, dan luisteren de gasten zwijgend toe, zoolang er muziek
gemaakt wordt en onderhouden elkaar in de tusschenpoozen. Zijt gij
muzikaal, en vraagt men u om iets te spelen of te zingen, laat u niet
lang bidden maar zet u eenvoudig aan de piano en draag zonder verdere
woorden iets voor, dat vooral niet te lang moet zijn. Weigert een gast
echter, dan mag de gastvrouw er niet verder op aandringen.

Zijn er niet veel gasten, zoodat de gastvrouw zelve thee schenkt, dan
is het de plicht der jonge meisjes, haar met het ronddienen hiervan
te helpen. Later op den avond wordt er wijn met gebak, sandwiches of
vruchten rondgediend.

De speelavondjes, waarop na de thee de kaarten voor den dag komen,
zijn langzamerhand uit de mode geraakt; alleen in kleine plaatsen
en in gezinnen, waar vele heeren aan huis komen, treft men nog de
kaartavondjes aan.

Het is echter steeds raadzaam, om eenige kaartspelen, als whist en
bridge, goed te leeren, om in vele gezelschappen geen spelbreker te
zijn; bovendien is het voor niemand een genoegen met slechte spelers
te spelen. Speelt gij in 't geheel niet, neem de uitnoodiging liever
niet aan. Spreken onder het spelen is wel geoorloofd, doch moet men
steeds goed op letten. Bij het uitdeelen mag men nooit vinger en duim
bevochtigen, dat is zeer onbeschaafd. De gastheer zorge er voor, dat
de inzet niet te hoog wordt bepaald; ofschoon spelen om geld steeds
laakbaar is en men het liever alleen om de eer moest doen, geeft juist
het geld voor vele menschen de bekoring aan het spel en zoo het om lagen
inzet gaat, kan men het gerust doen. Het is evenwel de plicht der
gastvrouw bij het bepalen van den inzet met de financieele
omstandigheden harer gasten rekening te houden.

Niemand mag ooit over zijn verlies boos worden of teleurstelling laten
blijken, wanneer men door het slechte spel van zijnen maat verloren
heeft. Lieden die niet tegen hun verlies kunnen, bederven vaak de
gezellige stemming der anderen, evenals zij, die na ieder geëindigd spel
er nog lang en breed over naspreken en redetwisten.

Het is beleefd, met de rechterhand van zich af te coupeeren, al wordt
hiertegen veel gezondigd.



KLEINERE FEESTELIJKHEDEN.


Behalve bals en partijen, brengen ook kleinere feestelijkheden een
aangename afwisseling in ons leven. Onder dezulke rekenen wij het eerst
den verjaardag, die familieleden en vrienden door bloemen, cadeaux en
brieven tot een feestdag voor ons maken. Het is een aardig gebruik,
oorsprongelijk uit Duitschland afkomstig, om de cadeaux op een met
de bloemen versierde tafel bijeen te zetten, en die 's middags aan de
gasten te laten zien. Kent men de jarige zeer intiem, dan mag men haar
reeds 's morgens bezoeken; anders doet men beter 's middags na half drie
te komen.

De waarde van het verjaarsgeschenk, dat men medebrengt, hangt
voornamelijk af van den voet, waarop men met de jarige staat. Kent men
haar zeer goed of heeft men verplichtingen aan haar, dan is het geschenk
grooter dan dat aan kennissen of minder intieme vrienden. Een geschenk
krijgt bijzondere waarde, wanneer het door de handige vingers der
geefster zelve is gemaakt. Heeren zullen meestal hunne gelukwenschen
vergezeld doen gaan van het zij bloemen, een plant of een doos bonbons.
Maar hoe groot of hoe klein het cadeau ook zij, het moet in zijn
soort mooi en smaakvol zijn. Alles wat namaak is van kristal, goud en
edelsteenen dient vermeden te worden als zijnde voortbrengselen van
slechten smaak. Veel hangt af van de wijze, waarop een geschenk gegeven
wordt; immers een kleinigheid, smaakvol verpakt en ons met een hartelijk
woordje en lieven glimlach aangeboden, zal meer genoegen geven dan het
geschenk van grootere waarde, dat koud en stijf overreikt wordt.

Gewoonlijk is het thee-uurtje bij een verjaardag het drukste uur van
den dag en daarom raden wij de gastvrouw aan, op dien dag door een
nichtje of vriendin thee te laten schenken, opdat de jarige zich aan
hare bezoekers wijden kan. Behalve thee, kan men limonade aanbieden.
Het schenken van alcoholische dranken op dat uur is in beschaafde
kringen geheel uit de mode. Men presenteert koekjes of kleine gebakjes
(petits-fours in papiertjes zijn bijzonder aan te raden), daar men met
taartjes de lichte visitehandschoenen licht besmetten kan.

Dikwijls wordt een verjaardag besloten met een gezellig dinertje van
familieleden en vrienden, waarbij aan het dessert op de gezondheid der
jarige gedronken wordt. Gewoonlijk wordt daartoe het woord gevraagd door
een der bloedverwanten of naaste vrienden. Heeft men diens voornemen
bemerkt, dan legt men mes en vork neer, om aandachtig naar den spreker
te luisteren. Heeft men de gave van het woord en veel humor, dan kan
men op aangename wijze het tafelgezelschap bezig houden en door een
geestige redevoering de algemeene vroolijkheid verhoogen. Is men echter
niet welbespraakt dan dient men vooral kort te zijn en zijn enkele
woorden als »Dames en Heeren, ik stel u voor op de gezondheid van onze
jarige gastvrouw te drinken!« ruimschoots voldoende. Sprekende over
familiefeesten, mogen wij den doop vooral niet vergeten. Van vriendinnen
en goede kennissen heeft de jonge moeder jurkjes, sokjes, mutsjes,
jakjes, enz. ontvangen en hen de geboorte harer baby laten weten.
Natuurlijk geeft men hierop antwoord door een paar hartelijke woordjes,
wat bloemen of slechts door een kaartje, terwijl men zoo nu en dan naar
den welstand van moeder en kind laat vragen. Ontvangt de jonge moeder
weer, dan wordt er een advertentie van dankbetuiging in de courant
geplaatst, met vermelding van dag en uur, waarop bezoeken bij voorkeur
worden afgewacht. Het kindje ligt in de wieg en wordt aan ieder
getoond, terwijl aan de bezoeksters een kopje kandeel wordt aangeboden.

Na eenige weken, soms na enkele maanden, wordt het kindje in de kerk
gedoopt en door grootmoeder, moeder of peettante ten doop gehouden.

Na de doopplechtigheid volgt gewoonlijk een doopmaal van familieleden
en vrienden. De ouders verwachten gewoonlijk van peet of peettante een
zilveren kroes, zilveren rammelaar of ander mooi geschenk voor het kind.
Het is een aardige gewoonte een petekind van af de geboorte met elken
verjaardag een grooten zilveren lepel en vork en met St.-Nicolaas of
Kerstmis een dessert couvert te geven en hiermede tot haar 24ste jaar
door te gaan, wanneer zij van zilver voorzien is en ten slotte een etui
er voor ontvangt.



VERLOVING EN HUWELIJK.


Vroeger werd er van het publiek worden eener verloving altijd een
groot feest gemaakt, doch dit is van lieverlede veranderd nu ook een
verloving, die verbroken wordt, niet meer zoo'n opzien baart. Het jonge
paar stuurt eenvoudig hun beider visitiekaartjes samen in één couvert
rond. Op dat van het meisje moet haar adres staan, opdat de kennissen
weten, waarheen hunne gelukwenschen te richten; evenals de datum van den
ontvangdag. Aan goede vrienden en familieleden vertelt het jonge meisjes
het heugelijke nieuws mondeling of per briefje.

Op den ontvangdag, die tegenwoordig niet meer zooals vroeger op een
groote receptie lijkt, doch een meer eenvoudig karakter draagt, staat
het jonge paar te midden der gezonden bloemstukken; het meisje draagt
een licht japonnetje en houdt de bloemen, haar door haar aanstaande
gegeven, in de hand. Gewoonlijk ontvangt men op een Zondagmiddag van
half 3 tot 5 uur en wel ongeveer 14 dagen nadat het engagement publiek
werd.

Met het oog op de later te maken visites raden wij u aan, in de gang,
vestibule of kleedkamer een lijst met pen en inkt neer te leggen, waarop
de bezoekers hun naam kunnen teekenen. Het jonge paar weet dan, aan wie
zij later een bezoek moeten brengen. Kaartjes met gelukwenschen heeft
men niet te beantwoorden, wel echter brieven en briefkaarten. Het
paartje moet er vooral aan denken allen, die hun bloemen zonden,
daarvoor op den ontvangdag te bedanken of, indien de kennissen niet zelf
verschijnen, hun een kort briefje te schrijven. Natuurlijk stellen het
jonge meisje en haar aanstaande hunne kennissen, die de ander nog niet
ontmoette, aan elkander voor.

Ongeveer een week later beginnen zij hunne engagementsvisites te maken
in een net coupétje of tegenwoordig veel per auto. De jonge dame draagt
een gekleed wandeltoilet, haar aanstaande de gekleede jas met gekleurde
das en gekleurde handschoenen, waarvan een los in de hand wordt
gehouden. Worden zij bij kennissen niet ontvangen, dan geeft de heer hun
beider kaartjes af.

Daar het helaas vaak voorkomt, dat een verloving afraakt, willen wij met
een enkel woord hierover spreken. Natuurlijk gaat men stil uit elkaar,
zonder verder met kennissen over de reden hiervan te spreken; het jonge
meisje gaat dan dikwijls voor eenigen tijd uit de stad om pijnlijke
vragen en medelijdende blikken te ontloopen. De verlovingsring en alle
brieven en geschenken worden teruggegeven en ook de reeds door vrienden
en kennissen gegeven cadeaux aan hen teruggestuurd. Ontmoet de jonge man
zijne vroegere verloofde op straat of in een gezelschap, dan groet hij
haar beleefd als een gewone kennis.

In den engagementstijd is het de plicht van den jongen man, zijn meisje
nu en dan een blijk zijner liefde te geven en haar een klein smaakvol
geschenk aan te bieden. Jonge meisjes ontvangen altijd gaarne bloemen
die elke kamer zoo feestelijk en zonnig maken en ieder met zorg gekozen
bouquetje, uit haar lievelingsbloemen bestaand, zal het jonge meisje
altijd welkom zijn. Vooral in het begin der verloving moet men
practische, huishoudelijke gaven wat vermijden, bruikbare voorwerpen
voor de huishouding zal de jonge verloofde wel van hare familieleden en
vriendinnen ontvangen.

Vertoont het jonge paar zich in het publiek, of bevinden zij zich in
het gezelschap van anderen, dan moet het zich vooral niet voortdurend
met elkaar bezig houden, elkaar steeds aankijken, of alleen met elkaar
praten. Liefkoozingen in het bijzijn van anderen zijn eenvoudig
verboden; ieder weet wel, hoe vervelend zoo'n verliefd paartje zijn
kan. Woont het paar in dezelfde plaats, dan teekenen zij 14 dagen van
te voren, anders 3 weken voor het huwelijk aan, waarna zij bruid en
bruidegom zijn. Nu ontvangt het meisje van alle kanten geschenken
waarvoor zij bedanken moet. Onder hare intieme vriendinnen kiest zij
hare bruidsmeisjes, op wier schouders talrijke kleine plichten rusten.
Heeft de bruid vele vriendinnen en goede kennissen, en gaat zij na haar
huwelijk in een andere plaats wonen, kan zij in den bruidstijd een
middagthee geven, waarvoor de bruidsmeisjes de uitnoodigingen schrijven.

Den avond vóór de aanteekening worden de huwelijksannonces rondgezonden,
die de wederzijdsche ouders sturen. Bij het aanteekenen op het stadhuis
behoeft men geene fooien te geven.

Op den Zondag na het aanteekenen wordt er een receptie gehouden, te
midden der bloemen, die de bruidsmeisjes in gangen en kamers verdeeld
hebben. De bezoekers dragen gekleede jas en hoogen hoed, de dames
gekleed wandeltoilet. Het verdient aanbeveling, de namen der bezoekers
door den knecht, die de kamerdeur opent, luid te laten noemen. Het
bruidje ontvangt of in haar trouwjapon zonder sluier of in een niet
gedecolleteerd, gekleurd avondtoilet en heeft een witten bouquet van den
bruidegom in de hand. Voor deze is de gekleurde jas met bloem in het
knoopsgat of als militair, het groot tenue de aangewezen kleeding. De
bezoekers begroeten en feliciteeren het bruidspaar het eerst, vervolgens
wederzijdsche ouders, waaraan zij, zoo noodig, voorgesteld worden. Lange
gesprekken mag men niet houden, doch moet dadelijk verder gaan en voor
anderen plaats maken. Meestal zijn de geschenken door de bruidsmeisjes
in een andere kamer op tafels gerangschikt, met de kaartjes der gevers
er bij en worden door alle bezoekers bewonderd. Heeren, die de
bruidsmeisjes niet kennen, laten zich aan haar voorstellen. Sommigen
laten in deze kamer door de bruidsmeisjes bruidsuikers aanbieden,
doch noodig is dit niet. Is het erg vol, dan verdwijnen de bezoekers
ongemerkt, anders kan men het bruidspaar nog even goeden dag zeggen.
De bruidegom zorgt er natuurlijk voor, dat de noodige stukken voor het
huwelijk, in orde zijn.

Meestal zijn er alleen bruidsmeisjes, doch soms worden hetzelfde
aantal vrienden van den bruidegom als bruidsjonkers aangesteld die dan
gedurende den bruidstijd de bruidsmeisjes bij alles helpen en haar op
receptie en trouwdag een bouquet aanbieden. Het bruidspaar geeft meestal
op den trouwdag een aandenken aan de bruidsmeisjes.

Op den trouwdag rijdt de stoet het eerst naar het stadhuis. Als
eerste rijtuig rijdt dat der bruidsmeisjes (met de bruidsjonkers als
die er zijn), vervolgens het bruidsrijtuig en daarna de ouders. De
bruidsmeisjes, die meestal gelijk gekleed zijn en dezelfde bouquet
dragen, helpen de bruid met in en uitstappen met haar sluier en sleep.
Het jonge paar werpt meestal fl 10 in de armenbus aan den uitgang van
het stadhuis.

In de Kerk nemen alle familieleden plaats en dan komt het bruidspaar,
gevolgd door de bruidsmeisjes binnen. Deze laatsten houden als het
noodig is, bouquet en handschoen der bruid voor haar vast.

Wanneer op het te volgen dejeuner het jonge paar heengaat, is het de
plicht der bruidsmeisjes en -jonkers de vroolijke stemming er in te
houden, want maar al te dikwijls verflauwt die en vlot het gesprek niet
meer zoo goed.

Dienzelfden avond staat de annonce van het jonge paar en die der
wederzijdsche ouders in de courant, waarin allen bedanken voor de
betoonde belangstelling.



ROUW.


Vroeger waren de vormen, die men na den dood van dierbare bloedverwanten
in acht moest nemen, veel ingewikkelder en talrijker dan nu. Men zet
denzelfden dag nog een advertentie in de courant.

Dikwijls wordt er onder de advertentie gemeld: »eenige en algemeene
kennisgeving« en dan behoeft men verder geene annonces rond te sturen.
Aan familieleden wordt het overlijden per telegram of per briefje gemeld
en bij buren en intieme vrienden moet het mondeling worden aangezegd,
met de volgende woorden.

»De Heer en Mevrouw N. geven kennis van het overlijden hunner zuster,
Mevrouw L.-B. te Utrecht.«--

Stuurt men echter wel annonces rond, dan moet men daarvoor natuurlijk
lijsten opmaken en de adressen schrijven.

Zoo spoedig mogelijk na het overlijden bestelt men den directeur der
plaatselijke begrafenisvereeniging bij zich, die zich verder met de
regeling voor de begrafenis belast. Het huis wordt gesloten tot na de
begrafenis, slechts weinig menschen volgen de ouderwetsche vorm, die
eischte, dat men zes weken achter gesloten luiken zat.

Wonen degenen, die aan de begrafenis zullen deelnemen, in dezelfde
plaats, dan worden zij daarvoor mondeling uitgenoodigd; men stuurt eene
schriftelijke uitnoodiging, als zij ergens anders wonen en meldt het uur
der begrafenis en wanneer de heeren afgehaald zullen worden; voor buiten
de stad wonenden geeft men den trein op, waarvoor een rijtuig hen aan
het station opwacht.

De gasten worden door de familieleden van den ontslapene in het
sterfhuis ontvangen, waarna de aanspreker in de deur de namen in
volgorde voor de koetsen opnoemt, op deze wijze:

»Eerste rijtuig: de heer S., Mijnheer A., Mijnheer X., de heer R.«

In het eerste rijtuig nemen de naaste familieleden plaats, daarna de
verdere familieleden en ten slotte de vrienden.

Tegenwoordig gebeurt het wel eens, dat dames aan de begrafenis
deelnemen, vroeger gebeurde dat nooit.

Aan het graf dankt een der naaste familieleden voor de betoonde
belangstelling aan den geliefde doode bewezen.

In dezelfde volgorde wordt daarop naar het sterfhuis teruggereden, waar
men alvorens te vertrekken een kopje koffie en een broodje nuttigt.

Wanneer men een goede vriend der in rouw gedompelde familie is, dan
gaat men spoedig na het overlijden naar hen toe. Anders wacht men met
een kondoleantiebezoek tot na de begrafenis. Heeft de familie onder
de advertentie laten zetten: »verzoeke van rouwbeklag verschoond te
blijven« dan behoeft men eerst 10 of 14 dagen na de begrafenis een
bezoek te brengen. Voor zulk een bezoek dragen de dames, indien zij die
hebben, een zwarte japon en mantel met zwarten hoed, in ieder geval een
donker, eenvoudig kleed, met gedekte handschoenen; heeren steken zich in
gekleede jas met zwarte das en hoogen hoed.

Eene weduwe bedankt een jaar na den dood van haar Echtgenoot met eene
advertentie in de courant; voor andere familieleden doet men dit na
drie maanden of zes weken. Gewoonlijk stuurt men gedrukte kaarten
van dankbetuiging aan hen, die buiten de stad wonen en blijken van
deelneming gaven. Voor bloemen en kransen bedankt men met een kort
briefje.

Natuurlijk volgt ieder bij het aannemen en afleggen van rouw zijne eigen
gevoelens, doch gewoonlijk doet men het op de volgende wijze:

Eene weduwe draagt een jaar zware rouw, krippen japon met lange sluier
op straat en klein krippen hoedje. Daarna nog een half jaar wat krip op
de japon en hoed, verder doffe zijde en na twee en een half jaar lichten
rouw, dat wil zeggen, wit en zwart, grijs en lila. Dikwijls legt zij dan
na drie jaar den rouw geheel af en verschijnt weer in andere kleuren.

Voor ouders draagt men van een tot twee jaar rouw, waarvan een half jaar
een lange sluier en een geheel jaar krip. Voor grootouders, broers en
zusters draagt men geen krip en negen maanden of een jaar rouw.

Gedurende den rouwtijd mag men geene edelsteenen of andere bijouterieën
dragen, alleen wél gouden ringen.



HET GESPREK.


In onze samenleving speelt het gesprek, de manier van spreken, een
groote rol en converseeren is nog een aparte gave, die voor 't grootste
gedeelte aangeboren is, doch ook aangekweekt en geoefend kan worden.
Over het algemeen wordt er bij kinderen te weinig op gelet, hoe zij
spreken en juist in den schooltijd, wanneer zij vaak leelijke woorden en
slechte uitdrukkingen overnemen, wennen zij zich voor hun heele verder
leven een minder mooie spreekwijze aan. Thuis moet er acht op geslagen
worden, of het kind van minder beschaafde kameraden niet met een
leelijken, platten tongval of onbeschaafd dialect leert praten en thuis
moet hem ingeprent worden, steeds beleefd en met twee woorden »Ja,
Mijnheer,« »Neen, Mevrouw« te antwoorden.

Hoe weinig menschen kunnen kort en aardig een voorval beschrijven,
den inhoud van een boek of comediestuk duidelijk en boeiend weergeven
of iets, wat zij zelf beleefd hebben, aanschouwelijk voorstellen!
Meestal ligt dit hieraan, dat de meesten over een betrekkelijk kleine
woordenkeus beschikken en dus voortdurend dezelfde woorden en
uitdrukkingen moeten gebruiken, wat den toehoorder spoedig verveelt.
Ook werkt het eentonig wanneer iedere zin met »En toen« begint, wat
een dikwijls voorkomende gewoonte is.

Hoe mooi klinkt onze Hollandsche taal van de lippen van een begaafden
redenaar of predikant en hoe verbaasd zijn wij dan over den rijkdom
onzer taal, waarvan men in het dagelijksch leven zoo bitter weinig
merkt!

Men moet vermijden, steeds hetzelfde woord, b. v. leuk, éénig, dol,
enz. te gebruiken; voor kleine kinderen staat het aardig, het hoort nu
eenmaal bij schoolmeisjes en is dan wel geoorloofd, maar volwassen
personen moeten het zich afwennen. Men kan er zich heel goed aan
gewennen om de bij het woord en de gelegenheid passende bijvoegelijke
naamwoorden te gebruiken en door het lezen van in mooien stijl
geschreven boeken en gedichten neemt men onwillekeurig iets uit dien
woordenrijkdom over.

De hoofdzaak is verder, dat wij leeren onze gedachten juist en duidelijk
uit te drukken. Vele menschen verontschuldigen zich dan door te zeggen:
»ik voel het wel, maar ik kan mij niet uitdrukken«. Ook hierin moet men
zich oefenen, om zijne toehoorders en degenen met wie men een gesprek
voert te onderhouden. Lieden, wier gedachten vlugger werken dan hun
tong, vallen over hunne woorden en laten die door hun haast vaak weg,
terwijl anderen naar denkbeelden moeten zoeken, stotteren en hakkelen,
of in een zin blijven steken en het overige door een welsprekend
handgebaar aanvullen.

In den huiselijken kring en in het dagelijksch leven oefenen wij ons
in het gesprek, om later daar buiten bij vrienden en kennissen, in
gezelschappen, kortom in de wereld, te kunnen converseeren.

Evenals er menschen bestaan, die geene woorden kunnen vinden om hunne
gedachten uit te drukken, zijn er ook nog zulke, die juist wel de
woorden, vele mooiklinkende, holle woorden en hoogdravende uitdrukkingen
bij de hand hebben, maar wien het aan gedachten ontbreekt en die de
menschen probeeren te boeien door hun taal en hen zoo denken te
overbluffen, dat zij niet eens het gebrek aan inhoud merken. En nu
willen wij nog even een fout vermelden, waaraan vele lieden zich
schuldig maken. Dit is het gebruik van vreemde woorden, waarvan men
de oorspronkelijke beteekenis in de vreemde taal niet kent. Het wordt
helaas maar al te vaak als een teeken van beschaving aangezien, om
zooveel mogelijk Fransche woorden gedeeltelijk tot Hollandsch vervormd,
te gebruiken, terwijl men die taal niet meester is. Dit is nu juist een
groot gevaar en de goede lieden, die zoo rustig en trotsch verkeerde
woorden gebruiken, vermoeden niet, welk een mal figuur zij slaan.
Werkelijk, deze slechte gewoonte is geen teeken van ontwikkeling,
beschaving of deftigheid. Onder de eerste standen onzer maatschappij,
onder onzen adel en aristocratie heerscht de gewoonte, zich in mooi,
zuiver Hollandsch uit te drukken en woorden uit vreemde talen zooveel
mogelijk te vermijden, behalve natuurlijk die woorden, die langzamerhand
verbasterd zijn en in onze woordenboeken zijn opgenomen.

Hoe vaak hoort men de menschen de woorden liggen en leggen, kennen en
kunnen verwarren!

_Liggen_ beschrijft een toestand van rust! hij ligt, lag, heeft gelegen
(in bed).

_Leggen_ is een beweging: ik leg, legde, heb gelegd (een boek op tafel).
De kip legt een ei. Zij heeft groenten ingelegd.

_Kennen_ is weten, kennis hebben van. Kent ge deze dame? Ik kende hem
vroeger. Ik heb haar nooit gekend.

_Kunnen_ is: in staat zijn tot. Kan uw kindje al praten? Ik kan niet
komen. Hij zoude het niet gekund hebben.

Men moet bij het spreken vooral ruwheid vermijden, die zich uit door
het gebruik van ruwe woorden, als »lollig« en »beroerd« en verder door
vuistslagen op de tafel en te hard spreken. Vloeken is natuurlijk
verboden en woorden als »verduiveld, bliksems,« enz. worden maar al te
vaak gehoord, al klinken zij alles behalve beschaafd.

En nu komen wij tot het gesprek zelve en wel het eerst op het gesprek in
een kleiner gezelschap. Hier is het de plicht der gastvrouw een levendig
gesprek op te houden, de zwijgende, verlegen jongelieden er in te
trekken en toch zelve niet te veel te spreken. Zijn er alleen dames, dan
worden er wel onderwerpen van gesprek gevonden en helaas wordt er dan
ook dikwijls veel kwaad gesproken, iets, waaraan beschaafde heeren zich
niet zoo schuldig maken. Converseeren is de kunst te spreken, zonder
eigenlijk iets belangrijks te zeggen. Daarom moet men nooit persoonlijk
worden of in een algemeen gesprek intieme onderwerpen aanroeren.
Natuurlijk hangt het geheel van het gezelschap af, waarin men zich
bevindt.

Met ontwikkelde lieden, die men vroeger reeds ontmoette, onderhoudt men
zich over politiek, boeken, comediestukken, muziek en wat dies meer zij.

Ieder is verplicht aan het algemeene gesprek deel te nemen en zoo nu
en dan bescheiden zijne meening te zeggen. Iemand die niet gevat of
geestig is en niet op iedere vraag een antwoord klaar heeft, zal zich
in een kring van geestige, levendige menschen verlegen voelen en de
rol van waardeerend toehoorder moeten spelen. Doet men dit dan met een
vriendelijk gezicht en lacht men om de aardigheden der anderen, dan
maakt men een beteren indruk dan wanneer men probeert mee te doen door
geestigheden of grappen te vertellen. Hiermede moet men toch altijd
heel voorzichtig zijn, want ge kunt er iemand door beleedigen of mede
vervelen of hen die de grap niet begrijpen, er boos mede maken.--

Niets is op den duur hinderlijker bij het gesprek dan lieden, die
voortdurend om alles grinneken en lachen en daardoor vaak hunne domheid
toonen en zij, die nooit lachen en strak voor zich kijken, als het
geheele overige gezelschap schatert. Het is dan, alsof hij de grappen
der anderen beneden zich acht en de menschen ietwat minacht.

Gewoonlijk duurt een algemeen gesprek slechts kort en gaat over in
gesprekken tusschen twee of drie personen.

Bij een diner is het rangschikken der plaatsen een der onaangenaamste
plichten van gastheer en gastvrouw. Immers, zij moeten overleggen, welke
gasten elkaar kennen en het goed samen kunnen vinden; zij moeten een
verlegen jong meisje naast een vroolijk jongmensch en een schuchter
jongeling naast een levenslustige dame plaatsen, opdat zij elkaar tot
een gesprek zullen brengen. Hierbij moeten beide partijen zich inspannen
om een zoodanig antwoord te geven dat men op het zelfde onderwerp
kan voortgaan of op een verwant onderwerp overspringen. Niets is
vreeselijker voor hem, die het gesprek leidt, dan antwoorden als:
»Och«--»O ja«--»Neen« enz., die dan meteen het begonnen onderwerp
afbreken.

Wanneer een jongmensch met een getrouwde vrouw spreekt of voor 't eerst
aan haar wordt voorgesteld, moet zij altijd het gesprek openen. Evenzoo
wachten jonge meisjes, die zich aan oudere dames laten voorstellen,
totdat dezen het woord tot hen richten.

Kent het jonge meisje de oudere dames evenwel, dan is het hare plicht
haar op bals en avondpartijen, op recepties en weldadigheidsfeesten,
even te gaan aanspreken.

Over het voeren van een gesprek met een bekende is natuurlijk niets te
zeggen. Men kent elkaar en zal dus meestal onderwerpen kunnen vinden.
Met geheel vreemden is het lastiger en willen wij u de volgende wenken
geven. Ten eerste moet men de gelegenheid niet laten voorbij gaan om
aan het daareven gezegde een nieuwe vraag of opmerking vast te knoopen.
Verder moet men vermijden over zich zelve, zijn eigen belangen, werken
en leven te spreken, doch moet integendeel steeds een onderwerp
aanroeren, waarin de ander belang stelt en waarover hij dus allicht
onderhoudend spreken zal. Zijt gij dan aan een u bekend onderwerp bezig,
vermijdt het dan echter den ander tot zwijgend toehooren te dwingen,
maar geef hem gelegenheid, zijne meening te zeggen en luister geduldig
naar hem. Toehooren speelt ook een voorname rol en er zijn vele
menschen, die het niet kunnen, die met het een of ander voorwerp
beginnen te spelen, of hunne oogen laten ronddwalen of den spreker
eenvoudig in de rede vallen, wat altijd onbeleefd is. Men zij altijd
hoogst voorzichtig en prate nooit zijn mond voorbij. Het is gevaarlijk
in het bijzijn van vreemden over gemeenschappelijke kennissen te spreken
en een onvriendelijke opmerking over hen te maken. Zelfs vrienden kan
men niet altijd vertrouwen op het punt van zwijgen en er wordt door
oververtellen zooveel kwaad gedaan. Men moet dus liever over algemeene
onderwerpen spreken en met tact en fijn gevoel te werk gaan.

Wanneer wij onze kinderen leeren met twee woorden te spreken, zal hen
dit later steeds te pas komen. Een jongmensch noemt tegenover een dame
haren achternaam er bij; zoo zal hij eene getrouwde vrouw begroeten met
Dag Mevrouw N., hoe maakt ge het? en tot een jong meisje gewend: »Goeden
avond, juffrouw Z.« In het verdere gesprek kan men dan wel met »Mevrouw«
alleen volstaan, maar nooit »juffrouw« alleen, dat is niet zeer
beschaafd. Een jonge dame van adel spreekt men alleen als »freule«,
zonder haar naam, aan.

En nu nog een enkel woordje over het elkaar bij den naam noemen.

Jonge meisjes doen dit vrij spoedig, doch als zij elkaar slechts
oppervlakkig kennen, en een van haar trouwt, dan wordt zij voor de
anderen »Mevrouw.«

Door de ouders van kennissen en vriendinnen kunnen jonge meisjes zich
natuurlijk bij den naam laten noemen, doch met broers en vrienden moet
zij voorzichtig zijn, daar het op de jongelieden zelf geen prettigen
indruk maakt, wanneer een jonge dame door iedereen bij haar voornaam
wordt genoemd en »jij« tegen alle heeren-kennissen zegt. Dit is slechts
toegestaan, wanneer men veel bij de ouders van het jonge mensch aan
huis komt of hem zelf dikwijls in gezelschap, op het sportterrein of
de ijsbaan ontmoet. Het is steeds aan de dame voor te stellen, elkaar
bij den naam te noemen; van heeren mag dit voorstel nooit uitgaan.

Eene getrouwde vrouw kan een jong meisje gerust bij den naam noemen,
terwijl dit toch »Mevrouw« zegt; de jonge vrouw vraagt het meisje, haar
bij haar naam te noemen. Den man eener getrouwde vriendin blijft gij
»Mijnheer« noemen; komt gij echter veel bij hen aan huis, dan zal uwe
vriendin u verzoeken, hem bij den naam te noemen, in dit geval wacht
gij, totdat zij het voortstelt.

Tegenover vreemden spreekt men van oudere of getrouwde dames en
vriendinnen, die men zelve bij den naam noemt, als van »Mevrouw S.,«
of »Juffrouw B.,« niet alleen met den voornaam.

Heeren mogen achter den rug eener dame die zij goed kennen en bij den
naam noemen, niet spreken van »Marie R.« of »Anna S.«, dat klinkt
onbeschaafd en tegenover vreemden familiaar en onbescheiden; zij hebben
het over »Juffrouw R.« en »Mevrouw S.«

Hiermede hebben wij ongeveer alle onderdeelen van »het gesprek«
behandeld en hopen, dat deze wenken menigeen het spreken zullen
veraangenamen.



BRIEVEN.


Uit onze brieven, uit ons schrift en onze stijl treedt onze beschaving
minstens even duidelijk op den voorgrond, als uit onze persoon en onze
manieren. Anderen kunnen ons voor een groot gedeelte uit onze brieven
leeren kennen, waarin wij, vaak onbewust, veel van onze persoonlijkheid
neerleggen. Geestige menschen schrijven geen nietszeggende epistels,
nette geen slordige brieven.

Het is een groot compliment, een goed briefschrijver genoemd te worden
en daarom moeten wij ons door oefening in die kunst bekwamen.

Het is niet noodig mooi te schrijven, als uw schrift maar regelmatig en
duidelijk leesbaar is. Uw papier moet natuurlijk geheel schoon zijn en
bij het couvert passen, wat kleur en formaat betreft. Slechts aan zeer
goede vrienden moogt gij b. v. een velletje linnenpapier in een glad
enveloppe of een rose velletje in een wit couvert sturen.

Men moet er zich aan gewennen, zonder fouten te schrijven; men ziet in
brieven zelfs van ontwikkelde lieden, de wonderlijkste stijlfouten en
ook het gebruik van komma's en punten wordt vaak verwaarloosd.

Vooruit moet gij eenigszins overleggen, wat gij schrijven gaat en hoe
gij uwe gedachten zult inkleeden. Vooral dit laatste is zeer gewichtig,
want onoverlegde brieven, in de eerste opwelling van woede en drift
geschreven en vol beleedigende uitdrukkingen, hebben al heel wat
verdriet en kommer veroorzaakt. Wees dus in brieven langzaam met
klachten en verwijten en wees voorzichtig met mededeelingen van intiemen
aard, over familieleden, geldzorgen enz. Vele menschen zijn slordig en
onvoorzichtig met ontvangen brieven en hebben de gewoonte, die overal te
laten slingeren.

Vergeet nooit eerst te beginnen met naar de omstandigheden van den
ander te vragen en eenige punten uit zijn laatst ontvangen brief te
beantwoorden. Schrijf steeds den datum bovenaan, en begin niet met
»Ik«--. Voor wij tot den eigenlijken overgaan, nog eenige woorden over
het adres onzer brieven.

Plak het postzegel rechts bovenaan en nooit omgekeerd, op zijn kop.
Halverwege het couvert zet men duidelijk den titel en den naam.
Daaronder de straat en rechts onderaan de stad.

Te weinig gefrankeerde brieven zijn onbeleefd en dus moet men den brief
wegen, wanneer men niet zeker weet, of hij niet meer dan 20 gram weegt,
anders, moeten er 2 zegels van 5 cts. opgeplakt. Voor het buitenland
onder 20 gram 12½ cts., er boven 20 cts. Let er vooral op, dat gij de
juiste titels op uwe brieven schrijft, daar vele menschen hier juist
zeer op gesteld zijn. Dit zijn de voornaamste:

Voor juffrouw A: Mejuffrouw A. Voor freule: Mejonkvrouwe; voor een
getrouwde vrouw: Mevrouw, Vrouwe of WelEdgeb. Vrouwe. Voor eene
getrouwde adellijke dame: Hoogwelgeb. Vrouwe Voor de echtgenoote van
een graaf: »Hooggeb. Vrouwe, Gravin M.« Voor eene adellijke weduwe:
Douairière.

Voor een jongmensch boven de 16 jaar, die nog geen betrekking heeft:
Weled. Heer. Voor kooplieden en niet gestudeerde heeren: WelEd. Geb.
Heer. Voor meesters in de rechten, assistent residenten in Indië:
WelEd. Gestr. Heer. Voor inspecteurs der belasting, raadsheeren,
hoofdofficieren, residenten in Indië: Hoogedelgestr. Heer.
Luitenant-Generaal, Generaal, Admiraal, Vice-Admiraal, Minister,
Gouverneur-Generaal: Excellentie. Voor alle doctoren: Weled. Zeergel.
Heer. Voor artsen: Weled. Gestr. Heer. Voor predikanten: Weleerw. Heer.
Zijn zij doctor in de theologie dan: Weleerwaarde Zeergel. Heer. Voor
Professoren: WelEd. Hooggel. Heer. Voor burgemeesters: WelEd. Achtb.
Voor een rechter van adel: Hoogwelgeb. Hoogedelgestr. Heer Baron N.
Voor een officier van adel: WelEd. Gestr. Heer Jonkheer P.

In officieele stukken kan men denzelfden titel van het adres zonder
familienaam als aanhef gebruiken of men begint:

Hooggeachte Heer of Mevrouw B.

Alle requesten aan ministers, aan den gemeenteraad, enz. worden in de
derde persoon gesteld.

Brieven aan onbekenden onderteekent men »hoogachtend,« of aan hooger
geplaatste: »Uw dienstw. dienaar.« Heeren onderteekenen ook aan dames:
»Uw dienstw.« Oudere dames schrijven aan jongere »Uwe U toegenegene
M. R.« of »geloof mij vriendschappelijk M. R.« Zij zal echter niet
»Mevrouw R.« onderteekenen, dat is burgerlijk en niet voornaam. Jonge
meisjes onderteekenen aan oudere dames, die zij weinig kennen: »Met
beleefde groeten« of »met vriendelijke groeten.«

Uitnoodigingen in de derde persoon worden op dezelfde wijze beantwoord
en alleen op zeer familiare invitatie mag men met een kort briefje,
mondeling of per telefoon antwoorden.

Brieven van rouwbeklag moeten kort zijn, en slechts enkele hartelijke
woorden van medegevoel bevatten.

Van brieven met gelukwenschen verwacht men, dat zij iets langer zijn en
duidelijk toonen, dat de schrijver zich waarlijk over ons geluk verheugt
en er in deelt.

Nieuwjaarsbrieven daarentegen kunnen kort en hartelijk zijn, tegenover
meerderen natuurlijk uiterst beleefd en eerbiedig gesteld.

Zorg er vooral voor, dat uwe brieven op tijd aankomen; de
verjaardagsbrief, die eenige dagen te laat komt, omdat de schrijver
den juisten datum vergeten had, wordt onverschillig gelezen. Hierbij
is te vroeg veel beter dan te laat. Brieven van dank voor eene genoten
beleefdheid of ondervonden vriendelijkheid moeten zoo spoedig mogelijk
geschreven worden, evenals brieven met een verzoek of vraag, waarop de
schrijver gaarne spoedig antwoord zou hebben.

Onder alle omstandigheden moet gij het schrijven van anonieme brieven
vermijden. Dit is niet alleen hoogst onbeschaafd, maar getuigt van
groote lafheid, daar men daardoor aan den ontvanger iedere kans ontneemt
van zich te kunnen verdedigen. Ieder, die niet rondweg met zijn naam en
persoon voor den dag durft komen, bekent daarmede iets kwaads te doen en
met recht worden schrijvers van anonyme brieven door alle beschaafde
lieden met argwaan en minachting aangezien.

Vele lieden voeren hunne correspondentie voornamelijk op briefkaarten,
doch dat is een slechte gewoonte. Tegenover oudere menschen en hooger
geplaatsten is het eenvoudig niet geoorloofd en onbeleefd.

Uitnoodigingen per briefkaart te beantwoorden, is onbeschaafd, evenals
het aankondigen van verloving, huwelijk, geboorte of sterfgeval.

Men mag geene vertrouwelijke of persoonlijke mededeelingen, geene
gevoelsuitingen aan briefkaarten toevertrouwen, die toch vaak, door
anderen gelezen worden.

Tegenwoordig kunnen wij door mooie prentbriefkaarten van onze reizen en
uitstapjes onzen achtergebleven familieleden en vrienden veel genoegen
bereiden en zij zullen ons dankbaar zijn, als wij door een geschreven
groet toonen, ook in den vreemde aan hen te denken.



INHOUD.


                                               Bladz.

  Uiterlijk en Kleeding                             1

  Op straat                                         8

  Bezoeken afleggen, ontvangen en voorstellen      11

  Diners en Partijen                               17

  Kleinere feestelijkheden                         25

  Verloving en Huwelijk                            28

  Rouw                                             33

  Het gesprek                                      36

  Brieven en Briefkaarten                          43



                             [Illustratie]

                      FOTOGRAFEEREN KAN IEDEREEN.
                      HET ONTWIKKELT DEN SMAAK EN
                            HET KUNSTGEVOEL!

                   *       *       *       *       *

                               IVENS & Co

                            HOFLEVERANCIERS

                         NIJMEGEN -- GRONINGEN
                         AMSTERDAM -- DEN HAAG

                   *       *       *       *       *

                            FOTO-TOESTELLEN
                         VOOR THUIS EN OP REIS
                  IN ELKE GROOTTE EN VOOR IEDERS BEURS



  +------------------------------------------------+
  |                                                |
  |        OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER:            |
  |                                                |
  |  De volgende correcties zijn in de tekst       |
  |  aangebracht:                                  |
  |                                                |
  |  Bron (B:) -- Correctie (C:)                   |
  |                                                |
  |  B: Voelbal omnia Vincit                       |
  |  C: Voetbal omnia Vincit                       |
  |  B: Do you speak English                       |
  |  C: Do you speak English?                      |
  |  B: toilet der huivrouw eenvoudig en           |
  |  C: toilet der huisvrouw eenvoudig en          |
  |  B: te eenvoudig zijn? Immers wat is           |
  |  C: te eenvoudig zijn?« Immers wat is          |
  |  B: eenvoudig kleeden en vooal geen            |
  |  C: eenvoudig kleeden en vooral geen           |
  |  B: de kleine steentjes loopen,                |
  |  C: de kleine steentjes loopen.                |
  |  B: een aangenamen indruk. wanneer een heer    |
  |  C: een aangenamen indruk, wanneer een heer    |
  |  B: dan zegt men: Mijnheer N.--Mevrouw         |
  |  C: dan zegt men: »Mijnheer N.--Mevrouw        |
  |  B: nooit met een men snijden;                 |
  |  C: nooit met een mes snijden;                 |
  |  B: met de vingers kleins stukjes              |
  |  C: met de vingers kleine stukjes              |
  |  B: men over de knieëe uit en                  |
  |  C: men over de knieën uit en                  |
  |  B: geval niet zelf oprapen                    |
  |  C: geval niet zelf oprapen.                   |
  |  B: knecht of meid heeft gemeld, dat           |
  |  C: knecht of meid heeft gemeld, »dat          |
  |  B: kennisgeving en dan behoeft men            |
  |  C: kennisgeving« en dan behoeft men           |
  |  B: De Heer en Mevrouw N. geven                |
  |  C: »De Heer en Mevrouw N. geven               |
  |  B: »verzoeke van rouwbeblag verschoond        |
  |  C: »verzoeke van rouwbeklag verschoond        |
  |  B: geene edelsteenen of andere bijjouterieën  |
  |  C: geene edelsteenen of andere bijouterieën   |
  |  B: Mijnheer,« Neen, Mevrouw«                  |
  |  C: Mijnheer,« »Neen, Mevrouw«                 |
  |  B: te veel te spreken Zijn er alleen          |
  |  C: te veel te spreken. Zijn er alleen         |
  |  B: anderen »Mevrouw.«                         |
  |  C: anderen »Mevrouw.«                         |
  |  B: naam noemt, als van »Mevrouw S,,«          |
  |  C: naam noemt, als van »Mevrouw S.,«          |
  |  B: Vrouwe, Gravin M. Voor eene adellijke      |
  |  C: Vrouwe, Gravin M.« Voor eene adellijke     |
  |  B: dienstw. dienaar. Heeren onderteekenen     |
  |  C: dienstw. dienaar.« Heeren onderteekenen    |
  |  B: Uw dienstw.« Oudere dames schrijven        |
  |  C: »Uw dienstw.« Oudere dames schrijven       |
  |  B: 15                                         |
  |  C: 25                                         |
  |                                                |
  +------------------------------------------------+





*** End of this Doctrine Publishing Corporation Digital Book "Het boek der Etiquette" ***

Doctrine Publishing Corporation provides digitized public domain materials.
Public domain books belong to the public and we are merely their custodians.
This effort is time consuming and expensive, so in order to keep providing
this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties,
including placing technical restrictions on automated querying.

We also ask that you:

+ Make non-commercial use of the files We designed Doctrine Publishing
Corporation's ISYS search for use by individuals, and we request that you
use these files for personal, non-commercial purposes.

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort
to Doctrine Publishing's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a
large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of
public domain materials for these purposes and may be able to help.

+ Keep it legal -  Whatever your use, remember that you are responsible for
ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because
we believe a book is in the public domain for users in the United States,
that the work is also in the public domain for users in other countries.
Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we
can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is
allowed. Please do not assume that a book's appearance in Doctrine Publishing
ISYS search  means it can be used in any manner anywhere in the world.
Copyright infringement liability can be quite severe.

About ISYS® Search Software
Established in 1988, ISYS Search Software is a global supplier of enterprise
search solutions for business and government.  The company's award-winning
software suite offers a broad range of search, navigation and discovery
solutions for desktop search, intranet search, SharePoint search and embedded
search applications.  ISYS has been deployed by thousands of organizations
operating in a variety of industries, including government, legal, law
enforcement, financial services, healthcare and recruitment.



Home